Waswordtlijst APV actualisering najaar 2021 met OW.docx
Tekst van het document
8.De houder van de inrichting informeert omwonenden vooraf schriftelijk over de incidentele festiviteit.
8.De houder van de inrichting informeert omwonenden vooraf schriftelijk over de incidentele festiviteit.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening.
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Gelderland.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
18
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
a. bomen met een diameter van minder dan 25 centimeter op 1.30 meter hoogte, tenzij deze in het kader van een herplantplicht zijn geplaatst. Bij bomen met meer stammen geldt de diameter van de dikste stam;
a. bomen met een diameter van minder dan 25 centimeter op 1.30 meter hoogte, tenzij deze in het kader van een herplantplicht zijn geplaatst. Bij bomen met meer stammen geldt de diameter van de dikste stam;
b. de uitzonderingsgronden zoals opgenomen in artikel 4.1, onder c tot en met h van de Wet natuurbescherming;
b. de uitzonderingsgronden zoals opgenomen in artikel 4.1, onder c tot en met h van de Wet natuurbescherming;
c. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag.
c. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag.
3.Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan enkel worden ingediend door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 4.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
3.Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan enkel worden ingediend door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 4.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
a. de natuurwaarde van de houtopstand; a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de ruimtelijke betekenis van de houtopstand; b. de ruimtelijke betekenis van de houtopstand; c. de cultuurhistorische/monumentale waarde van de houtopstand; of d. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 5.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 6.Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
c. de cultuurhistorische/monumentale waarde van de houtopstand; of d. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 5.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 6.Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
7.Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning bijzondere voorschriften verbinden ten aanzien van gebruikmaking van de vergunning.
7.Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning bijzondere voorschriften verbinden ten aanzien van gebruikmaking van de vergunning. Toelichting: Per 1 maart 2021 is de Plantenziektewet vervangen door de Plantgezondheidswet.
19
Bestaande tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
Nieuwe tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingsverordening Gelderland.
3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Nieuwe tekst Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
2.Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
20
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:17 Definitie Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor verstaan: een niet-grondgebonden geen omgevingsvergunning voor het bouwen in onderkomen of voertuig, dat bestemd of de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Nieuwe tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.Het is verboden een voertuig met een geringe economische waarde, dat tevens rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
Nieuwe tekst Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.Het is verboden een voertuig met een geringe economische waarde, dat tevens rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet
21
milieubeheer of Besluit activiteiten leefomgeving. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op of aan de weg te plaatsen of te hebben;
a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op of aan de weg te plaatsen of te hebben;
b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Gelderland.
3.Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingsverordening Gelderland.
4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
Nieuwe tekst Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2.Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
2.Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a.de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
22
a.de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b.een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
b.een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Gelderland.
Nieuwe tekst Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de Omgevingsverordening Gelderland. 2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, 2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:23 Organiseren van een rommelmarkt 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een rommelmarkt te organiseren.
Nieuwe tekst Artikel 5:23 Organiseren van een rommelmarkt 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een rommelmarkt te organiseren.
2.Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
2.Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
3.De burgemeester weigert de vergunning 3.De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend wegens strijd met het omgevingsplan. bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1.Het is verboden op terreinen binnen natuurgebieden geen weg zijnde, met een
Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1.Het is verboden op terreinen binnen natuurgebieden geen weg zijnde, met een
23
motorvoertuig of een bromfiets te crossen, zowel in recreatief als in wedstrijdverband, dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainingsof proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben..
motorvoertuig of een bromfiets te crossen, zowel in recreatief als in wedstrijdverband, dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainingsof proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben..
2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
3.Het verbod is niet van toepassing op situaties 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, bepalingen omgevingsrecht, het Besluit afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. geluidproduktie sportmotoren. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.het verbranden van zieke planten en houtopstanden waarvoor het plantenziektekundige onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden; b.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; c.sfeervuren in vuurkorven, voor zover er geen afvalstoffen worden verbrand, het hout schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd is, en de vuurkorven een maximale inhoud hebben van 25 liter;
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.het verbranden van zieke planten en houtopstanden waarvoor het plantenziektekundige onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden; b.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; c.sfeervuren in vuurkorven, voor zover er geen afvalstoffen worden verbrand, het hout schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd is, en
24
d.vuur voor koken, bakken en braden. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor: a.het in de maanden november tot en met april verbranden van kap- en snoeihout;
de vuurkorven een maximale inhoud hebben van 25 liter; d.vuur voor koken, bakken en braden. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor:
b.vuren bij de jaarwisseling;
a.het in de maanden november tot en met april verbranden van kap- en snoeihout;
c.kampvuren op het recreatieterrein Zeumeren.
b.vuren bij de jaarwisseling;
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
c.kampvuren op het recreatieterrein Zeumeren.
5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
25