CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Veluweweg XVII partiele herziening Kootwijkerbroek Stroe17.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

(januari 2023) bestemmingsplan Plannr. 1716

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 INLEIDING

3

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

4 4 4

Hoofdstuk 3

6

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

8 8 8 9 11 12

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

18 18 18 19 21 22 23 23 24 24 25 26 27 27 28 28

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

30 30 30 30 30 31 31

Hoofdstuk 7

33

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

34 34 34 35 35

Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

37 38

2

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Veluweweg tussen 98 - 104, Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om een woning te realiseren. Om dit verzoek mogelijk te maken is ook het verzoek ingediend de specifieke aanduiding voor bedrijf, te weten 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek p.o. < 200 m2' voor het perceel Veluweweg 106 te verwijderen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

afbeelding: ligging locatie

Voorliggend plan, partiële herziening van de verbeelding, bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

3

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Veluweweg tussen 98-104 in de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door agrarische gronden. De grens aan de zuidzijde wordt gevormd door een kapperszaak en aan de westzijde liggen tuinen en de Veluweweg. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer,

afbeelding: begrenzing

2.2

Geldende bestemmingen

2.2.1

Bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" en heeft de bestemmingen 'Wonen 1' en 'Bedrijf - 2' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Realisatie van een woning is binnen deze bestemmingen niet toegestaan in verband met het ontbreken van een bouwvlak en de strijdigheid met de bestemming 'Bedrijf - 2'.

4

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

afbeelding: aangrenzende bestemmingen

In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk om de bouw van de woning en de verwijdering van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek p.o. < 200 m2' mogelijk te maken.

2.2.2

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

5

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Het perceel dat is gelegen tussen de huisnummers 98 en 104 aan de Veluweweg, heeft in de hudige situatie een woon- en een bedrijfsbestemming. De afstand tussen de percelen Veluweweg 98 en 104 is ruim 30 meter. Vanwege de ligging in bebouwd gebied, kunnen dergelijke percelen als inbreidingslocatie worden aangemerkt. Aandachtspunten zijn de stedenbouwkundige inpassing en het kunnen voldoen aan de milieucriteria voor de naastgelegen activiteiten. Verder moet voldaan worden aan de randvoorwaarden, zoals deze in hoofdstuk 5 zijn opgenomen. Naast de aanvraag voor een woning is ook in het verzoek opgenomen het verwijderen van de specifieke bedrijfsaanduiding, te weten 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek p.o. < 200 m2'. Op het perceel Veluweweg 106 is planologisch geregeld dat er een timmerwerkplaats gevestigd is met een productieoppervlakte die niet groter dan 199 m2 mag zijn. Deze bedrijfsvoering heeft een milieucategorie 3.1, waar voor geluid een afstandsnorm van 50 meter geldt. Door het verwijderen van de aanduiding is er sprake van een lagere milieucategorie, te weten milieucategorie 2, dat maakt de bouw van de woning mogelijk.

Inrichting plangebied Door de inbreiding ontstaat een perceel van 579 m², terwijl bij de bestaande woning, Veluweweg 104, een perceelsoppervlakte van 558 m² resteert. De nieuw te realiseren woning wordt, evenals de bestaande woning, planologisch georiënteerd op de Veluweweg. De breedte van het perceel Veluweweg 104 bedraagt langs de weg ruim 23 meter. Het perceel voor de inbreiding wordt 18,80 meter breedte krijgt een diepte van gemiddeld 36 meter. De te bouwen woning kan als vrijstaande woning ruimschoots worden gepositioneerd op deze locatie. Deze kavelbreedte voldoet aan de sredenbouwkundige randvoorwaarde dat percelen ten behoeve van een vrijstaande woning 10 meter moet zijn. De Veluweweweg is een belangsrijke doorgaande weg. Vanwege het aanwezige verkeer worden beide woningen ontsloten via de bestaande uitweg die hiervoor iets moet worden verlegd.

afbeelding: situering woning (donk erder grijs), bebouwing en parkeerplekken

Activiteiten Op het perceel Veluweweg 106 vinden geen activitieten meer plaats die binnen de bestemming 'Bedrijf - 2' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek p.o. < 200 m2' zijn toegestaan. Daarom is er geen behoefte meer aan deze aanduiding voor de timmerwerkplaats te handhaven en is er mee ingestemd de genoemde aanduiding te verwijderen.

6

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Op het naastgelegen perceel, Veluweweg 98/98A, is binnen de bestemming 'Dienstverlening' een kapsalon gevestigd Voor de onderbouwing dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt verder verwezen naar de hoofdstukken 4 en 5 van deze toelichting.

afbeelding: was

/ wordt

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de genoemde beleidskaders en conclusies in de randvoorwaarden in hoofdstuk 5.

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

7

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Doorwerk ing Op het beoogde plan voor de bouw van een woning is geen van de genoemde prioriteiten van toepassing.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

8

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het betreft hier de toevoeging van één woning.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting 1 januari 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

9

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Het aspect klimaatadaptatie is aangemerkt als een provinciaal belang. Vanwege de beperkte omvang van dit plan, de bouw van een woning, hoeft het plan (zonder andere provinciale belangen) niet naar de provincie voor een beoordeling voor dit aspect. Wel moet aan het aspect klimaatadaptatie aandacht worden besteed zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.2.

Doorwerk ing in plangebied Op de bouw van een woning hebben de genoemde onderwerpen verder geen doorwerking.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw: binnen het plangebioed is geen sprake van glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu: er is sprake van een intrekgebied: bestemmingsplanen voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. daarvan is in dit plan geen sprake. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Dit artikel is al in werking getreden (sinds 1 februari 2022) en daar moet bij plannen (in de toelichting) al op worden ingaan.

Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

De locatie van de nieuw te bouwen woning ligt niet op een locatie waar risico's zijn voor wateroverlast. Het betreft hier een kleinschalige ontwikkeling waarbij een belangrijk deel van de verharding dat bij het huidige bedrijf hoord, wordt verwijderd. Daarnaast wordt er een bestaand gebouw gesloopt. Het oppervlak aan verharding verkleind, hiervoor komt een tuin in de plaats. Bij nieuw te bouwen woningen wordt het regewater dat op daken valt opgevangen op het eigen perceel, waar het in de bodem kan wegtrekken. 10

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Doorwerk ing in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening.

4.4

Waterschap

4.4.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.4.2

BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

11

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in bestaand bebouwd gebied ligt.

afbeelding: Structuurvisie Kernen plangebied aangegeven in bestaande bouw

Het plan betreft een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties 12

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur.

Doorwerk ing plangebied Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie.

4.5.2

Dorpsplannen en -visies

In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.

De inpassing van één woning wordt aangemerkt als een kleinschalige ontwikkeling. Hierbij is het van belang de direct aangrenzende omwonenden vroegtijdig op de hoogte te brengen van het voornemen.

Doorwerk ing plangebied De bouw van één woning voorziet in de behoeft in de vraag naar woningen.

4.5.3

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven.

Doorwerk ing in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen zoals deze van toepassing zijn op basis van "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

13

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe het moederplan "Kootwijkerbroek-Stroe". Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een partiële herziening betreft.

4.5.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De woning zal daarom worden voorzien van een warmtepomp. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen.

Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. De afstand ten opzichte van de bestaande woningen is voldoende groot zodat er geen overlast te verwachten is. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. Het zuidelijke gelegen dakvlak van de nieuw te realiseren woning is uitstekend geschikt voor plaatsing van zonnepanelen. Bij regulier woongebruik zal daarmee grotendeels voorzien kunnen worden in het stroomverbruik van het huishouden. Dit dakvlak voorziet in een zodanige oppervlakte dat een aanzienlijke hoeveelheid panelen kan worden geplaatst. Bij voorkeur wordt meteen rekening gehouden met de capaciteit voor het laden van een elektrische personenauto. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en 14

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. Voor de nieuwe woning zal gekeken worden naar gezonde en duurzame materialen. Dit zal verwerkt worden in de MPG-rapportage waarbij momenteel de eis 0,8 is. Het ruimtelijke initiatief betreft een vergunningsplichtige activiteit waarbij de toepasbare materialen moeten voldoen aan de prestatie-eisen uit het Bouwbesluit. Voorts zal, indien economisch verantwoord en beschikbaar, gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. Niet enkel vanwege het prijspeil dient het gebruik van uitlogende materialen tot een minimum te worden beperkt en daar waar strikt noodzakelijk, slechts in gecoate versie worden toegepast. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Zie hiervoor de opmerking die is gemaakt onder het kopje 'zonnepanelen'. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte.

Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. De bestaande woning Veluweweg 104 is omgeven door een relatief grote oppervlakte aan erfverharding. Door de realisatie van de gevraagde inbreidingswoning dient echter de ontsluiting gezamenlijk te worden aangelegd en enigszins verlegd ten opzichte van de bestaande uitvoering. Naast het feit dat de uitweg veiliger op de openbare weg uit kan monden, zal daarmee ook de hoeveelheid aan verharding reduceren.

Doorwerk ing plangebied In het bovenstaande is beschreven hoe op de onderwerpen uit het Energiebeleidsplan rekening wordt gehouden bij dit plan.

4.5.5

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

15

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5.6 Woonvisie Barneveld 2021-2025 en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.067,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken.

Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.067,- in 2022). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen, goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Er geldt een bepaalde instandhoudingstermijn. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. 16

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.

Doorwerk ing plangebied Op de bouw van één woning is de woonvisie niet van toepassing.

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

17

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. De aanwezige bijgebouwen dateren van na 1994 en zijn voorzien van polyester golfplaten, riet, aluminium en glas. Met inachtneming van deze gegevens gaan wij ervan uit dat een NEN 5707 bodemrapportage niet langer een noodzaak kent. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van dit plan.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.

5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

18

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n).

Conclusie Binnen het plangebied is geen sprake van historische stedenbouwkundige waarden.

5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied waarvoor geen specifieke aanduidingen zijn opgenomen.

Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.

Stikstof Op 1 juli 2021 is de partiële vrijstelling in werking getreden voor de aanlegfase in de bouwsector. De partiële vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en de aanleg. De toevoeging van één woning zal vanwege de afstand van ongeveer 2.500 meter tot het Natura 2000-gebied de Veluwe geen effect hebben op de structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk. Daarom is voor de locatie geen AERIUS berekening uitgevoerd van de aangevraagde situatie. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

19

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is de locatie bezocht door een flora- en faunacontroleur. Er kunnen eventueel algemene zangvogels (zonder jaarrond-beschermde nesten) in de nu nog aanwezige lage beukenhaag gaan broeden. Daarom mag deze pas verwijderd worden als geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Dit valt onder de algemene zorgplicht.

Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

5.3.1.3

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Een herplantplicht is niet aan de orde omdat er geen bomen worden gekapt.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

5.3.2

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones

Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. Voor de EHS uit de Structuurvisie Gelderland zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in 20

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe de plaats gekomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) Uit § 4.3.1.2 Omgevingsverordening blijkt dat het plangebied niet in een GNN of de GO ligt. De ligging van het plangebied is ten opzichte van het GO gebied ongeveer 1.700 meter en ten opzichte van het GNN gebied 1.900 meter. Er zijn daarom geen onderzoeken nodig.

Conclusie De aspecten GNN en GO vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het pan.

5.4

Externe veiligheid

Doel Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt zo nodig het groepsrisico verantwoord.

Wettelijk kader Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt: april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2015). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico.

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'.

Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Binnen het werkveld externe veiligheid wordt sinds jaren gewerkt met twee risiconormen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de ontwikkeling van het Basisnet is hieraan een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand. In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt.

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Dit Basisnet geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet spoor heeft "Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

21

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het hoofdspoorwegennet. Op basis van de wet- en regelgeving omtrent het Basisnet worden, rekening houdend met te verwachten groei van vervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland en verdichting van de ruimte naast het spoor (binnen een afstand van 200 m van het spoor) in met name stedelijke kernen, afspraken gemaakt over de risicoruimte.

Beleidsvisie externe veiligheid In 2009 heeft de gemeente Barneveld de 'Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In deze visie is onder meer vastgelegd hoe in Barneveld nabij risicobronnen zal worden omgegaan met het veiligstellen van een acceptabel niveau van risico's externe veiligheid en beheersbaarheid.

Beoordeling risicobronnen Ten aanzien van het aspect externe veiligheid geldt dat er geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig zijn. Externe veiligheid is derhalve geen relevant milieuaspect.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van dit plan.

5.5

Geluid

De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Bij verlening van de omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan komen in de volgende gevallen de regels van deze wet aan de orde: het bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen en onderwijsgebouwen) binnen zones langs (spoor-)wegen en zones rondom industrieterreinen; het bestemmen van gronden voor de aanleg van nieuwe, dan wel reconstructie van gezoneerde (spoor-)wegen; het bestemmen van gronden voor (nieuwe) industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen en herziening van zonegrenzen van industrieterreinen. De Wet geluidhinder gaat uit van zones langs (spoor-)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. De geluidbelasting op de gevels van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mag in principe niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Indien de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek worden gedaan tot vaststelling van een hogere waarde. Hierbij mag de geluidbelasting de uiterste grenswaarde niet overschrijden.

De voorkeursgrenswaarde en uiterste grenswaarde voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per geluidsbron. In geval van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen of spoorwegen, of binnen de zone van een industrieterrein, is akoestisch onderzoek vereist. De nieuwe woonfunctie is op grond van de Wet geluidhinder aangewezen als geluidgevoelige bestemming. Daarom dient de geluidbelasting vanwege het wegverkeer te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder in samenhang met het geldende geluidsbeleid "Beleidsregels hogere grenswaarden Wet geluidhinder Barneveld 2009". Er is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (zie Bijlage 1 voor het onderzoek). Er is al sprake van het gebruik van stil asfalt, een overdrachtsmaatregel is niet wenselijk en zal niet voldoende geluidsreductie met zich meebrengen op de verdiepingen. Ook verplaatsing naar achteren is niet wenselijk in verband met het stedelijk/landschappelijke beeld. Er is wel sprake van een geluidluwe gevel en buitenruimte. Conform het beleid kan daarom een hogere grenswaarde worden verleend.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van een woning, mits een hogere 22

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe grenswaarde wordt verleend.

5.6

Geur

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan toetst het bevoegde gezag enerzijds of in het plangebied een qua geur acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Anderzijds is het uitgangspunt dat met het plan de omliggende bedrijven niet vergaand in hun ontwikkelingsmogelijkheden mogen worden beperkt. Uitgangspunt voor de toetsing zijn de normen zoals die in of op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn vastgelegd. De Wgv maakt het mogelijk om bij verordening af te wijken van de wettelijke geurnormen. De gemeente Barneveld heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt (bij besluit van 7 oktober 2008). Op 18 oktober 2008 is de Verordening geurhinder en veehouderij in werking getreden, waarbij voor een aantal aangegeven delen van het grondgebied van Barneveld andere normen dan de wettelijke zijn vastgesteld. Op 15 december 2021 is er een nieuwe Verordening door de raad vastgesteld en is de Verordening geur en veehouderij (vastgesteld op 7 oktober 2008) ingetrokken. Deze nieuwe Verordening geurhinder en veehouderij is in werking getreden op 24 december 2021, waarbij opnieuw voor een aantal aangegeven delen van het grondgebied van Barneveld andere normen dan de wettelijke zijn vastgesteld. Het plan is getoetst aan de normen die zijn vastgesteld in deze verordening, voor zover deze normen van toepassing zijn in of rond het plangebied.

Veel bedrijven hebben geen omgevingsvergunning milieu meer nodig, maar vallen onder algemene milieuregels zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aangezien de geurnormen uit de Wgv vrijwel één op één zijn overgenomen in het Activiteitenbesluit, kunnen bedrijven die onder dit besluit vallen ook gewoon worden meegenomen in de Wgv-toets. Onder een 'geurgevoelig object' wordt verstaan: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. In de omgeving van het plangebied kleiner dan 250 meter liggen geen veehouderijen. Gezien deze afstand worden veehouderijen in de omgeving niet als belemmerend door deze ontwikkeling aangemerkt en er is sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat bij de nieuw te bouwen woning. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de realisatie van de woning.

5.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwik keling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro).

"Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)

23

Veluweweg XVII, partiële herziening Kootwijkerbroek-Stroe De ontwikkeling van één woning valt niet onder 'stedelijke ontwikkeling'. Daarom is geen verdere toelichting vereist.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat in deze situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

5.8

Leidingen en laagvliegroutes

Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van dit bestemmingsplan bescherming behoeven.

afbeelding: ondergrondse bestaande leidingen

Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.

Conclusie Het aspect leidingen en laagvliegroutes vormt geen belemmering vppr de realisatie van dit plan.

5.9

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van onderhavige plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ab081501-575b-46ec-83e5-61c04cbad527