Waswordtlijst APV actualisering najaar 2021 met OW.docx
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Leeswijzer bepalingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Wijziging huidige Algemene plaatselijke verordening ten opzichte van nieuwe APV Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
-
-
-
-
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening Barneveld; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens,
-
-
-
-
-
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt
verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens,
1
-
zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
-
zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
2
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:6 Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing 1.De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, geschorst of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.
Artikel 1:6 Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing 1.De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, geschorst of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.
2.In aanvulling op het eerste lid kan de vergunning of ontheffing ook ingetrokken, geschorst of gewijzigd worden als: a. de exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; en b. de exploitant of de beheerder van een seksinrichting of van een escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
2.In aanvulling op het eerste lid kan de vergunning of ontheffing ook ingetrokken, geschorst of gewijzigd worden als: a. de exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; en b. de exploitant of de beheerder van een seksinrichting of van een escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
3.Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
3
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 0,9 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het verbod is niet van toepassing op steigers, containers, verrijdbare hoogwerkers en mobiele toiletten waarvan de aanwezigheid samenhangt met werkzaamheden aan of bij een nabijgelegen gebouw, mits: a. het voornemen tot plaatsing hiervan ten minste twee werkdagen van te voren schriftelijk gemeld is aan het college; b. deze korter dan vier weken zijn geplaatst; c. deze in totaal minder oppervlakte en volume in beslag nemen dan respectievelijk 15 m² en 10 m3; d. deze niet in strijd zijn met andere weten regelgeving; e. deze geen schade toebrengen aan de weg; f. deze geen gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik ervan; g. deze geen belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; h. een goede en veilige doorgang voor mindervaliden gegarandeerd blijft; i. geen overlast door het plaatsen en hebben van deze objecten wordt veroorzaakt; j. deze niet op een parkeerplaats staat voor het gebruik waarvan aan de gemeente geld verschuldigd is in de vorm van parkeerbelasting of leges; en k.
deze niet tevens als (onlosmakelijk onderdeel van) een voertuig met kenteken zijn aan te merken. 4. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden en aankondigingsborden. 5. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd
2.Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 0,9 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3.Het verbod is niet van toepassing op steigers, containers, verrijdbare hoogwerkers en mobiele toiletten waarvan de aanwezigheid samenhangt met werkzaamheden aan of bij een nabijgelegen gebouw, mits: a. het voornemen tot plaatsing hiervan ten minste twee werkdagen van te voren schriftelijk gemeld is aan het college; b. deze korter dan vier weken zijn geplaatst; c. deze in totaal minder oppervlakte en volume in beslag nemen dan respectievelijk 15 m² en 10 m3; d. deze niet in strijd zijn met andere wet- en regelgeving; e. deze geen schade toebrengen aan de weg; f. deze geen gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik ervan; g. deze geen belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; h. een goede en veilige doorgang voor mindervaliden gegarandeerd blijft; i. geen overlast door het plaatsen en hebben van deze objecten wordt veroorzaakt; j. deze niet op een parkeerplaats staat voor het gebruik waarvan aan de gemeente geld verschuldigd is in de vorm van parkeerbelasting of leges; en k.
deze niet tevens als (onlosmakelijk onderdeel van) een voertuig met kenteken zijn aan te merken. 4.Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden en aankondigingsborden. 5.Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7.Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld
4
gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
bij of krachtens Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
7. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 8.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Omgevingsverordening Gelderland.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning slechts geweigerd worden: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeergelegenheid; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze extra uitweg ten koste gaat van een openbare parkeergelegenheid of het openbaar groen, of er voor die aanleg onvoldoende noodzaak is. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning slechts geweigerd worden: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeergelegenheid; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze extra uitweg ten koste gaat van een openbare parkeergelegenheid of het openbaar groen, of er voor die aanleg onvoldoende noodzaak is. 3.Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of waterschapsverordening. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
5
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde (vecht)sportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f; 2. Onder evenement wordt mede verstaan:
a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde (vecht)sportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f; 2. Onder evenement wordt mede verstaan:
a. een herdenkingsplechtigheid; a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen f. een door de burgemeester aangewezen categorie (vecht)sportwedstrijden of categorie (vecht)sportwedstrijden of gala’s. gala’s. Toelichting: Per 1 juli 2021 heeft de Drank- en Horecawet de naam ‘Alcoholwet’ gekregen.
6
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:27 Definitie
Artikel 2:27 Definitie
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
3. In deze afdeling wordt verder verstaan:
3. In deze afdeling wordt verder verstaan:
a. exploitant: een natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
a. exploitant: een natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
b. leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een openbare inrichting;
b. leidinggevende: de natuurlijke persoon, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een openbare inrichting;
c. bezoeker: de persoon zoals bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.t onder openbare inrichting
c. bezoeker: de persoon zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
Toelichting: Per 1 juli 2021 heeft de Drank- en Horecawet de naam ‘Alcoholwet’ gekregen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd
7
is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit.
2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
3.Voor het verkrijgen van een vergunning dient zowel de exploitant als de leidinggevende: a. minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt; b. te voldoen aan de eisen gesteld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en c. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; d. niet onder curatele staan.
3.Voor het verkrijgen van een vergunning dient zowel de exploitant als de leidinggevende: a. minimaal de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt; b. te voldoen aan de eisen gesteld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en c. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; d. niet onder curatele staan.
4.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
4.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
5.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
5.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant.
6.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet 6.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning. aanvraag om een vergunning. Toelichting: De eerste wijziging is nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijziging treedt pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. De tweede wijziging is nodig omdat de Drank- en Horecawet sinds 1 juli 2021 ‘Alcoholwet’ heet.
Bestaande tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zaterdag tussen 24:00 uur en 06:00 uur. 2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na
Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 24:00 uur en 06:00 uur. 2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na
8
01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.
01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.
4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is voorzien.
6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting: Abusievelijk is bij de integrale actualisering van de APV in maart 2020 bepaald dat openbare inrichtingen op maandagen tot en met zaterdagen in beginsel gesloten moeten zijn tussen 24 uur en 6 uur (zie het eerste lid). Dat zou strikt genomen betekenen dat op zondagen deze sluitingstijden niet gelden. Dit was en is echter nooit de bedoeling geweest. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om deze fout te corrigeren. De voorgestelde wijziging in het vijfde lid is nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijziging treedt pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 5.‘Regulering paracommerciële Afdeling 5.‘Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet’ is geregeld in de de Alcoholwet’ is geregeld in de ‘Drank- en ‘Drank- en Horecaverordening gemeente Horecaverordening gemeente Barneveld’. Barneveld’. Toelichting: Per 1 juli 2021 heeft de Drank- en Horecawet de naam ‘Alcoholwet’ gekregen. Bestaande tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
Nieuwe tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
9
b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1.Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
Nieuwe tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1.Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
2.Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Gelderland.
2.Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Gelderland of waterschapsverordening. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. de Alcoholwet. Toelichting: Per 1 juli 2021 heeft de Drank- en Horecawet de naam ‘Alcoholwet’ gekregen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst 10
(geen)
Artikel 2:48b Overlast door lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, als dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Toelichting: zie het raadsvoorstel
11
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:57 Loslopende honden
Artikel 2:57 Loslopende honden
1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn;
b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn;
c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of
c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of
d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;
d. op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;
e. op recreatiegebied Zeumeren in de periode van 1 mei tot 1 oktober; of f. in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en het Geldersch Landschap en Kasteelen als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn. 2.Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitrenplaatsen (HUP). 3.Het eerste lid, aanhef en onder e of f, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenlosloopgebieden in natuurgebieden. 4.Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 5.Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vrijstelling in het vierde lid. 6.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
e. op recreatiegebied Zeumeren in de periode van 1 mei tot 1 oktober; of f. in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en het Geldersch Landschap en Kasteelen als de hond niet is aangelijnd met een fysieke lijn. 2.Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenuitrenplaatsen (HUP). 3.Het eerste lid, aanhef en onder e of f, is niet van toepassing op door het college aangewezen hondenlosloopgebieden in natuurgebieden. 4.Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 5.Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vrijstelling in het vierde lid.
6.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Toelichting: omdat het onduidelijk was waarom een hond op de openbare weg wel een halsband of een ander identificatiekenmerk moest hebben maar op een andere openbare plaats niet, wordt deze wijziging voorgesteld. Bestaande tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade
Nieuwe tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade
12
aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.
2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Nieuwe tekst Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, zoals lachgas of 3MMC, te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Toelichting: zie raadsvoorstel
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:7 Weigeringsgronden
Artikel 3:7 Weigeringsgronden
13
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als de exploitant of de beheerder: a. onder curatele staat; b. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; c. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; d. onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; e. binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. f. minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; g. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken of strafbeschikkingen onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van minstens 500 euro of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°.
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke verordening gemeente Barneveld; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 252, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; 6°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als de exploitant of de beheerder: a. onder curatele staat; b. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; c. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; d. onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; e. binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. f. minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; g. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken of strafbeschikkingen onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van minstens 500 euro of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°.
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke verordening gemeente Barneveld; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 252, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; 6°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen
14
7°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 2.Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 3. De periode van vijf jaar, genoemd in het eerste lid, wordt teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning wordt eveneens geweigerd als: a. de vestiging, wijziging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een voorbereidingsbesluit of een beheersverordening; b.
er aanwijzingen zijn dat voor of bij de seksinrichting of het escortbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel, dan wel verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen. 6.Een vergunning kan worden geweigerd: a. voor een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. de openbare orde, zedelijkheid, woon- en leefomgeving of de veiligheid van personen of goederen, de arbeidsomstandigheden van prostituees of de gezondheid van prostituees of bezoekers nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.
7°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 2.Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, of artikel 76, tweede lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; 3.De periode van vijf jaar, genoemd in het eerste lid, wordt teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. 4.Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5.Een vergunning wordt eveneens geweigerd als: a. de vestiging, wijziging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan, of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan; b.
er aanwijzingen zijn dat voor of bij de seksinrichting of het escortbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel, dan wel verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen. 6.Een vergunning kan worden geweigerd: a. voor een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. de openbare orde, zedelijkheid, woon- en leefomgeving of de veiligheid van personen of goederen, de arbeidsomstandigheden van prostituees of de gezondheid van prostituees of bezoekers nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.
15
Toelichting: De eerste wijziging is nodig omdat per 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet de naam ‘Alcoholwet’ heeft gekregen. Met de tweede wijziging wordt een onjuiste verwijzing gecorrigeerd. De derde wijziging is nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn. Bestaande tekst Artikel 3:12 Sluitingstijden 1.Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 en 06.00 uur.
Nieuwe tekst Artikel 3:12 Sluitingstijden 1.Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 en 06.00 uur.
2.Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
2.Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn.
3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn.
4.Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid laat onverlet dat voor de daarin geregelde onderwerpen voorschriften kunnen gelden die bij of krachtens de Wet milieubeheer of bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gesteld zijn.
4.Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid laat onverlet dat voor de daarin geregelde onderwerpen voorschriften kunnen gelden die bij of krachtens de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gesteld zijn.
Toelichting:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:1 Definities
Artikel 4:1 Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
-Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
- gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; -gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; -houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; -incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
- collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; -gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; -houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
-inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien
16
verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; -onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
-incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; -inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2,4:4 en 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; -onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Toelichting: Deze wijzigingen zijn nodig om de APV aan te laten sluiten bij de Omgevingswet en op basis daarvan opgestelde regelingen. Deze wijzigingen treden pas in werking als het college een besluit daartoe neemt. Dat zal gebeuren wanneer die wet- regelgeving in werking treedt. De huidige verwachting is dat dit op 1 juli 2022 zal zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
1.Het is een inrichting, die op grond van het geldende bestemmingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren, toegestaan om incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, niet van toepassing zijn, mits:
1.Het is een inrichting, die op grond van het omgevingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren, toegestaan om incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, niet van toepassing zijn, mits:
a. het totaal van de collectieve en incidentele festiviteiten in een inrichting niet meer bedraagt dan twaalf festiviteiten per kalenderjaar; en
a. het totaal van de collectieve en incidentele festiviteiten in een inrichting niet meer bedraagt dan twaalf festiviteiten per kalenderjaar; en
b. de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
b. de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
2.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
3.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
3.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
4.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
4.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
5.Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten op de
5.Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten op de
17
gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
6.De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
6.De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
7.Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag betreft.
7.Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag betreft.