CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Harskamperweg e.o (Kootwijkerbroek)27.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Harskamperweg e.o.

(maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1703

Harskamperweg e.o.

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

7 7 7

Hoofdstuk 3

10

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

18 18 18 19 21 23 24

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

33 33 34 36 40 41 42 43 45 45 46 47 49 50 50 50 51

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

52 52 52 52 59 61 61

Hoofdstuk 7

62

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek 2018

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

63 63 63 64 64

Harskamperweg e.o.

Bijlage 2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek 2021

Bijlage 3

Asbestinventarisatierapport

Bijlage 4

Onderzoek wegverkeerslawaai (akoestiek)

Bijlage 5

Onderzoek akoestiek industrielawaai

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

Bijlage 7

AERIUS-berekening bouwfase

Bijlage 8

AERIUS-berekening bouwfase (verschilberekening)

Bijlage 9

AERIUS-berekening gebruiksfase

Bijlage 10

AERIUS-berekening gebruiksfase (verschilberekening)

Bijlage 11

AERIUS-berekening gebruikfase (randeffect)

Bijlage 12

Toelichting intern salderen

Bijlage 13

Nader onderzoek marterachtigen (ecologie)

Bijlage 14

Ontwerp ontheffing GS (marterachtigen)

Bijlage 15

Activiteitenplan soortenbescherming

Bijlage 16

Nader onderzoek vleermuizen

Bijlage 17

Luchtkwaliteitsonderzoek

Bijlage 18

Beoordelingsbesluit m.e.r.

Bijlage 19

Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 20

Toetsing Nota Parkeernormen 2020

Bijlage 21

Verkeersgeneratie

Bijlage 22

Keer- en draaibewegingen noordelijke locatie

Bijlage 23

Keer- en draaibewegingen zuidelijke locatie

Bijlage 24

Nota zienswijzen

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

3

Harskamperweg e.o.

4

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor percelen aan de Harskamperweg (ten zuiden van nrs. 58/60) en de Oude Essenerweg 13, 13A, 15 en 17 in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om niet-agrarische bedrijvigheid (bebouwing en buitenopslag) en een woning te realiseren. Het gaat hierbij om de nieuwvestiging van twee niet-agrarische bedrijven. De nieuwe woning is ten westen van de (voormalig) bedrijfswoning aan de Oude Essenerweg 15 beoogd. De ontsluiting van de niet-agrarische bedrijvigheid is aan de Harskamperweg, ten zuiden van nummer 60 beoogd. Er wordt ten behoeve van het plan bebouwing gesloopt en het agrarische bouwvlak aan de Oude Essenerweg 13, 13A, 15 en 17 (kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie L, nummers 1186, 1189, 1192, 1187, 1188, 1193, 1194, 1165, 1190 en 1191) komt te vervallen. Harskamperweg 60, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie L, nummer 886, behoudt de agrarische bestemming (met bouwvlak). Op het perceel Garderbroekerweg 241, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie L, nummer 1077 (gedeeltelijk), wordt de aanduiding 'bedrijfswoning' verwijderd. De bestemming 'Bedrijf' wordt op die specifieke locatie gewijzigd naar de bestemming 'Groen'. De bestaande bedrijfswoningen Oude Essenerweg 15 en 17, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie L, nummers 711 en 978, krijgen een woon-bestemming in de vorm van een woongebouw.

Er wordt ook natuur in de vorm van een brede houtsingel met beplanting aangelegd, waarbij ook maatschappelijke tegenprestaties worden geleverd. Zo komen er in dat kader onder meer extra beplantingsstructuren, meerjarig bloemrijk grasland, een hoogstamfruitboomgaard en een paddenpoel. De uitvoering van het plan is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is voorliggende herziening van de bestemmingsplannen "Buitengebied 2012" en "Garderbroekerweg-Kerkweg" opgesteld.

Afbeelding: globale ligging locatie Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

5

Harskamperweg e.o. acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

6

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Harskamperweg, ten zuiden van nummer 60, en aan de Oude Essenerweg 13 13A, 15 en 17 in Kootwijkerbroek, ten oosten van de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door bedrijfsbebouwing. Ten noorden en oosten vormt de Harskamperweg en agrarische gronden de grens van het plangebied. De grens aan de zuid- en westzijde wordt gevormd door agrarische gronden en de Oude Essenerweg. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding: ligging plangebied Ook het perceel Garderbroekerweg 241 maakt onderdeel uit van het plan, omdat daar de functieaanduiding 'bedrijfswoning' wordt geschrapt. Dat gebied grenst aan de bedrijfsbebouwing van de locatie Garderbroekerweg 241 (wat betreft de west- en noordzijde). De oostzijde wordt begrensd door de Garderbroekerweg en agrarische gronden. Ook ten zuiden hiervan zijn agrarische gronden gelegen.

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt voor een gedeelte in de bestemmingsplannen "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. Ook ligt een gedeelte van het plangebied in het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg". De gronden hebben binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" de bestemmingen 'Agrarisch' (met bouwvlak) en 'Groen'. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied V' en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Ook geldt hier de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Er zijn twee bedrijfswoningen vergund (op Oude Essenerweg 15 en 17) en planologisch "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

7

Harskamperweg e.o. toegestaan. Tevens geldt het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie - Archeologie". De locatie heeft hierin de bestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Hiermee is de dubbelbestemming ''Waarde - Archeologie 1' uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" komen te vervallen. Binnen het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" hebben de gronden de bestemming 'Agrarisch - Onbebouwd'. Ook gelden de "Parapluherziening Parkeernormen" en "Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud" voor het totale plangebied. De locatie waar de niet-gerealiseerde bedrijfswoning zich bevindt (Garderbroekerweg 241) heeft binnen het huidige bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" de bestemming 'Bedrijf'. Er is daar een bedrijfswoning planologisch toegestaan. Deze locatie wordt ook betrokken bij voorliggend plan om de verplaatsing van meters planologisch vast te leggen én de bouw van een bedrijfswoning hier uit te sluiten.

Afbeelding: bestemmingsplannen "Buitengebied 2012" en "Garderbroekerweg-Kerkweg" Realisatie van niet-agrarische bedrijvigheid met buitenopslag en de bouw van een woning is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. In de geldende bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van de bestemmingsplannen noodzakelijk.

8

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

9

Harskamperweg e.o.

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Bestaande situatie Op dit moment is sprake van grote verrommeling op de locatie Oude Essenerweg/Harskamperweg van het plangebied. De nog aanwezige schuren bevinden zich in een zeer slechte staat. In het verleden hebben hier vier schuren gestaan (intensieve veehouderij) met een lengte van 325 meter elk. De twee middelste schuren zijn reeds gesloopt. Hier vindt momenteel zandopslag plaats (tijdelijk). Een deel van de meest westelijke schuur is ook afgebroken. De meest oostelijke schuur is in zijn geheel nog aanwezig. Op de daken zit asbest. De schuren zijn niet in gebruik voor de huisvesting van dieren. Zie de onderstaande afbeelding.

Afbeelding: huidige situatie (luchtfoto 2023) De twee bestaande bedrijfswoningen Oude Essenerweg 15 en 17 zijn in gebruik als burgerwoningen.

10

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Afbeelding: bestaande bedrijfswoningen Oude Essenerweg 15 en 17 De bedrijfswoning aan Garderbroekerweg 241 is niet gerealiseerd. Dit is nu een kavel met enkel gras.

Afbeelding: huidige situatie Garderbroekerweg 241 (met rood omcirkel de locatie) Beoogde situatie Het plan ziet op de realisatie van bedrijfsbebouwing en buitenopslag (voor twee bedrijven) aan de Harskamperweg, ten zuiden van nr. 60. De ontsluiting van de niet-agrarische bedrijvigheid zal hier ook ten zuiden van zijn. Elk bedrijf heeft één uitrit. Daarnaast wordt een woning ten zuiden van Oude Essenerweg 15 mogelijk gemaakt. Om dit mogelijk te maken wordt het agrarische bouwvlak en bijbehorende aanduiding 'intenstieve veehouderij' verwijderd. Ook wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. In ruil voor bebouwing op de zuidelijke bedrijfslocatie wordt een bedrijfswoning wegbestemd aan de Garderbroekerweg 241. De bestemming 'Bedrijf' wordt gewijzigd in de bestemming 'Groen'. De twee bedrijfswoningen aan de Oude Essenerweg 15 en 17 krijgen de bestemming 'Wonen' (woongebouw). De locatie Harskamperweg 60 "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

11

Harskamperweg e.o. behoudt in de beoogde situatie de agrarische bedrijfsbestemming. Dit omdat deze eigenaar niet meedoet in het plan. Naast de sloop van bebouwing, maakt ook landschappelijke inpassing en het leveren van een maatschappelijke tegenprestatie onderdeel uit van dit plan (zie Bijlage 5 van de regels). Ter compensatie wordt ten zuiden van de bedrijven een brede groensingel aangelegd. Ook wordt de bedrijfswoning die planologisch nog gebouwd kan op het perceel Garderbroekerweg 241 wegbestemd. Het mogelijk maken van bedrijfsbebouwing bij de zuidelijke bedrijfslocatie in ruil voor het niet realiseren van een (mogelijke) bedrijfswoning aan de Garderbroekerweg 241 is stedenbouwkundig en ook ruimtelijk akkoord. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde situatie aan (inrichtingstekening). Plangebied A is de noordelijke bedrijfslocatie (geel omcirkeld) en plangebied B is de zuidelijke bedrijfslocatie (oranje omcirkeld). De afbeelding is toegevoegd als Bijlage 4 bij de regels. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde situatie weer.

Afbeelding: beoogde situatie (inrichtingstekening) Onderstaande afbeelding geeft de te slopen bebouwing (binnen het rode kader) weer. Het betreft de bebouwing binnen het rode kader op de afbeelding. Met een voorwaardelijke verplichting is de sloop vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan. Er wordt pas een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfspand of woning nadat de bebouwing gesloopt is.

12

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Afbeelding: te slopen bebouwing Dit plan kent een lange voorgeschiedenis om te komen tot een situatie waarbij de vier schuren gesloopt worden. Zo is namelijk al met de vaststelling van het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" door de raad op 4 maart 2015 een eerste aanzet hiertoe gegeven om te komen tot het nu voorliggende plan. Immers met dat plan zijn de twee middelste schuren gesloopt. Zie hiervoor de paragraaf 'Wat ging hier aan vooraf' later in dit hoofdstuk. Met het nu voorliggende plan worden de twee buitenste gebouwen gesloopt. De gronden binnen het plangebied zijn in bezit van verschillende eigenaren. Met dit plan ontstaat ruimtelijke kwaliteitswinst wanneer alle voormalige agrarische schuren worden gesloopt (met uitzondering van Harskamperweg 60). In de vorm van maatwerk komt bebouwing terug na de sloop van de bebouwing. Niet-agrarisch bedrijf, noordzijde In de beoogde situatie zijn er twee niet-agrarische bedrijven gevestigd met buitenopslag (nieuwvestiging). Het bedrijf op het noordelijke gedeelte in het plangebied wil een bedrijfspand van 2.080 m2 met een oppervlakte van 10.000 m2 aan buitenopslag realiseren. Vanwege het feit dat de gronden waar gekeerd wordt niet voor opslag mogen worden gebruikt, bedraagt de daadwerkelijk oppervlakte van buitenopslag: 6.533 m2.

Het bedrijf dat hier komt, monteert grote installaties (modulaire PV systemen) die voornamelijk geplaatst worden bij MKB bedrijfspanden en agrarische bedrijven. Hiervoor worden zonnepanelen door derden aangeleverd en ter plekke op de bedrijfslocatie Harskamperweg aan elkaar gekoppeld/gemonteerd. Vervolgens wordt het systeem getransporteerd of op de bestemde locatie door het bedrijf zelf geïnstalleerd op de daken. Het betreft panelen die klaargezet en vervoerd worden met een lengte van 15 meter. Deze bedrijfsactiviteiten zijn aan te merken als activiteiten die behoren bij een bouwbedrijf. Op de verbeelding krijgt dit bedrijf daarmee de aanduiding: 'specifieke vorm van bedrijf - bouwbedrijf: b.o. > 2.000 m2' (milieucategorie 3.2). De vestiging van dit bedrijf is hier vanuit milieuoogpunt mogelijk (zie paragraaf "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

13

Harskamperweg e.o. 5.11 van de toelichting. Niet-agrarisch bedrijf, zuidzijde Op het zuidelijke gedeelte van de niet-agrarische bedrijfsbestemming komt een bedrijf dat gespecialiseerd is in de opslag van zand en grind. Daarnaast wordt ook materieel ten behoeve van de grond-, weg- en waterbouw opgeslagen. Het gaat hier onder andere om duikers, bermblokken, klinkers, pvc, drainageleidingen, kolken, betonbanden, transportmiddelen etc. Door het bedrijf is aangegeven dat met het afgraven van gronden en verwijderen van puin veelal verwijdering van dergelijk materieel gepaard gaat. In plaats dat derden dit materieel op moeten komen halen, kan het bedrijf deze elementen zelf meenemen. Deze opslag neemt echter veel ruimte in waar het bedrijf op de hoofdlocatie (aan de Garderbroekerweg 241) niet over beschikt. Bij deze activiteiten passen de volgende aanduidingen: - 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in zand en grind, algemeen: b.o. > 200 m2' (milieucategorie 3.2)'; - 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf in de grond-, weg- en waterbouw' (milieucategorie 3.1). Dit niet-agrarische bedrijf wil 450 m2 aan bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van 7.000 m2 aan buitenopslag en verharding realiseren. Ook hier geldt dat geen buitenopslag mag plaatsvinden op gronden waar gekeerd moet worden. Hiermee bedraagt de daadwerkelijke oppervlakte van buitenopslag 6.114 m2.

Het bedrijfsgebouw krijgt een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 8 meter. Het geheel wordt landschappelijk ingepast conform eerdere wensen en ontneemt het zicht op de opslag. Er komen keerwanden. De opslag van het zand mag maximaal 5 meter bedragen. Dit wordt op de verbeelding met de aanduiding 'maximum hoogte' vastgelegd. Voor het noordelijke bedrijf is de hoogte van de opslag bepaald en vastgelegd op 3 meter. Op bedrijventerreinen in de omgeving is geen ruimte voor deze twee bedrijven, vandaar dat voorliggende percelen worden ontwikkeld. Zie verder paragraaf 5.7 van de toelichting. Maatwerk - sloop bebouwing en maatschappelijke tegenprestatie Wanneer bedrijven met een grotere oppervlakte dan 1.000 m2 in het buitengebied zijn of worden gevestigd en behoefte hebben aan uitbreiding, kan onderzocht worden of een maatwerkoplossing mogelijk is. Er moet dan wel aangetoond worden dat verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is. Hierbij kan het gedachtegoed van de menukaart worden toegepast. Het gaat dan om de regionale menukaart (Menukaart Regio FoodValley). De menukaart is ontwikkeld om ruimte te bieden aan bedrijven én een mooier buitengebied. De menukaart bevat zowel beleidsregels als praktische tools om maatwerk te bieden bij bedrijven in het buitengebied. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 4.4.2 in hoofdstuk 4 van de toelichting.

Er is hier sprake van een vorm van functieverandering en maatwerk, waarbij het gedachtegoed van de menukaart is toegepast. In de beoogde situatie ontstaat hier meer dan 1.000 m2 aan bedrijfsbebouwing. Hoewel het functieveranderingsbeleid niet ziet op dergelijke grote ontwikkelingen, is het plan aan te merken als een vorm van functieverandering. Immers de agrarische bestemming wijzigt van functie, naar een niet-agrarische bedrijfsbestemming voor de twee bedrijven en naar een woon-bestemming. Het is noodzakelijk dat naast de sloop van bebouwing en de landschappelijke inpassing een maatschappelijke tegenprestatie wordt geleverd. Er is hiervoor een analyse opgesteld (zie bijlage 5 van de regels). Hierbij is uitgegaan van de hoogste staffel, namelijk dat de tegenprestatie 8% van de bouwkosten moet zijn. De volgende tegenprestaties worden gedaan: 1. Extra aanplant bomen met onderbegroeiing; 2. Natuurinclusief inrichten van de buitenruimte (lijnvormige structuren bomenrij, aanleg meerjarig bloemrijk grasland/-veld, hoogstamfruitboomgaard en de aanleg van een padden-/amfibieënpoel): 3. Natuurinclusief bouwen woning; 4. Wegnemen van lichthinder; 5. Extra investering in architectuur, bouwmaterialen of bouwwijzen. Wat betreft extra aanplant aan bomen met onderbegroeiing komt er een oppervlakte van 3.598 m2 extra bij (dit komt bovenop de landschappelijke inpassing).

Dit is in de vorm van lijnvormige structuren (bomenrij). In die gedeelten komen zomereiken en de ondergroei is struweel, meidoorn, lijsterbes, veldesdoor, krent en hazelaar. De buitenruimte wordt natuurinclusief ingericht. Het meerjarig bloemrijk grasland dient als 14

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o. foerageergebied, verblijfgebied en voortplantingsgebied voor de soorten das, eekhoorn, gewone bosspitsmuis, rosse woelmuis, bosmuis, steenmarter, bunzing, egel, haas en vos. Door de aanleg van het bloemrijk grasland zullen dag- en nachtvlinders weer worden aangetrokken (in de huidige situatie is het gebied geen geschikt habitat voor dag- en nachtvlinders). Het natuurdoeltype is N12.02: Kruidenrijk- en faunarijk grasland. Dit zal worden ingevuld met onder andere duizendblad, esparcette, honingklaver, karwij, kleine pimpernel, koriander, luzern en rode klaver. Deze soorten zijn geschikt voor zandgronden en trekken veel bijen en vlinders aan door de vele nectarrijjke bloesems. Muizen, hazen en marterachtigen vinden hun beschutting in de hogere grassoorten. De aanleg van een hoogstamboomgaard verhoogt de biodiversiteit en komt ten gunste van diersoorten. Er zal een steenuilkast worden geplaatst en er komt een haag rondom de boomgaard. De natuurlijke poel dient rijk te zijn aan waterplanten voor een natuurlijke waterzuivering. Uit de ecologische gebiedsanalyse is gebleken dat het gebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende amfibieënsoorten, zoals gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Amfibieën benutten het gebied als foerageergebied en bezetten er mogelijk een (winter)rustplaats.

Door het aanleggen van een poel kan er een bijdrage geleverd worden aan een geschikt voortplantingsbiotoop. Er wordt een geschikt landbiotoop gecreëerd voor amfibieën. In paragraaf 4.4.2 van de toelichting wordt eveneens ingegaan op de maatschappelijke tegenprestaties. Deze te leveren tegenprestaties rechtvaardigen het hier om mee te werken aan het plan. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om landschappelijke inpassing en de maatschappelijke tegenprestaties zeker te stellen. Ruimtelijk is het plan aanvaardbaar. Wat ging hier aan vooraf? Op 4 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" vastgesteld. In dit plan is al ingegaan op de locatie Oude Essenerweg/Harskamperweg. Zo is in dat plan aangegeven dat de opstallen (vier lange schuren) aan de Oude Essenerweg in bezit zijn van twee verschillende eigenaren. Onderstaande afbeelding, die ook is opgenomen in het genoemde bestemmingsplan, geeft een indicatie van de toekomstige indeling Oude Essenerweg / Harskamperweg.

Afbeelding (2015): indicatie toekomstige indeling (uit plan "Garderbroekerweg-Kerkweg") Het volgende is opgenomen in het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg":

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

15

Harskamperweg e.o.

Getracht wordt de opstallen te laten verdwijnen en hier in de vorm van een maatwerkconstructie nieuwe bebouwing voor te laten terugkomen. Het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" biedt de eerste aanzet hiertoe waarna de verwachting is dat de twee buitenste gebouwen in een later stadium zullen volgen. Dit zal dan gebeuren in een separaat bestemmingsplan (het nu voorliggende plan). Op deze wijze zal het gebied verlost worden van ruim 17.000 m2 opstallen welke door de veelal vervallen staat waarin deze verkeren een doorn in het oog zijn van omwonenden en passanten. De twee middelste lange schuren zijn al gesloopt. De ammoniak van 133.000 vleeskuikens die er ooit vergund waren in de door Verhoef aangekochte stallen zijn door de gemeente aangekocht om Harselaar-Zuid te realiseren. Deze dieren zijn bij procedure op 20-01-2014 ingetrokken. Alleen de buitenste schuren staan er (voor gedeelten) nog. Aanwezige bebouwing en sloop bebouwing Uit eerdere nameting van de bebouwing op de locatie (in 2013) is gebleken dat de oppervlakte van nog te slopen schuren (inzetbaar in het kader van functieverandering) in het totale plangebied 8.320 m2 bedraagt (de twee middelste schuren zitten niet in die berekening). Niet-agrarisch bedrijf, noordzijde In het verleden (in 2014) is de afspraak gemaakt dat 25% van de te slopen agrarische bebouwing mag worden teruggebouwd.

Hieruit volgt dat bij de noordelijke bedrijfslocatie maximaal 2.080 m2 nieuwe bedrijfsbebouwing mag komen (= 25% van de totale bebouwing). Ook buitenopslag maakte hier onderdeel vanuit. Voor het zuidelijke gedeelte was overigens eveneens die afspraak gemaakt (25% terugbouwen aan niet-agrarische bebouwing), buitenopslag en de bouw van een woning. Doordat in 2014 het plan voor het noordelijke gedeelte niet zover ontwikkeld waren, is destijds alleen voor Garderbroekerweg 241 een bestemmingsplanprocedure doorlopen en niet voor het nu voorliggende plangebied aan de Oude Essenerweg 13, 13a, 15 en 17. Niet-agrarisch bedrijf, zuidzijde Bij de zuidelijke bedrijfslocatie is 10.000 m2 aan zandopslag mogelijk volgens de destijds (bovenstaande) opgesteld schets. Destijds was geen bebouwing wenselijk. Inmiddels heeft ook de zuidelijke bedrijfslocatie behoefte aan een gebouw op het terrein. In ruil voor het niet realiseren van een bedrijfswoning aan Garderbroekerweg 241 is de realisatie van een gebouw van 450 m² bij de zandopslag aanvaardbaar. Het gebouw moet hierbij wel ogen als een agrarische schuur. In de maatschappelijke tegenprestaties is hier aandacht voor (beeldkwaliteit).

Locatie Garderbroekerweg 241 Doordat in het bestemmingsplan "Garderbroekerweg-Kerkweg" een inrichtingsplan zit én het huidige gebruik van de niet-gerealiseerde bedrijfswoning weiland is, zal de bestemming 'Bedrijf' gewijzigd worden naar de bestemming 'Groen'. Vanwege het feit dat de bestemming 'Bedrijf' naar 'Groen' wijzigt en de aanduiding 'bedrijfswoning' verwijderd, is het eveneens noodzakelijk dat het totale bestemmingsvlak 'Bedrijf' gewijzigd wordt naar de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch'. Daarom is ook de bedrijfsbestemming meegenomen in dit plan. De aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is toegevoegd op de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch'. Verder is in de regels de aanduiding die ziet op de groothandel in hout- en bouwmaterialen, algemeen: b.o. > 2.000 m2 (sb-83) toegevoegd. Op de verbeelding komen dezelfde specifieke vormen van bedrijven terug als die er nu gelden (naast (sb-83) ook (sb-85), ten behoeve van de groothandel in zand en grind, algemeen: b.o. > 200 m2).

16

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Afbeelding: inrichtingstekening uit het plan "Garderbroekerweg-Kerkweg" Woningen De twee bestaande bedrijfswoningen (Oude Essenerweg 15 en 17) krijgen elk een woonbestemming. De inhoud van de woningen is opgemeten. Nummer 15 heeft een inhoud van 366 m3 en nummer 17 heeft een inhoud van 552 m3. Deze gezamenlijke inhoud van 918 m3 is met de aanduiding 'maximum volume (m3)' op de verbeelding weergegeven. De goot- en bouwhoogte van de bestaande woningen wordt 5,5 meter en 8,5 meter zodat vergunde hoogten hierbinnen vallen. De nieuw te bouwen woning ten westen van Oude Essenerweg 15 krijgt een inhoud van 600 m3. Dit omdat in 2014 met het bepalen van de beoogde gewenste situatie de inhoud van een burgerwoning die inhoudsmaat betrof. Deze nieuwe woning krijgt een bouwvlak die kleiner is dan het bestemmingsvlak. Een al aanwezige inrit wordt gebruikt om die nieuwe woning te bereiken. Ruimtelijk is dit aanvaardbaar. Locatie Harskamperweg 60 Harskamperweg 60 behoudt zijn agrarische bestemming (met bouwvlak). Wel wordt de aanduiding intensieve veehouderij verwijderd, omdat hier geen dieren op deze wijze worden gehouden. Op 23 oktober 2002 is een gewijzigde bouwvergunning verleend voor het bouwen van een berging/werktuigenloods ten behoeve van agrarisch gebruik (met een oppervlakte van 22 meter bij 25 meter). Intensieve veehouderij is hier niet aan de orde.

Alleen een bedrijf met 5 NGE of meer aan niet-grondgebonden veehouderij heeft krijgt de aanduiding 'intensieve veehouderij' (iv). Nu daarvan hier geen sprake is, is deze aanduiding niet langer meer opgenomen.

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

17

Harskamperweg e.o.

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is, hoewel het op plaatselijk niveau is, in lijn met de prioriteiten. Zo wordt bij de beoogde bedrijfsgebouwen en de woning onder andere rekening gehouden met het gemeentelijke energiebeleid (§ 4.6.4). Daarnaast wordt het plangebied door de nieuwe herinrichting toekomstbestendiger. Verder draagt het plan bij aan het versterken van het landschap door de sloop van bebouwing en de omzetting van een agrarisch perceel naar natuur. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

18

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 dan wel 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat.

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

19

Harskamperweg e.o.

In de Omgevingsvisie is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk Beleid (windenergie mogelijk en grote zonneparken mogelijk) Kaart 3: Themakaart Waterbeleid (Intrekgebieden) Vanuit deze kaarten uit de visie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling. Doorwerking in plangebied Voorliggend plan betreft de realisatie van niet-agrarische bedrijvigheid én de nieuwbouw van één woning. Het betreft een vorm van functieverandering. Er zijn diverse tegenprestaties die worden geleverd en deze dragen bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, met meer biodiversiteit door de extra beplanting, klimaatadaptatie met de infiltratie van water in onder meer de poel. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Regels Landbouw Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu Naast de kaarten en de daarbij behorende artikelen is artikel 2.12 met betrekking tot solitaire bedrijvigheid in het buitengebied van toepassing. Dit bestemmingsplan maakt een dergelijke ontwikkeling mogelijk. Doorwerking in plangebied Kaarten Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening. De planlocatie ligt in het ammoniakbuffergebied (kaart 1). In dit gebied is de nieuwvestiging en uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijtakken aan regels gebonden. Het voorliggende plan ziet hier niet op. Verder maakt dit plan geen glastuinbouw (kaart 2) en geen winning van fossiele energie (kaart 9) mogelijk. Hierdoor is het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Klimaatadaptieve maatregelen zullen moeten bijdragen aan het terugdringen of ten minste beheersbaar houden van deze effecten. In dit plan zullen er extra waterbergingen aangelegd worden (in gecreëerde wadi's), wordt een gescheiden waterafvoersysteem toegepast om overbelasting van het riool te voorkomen en worden meer bomen geplant alsmede zal de nieuwbouw met lichte gekleurde daken worden uitgevoerd of met minder ramen op het weten/oosten of met buitenzonwering voor alle ramen op de oost-, zuid- en westgevels om hittestress te beperken. Zie ook hetgeen in paragraaf 14.1 t/m 14.4 van Bijlage 19 van de aanmeldnotitie is weergegeven. Artikel 2.12 Solitaire bedrijvigheid Bestaande bedrijven in het buitengebied, die naar de huidige planologische inzichten thuishoren op een bedrijventerrein, zijn vaak kleinschalig begonnen en steeds verder doorgegroeid. In sommige gevallen leveren ze hinder op voor de omgeving. Als vanwege een uitbreiding van meer dan 250 m2 de oppervlakte 20

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o. van de bedrijfsbebouwing boven de 1.000 m2 komt, moet eerst worden gekeken of verplaatsing van (een deel van) het bedrijf naar een bedrijventerrein in redelijkheid mogelijk is. Dit vraagt een goede onderbouwing, waarvan ook de langetermijnvisie van het bedrijf deel uitmaakt. Artikel 2.12 luidt als volgt: Artikel 2.12 (solitaire bedrijvigheid) 1. Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3. Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming.

In dit geval is geen sprake van solitaire bedrijvigheid, zodat lid 3 niet aan de orde is. Voorliggend plan voorziet in de nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijvigheid door middel van toepassing van functieverandering. Daarmee past het plan binnen artikel 2.12, lid 2 onder a van de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is niet in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland.

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.

Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

21

Harskamperweg e.o. vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies.

De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in plangebied In dit geval is er sprake van een vorm van functieverandering en het betreft maatwerk.

Het regionale functieveranderingsbeleid is niet van toepassing, omdat de bedrijfsbebouwing die hier ontstaat groter dan 1.000 m2 is. Hoewel het functieveranderingsbeleid niet ziet op situaties als deze, is het plan aan te merken als een vorm van functieverandering en is het plan in lijn hiermee getoetst. Immers de agrarische bestemming wijzigt van functie, naar een niet-agrarische bedrijfsbestemming voor de twee bedrijven en naar een woon-bestemming. Wat betreft de nieuw te bouwen gebouwen en de buitenopslag zijn in het verleden afspraken gemaakt (reeds voordat het Regionale functieveranderingsbeleid in maart 2017 is vastgesteld). Voor een nadere toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 3 van de toelichting. 4.4.2

Menukaart Regio FoodValley

Op 3 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Barneveld de Menukaart Regio FoodValley vastgesteld. De Menukaart is een regionaal afwegingskader voor (agrarische en niet agrarische) bedrijven die verder willen uitbreiden dan dat het bestemmingsplan toestaat. De Menukaart werkt voor niet-agrarische bedrijven aanvullend op het Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016. De Menukaart kent een meervoudige doelstelling: - Het bieden van groeiruimte aan ondernemers die zich duurzaam willen doorontwikkelen - Het afspreken en vastleggen van tegenprestaties die leiden tot een betere kwaliteit van de leefomgeving - Het betrekken van de samenleving bij de economische ontwikkeling van het platteland. Dat houdt in dat een ontwikkeling wordt gecombineerd met een maatschappelijke tegenprestatie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu, dierenwelzijn en/of gezondheid en dat dat plaatsvindt in overleg met de ondernemer, de buurt en de gemeente. De menukaart sluit goed aan bij de aanstaande Omgevingswet 22

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o. en bevat onder andere een regionale vertaling van het Gelderse Plussenbeleid. De acht regiogemeenten hebben hierbij samengewerkt met de provincies Utrecht en Gelderland, het waterschap Vallei en Veluwe. Ook zijn in een aantal themasessies de LTO en natuur- en milieuorganisaties betrokken. De menukaart maakt een onderscheid in vaste randvoorwaarden en menukaart-voorwaarden. De menukaart-voorwaarden hebben betrekking op de inzet van sloopmeters en het leveren van een extra maatschappelijke tegenprestatie, bovenop de eisen die de gemeente stelt voor de realisatie van de plannen. De maatschappelijke tegenprestatie moet minimaal ter hoogte van 8% van de bouwsom van de te realiseren ontwikkeling zijn. Voor de maatschappelijke tegenprestatie gelden een aantal voorwaarden: de tegenprestatie is altijd fysiek van aard en waar mogelijk ruimtelijk relevant; prestaties mogen alleen bovenwettelijke maatregelen zijn (dus ook buiten de eisen die het bestemmingsplan al stelt). Zo stellen bestemmingsplannen vanuit de watertoets de eis dat een initiatief waterneutraal moet zijn. Waterberging als compensatie voor nieuw verhard oppervlak telt daarom niet mee bij de maatschappelijke tegenprestatie; de tegenprestatie wordt in principe voorafgaand of tijdens de bouw geleverd.

Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld in verband met het plantseizoen, dan kan een gemeente nadere afspraken maken in een anterieure overeenkomst; de tegenprestatie wordt in principe op of zo dicht mogelijk bij de planlocatie gerealiseerd. Behalve de maatschappelijke tegenprestatie is er ook de voorwaarde van een 'buurtdialoog' met de naaste omgeving (alle omwonenden binnen een afstand van 250 meter van het plangebied). Dit met het doel een stuk wederzijds begrip te kweken en inspiratie op te doen over wat de omwonenden graag zouden willen zien als maatschappelijke compensatie. Doorwerking in plangebied Zoals in paragraaf 4.4.1 als is aangegeven is er sprake van maatwerk. Bij dit maatwerkplan is het gedachtegoed van de menukaart toegepast. Het maximum van 1.000 m2 aan bedrijfsbebouwing wordt overschreden. Hierdoor moet hier voorzien worden in extra maatschappelijke tegenprestaties. Er wordt hier bebouwing opgericht. Er is met de som van 8% van de nieuw op te richten bebouwing gerekend. In deze situatie wordt de maatschappelijke tegenprestatie als volgt geleverd: 1. Extra aanplant bomen met onderbegroeiing; 2. Natuurinclusief inrichten van de buitenruimte (lijnvormige structuren bomenrij, aanleg meerjarig bloemrijk grasland/veld, hoogstamfruitboomgaard en de aanleg van een padden-/amfibieënpoel): 3. Natuurinclusief bouwen woning; 4. Wegnemen van lichthinder; 5.

Extra investering in architectuur, bouwmaterialen of bouwwijzen. Uit dit document volgt dat voldaan wordt aan 8% van de bouwsom aan te leveren maatschappelijke tegenprestatie. Zie voor de nadere toelichting en verdere uitwerking Bijlage 5 van de regels (document "Overzicht maatschappelijke tegenprestaties") d.d. 24-7-2023. Om deze maatschappelijke tegenprestatie gerealiseerd te krijgen en in stand te houden is in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarnaast is ter meerdere zekerheid een verklaring opgesteld, waaraan een waarborgsom is gekoppeld. Voor de buurtdialoog wordt verwezen wordt naar paragraaf 8.1 Participatie van de toelichting. De maatschappelijke tegenprestaties is hier zodanig dat dit een positieve bijdrage levert en aangemerkt kan worden als geschikte tegenprestatie om de beoogde ontwikkelingen hier via maatwerk mogelijk te maken.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. "Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

23

Harskamperweg e.o. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, 24

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o. bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren.

Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

25

Harskamperweg e.o.

26

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

Harskamperweg e.o.

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied: agrarisch bedrijvenlandschap. Daarnaast is het plangebied ook gelegen in de zone 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'. 4.6.1.1

Agrarisch bedrijvenlandschap

Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd. De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied.

"Harskamperweg e.o." (vastgesteld)

27

Harskamperweg e.o.

Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren. Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw.

Doorwerking Hoewel hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerrein in de gemeente Barneveld wenselijk is bij niet-agrarische bedrijven en de functies (nieuwe woningen en niet-agrarische bedrijven) thuishoren in de kernen, betreft dit maatwerkplan echter een specifieke locatie in het buitengebied. Dit valt te verklaren gelet op de ligging van de hoofdvestiging van één van de twee bedrijven aan de Garderbroekerweg, in de nabijheid van het plangebied. Het herzien van de agrarische bestemming (en ook de bestemming 'Groen') in een niet-agrarische bedrijfsbestemming en eveneens een woon-bestemming voor de nieuw te realiseren woning belemmert geen omliggende agrarische functies. Het heeft geen negatieve invloed op omliggende functies. Het plan is niet strijdig met de structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a48aaded-eafc-433e-947d-5be432019458