CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg_Motivering_Bijlage 7 QuickScan natuurwetgeving

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: TAM-omgevingsplan voor de realisatie van azc Nijkerkerweg 13212.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan natuurwetgeving In het kader van de Omgevingswet Ontwikkeling AZC Barneveld Gemeente Barneveld 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Contactpersoon JASPER OSTERTHUN

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland

2

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6 3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Leeswijzer

5

Plangebied en ingreep

6

2.1

Huidige situatie

6

2.2

Voorgenomen ingreep

7

Beschermde gebieden; Natura 2000

9

3.1

Methodiek

9

3.2

Resultaten

9

3.3

Effectenanalyse

10

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

11

4.1

Methodiek

11

4.2

Resultaten

11

4.3

Effectenanalyse

12

Beschermde soorten

13

5.1

Methodiek

13

5.2

Resultaten

13

5.3

Effectenanalyse

22

5.4

Toetsing

25

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

25

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

26

5.5

Vervolgstappen

27

5.5.1

Mitigerende maatregelen

27

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

28

Conclusie Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

30

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

7

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

30

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone

30

6.3

Beschermde soorten

30

Bronnen

32

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Omgevingswet

33

Bijlage B Foto-impressie plangebied

40

Colofon

42

4

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Barneveld is voornemens om ten noorden van Barneveld een AZC te realiseren. Bij dergelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met vigerende natuurwetgeving, betreffende beschermde soorten en gebieden. In het kader van de Omgevingswet zijn soorten en gebieden (Natura 2000-gebieden) beschermd. De omgevingsverordening van de provincie Gelderland regelt de planologische bescherming van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO). Voorliggende rapportage betreft de quickscan natuurwetgeving, waarbij alle (mogelijke) ecologische risico’s en eventuele vervolgstappen in beeld gebracht zijn.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt het plangebied en de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 gaat in op de gebiedsbescherming van de Omgevingswet. Hoofdstuk 4 behandelt het GNN en GO. Hoofdstuk 5 gaat in op de soortenbescherming van de Omgevingswet. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en de vervolgstappen opgenomen. In hoofdstuk 7 zijn de bronnen terug te vinden. Bijlage A behandelt het wettelijk kader van de Omgevingswet. In Bijlage B is de foto-impressie van het plangebied en de directe omgeving opgenomen.

5

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

2

Plangebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Nijkerkerweg 132 in Barneveld (provincie Gelderland). Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit intensief beheerd akkerland waar mais verbouwd wordt. Het westelijk deel bestaat deels ook uit voedselrijk/soortenarm grasland. Vanuit het noordwesten loopt door het plangebied een sloot en houtsingel. Houtsingels begrenzen het plangebied in het zuiden en oosten. De omgeving van het plangebied bestaat grotendeel uit weiland. Ten zuiden van het plangebied is braakliggend terrein aanwezig, waar in de toekomst nieuwbouw gerealiseerd wordt. In bijlage B is een foto-impressie van het plangebied opgenomen.

Figuur 1 Luchtfoto met ligging plangebied globaal weergegeven (rood omkaderd)

6

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

2.2

Voorgenomen ingreep

Binnen het plangebied wordt een AZC gebouwd, zie figuur 2 en figuur 3. Hiervoor zal het plangebied bouwrijp gemaakt worden. Binnen het plangebied wordt het volgende gerealiseerd: • • • • • •

Woningen bestaande uit 2/3 bouwlagen Dienstgebouwen (Tijdelijke) parkeerplaatsen Terreinen voor buitenactiviteiten (exacte inrichting onbekend) Grasland met wadi’s Infrastructuur (autowegen en voetpaden)

De verharde wegen zullen aansluiten op de toekomstige infrastructuur van het nieuwbouwproject Bloemendal en de Nijkerkerweg ten westen van het plangebied. In het kader van het AZC-project worden geen bomen gekapt. Gedurende de realisatiefase wordt het plangebied bereikt via het terrein ten zuiden ervan, waar in het kader van het project Bloemendal nieuwbouw gerealiseerd gaat worden. Planning: • • •

7

Vierde kwartaal van 2025: Start van het bouwrijp maken van het terrein. Tweede kwartaal van 2026: Terrein volledig bouwrijp. Hierna begint de bouw van het AZC. Tweede kwartaal van 2027: Het AZC gerealiseerd.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Figuur 2 Ontwerptekening AZC Barneveld

8

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

3

Beschermde gebieden; Natura 2000

3.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie, waarbij de interactieve kaart van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is geraadpleegd (www.natura2000.nl). Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Als negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Omgevingswet te voorkomen. Wat betreft negatieve effecten dient rekening gehouden te worden met directe en externe werking. Bij directe werkingen gaat het om ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen, en vervuiling door oppervlaktewater. Bij externe werkingen gaat het om verrijking als gevolg van toename door stikstof. Als Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ligt, dient ook rekening gehouden te worden met verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater.

3.2

Resultaten

Het plangebied vormt geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en is gelegen op ruim 7 kilometer afstand van het plangebied, zie Figuur 3. De Veluwe is een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

Figuur 3 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebied (groen)

9

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

3.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H3.2) blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op circa 7 kilometer ligt. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom op voorhand uitgesloten. Gelet op de afstand, is ook externe werking als gevolg van verstoring door licht, trillingen en geluid en vervuiling door oppervlaktewater uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof gedurende de realisatie- en gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Door een Aerius-berekening wordt duidelijk of sprake is van een effect.

10

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

4

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

4.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie, waarbij de interactieve kaart van provincie Gelderland (www.gelderland.nl) is geraadpleegd. Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Gelders natuurnetwerk (GNN) de groene ontwikkelingszone (GO) bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Als negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conform de regelgeving te werken. Wat betreft negatieve effecten dienen binnen de provincie Gelderland interne werkingen, als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen, getoetst te worden. Binnen de provincie worden externe werkingen niet getoetst.

4.2

Resultaten

De noordzijde van het plangebied grenst aan de GO, over een lengte van circa 250 meter. Het dichtstbijzijnde Gelders Natuurnetwerk ligt op 200 meter van het plangebied. Binnen de provincie Gelderland worden externe werkingen (bijvoorbeeld als gevolg van geluid en trillingen) niet getoetst.

Figuur 4 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van GNN-gebied

11

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

4.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H4.2) blijkt dat het plangebied aan GO-gebied grenst. Er vindt geen overlap plaats. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom uitgesloten. Aangezien externe werkingen niet binnen de provincie Gelderland worden getoetst, hoeft verder geen rekening gehouden te worden met effecten, zoals geluid en trillingen.

12

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

5

Beschermde soorten

5.1

Methodiek

Er is een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor actuele waarnemingen van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (september 2018 – september 2023). In een kilometerhok rondom het plangebied is onderzocht welke soorten zijn waargenomen. Aanvullend is door middel van www.verspreidingsatlas.nl onderzocht of het plangebied binnen het verspreidingsgebied van beschermde soorten ligt. Ook zijn actuele onderzoeksgegevens (<3 jaar) geraadpleegd (Arcadis, 2022). De bevindingen van het bureauonderzoek vormen input voor het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 15 september 2023 door J. Osterthun, ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden waren als volgt: 23°C, onbewolkt en een windkracht van 1-2 Bft. Tijdens dit veldbezoek kon niet het gehele projectgebied goed bereikt worden. Daarom is op 14 december nog een veldbezoek uitgevoerd door J. Osterthun. De weersomstandigheden waren als volgt: 5°C, bewolkt en een windkracht van 2 Bft. Tijdens de veldbezoeken is een habitatgeschiktheidsbeoordeling uitgevoerd. Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten.

Hierbij is onderzocht of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast. Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden aan de orde zijn. Als negatieve effecten uitgesloten zijn, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien mogelijk wel sprake is van een negatief effect, is getoetst óf en zo ja, welke verbodsbepaling van de Omgevingswet mogelijk overtreden worden. Indien mogelijk een conflict met een verbodsbepaling plaatsvindt, volgt hieruit een beschrijving van de vervolgstappen die getroffen moeten worden om overtreding te voorkomen.

5.2

Resultaten

Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per relevante soortgroep Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Flora

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF). Het plangebied ligt in het verspreidingsgebied van stijve wolfsmelk (verspreidingsatlas.nl). Het plangebied grenst aan het verspreidingsgebied van glad biggenkruid (verspreidingsatlas.nl).

Aanwezigheid beschermde planten is uitgesloten.

Stijve wolfsmelk komt voor op extensief beheerde akkers, bosranden (langs rivierdalbossen), heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), bermen en dijken (verspreidingsatlas.nl). Glad biggenkruid komt voor op akkers (graanakkers en akkerranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (open plekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Wat betreft de mogelijk vóórkomende beschermde plantensoorten (zie bureauonderzoek) is het volgende geconcludeerd: binnen het plangebied en de omgeving (< 1 km) zijn geen waarnemingen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid bekend. Binnen het plangebied en de omgeving zijn dus geen groeiplaatsen vastgesteld. Verspreiding van de betreffende soorten richting het plangebied is, gelet op deze bevindingen, niet aannemelijk. 13

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Het plangebied en de directe omgeving bestaat voornamelijk uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Door het intensieve beheer en het voedselrijke en soortenarme karakter van het plangebied en de omgeving ontbreken geschikte groeiplaatsen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid. Gelet op deze bevindingen, is aanwezigheid van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid uitgesloten. Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels waargenomen, zoals aalscholver, appelvink, ekster, koolmees en zwarte kraai (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels waargenomen, zoals zwarte kraai, houtduif, holenduif, fazant en putter. Er zijn geen nesten aangetroffen maar deze zijn op basis van het veldbezoek niet uitgesloten. Wat betreft broedvogels is het volgende geconcludeerd: • Binnen de houtsingel met ruigte in de ondergroei is dekking te vinden. Hier kan genesteld worden door broedvogels, zoals zwarte kraai, houtduif en fazant. • Binnen het plangebied kan door broedvogels, zoals zwarte kraai, houtduif en fazant, gefoerageerd worden. Gelet op de agrarische omgeving, waar akkerland, bosschages en erven aanwezig zijn, is geconcludeerd dat het plangebied geen essentiële functie als foerageergebied heeft.

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels met jaarrond beschermd nest aangetroffen, zoals buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Uit actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2022) blijkt het volgende: • Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn niet waargenomen. De houtsingel in het oosten van het plangebied is niet onderzocht. • Ter hoogte van Nijkerkerweg 132 is een territorium van steenuil vastgesteld, zie Figuur 5. Het plangebied ligt naar verwachting (deels) binnen het territorium.

14

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) komen voor binnen het plangebied. Opgaand groen, zoals ruigte en houtsingels, vormen een potentiële nestplaats van broedvogels, zoals houtduif, zwarte kraai en fazant. Het plangebied heeft verder geen essentiële functie.

Broedvogels met jaarrond beschermd nest komen (mogelijk) voor binnen het plangebied. Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in de aangrenzende houtsingels is niet uitgesloten.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie Het plangebied maakt naar verwachting onderdeel uit van het territorium van steenuil.

Figuur 5 Ligging territorium steenuil binnen rode cirkel (Arcadis, 2022) ten opzichte van het plangebied (geel omkaderd) Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is ten zuiden van het plangebied een overvliegende buizerd waargenomen. Wat betreft broedvogels met jaarrond beschermd nest is het volgende vastgesteld: • In de houtsingel ten oosten van het plangebied is één potentieel jaarrond beschermd nest van boomvalk, buizerd, havik, sperwer of ransuil aangetroffen, zie Figuur 6. • Het grootste deel van het plangebied bestaat uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Door het gebruik en het intensieve karakter is hier het aanbod van voedsel schaars. In de omgeving, zoals ter hoogte van Bloemendaallaan 93, zijn bosschages en houtsingels aanwezig waar relatief veel dekking aanwezig is. Gelet op het intensieve gebruik van het plangebied en alternatieve foerageermogelijkheden in de omgeving, is het uitgesloten dat het plangebied voor boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil een essentiële functie als foerageergebied heeft. • De steenuil, die ter hoogte van Nijkerkerweg 132 verblijft, maakt binnen zijn leefgebied onder andere gebruik van landschapselementen. De houtsingel binnen het plangebied vormt een landschapselement waar gefoerageerd kan worden.

Gelet op de omgeving van Nijkerkerweg 132, zijn verschillende opgaande groenstructuren en erven in de directe omgeving van de verblijfplaats aanwezig, zie Figuur 5. Hier zijn geen andere territoria vastgesteld. Deze opgaande structuren en erven kunnen daarom ook gebruikt worden binnen het leefgebied van de waargenomen steenuil. Het is daarom niet aannemelijk dat het plangebied essentieel leefgebied vormt. Op basis van de quickscan kan dit echter niet volledig uitgesloten worden. Ook gelet op de verstedelijking ten zuiden van het plangebied kan mogelijk sprake zijn van een cumulatief effect op het foerageergebied van steenuil.

15

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 6 Plangebied (rood omkaderd) met locatie van het potentieel jaarrond beschermde nest

Grondgebonden zoogdieren

16

Bureauonderzoek Grondgebonden In de omgeving van het plangebied zijn grondgebonden zoogdieren aanwezig, zoogdieren komen zoals boommarter, bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, (mogelijk) voor binnen konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter en vos (NDFF). Het plangebied ligt het plangebied. ook binnen het verspreidingsgebied van aardmuis, huismuis, dwergspitsmuis, veldmuis en wezel (verspreidingsatlas.nl). Aanwezigheid van andere Verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren is op basis van de bureaustudie uitgesloten. muisachtigen, wezel en eekhoorn zijn niet Veldbezoek uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn hazen waargenomen in de graslanden in de omgeving van het plangebied. Van andere grondgebonden zoogdieren zijn Het plangebied vormt geen individuen of sporen waargenomen. Wat betreft grondgebonden potentieel zoogdieren is het volgende geconcludeerd: foerageergebied van • Binnen het plangebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen van bunzing, muisachtigen, wezel, boommarter, steenmarter, das, vos en konijn aangetroffen, aanwezigheid is bunzing, boommarter, uitgesloten. eekhoorn, steenmarter, • Gelet op het intensieve karakter van het plangebied en het ontbreken van sporen van bunzing, boommarter, steenmarter, das, vos en konijn, zoals das, vos, ree, haas en holen en uitwerpselen, vormt het plangebied geen essentiële konijn.

foerageerfunctie van deze soorten. Door de verstedelijking ten zuiden van het plangebied is het niet uitgesloten dat het plangebied essentieel is als Het plangebied heeft uitwijkplek om te foerageren. geen essentiële functie • Door de ruigte ter hoogte van de houtsingels is het niet mogelijk om als verbinding tussen verblijfplaatsen van relatief kleine grondgebonden zoogdieren, zoals leefgebieden. muisachtigen en wezel, uit te sluiten, zie Figuur 7. De haas kan ook een verblijfplaats, een zogenaamd leger, in de ruigte maken. • Eekhoorn verblijft in bomen. De houtsingel binnen en aangrenzend aan het plangebied staat op twee punten in verbinding met houtsingels in de omgeving en is daardoor bereikbaar voor de eekhoorn. Potentiële nestplaatsen van eekhoorn in bomen zijn niet vastgesteld. Gelet op de agrarische omgeving van de houtsingels en het ontbreken van potentiële nestplaatsen van eekhoorn, is aanwezigheid van essentieel foerageergebied uitgesloten. • Grondgebonden zoogdieren, zoals haas en ree, hebben geen vaste verblijfplaats. Gelet op de graslanden, houtsingels en ruigtestroken in de omgeving is het uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie heeft als verblijfplaats en foerageergebied.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat •

Conclusie

De houtsingels eindigen in het westen en noorden van het plangebied en staan daar niet meer in verbinding met opgaand groen. In de omgeving, vooral ten oosten, staan nog andere opgaande structuren waar grondgebonden zoogdieren zich langs kunnen bewegen. Geconcludeerd is dat het plangebied geen essentiële functie als verbinding tussen leefgebieden heeft.

Figuur 7 Ruigte en houtsingels binnen het plangebied vormen dekkingsmogelijkheden voor grondgebonden zoogdieren, waar ook gefoerageerd kan worden. Het gaat om grondgebonden zoogdieren, zoals wezel, muisachtigen en haas. Ook kan hier verbleven worden door relatief kleine grondgebonden zoogdieren, zoals muisachtigen en wezel. Vleermuizen

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (verspreidingsatlas).

Vleermuizen komen binnen het plangebied voor.

Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, Uit actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2022) blijkt het volgende: ruige dwergvleermuis, • Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse gewone grootoorvleermuis komen binnen of in de omgeving van het plangebied voor. vleermuis, franjestaart, • Ter hoogte van het plangebied zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Wel is rosse vleermuis en op één plek een baltsende gewone dwergvleermuis vastgesteld. watervleermuis in bomen Onderzoek, specifiek naar verblijfplaatsen in boomholten, is niet uitgevoerd. is niet uitgesloten. Het onderzoek biedt daarom geen uitsluitsel over verblijfplaatsen. •

•

Van een deel van de houtsingels is vastgesteld dat deze functioneren als vliegroute van gewone dwergvleermuis. Foerageergebied ter hoogte van het plangebied is niet specifiek onderzocht.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn vleermuizen en/of sporen waargenomen. Wat betreft vleermuizen is het volgende geconcludeerd:  In de aangrenzende houtsingels zijn bij drie bomen met één of enkele holten aangetroffen, zie Figuur 8 en Figuur 9. Aanwezigheid van verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaats)in bomen is niet uitgesloten. Het gaat hierbij om boombewonende vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis.

17

Een deel van houtsingel functioneert als vliegroute van gewone dwergvleermuis. Het oostelijk deel van het plangebied functioneert mogelijk als vliegroute. Het plangebied functioneert niet als essentieel foerageergebied.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat •

•

Conclusie

Naast de vastgestelde vliegroute in het zuiden en westen (zie Figuur 10) van het plangebied kan de aansluitende houtsingel in het oosten ook functioneren als vliegroute. Het gaat hierbij om alle mogelijke voorkomende vleermuissoorten, zie bureauonderzoek. Het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland en onderscheidt zich niet van de omgeving. Ook, gelet op de beperkte dekking door opgaand groen, is geconcludeerd dat het plangebied geen essentiële functie als foerageergebied heeft.

Figuur 8 Luchtfoto plangebied (rood omkaderd) en ligging bomen met één of enkele holten (geel)

Figuur 9 Boomholten in zwarte els (rode pijl) vormen mogelijk een verblijfplaats van boombewonende vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis.

18

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 10 Ter hoogte van deze houtsingel in het zuiden van het plangebied is vastgesteld dat deze functioneert als vliegroute van gewone dwergvleermuis (Arcadis, 2022). Reptielen

Bureauonderzoek: In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van hazelworm, muurhagedis (niet wild) en levendbarende hagedis (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van ringslang (verspreidingsatlas.nl).

Ringlang komt mogelijk voor. In de houtsingel kan mogelijk verbleven worden. De sloot functioneert mogelijk als verbinding tussen leefgebieden.

Veldbezoek: Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of sporen waargenomen. Wat betreft reptielen is het volgende geconcludeerd: • De muurhagedis komt voor in een soort van warme, stenige plekken, zoals Levendbarende hagedis rotswanden en stadsmuren. Gelet op de agrarische omgeving, waar stenige en hazelworm kunnen delen ontbreken, is aanwezigheid uitgesloten. incidenteel voorkomen. • Het plangebied en de omgeving bestaan grotendeels uit intensief beheerd Aanwezigheid van akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Reptielen, zoals hazelworm essentieel leefgebied is en levendbarende hagedis, zijn gevoelig voor verstoring en predatie. uitgesloten. Intensief beheerd gebied vormt dan ook geen geschikt leefgebied. Ter hoogte van de houtsingels is dekking aanwezig waar mogelijk wel verbleven kan worden. Het plangebied is echter omgeven door infrastructuur, stedelijk gebied van Barneveld en bedrijventerrein Harselaar. Gelet op deze geïsoleerde ligging, is het uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied vormt. Incidenteel voorkomen is niet uitgesloten. • De ringslang is een watergebonden soort. Binnen het plangebied is een sloot aanwezig, zie figuur 11. Deze sloot is waterafvoerend en niet jaarrond waterhoudend. Daarnaast is weinig tot geen oeverbegroeiing aangetroffen. Potentiële broeihopen, die voor de voortplanting noodzakelijk zijn, ontbreken.

Ten zuidoosten van het plangebied is een poel aanwezig, zie figuur 12 en figuur 13. Ter hoogte van deze poel zijn takkenhopen aanwezig waar verbleven kan worden, zie figuur 13. Deze takkenhopen vormen mogelijk ook een geschikte broeihoop voor het afzetten van de eieren. Gelet op dit potentiële leefgebied, is het niet uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het landbiotoop; in de houtsingel is dekking te vinden waar naar verwachting ook verbleven kan worden. Daarnaast kan de sloot, aan de rand van het plangebied, functioneren als een verbinding tussen leefgebieden en daarmee ook een essentiële functie hebben als onderdeel van het leefgebied.

19

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Figuur 11 De sloot aan de rand van het plangebied vormt geen ideaal leefgebied van de ringslang.

Figuur 12 Luchtfoto met ligging plangebied (rood omkaderd) en poel (blauw omkaderd).

Figuur 13 Ten zuidoosten van het plangebied zijn een poel en takkenhopen aanwezig; potentieel leefgebied van ringslang.

20

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Amfibieën

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en poelkikker (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van heikikker, rugstreeppad en kamsalamander (verspreidingsatlas.nl).

Amfibieën komen mogelijk binnen plangebied voor. Bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad kunnen mogelijk binnen het plangebied voortplanten, foerageren en verblijven.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en/of sporen waargenomen. Wat betreft amfibieën is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied betreft grotendeels intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Hier is relatief veel verstoring en relatief weinig dekking te vinden en vormt daarom geen geschikt leefgebied. • Binnen het plangebied is een niet-jaarrond waterhoudende sloot aanwezig, zie figuur 14. Dit vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad. • De kamsalamander is voor de voortplanting gebonden aan vrij grote, geïsoleerde, stilstaande, half beschaduwde, iets voedselrijke wateren met een goed ontwikkelde water- en oevervegetatie. De sloot is relatief ondiep en waterafvoerend, en vormt daarom geen geschikt voortplantingswater. • Ten zuidoosten van het plangebied ligt een poel met in de directe omgeving takkenhopen (zie figuur 15). De poel vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander. In de takkenhopen kan verbleven worden. • De houtsingels binnen en aangrenzend aan het plangebied creëren dekkingsmogelijkheden waar alle mogelijk voorkomende amfibieën jaarrond kunnen verblijven en gefoerageerd kan worden.

Figuur 14 De niet-jaarrond waterhoudende sloot binnen het plangebied vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad.

21

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 15. Ten zuidoosten van het plangebied is een poel met takkenhopen aanwezig; potentieel leefgebied van ringslang. Vissen

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend (NDFF). Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde vissen (verspreidingsatlas.nl).

Vissen komen niet voor.

Veldbezoek Binnen het plangebied is geen jaarrond waterhoudend oppervlaktewater aanwezig. Hierop gelet, is aanwezigheid van vissen uitgesloten.

Ongewervelden

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is aanwezigheid van grote vos vastgesteld (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Wat betreft beschermde ongewervelden is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied bestaat grotendeels uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Waardplanten van grote vos (iep, zoete kers, populier en sommige wilgensoorten) en teunisbloempijlstaart (wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart) zijn niet aangetroffen en aanwezigheid van mogelijk essentieel leefgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het vlieggedrag is incidenteel vóórkomen niet uitgesloten. • De gevlekte witsnuitlibel is gebonden aan laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. Binnen het plangebied is een sloot aanwezig die niet voldoet aan het leefgebied van deze libellensoort; aanwezigheid van essentieel leefgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het vlieggedrag is incidenteel vóórkomen niet uitgesloten. • De sloot binnen het plangebied is niet jaarrond waterhoudend. De platte schijfhoren is gebonden aan jaarrond waterhoudend oppervlaktewater. Aanwezigheid van platte schijfhoren is daarom uitgesloten.

5.3

Beschermde ongewervelden, zoals grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel kunnen, gelet op het vlieggedrag, incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van beschermde ongewervelden is uitgesloten.

Effectenanalyse

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen, zoals beschreven in hoofdstuk 2.2.

22

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Nesten Conform de werkzaamheden blijven de houtsingels grotendeels behouden. Binnen het intensieve akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland worden geen nestplaatsen verwacht. Aan de randen van het plangebied kunnen echter wel ruigtestroken ontstaan. Het verwijderen van ruigten en een enkele boom, gedurende de broedperiode, leidt mogelijk tot directe aantasting en verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel van bijvoorbeeld houtduif en fazant.

Ja

Indien opgaand groen buiten de broedperiode verwijderd wordt, zal dit mogelijk leiden tot een afname van nestmogelijkheden. De houtsingels blijven echter grotendeels behouden. Daarnaast zijn in de omgeving (bijvoorbeeld ter hoogte van Bloemendaallaan 93) verschillende houtsingels en bosschages aanwezig waar ook genesteld kan worden. Hierop gelet, zijn negatieve effecten op het aanbod aan nestmogelijkheden te verwaarlozen. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied. Bij een gebrek van foerageergebied in de omgeving van een nestplaats kan dit tot gevolgen hebben dat deze verlaten wordt. Gelet op agrarische omgeving zijn er verschillende foerageermogelijkheden aanwezig. Negatieve effecten op het aanbod aan foerageergebied, als gevolg van de ontwikkeling, is daarom te verwaarlozen. Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Nesten Ja Conform de voorgenomen werkzaamheden blijft de houtsingel ter hoogte van de potentiële jaarrond beschermde nestplaats behouden. Directe aantasting van de nestplaats is daarom niet aan de orde. Wel vinden ontwikkelingen plaats in de directe omgeving (<75 meter) plaats, waardoor verstoring van broedende vogels en broedsel niet uitgesloten is. Verstoring kan ertoe leiden dat de nestplaats verlaten wordt. Ter hoogte van Nijkerkerweg 132 is een nestplaats van steenuil aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen (potentiële) nestplaatsen aanwezig en daarom is directe aantasting van een nestplaats niet aan de orde. De steenuil is wat betreft nestplaats honkvast. De afstand tussen nestplaats en plangebied is circa 150 meter. Tussen plangebied en nestplaats ontbreken landschapselementen (potentieel leefgebied steenuil), waardoor negatieve effecten op het leefgebied niet verwacht worden. Door het inrichten van het plangebied nemen uitwijkmogelijkheden wel af, waardoor de steenuil gevoeliger kan zijn voor verstoring. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de nieuwbouwontwikkeling in de omgeving van het plan, die kan leiden tot een cumulatief effect op het foerageergebied. Door een afname van het foerageergebied kan de nestplaats verlaten worden.

Foerageergebied Het bouwrijp maken van plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van broedvogels, zoals buizerd en sperwer. Gelet op agrarische omgeving, zijn er verschillende foerageermogelijkheden aanwezig. Negatieve effecten op het aanbod aan foerageergebied, als gevolg van de ontwikkeling, is daarom te verwaarlozen. De steenuil foerageert in de omgeving van de nestplaats. Het plangebied ligt binnen het territorium van steenuil en daarom dient er rekening mee gehouden te worden dat essentieel foerageergebied verstoord en/of aangetast kan worden. Dit kan tot gevolg hebben dat een steenuil voor zijn foerageergebied moet uitwijken naar de omgeving, waardoor de kans op verstoring en predatie toeneemt.

Grondgebonden zoogdieren

23

Verblijfplaatsen Ja Verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren, zoals muisachtigen, haas en wezel, zijn mogelijk aanwezig in de housingel, aan de rand van het plangebied. Deze houtsingel blijft grotendeels behouden. Mogelijk wordt een enkele boom verwijderd. Daarmee is het niet uitgesloten dat aantasting van verblijfplaatsen plaatsvindt. Daarnaast worden de randen van de akker, waar ruigte aanwezig is, bouwrijp gemaakt. Hier kan mogelijk verbleven worden door muisachtigen, haas en wezel. Voor de delen die onaangetast blijven, zoals een groot deel van de houtsingel, dient rekening gehouden te worden met verstoring in de directe omgeving gedurende de realisatie- en gebruiksfase.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat aanwezige grondgebonden zoogdieren naar de omgeving uitwijken. Bij het uitwijken naar de omgeving neemt de kans op aanrijding met verkeer en predatie toe. Grondgebonden zoogdieren, zoals muisachtigen en wezel, kunnen in de grond verblijven. Bij grondroerende werkzaamheden kunnen individuen verstoord, verwond en/of gedood worden. Soorten die bovengronds verblijven, bijvoorbeeld haas, zullen vluchten. Wel zijn juveniels kwetsbaar en kunnen verwond en/of gedood worden tijdens het bouwrijp maken van het terrein. Van andere mogelijk voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals eekhoorn, ree, bunzing, boommarter en steenmarter, zijn geen (essentiële) verblijfplaatsen vastgesteld. Effecten op verblijfplaatsen zijn daarom uitgesloten. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van grondgebonden zoogdieren, zoals muisachtigen, haas en wezel. Aanwezige dieren zullen naar verwachting uitwijken naar de omgeving waar mogelijk minder geschikte foerageergebied aanwezig is. Hierdoor neemt de kans op aanrijding met verkeer en predatie toe. Ook kan verstoring tot gevolg hebben dat bestaand leefgebied, waaronder ook de verblijfplaats, verlaten wordt. Gedurende de gebruiksfase zullen menselijke activiteiten leiden tot verstoring van aanwezige dieren.

Tijdens de realisatie- als de gebruiksfase neemt het verkeer binnen het plangebied (en de omgeving) toe. Dit heeft tot gevolg dat foeragerende of migrerende dieren mogelijk eerder aangereden worden. Verbinding Het plangebied vormt geen essentiële verbinding tussen leefgebieden. Negatieve effecten op verbindingsmogelijkheden zijn daarom te verwaarlozen. Vleermuizen

Verblijfplaatsen Ja De houtsingel met de bomen met holten blijven intact. Aantasting van mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen vindt daarom niet plaats. Wel dient rekening gehouden te worden met de omgeving van de potentiële verblijfplaatsen, waar in de huidige situatie relatief weinig menselijke activiteiten plaatsvinden en permanente verlichting niet aanwezig is. In de nieuwe situatie zullen menselijke activiteiten toenemen. Ook zal binnen het plangebied permanente verlichting aanwezig zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat de omgeving van de mogelijke verblijfplaatsen dusdanig verandert, dat deze verlaten wordt. Verwacht wordt dat dit vooral gebeurt wanneer hier lichtschuwe vleermuissoorten verblijven, zoals watervleermuis en franjestaart. Vliegroute In het voornemen blijft de houtsingel grotendeels behouden. Door het verwijderen van een enkele boom kunnen echter gaten in de vliegroute ontstaan. Dit leidt mogelijk tot aantasting van een vliegroute. Door uitstraling van kunstlicht gedurende realisatie- en gebruiksfase wordt mogelijk de houtsingel verlicht en daarmee verstoord. Bij aantasting en/of verstoring van een vliegroute zullen vleermuizen andere bewegingen maken door het gebied, waardoor mogelijk minder geschikte foerageergebieden gevonden worden en de kans op verstoring en predatie toeneemt.

Reptielen

Voortplantingsplaats Potentiële voortplantingsplaatsen (broeihopen) van ringslang zijn alleen buiten het plangebied aanwezig. Aantasting van voortplantingsplaatsen vindt daarom niet plaats. Verblijfplaatsen en foerageergebied Verblijfplaatsen van ringslang zijn mogelijk aanwezig in de houtsingel, aan de rand van het plangebied. Deze houtsingel blijft grotendeels behouden. Mogelijk wordt een enkele boom verwijderd. Daarmee is het niet uitgesloten dat aantasting van verblijfplaatsen plaatsvindt. Voor de delen die onaangetast blijven, zoals een groot deel van de houtsingel, dient rekening gehouden te worden met verstoring in de directe omgeving gedurende de realisatie- en gebruiksfase.

24

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

Ja

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat aanwezige ringslangen naar de omgeving uitwijken. Bij het uitwijken naar de omgeving neemt de kans op aanrijding met verkeer en predatie toe. Bij aantasting van verblijfplaatsen kunnen ringslangen die in de grond zitten verwond en/of gedood worden. In de gebruiksfase neemt het verkeer ook toe, waardoor de kans op aanrijding toeneemt. Tijdens de realisatie- als de gebruiksfase neemt het verkeer binnen het plangebied (en de omgeving) toe. Dit heeft tot gevolg dat foeragerende en migrerende ringslangen mogelijk eerder aangereden worden. Incidenteel voorkomen Hazelworm, levendbarende hagedis en komen mogelijk incidenteel voor. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomende individuen zijn te verwaarlozen. Voortplantingswater De werkzaamheden zijn niet van invloed op de bestaande sloten aan de rand van het plangebied. Negatieve effecten op voortplantingswater zijn daarom uitgesloten.

Amfibieën

Ja

Verblijfplaatsen en foerageergebied Verblijfplaatsen van amfibieën zijn mogelijk aanwezig in de houtsingel, aan de rand van het plangebied. Deze houtsingel blijft grotendeels behouden. Mogelijk wordt een enkele boom verwijderd. Daarmee is het niet uitgesloten dat aantasting van verblijfplaatsen plaatsvindt. Voor de delen die onaangetast blijven, zoals een groot deel van de houtsingel, dient rekening gehouden te worden met verstoring in de directe omgeving gedurende de realisatie- en gebruiksfase. Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat aanwezige amfibieën naar de omgeving uitwijken. Bij het uitwijken naar de omgeving neemt de kans op aanrijding met verkeer en predatie toe. Bij aantasting van verblijfplaatsen kunnen amfibieën, die in de grond zitten, verwond en/of gedood worden. Tijdens zowel de realisatie- als de gebruiksfase neemt het verkeer binnen het plangebied (en de omgeving) toe. Dit heeft tot gevolg dat foeragerende en migrerende amfibieën mogelijk eerder aangereden worden. Ongewervelden

5.4

Grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel komen mogelijk incidenteel voor. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomende individuen zijn te verwaarlozen.

Nee

Toetsing

Op basis van de effectbeschrijving is geconcludeerd dat negatieve effecten op beschermde broedvogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en amfibieën niet uitgesloten zijn. Daarom gaat de toetsing verder in op deze soortgroepen.

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In Tabel 3 is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Binnen de provincie Gelderland geldt een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten, zoals haas, konijn, egel en muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander, zie Bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in H 5.5.1.

25

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie

Soort/ soortgroep

Vogelrichtlijnsoorten

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): onder andere zwarte kraai, ekster, houtduif Broedvogels (nest jaarrond beschermd): buizerd, sperwer, havik, boomvalk of ransuil en steenuil

Habitatrichtlijnsoorten

Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart Reptielen: ringslang Amfibieën: heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander

Andere soorten (niet vrijgesteld)

Wezel

Andere soorten (vrijgesteld)

Haas, konijn, egel, ree, vos, muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep), op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf, aangegeven welke verbodsbepalingen van de Omgevingswet kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald óf en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief. Soort(groep) Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode), zoals zwarte kraai, ekster en houtduif Broedvogels (nest jaarrond beschermd) Boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil Broedvogels (nest jaarrond beschermd) Steenuil

a X

b X

c

d

X X

Als gevolg van Verwijderen van ruigte, struweel en bomen gedurende broedperiode (maartaugustus, kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven). Werkzaamheden in de omgeving (<75 meter) van nestplaats. Verstedelijking buitengebied (waaronder ook de nieuwbouw ten zuiden van het plangebied)

Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art. 11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: te doden of te vangen; b: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; c: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; d: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Lid a is niet van toepassing op steenuil omdat de nestplaats niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied (> 100 meter) aanwezig is, waardoor aantasting van broedsel uitgesloten is. Lid b is niet van toepassing op steenuil omdat de nestplaats niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied (> 100 meter) aanwezig is, waardoor aantasting van nestplaats uitgesloten is. Lid c is niet van toepassing omdat de werkzaamheden niet gericht zijn op het rapen van eieren. Lid d Is niet van toepassing op algemeen voorkomende broedvogels zoals zwarte kraai, ekster en houtduif, omdat deze broedvogels wat betreft nestplaats flexibel zijn (niet honkvast) en de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden biedt.

26

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Tabel 5 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief. Soort(groep) Vleermuizen Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart Amfibieën Heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander Reptielen Ringslang

a

b X

c

d

e

Als gevolg van Verstedelijking in de omgeving van potentiële verblijfplaats/vliegroute. Gebruik van kunstlicht gedurende de gebruiks- en realisatiefase ter hoogte van potentiële verblijfplaats/vliegroute.

X

X

X

Verwijderen van een enkele boom. Verkeer tijdens de realisatie- en gebruiksfase.

X

X

X

Verwijderen van een enkele boom. Verkeer tijdens de realisatie- en gebruiksfase.

Het verbod geldt voor (art. 11.46, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: het opzettelijk verstoren; c: het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e: het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten. Lid c is niet van toepassing, omdat vleermuizen, waar deze toetsing op van toepassing is, zich levendbarend voortplanten.

Tabel 6 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Andere soorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief. Soort Grondgebonden zoogdieren Wezel

a X

b X

c

Als gevolg van Plangebied bouwrijp maken.

Het verbod geldt voor (art. 11.54, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen; b: het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren of rustplaatsen; c: het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten). Lid c is niet van toepassing op grondgebonden zoogdieren, aangezien deze verbodsbepaling van toepassing is op planten.

5.5

Vervolgstappen

5.5.1

Mitigerende maatregelen

In het kader van de Omgevingswet dient rekening gehouden te worden met (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de zorgplicht, die ook van toepassing is op nietbeschermde soorten. Op voorhand dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om (mogelijk) negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen: •

27

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): - Voer werkzaamheden uit buiten de broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en andere factoren verschuiven). - Als binnen de broedperiode gewerkt wordt: o Verwijder potentiële nestplaatsen vóór aanvang van de broedperiode door opgaand groen, zoals ruigte, te verwijderen en het akkerland te egaliseren. o Broedvogelinspectie: vóór aanvang van de werkzaamheden wordt door een deskundig ecoloog gecontroleerd of nestplaatsen aanwezig en in gebruik zijn. Indien aanwezig, kunnen werkzaamheden ter hoogte van de nestplaats pas starten na de broedperiode. Exacte maatregelen worden nader bepaald.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

-

Van april t/m september dienen zandhopen met een talud van 1:1 of steiler voorkomen te worden (potentiële nestplaats oeverzwaluw). Vleermuizen: - Voorkom gedurende realisatiefase het gebruik van kunstverlichting richting de houtsingels. - Gedurende de gebruiksfase dient voorkomen te worden dat straatverlichting de boomkronen van de houtsingel beschijnt. Rugstreeppad: - Voorkom braakliggend terrein met mul zand. - Voorkom binnen het gehele plangebied plasvorming gedurende de voortplantingsperiode rugstreeppad (april t/m juli). Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht): - Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de openbare weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. - Als een soort wordt aangetroffen en niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de noodzakelijk vervolgstappen bepaald. - Tijdens een vorstperiode wordt het plangebied niet bouwrijp gemaakt.

•

•

•

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

Het uitgangspunt van de voorgestelde mitigerende maatregelen is dat negatieve effecten op beschermde soorten voorkomen worden. Voor een actueel beeld van vóórkomende beschermde soorten en eventueel monitoren van de getroffen maatregelen wordt echter wel geadviseerd om aanvullend soortgericht onderzoek uit te voeren. Aanvullend soortgericht onderzoek wijst uit of essentiële functies van beschermde soorten wel of niet aanwezig zijn. In Tabel 7 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. Als op basis van dit soortgericht onderzoek aanwezigheid is vastgesteld, wordt nogmaals bekeken of de voorgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten, als gevolg van de ontwikkeling, te voorkomen. Tabel 7 Specificatie van het aanvullend soortgericht onderzoek Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning:

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Boomvalk, buizerd, havik, sperwer of ransuil

Kennisdocument Buizerd

Grondgebonden zoogdieren

Wezel (marterachtigen)

Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (provincie Noord-Brabant, 2017)

• • • •

Vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei Letten op nestindicatief gedrag Eén veldbezoek in maart Eén onderzoeker

Twee opties mogelijk: Optie 1: Het marteronderzoek kan alleen aanwezigheid van individuen vaststellen. De onderzoeksinspanning ziet er als volgt uit: • Drie veldbezoeken; maart t/m augustus, gericht op het plaatsen in controleren onderzoeksmaterialen. • Onderzoeksmaterialen: wildcamera. Naar verwachting drie stuks • Eén onderzoeker Optie 2 (Arcadis 2020): als alternatief op soortgericht onderzoek kan, in verband met de planning, ook een worst case-scenario toegepast kan worden (zoals in Bloemendal fase 1). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat - na akkoord van het bevoegd gezag - uitgangspunten toegepast moeten worden: • Er moet een weergave worden gegeven van de hoeveelheid potentieel geschikt leefgebied. • In de maatregelen zou er ten opzichte van de bestaande situatie sprake moeten zijn van een ecologische plus.

28

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning:

•

Vleermuizen

Reptielen

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Ringslang

Vleermuisprotocol 2021 (NGB, 2021)

•

•

Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2023)

•

• • Amfibieën

29

Poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander

Soorteninventarisatieprotocol (NGB, 2023)

Hiervoor kunnen verbeteringsmaatregelen worden toegepast, zoals het plaatsen van takkenrillen, steenmarterkasten (alternatieve verblijfsruimte) in behouden groenstructuren, waar rust gevonden wordt, en/of aanbieden van houtwallen met zogenaamde kamer die groot genoeg zijn voor steenmarter en boommarter. Het is van belang is om leefgebieden met elkaar te verbinden of dit te behouden om versnippering tegen te gaan. Vijf veldbezoeken; mei t/m september, gericht op aanwezigheid van zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen. Tijdens dit onderzoek wordt ook gelet op aanwezigheid van vliegroutes. Twee onderzoekers

Vijf veldbezoeken: eerste ronde neerleggen plaatsen. Na minimaal veertien dagen gewenning vier controles uitgevoerd. Minimaal twee in april-mei en minimaal één na 31 juli. Reptielenplaten plaatsen en route lopen: oeverzone en structuurovergangen Eén onderzoeker

Heikikker: • Twee veldbezoeken • Koorroep en eiklompen op geluid en zicht (zaklamp) • Februari - april Poelkikker • Twee veldbezoeken • Kooractiviteit en adulten op zicht • Mei – half juli Rugstreeppad (en poelkikker) • Drie veldbezoeken, waarvan minimaal één bezoek half april-mei en één bezoek half juni half juli • Kooractiviteit en zoeken naar eisnoeren, larven en juveniels op geluid en zicht voortplantingsonderzoek altijd combineren met zomerbiotoop. Kamsalamander (heikikker, poelkikker en rugstreeppad):  Twee veldbezoeken  Schepnet (larven, adulten)  Half maart – juli  Eén onderzoeker

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

6

Conclusie

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

Conform Ow dient rekening gehouden te worden Natura 2000-gebieden. Mogelijke negatieve effecten, als gevolg van een toename van stikstof, dient onderzocht te worden aan de hand van een Aerius-berekening. Als uit deze berekening blijkt dat negatieve effecten als gevolg van stikstof niet plaatsvinden, zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde. Als wel sprake is van een toename van stikstofdepositie als gevolg van het project, dan zullen maatregelen bepaald moet worden om emissie te reduceren. Negatieve effecten, als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater, zijn uitgesloten.

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone

Op basis van de effectenanalyse is geconcludeerd dat voorgenomen ingreep geen effect heeft op GO- en GNNgebied. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Het plangebied grenst in het noorden aan GO-gebied. Hoewel er geen verplichtingen gelden, heeft het wel een ecologische meerwaarde om binnen het plangebied maatregelen te treffen die aansluiten op het doel van de groene ontwikkelingszone. Hierbij kan gedacht worden aan de aanplant van inheemse groenstructuren aan de randen van het plangebied, als deze nu niet aanwezig zijn. In de nieuwe situatie wordt een knotwilgensingel in het noorden aangeplant; er wordt daarom al rekening gehouden met een groenstrook tussen de nieuwbouw en het GO-gebied.

6.3

Beschermde soorten

Het plangebied vormt een (potentieel) leefgebied van beschermde soorten. Het gaat om soorten binnen de soortgroepen broedvogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën, zie H 5.2. Voor een aantal soort(groep)en dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om conflict met één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow te voorkomen, zie H 5.5.1. Actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2022 en voorliggende quickscan) geven onvoldoende inzicht in het wel of niet voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend soortgericht onderzoek is noodzakelijk om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit aanvullend soortgericht onderzoek is op het volgende gericht (zie ook H5.5.2): -

Potentieel jaarrond beschermde nest van buizerd, boomvalk, havik, sperwer of ransuil Verblijfplaatsen (en vliegroutes) van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, franjestaart (meervleermuis, laatvlieger) Voortplantingsplaatsen van poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander Aanwezigheid van ringslang

Van de steenuil is in 2021 een territorium vastgesteld in de omgeving van het plangebied. Het plangebied vormt geschikt foerageergebied. De steenuil is honkvast wat betreft het territorium. Daarom wordt aangenomen dat de steenuil nog steeds aanwezig is. Hierop gelet, dient rekening gehouden te worden met compensatiemaatregelen ten gunste van het foerageergebied van steenuil. Wat betreft wezel wordt te allen tijde rekening gehouden met aanwezigheid. Net als bij het nieuwbouwproject Bloemendal, ten zuiden van het plangebied, zal compensatie plaats moeten vinden. Hiervoor dient in beeld gebracht te worden wat de grootte is van het potentieel leefgebied van kleine marterachtigen en hoe dit gecompenseerd wordt. Voor in ieder geval de steenuil en wezel moet conform Omgevingswet een vergunning flora- en fauna-activiteiten aangevraagd te worden. Het aanvullend soortgericht onderzoek zal uitwijzen of ook nog voor andere soorten een vergunning aangevraagd moet worden.

30

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7112:2.0 - Datum: 4 november 2024 - Confidential

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e31286e2-65c0-42f1-8dce-dbaeb95b7006