Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest_Toelichting.PDF
Tekst van het document
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
(juli 2023) bestemmingsplan Plannr. 1658
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 7
Hoofdstuk 3
8
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente
9 9 10 11 13 14
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
18 18 18 20 23 26 27 27 28 28 28 30 31 32 33 35
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
39 39 39 39 39 40 40
Hoofdstuk 7
42
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
43 43 43 44 44
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Aanvullend bodemonderzoek, Lawijn, juli 2022 Bijlage 2 Luchtkwaliteitsonderzoek, Spa, december 2021 Bijlage 3 Ecologisch onderzoek, Blom Ecologie, augustus 2021 Bijlage 4 Stikstofberekening, Wedekind, november 2022 Bijlage 5 AERIUS bouwfase, november 2022
45 46 95 120 137 161
2
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
AERIUS gebruiksfase bijlage stikstof, Wedekind, november 2022 Externe veiligheidsonderzoek, Buro Oostkracht 10, november 2021 Externe veiligheid, advies VGGM, augstus 2021 Memo reactie op QRA Externe Veiligheid, VGGM, december 2021 Aanmeldnotitie MNH 2.0, SPA juni 2022 m.e.r. beoordelingsbesluit 16 november 2022 Akoestisch onderzoek milieu, Spa, september 2022
169 176 218 221 224 243 245
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
3
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
4
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Op het perceel Thorbeckelaan 123 (kadastraal bekend als gemeente Barneveld, BNV00, sectie A, perceelnummers 3013, 3014, 3015, 3083, 3085, 2605 en gedeeltelijk 3084) is een evenementencomplex gevestigd. Het gebied bestaat op dit moment uit één hal en bijbehorende parkeerfaciliteiten. Achter het de huidige evenementenhal bevindt zich een groot onbebouwd gedeelte waar een planologische mogelijkheid is om hier een tweede hal te realiseren. Voor dit gedeelte van het perceel aan de Thorbeckelaan 123 is een verzoek ingediend om een tweede evenementenhal te realiseren. Een zuidelijk gelegen gedeelte zal hierbij aangewend worden om te voorzien in de parkeerbehoefte. Voorliggend plan is tevens op een landschappelijke wijze ingepast. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
Ligging locatie
Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit deze partiële herziening.
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
5
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Thorbeckelaan aan de westzijde van de kern Barneveld. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Thorbeckelaan. Aan de oostzijde vormt de toegangsweg naar de huidige evenementenhal en de kern Barneveld de grens. Aan de zuidkant ligt een manege en westelijk is de snelweg A30 gelegen als grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de plangrens weer. De bestemmingsplangrens betreft het gehele bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest".
Plangrens (met in het kader de bestemmingsplangrens "Barnev eld-Noordwest")
6
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" en heeft de bestemmingen 'Cultuur en ontspanning ' en 'Maatschappelijk - Uit te werken'. Daarnaast geldt een dubbelbestemming en zijn diverse functieaanduidingen en maatvoeringen opgenomen. Het bouwen van een evenementenhal met een hoogte van 21 meter is niet toegestaan buiten het bestaande bouwvlak. Daarnaast past het parkeren in de gevraagde vorm niet binnen de uitwerkingsregels van de uit te werken bestemming. Daarnaast geldt het bestemmingsplan "Groen van Prinstererlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest". Bij de vaststelling van dit plan zijn de regels voor de bestemming 'Maatschappelijk' (artikel 16.1 onder a) herzien. Dit is niet van invloed op onderhavig plan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Uitsnede bestemmingsplan v oor herziening
Uitsnede bestemmingsplan na herziening
relev ante legenda
Het plan wordt aangepast zoals hierboven is aangegeven. De wijzigingen betreffen het aanpassen van het zuidelijke bouwvlak en het veranderen van de uit te werken maatschappelijke bestemming in de bestemming 'Cultuur en Ontspanning'. 2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
7
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
In 2016 is gestart met de bouw van een eerste evenementenhal aan de Thorbeckelaan in Barneveld. Sinds eind 2016 is deze locatie in gebruik voor onder andere congressen, beurzen, feesten, evenementen en kerkdiensten die hier worden georganiseerd. Vanaf het begin waren er al plannen om op de locatie een extra hal te realiseren. De mogelijkheden waren hiervoor ook in het bestemmingsplan opgenomen. De initiatiefnemer heeft nu de wens om gebruik te maken van de geboden uitbreiding. Doordat de plannen anders zijn dan in 2016 voorzien, is het bouwplan, met bijbehorende parkeervoorziening en landschappelijke inpassing niet mogelijk binnen de bestaande (bouw)grenzen van het bestemmingsplan. De plannen leiden tot een andere opzet maar zijn ruimtelijk een wenselijke situatie. De te bouwen hal heeft een oppervlakte van ongeveer 7000m² (deze oppervlakte komt overeen met de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan) en zal worden gebouwd aan de achterzijde van de bestaande hal. Er vinden geen veranderingen plaats aan de huidige bestaande maximale bezoekersaantallen zoals deze gelden voor het gehele evenementencomplex. De te bouwen hal gaat gepaard met de aanleg van een parkeerfaciliteit aan de zuidzijde welke is gelegen tussen de nieuwe hal en het bestaande manege.
Bij de opzet is rekening gehouden met de mogelijke nieuwe rondweg die de Thorbeckelaan in de toekomst zou moeten verbinden met de Plantagelaan. De ruimte voor deze rondweg is hiervoor gereserveerd buiten het plangebied. Voor de ontsluiting van de evenementenhal(len) zal de toegang aangepast worden. Het plangebied zal landschappelijk worden ingepast. Dat houdt in dat er diverse boomstructuren en een aantal grote waardevolle bomen behouden zullen blijven en de grens aan de oostzijde met groen wordt versterkt Een impressie van het plan wordt hieronder weergegeven.
Impressie nieuwe hal (in westelijke richting)
8
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder een duurzaam economisch groeipotentieel en de bijdrage aan gezonde steden en regio's. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
9
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing.
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat
10
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Doorwerk ing in plangebied Het plan maakt de bouw van een tweede evenementenhal mogelijk. Het plan zorgt voor een andere invulling van het terrein wat kan bijdragen aan het verbeteren economisch vestigingsklimaat. Het plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie. 4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De laatste actualisering dateert van februari 2022.
In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu Eerst wat betreft glastuinbouw. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebied'. In Omgevingsverordening is bepaald dat de winning van fossiele energie niet mogelijk wordt gemaakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit de bovengenoemde kaarten volgen daarom geen regels die relevant zijn voor het voorliggende plan.
Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Doorwerk ing in plangebied De waterberging is reeds voorzien in de eerste fase bij de bouw van hal 1. Daarbij komt nu dat de extra parkeerplaatsen in halfverharding of waterdoorlatend worden uitgevoerd. Extra waterberging is dan ook niet noodzakelijk. Tezamen met het behoud van drie grote bomen in het terrein draagt dit bij aan het voorkomen van wateroverlast (en voorkomen van droogte) en het voorkomen van hittestress. Het plan is in overeenstemming is met de verordening.
4.3
Regio
4.3.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
11
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio. Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving.
Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerk ing in plangebied Het RAP bevat hogere abstractere ambities die binnen ontwikkelingen integraal toegepast worden. Het RAP geeft geen belemmeringen voor de uitvoering van dit plan.
12
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
4.4
Waterschap
4.4.1
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe
Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.
Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4.3
BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
13
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5
Gemeente
4.5.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld.(De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.
Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die 14
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan. Doorwerk ing in plangebied Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangeduid als 'Stedelijke Zone'. Dit gebied is aangewezen als concentratiebeleid voor woningbouw, ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen in het gebied Barneveld Harselaar Voorthuizen. Het plan is in lijn met de 'structuurvisie Buitengebied Barneveld'. 4.5.2
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in een zoekgebied voor voorzieningen (korte termijn) ligt.
Structuurv isie Kernen Barnev eld 2022
Het ingekomen verzoek betreft het verder invullen van het gebied 'Thorbeckelaan-Zuid'. Het plan is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.5.3
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
15
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. In het plan wordt hier rekening mee gehouden. Bijvoorbeeld de dakconstructie wordt dusdanig is ontworpen dat deze voldoende stevig is om het dakvlak te kunnen voorzien van zonnepanelen met een hoog rendement. Deze worden via BENG opgeleverd. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is.
Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. De verwarming/koeling van de evenementhal wordt door middel van een warmte koudeopslag installatie gerealiseerd. De bestaande Midden Nederland Hallen 1 is hier ook op aangesloten. Deze bron ligt tussen beide hallen in ondergronds. Het gebouw wordt gasloos opgeleverd. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen. Op het dakvlak worden PV panelen gebruikt om energie op te wekken. Het dakvlak kan benut worden ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen. Materialen Het dak heeft een hoge isolatiewaarde (Rc = 6,3).
Het dak van de evenementhal wordt voorzien van licht grijze kunststof dakbedekking. Voor toepassing op het dak is de kunststof PVC dakbedekking uv-bestendig gemaakt. PVC kan goed als dakbedekking toegepast worden. PVC is in diverse kleuren leverbaar wat het architectonisch interessant kan maken. In de vorm van rollen, folie op maat. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Het buitenterrein wordt voorzien van meerdere (loze leidingen) mantelbuizen zodat op diverse plekken op en rondom de nieuwbouw relatief gemakkelijk laadpalen geplaatst kunnen worden. Bij de evenementenhal wordt de mogelijkheid geboden voor meerdere laad units aan de wand voor het elektrisch laden van diverse voertuigen. 16
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Er zal gebruik worden gemaakt van groene parkeerplaatsen (daar waar mogelijk) door middel van grasdallen voor een natuurlijke infiltreren van het regenwater. Regenwater kan bij hevig regenval gemakkelijk in de grond lopen waardoor grasdallen een goede oplossing zijn voor wateroverlast.
Voorbeeld v an de waterdoorlatende v erharding in de v orm v an grasdallen
4.5.4
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
17
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Voor deze locatie is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek geeft een voldoende beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of -sanering en zijn voldoende voor de bestemmingsplanprocedure. Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen herontwikkeling en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging (o.a.
stortgaten, asbestverdacht materiaal etc.). Aan- en afvoer van grond, bouwstoffen etc. van en naar de onderzoekslocatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader PFAS. Conclusie Op basis van het voorgaande vormt het aspect bodem geen belemmering voor uitvoering van dit plan.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie lage verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm.
De nieuwe archeologische waarden- en verwachtingenkaart van Barneveld (zie onderstaande afbeelding) 18
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest geeft binnen het plangebied het volgende aan:
Plangebied op uitsnede beleidskaart 2018
Groen: dekzandvlakte met een lage verwachting; Groengeel: lage dekzandwelving 10-25 cm met een middelhoge verwachting; Rood: plaggendek op dekzand met een hoge verwachting. Aanvullende informatie Uit bovenstaande afbeelding wordt duidelijk dat delen van het plangebied in het verleden al onderzocht zijn middels een archeologisch booronderzoek (oranje contouren op afbeelding 1): Uit eerder bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BAAC-rapport V-09.0125) welke in 2010 in het kader van de eerste fase van de bouw van de evenementenhal zijn uitgevoerd, bleek dat de bodem in die delen van het plangebied waarvoor betredingstoestemming kon worden verkregen grotendeels verstoord was. Slechts in vier boringen in het oosten van het plangebied was nog een (verstoorde) B-horizont aanwezig. Bovendien zijn vrij grote delen ervan verstoord door de aanwezigheid van bebouwing en een dubbele hoge druk-gasleiding. Bijgevolg kan worden gesteld dat voor het hele deel van het plangebied waar geboord kon worden een lage verwachting geldt. Ook in een later uitgevoerd veldonderzoek (inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC-rapport V-11.0392) werd vastgesteld dat de bodem verstoord was, waardoor geen archeologische waarden meer te verwachten waren. Voor het plangebied geldt op basis van de Archeologische beleidskaart 2018 een middelhoge en lage archeologische verwachting.
Op basis van bovenstaande onderzoeksresultaten kan worden gesproken van een lage verwachting en geen verwachting meer binnen het plangebied. In het bestemmingsplan Barneveld-Noordwest heeft het gehele plangebied geen dubbelbestemming archeologie meer. Op basis van de onderzoeksresultaten in delen van het plangebied is het gehele gebied vrijgegeven. Er is derhalve geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Wel geldt onderstaande wettelijke "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
19
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest meldingsplicht. Wettelijke meldingsplicht Indien bij de werkzaamheden vondsten (aardewerk, vuursteen, oude funderingen, opvallende donkere verkleuringen in het gele zand etc.) worden gedaan waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (art. 5.10 Erfgoedwet).
5.2.2
Historische stedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n).
5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Op de cultuurhistorische waardenkaart heeft ligt het plangebied in Waarde 1, sterk bebouwd gebied. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Op het perceel en in de omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.
5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied ligt op een afstand van maximaal 15 kilometer tot een viertal beschermde natuurgebieden.
20
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest a. b. c. d.
Arkenheem (12 km) Binnenveld (14 km) Veluwerandmeren (13 km) Veluwe (7 km)
De Veluwe is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitatten. Hierdoor is een effect van stikstofdepositie niet op voorhand uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming dient beoordeeld worden of de realisatie van het voorliggende bouwplan significante gevolgen heeft voor de stikstofgevoelige soorten binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving. Dit wordt gedaan door middel van een AERIUS berekening. De berekening heeft als doel om aan te tonen dat de stikstof depositie op de natuurgebieden na ontwikkeling van de locatie niet toeneemt en geen significante gevolgen voor de beschermde habitattypes oplevert. Per 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden, deze is echter op 2 november 2022 weer door de Raad van State verworpen. Onderdeel van deze wet was de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof de neerslag (depositie) in de gebruiksfase én de bouwfase een rol speelt. In de bouwfase leiden het gebruik van bouwmachines en materieel tot stikstofemissies. Tijdens de gebruiksfase leiden het gebruik van het bouwwerk en de verkeersgeneratie tot stikstofemissies. Daarom is voor de locatie een AERIUS berekening uitgevoerd van de aangevraagde situatie (Zie Bijlage 4).
Conclusie van het rapport en de uitgevoerde berekeningen (zie hiervoor Bijlage 5 en Bijlage 6) is, dat er geen effect is, met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, in zowel de bouwfase als in de gebruiksfase. AERIUS Calculator 2021.2 geeft de resultaten als waarden met twee decimalen (afgerond). Als de melding ‘Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0.00 mol/ha/j.’ wordt getoond, zijn er geen relevante hexagonen met een bijdrage groter of gelijk aan 0,005 mol/ha/jaar. Bijdragen die kleiner zijn dan 0,005 mol/ha/jaar worden niet meegenomen bij de beoordeling van een initiatief. Zulke kleine bijdragen kunnen vanwege onzekerheden in data en model niet redelijkerwijs aan een specifieke activiteit worden gerelateerd en hebben geen aantoonbaar negatief effect op een Natura2000 gebied. Bouwfase berekening: De berekening voor de bouwfase heeft geen depositieresultaten opgeleverd. Ook de berekening voor de gebruiksfase heeft geen depositieresultaten opgeleverd. Conclusie De conclusie is dat er géén mogelijk (blijvende) toename te verwachten is van stikstofdepositie binnen het project of de locatie, waardoor significante effecten bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Daarnaast is er is geen toestemming nodig in het kader van de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstof.
Voor het aspect stikstofdepositie zijn er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is er een natuurtoets uitgevoerd(zie Bijlage 3). Uit de natuurtoets wordt geconcludeerd dat de planlocatie geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
21
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Hierbij dienen de maatregelen zoals beschreven in de rapportage genomen te worden: Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Te treffen maatregelen: Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). In de nieuwe situatie mogen er geen lichtbundels gericht worden op de houtwal aan de westelijke zijde van de planlocatie. De kapwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.
Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. 5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Doorwerk ing in plangebied In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m² of meer. Ook de kap van een rijbeplanting met meer dan 20 bomen niet aan de orde. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Conclusie
22
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.
5.3.2
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones
Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. Voor de EHS uit de Structuurvisie Gelderland zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in de plaats gekomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) Het plangebied ligt niet in het GNN of de GO. Zie de uitsnede van de Omgevingsverordening hieronder zoals ook beschreven in Bijlage 3.
Planlocatie ten opzichte v an GNN en GO
Conclusie Ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Dit aspect is geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Doel Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen) . Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te "Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
23
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en het plasbrandaandachtsgebied gehanteerd.
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De norm voor het plaatsgebonden risico ligt in principe op 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het groepsrisico wordt getoetst aan een oriëntatiewaarde (per kilometer) per jaar: 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 slachtoffers 10-8 voor een ongeval met ten minste 1000 slachtoffers enzovoorts (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde) Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Binnen het werkveld externe veiligheid wordt sinds jaren gewerkt met twee risiconormen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de ontwikkeling van het Basisnet is hieraan een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG).
Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand. In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt.
Wettelijk kader Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving: Inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transportroutes van gevaarlijke stoffen De normen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, ook wel risicoplafonds, worden vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen gelden het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot buisleidingen voor zowel het transport van brandbare vloeistoffen als hogedruk aardgasleidingen wettelijk vastgelegd. Verantwoordingsplicht In voornoemde Besluiten is de verantwoordingsplicht groepsrisico opgenomen. Bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico óf een (significante) toename van het groepsrisico moet het bevoegd gezag een verantwoording van het groepsrisico opstellen.
Hierin moeten naast de aspecten zelfredzaamheid en hulpverlening worden aangegeven hoe de diverse factoren bij de totstandkoming van het besluit zijn beoordeeld en eventuele maatregelen zijn afgewogen. Ook het bestuur van de 24
"Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Thorbeckelaan IX, partiële herziening Barneveld-Noordwest veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld om ten aanzien van het groepsrisico een advies uit te brengen. 5.4.2