CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Hfst. 22x De Pelmolen 7_Motivering

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7” van het omgevingsplan voor de locatie De Pelmolen 7 in Barneveld20.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 Motivering voor een TAM-omgevingsplan

Datum:

Maart 2026

Locatie: De Pelmolen 7 in Barnveld Plannr.: TAMOP0024

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan

6 6 6

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling

8 8

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

10 10 10 11 15 18 18

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Gezondheid 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.10 Leidingen en laagvliegroutes 5.11 Luchtkwaliteit 5.12 Milieueffectrapportage 5.13 Milieuzonering 5.14 Natuur en landschap 5.15 Omgevingsveiligheid 5.16 Ontplofbare oorlogsresten 5.17 Trilling 5.18 Verkeer 5.19 Weging van het waterbelang

23 23 23 23 25 26 29 30 31 32 32 33 33 34 35 35 38 38 38 39

Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies

40 40 42

Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal

47 47

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen

48 48 49

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Inrichtingstekening

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Bijlage 3

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 4

Stikstofberekening

Bijlage 5

Bodemonderzoek

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

Voor de locatie De Pelmolen 7 in Barneveld is een verzoek ingediend om de functie te wijzigen van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf en een woonfunctie. Ook wordt de voormalige agrarische bedrijfswoning gesplitst in twee aaneengebouwde woningen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7' opgesteld.

Afbeelding: planlocatie De Pelmolen 7, globale ligging Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt aan De Pelmolen 7 in het buitengebied van de kern Barneveld. Het betreft een voormalig agrarisch erf met diverse opstallen, waaronder voormalige stallen, een bedrijfswoning en overige bebouwing. Daarbij is in de bestaande situatie reeds sprake van feitelijk gebruik als woning met (mantelzorg)inwoning. De locatie heeft een landschappelijke uitstraling en ligt in een overwegend agrarisch gebied met verspreide bebouwing en groene structuren. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door agrarische gronden en de Barneveldsebeek. Aan de oostzijde grenst het perceel aan een open weiland. Aan de zuidzijde ligt een ander erf met verspreide bebouwing en de Achterveldseweg. Aan de westzijde ligt een ander agrarisch bedrijf met daarachter bebouwing en landschappelijke elementen. De bestaande bebouwing bestaat uit voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, waarvan een deel in vervallen staat verkeert, en een bedrijfswoning. Het perceel is deels verhard en ingericht met erfbeplanting. Op het erf is sprake van beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering en functiewijziging richting een niet-agrarisch bedrijf en een nieuwe loods met overkapping en een woonfunctie.

Afbeelding: begrenzing plangebied

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

et plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch' (voorheen de bestemming 'Agrarisch'' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' ‘Waarde – Archeologie 2’. Daarnaast geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan voor de locatie het bestemmingsplan 6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". De locatie heeft hierin de bestemming 'Archeologie 1' en 'Archeologie 2''. 2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat binnen de functie ‘Agrarisch’ is het uitvoeren van een niet-agrarisch bedrijf als hoofdactiviteit niet toegestaan. Ook zijn reguliere woningen niet toegestaan. Daarbij wordt er met de locatie deelgenomen aan de Lbv-plus regeling. Om aan de Lbv-plus regeling deel te nemen, moet onder andere aan de voorwaarde worden voldaan dat er een omgevingsplanwijziging wordt aangevraagd voor de locatie. Met deze omgevingsplanwijziging moet de mogelijkheid tot het bedrijfsmatig houden van dieren worden ontnomen. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA). Ook is het plan niet mogelijk met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Voorgenomen ontwikkeling

Het voorliggende plan voorziet in de beëindiging van de agrarische activiteiten op het erf aan De Pelmolen 7 te Barneveld, in het kader van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Het erf wordt herontwikkeld tot een duurzaam ingericht, niet-agrarisch bedrijf met bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw van 600 m². Ook wordt er een woonfunctie toegevoegd, waarbij voormalige agrarische bebouwing behouden blijft als bijgebouw bij de woning. De beoogde ontwikkeling omvat: - de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; - het realiseren van een nieuwe loods met overkapping op de plaats van gesloopte stallen; - de aanleg van een landschappelijke vijver als onderdeel van de inpassing; - het splitsen van de bestaande bedrijfswoning naar twee eenheden; - het toepassen van natuurinclusieve maatregelen en versterking van de erfbeplanting.

Afbeelding: Beoogd plan De Pelmolen 7 De nieuwe inrichting sluit aan op de bestaande erfstructuur. Het plan voorziet in streekeigen erfbeplanting, een wadi of vijver voor waterberging en behoud van de landschappelijke openheid. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. De verkeersbewegingen nemen niet toe ten opzichte van het voormalige agrarische gebruik. Het plan bevat diverse natuurinclusieve maatregelen, zoals nestgelegenheden, beplanting met inheemse soorten en waterberging. De nieuwe loods wordt gerealiseerd met aandacht voor materiaalgebruik en energieprestaties. Door het beëindigen van de veehouderij en sloop van agrarische bebouwing neemt de milieubelasting af. Dit draagt bij aan een gezonder leefklimaat op en rondom het erf. Aan deze ontwikkeling wordt medewerking verleend omdat het plan past binnen de doelstellingen van het gemeentelijk functieveranderingsbeleid en de Lbv-plus regeling. De ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door sloop, functiewijziging en landschappelijke inpassing.

Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Indien het initiatief in strijd is met de 8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteiten en worden de activiteite hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied Het initiatief aan De Pelmolen 7 draagt bij aan de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie, in het bijzonder aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Door beëindiging van een intensieve veehouderijlocatie en functiewijziging naar een duurzaam, niet-agrarisch erf met landschappelijke inpassing wordt invulling gegeven aan een zorgvuldiger en gezonder gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast draagt het plan bij aan de verbetering van het leefklimaat en aan klimaatadaptatie, door toepassing van natuurinclusieve maatregelen zoals een vijver voor wateropvang, streekeigen erfbeplanting en een biodivers ingerichte erfstructuur. Het initiatief sluit daarmee aan op de ambities van de NOVI en vormt geen belemmering voor de uitvoering ervan. 4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. 10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf (§ 5.19). 4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaart vanuit de omgevingsvisie: 1. 2. 3. 4. 5.

Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid Kaart 3: Themakaart Waterbeleid Kaart 4: Themakaart Milieubeleid Kaart 5: Themakaart Natuur- en landschapsbeleid

Doorwerking in plangebied 1. Kaart 1: Het plangebied ligt in de Gelderse Vallei en is aangeduid als landbouwgebied met functiemenging onder voorwaarden. Het initiatief voorziet in beëindiging van de intensieve veehouderij en functieverandering met kwaliteitsverbetering van het erf door landschappelijke inpassing en waterberging. Hiermee sluit het plan aan bij de ontwikkelingsrichting van dit gebiedstype. 2. Kaart 2: Deze kaart bevat onder meer aanduidingen voor windenergie en zonneparken. Het plangebied is gelegen binnen gebieden waar opwekking van deze energie mogelijk is, maar het is geen aandachtsgebied. 3. Kaart 3: de barneveldse beek wordt aangeduid als oppervlaktewaterlichaam. De ontwikkeling draagt op een positieve manier bij aan de staat en doelen van het oppervlaktewaterlichaam. 4. Kaart 4 heeft geen aanduidingen opgenomen op specifiek de locatie de Pelmolen 7. 5. Kaart 5 heeft geen aanduidingen opgenomen op specifiek de locatie de Pelmolen 7. Conclusie Dit plan is in lijn met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: 12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Landschap Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale Omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl). Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen; b.

de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Het plan ligt binnen de streek Gelderse Vallei (deelgebied Barneveldse beken). Per streek is een streekgids beschikbaar met daarin informatie over de kernkwaliteiten landschap en ontwikkeldoelen https://www.gelderland.nl/themas/wonen-en-leven/samen-leven-in-gelderland/gelderse-streekgidsen. Het plan draagt hieraan bij door het toevoegen van een bosschage en verschillende verschillende bomen. Ook wordt een natuurvriendelijke oever gerealiseerd langs de Barneveldse Beek en een vijfer in de zuidwestelijke hoek van het plangebied. De uitwerking van deze kernkwaliteiten zijn verder verwerkt in de landschappelijke inpassing van het plan (zie Bijlage 1 en Bijlage 2). Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie verhoogd en wordt voorzien in waterbergingsmogelijkheden. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Gebiedsaanwijzingen De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe Gelderse streek Gelderse Vallei glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Wat betreft 'aandachtsgebied windturbines'. Het plan voorziet niet in het realiseren van een windturbine. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie binnen de 'Gelderse streek Gelderse "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 Vallei' wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei. Het plan voldoet hier aan. Wat betreft 'glastuinbouw'. Het plan voorziet niet in glastuinbouw. Wat betreft minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied. Het plan maakt geen grondwaterbedreigende activiteiten mogelijk.Er wordt geen mijnbouw mogelijk gemaakt. Voor het 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geldt het volgende. Een faunabeheereenheid zet zich in voor een maatschappelijk verantwoorde, transparante en deskundige uitoefening van jacht, populatiebeheer en bestrijding van dieren die schade veroorzaken. Er geldt in zo'n werkgebied een faunabeheerplan. Bij bepaalde activiteiten is het verplicht om te handelen volgens dat faunabeheerplan. De activiteiten die met deze omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt, zien niet op activiteiten die in het faunabeheerplan staan opgenomen. Het werkgebied wordt niet belemmerd door uitvoering van dit plan. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

4.3.2

Omgevingswaarde(n)

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld die relevant is voor Barneveld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.

Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde. 4.3.3

Voorbereidingsbesluit stikstof

Provinciale staten hebben op 16 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen voor de stroken (zones) van 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur. Dit voorbereidingsbesluit heeft een rechtstreeks geldende werking. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten in deze stroken die stikstof uitstoten, voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan. Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten doorgaan; uitbreiding ervan kan niet. Conclusie Het plan ligt niet binnen deze strook ('het beperkingsgebied stikstofemissie') en voor de verdere motivering wat betreft stikstof wordt verwezen naar paragraaf 5.5).

14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.19.

4.4.2 4.4.2.1

Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort Inleiding

Ons landelijk gebied is continue in ontwikkeling. Denk daarbij aan veranderingen bij agrarische bedrijven, nieuwbouw aan dorpsranden, aanleg recreatieve routes, inspelen op klimaatverandering, ingrepen in het watersysteem en nieuwe natuuraanleg. Deze ontwikkelingen hebben impact hebben op het landschap: vervlakking dreigt, landschappelijke variatie verdwijnt en verstening neemt toe. Kortom, de eigenheid en herkenbaarheid van het landschap neemt af. Dat raakt de kwaliteit van de leefomgeving en daarmee de vitaliteit van beide mooie regio’s. Ook de beëindiging van agrarische bedrijvigheid heeft zijn impact. Bedrijfsbebouwing die niet meer in gebruik is kan verpauperen. Leegstaande gebouwen kunnen aanleiding zijn voor ondermijning van de maatschappij door gebruik voor criminele activiteiten. Daarnaast draagt de agrarische sector zorg voor het onderhoud en beheer van het landschap. Het veranderen van deze functie heeft daarmee ook gevolgen voor het landschapsbeheer. Al met al leiden veranderingen in de agrarische sector op verschillende vlakken tot impact op de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Als een agrariër besluit zijn agrarisch onderneming te beëindigen, dan dient een functieverandering plaats te vinden. De agrarische functie komt immers te vervallen.

Het functieveranderingsbeleid geeft twee mogelijkheden voor herbestemmen: functieverandering naar ‘Wonen’ of functieverandering naar ‘Werken’. Hieraan zitten voorwaarden verbonden. Bij een functieverandering van functie 'Agrarisch' naar functie 'Wonen' en 'Niet-agrarisch' stopt de agrarische onderneming. Na functieverandering mogen op het perceel geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer worden uitgevoerd. Hobbymatig mogen nog wel dieren gehouden worden. Het aantal is beperkt en afhankelijk van de diersoort. De vrijkomende (of overtollige) agrarische bedrijfsbebouwing dient "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 hierbij te worden gesloopt. Dit noemen we de slooplocatie. Daarnaast is het mogelijk om op de slooplocatie - of elders afhankelijk van gemeentelijke uitwerking - een niet-agrarisch bedrijf toe te voegen. Hiervoor geldt de sloopmetersystematiek, zoals hieronder wordt toegelicht. We zien een woonfunctie of een kleinschalig niet-agrarisch bedrijf als een aantrekkelijke vervangende functie en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en het vitaal houden van het landelijk gebied. 4.4.2.2

Systematiek

Zodra een wens tot functieverandering kenbaar is gemaakt aan de gemeente kunnen de sloopmeters berekend worden. De gemeente berekent deze aan de hand van de legale aanwezige vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. Inzetbare sloopmeters kunnen ontwikkelingen op eigen locatie mogelijk maken, worden verhandeld en/of elders worden ingezet. De sloopmetersystematiek is gericht op het waarderen van de sloop van overtollige bedrijfsbebouwing. Daarbij gaat het om de footprint van het gebouw. De waardering in sloopmeters is niet gebaseerd op de productiecapaciteit van de stal. Ter verduidelijking gaat het bij een stal met een verdiepingsvloer alleen om de footprint, niet om het oppervlak van beide vloerdelen samen. Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen werken we met een omrekening van de sloopmeters. Hiervoor passen we een afroming toe bij het omzetten van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing naar inzetbare sloopmeters. De afroming is afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Hiervoor hanteren we de volgende verdeling:

Bij de Pelmolen worden sloopmeters ingezet om een niet-agrarisch bedrijf te starten. Hierbij hanteren wij de volgende sytematiek.

4.4.2.3

Systematiek aanvullend lokaal beleid: Functieveranderingsbeleid in Barneveld

Dit beleid vormt de lokale aanvulling op het regionale Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024. Het bevat onderstaande aanvullende mogelijkheden van functieverandering die voor de gemeente Barneveld van toepassing zijn. Hierbij gaat het om: - een verbrede toepassing van de sloopmetersystematiek voor niet-agrarische bedrijvigheid, (bedrijfs)woningen en vakantieparken; - verbrede toepassingsmogelijkheden voor de functieveranderingen naar woon- en werkfuncties en gedeeltelijke functieverandering; en - aanvullende voorwaarden voor de sloopmetersystematiek. Voor woningsplitsing wordt de volgende systematiek toegepast:

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Doorwerking in plangebied Op de locatie staat, naast de bestaande woning, 2.650 m2 aan bebouwing. Na aftrek van het standaardrecht aan bijgebouwen van 80 m2 per woning en de afroming van 535 m2, zijn er 2.035 m2 inzetbare sloopmeters aanwezig nadat de functie/bestemming gewijzigd, de bebouwing gesloopt en dit geconstateerd is. Eén bouwwerk telt niet mee aangezien deze na 2010 gerealiseerd is en hiervan geen vergunning is gevonden. Een ander (deel van een) gebouw is een overkapping en telt daarom ook niet mee. Andersom telt dit gebouw wel mee als oppervlakte aan bijgebouwen als dit gebouw behouden blijft. Met inachtneming van het regionale en lokale functieveranderingsbeleid komt onderstaande berekening tot stand: Berekening

Benodigde sloopmeters

80 x 1

80 m²

Bijgebouw bij de woonfunctie (203 123 x 2 m²)

246 m²

Bedrijfsrecht

100

100 m²

Bedrijfsbebouwing

500 x 2 + 100 x 3

1.300 m²

Woningsplitsing

In totaal zijn er dus 1.726 m² sloopmeters nodig voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. De overige sloopmeters (2.035 - 1.726 = 309 m²) kunnen elders worden ingezet. De berekende sloopmeters zijn indicatief en moeten definitief worden vastgesteld na daadwerkelijke sloop en metingen conform het vigerende gemeentelijk beleid over sloopmeters.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in § 5.19.

4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in § 5.19.

4.6

Gemeente

4.6.1

Omgevingsvisie Barneveld 2040

In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken.

18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij op de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen van onze gemeente en onze dorpen zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente de stad. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld. De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen.

Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom. 3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor uiteraard de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de blijvende plek voor onze agrarische sector, met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente.

Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040.

Het plangebied ligt in het deelgebied Westelijk Buitengebied. Het westelijk buitengebied in de Gelderse Vallei is het laagstgelegen deelgebied van de gemeente Barneveld. Het ligt grotendeels in het kampenlandschap, een landschapstype dat zich kenmerkt door kleinschaligheid, met een afwisseling van percelen, bosschages, houtsingels en erven. De noordzijde van het gebied is deel van een veenontginning. Dit kenmerkt zich door open landschap met een langgerekte strokenverkaveling en sloten. Landbouw is vooral grondgebonden in dit gebied. Het westelijk buitengebied is kleinschalig en afwisselend, met een eigen identiteit en dynamiek in onze gemeente. De natuurlijke en landschappelijke elementen en kwaliteiten in dit gebied zien we als een goed fundament om de toeristische en recreatieve sector in dit gebied te verstevigen, ter ontlasting van de recreatieve druk in de Veluwe. De voorziene ontwikkelingen zijn kleinschalig en moeten bijdragen aan de plattelandsontwikkeling. Daarbij zien we er wel op toe dat de effecten die door de spreiding optreden niet tot nieuwe grote problemen leiden in dit gebied. De ambitie richt zich op de doorontwikkeling van het agrarisch bedrijf, zowel grondgebonden als niet grondgebonden. Het hoofdaccent ligt hierbij wel op de "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 ontwikkeling van natuurinclusieve en/of extensievere vormen van landbouw en/of multifunctionele landbouw, in het bijzonder in het Groene Valleilint en in de beekdalen. Door te ondernemen met aandacht voor de groenblauwe kenmerken van het gebied, behouden we het kleinschalige en diverse karakter en versterken we de natuurlijke en landschappelijke waarden. Doorwerking in plangebied De ontwikkeling past bij het kleinschalige en afwisselende karakter van het gebied. Het niet-agrarische bedrijf richt zich het vervoer van vee. Dit sluit aan bij de doorontwikkeling van agrarische bedrijven. Ook de woonfunctie is hier passend, omdat het om een bestaande (voormalige) bedrijfswoning gaat. Er wordt dus geen nieuwe woning toegevoegd, waardoor bedrijven in de omgeving niet gehinderd worden. Ten slotte wordt de ontwikkeling ingepast, waardoor de natuurlijke en landschappelijke elementen worden versterkt.

4.6.2

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Doorwerking in plangebiedIn dit plan worden de woningen en de nieuwe loods aardgasloos gerealiseerd.Er wordt gebouwd conform de BENG-eisen, en waar mogelijk beter dan BENG, om de benodigde technische installaties te beperken en het elektriciteitsverbruik te minimaliseren. Dit is ook wenselijk met het oog op netcongestie. Warmtepompen De woningen worden voorzien van warmtepompen. Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met geluidsaspecten: de installatie wordt zo gepositioneerd dat het geluidsniveau bij de perceelsgrens onder de grenswaarde van 40 dB(A) blijft. Indien nodig wordt een geluiddempende omkasting toegepast. Zonnepanelen of -collectoren Op de gebouwen worden zonnepanelen geplaatst. Deze worden zodanig georiënteerd dat een maximaal rendement wordt behaald, doorgaans op het zuiden of zuidwesten. Materialen Er wordt gebruikgemaakt van duurzame, biobased materialen. Bij de sloop is onderzocht welke materialen geschikt zijn voor circulair hergebruik. Laadpalen Op het erf is ruimte voorzien voor het plaatsen van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. De gemeente staat positief tegenover het gebruik van laadpalen op particuliere erven. Verharding en verlichting De verharding wordt beperkt tot functionele delen (oprit, parkeervakken). Waar mogelijk wordt gekozen voor halfverharding of doorlatende bestrating.

Verlichting is energiezuinig en wordt voorzien van tijd- of 20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 bewegingssensoren. Klimaat Zoals uitgewerkt in paragraaf 5.18 wordt hemelwater niet aangesloten op het riool maar lokaal geïnfiltreerd via vijver en halfverharding. De erfbeplanting draagt bij aan schaduwvorming, verdamping en beperking van hittestress. Er is daarmee sprake van een klimaatadaptieve en robuuste erfinrichting. De woningontwerpen voorzien in passieve koeling door ligging, overstekken en natuurlijke ventilatie. 4.6.3

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.19. 4.6.4

Toetsingskader landelijk gebied

Op 17 april 2024 is het Toetsingskader landelijk gebied vastgesteld. Dit toetsingskader ziet vooral toe op functieverandering van agrarische bedrijven en nieuwe niet-agrarische activiteiten in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het toetsingskader loopt vooruit op de vaststelling van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het beleid ten aanzien van het landelijk gebied zal in deze Omgevingsvisie worden bepaald. Vanwege de druk op het landelijk gebied is dit toetsingskader voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie vastgesteld en geldt voor alle nieuwe initiatieven vanaf 29 augustus 2023. Het toetsingskader is gebaseerd op vier deelgebieden die logischerwijs voortkomen uit de natuurlijke en cultuurlandschappelijk opbouw van de gemeente. Ieder gebied heeft zijn eigen karakter en dat is bepalend voor wat er in welk gebied kan. De deelgebieden zijn gebaseerd op de gebiedsindeling uit de Structuurvisie Buitengebied 2011: 1. 2. 3. 4.

Agrarisch kampen- en slagenlandschap en landgoederen; Stedelijke zone en groene bufferzones; Agrarisch bedrijvenlandschap; Veluws natuurgebied, agrarische enclaves en overgangszone.

Naast specifieke uitgangspunten per deelgebied, gelden voor alle deelgebieden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Bestaande situaties en rechten worden door gemeente gerespecteerd op basis van wat bij recht is toegestaan in het Omgevingsplan. 2. Toetsing nieuwe ontwikkelingen altijd in samenhang met de ontwikkelingsrichting per deelgebied. 3. Alle nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van het natuurlijk systeem en het cultuurlandschap. 4. De beoordeling van een ontwikkeling wordt altijd integraal per locatie afgewogen. Naast het toetsingskader zijn alle andere beleidsstukken, programma's en verordeningen van toepassing. 5. Agrarische bedrijven worden niet gehinderd in de doorontwikkeling door gevoelige functies. 6. Er vindt geen aantasting van de milieu- en gezondheidssituatie plaats. 7. Toetsingskader is bedoeld voor zowel hoofdactiviteiten als nevenactiviteiten. Doorwerking plangebied De locatie ligt in het deelgebied Agrarisch bedrijvenlandschap. Landbouw is in dit deelgebied de belangrijkste gebruiksfunctie. We streven naar herstructurering en passende schaalvergroting voor bedrijven gericht op innoveren. In dit agrarische productiegebied laten we in principe geen gevoelige "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 functies toe. Deze functies horen thuis in de kernen. Eventuele uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijven is alleen onder strenge voorwaarden toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden zullen we beschermen. De ontwikkeling past hierbij omdat er geen nieuwe woningen worden toegevoegd. De nieuwe woonfunctie is een bestaande (voormalige) bedrijfswoning. Hierdoor worden geen bedrijven gehinderd in de omgeving. Ook past het niet-agrarische bedrijf binnen het ondernemende karakter van het gebied en sluit dit aan bij een agrarisch productiegebied.

22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een mogelijk verdachte locatie. Er is een verkennend bodemonderzoek (Bijlage 5) uitgevoerd. Het onderzoek is verricht en betreft een locatie van een voormalig agrarisch bedrijf. Uit het onderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zink. Deze verontreiniging vormt geen spoedeisend risico en levert geen belemmering op voor de voorgenomen functieverandering. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd. Er zijn geen bijmengingen of verdachte stoffen aangetroffen die nader onderzoek vereisen.

De bodemkwaliteit wordt als voldoende beoordeeld voor de functiewijziging van naar niet-agrarisch bedrijf en wonen. De gemeente Barneveld heeft het bodemrapport beoordeeld en sluit zich aan bij de conclusies van het onderzoek. Er zijn geen aanvullende eisen gesteld. De beoordeling is op basis van het bodemonderzoek dat is ingediend. Een bodemonderzoek kan echter nooit volledige zekerheid geven over de kwaliteit van de onderzochte bodem of het grondwater en is een momentopname. De gemeente is daarom niet aansprakelijk voor een eventuele toekomstige bodemvervuiling op de locatie. Als tijdens de aanleg of bouw alsnog verdachte stoffen in de bodem worden aangetroffen, moet dit zo snel mogelijk worden gemeld bij de Omgevingsdienst de Vallei of de gemeente. Daarnaast dient de aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc van en naar de onderzoekslocatie te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Cultuurhistorie

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie hiervan is het behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl staat dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met in begrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Bij cultureel erfgoed kan het ook gaan om monumenten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van de fysieke leefomgeving wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.

5.3.1

Archeologie

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ontwikkelingen. 5.3.1.1

Archeologie lage verwachting

Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm.

Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 19.8 Omgevingswet en artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.3.1.2

Historisch boerenerf

Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat het perceel aan de locatie niet binnen een historisch boerenerf valt.

24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7

5.3.1.3

Terreinen van archeologische waarde

Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' blijkt dat de locatie niet binnen een terrein van archeologische waarde (AMK-terrein) valt.

5.3.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Conclusie De historische stedenbouwkundige waarden vormen geen belemmering voor dit plan.

5.3.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de Cultuurlandschappelijke waardenkaart als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als vochtige kampontginningen met een waardering van 1 (lage waarden). Beoordeling Voor het plangebied geldt dat sprake is van lage cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat er binnen de huidige planaanvraag geen specifieke verplichtingen of belemmeringen gelden ten aanzien van het behoud of de versterking van cultuurlandschappelijke waarden. Conclusie Het aspect cultuurlandschappelijke waarden vormt geen belemmering voor dit plan.

5.3.4

Monumenten

In artikel 5.130 van het Bkl staat waar de regels met betrekking tot behoud van cultureel erfgoed over moeten gaan. Hierin is onder andere opgenomen dat (de omgeving van) monumenten beschermd moet worden door regels in het omgevingsplan. Op het perceel of in de omgeving zijn geen gemeentelijke / rijksmonumenten aanwezig. Conclusie Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor dit plan.

5.4

Duurzaamheid

Duurzaamheid In de Omgevingswet worden de aspecten duurzaamheid en natuur specifiek benoemd. De oorzaak hiervan is de klimaatveranderingen en de verslechterde staat van de natuur. Vanwege deze veranderingen zijn aanpassingen van de fysieke leefomgeving nodig. Denk hierbij aan maatregelen tegen wateroverlast (meer waterbergingsmogelijkheden), hittestres (meer groen en bomen), waterveiligheid (dijken) en droogte (beter en langer vasthouden van water). In de omgevingsvisie kan de gemeente omgevingswaarden met betrekking tot duurzaamheid vaststellen en doorvertalen in het omgevingsplan. Bij de vaststelling moet de gemeente dan onderbouwen welke taken en bevoegdheden zij gaat inzetten om te gaan voldoen aan de opgenomen omgevingswaarde. In het omgevingsplan zijn in artikel 22.52 energiebetreffende maatregelen opgenomen. Dit geldt voor milieubelastende activiteiten. In lid 4 van dit artikel is bepaald dat dit artikel van toepassing is. Echter is dit artikel per 1 december 2023 komen te vervallen en overgegaan naar het Bal. Verder zijn er vooralsnog geen specifieke omgevingswaarden vastgesteld met betrekking tot duurzaamheid in de omgevingsvisie van de gemeente Barneveld. Wel is het gemeentelijk energiebeleid van toepassing, "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7" (vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x De Pelmolen 7 zie paragraaf 4.6.2.

5.5

Ecologie

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.5.1 5.5.1.1

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=a482adbb-15bc-4567-a6db-7867680cffc6