CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Veenburgerweg I, partiële herziening buitengebied 2012 (Zwartebroek)27.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Mts Top Koster Veenburgerweg 12, 3785LH Zwartebroek Veenburgerweg 12 berekening gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RmFZMKavZzCM 16 januari 2024, 16:05 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 2 - Beoogd Situatie 2 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

2024 -

0,7 kg/j

45,6 kg/j

2/8

Projectberekening

Situatie 2 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 4 5 6 7 8 

Anders... | Anders... | stationair draaien Energie | Energie | CV woning en sfeerverwarming Mobiele werktuigen | Landbouw | interne transporten Energie | Energie | sfeerverwarming Energie | Energie | sfeerverwarming Verkeersnetwerk

RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 0,3 kg/j 0,3 kg/j

1,6 kg/j 4,7 kg/j 31,4 kg/j 0,4 kg/j 0,4 kg/j 7,0 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 2" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Situatie 2, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Anders... | Anders...

Bron 1 X:162315,35 Y:465905,32 475,48 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Bron 2 X:162043,18 Y:465926,68 629,97 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

-

-

4.745,0 /jaar 1.460,0 /jaar 25,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren manouvreren op het erf X:162233,31 Y:465992,79 145,30 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

4.745,0 /jaar 1.460,0 /jaar 25,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam stationair draaien Uittreedhoogte Locatie X:162223,81 Warmteinhoud Y:466121,45 Spreiding Oppervlakte 0,65 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

0,0 m 0,000 MW 0m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

1,7 kg/j 0,3 kg/j 85,4 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

2,3 kg/j 0,4 kg/j 0,1 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

3,0 kg/j 0,7 kg/j 66,7 g/j

In file

9.490,0 /jaar 2.920,0 /jaar 50,0 /jaar 0,0 /jaar

100,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

1,6 kg/j 0,2 kg/j

6/8

Projectberekening

5

Energie | Energie

Naam CV woning en Uittreedhoogte sfeerverwarming Warmteinhoud Locatie X:162211,69 Y:466136,54 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 6

Mobiele werktuigen | Landbouw

Naam Locatie Oppervlakte Naam

40,0 m 0,220 MW

Stageklasse

interne transporten X:162225,43 Y:466115,1 0,57 ha

Brandstof­verbruik

trekker Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: 1435 l/j nee

NOₓ

4,7 kg/j

NOₓ NH₃

31,4 kg/j 0,3 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

72 u/j

trekker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 1000 l/j

50 u/j

shofel Stage-IIIB, 2011-2013, <= 56 kW, diesel, SCR: 187 l/j nee

20 u/j

7

Energie | Energie

Naam sfeerverwarming Uittreedhoogte Locatie X:162241,33 Warmteinhoud Y:466132,3 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 8

Energie | Energie

Naam sfeerverwarming Uittreedhoogte Locatie X:162213,82 Warmteinhoud Y:466095,61 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

60 l/j

Stof Emissie

NOₓ

21,9 kg/j NH₃ 10,8 g/j NOₓ 5,7 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 3,8 kg/j NH₃ 1,4 g/j

40,0 m 0,220 MW

NOₓ

0,4 kg/j

40,0 m 0,220 MW

NOₓ

0,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

7/8

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20231207_46ea8e9191 Database versie 2023.1_46ea8e9191_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RmFZMKavZzCM (16 januari 2024)

8/8

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Bijlage 4 Verkennend onderzoek naar beschermde flota en fauna

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

61

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA VEENBURGERWEG 12/12A TE ZWARTEBROEK

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl

Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Bron: www.googleearth.nl

Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur

Midden Nederland Makelaars B.V. Dhr. E. Top 23VC112 21 september 2023 25 september 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

1

Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

3 3 4

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING 2.3 BESCHRIJVING BEBOUWING

5 5 5 6

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

7 7 7 7

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

8 8 8

5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN

10 10

6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING

10 10 10

7. SOORTENBESCHERMING 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING

11 11 11 12 12 13 17 18 19 19 20

8 GEBIEDENBESCHERMING 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING

22 22 23 24

9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES

25 25 27

10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER BIJLAGE 5 OVERZICHT BESTAANDE SITUATIE EN GEWENSTE SITUATIE BIJLAGE 6 BIJLAGE BIJ TOEZEGGINGSBRIEF

28 29 27 31 34 SEPARAAT DOCUMENT SEPARAAT DOCUMENT

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Midden Nederland Makelaars B.V. heeft Cozijnsen Flora Fauna Advies een QuickScan uitgevoerd aan de Veenburgerweg 12/12a, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek is een bestemmingswijziging, deze bestaat uit twee onderdelen: de Veenburgerweg 12/12a en de Veenburgerweg 4 in Zwartebroek. De genoemde percelen liggen naast elkaar. Ter plaatse van de Veenburgerweg 12/12a worden twee woningen gerealiseerd. Om dit mogelijk te maken wordt de bestemming gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Daarbij wordt het grootste deel van de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Ter plaatse van de Veenburgerweg 4 komt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – agrarische nevenactiviteit’ te vervallen. De bestemming Wonen blijft daarbij ongewijzigd en er is hier geen sprake van een bouw- of sloopactiviteit, waardoor er alleen voor de werkzaamheden aan de Veenburgerweg 12/12a een ecologisch onderzoek benodigd is. Dit onderdeel is opgenomen in het plan, omdat een van de nieuwe woningen aan de Veenburgerweg 12/12a anders binnen de geurcirkel van de Veenburgerweg 4 zou komen te liggen. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd.

De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).

Bron: www.perceelloep.nl bewerkte kaart.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

3

1.2 Omschrijving gebied

Het perceel bevindt zich in de Gelderse Vallei aan de Veenburgerweg 12 en 12a te Zwartebroek, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Het perceel ligt ten noordwesten van Zwartebroek in een landelijke, voornamelijk agrarische omgeving. Reeds in de 12e eeuw werd begonnen met de ontginning van het gebied. Bij de kruising van de Damweg en de Platanenstraat in Zwartebroek staat een monument van een turfsteker, als verwijzing naar dit turfverleden. Op het perceel is een boerderij gevestigd genaamd ‘Het Goede Leven’ welke in 2002 is overgeschakeld op ‘biologisch boeren’. Tevens wordt er op de boerderij op kleine schaal ruimte geboden aan mensen met een beperking.

1975

2022 Bron: topotijdreis.nl

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

4

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Veenburgerweg 12/12a te Zwartebroek in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland. Op het perceel is een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd, de initiatiefnemer is voornemens deze bedrijfsactiviteiten te gaan beëindigen en de veestallen te gaan slopen. De bestaande woning, een schuur en twee opslagloodsen blijven behouden.

De bebouwing (globaal rood gearceerd) zal gesloopt worden met de voorgenomen plannen. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

2.2 Beschrijving De bebouwing (hieronder globaal) in blauw aangegeven betreft een woning, een schuur en twee opslagloodsen, deze blijven behouden met de voorgenomen ontwikkeling. De bebouwing globaal rood gemarkeerd betreffen de agrarische opstallen welke zullen worden gesloopt. De woning en de te behouden opstallen en een deel van het gebied rond het perceel is betrokken bij het onderzoek om de invloedsfeer van de werkzaamheden buiten het daadwerkelijke plangebied te kunnen vaststellen. Voor het beheer van de omliggende gronden werkt de Initiatiefnemer al achttien jaar samen met Natuurmonumenten. De Initiatiefnemer zorgt onder andere voor het op een ecologisch verantwoorde manier maaien van omliggende gronden en opslag van materialen machines en facilitair onderkomen. Beide partijen geven aan deze samenwerking graag voort te zetten.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

5

2.3 Beschrijving bebouwing

Te handhaven bebouwing Woning (A): De woning is opgetrokken uit gemetselde muren met een spouwruimte. Het zadeldak is pan gedekt, het dakvlak heeft in de kilgoot openingen en aan de gootzijde, het dak heeft overstekende dakranden. Opslagloodsen (B en C): De gevels van de loodsen zijn deels gebouwd op een laag/muurtje (enkel steens) en bestaat verder uit wandbeplating hierdoor is er geen spouwruimte aanwezig. De daken van beiden loodsen zijn golfplaat gedekt zonder dakbeschot. Een klein deel van de loods is ingericht als werkruimte deze is volledig afgesloten met een roldeur. Schuur (D): Is grotendeels opgetrokken uit strak sluitend houtwerk zonder spouwruimte. Het zadeldak is pan gedekt.

Te slopen bebouwing Loods (E): Dit betreft een loods, de gevels zijn gebouwd op een laag/ muurtje (enkel steens) en bestaat verder uit damwandbeplating zonder spouwruimte. Het dakvlak bestaat uit golfplaat zonder dakbeschot. Stal (F): Dit zijn twee varkenstallen die geschakeld staan. De gevels van deze stallen bestaan uit massieve betonelementen van circa 1 meter hoog met daarop houtwerk, er is geen spouwruimte aanwezig. Het voorste gedeelte van deze stal bestaat uit een openruimte zonder kap, het overige gedeelte heeft een golfplaat dak hier is geen dakbeschot aanwezig. Het achterste gedeelte heeft een zadeldak van golfplaat welke is geïsoleerd. Stal (G): Dit betreft een melkveestal, een deel van deze stal is in gebruik als vaste strooimest opslag. De stal heeft een open bouw, bestaande uit een spantconstructie met daarop een zadeldak van golfplaat zonder dakbeschot. De zijkanten zijn open, de kopgevels bestaan uit open houtwerk hierdoor is er geen spouw aanwezig. Stal (H): Dit betreft een varkensstal geschakeld aan deze stal staat een jongvee stal. De varkensstal heeft gemetselde gevels met een spouwruimte, de gevels zijn dicht er zijn geen openstoot voegen aanwezig. Het dakvlak bestaat uit golfplaat. De stal is geheel afgesloten. De geschakelde jongvee stal heeft een zolderruimte welke aan alle zijdes open is. De stal heeft door de openhout bouw geen spouwruimte.

Het dak bestaat uit golfplaat zonder dakbeschot. Voor een verdere beschrijving van de te slopen bebouwing verwijzen we u naar de foto bijlage hier zijn een aantal detail fotos in opgenomen. Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

6

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.

3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens(o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.

3.3 Veldbezoek De locatie is op 21 september 2023 in de ochtend bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het regenachtig weer de tempratuur was circa 17°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

7

4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • • •

Houtopstandenbescherming Soortenbescherming Gebiedenbescherming (Natura 2000)

In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

8

Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •

Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)

De instrumenten zijn: •

Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

9

5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Saneren van eventueel aanwezige asbesthoudende materialen *Slopen van de opstallen (E t/m H) *Bouwrijp maken van het terrein *Realiseren van een tweetal nieuwe woningen inclusief bijgebouw (80m2) *Inrichten van het terrein en de verschillende, nieuwe ontstane, percelen Er is een uitgebreid plan ingediend voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Het plan is opgesteld door Het Geldersch Landschap. Door de diverse aanplant worden de nieuwe woningen zeer goed landschappelijk ingepast en krijgt het gebied een biodiversiteitsimpuls.

6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming De sloopwerkzaamheden hebben mogelijk impact op de rood omcirkelde boom op welke is te zien op de foto. Uitgangpunt moet zijn om de boom duurzaam te behouden. Indien de boom moet worden gekapt, dan moet hier mogelijk een kapvergunning voor worden aangevraagd. Een kapvergunning is nodig indien de boom op een hoogte van 1.30 meter en diameter heeft van ten minste 25 cm. Tijdens de bouw- en sloopwerkzaamheden moeten er voldoende maatregelen worden genomen om de bomen te beschermen zodat deze duurzaam in stand worden gehouden. De richtlijnen voor het werken rondom bomen moeten worden nageleefd. Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

10

7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.

7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1: 1. Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers

Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën vleermuizen

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

11

7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) in de directe omgeving komen geen waarnemingen van beschermde soorten voor. Dichtstbijzijnde waarnemingen betreffen blaasvaren en schubvaren (in een straal van 1-5km). Blaasvaren groeit op beschaduwde plaatsen op vochtige, niet te voedselarme tot niet te voedselrijke, kalkrijke muren of rotsen, zelden op humeuze grond. Schubvaren groeit op oude muren, rotsen, spleten van stenen constructies en kalkstenen muurtjes langs begraafplaatsen en wegen. Het plangebied bestaat volledig uit bebouwing en straatverharding. Daardoor is het voorkomen van bovengenoemde beschermde planten uitgesloten op de planlocatie. Enkele waargenomen soorten betreffen: brandnetel, braamstruiken, paardenbloem en straatgras. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: bosmuis, das, egel, haas, konijn en ree (in een straal van 0-1km). Verder wordt er melding gemaakt van wezel, bunzing, steenmarter, boommarter, eekhoorn en vos (in een straal van 1-5km). De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring en een groot voedselaanbod. Wezels leven vooral in kleinschalige en structuurrijke landschappen met veel natuurlijke elementen en overgangen. Er is een duidelijke binding met vochtig-natte terreinen en oppervlaktewater. Een bunzing maakt zijn schuilplaats in oude holen van bijvoorbeeld konijn, mol, vos en das. Maar ook onder steenhopen, houtmijten, in holle bomen of onder boomwortels. Hij bekleedt zijn hol met gras en mos. In de winter maakt de bunzing zijn schuilplaats op warmere plaatsen, zoals onder stro- en hooibalen bij boerderijen.

De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

12

De boommarter is een uitgesproken bosbewoner onder de marterachtigen en komt voor in grote, structuurrijke bossen - zowel naald-, loof- als gemengd bos – vormen zijn typisch biotoop. De egel leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (Zoogdiervereniging egel 2023). De rode eekhoorn leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2022). Het plangebied herbergt geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen (zoals grondholen) voor das. Het plangebied is omheind, verhardt en bebouwd en maakt naar verwachting geen deel uit van essentieel functioneel leefgebied voor das. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van boommarter en eekhoorn is uitgesloten.

Van de strikt beschermde soorten zoals de das, boommarter, eekhoorn en wezel vind er als gevolg van de voorgenomen ingreep geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats doordat de ingreep zal plaatsvinden in een gebied wat reeds bebouwd, verhard is en het voor deze soorten ontbreekt aan geschikt leefgebied vanwege de eisen die deze zoogdieren stellen aan hun leefgebied. Het voorkomen van de steenmarter en bunzing is op de locatie niet uit te sluiten, in het plangebied zijn er onoverzichtelijke potentieel geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten aanwezig in twee opstallen. Hierdoor is nader onderzoek is noodzakelijk om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van algemeen beschermde soorten waar een vrijstelling voor geldt zoals ree, egel, haas, konijn, en vos. voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren

Effecten Wnb Mogelijke overtreding

Vervolgstappen Nader onderzoek steenmarter/bunzing

7.5 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, bosvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1-5 km). Onderzoek: Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

13

Verblijfplaatsen: Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op. Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken.

Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen: Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken.

Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.

Verblijfplaatsen: De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Sommige vleermuizen bezetten de zomerverblijfplaatsen nog in deze tijd van het jaar, maar er zijn ook soorten die de zomerverblijfplaatsen verlaten hebben en vetrokken zijn naar de winterverblijfplaats, soms op ruime afstand van de zomerverblijfplaats. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

14

De woning is opgetrokken uit gemetselde gevels deze heeft een spouwruimte er zijn geen openstootvoegen aanwezig. Het zadeldak is pan gedekt, het dakvlak heeft in de kilgoot openingen en aan de gootzijde. Tussen de dakrand en de gevel zijn op enkele plaatsen minimale openingen aanwezig hier zijn geen sporen/uitwerpselen aangetroffen. Ervaring met vleermuisonderzoek op dergelijke erven heeft aangetoond dat vleermuizen doorgaans geen verblijfplaats bezetten in de vee stallen. Wel bezetten vleermuizen veelal een verblijfplaats in een woning. In voorliggend geval, blijft de woning behouden en staat de woning buiten het daadwerkelijke plangebied. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen. De gevels en het dakvlak is gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een spouwmuur of het gebouw. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder daken en tussen dakbeschot. De te slopen bebouwing in het plangebied heeft geen dakbeschot bovendien wordt golfplaatdakbedekking vrijwel nooit door vleermuizen gebruikt doordat er onder dit soort daken grote temperatuurverschillen kunnen ontstaan is het klimaat er erg onstabiel.

De gevels van één varkensstal heeft een spouwruimte echter zijn dit soort ruimtes ongeschikt voor gebouwbewonende soorten. Doordat er in de mestputten giftige gassen ontstaan zoals ammoniak, deze gassen verspreiden zich samen met stofdeeltjes (fijnstof) tot in de spouw, door het ontbreken van open stootvoegen en openingen is hier vrijwel geen ventilatie aanwezig. In de jongveestal is een zolderruimte aanwezig, de gewone grootoorvleermuis maakt gebruik van zolders als verblijfplaats. De zolderruimte heeft geen spouwruimte of dakbeschot waardoor deze ruimte goed te beoordelen was op de aanwezigheid van soorten/sporen deze zijn niet aangetroffen. Daarnaast is er in de zolderruimte rondom open waardoor er veel daglicht en tocht aanwezig, daardoor is het klimaat ongeschikt voor de gewone grootoorvleermuis als verblijfplaats. Binnen de onderzoekslocatie zijn meerdere schuren aanwezig. Deze zijn vanwege de bouwstijl (openluchtstallen) geen spouw, golfplaat dak zonder dakbeschot, de stalen constructie en de afwezigheid van geschikte openingen, ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De opstallen waren aan de binnenzijde goed te beoordelen door de afwezigheid van een spouwruimte, daardoor zouden eventuele aanwezige soorten direct opgemerkt worden. Daarnaast zijn er ook geen sporen van vleermuizen die duiden op aanwezigheid aangetroffen.

Wegens het ontbreken van muren met een spouw, holtes en kieren is het voor vleermuizen onmogelijk om in de bebouwing een geschikte verblijfplaats te vinden. Door het ontbreken van potentiële verblijfplaatsen ,donkere schuilplaatsen met een voldoende stabiel klimaat en het niet vinden aantreffen van soorten en/of sporen zijn negatieve effecten door de sloop van de bebouwing uit te sluiten (zie ook ter onderbouwing hiervoor de details in de fotobijlage). Verblijfplaatsen buiten het plangebied: Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Bomen: Er zijn geen bomen aanwezig op de onderzochte locatie die potentieel geschikt zijn als vaste rust en verblijfplaats daarmee zijn boombewonende vleermuizen uit te sluiten.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

15

Foeragerende vleermuizen: Op basis van een beoordeling van de inrichting en het beheer, wordt het plangebied als een beperkt geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren soorten als, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de omgeving van het perceel en vliegen ze over het plangebied terwijl ze foerageren. Gelet op de omgeving en de inrichting van het perceel, wordt het daadwerkelijke plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied naar verwachting toe, doordat er in de nieuw situatie veel nieuwe aanplant aangebracht zal worden. Vliegroutes: Vleermuissoorten gebruiken lijnvormige elementen als oriëntatie punten tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook lantarenpalen en gevels van gebouwen. De bebouwing vormt geen schakel in een lijnvormig element en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Soortenbescherming Vleermuizen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

Kader-Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Watervleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de stand van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant verblijfklimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2,5cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Kader- Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt daarom onderzocht of er voldoende alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze afwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

16

7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, oeverzwaluw, zwarte roodstaart, huismus, spreeuw boomkruiper, buizerd, havik, sperwer, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-5 km). Steenuilen foerageren gemiddeld tot op een afstand van 300 meter van de nestlocatie (BIJ12 2017). Dit gebied wordt ook actief verdedigd tegen andere territoriumhouders. De steenuil zoekt voedsel op plaatsen waar lange en korte vegetatie elkaar afwisselen, zoals schapen en paardenweitjes, erven, moestuinen en tuinen. De kerkuil is een standvogel. Na vestiging blijven ze in de meeste gevallen hun hele leven in hetzelfde gebied. De soort komt voor in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerlanden, heggen, bosjes of houtwallen. Kerkuilen nestelen met voorkeur in hoge, donkere tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, torens en kastelen of in geplaatste nestkasten. Binnen het territorium zijn een aantal vaste plekken die worden gebruikt als nest- of rustplaats. De functionele leefomgeving van een nest moet het hele jaar voldoende voedsel leveren en is daarom van groot belang. Naast foerageergebied en nestlocatie zijn zit- en uitkijkposten binnen het functioneel leefgebied ook van belang (Kennisdocument Kerkuil).

Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2023). De meeste zwaluwsoorten zijn voor het maken van nesten afhankelijk van bebouwing of nestkasten. Onder de dakrand van het woonhuis zijn twee (oude) nesten van de huiszwaluw waargenomen deze nestplaats blijft behouden doordat de woning behouden blijft. De direct omliggende bebouwing rond de nestlocatie blijft eveneens behouden, waardoor eventuele verstoring op een bezet nest door de sloopwerkzaamheden hier niet aan de orde zal zijn. De gierzwaluw is een koloniebroeder en geeft de voorkeur aan stedelijk gebied met een ruim aanbod aan van nestlocaties. De planlocatie is gelegen in agrarisch gebied, op de planlocatie zijn geen geschikte nestlocaties waargenomen.

Bij de voorgenomen plannen zal dan ook geen verstoring of vernietiging van een vaste rust/of verblijfplaats van deze zwaluwsoort optreden. De huismus is voor het maken van nesten afhankelijk van bebouwing of nestkasten. De huismus is tijdens ons bezoek waargenomen op het dak van het woonhuis. Deze wordt vermoedelijk gebruikt als nestlocatie van de huismus. Ook wordt het groene gebied rondom de woning gebruikt als schuil/kwetterplaats, de groentetuin en het erf wordt gebruikt als foerageergebied. De overige opstallen zijn door het ontbreken van dakbeschot niet geschikt als verblijfplaats voor de huismus. Het woonhuis (nestlocatie) en het groen rondom de woning, de groentetuin (leefgebied) blijven behouden. En er zal in de nieuwe situatie veel nieuw groen aangebracht worden wat geschikt zal zijn als leefgebied voor deze soort. De roek is een echte kolonievogel die nestelt in clusters in hoge bomen van. Dergelijke nestclusters zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen, waardoor een broedlocatie van de roek redelijkerwijs Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

17

is uit te sluiten. Negatieve effecten ten aanzien van de roek zijn in de huidige situatie niet te verwachten. Ransuilen nestelen bij voorkeur in naaldbomen, welke op de onderzoekslocatie niet voorkomen. Ze jagen daarnaast voornamelijk in open velden, langs wegbermen en open plekken in bossen. Aangezien er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig zijn in de vorm van open velden, bermen en ruigtes is het redelijkerwijs uit te sluiten dat er negatieve effecten optreden. Tijdens het veldonderzoek zijn er geen in gebruik zijnde jaarrond beschermde nesten van roofvogels aangetroffen van de buizerd, sperwer of havik aanwezigheid van deze soorten zijn op basis van het aanwezige habitat en de mate van verstoring uitgesloten. Deze soorten vinden doorgaans een nestplaats in bossen van een groot areaal en zijn relatief verstoringsgevoelig. Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied aanwezig. De kerkuil of steenuil kan mogelijk nestelen en rusten onder het dak van de open schuren. Er is gezocht naar de aanwezigheid van sporen/braakballen deze zijn niet aangetroffen echter was dit lastig zoeken door de opgeslagen goederen.

Door de sloop van deze bebouwing kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rusten verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van steenuil en kerkuil. Nader veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming wordt overtreden. De planlocatie vormt voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Soortenbescherming Algemene Vogels

Effecten Wnb Geen overtreding

Vogels jaarrond beschermd

Geen overtreding

Vervolgstappen Broedvogelcheck bij sloop in het broedseizoen Nader onderzoek steenuil en kerkuil

7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en de levendbarende hagedis (in een straal 0-1km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Binnen het verharde plangebied is geen open water aanwezig beschermde amfibieën en reptielen worden niet verwacht. broeihopen, structuurrijke vegetaties, heidevelden, voedselarme poelen en zandverstuivingen zijn in het plangebied afwezig. Derhalve kunnen deze worden uitgesloten. De Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

18

onderzoekslocatie vormt geen geschikt landhabitat voor amfibieënsoorten. Mogelijk benutten soorten als gewone pad, of bruine kikker incidenteel de buitenruimte als foerageergebied tijdens de nachtelijke uren. Daarbij gaat het vermoedelijk om zeer lage aantallen (één of enkele individuen). Amfibieën bezetten geen vaste rust- of voortplantingslocatie in het gebied.

Soortenbescherming Amfibieën en reptielen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen Algemene soorten, Zorgplicht

7.8 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Vissen

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: grote vos en grote weerschijnvlinder (0-1km). Van beschermde libelsoorten wordt alleen op grote afstand van het plangebied melding gemaakt Gedurende het veldbezoek zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aanwezig die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden

Effecten Wnb Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

19

7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer: Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de sloop en bouwwerkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied.

Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Effecten Wnb Flora Geen overtreding Grondgebondenzoogdieren Geen overtreding Vleermuizen Algemeen vogels

Geen overtreding Geen overtreding

Vogels jaarrond Beschermd

Geen overtreding

Amfibieën en reptielen Vissen Insecten, libellen en ongewervelden

Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. Nader onderzoek steenmarter/ bunzing N.v.t. Broedvogelcheck bij sloop in het broedseizoen Nader onderzoek steenuil/ kerkuil Algemene soorten/ zorgplicht N.v.t. N.v.t.

Beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter en bunzing. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is nodig. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter aanwezig zijn en door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen van de kerkuil en steenuil. Hierdoor kan verbodsbepaling van de Wnb worden overtreden. Nader veldonderzoek naar deze soorten is nodig. Indien de kerkuil en/of steenuil aanwezig is en een overtreding van een verbodsbepaling niet kan worden voorkomen, dient een ontheffing of vergunning te worden aangevraagd.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

20

Op basis van het veldbezoek is beoordeeld of het functioneel leefgebied van jaarrond beschermde vogelsoorten in het geding komt. De huismus is tijdens ons bezoek waargenomen op het dak van het woonhuis. Deze wordt vermoedelijk gebruikt als nestlocatie van de huismus. Ook wordt het groene gebied rond de woning gebruikt als schuil/kwetterplaats, de groentetuin en het erf wordt gebruikt als foerageergebied. De overige opstallen zijn door het ontbreken van dakbeschot niet geschikt als verblijfplaats voor de huismus. Het woonhuis (nestlocatie) en het groen rond de woning, de groentetuin (leefgebied) blijven behouden. En er zal in de nieuwe situatie veel nieuw groen aangebracht worden wat geschikt zal zijn als leefgebied voor deze soort. Het wordt niet verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden een negatieve invloed zal hebben op soorten waarvan het functionele leefgebied is beschermd doordat deze elementen behouden blijven. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Vogels Categorie 5 De huiszwaluw valt onder categorie 5 soorten, deze nesten en rustplaatsen zijn jaarrond beschermd, indien er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Bij de voorgenomen ontwikkeling blijft de nestlocatie van de huiszwaluw echter behouden en de direct omliggende bebouwing rond de nestlocatie blijft eveneens behouden, waardoor eventuele verstoring op een bezet nest door de sloopwerkzaamheden niet aan de orde zal zijn. Verlichting: Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht.

Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige bebouwing en groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.

Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

21

8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is Arkemheen. Het Natura 2000-gebied Arkemheen bevindt zich op circa 6.3km afstand ten noorden van de onderzoekslocatie.

Bron: www.pdok.nl

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

22

Bron: www.natura2000.nl

Directe effecten op aanwezige kwalificerende niet-broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Tijdens de werkzaamheden is misschien sprake van bronbemaling en/of heiwerkzaamheden. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanlegfase. (sloop opstallen en bouw tweetal woningen) Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase.

8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.

Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

23

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

De onderzoeklocatie is niet in een NNN, maar wel tegen, bestaande natuur en gronden welke een functieverandering van landbouw naar nieuwe natuur ondergaan, gelegen. De Initiatiefnemer zorgt onder andere voor het op een ecologisch verantwoorde manier maaien van omliggende gronden en opslag van materialen machines en facilitair onderkomen. Partijen (Natuurmonumenten, Gelders Landschap en initiatienemer) geven aan deze samenwerking graag voort te zetten.

8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen (Natura2000) zijn uit te sluiten. De ontwikkeling worden uitgevoerd op een reeds bebouwd en verhard plangebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht sprake van bronbemaling en/of heiwerkzaamheden, dit zal echter kortstondig zijn . Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Arkemheen en/of overige Natura2000 gebieden is uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanlegfase. (sloop opstallen en bouw tweetal woningen) Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN gebied. De situatie blijft ten opzichte van bestaande bebouwing onveranderd. Van afname van areaal is eveneens geen sprake, tevens worden mede door de ligging buiten een NNN gebied geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN significant aantasten.

Er is een uitgebreid plan ingediend voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Het plan is opgesteld door Het Gelders Landschap. Door de diverse aanplant worden de nieuwe woningen zeer goed landschappelijk ingepast en krijgt het gebied een biodiversiteitsimpuls. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Veenburgerweg 12/12 a - Zwartebroek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=776cafb5-ee0d-4ac1-8df9-bfd56d7c63e8