CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Pilot gedeeltelijke functieverandering partiële herziening buitengebied 201224.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

(mei 2024) bestemmingsplan Plannr. 1738

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

7 7 7

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Inhoud pilot 3.2 Bijschoterweg 16, Voorthuizen 3.3 Ravenweg 15, Stroe 3.4 Stoutenburgerweg 23, Terschuur 3.5 Van Amerongenweg 3, Barneveld

11 11 12 13 15 18

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

21 21 21 22 24 26 27

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

33 33 35 38 42 43 44 46 46 47 47 48 49 49 51 52 52

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

53 53 53 53 53 54 54

Hoofdstuk 7

56

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen 2

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

57 57 57 58 58

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Lijst intrek.besluit, wijz. en herz.

Bijlage 2

Verk. bodem- en asbesto.zoek, Bijsch. 16

Bijlage 3

Verk. bodem- en asbesto.zoek, Rav. 15

Bijlage 4

Verk. bodem- en asbesto.zoek, Stou. 23

Bijlage 5

Verk. bodem- en asbesto.zoek, Van Amer. 3

Bijlage 6

Eco. quickscan, Bijsch. 16

Bijlage 7

Verk. o.zoek flora en fauna, Bijsch. 16

Bijlage 8

Verk. o.zoek flora en fauna, Rav. 15

Bijlage 9

Quickscan Wnb, Stou. 23

Bijlage 10

Quickscan Nat.o.zoek, Van Amer. 3

Bijlage 11

Akoest.o.zoek wegverk.lawaai, Bijsch. 16

Bijlage 12

Inpassing en bepl. Van Amer. 3

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

In 2021 is de evaluatie van het 'Functieveranderingsbeleid FoodValley 2016' uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het wenselijk zou zijn om het beleid op een aantal onderdelen aan te vullen. Eén van deze aanvullingen is de zogenaamde gedeeltelijke functieverandering. Hiermee kunnen agrarische bedrijven, die bijvoorbeeld twee veehouderijtakken hebben en één hiervan willen of moeten beëindigen, geholpen worden. Het huidige beleid voorziet daar niet in. Op dit moment moet een agrariër, in een dergelijk geval, nog de keuze maken tussen het beëindigen van het hele bedrijf of de leegkomende stallen slopen zonder dat het bouwvlak wordt aangepast en dit sloopmeters (en daarmee financiën) mogelijk maakt. Om te onderzoeken of gedeeltelijke functieverandering een goede aanvulling op het beleid is, is ervoor gekozen om een pilot te starten. In afstemming met de gemeenten die hetzelfde functieveranderingsbeleid hanteren, heeft de gemeente Barneveld aangegeven dit te willen uitvoeren. Aan de pilot doen de volgende vier agrarische bedrijven mee: Bijschoterweg 16 in Voorthuizen, Ravenweg 15 in Stroe, Stoutenburgerweg 23 in Terschuur en Van Amerongenweg 3 in Barneveld.

Elk van deze bedrijven heeft een eigen aanleiding om mee te doen, maar wel de gezamenlijke deler om een deel van het agrarische bedrijf (vooralsnog) voort te zetten en een deel te beëindigen, te slopen en weg te bestemmen. Tijdens deze bestemmingsplanprocedure heeft de locatie Bijschoterweg 16 een positieve beschikking gekregen in het kader van de LBV+-regeling. Hierdoor heeft de deelnemer verzocht om de beoogde gedeeltelijke functieverandering gelijk om te zetten naar een gehele functieverandering. Uit praktische overwegingen is ervoor gekozen om dit verzoek mee te nemen met dit bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding geeft, van west naar oost gezien, de ligging van de blauw omcirkelde percelen weer: Stoutenburgerweg 23, Van Amerongenweg 3, Bijschoterweg 16 en Ravenweg 15.

Afbeelding: Ligging percelen deelnemen pilot

De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. "Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit deze partiële herziening.

6

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied wordt gevormd door de in de inleiding genoemde vier percelen, die de deelgebieden Bijschoterweg 16, Ravenweg 15, Stoutenburgerweg 23 en Van Amerongenweg 3 vormen. De percelen liggen verspreid in het buitengebied en worden allen omgeven door agrarische gronden, agrarische bedrijven en/of woonbestemmingen. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de deelgebieden weer, met linksboven Bijschoterweg 16, rechtsboven Ravenweg 15, linksonder Stoutenburgerweg 23 en rechtsonder Van Amerongenweg 3.

Afbeelding: Ligging plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. Bijschoterweg 16 De gronden hebben de (dubbel)bestemmingen 'Agrarisch' met bouwvlak, 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. Daarnaast zijn de aanduidingen 'intensieve veehouderij' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Gedeeltelijke functieverandering naar 'Agrarisch' en het aanduiden van een 'kleine woning' is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft de van toepassing zijnde bestemmingen en aanduidingen weer.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' Ravenweg 15 De gronden hebben de (dubbel)bestemmingen 'Agrarisch' met bouwvlak, 'Groen', 'Water', 'Waarde Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast zijn de aanduidingen 'intensieve veehouderij', 'figuur', 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Gedeeltelijke functieverandering naar 'Agrarisch', 'Groen' en 'Wonen' is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft de van toepassing zijnde bestemmingen en aanduidingen weer.

Afbeelding: Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' Stoutenburgerweg 23 De gronden hebben de (dubbel)bestemmingen 'Agrarisch' met bouwvlak, 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waarde Waterhuishouding'. Daarnaast zijn de aanduidingen 'intensieve veehouderij', 'overige zone - ecologische 8

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Gedeeltelijke functieverandering naar 'Agrarisch' en 'Groen' is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft de van toepassing zijnde bestemmingen en aanduidingen weer.

Afbeelding: Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' Van Amerongenweg 3 De gronden hebben de (dubbel)bestemmingen 'Agrarisch' met bouwvlak, 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast zijn de aanduidingen 'intensieve veehouderij', 'overige zone ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' van toepassing. Gedeeltelijke functieverandering naar 'Agrarisch' en 'Groen' is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft de van toepassing zijnde bestemmingen en aanduidingen weer.

Afbeelding: Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' "Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Voorliggend plan past niet binnen de geldende bestemming 'Agrarisch' van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012” (inclusief de partiële herzieningen). Op dit moment kan alleen medewerking verleend worden aan gehele functieverandering waarbij de agrarische bestemming met bouwvlak wordt omgezet naar een andere bestemming. Om gedeeltelijke functieverandering met de daarbij behorende regels mogelijk te maken moet de bestemming 'Agrarisch' (gedeeltelijk) worden herzien (ex artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening).

2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.

10

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Inhoud pilot

Aanleiding In 2021 is de evaluatie van het 'Functieveranderingsbeleid FoodValley 2016' uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het wenselijk zou zijn om het beleid op een aantal onderdelen aan te vullen. Eén van deze aanvullingen is de zogenaamde gedeeltelijke functieverandering. Hiermee kunnen agrarische bedrijven die bijvoorbeeld twee veehouderijtakken hebben en één hiervan willen of moeten beëindigen geholpen worden. Het huidige beleid voorziet daar niet in. Op dit moment moet een agrariër, in een dergelijk geval, nog de keuze maken tussen het beëindigen van het hele bedrijf of de leegkomende stallen slopen zonder dat het bouwvlak wordt aangepast en dit sloopmeters (en daarmee financiën) mogelijk maakt. Bij het afbouwen van een bedrijf kan het vanuit diverse oogpunten interessant zijn om dat in gedeeltes te doen. Eén van de aanbevelingen uit de evaluatie is om het huidige beleid te verbreden om zo meer mogelijkheden te creëren aan zowel aanbod- als vraagzijde. Gedeeltelijke functieverandering vergroot in potentie het aanbod en voorkomt verloedering of ongewenst gebruik van gebouwen die eigenlijk niet meer nodig zijn. Om te onderzoeken of gedeeltelijke functieverandering een goede aanvulling op het beleid is, is ervoor gekozen om een pilot te starten. In afstemming met de regiogemeenten heeft de gemeente Barneveld aangegeven dit te willen uitvoeren.

Vooruitlopend op de pilot waren er al enkele initiatiefnemers die in aanmerking zouden kunnen komen voor gedeeltelijke functieverandering of hier interesse in hadden. Aanvullende voorwaarden Naast de algemene voorwaarden zoals ruimtelijke kwaliteitswinst, compactheid en landschappelijke inpassing, zijn met de regiogemeenten een aantal aanvullende voorwaarden opgesteld. Met deze pilot is onderzocht hoe aan deze voorwaarden kan worden om gedeeltelijke functieverandering als vorm van functieverandering te regelen met een planologische procedure: 1. het verwijderen van de aanduiding 'intensive veehouderij' van een perceel als de resterende bedrijfstak dit toelaat; 2. het vastleggen van de lagere dieraantallen; 3. het aanpassen van de milieuvergunning/-melding; 4. het aanpassen van de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming; 5. het laten vervallen van de niet meer benodigde/van toepassing zijnde emissies; 6. het verkleinen van het resterende bouwvlak en het beperken van toekomstige bouwrechten; 7. een evenredige afroming van sloopmeters ten opzichte van het reguliere functieveranderingsbeleid; 8. vastleggen van afspraken in het bestemmingsplan en/of in één of meerdere overeenkomsten; 9. het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering.

Doel Met de gedeeltelijke functieverandering wordt enerzijds geregeld dat de bouwmogelijkheden, planologische en milieurechten van een agrarisch bedrijf verminderd worden. Anderzijds zorgt het ervoor dat niet het hele agrarische bedrijf beëindigd hoeft te worden, overtollige bebouwing gesloopt wordt (waardoor ongewenst gebruik niet meer mogelijk is) en het resterende bedrijf landschappelijk ingepast wordt. Hierdoor kunnen deze bedrijven zich richten op de resterende veehouderijtak en de sloopmeters verkopen. Dit alles helpt de agrariër en levert ruimtelijke kwaliteitswinst op. Gedeeltelijke functieverandering is in de praktijk bewerkelijk omdat ter plaatse het agrarisch bedrijf actief blijft, terwijl het huidige uitgangspunt is dat een agrarisch bedrijf geheel stopt en verdwijnt. Met het voldoen aan de negen specifieke voorwaarden kan het resterende agrarische bedrijf blijven functioneren en wordt tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteitswinst, compactheid en landschappelijke inpassing geregeld dan wel geborgd. Na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, zullen de resultaten uit de pilot ambtelijk geëvalueerd worden. De uitkomst wordt vervolgens meegenomen in het proces voor het in ontwikkeling zijnde nieuwe regionale functieveranderingsbeleid en, indien van toepassing, in de gemeentelijke uitwerking hiervan.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Deelnemende percelen Binnen de gemeente Barneveld zijn vier initiatieven die voorzien in gedeeltelijke functieverandering en die meedoen aan deze pilot. Elk van deze bedrijven heeft een eigen aanleiding om mee te doen, maar wel de gezamenlijke deler om een deel van het agrarische bedrijf (vooralsnog) voort te zetten en een deel te beëindigen, te slopen en weg te bestemmen. In onderstaande paragrafen worden de percelen beschreven met daarbij een korte beschrijving van het perceel, de sloopmeterberekening op basis van het reguliere functieveranderingsbeleid en de berekening op basis van deze pilot.

3.2

Bijschoterweg 16, Voorthuizen

Beschrijving plan Voor de percelen Bijschoterweg 14, 16 en 16a is verzocht om een aantal stallen te slopen, het agrarische bedrijf te verkleinen en een bestaande 'kleine woning' te slopen en te verplaatsen. Daarbij zou de inmiddels gedeeltelijk gesloopte bebouwing omgezet worden naar sloopmeters om elders in te zetten. Ook zou het resterende perceel landschappelijk worden ingepast. Echter, tijdens deze bestemmingsplanprocedure heeft de eigenaresse voor haar bedrijf een positieve beschikking gekregen in het kader van de LBV+-regeling. Hierdoor heeft zij verzocht om de beoogde gedeeltelijke functieverandering met voorliggende procedure om te zetten naar een gehele functieverandering. Dit betekent dat het agrarische bedrijf geheel afgewaardeerd wordt naar drie afzonderlijke woonbestemmingen voor de aanwezige woningen. Uit praktische overwegingen is ervoor gekozen om dit verzoek mee te nemen. Dit aangezien deze ontwikkeling voortvloeit uit de pilot en de eigenaresse onder andere geen nieuwe planologische procedure hoeft aan te vragen en te doorlopen. In het vervolg van voorliggend bestemmingsplan is dit perceel behandelt, beschreven en getoetst als een gehele functieverandering. Berekening aanwezige sloopmeters conform beleid Uit nameting van de bebouwing op 14 februari 2019 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing van het gehele perceel 2.803 m2 bedraagt.

Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning en 40 m2 aan bijgebouwen per 'kleine woning' afgetrokken, waardoor de sloopmeters 2.603 m2 bedragen. Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting (afroming) toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

De afroming voor het gehele perceel bedraagt 551 m2 die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 2.052 m2 indien deze oppervlakte gesloopt wordt. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande bedrijfswoningen en 'kleine woning' buiten beschouwing gelaten. Beoordeling verschillende aspecten Vanuit de aspecten Agrarisch, Archeologie, Beheer openbare ruimte, Brandweer, Externe veiligheid, Luchtkwaliteit, Monumenten, Ontplofbare oorlogsresten, Stedebouw, Verkeer en Water kan ingestemd worden met het plan. Voor de aspecten Bodem, Ecologie en Geluid is een onderzoek nodig waaruit eventueel naar voren kan komen dat bepaalde maatregelen genomen moeten worden. Voor het aspect Landschap moet een beplantingsplan aangeleverd worden.

12

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

3.3

Ravenweg 15, Stroe

Beschrijving plan Op de percelen Ravenweg 15-15a en Stroeërweg 52a bevindt zich een agrarisch bedrijf waarvan beide bouwvlakken met de aanduiding 'relatie' aan elkaar gekoppeld zijn. De initiatiefnemer wil de agrarische bebouwing ter plaatse van het bouwvlak op het perceel Ravenweg 15-15a slopen, de bestemming omzetten naar 'Wonen' en 400 m2 aan bijgebouwen gewenst die tot maximaal 60 m2 gebruikt mag worden voor een aan huis verbonden beroep/kleinschalig bedrijf. De resterende sloopmeters worden verkocht. Het bouwvlak op het perceel Stroeërweg 52a wordt niet gewijzigd. Berekening aanwezige sloopmeters conform beleid Uit nameting van de bebouwing op 1 april 2021 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing van het gehele perceel 4.464 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning afgetrokken, waardoor de sloopmeters 4.384 m2 bedragen. Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting (afroming) toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

De afroming voor het gehele perceel bedraagt 1.442 m2 die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 2.942 m2 bij een gehele functieverandering. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande bedrijfswoning buiten beschouwing gelaten. Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot Bij deze pilot wordt dezelfde systematiek aangehouden als bij het reguliere functieveranderingsbeleid, met het verschil dat onderscheidt wordt gemaakt tussen de bebouwing die gesloopt wordt (Ravenweg 15-15a) en de bebouwing die gehandhaafd blijft (Stroeërweg 52a). Op deze manier wordt de pilot niet aantrekkelijker dan het beleid, maar ook niet onaantrekkelijker. Er ontstaat geen verschil in het gewicht van een sloopmeter. Een sloopmeter die met toepassing van het beleid tot stand is gekomen komt precies overeen met een sloopmeter die vanuit de pilot is ontstaan. Dit betekent dat de 'pilot-'sloopmeters ingezet kunnen worden conform het beleid. Voor dit perceel leidt dit tot de volgende berekening:

De berekening bestaat uit twee onderdelen. Aan de linkerzijde staat de berekening die normaliter zou gelden als het hele bedrijf mee zou doen aan functieverandering. De oppervlakten zijn gebaseerd op de inmeting van 1 april 2021. Bij een hele functieverandering zou gelijk de afroming gesloopt moeten worden waarna het restant verkocht zou kunnen worden. Dat zou voor de initiatiefnemer niet haalbaar zijn.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Het tweede onderdeel gaat over de kolommen 2 en 3. Daarin is gekeken naar de berekende totaaloppervlakte van het hele perceel (4.464 m2) en de oppervlakte per deel van het bouwvlak. Op basis van die twee delen (1.460 m2 en 3.004 m2) is gekeken wat het percentage aan bebouwing per deel is. Aan de noordzijde (Ravenweg 15-15a) is dat 31,48 % en aan de zuidzijde 68,52 % (Stroeërweg 52a). De percentages zijn ook gebruikt om de afroming evenredig te verdelen. Hierdoor komt de afroming voor de noordzijde uit op 454 m2 in plaats van 1.442 m2 dat bij een reguliere functieverandering zou gelden. De resterende afroming van 988 m2 zit dan nog in de bebouwing op het zuidelijke deel en komt vrij op het moment dat dat deel ook beëindigd zou gaan worden. Daar is dan een nieuwe planologische procedure met bijbehorende leges voor nodig. Dit betekent dat met toepassing van deze pilot 926 m2 van de te slopen 1.380 m2 verkocht of gebruikt kan worden voor de realisering van een grotere oppervlakte aan bijgebouwen. Oppervlakte aan bijgebouwen De initiatiefnemer wil het aan de woning gebouwde bijgebouw van 77 m2 behouden en aan de westzijde van de woning een nieuw bijgebouw van 323 m2 bouwen. Daarmee wordt de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen (323 + 77 =) 400 m2.

Op grond van het bestemmingsplan geldt dat de oppervlakte tot 250 m2 één op één vervangen mag worden zonder extra sloopmetercompensatie. Voor elke 1 m2 boven deze oppervlakte moet wel een extra sloopmeter aangeleverd worden. In dit geval betekent dit het volgende. Van de gewenste 400 m2 valt 80 m2 onder het standaardrecht aan bijgebouwen per woning. Van de resterende (400 - 80 =) 320 m2 kan 170 m2 één op één vervangen worden. Voor de resterende oppervlakte van (320 - 170 =) 150 m2 moet een dubbel aantal sloopmeters (= 300 m2 aangeleverd worden aangezien deze oppervlakte groter is dan 250 m2. Van de te verkopen/gebruiken 926 m2 blijft, na de vergroting van 320 m2 boven het standaardrecht aan bijgebouwen, (926 - 170 - 300 =) 456 m2 over. Deze oppervlakte kan verkocht of gebruikt worden om de inhoud van de woning te vergroten. Toetsing aanvullende voorwaarden Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, zijn voor deze pilot de volgende aanvullende voorwaarden opgesteld: 1. het verwijderen van de aanduiding 'intensive veehouderij' van een perceel als de resterende bedrijfstak dit toelaat; 2. het vastleggen van de lagere dieraantallen; 3. het aanpassen van de milieuvergunning/-melding; 4. het aanpassen van de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming; 5. het laten vervallen van de niet meer benodigde/van toepassing zijnde emissies; 6.

het verkleinen van het resterende bouwvlak en het beperken van toekomstige bouwrechten; 7. een evenredige afroming van sloopmeters ten opzichte van het reguliere functieveranderingsbeleid; 8. vastleggen van afspraken in het bestemmingsplan en/of in één of meerdere overeenkomsten; 9. het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering. Ten aanzien van dit perceel betekent dit dat de eerste voorwaarde niet mogelijk is vanwege de voorzetting van het resterende agrarische bedrijf. De daar aanwezige kalverhouderij blijft gehandhaafd en voor het houden van dit type dieren is de aanduiding nodig. Voor wat betreft de tweede, derde en vierde voorwaarde moeten de benodigde stappen hiervoor gezet worden nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Vanaf dat moment hebben de deelnemers namelijk de (onherroepelijke) zekerheid dat deze pilot planologisch geregeld is en dat de aanpassing van hun vergunningen hierop afgestemd kan worden. Als ze dit in dit geval vooraf hadden doorgevoerd en het bestemmingsplan onverhoopt niet vastgesteld of onherroepelijk zou worden, dan zou het kunnen zijn dat de verminderde milieuruimte niet meer verkregen zou kunnen worden door bijvoorbeeld nieuwere milieuregelgeving.

Met de kennis vanuit deze pilot is het bij toekomstige planologische procedures voor gedeeltelijke functieverandering nodig dat tijdens die procedure afspraken met de deelnemer gemaakt en vastgelegd worden. Op die manier is zekerheid voor zowel de deelnemers als voor de gemeente geborgd. De vijfde voorwaarde volgt uit de aanpassing van de derde en vierde voorwaarde. In artikel 2 van de regels van dit bestemmingsplan staan de aanpassingen van de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' beschreven. Het resterende agrarische bouwvlak heeft de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gedeeltelijke functieverandering' gekregen die uitbreiding van de 14

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 resterende agrarische activiteiten niet meer mogelijk maakt. Ook is een maximum oppervlakte aan bedrijfsbebouwing opgenomen die overeenkomt met de situatie nadat de te slopen bebouwing gesloopt is. Tenslotte is het agrarische bouwvlak verkleind passend bij de resterende activiteiten. Daarmee is deze zesde voorwaarde vastgelegd in dit bestemmingsplan. De zevende voorwaarde is uitgewerkt in bovenstaande paragraaf 'Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot'. Daar is uiteengezet hoe de berekening van sloopmeters zich verhoudt tot de reguliere functieverandering waarbij een bedrijf geheel beëindigd wordt. De berekening is zo opgebouwd dat er geen verschil in afroming of in in te zetten/te verkopen sloopmeters is als een gedeeltelijke functieverandering wordt vergeleken met een gehele functieverandering. Het één is niet voordeliger dan het andere. Gedeeltelijke functieverandering is slechts een middel om ondernemers te helpen die niet geheel willen stoppen met hun agrarische bedrijf, maar wel met een deel daarvan. Zoals bovenstaand bij de tweede, derde en vierde voorwaarde is aangegeven, moeten aanvullende afspraken vastgelegd worden in overeenkomsten. In dit geval is dat gedaan ten aanzien van planschade/nadeelcompensatie en de aanplant en instandhouding van landschappelijke inpassing.

Ook andere afspraken kunnen in een overeenkomst worden vastgelegd, zoals een tijdspad voor het aanpassen van milieumeldingen en -vergunningen. Het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering is een lastige voorwaarde. Dit met name vanwege de onduidelijkheid vanuit Rijksregels en wetgeving en doorvertaling in provinciale en gemeentelijke visies en regels. Het te vervallen deel van het agrarische bouwvlak wordt een woonbestemming waar bijpassend gebruik zal plaatsvinden. Het resterende agrarische bedrijf blijft als zodanig in gebruik. Hier zijn echter geen groeimogelijkheden meer, zoals uit de zesde voorwaarde blijkt. Beoordeling verschillende aspecten Vanuit de aspecten Archeologie, Beheer openbare ruimte, Brandweer, Externe veiligheid, Geluid, Luchtkwaliteit, Monumenten, Ontplofbare oorlogsresten, Stedebouw, Verkeer en Water kan ingestemd worden met het plan. Voor de aspecten Bodem en Ecologie is een onderzoek nodig waaruit eventueel naar voren kan komen dat bepaalde maatregelen genomen moeten worden. Voor het aspect Landschap moet een beplantingsplan aangeleverd worden. Vanuit het aspect Agrarisch wordt de kanttekening geplaatst dat met het toekennen van de woonbestemming aan het perceel Ravenweg 15-15a het resterende agrarische bedrijf op het perceel Stroeërweg 52a op slot wordt gezet.

Dit sluit echter aan bij de voorwaarden van deze pilot, waarbij onder andere de toekomstige bouwrechten van het resterende bedrijf worden beperkt. Ook het ten westen gelegen agrarische bedrijf op het perceel Stroeërweg 52 wordt enigszins belemmerd aangezien de toe te kennen woonbestemming binnen 50 meter van dit bouwvlak komt. Echter, deze belemmering wordt beperkt door op het deel van de toe te kennen woonbestemming, die binnen 50 meter ligt, de aanduiding 'milieuzone - geurzone' op te nemen. Dan mag hierbinnen geen geurgevoelig object worden opgericht. Een bijgebouw mag dan bijvoorbeeld niet als bed & breakfast of voor langdurig menselijk verblijf worden gebruikt.

3.4

Stoutenburgerweg 23, Terschuur

Beschrijving plan Op het perceel Stoutenburgerweg 23 wil de initiatiefnemer een aantal stallen slopen, het agrarische bedrijf verkleinen en landschappelijke inpassing aanplanten. Daarbij moet de te slopen bebouwing omgezet worden naar sloopmeters om elders in te zetten. Berekening aanwezige sloopmeters conform beleid Uit nameting van de bebouwing op 4 augustus 2022 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing van het gehele perceel 3.503 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning afgetrokken, waardoor de sloopmeters 3.343 m2 bedragen. Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting (afroming) toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

De afroming voor het gehele perceel bedraagt 921 m2 die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 2.422 m2 bij een gehele functieverandering. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande bedrijfswoning buiten beschouwing gelaten. Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot Bij deze pilot wordt dezelfde systematiek aangehouden als bij het reguliere functieveranderingsbeleid, met het verschil dat onderscheidt wordt gemaakt tussen de bebouwing die gesloopt wordt en de bebouwing die gehandhaafd blijft. Op deze manier wordt de pilot niet aantrekkelijker dan het beleid, maar ook niet onaantrekkelijker. Er ontstaat geen verschil in het gewicht van een sloopmeter. Een sloopmeter die met toepassing van het beleid tot stand is gekomen komt precies overeen met een sloopmeter die vanuit de pilot is ontstaan. Dit betekent dat de 'pilot-'sloopmeters ingezet kunnen worden conform het beleid. Voor dit perceel leidt dit tot de volgende berekening:

De berekening bestaat uit twee onderdelen. Aan de linkerzijde staat de berekening die normaliter zou gelden als het hele bedrijf mee zou doen aan functieverandering. De oppervlakten zijn gebaseerd op de inmeting van 4 augustus 2022. Bij een hele functieverandering zou gelijk de afroming gesloopt moeten worden waarna het restant verkocht zou kunnen worden. Dat zou voor de initiatiefnemer niet haalbaar zijn. Het tweede onderdeel gaat over de kolommen 2 en 3. Daarin is gekeken naar de berekende totaaloppervlakte van het hele perceel (3.503 m2) en de te slopen/te handhaven oppervlakte. Op basis van die twee delen (1.497 m2 en 2.006 m2) is gekeken wat het percentage aan bebouwing per deel is. Voor de te slopen oppervlakte is dat 44,77 % en voor de te handhaven oppervlakte is dat 55,23 %. De percentages zijn ook gebruikt om de afroming evenredig te verdelen. Hierdoor komt de afroming voor de te slopen oppervlakte uit op 412 m2 in plaats van 921 m2 dat bij een reguliere functieverandering zou gelden. De resterende afroming van 509 m2 zit dan nog in te handhaven bebouwing en komt vrij op het moment dat dat deel ook beëindigd zou gaan worden. Daar is dan een nieuwe planologische procedure met bijbehorende leges voor nodig. Dit betekent dat met toepassing van deze pilot 1.084 m2 van de te slopen 1.497 m2 verkocht kan worden.

Toetsing aanvullende voorwaarden Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, zijn voor deze pilot de volgende aanvullende voorwaarden opgesteld: 1. het verwijderen van de aanduiding 'intensive veehouderij' van een perceel als de resterende bedrijfstak dit toelaat;

16

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

het vastleggen van de lagere dieraantallen; het aanpassen van de milieuvergunning/-melding; het aanpassen van de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming; het laten vervallen van de niet meer benodigde/van toepassing zijnde emissies; het verkleinen van het resterende bouwvlak en het beperken van toekomstige bouwrechten; een evenredige afroming van sloopmeters ten opzichte van het reguliere functieveranderingsbeleid; vastleggen van afspraken in het bestemmingsplan en/of in één of meerdere overeenkomsten; het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering.

De aanduiding voor de intensieve veehouderij vervalt omdat het resterende agrarische bedrijf een melkrundveehouderij wordt. Deze extensieve tak heeft de aanduiding niet nodig. Voor wat betreft de tweede, derde en vierde voorwaarde moeten de benodigde stappen hiervoor gezet worden nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Vanaf dat moment hebben de deelnemers namelijk de (onherroepelijke) zekerheid dat deze pilot planologisch geregeld is en dat de aanpassing van hun vergunningen hierop afgestemd kan worden. Als ze dit in dit geval vooraf hadden doorgevoerd en het bestemmingsplan onverhoopt niet vastgesteld of onherroepelijk zou worden, dan zou het kunnen zijn dat de verminderde milieuruimte niet meer verkregen zou kunnen worden door bijvoorbeeld nieuwere milieuregelgeving. Met de kennis vanuit deze pilot is het bij toekomstige planologische procedures voor gedeeltelijke functieverandering nodig dat tijdens die procedure afspraken met de deelnemer gemaakt en vastgelegd worden. Op die manier is zekerheid voor zowel de deelnemers als voor de gemeente geborgd. De vijfde voorwaarde volgt uit de aanpassing van de derde en vierde voorwaarde. In artikel 2 van de regels van dit bestemmingsplan staan de aanpassingen van de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' beschreven.

Het resterende agrarische bouwvlak heeft de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gedeeltelijke functieverandering' gekregen die uitbreiding van de resterende agrarische activiteiten niet meer mogelijk maakt. Ook is een maximum oppervlakte aan bedrijfsbebouwing opgenomen die overeenkomt met de situatie nadat de te slopen bebouwing gesloopt is. Tenslotte is het agrarische bouwvlak verkleind passend bij de resterende activiteiten. Daarmee is deze zesde voorwaarde vastgelegd in dit bestemmingsplan. De zevende voorwaarde is uitgewerkt in bovenstaande paragraaf 'Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot'. Daar is uiteengezet hoe de berekening van sloopmeters zich verhoudt tot de reguliere functieverandering waarbij een bedrijf geheel beëindigd wordt. De berekening is zo opgebouwd dat er geen verschil in afroming of in in te zetten/te verkopen sloopmeters is als een gedeeltelijke functieverandering wordt vergeleken met een gehele functieverandering. Het één is niet voordeliger dan het andere. Gedeeltelijke functieverandering is slechts een middel om ondernemers te helpen die niet geheel willen stoppen met hun agrarische bedrijf, maar wel met een deel daarvan. Zoals bovenstaand bij de tweede, derde en vierde voorwaarde is aangegeven, moeten aanvullende afspraken vastgelegd worden in overeenkomsten.

In dit geval is dat gedaan ten aanzien van planschade/nadeelcompensatie en de aanplant en instandhouding van landschappelijke inpassing. Ook andere afspraken kunnen in een overeenkomst worden vastgelegd, zoals een tijdspad voor het aanpassen van milieumeldingen en -vergunningen. Ten aanzien van de negende voorwaarde heeft de deelnemer aangegeven dat zij zich, na de gedeeltelijke functieverandering, volledig toespitsen op de melkrundveehouderij. Daarbij wil het bedrijf onderzoeken hoe en op welke manier er verduurzaamd kan worden, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen of een windturbine. Daarnaast worden de asbestdaken van de te behouden bedrijfsgebouwen gesaneerd. Als ondergeschikte activiteit wordt mogelijk een bed & breakfast gerealiseerd in het bestaande achterhuis. Beoordeling verschillende aspecten Vanuit de aspecten Agrarisch, Archeologie, Beheer openbare ruimte, Brandweer, Externe veiligheid, Geluid, Luchtkwaliteit, Monumenten, Ontplofbare oorlogsresten, Stedebouw, Verkeer en Water kan ingestemd worden met het plan. Voor de aspecten Bodem en Ecologie is een onderzoek nodig waaruit eventueel naar voren kan komen dat bepaalde maatregelen genomen moeten worden. Voor het aspect Landschap moet een beplantingsplan aangeleverd worden.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

3.5

Van Amerongenweg 3, Barneveld

Beschrijving plan Op het perceel Van Amerongenweg 3 wil de initiatiefnemer een aantal ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen laten plaatsvinden waarbij deze samen op gaan met een verbetering van de financiële structuur en toekomstbestendigheid van het bedrijf. Daarbij worden de pluimvee- en varkensstallen in het noordelijke deel van het bouwvlak gesloopt en omgezet naar sloopmeters om elders in te zetten. Het zuidelijke deel van het bouwvlak, waar de rondeelstal staat, blijft gehandhaafd en wordt landschappelijk ingepast. Met het onherroepelijke bestemmingsplan 'Van Amerongenweg II' is op het perceel een tweede bedrijfswoning van 750 m3 mogelijk gemaakt. Deze woning is echter nog niet gerealiseerd. Bij voorliggende invulling van het perceel is rekening gehouden met de toekomstige bouw van deze woning. Berekening aanwezige sloopmeters conform beleid Uit nameting van de bebouwing op 11 januari 2021 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing van het gehele perceel 9.796 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning afgetrokken, waardoor de sloopmeters 9.716 m2 bedragen. Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting (afroming) toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

De afroming voor het gehele perceel bedraagt 4.108 m2 die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 5.608 m2 bij een gehele functieverandering. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande bedrijfswoning buiten beschouwing gelaten. Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot Bij deze pilot wordt dezelfde systematiek aangehouden als bij het reguliere functieveranderingsbeleid, met het verschil dat onderscheidt wordt gemaakt tussen de bebouwing die gesloopt wordt en de bebouwing die gehandhaafd blijft. Op deze manier wordt de pilot niet aantrekkelijker dan het beleid, maar ook niet onaantrekkelijker. Er ontstaat geen verschil in het gewicht van een sloopmeter. Een sloopmeter die met toepassing van het beleid tot stand is gekomen komt precies overeen met een sloopmeter die vanuit de pilot is ontstaan. Dit betekent dat de 'pilot-'sloopmeters ingezet kunnen worden conform het beleid. Voor dit perceel leidt dit tot de volgende berekening:

De berekening bestaat uit twee onderdelen. Aan de linkerzijde staat de berekening die normaliter zou

18

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 gelden als het hele bedrijf mee zou doen aan functieverandering. De oppervlakten zijn gebaseerd op de inmeting en de aanpassing daarvan die op respectievelijk 25 februari en 3 juni 2021 is toegestuurd. Bij een hele functieverandering zou gelijk de afroming gesloopt moeten worden waarna het restant verkocht zou kunnen worden. Dat zou voor de initiatiefnemer niet haalbaar zijn. Het tweede onderdeel gaat over de kolommen 2 en 3. Daarin is gekeken naar de berekende totaaloppervlakte van het hele perceel (9.796 m2) en de oppervlakte per deel van het bouwvlak. Op basis van die twee delen (4.508 m2 en 5.289 m2) is gekeken wat het percentage aan bebouwing per deel is. Aan de noordzijde is dat 46,39 % en aan de zuidzijde 53,61 %. De percentages zijn ook gebruikt om de afroming evenredig te verdelen. Hierdoor komt de afroming voor de noordzijde uit op 1.906 m2 in plaats van 4.108 m2 dat bij een reguliere functieverandering zou gelden. De resterende afroming van 2.202 m2 zit dan nog in de bebouwing op het zuidelijke deel en komt vrij op het moment dat dat deel ook beëindigd zou gaan worden. Zoals bekend is daar dan een nieuwe planologische procedure met bijbehorende leges voor nodig. Dit betekent dat met toepassing van deze pilot 2.602 m2 van de te slopen 4.508 m2 verkocht kan worden.

Toetsing aanvullende voorwaarden Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, zijn voor deze pilot de volgende aanvullende voorwaarden opgesteld: 1. het verwijderen van de aanduiding 'intensive veehouderij' van een perceel als de resterende bedrijfstak dit toelaat; 2. het vastleggen van de lagere dieraantallen; 3. het aanpassen van de milieuvergunning/-melding; 4. het aanpassen van de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming; 5. het laten vervallen van de niet meer benodigde/van toepassing zijnde emissies; 6. het verkleinen van het resterende bouwvlak en het beperken van toekomstige bouwrechten; 7. een evenredige afroming van sloopmeters ten opzichte van het reguliere functieveranderingsbeleid; 8. vastleggen van afspraken in het bestemmingsplan en/of in één of meerdere overeenkomsten; 9. het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering. Ten aanzien van dit perceel betekent dit dat de eerste voorwaarde niet mogelijk is vanwege de voorzetting van het resterende agrarische bedrijf. De daar aanwezige pluimveetak blijft gehandhaafd en voor het houden van dit type dieren is de aanduiding nodig. Voor wat betreft de tweede, derde en vierde voorwaarde moeten de benodigde stappen hiervoor gezet worden nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Vanaf dat moment hebben de deelnemers namelijk de (onherroepelijke) zekerheid dat deze pilot planologisch geregeld is en dat de aanpassing van hun vergunningen hierop afgestemd kan worden. Als ze dit in dit geval vooraf hadden doorgevoerd en het bestemmingsplan onverhoopt niet vastgesteld of onherroepelijk zou worden, dan zou het kunnen zijn dat de verminderde milieuruimte niet meer verkregen zou kunnen worden door bijvoorbeeld nieuwere milieuregelgeving. Met de kennis vanuit deze pilot is het bij toekomstige planologische procedures voor gedeeltelijke functieverandering nodig dat tijdens die procedure afspraken met de deelnemer gemaakt en vastgelegd worden. Op die manier is zekerheid voor zowel de deelnemers als voor de gemeente geborgd. De vijfde voorwaarde volgt uit de aanpassing van de derde en vierde voorwaarde. In artikel 2 van de regels van dit bestemmingsplan staan de aanpassingen van de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' beschreven. Het resterende agrarische bouwvlak heeft de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gedeeltelijke functieverandering' gekregen die uitbreiding van de resterende agrarische activiteiten niet meer mogelijk maakt. Ook is een maximum oppervlakte aan bedrijfsbebouwing opgenomen die overeenkomt met de situatie nadat de te slopen bebouwing gesloopt is.

Tenslotte is het agrarische bouwvlak verkleind passend bij de resterende activiteiten. Daarmee is deze zesde voorwaarde vastgelegd in dit bestemmingsplan. De zevende voorwaarde is uitgewerkt in bovenstaande paragraaf 'Berekening aanwezige sloopmeters conform pilot'. Daar is uiteengezet hoe de berekening van sloopmeters zich verhoudt tot de reguliere functieverandering waarbij een bedrijf geheel beëindigd wordt. De berekening is zo opgebouwd dat er geen verschil in afroming of in in te zetten/te verkopen sloopmeters is als een gedeeltelijke functieverandering wordt vergeleken met een gehele functieverandering. Het één is niet voordeliger dan het andere. Gedeeltelijke functieverandering is slechts een middel om ondernemers te helpen die niet geheel willen stoppen met hun agrarische bedrijf, maar wel met een deel daarvan. "Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Zoals bovenstaand bij de tweede, derde en vierde voorwaarde is aangegeven, moeten aanvullende afspraken vastgelegd worden in overeenkomsten. In dit geval is dat gedaan ten aanzien van planschade/nadeelcompensatie en de aanplant en instandhouding van landschappelijke inpassing. Ook andere afspraken kunnen in een overeenkomst worden vastgelegd, zoals een tijdspad voor het aanpassen van milieumeldingen en -vergunningen. Het aanleveren van een toekomstvisie voor de periode na de gedeeltelijke functieverandering is een lastige voorwaarde. Het resterende agrarische bedrijf wordt voortgezet waarbij de te planologisch toegestane tweede bedrijfswoning ter plaatse van de te slopen bebouwing wordt gesitueerd. Het overgrote gedeelte van de locatie van de te slopen bebouwing wordt onbebouwde agrarische grond. Er zijn echter geen groeimogelijkheden voor het resterende agrarische bedrijf meer, zoals uit de zesde voorwaarde blijkt. Beoordeling verschillende aspecten Vanuit de aspecten Agrarisch, Archeologie, Beheer openbare ruimte, Brandweer, Externe veiligheid, Geluid, Luchtkwaliteit, Monumenten, Ontplofbare oorlogsresten, Stedebouw, Verkeer en Water kan ingestemd worden met het plan. Voor de aspecten Bodem en Ecologie is een onderzoek nodig waaruit eventueel naar voren kan komen dat bepaalde maatregelen genomen moeten worden.

Voor het aspect Landschap moet een beplantingsplan aangeleverd worden.

20

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied Voorliggend bestemmingsplan ziet op het verkleinen van drie agrarische bouwvlakken en het afwaarderen van één bouwvlak naar drie woonbestemmingen. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder met onderdeel 4. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Chw via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Chw niet van toepassing, want het gaat planologisch gezien om het verkleinen van drie agrarische bouwvlakken, het afwaarderen van één bouwvlak naar drie woonbestemmingen en het toevoegen van landschappelijke inpassing om de resterende bouwvlakken en woningen.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat

22

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012 woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied Vanuit de visie gelden geen specifieke eisen die betrekking hebben op het verkleinen van drie agrarische bouwvlakken, het afwaarderen van één bouwvlak naar drie woonbestemmingen en het toevoegen van landschappelijke inpassing om de resterende bouwvlakken en woningen.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken.

Kaarten In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 3: Regels Natuur - kaart 1 Kaart 9: Regels Water en Milieu Op kaart 2 liggen alle percelen in het 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied'. Voorliggend bestemmingsplan ziet op de verkleining van agrarische bouwvlakken, waarbij geen uitbreiding mogelijk wordt gemaakt voor glastuinbouw. Op kaart 3 liggen de percelen Stoutenburgerweg 23 en Van Amerongenweg 3 liggen in de 'Groene ontwikkelingszone' met de gebiedsnaam 'Erica - het Paradijs'. Op de twee percelen vindt echter alleen een verkleining van de agrarische bouwvlakken plaats, waarbij voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en bestrating verwijderd wordt. Bovendien wordt landschappelijke inpassing gerealiseerd, rekening houdend met de aanwezige kernkwaliteiten. Deze inpassing wordt waar mogelijk met een groenbestemming extra beschermd. Verder worden geen houtopstanden geveld. Op kaart 9 liggen de percelen Bijschoterweg 16, Stoutenburgerweg 23 en Van Amerongenweg 3 in een 'intrekgebied'. Dit bestemmingsplan maakt echter geen winning van fossiele energie mogelijk.

Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Voorliggend bestemmingsplan ziet op het verkleinen van vier agrarische bouwvlakken en het toevoegen van landschappelijke inpassing om de resterende bouwvlakken. De sloop van bebouwing, het verwijderen van bestrating en de aanplant van landschappelijke inpassing heeft een positief effect op onder andere het laten infiltreren van regenwater op een grotere oppervlakte onbebouwde grond en geeft verkoeling op de omgeving. Er vinden geen nieuwe planologische ontwikkelingen plaats. Doorwerking in plangebied Gelet op bovenstaande conclusies vormen de regels geen belemmering voor dit plan. Daarmee is het plan in overeenstemming met de Omgevingsvisie en -verordening.

"Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Pilot gedeeltelijke functieverandering, partiële herziening Buitengebied 2012

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.

Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.

Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=74b879b8-06eb-46a1-b223-11105d109a01