CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Veenburgerweg I, partiële herziening buitengebied 2012 (Zwartebroek)27.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

(juli 2024) bestemmingsplan Plannr. 1777

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

12 12 12 13 14 17 17

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

22 22 23 24 26 27 27 29 30 30 30 32 32 32 33 33 34

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

35 35 35 35 35 36 36

Hoofdstuk 7

38

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

39 39 39 40 40

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Lijst planwijzigingen Bijlage 2 Toelichting Natuurmonumenten Bijlage 3 Stikstofberekening Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek

41 42 44 47

2

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Verkennend onderzoek naar beschermde flota en fauna Aanvullend ecologisch onderzoek Veenburgerweg Werken rondom bomen

61 98 119

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel Veenburgerweg 12/12a in Zwartebroek is een verzoek ingediend om de agrarische bedrijfsbestemming te beëindigen en de bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere woning. De agrarische bedrijfsbebouwing wordt hierbij (grotendeels) gesloopt en er worden twee extra vrijstaande woningen gerealiseerd via het functieveranderingbeleid. Daarnaast is het de wens om 125 m² van de bebouwing te gebruiken als onderhoudsgebouw voor natuurbeheer. Om de extra woning op nummer 12/12a mogelijk te maken wordt de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' die op het perceel van nummer 4 ligt verwijderd. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding: ligging van de Veenburgerweg 12/12a en 4 nabij de kern Zwartebroek. Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

Deze partiële herziening is opgesteld vanwege de ontwikkeling aan de Veenburgerweg 12/12a en 4 in Zwartebroek. Het plangebied betreft het gehele bestemmingsplan "Buitengebied 2012", maar alleen ter plaatste van de Veenburgerweg 12/12a en 4 Zwartebroek wordt de verbeelding gewijzigd.

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. Veenburgerweg 12/12a De Veenburgerweg 12/12a heeft in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" de bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Daarnaast gelden op delen van het perceel de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. Tot slot gelden ook de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' voor het gehele perceel en de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' voor een deel van het perceel. Het realiseren van twee vrijstaande woningen en een onderhoudsgebouw is binnen de bestemming 'Agrarisch' niet toegestaan. In artikel 3.7 lid 6 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders de de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van een bouwvlak kunnen wijzigen in de bestemming 'Wonen' om de bouw van maximaal twee extra woningen mogelijk te maken. Voorwaarde is hierbij dat moet worden aangesloten bij de bepaling voor bijgebouwen zoals opgenomen in artikel 20 (Wonen) van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012".

Hierin staat dat de gezamenlijke oppervlakte van de voor de functie wonen vergunde bijgebouwen bij een woning maximaal 400 m2 mag bedragen. In voorliggend plan is sprake van een grotere oppervlakte aan bijgebouwen (521 m2). Er kan daarom geen gebruik worden gemaakt van bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid. Een deel van de oppervlakte aan bijgebouwen (125 m2) wordt via een aanduiding ('specifieke vorm van bos onderhoudsgebouw') bestemd voor natuurbeheer. Ook dit is niet mogelijk via de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Daarom is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2012" ter plaatse van de Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek. Veenburgerweg 4 De Veenburgerweg 4 heeft in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit'. Daarnaast gelden op delen van 6

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 het perceel de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. Ook geldt op een deel van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding'. Tot slot geldt op het perceel de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV'. In artikel 20.7 lid 3 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee burgemeester en wethouders de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' kunnen verwijderen, indien de agrarische nevenactiviteiten zijn beëindigd. Op het perceel is geen sprake meer van agrarische nevenactiviteiten, waardoor gebruik gemaakt kan worden van deze wijzigingsbevoegdheid. In voorliggend plan is echter sprake van één gezamenlijke procedure voor de Veenburgerweg 12/12a en de Veenburgerweg 4. Daarom is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2012" ter plaatse van de Veenburgerweg 4 Zwartebroek. 2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Veenburgerweg 12/12a Op het perceel Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek bevindt zich een agrarisch bedrijf met één agrarische bedrijfswoning (nummer 12) en een vergunde inwoonsituatie (nummer 12a). Er is daarnaast 3.075 m2 agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. In voorliggend plan wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’. Het grootste deel van de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er blijft 466 m2 aan bijgebouwen behouden. Daarnaast wordt één van de schuren uitgebreid met 55 m2. Dit leidt tot in totaal 521 m2 aan bijgebouwen behorende bij de woning Veenburgerweg 12/12a. Er worden daarnaast twee woningen gerealiseerd met elk een bijgebouw van 80 m2.

Afbeelding: te slopen en te handhaven bebouwing Veenburgerweg 12/12a.

8

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: nieuwe situatietekening met aan de oostzijde de Veenburgerweg 4, in het midden de twee nieuwe woningen en aan de noordzijde de huidige woning Veenburgerweg 12/12a met bijgebouwen inclusief uitbreiding van 55 m2. Aangezien in voorliggend plan meer dan 400 m2 aan bijgebouwen behouden blijft, is er sprake van maatwerk. Initiatiefnemer werkt al achttien jaar samen met Natuurmonumenten, voor beheer en onderhoud van de omliggende gronden. Initiatiefnemer zorgt onder andere voor het op een ecologisch verantwoorde manier maaien van omliggende gronden. Dit hooi en strooisel en de hiervoor benodigde machines worden opgeslagen in de bebouwing van de Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek. Daarnaast huurt Natuurmonumenten een deel van de bebouwing voor werkzaamheden in de omgeving. Ook is er een klein gebouwtje met toilet aanwezig, die medewerkers van Natuurmonumenten één dag per week gebruiken als facilitair onderkomen. Wandelaars van het naastgelegen Klompenpad kunnen ook van deze toiletruimte gebruik maken. Beide partijen geven aan deze samenwerking graag voort te zetten. Natuurmonumenten heeft hiervoor ook een aanbeveling geschreven (zie Bijlage 2). Voorliggend plan maakt het mogelijk om functieverandering naar wonen te realiseren en tegelijkertijd deze samenwerking voort te zetten.

In totaal blijft er 521 m2 aan bijgebouwen behouden behorende bij de woning Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek. Hiervan is 396 m2 bedoeld voor eigen gebruik en 125 m2 voor Natuurmonumenten. Voor de bebouwing die wordt gebruikt ten behoeve van Natuurmonumenten is een speciale aanduiding opgenomen ('specifieke vorm van bos - onderhoudsgebouw'), die ervoor zorgt dat deze bebouwing alleen gebruikt mag worden ten behoeve van natuurbeheer. Voorliggend plan zorgt voor een flinke afname van de bebouwing in het buitengebied. De nieuwe woningen worden in de nabijheid van de bestaande woning en bijgebouwen aan de Veenburgerweg 12/12a gesitueerd. Hierdoor is sprake van een clustering van bebouwing. Aan schuur B (zie de inrichtingstekening) wordt 55 m2 aangebouwd. Dit zorgt voor een stedenbouwkundig/landschappelijk betere situatie dan wanneer elders in het plangebied deze omvang aan bebouwing behouden zou blijven. Er is een uitgebreid plan ingediend voor de landschappelijke inpassing van het terrein. Het plan is opgesteld door Geldersch Landschap. Door de diverse aanplant worden de nieuwe woningen zeer goed landschappelijk ingepast en krijgt het gebied een biodiversiteitsimpuls. Toetsing aan Functieveranderingsbeleid Voor voorliggend plan is het 'Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016' van toepassing. Uit "Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 nameting van de bebouwing op 30 juni 2021 is gebleken dat de oppervlakte van de agrarische bebouwing 3.075 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning afgetrokken, waardoor de sloopmeters 2.995 m2 bedragen. Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting (afroming) toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

De afroming voor het perceel bedraagt 747 m2, die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 2.248 m2. In de nieuwe situatie komen er in totaal 521 m² aan bijgebouwen bij nummer 12/12a. Hiervan is 80 m² het standaard recht dat niet meegeteld wordt in bij de sloopmeterberekeningen. Hierdoor blijft er 441 m² over die (extra) behouden blijft en van de inzetbare sloopmeters afgetrokken moet worden. De daadwerkelijk inzetbare sloopmeters die in voorliggend plan vrij komen komt daarmee uit op (2.248-441=) 1.807 m² Deze 1.807 m² inzetbare sloopmeters worden direct ingezet voor de twee extra woningen van ieder 402 m³. Per woning geldt namelijk een compensatie-eis van 300 m² voor het extra woonrecht plus 1,5 m² per 1 m³ woning. De compensatie-eis per woning bedraagt daarom 903 m², waarmee de totale compensatie-eis uitkomt op 1.806 m². Veenburgerweg 4: De Veenburgerweg 4 Zwartebroek heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen – agrarische nevenactiviteit'. Dit betekent dat op basis van het bestemmingsplan hier bedrijfsmatige agrarische nevenactiviteiten zijn toegestaan door de bewoner van de woning. In de praktijk is hier echter geen sprake meer van bedrijfsmatige agrarische activiteiten.

In voorliggend plan wordt de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen – agrarische nevenactiviteit' verwijderd. Er is hier geen sprake van sloop- of bouwactiviteiten. De bestaande bebouwing blijft gehandhaafd. Dit onderdeel is opgenomen in voorliggend plan, omdat een van de nieuwe woningen aan de Veenburgerweg 12/12a anders binnen de geurcirkel van de Veenburgerweg 4 zou komen te liggen. De wet geurhinder en veehouderijen bepaalt dat er binnen 50 meter van een veehouderij (of een perceel waar op basis van het bestemmingsplan een veehouderij is toegestaan) geen woning gerealiseerd mag worden. De (mogelijke) kleinschalige veehouderij zou dan in zijn mogelijkheden beperkt worden door de woning en er kan ter plaatse van de woning geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Doordat in voorliggend plan de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – agrarische nevenactiviteit' wordt verwijderd, kunnen de woningen aan de Veenburgerweg 12/12a worden gerealiseerd. Herziening bestemmingsplan Ter plaatse van de Veenburgerweg 12/12a wordt de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" herzien door het agrarisch bouwvlak en de aanduiding 'intensieve veehouderij' te verwijderen en drie nieuwe woonbestemmingen in te tekenen voor de bestaande woning en de twee nieuwe woningen.

Bij de nieuwe woningen wordt ook een bouwvlak en een maatvoeringsaanduiding voor de maximum inhoud toegevoegd. Daarnaast wordt ter plaatse van een deel van de bijgebouwen de aanduiding 'specifieke vorm van bos - onderhoudsgebouw' opgenomen, evenals maatvoeringsaanduidingen voor de oppervlakte en goothoogte. Tot slot worden voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ter plaatse van de Veenburgerweg 4 wordt de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" herzien door de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' te verwijderen.

10

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: uitsnede verbeelding van de nieuwe situatie.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing Het beoogde plan is kleinschalig en in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

12

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het plan valt niet onder een van de genoemde categorieën.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Doorwerk ing in plangebied Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en het realiseren van twee woningen. Deze worden gerealiseerd volgens recente duurzaamheidseisen en worden landschappelijk ingepast. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu Eerst wat betreft glastuinbouw. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebied'. In Omgevingsverordening is bepaald dat de winning van fossiele energie niet mogelijk wordt gemaakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie.

Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Doorwerk ing in plangebied Het plan voorziet in een flinke afname van de hoeveelheid bebouwing en verharding. Voor de nieuwe woningen wordt waterberging gerealiseerd. Daarnaast zorgt de landschappelijke inpassing voor een toename van de hoeveelheid beplanting. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie/verordening.

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het 14

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid. Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde.

De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is.

Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerk ing in het plangebied Dit plan is gebaseerd op het beschreven functieveranderingsbeleid. Het plan valt ook vrijwel geheel binnen de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 3.7 lid 6 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Omdat hier sprake is van een grotere oppervlakte aan bijgebouwen is wel sprake van maatwerk.

Deze oppervlakte aan bijgebouwen mag behouden blijven vanwege het belang van het voortzetten van de samenwerking met Natuurmonumenten voor onderhoud en beheer van het gebied (zie Hoofdstuk 3).

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.4.2

Landschapsontwikkelingsplan

In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerk ing in plangebied Bij het opstellen van het plan is rekening gehouden met het landschapsontwikkelingsplan. De inrichtingstekening is goedgekeurd door de stedenbouwkundige en landschapsadviseur van de gemeente. 4.4.3

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16)

16

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud "Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijvenzijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie.

Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen.

Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld (planlocatie rode cirkel) + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied Agrarisch slagenlandschap. "Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.6.1.1

Agrarisch slagenlandschap

In het gebied is de functie landbouw richtinggevend naast het versterken van recreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek De rationele verkaveling rond Zwartebroek is gekoppeld aan een relatief kleinschalige ruimtelijke opzet, doordat veel lijnen worden begeleid door beplanting (lanen, houtsingels et cetera). Er ontstaan daardoor landschappelijke coulissen, dan wel kamers. Grote delen van het gebied zijn relatief gave relicten van het cultuurhistorische slagenlandschap. Het duidelijk nattere karakter is goed herkenbaar in de beplantingen. Gebruik In het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de natuurkerngebieden van de Ecologische Hoofdstructuur is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. In het gemeentelijk ruimtelijk beleid wil de gemeente rekening houden met passende schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven kunnen groeien en anderzijds bedrijven hun agrarische activiteiten zullen beëindigen.

Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. De gemeente streeft in het agrarisch slagenlandschap naar een goede dagrecreatieve structuur. Voor versterking van die toeristisch-recreatieve functie van het gebied wordt aandacht besteed aan mogelijkheden voor het realiseren en verbeteren van wandel- en fietspaden. De gemeente is terughoudend ten aanzien van verblijfsrecreatie, uitgezonderd het stimuleren van recreatief medegebruik van agrarische gronden, als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering. Doorwerking in plangebied: Bij het opstellen van het plan is rekening gehouden met de kenmerken van het landschap. De inrichtingstekening is goedgekeurd door de stedenbouwkundige en de landschapsadviseur van de gemeente. Het plan voldoet daarnaast grotendeels aan het functieveranderingsbeleid. 4.6.2

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

20

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.6.3

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Doorwerk ing in plangebied De woningen worden gerealiseerd conform de meest recente eisen op het gebied van duurzaamheid. 4.6.4 4.6.4.1

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities Saldering

In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. Doorwerk ing in plan: In voorliggend plan wordt een agrarisch bouwvlak met een oppervlakte van circa 9800 m2 opgeheven. Dit wordt geregistreerd in de gemeentelijke salderingsregistratie.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

Dit bestemmingsplan bestaat uit twee onderdelen. Namelijk het verwijderen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' ter plaatse van de Veenburgerweg 4 en functieverandering van 'Agrarisch' naar 'Wonen' met realisatie van twee extra woningen aan de Veenburgerweg 12/12a. Aangezien ter plaatse van de Veenburgerweg 4 sprake is van een afwaarderingsplan zonder sloop- of bouwactiviteiten, zijn er voor dit onderdeel van het plan geen belemmeringen wat betreft de ruimtelijke aspecten. De onderbouwing van dit hoofdstuk van de toelichting gaat daarom, tenzij anders vermeld, over de ontwikkeling aan de Veenburgerweg 12/12a.

5.1

Bodem

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een verdachte locatie bij de Veenburerweg 12/12a. Er is een verkennend en een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4 en Bijlage 5 bij de regels). Het uitgevoerde verkennend bodem- en (nader) asbestonderzoek ter plaatse van Veenburgerweg 12-12a Zwartebroek zijn correct uitgevoerd en geven een globaal beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan zink, PAK en/of PCB's zijn aangetoond. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten.

Het grondwater bevat plaatselijk een matig verhoogde concentratie aan barium. Ter plaatse van de voormalige brandstoftanks en huidige dieseltank is zintuiglijk en analytisch in de grond geen verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten waargenomen/aangetoond. Het grondwater ter plaatse van de huidige dieseltank bevat licht verhoogde concentraties aan xylenen, naftaleen en minerale olie. Op het maaiveld van de onderzoekslocatie en in de opgegraven/opgeboorde grond is zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In het samengestelde mengmonster van de meest westelijke druppelzone van schuur A, voor analyse op asbest, overschrijd de gewogen asbestconcentratie ruim de saneringsnorm/hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. formeel gezien is ter plaatse van een afperkend onderzoek noodzakelijk. De asbestinspectiegaten zijn echter in de druppelzone gesitueerd. De gemeten asbestconcentratie wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de erosie van de dakplaten. Omdat de schuur niet voorzien is van dakgoten en het maaiveld plaatselijk onverhard, komt het regenwater derhalve direct op en in de bodem onder de dakrand terecht. Een afperkend asbestonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In de samengestelde mengmonsters, voor analyse op asbest, ter plaatse van de druppelzone van schuur D en van het overig terrein is analytisch geen asbest gemeten.

Uitzondering hierop vormt de aanwezig sterk puin-, baksteen- en/of asfalthoudende bodemlaag (bodemtraject 0,2 - 0,8 m -mv) ter plaatse van de asbestinspectiegaten / -sleuven 5+13+14 / sleuf 2+sleuf 3+sleuf 4 waarin maximaal 4,7 mg/kg d.s. aan gewogen asbest is aangetoond. Met uitzondering van de aangetoonde sterke asbestverontreiniging ter plaatse van de onderzochte meest westelijke druppelzone van schuur A geven de onderzoeksresultaten geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodem-/asbestonderzoek of -sanering. De aangetoonde sterke asbestverontreiniging ter plaatse van de betreffende druppelzone dient onder milieukundige begeleiding, voorafgaand aan de sloop van de schuur te worden gesaneerd. Voorafgaand aan de bodemsanering dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. In het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging/functieverandering waarbij diverse sloop- en grondroerende werkzaamheden adviseren wij tevens om de aanwezig sterk puin-, baksteen- en/of asfalthoudende bodemlaag ter plaatse van de asbestinspectiegaten /-sleuven 5+13+14 / sleuf 2+sleuf 3+sleuf 4 te ontgraven en af te voeren naar 22

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 een hiervoor erkend verwerker. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (6.1.3 overige zone voorwaardelijke verplichting 3) die erop toeziet dat de geconstateerde verontreiniging onder milieukundig toezien wordt gesaneerd. Ondanks dat het verkennend bodem- en (nader) asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen herontwikkeling en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging. Aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc. naar/van de onderzoekslocatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Met in achtneming van de bovengenoemde voorwaardelijke verplichting vormt het aspect bodem geen belemmering voor dit plan.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen een deel van het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. 5.2.1.2

Archeologie middelhoge verwachting

Daarnaast blijkt uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' dat binnen een deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt echter onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zeer hoog gewaardeerde landschappen (waarde 5) krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan; hoog gewaardeerde landschappen (waarde 4) krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan, mits ze aan zeer hoog gewaardeerde landschappen grenzen. Voorliggend plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als 'uitgeturfde veenontginning met keutervestiging' (waarde 2). Het betreft lage cultuurhistorische waarden waarmee geen rekening hoeft te worden gehouden binnen de huidige planaanvragen. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het perceel ligt ongeveer 9,4 km van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Op deze afstand zal enkel effect van stikstofdepositie een rol kunnen spelen. Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (zie Bijlage 3). Conclusie van het rapport/de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. 5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 4). Uit het verkennend onderzoek blijkt dat het plangebied potentieel geschikt is voor de steenmarter, bunzing, kerkuil en steenuil. Er is daarom 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=776cafb5-ee0d-4ac1-8df9-bfd56d7c63e8