CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 6 Bodemonderzoek Valkseweg 101

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Valkseweg- Dr. Willem Dreeslaan (Barneveld)12.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:

samenstelling NEN Pakketten

Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform

NEN-grond

NEN-grondwater

X

X

X X X -

X X X X

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

5

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.6

Betrouwbaarheid onderzoek

Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

6

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 4 februari en 24 maart 2021 door de gecertificeerde medewerker dhr. R. Roelofs van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 26 handboringen uitgevoerd (1 t/m 26), waarvan 2 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 2,7 m-mv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1.

Voor het waterbodemonderzoek zijn, gelijkmatig verdeeld over één ruimtelijke eenheid, 10 monsterpunten geselecteerd (boringen 41 t/m 50). De boringen zijn geplaatst met behulp van een steekguts/edelmanboor. De maximale boordiepte bedraagt circa 1,2 mwaterspiegel. In bijlage 4 is het monsternemingsformulier waterbodem opgenomen. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5a:

samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam zand, matig fijn

toevoeging zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus

0,5 ~ 0,8

zand, matig fijn, lokaal klei

zwak tot matig siltig

0,8 ~ 2,7

zand, matig fijn

zwak siltig

traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5

grondwaterstand: circa 1,2 m-mv

Tabel 5b:

samenvatting van het lokaal aangetroffen waterbodemprofiel

laagdikte [cm] 4 á 14 4 á 110

hoofdnaam water zand, matig fijn

toevoeging matig siltig, matig humeus

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2).

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

7

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 7. Zintuiglijke waarnemingen waterbodem Zintuiglijk zijn in de waterbodem en onderliggende bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername waterbodem De monstername is uitgevoerd met behulp van een steekguts/edelmanboor. De X- en Ycoördinaten zijn per boring vastgelegd. Voor het chemisch onderzoek zijn per ruimtelijke eenheid 10 afzonderlijke monsters genomen. Per monsterpunt is de waterbodem per maximaal 0,5 m of onderscheiden bodemlaag bemonsterd. Van de separate monsters en onderscheiden bodemlagen zijn, conform de onderzoeksstrategie, in het laboratorium mengmonsters samengesteld van de waterbodem. 3.2

Laboratorium onderzoek

Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6, 8 en 9. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 9. 3.3

Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters

Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem.

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

8

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:

De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.

I (•••)1 :

De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

1

De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 en 7.

Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.\ Tabel 6:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing

% H* = 10 gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) % L*= 25 monster MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06 boring 16 t/m 21 1+22 t/m 26 18+20+24 2 t/m 8 9 t/m 15 5+10+15 AW½ Itraject (m-mv) 0,0~0,5 0,0~0,5 0,4~2,0 0,0~0,5 0,0-0,5 0,5-2,0 waarde (AW+I) waarde arseen < < < < < < 20 48 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium < < < < < < 0,6 6,8 13 chroom < < < < < < 55 117,5 180 kobalt < < < < < < 15 102,5 190 koper < < < < < < 40 115 190 kwik < < < < 0,17• < 0,15 18,08 36 lood < < < < < < 50 290 530 molybdeen < < < < < < 2 96 190 nikkel < < < < < < 35 67,5 100 zink < < < < < < 140 430 720 PAK (10)-tot. < < < < < < 1,5 20,8 40 PCB’s < < < < < < 0,02 0,51 1 min.olie < < < < < < 190 2595 5000 Toelichting bij tabel: -: niet geanalyseerd < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem • : overschrijding van de achtergrondwaarde H : organisch stof L : lutum •• : overschrijding van de tussenwaarde s : monstername met steekbus ••• : overschrijding van de interventiewaarde

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

9

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 7:

analyseresultaten grondwater

peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis 1,2-dichlooretheen trans 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform Toelichting bij tabel:

analyseresultaten (µg/l) 1 1,7-2,7 6,4 206 2,0 0,9

toetsingswaarden (µg/l) 20 1,5-2,5 6,5 113 2,0 0,9

Swaarde

½ (S+I)

Iwaarde

< 130• 0,53• < < < < < < < 410•

< 75• < < < < < < < 23• <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < < <

< < < < < <

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < < <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #

453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315

900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

• : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd h: resultaat herbemonstering

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

10

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.4

Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest

Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.

Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.

Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 8:

analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)

monstergegevens Monster

Sleuf/MP

traject (m-mv)

RE-01 RE-02

16 t/m 26 1 t/m 15

0,0-0,5 0,0-0,5

analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem -

<0,7 <0,6

n.a. n.a.

<0,7 <0,6

asbesttype soort asbest

H/NH

-

-

Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

11

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.5

Toetsingscriteria en analyseresultaten; waterbodem

De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is op basis van de uitgevoerde toetsingen ingedeeld in de klassen, beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De klasse-indeling geeft een maat voor de kwaliteit van een partij toe te passen op landbodem [T.1] of in oppervlaktewater [T.3] of een partij te verspreiden op aangrenzend perceel [T.5] of in een zoet oppervlaktewaterlichaam [T.6]. Voorafgaand aan de toetsing dienen aan de hand van het lutum- en organische stofpercentage de gemeten waarden te worden gestandaardiseerd. Afhankelijk van de toepassing spreken we over: T.1 Toepassen op landbodem: Altijd toepasbaar altijd toepasbaar op landbodem; Wonen: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; Industrie: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; Niet toepasbaar: mag niet worden toegepast op landbodems.

• • • •

T.3 Toepassen in oppervlaktewaterlichaam: altijd toepasbaar: voldoet aan de achtergrondwaarde; klasse A: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse A; klasse B: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse B; nooit: nooit toepasbaar (overschrijdt interventiewaarde).

• • • •

T.5 Verspreiden op aangrenzend perceel (landbodem): verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.

• •

T.6 Verspreiden in zoet oppervlaktewaterlichaam: verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.

• •

In bijlage 3 zijn de rekenbladen van de toetsingen aan het BoToVa 2.0.0. opgenomen. In tabel 9 zijn de toetsingen weergegeven. Tabel 9:

toetsing waterbodem per toepassing

Monster (vak) WB-01 (0~64 cm) WB-02 (55~105 cm)

T.1 Industrie Wonen

T.3 Klasse A altijd toepasbaar

T.5 verspreidbaar verspreidbaar

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

T.6 verspreidbaar verspreidbaar

12

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN

In opdracht van de Bunte Vastgoed Oost BV is in februari en maart 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Valkseweg 99 te Barneveld. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en bestemmingswijziging van de locatie, en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1

Asbestonderzoek

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-01 en RE-02 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2

Vaste bodem en grondwater

Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-01, MM-02, MM-04 en MM-05, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan kwik in MM-05, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het aangetoonde gehalte aan kwik overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. Analytisch zijn in de ondergrondmengmonsters MM-03 en MM-06, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 1 en 20 zijn licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, nikkel en zink aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten aan zware metalen overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. 4.3

Waterbodem

Zintuiglijk zijn in de waterbodem en onderliggende bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De bovenlaag (0~0,64 m-mv) van de waterbodem (WB-01) betreft bij toepassing op landbodem, op basis van het gehalte aan zink, klasse Industrie. Bij toepassing in oppervlaktewater betreft de bemonsterde partij Klasse A. De bemonsterde waterbodem is verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater. De onderlaag (0,5~1,05 m-mv) van de waterbodem (WB-02) betreft bij toepassing op landbodem, op basis van de gehalten aan arseen, cadmium en zink, klasse Wonen. Bij toepassing in oppervlaktewater is de bemonsterde partij Altijd toepasbaar. De bemonsterde waterbodem is verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater.

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

13

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4.4

Conclusies en aanbevelingen

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. De bemonsterde waterbodem betreft bij toepassing op landbodem maximaal klasse Industrie. In de bovengrond is lokaal een licht verhoogd gehalte aan kwik aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen transactie en bestemmingswijziging van de locatie. Wij adviseren om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). De aangetoonde verhogingen in de vaste bodem kunnen, bij toetsing aan het Bbk, beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik elders. Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden.

Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Valkseweg 99 te Barneveld

14

BIJLAGE 4 Foto’s locatie

Foto 1:

Foto 2:

Foto 3:

Foto 4:

Foto 5:

Foto 6:

TEKENING 1-1 Situatie onderzoekslocatie met boring

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4bffe7c5-ec4b-4aaa-92bb-caf37c0ab249