CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Tolnegenweg I, partiële herziening_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Tolnegenweg I, partiele herziening Buitengebied 2012 (Voorthuizen).18.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

(maart 2021) bestemmingsplan Plannr. 1596

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

12 12 12 14 15 17 18

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

25 25 26 27 30 32 32 33 34 34 34 36 36 37 38 38

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

40 40 40 40 41 41 42

Hoofdstuk 7

43

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

44 44 44 44 44

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012

Bijlage 2

Bodem

2

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Natuurtoets (gebiedsbescherming)

Bijlage 5

Onderzoek soorten

Bijlage 6

Memo kabels en leidingen

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel Tolnegenweg 69 in Voorthuizen is een verzoek ingediend om in het kader van functieverandering de agrarische bestemming te herzien in een woonbestemming. Hierbij wordt dan een nieuw woongebouw met twee wooneenheden gerealiseerd. De agrarische bestemming verdwijnt van het perceel en de bestaande bedrijfswoning wordt een burgerwoning. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie I, nummer 1407. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied aangeduid.

Afbeelding: ligging bebouwing Tolnegenweg 69 De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Tolnegenweg 69 in Voorthuizen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Tolnegenweg. Direct aan de overzijde van de weg begint het Natura 2000-gebied Veluwe. Aan de west- en zuidzijde liggen verblijfsrecreatieterreinen, agrarische grond en is een woning gelegen. Aan de oostzijde vormt de Welgelenweg de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding: ligging plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad (zie verder Bijlage 1). Aan deze gronden is de bestemming 'Agrarisch' (met bouwvlak) toegekend. Er geldt gedeeltelijk ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' (met de functieaanduiding 'specifieke vorm van archeologie waarde 1 - hoge verwachtingswaarde'). Daarnaast geldt de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en geldt de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied V'.

6

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: uitsnede ligging plangebied in bestemmingsplan "Buitengebied 2012" Realisatie van een woongebouw is binnen deze bestemming niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie / voorgeschiedenis Op het perceel Tolnegenweg 69 is een intensieve veehouderij bestemd. In 2013 is er een overeenkomst tot stand gekomen tussen de gemeente Barneveld en de eigenaar van Tolnegenweg 69. In de overeenkomst is een aantal zaken met elkaar overeengekomen, waaronder de intrekking van de milieuvergunning op het perceel Tolnegenweg 69. Dit om daarmee ammoniakrechten in te kunnen zetten ten behoeve van de ontwikkeling van Harselaar-Zuid. Er is naast een financiële vergoeding ook een planologische compensatie geboden. Zo is in dat kader overeengekomen om de bestemming op het perceel Tolnegenweg 69 te wijzigen naar wonen en daarbij één extra vrijstaande woning te realiseren. Ook is er de afspraak tot stand gekomen om een naastliggend perceel grond van 3,8 ha te verkleuren naar verblijfsrecreatie. Vervolgens is er op 6 maart 2017 een principeverzoek om functieverandering ingediend voor de locatie Tolnegenweg 69 in Voorthuizen. Dit om daarmee invulling te geven aan de gesloten overeenkomst in 2013. Gebleken is dat het verkleuren van een perceel grond naar verblijfsrecreatie niet meer tot de mogelijkheid behoort omdat er geen belangstelling is vanuit de omliggende recreatiebedrijven. Daarom is onderzocht of er mogelijkheden zijn om een andere invulling aan het perceel te geven: de verblijfsrecreatie omzetten naar een extra woning.

Dit betekent voor het totale perceel Tolnegenweg dat er een woongebouw (met twee woningen) met elk een bijgebouw wordt gerealiseerd. De initiatiefnemer wil dus een extra woning samen met de andere extra woning (die al is afgesproken in 2013) als woongebouw realiseren. Het effect hiervan is dat er daardoor geen 3,8 ha aan verblijfsrecreatie ontwikkeld gaat worden (dit is dan één woning in het woongebouw). De bestaande bedrijfswoning wordt een burgerwoning. Daarmee ontstaat een andere deal dan in 2013: een dubbel woongebouw heeft de voorkeur boven de recreatiebestemming van 3,8 ha. Daartegen bestaan geen overwegende ruimtelijke bezwaren, mede ook gelet op de voorgestelde opzet van het erf (die is compact, de ruimtelijke uitstraling blijft beperkt). De inmiddels ingetrokken milieuvergunning is in het verleden ingezet om Harselaar-Zuid tot ontwikkeling te brengen. Het verzoek kan aangemerkt worden als maatwerk in het kader van functieverandering.

8

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: luchtfoto Tolnegenweg 69 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn er één woongebouw, bestaande uit twee woningen, én een vrijstaande woning (de voormalige bedrijfswoning) aanwezig op de locatie Tolnegenweg 69. Het woongebouw krijgt een inhoud van 800 m3. Om het plan mogelijk te maken zal de gezamenlijke uitrit veranderen (verplaatst richting het oosten). Het nieuwe woongebouw zal per wooneenheid een bijgebouw krijgen van elk 80 m2. De bestaande (voormalige bedrijfs-)woning krijgt een nieuw bijgebouw van 150 m2. In het woongebouw zit in het midden ruimte voor het bijgebouw. Vanuit stedenbouw heeft het de voorkeur om het geheel als één grote schuur is onder een zadeldak, waarbij het de voorkeur heeft het middendeel net zo hoog als beide zijkanten te realiseren. Het bestemmingsplan zelf geeft een goot- en bouwhoogte weer voor een woning van 3,5 m en 10 m. Door in het midden van het bouwvlak de aanduidingen 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)' te gebruiken (met de getallen 3,5 m en 10 m) is het hierdoor mogelijk dat de bijgebouwen hier eveneens die hoogtematen krijgen. De overige bijgebouwen mogen een goot- en bouwhoogte krijgen van 3 m en 6 m. Er wordt bebouwing gesloopt op de locatie Tolnegenweg 69. Het gaat om 947 m2 aan voormalige agrarische bebouwing dat gesloopt wordt. Er is al een schuur gesloopt.

Op de luchtfoto valt te zien dat er nu nog twee schuren aanwezig zijn. Deze worden nog gesloopt. Om deze sloop zeker te stellen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Stedenbouw en landschap Het woongebouw, waarbij bij één wooneenheid een bijgebouw achter op dat perceel bij dat gedeelte staat, is ruimtelijk aanvaardbaar. Tussen het woongebouw in komen eveneens bijgebouwen. De invulling die nu voorligt is compact en toegesneden op de locatie. De bijgebouwen in het midden van het woongebouw worden onderdeel van het woongebouw. Dit is eveneens aanvaardbaar. Er worden "Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 sloopmeters ingezet (de bebouwing op eigen locatie), naast de compensatie in het 'niet realiseren van een verblijfsrecreatie van 3,8 ha' en ook vindt er landschappelijke inpassing plaats. Zo wordt er een vrij groeiende gemengde sleedoornhaag aangeplant, komt er een boomgaard met hoogstamfruit en een poel (met wadi). Het inrichtings-/beplantingsplan is als Bijlage 1 bij de regels gevoegd. Op onderstaande afbeelding is de inrichting weergegeven. Er wordt een waarborgsom gekoppeld aan de inrichting en landschappelijke inpassing van het terrein om zo de uitvoering hiervan zeker te stellen alsmede ook de instandhouding hiervan.

Afbeelding: inrichting van Tolnegenweg 69 Het laten vervallen van de verblijfsrecreatie en het aanleggen van landschappelijke inpassing is een goede tegenprestatie voor de extra woning (in het woongebouw). Een deel van de sloopeis wordt hiermee vervangen door andere compensatie (het niet realiseren van een afgesproken recreatiebestemming). Verkeer Parkeren vindt plaats op eigen terrein en hier is voldoende ruimte om eigen parkeerplaatsen te realiseren. Er is in de nieuwe situatie sprake van één gezamenlijke ontsluiting voor de woningen. De bestaande uitrit wordt richting het oosten verplaatst. Toepassing functieveranderingsbeleid Het principeverzoek dateert van 6 maart 2017. De grens tussen toepassing van het 'oude' functieveranderingsbeleid (uit 2008, incl. de "Nadere invulling" uit 2012) en het geactualiseerde beleid (uit 2017) is 17 januari 2017. Doordat er bij dit dossier al vergaande gesprekken hebben plaatsgevonden vóór 17 januari 2017, kan het verzoek onder het oude functieveranderingsbeleid worden behandeld. Ligging in het extensiveringsgebied 10

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 Het gebied is gelegen in het extensiveringsgebied. Op 13 juli 2017 is de bebouwing ingemeten. Het moment van inmeting en de daaruit volgende inzet van de sloopmeters wordt wél gekoppeld aan het dan geldende functieveranderingsbeleid. Dit omdat de inmeting een momentopname is, waarvan de oppervlakte aan bebouwing kan wijzigen tussen het moment van de inmeting, de planontwikkeling en de daadwerkelijke inzet. Het nu geldende beleid uit 2017 kent geen toekenning van een extra percentage aan bebouwing die in het extensiveringsgebied ligt. Dit is dan ook niet opgenomen in de inmeting. Bij de inmeting (in 2017) speelt de ligging van het gebied in extensiveringsgebied geen rol. Inzetbare sloopmeters De berekening is als volgt: op het perceel staat, naast de woning, 947 m² aan bebouwing. Hiervan wordt het standaardrecht aan bijgebouwen van 80 m2 afgetrokken, waardoor er 867 m² aan inzetbare meters aanwezig zijn. Ingevolge het oude functieveranderingsbeleid is er voor een woongebouw 2.000 m² aan inzetbare sloopmeters nodig. Er is dan een tekort van 1.133 m². Bij de bestaande (bedrijfs)woning in de nieuwe situatie aangegeven dat hier een bijgebouw van 150 m2 gewenst is. Hiermee is er dan 797 m2 aan in te zetten bebouwing die geregistreerd zal worden. Deze sloopmeters worden geregistreerd in het regionale sloopmeterregistratiesysteem.

Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande (bedrijfs-)woning buiten beschouwing gelaten. Voor een woongebouw van 800 m³ zijn op grond van het huidige functieveranderingsbeleid 1.800 m² aan inzetbare sloopmeters vereist (2x woningrecht (= 600 m²) + 1,5 m² x inhoud woning 800 m³ (= 1.200 m²)). Aan de Tolnegenweg 69 zijn 797 m² aan inzetbare sloopmeters aanwezig. Gelet op de afspraken uit de overeenkomst in 2013 zijn verder geen sloopmeters aangeleverd. Het laten vervallen van de verblijfsrecreatie van 3,8 ha en het aanleggen van landschappelijke inpassing wordt hier gezien als 'andere compensatie' in die zin dat minder dan 1.800 m2 aan sloopmeters worden aangeleverd. Er worden hier slechts 797 m² meters aangeleverd. Uitgangspunt is dat éérst wordt voldaan aan de sloopverplichting, voordat de functieverandering planologisch wordt geregeld. Zodra de te slopen bebouwing gesloopt is, mag deze niet herbouwd worden. De bebouwing wordt in dit geval gesloopt voordat er een omgevingsvergunning voor de bouw van een woongebouw met bijgebouwen wordt verleend. In dit geval wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen over de sloop. Er is ook een verklaring aan gekoppeld. In onderstaande afbeeldingen wordt de nieuwe planologische situatie weergegeven naast de huidige planologische situatie:

Afbeelding: huidige verbeelding (links) versus nieuwe verbeelding (rechts) Hieruit volgt dat het agrarische bouwvlak verdwijnt en ook de aanduiding 'intensieve veehouderij' verdwijnt. Voor de nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 6.3 van de toelichting van het plan.

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.

Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor

behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) 12

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. 4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het onderhavige plan betreft geen plan welke vermeld is in de Crisis- en herstelwet.

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Alle nieuwbouw moet aardgasloos worden aangelegd en zoveel mogelijk circulair worden gebouwd.

Het onderhavige plan, betreffende het bestemmen van een woongebouw met toepassing van het regionale functieveranderingsbeleid (en waarbij de bestaande bedrijfswoning een burgerwoning wordt), is niet in strijd met de Omgevingsvisie. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Wat betreft glastuinbouw: er geldt een tijdelijk verbod voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is tijdelijk verboden. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw.

14

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In artikel 3.33 van de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingplan is dit niet aan de orde. Ook vanuit landschap zijn er geen regels die betrekking hebben op dit plan omdat het bij dit plan gaat om woningbouw (en niet om uitbreiding van dan wel nieuwvestiging van een niet-grondgebonden veehouderij of een grondgebonden veehouderij). Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie en -verordening.

4.4

Regio

4.4.1

Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten

De Regionale beleidsinvulling voor functieverandering en nevenactiviteiten geldt voor de gemeenten Ede, Wageningen, Nijkerk, Scherpenzeel, Barneveld en Putten. De nota is in 2006 vastgesteld en een verfijning van dit beleid is in 2008 vastgesteld. Het betreft een eigen beleidsinvulling voor functieverandering, nevenfuncties op agrarische bedrijven en uitbreiding van niet-agrarische bedrijven. De verdere toepassing van dit beleid is terug te vinden in de toelichting op het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Alleen wat van toepassing is op deze herziening wordt beknopt weergegeven. Voor de regio gemeenten zijn de volgende doelen van belang voor functieverandering: Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit vindt, naast sloop van bebouwing, tevens plaats door middel van verbetering van publieke functies, zoals ontwikkeling van landschap en natuur door versterking van de kenmerken van het oorspronkelijke landschap, bijdragen aan recreatieve routes, bijdragen aan waterberging en dergelijke, op plaatsen waar dit wenselijk is.

Functieverandering is geen doel op zich, maar moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied; Versterking van de economische en sociale vitaliteit van het buitengebied door, onder voorwaarden, niet aan het buitengebied gebonden functies toe te staan als nieuwe economische dragers en, onder voorwaarden, ruimte te bieden voor uitbreiding van deze functies. Daarnaast nemen de regio gemeenten nog de volgende criteria mee bij de beoordeling van mogelijkheden voor functieverandering: De functieverandering wordt ingepast in het omringende landschap, bijvoorbeeld door de aanleg (en zo nodig bestemmen) van natuur- en landschapselementen. Daarbij moet aansluiting worden gezocht bij bestaande plannen voor natuur en landschap, zoals het reconstructieplan en landschapsontwikkelingsplannen.

De initiatiefnemer moet daartoe een erfinrichtingsplan overleggen; De functieverandering moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke en economische vitaliteit, door middel van sloop van bebouwing, al dan niet in combinatie met verbetering van publieke functies, zoals natuurontwikkeling, bijdragen aan recreatieve routes of waterberging en dergelijke, op plaatsen waar dit wenselijk is; In geval van sloop van bestaande legale bebouwing, geldt als peildatum voor het aanwezig zijn van bestaande voormalige bedrijfsgebouwen: 2 jaar voor de datum dat de aanvraag voor functieveranderingen wordt ingediend; Opslag van goederen buiten gebouwen wordt niet toegestaan; Detailhandel wordt niet toegestaan, tenzij het detailhandel in ter plaatse of in de regio geproduceerde producten betreft; De functieverandering mag niet leiden tot milieuhinder voor de omgeving; In geval van vrijgekomen gebouwen van een stoppend agrarisch bedrijf, dient de milieuvergunning te zijn ingetrokken; Indien sprake is van vervangende nieuwbouw en verbouw, zal de gemeentelijke Welstandsnota als toetsingskader gelden. De nota geeft een beleidsinvulling voor de volgende typen functieverandering: functieverandering naar wonen; "Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 functieverandering naar (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies, met eventueel een bedrijfswoning. In het geldende functieveranderingsbeleid wordt voor de mogelijkheden nog onderscheid gemaakt in de verschillende zones uit de reconstructieplannen. Enerzijds geldt dit voor de mogelijke functies waarvoor kan worden gekozen. Functieverandering naar werken is overal mogelijk. Anderzijds is de sloopeis in het extensiveringsgebied minder zwaar. Dit is opgenomen omdat een extra stimulans voor kwaliteitsverbetering in deze gebieden gewenst is. 4.4.2

Nadere invulling Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten

Vanuit de ervaringen en de actualiteit is er behoefte ontstaan aan een nadere invulling van het functieveranderingsbeleid. Het doel van de nadere invulling is om de regiovisie beter en soepeler uit te kunnen voeren met een uitbreiding van de mogelijkheden. Redenen hiervoor zijn de toename van het aantal m2 aan vrijkomende agrarische opstallen, minder vraag naar woningen in het segment van functieveranderingswoningen en de moeilijk verdedigbare beperkingen inzake uitbreiding van niet-agrarische bedrijven. Het betreft dus geen herijking van het functieveranderingsbeleid, maar een nadere invulling van het eerder vastgestelde beleid. De nadere invulling is door de betrokken gemeenten opgesteld. Op 20 juni 2012 heeft de regio Foodvalley ingestemd met de nadere invulling. De provincie Gelderland heeft laten weten in te stemmen met deze verfijning van het functieveranderingsbeleid. De doelstelling van de nadere invulling is en blijft om de verrommeling van het landelijke gebied tegen te gaan door het bieden van voldoende planologische ruimte aan sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Daarbij staat het behalen van ruimtelijke kwaliteitswinst centraal. De functieverandering is regionaal mogelijk. Sloopmeters kunnen over de gemeentegrenzen heen worden ingezet, mits het gaat om het gebied waar de regionale beleidsinvulling wordt gehanteerd.

Met de nadere invulling wordt de sloop van overtollige stallen gestimuleerd, door het mogelijk te maken om sloopmeters van één locatie in 'porties' te verkopen. Hiertoe voorziet de nadere invulling in een aanvullende rekenmethode. De nadere invulling omvat ook het adequaat faciliteren van de flexibilisering, door het in gebruik nemen van een sloopregistratie. In de nadere invulling zijn de ontwikkelingsmogelijkheden, in ruil voor het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, vergroot. De verbrede mogelijkheden betreffen: een grotere woninginhoud dan regulier is toegestaan; een grotere oppervlakte aan bijgebouwen dan regulier is toegestaan; vergroting van bestaande niet-agrarische bedrijven; voorwaarden voor uitzonderingen. De bredere mogelijkheden zijn zoveel mogelijk opgenomen als flexibiliteitsbepalingen in het voorliggende bestemmingsplan. Hierdoor wordt de toepassing van de sloopregeling bevorderd, wat ten goede komt aan het voortvarend tegengaan van verrommeling van het buitengebied door leegstaande stallen. Doorwerking in het plangebied Het principeverzoek dateert van 6 maart 2017. De grens tussen toepassing van het 'oude' functieveranderingsbeleid (uit 2008, incl. de "Nadere invulling" uit 2012) en het geactualiseerde beleid (uit 2017) is 17 januari 2017.

Doordat er bij dit dossier al vergaande gesprekken hebben plaatsgevonden vóór 17 januari 2017, is het principeverzoek onder het oude functieveranderingsbeleid afgehandeld. Er is hier sprake van maatwerk. In dit geval voldoet het wel aan de principiële uitgangspunten van het beleid. Er zijn echter alleen niet voldoende sloopmeters aangedragen. Er is op een andere wijze compensatie geleverd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3 van de toelichting waar is ingegaan op het functieveranderingsbeleid (inzake de toepassing hiervan bij dit verzoek).

16

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

4.4.3

Beeldkwaliteitsplan functieverandering

De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtings-/beplantingsplan ingediend dat is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. Stedenbouw heeft in april 2019 aangegeven dat er gezocht moet worden naar een compact erf. Ook is al aangegeven dat de boerderij met de boomgaard voor een mooi aanzicht vanaf de Tolnegenweg zorgt. Verder is aangegeven dat de voorgelegde opzet vanuit landschappelijk oogpunt akkoord was. Een wadi op deze plek is akkoord. Verder kan hier een struweelhaag een goede optie zijn op toe te passen. Deze zou bij voorkeur moeten bestaan uit meerdere soorten zodat er wat variatie ontstaat. Dit heeft er vervolgens toe geleid dat er een aangepast inrichtings-/beplantingsplan is ingediend en akkoord is bevonden. Dit is als Bijlage 1 toegevoegd aan de regels. 4.4.4

Landschapsontwikkelingsplan

In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied Er is een inrichtings-/beplantingsplan opgesteld voor de landschappelijke inpassing.

4.5

Waterschap

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten.

Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. "Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in de zone 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'. Het betreft de overgang van de bosgebieden van de Veluwe naar de Gelderse Vallei. Het ruimtelijk beleid in deze overgangszone richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijke aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk. De functie wonen is hierbij passend. Het streven is om het aantal intensieve veehouderijen in het extensiveringsgebied te laten afnemen. Het onderhavige plan is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld.

In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met 20

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien.

De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gen betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2019) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 950,- in 2018). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen.

Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied De toevoeging van een woongebouw met toepassing van het regionale functieveranderingsbeleid past binnen het woningbouwprogramma. Er zijn geen belemmeringen. 4.6.3

Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.6.4

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de "Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wet Voortgang EnergieTransitie (VET) voor aardgasvrij bouwen Per 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen en andere gebouwen met een kleinverbruikaansluiting geen aardgasaansluiting meer. Dit staat in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). De Wet VET is een stap in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving wordt uitgefaseerd. Het bouwplan zal aardgasvrij gerealiseerd worden.

Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Indien er een warmtepomp wordt toegepast dan zal deze geluidsarm worden uitgevoerd. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. De verwachting is dat zonnepanelen toegepast gaan worden. Dit om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit en BENG.

Mogelijk zijn er wanneer nieuwbouw plaatsvindt gelijkwaardige alternatieven beschikbaar voor duurzame energieopwekking. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Verzoeker heeft aangegeven dat bij de bouw gebruik gemaakt zal worden van duurzame en natuurlijke materialen. Er wordt voor de waterretentie speciaal aan de weg een vijver gerealiseerd. Ook zal de algehele aankleding van het perceel een groene uitstraling hebben (geen onnodige verstening). Dit is op de inrichtingstekening nader uitgewerkt. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Het plaatsen van laadpalen behoort tot de mogelijkheden. 22

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Binnen het plan zal waterdoorlatende verharding worden toegepast. Tevens zal de bij de sloop vrijkomende steenpuin worden verwerkt in het plan. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020.

Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Het is nu nog niet bekend of passief koelen in het woningontwerp wordt toegepast. Doorwerking in plangebied Het bouwplan zal aardgasvrij gerealiseerd worden. Doordat het mogelijk nog enkele jaren duurt voordat het bouwplan wordt gerealiseerd, is mogelijk de regelgeving zoals die nu is tegen die tijd achterhaald. Er wordt gebouwd volgens de regels die dan gelden qua duurzaamheid/energieneutraal bouwen. 4.6.5

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities

Ruimte voor Mantelzorg In de notitie Ruimte voor mantelzorg (uit 2011) is het beleidskader voor woonruimte voor mantelzorg in het buitengebied nader uitgewerkt. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: 1. Bij een directe behoefte aan mantelzorg die naar redelijke verwachting niet zeer langdurig zal zijn, denkt de gemeente mee in een voor de concrete situatie geëigende oplossing. Dit gebeurt doorgaans op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. 2. De mogelijkheid van inwoning – in zuivere zin, dus in de vorm van onzelfstandige woonruimte – past binnen de regelgeving en is en blijft daarmee dus een optie. 3. Een tweede wooneenheid binnen de bouwmassa van een woning in het buitengebied wordt mogelijk gemaakt: a. indien deze aantoonbaar een functie zal hebben voor (toekomstige) mantelzorg; b. binnen de toegelaten inhoudsmaat van de woning, eventueel in samenhang met het vergroten van die inhoud van die woning volgens mogelijkheden die beleid en regelgeving daarvoor bieden of gaan bieden; c. indien deze een ondergeschikt karakter heeft (een vloeroppervlak van maximaal 35% van dat van de woning, maar niet meer dan 65 m2); d. mits daarvoor een oppervlakte van 300 m2 aan overtollig geworden opstallen wordt gesloopt die voldoet aan de criteria voor sloopmeters volgens het functieveranderingsbeleid.

Voor het bestemmingsplan betekent dit dat ruimte moet worden geboden voor onderdeel 3. In het voorliggende bestemmingsplan is, gezien de bescheiden ruimtelijke effecten, onderdeel 3 mogelijk gemaakt door middel van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. "Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Gebiedsvisie functieveranderingswoningen Op 22 maart 2017 heeft de gemeenteraad het "Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016" vastgesteld. De doelstelling van het beleid is om ruimtelijke kwaliteitswinst in het buitengebied te behalen door sloop en/of hergebruik van de vrijkomende (of vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Ter compensatie van de sloop van de bebouwing worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied toegestaan, die anders niet mogelijk zijn. Bijvoorbeeld het realiseren van een nieuwe woning. De slooplocatie is echter niet vanzelfsprekend de beste locatie om de nieuwe woning(en) te bouwen. Bijvoorbeeld vanwege het 'slechte' woon- en leefklimaat, vanuit landschappelijk oogpunt of omdat het omliggende agrarische bedrijven mogelijk belemmert in de ontwikkelingsmogelijkheden. Ruimtelijk gezien is dan ook vaker meer winst te behalen door de nieuwe woning te verplaatsen naar een locatie elders. Zoals bijvoorbeeld naar een bebouwingslint of aan de rand van een dorpskern. Met de 'Gebiedsvisie functieveranderingswoningen', vastgesteld op 13 december 2017, worden daarvoor volgens het 'ja-mits' principe verschillende mogelijkheden gegeven. Ja, we bieden ruimte om de woning elders te bouwen, mits dit per saldo een versterking is van de kwaliteiten van het buitengebied oplevert.

Om een goede afweging te kunnen maken van mogelijke locaties en de inpassing van een plan in zijn omgeving geeft de gebiedsvisie richtinggevende afwegingskaders, zoals met betrekking tot geur, fijnstof en landschap. Daarbij is het ook van belang dat de buurt wordt betrokken bij het opstellen van een plan door middel van een omgevingsdialoog. De locatie Tolnegenweg 69 is geschikt voor het toevoegen van twee woningen op basis van de gebiedsvisie. De woningen worden gerealiseerd op de slooplocatie. 4.6.5.1

Saldering

Salderen van bouwvlakgroei, nieuwvestiging en omschakeling In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. Doorwerking In dit geval verdwijnt er een agrarisch bouwvlak met een oppervlakte van 8.526 m2. Vanwege het feit dat deze locatie onderdeel uitmaakt van eerdere afspraken (zie hoofdstuk 3 van de toelichting) wordt deze locatie niet opgenomen in deze salderingsregistratie.

24

"Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er in mei 2009 al eens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Midden Nederland Milieu op de locatie Tolnegenweg 69 (rapportnr. 2009356/dh/sh). Gezien de ouderdom van het in mei 2009 uitgevoerde bodemonderzoek ontstaan er twijfels of dit onderzoek nog voldoende representatief is. Het geeft wel een algemeen beeld van de te verwachte bodemkwaliteit ter plaatse. Door bedrijfsmatige bedrijfsactiviteiten na mei 2009 kan echter plaatselijk de bodem (grond en grondwater) alsnog verontreinigd zijn geraakt. Tevens is in 2009 het aspect asbest in het bodemonderzoek summier meegenomen. Daarom is voor het nu ingediende plan een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a69c0ef6-0f9c-4646-9460-0919b1a551a5