TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69_Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 Motivering voor een TAM-omgevingsplan
Locatie
Wencopperweg 69
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Datum:
april 2026
Plannr.:
TAMOP0025
2
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Inhoudsopgave
Motivering Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan
6 6 7
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling
8 8
Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
10 10 10 11 14 15 16
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid en gezondheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Omgevingsveiligheid 5.15 Ontplofbare oorlogsresten 5.16 Trilling 5.17 Verkeer 5.18 Weging van het waterbelang
21 21 21 22 24 24 28 29 31 31 32 33 34 35 36 37 38 38 38
Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies
41 41 43
Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal
48 48
Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen
49 49 50
Bijlagen bij de motivering Bijlage 1
Bodemonderzoek
Bijlage 2
Stikstofrapportage
Bijlage 3
Ecologische Quickscan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Wateradvies
Bijlage 6
Inrichtingsplan
4
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Motivering Hoofdstuk 1
Inleiding
Voor de locatie Wencopperweg 69, Kootwijkerbroek, is een verzoek ingediend om om de agrarische functie te laten vervallen en om te zetten in een niet-agrarische bedrijfsfunctie met daarbij een woongebouw en landschappelijke inrichting in de vroem van nieuwe natuur. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69' opgesteld.
Afbeelding 1.1.: planlocatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk y Wencopperweg 69, globale ligging
Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en toekomstambitie
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Wencopperweg 69 in de nabijheid van de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied wordt gevormd door het agrarische gebruik. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door De Grote Beek. Aan de oost-, de zuid- en de westzijde vormen agrarische gronden de grens van het plangebied. Afbeelding 2.2. geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2.1.: huidige situatie
6
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Afbeelding 2.2.: begrenzing plangebied
2.2
Toetsing aan omgevingsplan
2.2.1
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Het plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch' (voorheen de bestemmingen 'Agrarisch' met de functieaanduidieng 'intensieve veehouderij' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'.
Afbeelding 2.3.: toegekende functies
2.2.2
Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan
Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat de realisatie van een niet - agrarisch landelijk bedrijf enn een woongebouw binnen deze functie niet is toegestaan. Binnen de agrarische functie is alleen bedrijvigheid ten gunste van de agrarische bedrijfsvoering toegestaan, andere bedrijfsactiviteiten vallen onder het strijdig gebruik. Bij een agrarisch bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij anders weergegeven. Met toepassing van afwijksregels en/of wijzigingsregels (bevoegdheid onder de Wro) was het mogelijk extra wooneenheden of woningen toe te voegen. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een BOPA. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig. De wijziging voldoet niet aan de wijzigingsbevoegdheden van burgemeester en wethouders, zoals deze zijn opgenomne in het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Het wijzigen van agrarisch in natuur is een wijzigingsbevoegd van het college wanneer de gronden zijn gelegen in de Ecologische hoofdstructuur (aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur'). Daarvan is in dit plangebied geen sprake. Daarom is de vaststelling een bevoegdheid van de gemeenteraad.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Hoofdstuk 3 3.1
Toekomstige situatie
Voorgenomen ontwikkeling
Het voorliggende plan betreft het omzetten van het intensieve agrarish bedrijf in een niet - agrarisch bedrijf. De bedrijfswoning wordt een woongebouw met een inhoud van 1000 m3, bedoeld voor een dubbele bedrijfswoning. De bedrijfsactivieteiten betreffen een timmerwerkplaats, houtzagerij en groothandel in hout en bouwmaterialen, vallend binnen de milieucategorie 3.1 en 3.2, met een oppervlakte van 600 m2. Daarnaast wordt er 390 m2 aan inpandige houtopslag plaats (milieucategorie 2) gerealiseerd. Landschsappelijk wordt het plan ingepast en wordt nieuwe natuur aangelegd. De aangrenzende beek (De Grote Beek) wordt voor een deel meanderend het plangebied doorgeleid. Voor het groen en de natuurontwikkeling is een landschapsplan opgesteld. De waterloop is afgestemd met de wensen van het waterschap. Sloopmeters Voor het gevraagde zijn in totaal 2.080 m2 sloopmeters voor het berijf nodig en 675 m2 voor het woongebouw; in total zijn er 2.755 m2 aan berekende sloopmeters nodig. Berkening bedrijfsvloeroppervlakte: Inzet voor het bedrijfsrecht is 100 m2. Voor 500 m2 bedrijfsvloeroppervlakte is factor 2 aan sloopmeters nodig, dat wordt 1.000 m2. Voor de inpandige opslag is een bedrijfsvloeroppervlakte van 390 m2 aangevraagd. In totaal is 990 m2 bedrijfsvloeroppervlakte aangevraagd.
Deze oppervlakte komt boven de 500 m2, daarvoor geldt een factor 3, hiervoor moeten 1.470 m2 aan sloopmeters ingezet worden. Afgesproken is om in plaats van factor 3, factor 2 te hanteren met de hieronder beschreven onderbouwing. Er vindt sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen plaats. In totaal zijn er 810 m2 inzetbare sloopmeters op het perceel aanwezig. Een deel van de benodigde berekende sloopmeters wordt met inzet van de realisatie van nieuwe natuur, de aangelegde watergangen en wateropvang in de vorm van poelen en een wadi en het onderhoud van de watergangen, voor een periode van 15-20 jaar, afgekocht, in mindering gebracht op de benodigde sloopmeters. De waardering van deze inzet is gebaseerd op een gemiddelde sloopmeterprijs over een daarvoor bepaalde periode. Resterend moeten er nog 503 m2 aan sloopmeters van elders worden aangekocht. Stedenbouw De bebouwing wordt geconcentreerd binnen het oorspronkelijk agrarische bouwvlak geplaatst overeenkomstig de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Lanschap Landschappelijk zal het perceel van agrarisch gebruik worden getransformeerd in nieuwe natuur, een meander van De Grote Beek door het perceel en de aanleg van afwatergangen. Daarnaast vindt de gebruikelijke landschappelijke inpassing plaats. In paragraaf 5.13 wordt hier verder op ingegaan.
De bestaande ontsluiting blijft gehandhaafd en het perkeren vindt op eigen terrein plaats
8
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Afbeelding 3.1: Beoogd plan en inrichting
Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Indien het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Hoofdstuk 4 4.1
Toetsing aan beleid
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteit en wordt de activiteit hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied Het plan voorziet in de aanleg van nieuwe natuur in combinatie van een toename in het waterbergend vermogen vande aangrenzende beek. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder 4. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterprogramma 2022-2027
Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt.
10
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf (§ 5.18). 4.2.3
Instructieregels Rijk (AMvB's)
In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.
Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaart vanuit de omgevingsvisie: Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid, grote zonneparken en windenergie mogelijjk Kaart 3: Themakaart Waterbeleid, intrekgebied Kaart 4: Themakaart Milieubeleid, Kaart 5: Themakaart Natuur- en landschapsbeleid, -. Doorwerking in plangebied De themakaarten Ruimtelijk beleid en Waterbeleid zijn van toepassing op het plangebied. Het voorliggende plan maakt niet de bouw van windturbines en/of zomnne parken mogelijk. Daarnaast maakt het plan geen mijnbouw mogelijk. Er vindt in dit plan geen doorwerking van deze thema's plaats. Conclusie Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).
De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Het plan is van beperkte omvang, maart maakt het wel mogelijk dat voormalige agrarische grond wordt omgevormd voor waterberging en nieuw enatuur. Vanwege deze ingreep in het landschap wordt de kwaliteit van het landschap versterkt. De ontwikkeling komt ten goede aan de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap van de Gelderse streek Gelderse Vallei. Natuur en Landschap Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale Omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl).
Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: 12
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen; b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Benoem hoe het plan een bijdrage levert aan de kernkwaliteiten zoals benoemd in artikelen 5.34-5.44 van de Omgevingsverordening. Het plan ligt binnen de streek Gelderse Vallei (deelgebied Barneveldse beken). Per streek is een streekgids beschikbaar met daarin informatie over de kernkwaliteiten landschap en ontwikkeldoelen. De voorgestelde landschappelijke inrichting past binnen de uitgangspunten ter versterking van de kernkwaliteiten. De uitwerking van deze kernkwaliteiten zijn verder verwerkt in de landschappelijke inpassing van het plan (zie bijlage XX). Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.
In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. In voorliggende situatie wordt de nieuwbouw aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie verhoogd en wordt voorzien in waterbergingsmogelijkheden. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Gebiedsaanwijzingen De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe Gelderse streek Gelderse Vallei glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied Groene ontwikkelingszone intrekgebied werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Wat betreft 'aandachtsgebied windturbines'. Het plan voorziet niet in het realiseren van een windturbine. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie binnen de 'Gelderse streek Gelderse Vallei' wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei. Het plan voldoet hier aan. Wat betreft 'glastuinbouw'. Het plan voorziet niet in glastuinbouw.
Vervolgens wat betreft 'intrekgebied'. Het plan voorziet niet in een grondwaterbedreigende activiteit. Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Hiervan is geen sprake. Voor het 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geldt het volgende. Een faunabeheereenheid zet zich in voor een maatschappelijk verantwoorde, transparante en deskundige uitoefening van jacht, populatiebeheer en bestrijding van dieren die schade veroorzaken. Er geldt in zo'n werkgebied een faunabeheerplan. Bij bepaalde activiteiten is het verplicht om te handelen volgens dat faunabeheerplan. De activiteiten die met deze omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt, zien niet op activiteiten die in het faunabeheerplan staan opgenomen. Het werkgebied wordt niet belemmerd door uitvoering van dit plan. Doorwerking in plangebied "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie. 4.3.2
Omgevingswaarde(n)
Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld die relevant is voor Barneveld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.
Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde. 4.3.3
Voorbereidingsbesluit stikstof
Provinciale staten hebben op 16 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen voor de stroken (zones) van 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur. Dit voorbereidingsbesluit heeft een rechtstreeks geldende werking. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten in deze stroken die stikstof uitstoten, voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan. Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten doorgaan; uitbreiding ervan kan niet. Conclusie Het plan ligt niet binnen deze strook ('het beperkingsgebied stikstofemissie') en voor de verdere motivering wat betreft stikstof wordt verwezen naar paragraaf 5.5.1.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal waterprogramma 2021-2027
In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het 14
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in § 5.18. 4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in § 5.18.
4.6
Gemeente
4.6.1
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).
Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Een andere optie is ook een warmtepomp in combinatie met zonnecollector of PVT-panelen. Dit is een stille optie. Zonnepanelen en/of -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Het is van belang om te kijken naar de oriëntatie van de zonnepanelen voor de beste opbrengst.
Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame (biobased) materialen - gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Voor de toekomst is het goed om te kijken naar de losmaakbaarheid van de onderdelen en het leveren van een materialenpaspoort. Zo kunnen 16
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 materialen beter hergebruikt worden. Bij sloop is het goed om na te gaan of er opties voor hergebruik van de vrijkomende materialen en circulair slopen. Duurzaamheid op eigen terrein Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door het te verharden oppervlak zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken.
Zie voor een verdere beschrijving paragraaf § 5.18. Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking plangebied De genoemde aanpassingen worden in de loop van de tijd toegepast wanneer de verduurzaming van de gebouwen aan de orde komt. 4.6.2
Omgevingsvisie Barneveld 2040
In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld.
De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040.
Het plangebied ligt in het deelgebied Oostelijk buitengebied. Van oorsprong bestaat het oostelijk buitengebied uit een gevarieerd landschap van beekdalen, broek- en heideontginningen en es-complexen aan de oostkant van het gebied. De karakteristieke beken van de gemeente Barneveld droegen bij aan dit kleinschalige landschap. In het gebied liggen de kernen Kootwijkerbroek en Stroe. De buurtschappen Essen en Esveld behoren tot Kootwijkerbroek. Het oostelijk buitengebied kenmerkt zich door een ondernemend karakter. In dit deel van gemeente Barneveld komt ondernemerschap in al zijn facetten het meest tot uiting. Het ondernemerschap bepaalt hier in belangrijke mate de identiteit van het gebied. Deze dynamiek in het gebied willen we behouden voor de toekomst. Daarom ondersteunen we hier het agrarisch ondernemerschap waar mogelijk. Daarbij houdt de gemeente Barneveld oog voor behoud en versterking van de dragers van het cultuurlandschap, zoals de beken die dit gebied doorstromen. Bij dit gebied hoort bovendien een forse woonambitie voor de kernen. Doorwerking in plangebied Met de invulling van nieuwe natuur op het perceel, waarbij de aangrenznede beek wordt meegenomen, wordt een vertserkende landschappelijk inpuls gegeven. De vestiging van het bedrijf geeft een invulling aan het ondernemerschap.
Met de toevoeging van de woonmogelijkheid wordt ook invulling aan de woonambities van de gemeente gegeven.
4.6.3
Toetsingskader landelijk gebied
Op 17 april 2024 is het Toetsingskader landelijk gebied vastgesteld. Dit toetsingskader ziet vooral toe op functieverandering van agrarische bedrijven en nieuwe niet-agrarische activiteiten in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het toetsingskader loopt vooruit op de vaststelling van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het beleid ten aanzien van het landelijk gebied zal in deze Omgevingsvisie worden bepaald. Vanwege de druk op het landelijk gebied is dit toetsingskader voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie vastgesteld en geldt voor alle nieuwe initiatieven vanaf 29 augustus 2023. Het toetsingskader is gebaseerd op vier deelgebieden die logischerwijs voortkomen uit de natuurlijke en cultuurlandschappelijk opbouw van de gemeente. Ieder gebied heeft zijn eigen karakter en dat is bepalend voor wat er in welk gebied kan. De deelgebieden zijn gebaseerd op de gebiedsindeling uit de Structuurvisie Buitengebied 2011: 1. 2. 3. 4.
Agrarisch kampen- en slagenlandschap en landgoederen; Stedelijke zone en groene bufferzones; Agrarisch bedrijvenlandschap; Veluws natuurgebied, agrarische enclaves en overgangszone.
Naast specifieke uitgangspunten per deelgebied, gelden voor alle deelgebieden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Bestaande situaties en rechten worden door gemeente gerespecteerd op basis van wat bij recht is 18
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 toegestaan in het Omgevingsplan. 2. Toetsing nieuwe ontwikkelingen altijd in samenhang met de ontwikkelingsrichting per deelgebied. 3. Alle nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van het natuurlijk systeem en het cultuurlandschap. 4. De beoordeling van een ontwikkeling wordt altijd integraal per locatie afgewogen. Naast het toetsingskader zijn alle andere beleidsstukken, programma's en verordeningen van toepassing. 5. Agrarische bedrijven worden niet gehinderd in de doorontwikkeling door gevoelige functies. 6. Er vindt geen aantasting van de milieu- en gezondheidssituatie plaats. 7. Toetsingskader is bedoeld voor zowel hoofdactiviteiten als nevenactiviteiten. Doorwerking plangebied De locatie Wencopperweg 69 ligt in het deelgebied Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bedrijvenlandschap Landbouw is in dit deelgebied de belangrijkste gebruiksfunctie. We streven naar herstructurering en passende schaalvergroting voor bedrijven gericht op innoveren. In dit agrarische productiegebied laten we in principe geen gevoelige functies toe. Deze functies horen thuis in de kernen. Eventuele uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijven is alleen onder strenge voorwaarden toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk.
Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden zullen we beschermen. Doorwerking plangebied Het plan voorziet in het positief bestemmen en uitbreiden van het aanwezige niet - agrarische bedrijf, met de toevoeging van een woongebouw. Daarnaast wordt er op het perceel nieuwe natuur aangelegd de de aangrenzende beek van een meer natuurlijke uitstraling voorzien.
4.6.4
Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.
4.6.5 Woonvisie Barneveld 2021-2025, Woondeal regio FoodValley, voortgangsrapportage woningbouw en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen voor Barneveld overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000,- (prijspeil 2023) en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000 "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 (prijspeil 2023), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.096,- en koop van € 320.000 tot NHG-grens, thans € 405.000) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. Binnen de categorie middeldure woningen onderscheiden we ook de betaalbaarheidsgrens, die door BZK in de Woondeal is geïntroduceerd. Deze grens ligt in 2023 bij € 355.000,- en in 2024 op € 390.000,-. Samen met sociale huur en middenhuur moet worden gekomen tot tweederde betaalbaarheid binnen de totale nieuwbouwprogrammering. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij gemeente Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken.
In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de 'voortgangsrapportage woningbouw gemeente Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2024 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 785 woningen per voorzien. Dit is 130% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke wordt deze 130% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht.
Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog € 260.000 - € 320.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.080,- in 2021). In een omgevingsplan en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen.
Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op €70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Het betreft hier de realisatie van een woongebouw voor twee huishoudens, de Woonvisie is hierop niet van toepassing.
20
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Hoofdstuk 5 5.1
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.
5.2
Bodem
In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een mogelijk verdachte locatie. Het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek is correct uitgevoerd en geeft een globaal beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PAK zijn gemeten. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium en chroom.
Ter plaatse van de voormalige brandstoftanks is zintuiglijk en analytisch in de bodem geen verontreiniging met oliecomponenten waargenomen/gemeten. Zintuigelijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In de samengestelde mengmonsters, voor analyse op asbest, ter plaatse van de aanwezige druppelzones en het overige terrein is analytisch geen asbest aangetoond. In het samengestelde mengmonster van de op de locatie aanwezige puinverhardingen, voor analyse op asbest, is analytisch geen asbest gemeten. Van de puinverharding zijn de overige milieuhygiënische parameters niet bepaald. Voor de eventuele afvoer van de puinverhardingen dient dit alsnog te gebeuren. De onderzoeksresultaten geven verder geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek of -sanering en zijn voldoende voor de voorgenomen bestemmings-/functiewijziging van de locatie. Tijdelijke uitname Voor bouwstoffen die tijdelijk worden verplaatst of uit een werk weggenomen stelt het Besluit bodemkwaliteit geen extra verplichtingen. In deze situaties hoeft de kwaliteit van de bouwstoffen niet te worden bepaald en de toepassing niet te worden gemeld. De voorwaarde hierbij is dat de bouwstoffen niet worden bewerkt en op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in het werk worden toegepast.
Dit waarborgt dat de samenstelling en emissie van de bouwstoffen niet verandert. Hergebruik van bouwstoffen in een ander werk Wanneer een bouwstof niet op of nabij dezelfde plaats in hetzelfde werk wordt toegepast maar in een ander werk, dan hoeft de kwaliteit van de bouwstoffen niet opnieuw te worden bepaald. De voorwaarde hierbij is dat de bouwstoffen niet worden bewerkt en niet van eigenaar veranderen en onder dezelfde condities worden toegepast. De toepassing moet wel vijf werkdagen van tevoren worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit. De beoordeling is op basis van het bodemonderzoek dat is ingediend. Een bodemonderzoek kan echter nooit volledige zekerheid geven over de kwaliteit van de onderzochte bodem of het grondwater en is een momentopname. De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor een eventuele toekomstige bodemvervuiling op de locatie. Als tijdens de aanleg of bouw alsnog verdachte stoffen in de bodem worden aangetroffen, moet dit zo snel mogelijk worden gemeld bij de Omgevingsdienst de Vallei of de gemeente. Daarnaast dient de aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc van en naar de onderzoekslocatie te voldoen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Cultuurhistorie
De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met in begrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
5.3.1
Archeologie
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ontwikkelingen. 5.3.1.1
Archeologie middelhoge verwachting
Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied gedeeltelijk een middelhoge archeologische en gedeelteijk een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt echter onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
22
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
Afbeelding: Archeologische waarden en verwachtingen Conclusie Het aspect Archeologie vormt geen belememring.
5.3.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Conclusie De historische stedenbouwkundige waarden vormen geen belemmering voor dit plan.
5.3.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als een gebied met een lage waardering. Conclusie Het aspect cultuurlandschappelijke waarden vormt geen belemmering voor dit plan.
5.3.4
Monumenten
In artikel 5.130 van het Bkl staat waar de regels met betrekking tot behoud van cultureel erfgoed over moeten gaan. Hierin is onder andere opgenomen dat (de omgeving van) monumenten beschermd moet worden door regels in het omgevingsplan. Op het perceel of in de omgeving zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig. Conclusie Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor dit plan. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69
5.4
Duurzaamheid en gezondheid