Woudse Erven I_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Woudse Erven I
Woudse Erven I
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 INLEIDING
3
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ruimtelijke structuur
4 4 4 5
Hoofdstuk 3
7
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Waterschap 4.4 Gemeente
10 10 12 13 14
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer en parkeren 5.15 Water
19 19 20 22 25 26 27 28 31 31 32 34 35 35 35 37
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
42 42 46
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
48 48
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Inspraak 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Zienswijzen
49 49 49 50
2
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor percelen aan de Nederwoudseweg in Barneveld bestaat het plan om 109 grondgebonden woningen en een appartementengebouw met 22 woningen te realiseren. Dit betreft het plan 'Woudse Erven I'. De beoogde ontwikkeling is onderdeel van de woningbouwontwikkeling 'De Burgt' in Barneveld-Zuid en zal voorzien in rijwoningen, tweekappers, vrijstaande woningen en een appartementengebouw. Afbeelding 1 toont de globale ligging van de planlocatie.
Afbeelding 1. Globale ligging plangebied
De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.' Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
3
Woudse Erven I
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Begrenzing plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van Barneveld. Aan zowel de noordzijde als de westzijde grenst het plangebied aan de Nederwoudseweg. Aan de noordzijde sluit het plangebied aan op bestaand bebouwd gebied, 'Eilanden Oost'. Ten westen van het plangebied wordt de woningbouwlocatie 'Burgthoven III' gerealiseerd. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen agrarische gronden. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een bestaande sloot. Het plangebied maakt deel uit van de wijk 'De Burgt' in Barneveld-Zuid. Het plangebied staat bekend onder de kadastrale gemeente Barneveld, sectie E, perceel 2303, 3616, 3615 en een deel van perceel 6222. Aan de Nederwoudseweg 80, op perceel 3615, is een vrijstaande woning met opstallen gelegen welke behouden blijven. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 60.000 m². Afbeelding 2 geeft de globale begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2. Begrenzing plangebied (plangebied wit omkaderd)
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.' en is grotendeels voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en hobbymatig agrarisch gebruik. Ter plaatse van de woning aan de Nederwoudseweg 80 gelden de bestemmingen 'Wonen - 1' en 'Tuin'. Binnen de bestemming 'Wonen - 1'. Voor de woning is een bouwvlak opgenomen, het hoofdgebouw van een woning mag uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. Verder geldt de bouwaanduiding 'vrijstaand' en de aanduiding 'maximum oppervlakte: 506 m². Hierbij is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' de totale oppervlakte aan aanen uitbouwen en overige bijgebouwen niet meer mag bedragen dan is weergegeven. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan geheel voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 1'. Daarbij is een deel van de gronden voorzien van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde' en een deel is voorzien van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde'. Tevens is voor deze gronden de 'Parapluherziening Parkeernormen' van toepassing, vastgesteld op 7 maart 2018. 4
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
Navolgende afbeelding 3 toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.' ter plaatse van het plangebied.
Afbeelding 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied is rood omkaderd)
De beoogde woningbouwontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. In dat bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend initiatief mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
2.3
Ruimtelijke structuur
Het plangebied bestaat uit voormalige agrarische gronden en is nagenoeg geheel onverhard gebied. Aan de noordzijde ligt een erf met een woning en opstallen, deze bebouwing blijft in de beoogde situatie behouden. Het vigerende bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.' is opgedeeld in 4 deelgebieden. Het plangebied bevindt zich in deelgebied 3. Dit gebied bestaat uit agrarische gebied met enkele (voormalige) agrarische bedrijven en een school. In de 'Structuurvisie Kernen Barneveld 2022' wordt het gebied aangewezen als 'woongebied in voorbereiding'. Afbeelding 4 toont de deelgebieden van het bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.'.
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
5
Woudse Erven I Afbeelding 4. Deelgebieden bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o.'
Beeldkwaliteitsplan Woudse Erven Voor het onderhavige gebied is het 'Beeldkwaliteitsplan Woudse Erven' in voorbereiding (zie ook hoofdstuk 3 Planbeschrijving). Het plangebied betreft het noordelijk deel van het deelgebied 'Woudse Erven' dat aansluit op deelgebied 'Eilanden Oost' in het noorden en deelgebied 'Burgthoven' in het westen. De Nederwoudseweg vormt de scheiding. Aan de oostzijde loopt het gebied tot aan de nieuwe hoofdontsluitingsweg die vanaf 'Eilanden Oost' direct met een bocht wordt doorgetrokken naar het zuiden: de Burg. van Diepeningenlaan. Een bestaande sloot aan de zuidzijde vormt de zuidgrens. Een eeuw geleden liep langs deze sloot nog een landweg met bomen, eerst naar het knooppunt aan de Lunterseweg, later naar de verdwenen hoeve Den Burgt in 'Eilanden Oost'. In de uitwerking van de 'Woudse Erven I' wordt de oude houtsingel hersteld. Afbeelding 5 toont de ligging in woonwijk De Burgt.
Afbeelding 5. Ligging (bron: ontwerp-beeldkwaliteitsplan Woudse Erven, 21 november 2019)
6
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Onderhavig plan betreft 'Woudse Erven I' en maakt onderdeel uit van deelgebied 'Woudse Erven'. Voor het deelgebied 'Woudse Erven' is een beeldkwaliteitsplan in voorbereiding. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit vier documenten: een stedenbouwkundig deel (zie Bijlage 11), een deel openbare ruimte (zie Bijlage 12) en twee documenten ontwerpen van de woningen (zie Bijlage 13). Het stedenbouwkundige deel is gemaakt op basis van de eerste processtap en het deel openbare ruimte op basis van een verfijning. De bouwplannen van de woningen zijn een eerste ontwerp en kunnen nog worden verfijnd. Het beeldkwaliteitsplan is richtinggevend voor de architectuur en inrichting. Bij de ontwikkeling van deelgebied 'Woudse Erven' wordt gedacht aan weidse akkers rondom enkele oude boeren hoeven die door oude houtsingels zijn omkaderd. Bij de verdere uitwerkingen wordt rekening gehouden met beeldkwaliteitseisen. Initiatiefnemer is voornemens de gronden binnen de plangrens te herontwikkelen. Het planvoornemen is om ter plaatse 109 grondgebonden woningen en een appartementengebouw met 22 woningen te realiseren. De bestaande woning aan de Nederwoudseweg 80 zal behouden blijven. Afbeelding 6 toont het stedenbouwkundige ontwerp voor de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 6. Stedenbouwkundig ontwerp (bron ontwerp-beeldkwaliteitsplan Woudse Erven, 21 november 2019)
Bestaande woning De bestaande woning Nederwoudseweg 80 wordt in het voorliggende bestemmingsplan meegenomen. De bij deze woning behorende erfbebouwing op het kadastrale nummer Barneveld E3615 wordt behouden. Het betreft een oppervlakte van 595 m² aan aan- en uitbouwen en overige bijgebouwen. Dit wordt in het voorliggende bestemmingsplan als zodanig geregeld. Het westelijk deel (kadastrale nummer Barneveld E3616) wordt benut voor de nieuwe stedenbouwkundige invulling. De twee schuren op dit perceel blijven in gebruik, totdat sloop noodzakelijk is. Woningbouwprogramma en doelgroep Met de beoogde woningbouw van 'Woudse Erven I' wordt er aangesloten bij de reeds gerealiseerde woningbouw aan de noordzijde van het plangebied. Daarnaast sluit het plan aan op de beoogde woningbouw ten westen van het plangebied. De beoogde woningbouwontwikkeling vormt een afronding van "Woudse Erven I" (vastgesteld)
7
Woudse Erven I de bestaande bebouwing. Voor de ontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld waarmee er wordt gezorgd voor een goede aansluiting op de directe omgeving. De beoogde ontwikkeling is daarmee passend in de directe omgeving. Het programma bestaat uit een gevarieerd woningbouwprogramma met in totaal 131 woningen. Waaronder 89 tussen-/hoekwoningen, 14 tweekappers, 6 vrijstaande woningen en 22 appartementen. Hiervan is 22% in de categorie sociale huur, 12% in de categorie sociale koop, 31% in de middeldure categorie en 34% in de dure categorie geprogrammeerd. Navolgend tabel toont een gespecificeerd overzicht van het beoogde woningbouwprogramma, met een prijsklasse conform het dan geldende verkoopprijsbeleid gemeente Barneveld. Type
Categorie
Aantal
sociale huur
hoekwoning
2
sociale huur
tussenwoning
5
sociale huur
appartementen
22
sociale koop
tussenwoning
14
sociale koop
hoekwoning
2
middelduur laag
rijwoning
15
middelduur hoog
rijwoning
20
middelduur hoog
seniorenwoning
6
duur
tussenwoning
2
duur
hoekwoning
21
duur
vrijstaand
6
duur
twee-onder-een-kapwoning
14
duur
seniorenwoning
2
Totaal
131
Afbeelding 7 toont de beoogde indeling en het woningbouwprogramma in het plangebied.
8
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I Afbeelding 7. Beoogde situatie plangebied met woningbouwprogramma (bron ontwerp-beeldkwaliteitsplan Woudse Erven, 21 november 2019)
Ontsluiting De huidige aantakking van de Nederwoudseweg op de hoofdontsluitingsweg in het noordoosten wijzigt in een fietsoversteek ter plaatse van de bestaande hoeve op nummer 80. Een nieuwe ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg Burg. van Diepeningenlaan wordt mogelijk ongeveer 30 meter ten zuiden van de bestaande hoeve. Op deze wijze wordt rekening gehouden met andere aanknopingspunten op de hoofdroute en ontstaan twee goed verkavelbare gebieden. De ontsluitingsweg van het deelgebied probeert het oude beeld van een landweg op te roepen met sloot en enige bomen (groepen). Aan de westzijde sluit hij aan op de verbinding tussen 'Eilanden Oost en West'. Aan de oostkant van de hoofdontsluitingsweg bevindt zich een hoofdwatergang. Aan de zuidzijde is langs de groene ruimte naar de hoeve 'Groot Butselaar' een toekomstige verbinding gedacht naar het volgende deel van de 'Woudse Erven'. Het laatste deel van de Nederwoudseweg aan de westzijde wijzigt eveneens in een fietspad om sluipverkeer door de wijk te voorkomen. Groen en water Haaks op de landweg worden het noordelijk en zuidelijk deel door twee groenblauwe ruimtes opgesplitst in totaal zes clusters. Het planvoornemen is de aanwezige groenstroken binnen de plangrens deze deels als wadi in gebruik te nemen en deels in te richten als speelplek.
Aan de oostkant van het plangebied wordt een waterpartij gerealiseerd.
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
9
Woudse Erven I
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9.
Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing in plangebied Het beoogde plan is in lijn met de bovengenoemde nationale belangen. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
10
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (zie toelichting).
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerk ing in plangebied De Crisis- en herstelwet is in dit geval van toepassing, want het plan is gericht op de bouw van 131 woningen in een aaneengesloten gebied (artikel 1.1, eerste lid onder sub a Chw jo. artikel 3.1 van Bijlage I Chw).
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
11
Woudse Erven I
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid vestigingsklimaat woon- en leefklimaat
Voor de beoogde ontwikkeling is met name het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Daarbij zijn de volgende ambities opgesteld: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Met de beoogde ontwikkeling wordt hier invulling aangegeven door duurzame woningbouw toe te passen. De woningen worden gebouwd conform de BENG-norm (verplicht per 1 juli 2020) en aardgasloos gebouwd. Daarnaast zullen zonnepanelen, warmtepompen en klein verticale windturbines opgenomen worden in de bouwaanvraag. De intentie is om voornoemde een integraal onderdeel te laten zijn van het ontwerp. Het beoogde programma varieert in woningbouwtypen (rijtjes, twee-onder-een-kap, vrijstaande woningen en appartementen) en prijs. Daarmee speelt de ontwikkeling in op de diversiteit aan woningvraag.
Uit toelichting paragraaf 4.4.2 blijkt dat het voorgenomen plan past binnen de gestelde ambitie(s) van Regio Foodvalley. Daarnaast is het plangebied aangewezen voor de mogelijkheid van grote zonneparken en windenergie 12
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I aandachtsgebied. Met de beoogde ontwikkeling wordt hier geen gebruik van gemaakt. Echter sluiten de gronden direct aan op bestaand bebouwd gebied en is er nog voldoende ruimte beschikbaar op meer geschikte gronden voor de genoemde mogelijke gebruiken. Bovendien zijn hiervoor verder geen regels opgenomen waaraan voldaan dient te worden. Gesteld wordt dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In december 2018 is de Omgevingsverordening voor het laatst geactualiseerd. In het actualisatieplan 6 Omgevingsverordening (december 2018) blijkt dat er voor het plangebied gewijzigde regels van toepassing zijn. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Doorwerk ing in plangebied Voor het plangebied is kaart 2 'Regels Landbouw' van toepassing. De gronden maken deel uit van het gebied dat is aangewezen voor Plussenbeleid.
Binnen dit gebied maakt een bestemmingsplan een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels. Er is met de beoogde ontwikkeling geen sprake van uitbreiding van een veehouderijbedrijf. Het Plussenbeleid is daarmee niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Tevens is kaart 3 'Regels Glastuinbouw' van toepassing op het plangebied. Hiervoor geldt dat hervestiging, uitbreiding of nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven verboden is. Van voornoemde is geen sprake met de beoogde ontwikkeling aan de Nederwoudseweg in Barneveld. Het plangebied is niet gelegen in een beschermd of waardevol natuurgebied. In artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland is bepaald dat indien een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties mogelijk maakt dat slechts is toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Het plangebied maakt deel uit van de Regio Foodvalley. Uit toelichting blijkt dat het voorgenomen plan past binnen de gestelde ambitie(s) van Regio FoodValley.
Er zijn verder geen regels van toepassing voor de gronden van het plangebied vanuit de omgevingsverordening. Gesteld wordt dat de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.3
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het "Woudse Erven I" (vastgesteld)
13
Woudse Erven I waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (zie toelichting).
4.4
Gemeente
4.4.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hier binnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Navolgende afbeelding 8 toont een uitsnede uit de kaart van de structuurvisie van de gemeente Barneveld.
Afbeelding 8. Uitsnede kaart structuurvisie gemeente Barneveld (plangebied zwart omcirkeld)
Het plangebied is op de kaart van de structuurvisie aangewezen als 'zoekgebied wonen'. Naast de verdichting van bestaand stedelijk gebied en de invulling van herstructureringslocaties zal de komende jaren ook een uitbreiding van bestaand stedelijk gebied nodig zijn. De gemeente is hier ook al actief mee aan de slag. Een belangrijk deel van deze uitbreidingsgebieden liggen in het zuidelijk deel van Barneveld en zijn op provinciaal niveau aangewezen als zoekzone voor verstedelijking. In de eerste plaats zal het gebied De Burgt in de komende jaren verder ontwikkeld worden. De randzone van De Burgt leent zich voor vormen van meervoudig ruimtegebruik in de vorm van geluidwerende 14
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I voorzieningen, gecombineerd met woningen, perifere detailhandel e.d., die met elkaar een buffer vormen tussen de woonwijk en de omringende wegen.
Doorwerk ing in plangebied Met de beoogde woningbouwontwikkeling wordt aangesloten bij de structuurvisie van de gemeente Barneveld. De locatie is reeds aangewezen voor woningbouw en sluit aan op de bestaande bebouwing.
4.4.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021 en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur; € 432,51 (kwal. kort. grens), € 619,01 (1e aftopping) en € 663,40 (2e aftopping) en € 737,14 (Liberalisatiegrens) en sociale koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (middenhuur tot € 991,27 en koop tot € 260.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 260.000. In Regio Foodvalley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie.
Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gemiddeld betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middelhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 185.000 in 2018) en middeldure huurwoningen (prijsgrens van € 950,- in 2018).
In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middeldure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2019 is dit € 42.436). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.
Doorwerk ing in plangebied Met de beoogde ontwikkeling van in totaal 131 woningen in de gemeente Barneveld wordt er deels invulling "Woudse Erven I" (vastgesteld)
15
Woudse Erven I gegeven aan de woningbouwopgave uit de Woonvisie Barneveld 2017-2021. Tevens wordt er met de ontwikkeling van zowel goedkope, middeldure, dure koopwoningen en sociale huurwoningen ingespeeld op de vraag naar een divers woningaanbod. Voor de sociale koop- en huurwoningen, is de doelgroepenverordening van toepassing. De beoogde goedkope woningen (huur en koop) dienen gedurende een termijn van ten minste 10 jaren na eerste ingebruikname voor de doelgroep sociale huur-/koopwoning beschikbaar te blijven. Overigens bestaat de categorie middelduur uit twee subcategorieën: 15 rijwoningen in de categorie middelduur laag (met kleinere tuinen) en 26 rijwoningen in de categorie middelduur hoog. Gesteld wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de woningbehoefte in Barneveld.
4.4.3
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven.
Doorwerk ing in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de in de gemeente gebruikelijke bouw- en gebruiksmogelijkheden opgenomen, alsmede de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft.
4.4.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen 16
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst).
Wet Voortgang EnergieTransitie (VET) voor aardgasvrij bouwen Per 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen en andere gebouwen met een kleinverbruikaansluiting geen aardgasaansluiting meer. Dit staat in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). De Wet VET is een stap in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving wordt uitgefaseerd. In dit plan worden de nieuwbouw woningen aardgasvrij gerealiseerd.
Wettelijk e eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. De beoogde woningen van voorliggend initiatief zullen voldoen aan de BENG-norm.
Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik gaat de voorkeur uit naar het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. De ambitie van de woningstichting is te bouwen conform de verwachte BENG normen in 2021 en aardgasloos. Deze ambitie wordt ook van de andere woningen minstens verwacht. Bij de eerste schetsen voor de bouwaanvragen horen de plaatsing van zonnepanelen, warmtepompen en kleine verticale windturbines een vast thema te zijn. De intentie is dat deze een integraal onderdeel zijn van het ontwerp en niet detonerend werken. Ook andere zaken als de waterberging op eigen terrein, de berging met sedum of zonnepanelen en groene erfafscheidingen komen in schetsvorm direct aan bod. Kleinere ruimtes/tuinen vragen immers om innoverende ruimtebesparende oplossingen.
Blinde gevels van metselwerk komen niet meer voor door het toepassen van verticaal groen, groentekweek en nestkasten. In de middenberm of berm van de hoofdontsluitingsweg liggen kansen voor moderne trafohuizen, verticale windturbines, centrale energieopslag en afvalinzameling, afgewisseld met bomen, kunst en ander groen. Bij de verdere uitwerkingen wordt hiermee rekening gehouden.
Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door middel van waterberging op eigen terrein. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (zie toelichting paragraaf 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. "Woudse Erven I" (vastgesteld)
17
Woudse Erven I
Met het voorgenomen initiatief wordt er zorgvuldig groen ingepast. In het ontwerp zijn meerdere wadi's opgenomen die zullen dienen als bufferings- en infiltratievoorziening. Daarnaast zijn er ook nog enkele watergangen opgenomen in het plan. Door de toepassing van groen, de wadi's en de watergangen wordt rekening gehouden met extremer weer als gevolg van klimaatverandering.
4.4.5
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (zie toelichting).
18
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Om aan te kunnen tonen of de bodemkwaliteit ter plaatse al dan niet geschikt is voor de beoogde functie heeft er een actualiserend bodemonderzoek plaats gevonden door Arnicon B.V. (22 juni 2017, zie Bijlage 1). Navolgend worden de conclusies van het onderzoek beschreven. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese 'onverdacht' voor bodemverontreiniging met PCB's in de bovengrond en de licht verhoogde gehalten aan barium en zink in grondwater. De licht verhoogde gehalten in de grond- en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen. Er wordt gesteld dat in verband met de voorgenomen herontwikkeling op de locatie milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn. De bodem op de locatie is geschikt voor het beoogde gebruik.
Aanbevelingen Eventuele afvoer van grond dient plaats te vinden conform de regelgeving in het Besluit bodemkwaliteit. Eventuele vrijkomende grond kan op de locatie hergebruikt worden. Voor hergebruik als bodem binnen de locatie is het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing. Dit geldt ook voor de depot grond bij de nieuwbouwlocatie. Aan hergebruik van licht verontreinigde grond zijn beperkingen verbonden. Wanneer grond van de locatie vrijkomt en elders wordt toegepast, dient in principe te worden gehandeld conform het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond.
Aandachtspunten/aanvullingen Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning(en) dient aandacht te worden besteed aan de volgende aspecten: De boerderij op Nederwoudseweg 80 behoort niet tot het onderzoeksgebied. Dit geldt echter niet voor een tweetal bij die boerderij behorende schuren. De betreffende schuren waren/zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking die (in het verleden) niet (allemaal) voorzien waren/zijn van een dakgoot. Ten tijde van het actualiserend bodemonderzoek heeft ter plaatse minimale visuele inspectie van het maaiveld op asbest plaatsgevonden en is de toplaag van de aanwezige druppelzones niet verkennend onderzocht op de aanwezigheid van asbest. In de periode van 2019 tot heden blijkt dat het aanwezige parkeerterrein is verdwenen en dienstdoet als grondopslag. Deze opslag vindt ook plaats buiten het voormalige parkeerterrein. De kwaliteit van de ter plaatse opgeslagen grond is echter niet bekend bij de omgevingsdienst. De milieuhygiënische kwaliteit van het in 2017 tot heden aanwezige gronddepot ter plaatse van het westelijk gelegen opslagterrein en de aanwezige grondwal ter plaatse van het voormalige parkeerterrein is onbekend. De herkomst van deze partijen grond is eveneens niet bekend bij de omgevingsdienst.
Ter plaatse van het westelijk gelegen opslagterrein en het voormalige parkeerterrein is tot een diepte van 0,2 à 0,4 m -mv sprake van opgebracht recyclinggranulaat/funderingsmateriaal. Gesteld wordt dat dit gecertificeerd materiaal betreft. Het kwaliteitsdocument ontbreekt echter. In het plangebied is sprake van een sloot. De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is onbekend. Uit de verbeelding van het voorontwerp blijkt dat deze betreffende sloot zal verdwijnen. Mogelijke geldt dit ook voor de sloot gelegen een de zuidzijde van het betreffende plangebied. Deze aspecten komen nader aan bod in het kader van de omgevingsvergunning(en). "Woudse Erven I" (vastgesteld)
19
Woudse Erven I
5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Voor het gehele grondgebied van gemeente Barneveld is een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar locaties waar mogelijk nog niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig kunnen zijn (Expload, kenmerk RN-14037-2.0, d.d. 27 oktober 2015). Ten zuiden van het plangebied zijn 2 vliegtuigbommen ingeslagen. Op de onderstaande kaartuitsnede (afbeelding 11) is het verdachte deel in rood weergegeven.
Afbeelding 11 Uitsnede CE-risicokaart van Barneveld
Conclusie/advies Het verdachte deel in (rood aangegeven tot 100m van het inslagpunt) ligt nog ruim ten zuiden van het plangebied. Er is geen verder onderzoek naar explosieven uit WOII nodig.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 20
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I
5.2.1
Archeologie
De Wet op de archeologische monumentenzorg vraagt van gemeenten in de voorbereidingsfase van nieuwe bestemmingsplannen de archeologische verwachtingswaarde in de bodem te (laten) onderzoeken. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Afbeelding 12 toont een uitsnede uit de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van Barneveld.
Afbeelding 12. Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingenkaart van Barneveld (plangebied rood omkaderd)
Uit de archeologische waarden- en verwachtingenkaart blijkt dat een gedeelte van de gronden een middelhoge verwachtingswaarde hebben (geel). Het betreft hier een lage dekzandwelving met diepte van circa 10-25 cm. De rest van de gronden (groen) bestaat uit een beekdal en beekoverstromingsvlakte met een lage archeologische verwachtingswaarde. Er is door RAAP (5 juli 2019, zie Bijlage 2) een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. In de rapportage van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem in het plangebied bestaat uit een bouwvoor veelal abrupt overgaand in de C-horizont. Het betreft verspoeld dekzand dan wel beekafzettingen met in de top veel ijzerconcreties. Er is geen esdek aanwezig. Ook zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. De dekzandwelving die op basis van een miniem hoogteverschil op het AHN verwacht werd binnen het plangebied is niet aanwezig. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de bevindingen van het onderzoek worden geen archeologische vindplaatsen binnen het plangebied verwacht. De archeologische verwachting voor het terrein kan worden bijgesteld naar laag. In onderhavig bestemmingsplan hoeft derhalve geen dubbelbestemming te worden opgenomen. "Woudse Erven I" (vastgesteld)
21
Woudse Erven I
Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is dan ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
5.2.2
Historische stedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedenbouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedenbouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde. Er bevinden zich geen monumenten in het plangebied.
5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is niet aangeduid als zeer hoog gewaardeerd landschap (waarde 5) of hoog gewaardeerd landschap (waarde 4). Het is daarmee niet noodzakelijk om een dubbelbestemming voor cultuurlandschappelijke waarden op te nemen in het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het aspect cultuurlandschappelijke waarden.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.
5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het plangebied bevindt zich op circa 4 km van het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (Veluwe). Om aan te kunnen tonen of er al dan niet gevolgen zijn voor de stikstofdepositie voor nabijgelegen Natura 22
"Woudse Erven I" (vastgesteld)
Woudse Erven I 2000-gebieden is er een Aerius-berekening uitgevoerd door SPA WNP ingenieur (8 november 2019, zie Bijlage 3). De stikstofdepositieberekeningen zijn uitgevoerd met de nieuwste Aerius Calculator, versie 2019. Hierin zijn de stikstofemissies voor de beoogde situatie opgenomen. De beoogde situatie bestaat uit de aanlegfase en de gebruiksfase. De berekening van de aanlegfase is opgenomen in Bijlage 4 en de berekening van de gebruiksfase is opgenomen in Bijlage 5. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden. Er is geen aanvullende verplichting voor een Wnb vergunning.
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets voor 'Woudse Erven' uitgevoerd door Arcadis (31 augustus 2017, zie Bijlage 6). De conclusies worden navolgend beschreven. Op basis van de quickscan die is uitgevoerd is vastgesteld dat er geen vaste verblijfsplaatsen van beschermde soorten binnen het plangebied voorkomen. Een uitzondering hierop zijn algemene broedvogels. Door buiten het seizoen te werken, worden effecten op broedvogels voorkomen. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundige ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.
De Natuurtoets uit 2017 is nog valide minus kleine marterachtigen. Hiervoor wordt geen algemene ontheffing meer gegeven door de provincie. In het plangebied kunnen kleine marterachtigen niet worden uitgesloten, dus zullen bij de verdere uitwerking compenserende maatregelen moeten worden genomen. Verder dient er bij de uitvoering rekening gehouden te worden met de zorgplicht: werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt. Wanneer het genoemde advies wordt opgevolgd en de zorgplicht in acht wordt genomen zal het aspect soortenbescherming geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Het plangebied is gelegen Buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming, maar de aanwezige houtopstanden en bomen voldoen niet aan de criteria van de Wet natuurbescherming en is daarom niet van toepassing. "Woudse Erven I" (vastgesteld)
23
Woudse Erven I
Wel is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing, omdat nabij Nederwoudseweg 80/80a één berk moet worden gekapt om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. De overige aanwezige houtopstanden, hoofdzakelijk bestaande uit elzen- en berkenopslag aan en nabij de Nederwoudseweg, voldoen niet aan de criteria van de APV en kunnen vergunningsvrij worden verwijderd.
Bomen Effect Analyse Er is voor het onderhavige project een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd (Pius Floris Boomverzorging, d.d. 4 februari 2020): zie Bijlage 9. De BEA heeft plaats gevonden bij 5 elzen (boom 1 t/m 5) en 1 berk (boom 6) aan de Nederwoudseweg (zie afbeelding 13). De onderzoeksvraag is of deze bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie met de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden kunnen worden.
Afbeelding 13. Boomnummers (bron: Bomen Effect Analyse, 4 februari 2020)
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de bomen 1 t/m 5 in de huidige situatie een matige toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar hebben. Bouwwerkzaamheden zullen geen invloed hebben op de bomen 1 t/m 5, omdat daar geen bouwactiviteiten plaats gaan vinden. Boom 6 bevindt zich in de huidige situatie op particulier terrein. De boom heeft een goede conditie. De toekomstverwachting onder gelijkblijvende omstandigheden staat dan ook op meer dan 15 jaar. Op de locatie van boom 6 is echter nieuwbouw gepland. De schade aan wortels en aan kroon zullen groot zijn en een zeer negatief effect hebben op de conditie en de toekomstverwachting van deze boom. Boom 6 kan dan ook niet worden gehandhaafd.
5.3.2
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones
Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. 24