CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd Motivering

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd” van het omgevingsplan in Kootwijkerbroek21.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. Motivering voor een TAM-omgevingsplan

Datum:

februari 2026

Locatie: Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd Kootwijkerbroek Plannr.:

TAMOP0022

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan

6 6 6

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling

8 8

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

11 11 11 12 15 18 19

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid en gezondheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Omgevingsveiligheid 5.15 Ontplofbare oorlogsresten 5.16 Trilling 5.17 Verkeer 5.18 Weging van het waterbelang

24 24 24 25 27 28 31 32 33 34 34 35 36 36 36 38 39 39 40

Hoofdstuk 6 Juridisch aspecten 6.1 Wijziging omgevingsplan 6.2 Artikelsgewijze toelichting functies

42 42 43

Hoofdstuk 7 Financiële uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal

47 47

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

48 48 49 49

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Bodemonderzoek

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek, sloop

Bijlage 4

Onderzoek stikstof

Bijlage 5

AERIUS Gebruiksfase

Bijlage 6

AERIUS Bouwfase

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

Voor de locatie Essenerweg 134A in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om de bestaande (kleine) woning te verplaatsen naar de naastgelegen locatie aan de Hulstweg ongenummerd in Kootwijkerbroek. De inhoudsmaat van de nieuwe woning wordt met de inzet van sloopmeters vergroot van 350 naar 500 m3. Daarnaast is het plan om de twee functievlakken voor twee woningen aan de Essenerweg 134 en 134B ter plaatse van de bestaande kleine woning te vergroten, waarmee de achtertuinen van de twee woningen worden vergroot. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "Omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende TAM-IMRO plan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.' opgesteld.

Afbeelding: planlocatie Essenerweg 134A en Hulstweg ong. te Kootwijkerbroek, globale ligging Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De fysieke en milieukundige omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de focus gelegd op de participatie en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied aan de Essenerweg 134(A) en aan de Hulstweg ongenummerd ten oosten van de kern Kootwijkerbroek,. Het plangebied wordt gevormd door aan de oostzijde de Hulstweg met daarnaast agrarische gronden. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door woonpercelen met ten noorden daarvan de Essenerweg. Aan de zuid- en westzijde vormen agrarische gronden de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: begrenzing plangebied

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (inclusief de partiële herzieningen en wijzigingen). Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functies 'Agrarisch', 'Wonen', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 3' (voorheen de (dubbel)bestemmingen). Daarnaast geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan voor de locatie het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". De locatie heeft hierin de functies ''Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 3'. Hiermee zijn de dubbelbestemming uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" komen te vervallen en vervangen door deze (vergelijkbare) functies.

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat de realisatie van een woning op de agrarische functie niet is toegestaan. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken (door bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een buitenplanse OPA (BOPA)). Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Hoofdstuk 3 3.1

T oekomstige situatie

Voorgenomen ontwikkeling

Het voorliggende plan betreft het verplaatsen van de kleine woning aan de Essenerweg 134A in Kootwijkerbroek naar de naastgelegen locatie aan de Hulstweg ongenummerd in Kootwijkerbroek. Het betreft het perceel kadastraal bekend Garderen, sectie F, nummer 2312. De bestaande kleine woning (met inhoud van 350 m3) en een deel van de (vergunde of zonder vergunning gebouwde) (bij)gebouwen en/of voormalige agrarische (bedrijfs)gebouwen worden gesloopt. Een deel van de bebouwing (met oppervlakte van 136 m2) blijft staan en worden de bijgebouwen bij de nieuwe woning. De nieuwe woning krijgt een grotere inhoudsmaat van 500 m3, waarvoor sloopmeters zijn aangeleverd. Daarnaast wordt een deel van de gronden – waarop in de huidige situatie de kleine woning is gesitueerd – verkocht aan twee aangrenzende woonpercelen, waardoor het achtererf c.q. achtertuin bij deze woningen groter wordt. De twee bestaande vlakken met de functie ‘Wonen’ (voormalige bestemmingsvlakken) bij deze woningen worden daarop aangepast. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het uitgewerkte plan als acceptabel aan te merken. Met het plan wordt een kwaliteitsslag gemaakt doordat diverse (bij)gebouwen gesloopt worden. De verharding voor de nieuwe woning blijft beperk en overtollige verharding verdwijnt.

In het plan is opgenomen dat een deel van de gronden ter plaatse van de te slopen kleine woning als tuinen worden ingericht voor de twee aangrenzende woningen aan de Essenerweg 134 en 134B. Deze tuinen zullen voorzien worden van een groene erfafscheiding richting de weg en voor een deel ingericht worden met groen. Vanuit landschappelijk oogpunt heeft het plan een groene en luchtige opzet en dat past goed in het buitengebied. De landschappelijke inpassing is uitgewerkt tot een concreet beplantingsplan. Verder is er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaar tegen de ingetekende uitrit, mits dit vormgegeven wordt zoals op de tekening is aangegeven (met het vervallen van de andere inrit naar de bestaande kleine woning). Voor de nieuwe dan wel reeds aangelegde inrit dient een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend. De nieuwe uitweg mag maximaal 3,5 à 4 meter breed zijn. Er is voldoende ruimte aanwezig zodat er voldoende parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd.

8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Afbeelding: Beoogd plan locatie Sloopmeters Om het functieveranderingsverzoek mogelijk te maken moet een sloopcompensatie (sloopmeters) worden geleverd. Uit nameting van de bebouwing op 16 augustus 2023 blijkt de ingemeten oppervlakte 382 m². te zijn. Hiervan wordt het standaardrecht aan bijgebouwen (40 m2 bij een als zodanig aangeduide ‘kleine woning’) afgetrokken, zodat 342 m² als sloopmeters in aanmerking komt. Dit betekent dat de inzetbare sloopmeters 342 m2 bedragen. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande woning buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat deze bebouwing wordt gesloopt en de overeengekomen te slopen dan wel reeds gesloopte bebouwing niet herbouwd worden. De sloop dient vooraf te worden gemeld via een sloopmelding op www.omgevingswet.overheid.nl. Een deel van de bebouwing is reeds gesloopt. De bestaande woning c.q. bebouwing ter plaatse op het perceel Essenerweg 134A wordt gesloopt, nadat de nieuwe woning is gebouwd. Dit om het tijdelijk bewonen van deze woning door de eigenaar van de nieuwe woning tijdens de bouw mogelijk te maken. Ter zekerheidsstelling van het daadwerkelijk slopen van de bestaande woning is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor de vergroting van de bestaande inhoudsmaat van de kleine woning (met inhoud van 350 m3) zijn sloopmeters noodzakelijk.

De nieuwe woning krijgt een inhoudsmaat van 500 m3, waardoor voor het vergroten van de woning met 150 m3 een 1,5 x 150 = 225 m2 aan sloopmeters nodig zijn. Er blijft een 136 m2 aan bebouwing staan als bijgebouw bij de nieuwe woning. Dit gaat ten koste van de inzetbare sloopmeters en daarvoor zijn nog eens 96 m2 (= 136 - 40 (eerder afgetrokken standaardrecht bijgebouw)) inzetbare sloopmeters noodzakelijk. In totaal zijn dus 361 m² sloopmeters benodigd. Dat betekent dat er nog 21 m2 (= 382 - 135,6 - 225) aan sloopmeters overblijven. Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Als het initiatief in strijd is met de "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan.

10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Hoofdstuk 4 4.1

T oetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het relevante beleidskader voor de activiteit en wordt de activiteit hieraan getoetst. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op de regels. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing in plangebied Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een fysieke leefomgeving die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de afweging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf 5.18.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

Deze instructieregels gaan over; voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerk ing in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie

12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerk ing in plangebied Het plangebied ligt binnen de volgende (thema)kaarten vanuit de omgevingsvisie: Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ('Grote zonneparken mogelijk' en 'Windenergie mogelijk') Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid Voor wat betreft kaart 1 is er een aantal verwijzingen die relevant zijn voor dit plan, waaronder in de verwijzing naar paragraaf "Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam" en de paragraaf 'Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio!'. Dit plan draagt bij doordat er sprake is van de ontstening van het buitengebied en er vindt landschappelijke inpassing plaats. Met het plan is op de planlocatie en elders bebouwing gesloopt en wordt met de nieuwe situering de ruimtelijke (woon)kwaliteit vergroot. Bestaande, verouderde opstallen worden vervangen door nieuwbouw wat ook bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Kaart 2 betreft verwijzingen naar dat grote zonneparken en windenergie mogelijk zijn, maar is niet relevant voor de onderhavige planontwikkeling. Het plan voorziet niet in een zonnepark en ook niet in een voorziening voor windenergie. De omgevingsvisie geeft alleen aan dat een zonnepark en/of windenergie mogelijk is en verplicht daar niet toe.

Conclusie Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij Omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) Natuur en landschap Met ingang van 1 januari 2024 bevat de provinciale Omgevingsverordening nieuwe regels over de kwaliteit van het landschap die in héél Gelderland gelden (afdeling 5.3 van de provinciale verordening). Voorheen golden alleen regels voor een beperkt aantal gebieden in Gelderland (afdeling 5.2 Bkl). Met deze regels moet een omgevingsplan die een activiteit of ontwikkeling toelaat in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop rekening gehouden wordt met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten en dan in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a.

per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen; b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Het plangebied is gelegen binnen de streek 'Gelderse Vallei'. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de vastgestelde landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van deze streek. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De nieuwe situering van de woning en omliggende erven biedt de kans om een kwaliteitsimpuls te geven aan het landschap. De landschappelijke kernkwaliteiten van de Gelderse Vallei worden versterkt in het plan. De kenmerkende ruimtelijke kwaliteit in combinatie met het behouden van de kleinschaligheid door de aanleg van landschapselementen draagt bij aan een beleefbaar en toegankelijk gebied. De uitwerking van deze kernkwaliteiten zijn verder verwerkt in de landschappelijke inpassing van het plan (zie Bijlage 3 bij de planregels). Per saldo is er sprake van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, De versterking en de uitvoering hiervan is vastgelegd in onderhavig plan. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan.

Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. In voorliggende situatie wordt de nieuwbouw aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie verhoogd. Dat draagt bij aan klimaatadaptatie, met name aan hittebestendigheid vanwege de schaduw afkomstig van de bomen. De waterveiligheid wordt geborgd door het water af te voeren naar een aan te leggen poel/wadi. De aanleg van de wadi is vastgelegd met een voorwaardelijke verplichting en is daarmee geborgd. Met de aanleg van de wadi wordt ook wateroverlast voorkomen. In geval van hitte kan middels het water in de poel de tuin beregend worden. Daarnaast kunnen de toegepaste bomen goed tegen hitte en deels tegen droogte. Door bomen toe te voegen op essentiële punten wordt hittestress vermeden. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie.

Woonlocaties Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonafspraken. In onderhavig geval gaat het alleen om de verplaatsing en vergroting van een bestaande woning. Daarmee voldoet het aan deze afspraken. Gebiedsaanwijzingen De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe Gelderse streek Gelderse Vallei glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Wat betreft 'aandachtsgebied windturbines'. Het plan voorziet niet in het realiseren van een windturbine. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie binnen de 'Gelderse streek Gelderse Vallei' wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei. Het plan voldoet hier aan. Wat betreft 'glastuinbouw'. Het plan voorziet niet in glastuinbouw. Voor het 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geldt het volgende. Een faunabeheereenheid zet zich in voor een maatschappelijk verantwoorde, transparante en deskundige uitoefening van jacht, populatiebeheer en bestrijding van dieren die schade veroorzaken. Er geldt in zo'n werkgebied een faunabeheerplan.

Bij bepaalde activiteiten is het verplicht om te handelen volgens dat faunabeheerplan. De 14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. activiteiten die met deze omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt, zien niet op activiteiten die in het faunabeheerplan staan opgenomen. Het werkgebied wordt niet belemmerd door uitvoering van dit plan. Doorwerk ing in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie. 4.3.2

Omgevingswaarde(n)

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld die relevant is voor Barneveld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe (artikel 3.12 van Afdeling 3.2 van de provinciale verordening). Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en b. 1:10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt.

Doorwerk ing in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde. 4.3.3

Voorbereidingsbesluit stikstof

Provinciale staten hebben op 16 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen voor de stroken (zones) van 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur. Dit voorbereidingsbesluit heeft een rechtstreeks geldende werking. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten in deze stroken die stikstof uitstoten, voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan. Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten doorgaan; uitbreiding ervan kan niet. Conclusie Het plan ligt niet binnen deze strook ('het beperkingsgebied stikstofemissie') en voor de verdere motivering wat betreft stikstof wordt verwezen naar paragraaf 5.5.1.

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de weging van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18. 4.4.2

Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort

Op 3 juli 2024 is het 'Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, regio Foodvalley regio Amersfoort' vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing bij hergebruik/nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, en natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Op de slooplocatie kent de overtollige agrarische bebouwing een waarde. Dit zijn sloopmeters. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt. Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen wordt gewerkt met een omrekening van de sloopmeters. Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. Dit is de afroming.

De sloopmeters zijn door de reikwijdte van het functieveranderingsbeleid tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar. Door op interregionale schaal afspraken te maken is er een kader waardoor op een gelijke wijze gewerkt wordt met sloopmeters, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Het is aan de gemeente om een ruimtelijke afweging te maken welke functies in welk gebied gewenst zijn. Hiervoor geeft het kader handvatten om tot een gemeentelijke uitwerking te komen. Doorwerk ing in plangebied In voorliggend plan worden sloopmeters ingezet van eigen locatie om voor de te verplaatsen woning een grotere inhoudsmaat te kunnen vastleggen. Uit nameting van de bebouwing is gebleken dat er in totaal 382 m2 aan bebouwing staat. Daarvan wordt het standaardrecht aan bijgebouwen van 40 m² afgetrokken en komt een oppervlakte van 342 m2 als sloopmeters in aanmerking nadat sloop is gerealiseerd dan wel dat dit in het plan is geborgd. Een en ander s geregistreerd in het sloopmeterregistratiesysteem. Voor het plan zijn 321 m2 sloopmeters nodig. Na het onherroepelijk worden van het plan en sloop van de bebouwing zijn er nog 21 m2 aan sloopmeters te verkopen of in te zetten op eigen locatie (bijvoorbeeld voor de vergroting van de woning dan wel vergroten van het oppervlakte aan bijgebouwen).

Het plan draagt bij aan een verbetering van de omgevingskwaliteit door de sloop van (vrijkomende) agrarische bedrijfsbebouwing. Er vindt landschappelijke inpassing plaats op het erf en de directe omgeving. Het plan is passend binnen het 'Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, regio Foodvalley regio Amersfoort'.

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

4.4.3

Functieveranderingsbeleid in Barneveld

Op 23 oktober 2024 is 'Functieveranderingsbeleid in Barneveld' vastgesteld. Deze lokale aanvulling vormt samen met het regionale functieveranderingsbeleid het functieveranderingsbeleid voor de gemeente Barneveld. Dit beleid is van toepassing op locaties in het landelijk gebied. De stedelijke gebieden vallen hierbuiten. In sommige gevallen is het onduidelijk wanneer dit beleid van toepassing is. Dit kan zowel geografisch (bijvoorbeeld de dorpsranden) zijn, als procedureel (grotere stedelijke ontwikkeling met grondexploitatie). Onderstaande schema geeft aan in welke gevallen het functieveranderingsbeleid van toepassing is.

Afbeelding: schema functieveranderingsbeleid Deze lokale aanvulling gaat op hoofdlijnen in op de volgende onderdelen: Verbrede toepassing van de sloopmetersystematiek voor de gebruiksfuncties niet-agrarische bedrijvigheid, (bedrijfs)woningen en vakantieparken; Verbrede toepassingsmogelijkheden voor de functieveranderingen naar woon- en werkfuncties en gedeeltelijke functieverandering; Aanvullende voorwaarden voor de sloopmetersystematiek Doorwerk ing in plangebied Het 'Functieveranderingsbeleid in Barneveld' bevat voor deze wijziging van het omgevingsplan verder geen aanvullingen wat betreft de verbrede toepassing van de sloopmetersystematiek. De verbrede toepassing van de sloopmetersystematiek geldt hier nu niet. Er wordt hier gebruik gemaakt van landschappelijke inpassing op de ontwikkel- en slooplocatie alsmede is het Ontwikkelingsfonds Platteland hier aan de orde. Voor de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 5.13. Het plan past binnen het 'Functieveranderingsbeleid in Barneveld'. 4.4.4

Ontwikkelingsfonds platteland

Het Ontwikkelingsfonds Platteland is er voor projecten die bijdragen aan een duurzame omgevingskwaliteit in het landelijk gebied. Zo blijven het buitengebied en de kleine kernen aantrekkelijk voor boeren, bewoners en bezoekers. Er geldt een aantal voorwaarden voor een bijdrage uit het fonds. De projecten moeten: leiden tot verbeteringen van het buitengebied en de kleine kernen; vallen binnen de thema's landbouw, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, milieu en water, recreatie, sociaal economische vitalisering; "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. vernieuwend zijn of leiden tot een verbetering van het platteland; voor een deel afhankelijk zijn van de inbreng van personen of organisaties naast de gemeente; passen binnen het gemeentelijk beleid. Het fonds een zogenaamd uitvoeringsprogramma. Elk jaar wordt er een voortgangsrapportage geschreven die inzicht geeft in de projecten en het bestede geld. Het fonds wordt gevuld door een jaarlijkse storting van de gemeente en bijdragen van initiatiefnemers. Dit zijn particulieren of bedrijven die op basis van een verevening bijdragen. Vanuit de bijbehorende regeling worden initiatieven in het buitengebied en de kleine kernen ondersteund. Denk hierbij aan de ontwikkeling van natuur en landschap, het bijdragen aan recreatieve routes of bijdragen aan waterberging. Doorwerk ing in plangebied Voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt, dit leidt tot ontstening en er vindt landschappelijke inpassing plaats. Dit kan aangemerkt worden als een verbetering van het buitengebied. Er komt een woning van 500 m3 en betekent een vergroting van 150 m3 ten opzichte van de inhoudsmaat van de bestaande (te verplaatsen) kleine woning. De bijdrage aan het fonds is daarmee € 1.500,--.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in § 5.18. 4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie 18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in § 5.18.

4.6

Gemeente

4.6.1

Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld

De gemeenteraad heeft in 2021 het "Biodiversiteitsplan gemeente Barneveld" vastgesteld. Hierin is onder andere aangegeven dat het behouden/verbeteren van de biodiversiteit een integraal onderdeel moet zijn van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de raad in 2022 een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen vastgesteld. Door voorzieningen aan/in gebouwen te verwerken en aandacht te hebben voor de inrichting van een groene omgeving kan op dat gebied veel bereikt worden voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. Denk hierbij aan inbouwkasten voor gebouwbewonende diersoorten (zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen), het realiseren van bloemrijke/kruidenrijke gebieden, het toepassen van verschillende gebiedseigen bomen en planten op het perceel of de aanleg van een poel. Doorwerk ing in plangebied Voor het plangebied is een ecologische analyse uitgevoerd, waaruit de aanwezigheid of juist afwezigheid van (beschermde) planten en dieren in het plangebied blijkt. Dit is gedaan door het uitvoeren van een onderzoek flora en fauna (zie Bijlage 2 bij de motivering) en ook een onderzoek in het kader van de sloop van de woning (zie Bijlage 3 bij deze motivering). In de quickscan staat beschreven welke diersoorten voorkomen in het gebied en of er voor deze soorten een goed habitat aanwezig is.

Met de betrokken ecoloog is overlegd hoe het habitat voor een aantal soorten verbeterd kan worden. Hierdoor wordt de biodiversiteit aan diersoorten vergroot. Het plangebied bevindt zich in het broekontginningslandschap. De soorten zijn passend in het landschap en regionaal inheems. Met het toevoegen van bosplantsoen, solitaire bomen, een poel/ wadi en bloemrijk grasland wordt de biodiversiteit vergroot. Op de inrichtingstekening (zie Bijlage 3 van de regels van dit plan) is aangegeven waar deze te treffen maatregelen worden getroffen. Voor de realisatie van de inrichting hiervan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. 4.6.2

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Er wordt aardgasloos gebouwd en daarvoor een warmtepomp toegepast. De afstand tot omliggende gevoelige objecten is groot genoeg om aan de geluidsnorm te voldoen. Zonnepanelen of -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen kunnen worden geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Ook zal goed worden gekeken naar de oriëntatie van de zonnepanelen. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden.

De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame (biobased) materialen - gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Voor de toekomst is het goed om te kijken naar de losmaakbaarheid van de onderdelen en het leveren van een materialenpaspoort. Zo kunnen materialen beter hergebruikt worden. Bij de sloop van de bestaande woning zal worden nagegaan of er opties voor hergebruik van de vrijkomende materialen en circulair slopen. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid op eigen terrein Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg.

We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving paragraaf 5.18. Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. 4.6.3

Omgevingsvisie Barneveld 2040

In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 (hierna: Omgevingsvisie) wordt een beeld gegeven van de toekomst van onze gemeente, welke kansen en uitdagingen er op ons pad liggen, welke ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en welke keuzes we daarin als gemeente maken. De raad heeft de Omgevingsvisie op 16 juli 2025 vastgesteld en op 29 augustus 2025 is de Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie zijn vijf hoofdopgaven voor Barneveld benoemd. 20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

De Omgevingsvisie is de toekomstvisie voor de gemeente Barneveld op het gebied van wonen, werken, recreëren, natuur, duurzaamheid, mobiliteit, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Ingegaan wordt op belangrijke opgave van groeien en ontwikkelen en koesteren daarbij de waarden en het karakter van onze gemeente. In de Omgevingsvisie is bepaald wat belangrijk is en wat de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving van Barneveld zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan de verdere uitwerking in omgevingsprogramma's naar concrete maatregelen en uitgangspunten. De Omgevingsvisie biedt ook houvast bij het beoordelen van plannen en initiatieven op de mate waarin deze bijdragen aan de ambities en uitdagingen van onze gemeente. 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld Gezondheid en duurzaamheid zijn belangrijk voor de leefbaarheid van Barneveld. De gemeente streeft een schone en veilige omgeving na voor iedereen. Daarbij richten we ons ook op een toekomstbestendige omgeving met aandacht voor klimaat en milieu. 2. Prettig leven in vitale dorpen Barneveld groeit. Tot 2040 komen er 8.000 nieuwe woningen bij ten opzichte van 2021. De woningen worden verdeeld over alle dorpen, met aandacht voor starters en ouderen en met voldoende goede voorzieningen. Het doel is om onze dorpen leefbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, met focus op betaalbaarheid en doorstroom.

3. Ruimte voor ondernemerschap Ondernemerschap is een kracht van Barneveld. De gemeente ondersteunt dan ook van harte een gezonde groei van bedrijvigheid met vestigingsmogelijkheden op de bedrijventerreinen en in vitale dorpscentra. 4. Waardevol landelijk gebied Het buitengebied is waardevol voor Barneveld en speelt een belangrijke rol in het behoud van natuur en landschap. Dat geldt voor de natuur op de Veluwe. Maar het geldt ook voor de agrarische sector met aandacht voor natuurbehoud en minder uitstoot. 5. Bereik baar nu en in de toekomst Een goed bereikbare en veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers is essentieel voor de gemeente. De auto blijft belangrijk voor de mobiliteit. Het wegennet wordt waar nodig aangepast. Maar we richten ons ook meer op de noodzakelijke transitie naar andere vormen van mobiliteit, zoals wandelen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer (bijvoorbeeld bij stationslocaties en in de nieuwe wijken). Vijf gebieden en negen dorpen De opgaven vertalen zich door naar de deelgebieden van de gemeente. Er zijn vijf deelgebieden, elk met hun eigen karakter en ontwikkelingsrichting: de Veluwe, het oostelijk buitengebied, het recreatiegebied Voorthuizen, het verstedelijkt gebied en het westelijk buitengebied. Het profiel van elk gebied is maatgevend voor de keuzes die de gemeente daarvoor maakt.

Die keuzes zijn in Omgevingsvisie ook vertaald naar de negen kernen of dorpen die de gemeente Barneveld rijk is. Zo geeft de visie voor elk dorp een afgeleid beeld van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving naar 2040. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Oostelijk buitengebied'. Deelgebied Oostelijk buitengebied Van oorsprong bestaat het oostelijk buitengebied uit een gevarieerd landschap van beekdalen, broek- en heideontginningen en es-complexen aan de oostkant van het gebied. De karakteristieke beken van de gemeente Barneveld droegen bij aan dit kleinschalige landschap. In het gebied liggen de kernen Kootwijkerbroek en Stroe. De buurtschappen Essen en Esveld behoren tot Kootwijkerbroek. Het oostelijk buitengebied kenmerkt zich door een ondernemend karakter. In dit deel van gemeente Barneveld komt ondernemerschap in al zijn facetten het meest tot uiting. Het ondernemerschap bepaalt hier in belangrijke mate de identiteit van het gebied. Deze dynamiek in het gebied willen we behouden voor de toekomst. Daarom ondersteunen we hier het agrarisch ondernemerschap waar mogelijk. Daarbij houdt de gemeente Barneveld oog voor behoud en versterking van de dragers van het cultuurlandschap, zoals de beken die dit gebied doorstromen. Bij dit gebied hoort bovendien een forse woonambitie voor de kernen.

Doorwerk ing in plangebied De afgelopen jaren is dit gebied steeds meer woongebied geworden. Stapsgewijs werden voormalige agrarische erven getransformeerd tot woonerven. Voor dit gebied bestaat een groot woonprogramma dat "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. vooral terechtkomt in de beide kernen, maar deels ook aan de randen ervan. Om zoveel mogelijk ruimte te blijven bieden aan agrarische ondernemers in dit gebied kiezen we er namelijk voor functieverandering naar wonen te clusteren aan de rand van bestaande kernen. En de ruimte voor woonclusters van 10 tot 15 woningen aan de randen van de kernen is er op basis van ons functieveranderingsbeleid. Omdat het hier gaat om de verplaatsing van een bestaande woning teneinde de verbetering van het woonklimaat van een drietal woonkavels mogelijk te maken en er sprake blijft van een clustering van deze woonbebouwing, is deze wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Barneveld 2040. 4.6.4

Toetsingskader landelijk gebied

Op 17 april 2024 is het Toetsingskader landelijk gebied vastgesteld. Dit toetsingskader ziet vooral toe op functieverandering van agrarische bedrijven en nieuwe niet-agrarische activiteiten in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het toetsingskader loopt vooruit op de vaststelling van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het beleid ten aanzien van het landelijk gebied zal in deze Omgevingsvisie worden bepaald. Vanwege de druk op het landelijk gebied is dit toetsingskader voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie vastgesteld en geldt voor alle nieuwe initiatieven vanaf 29 augustus 2023. Het toetsingskader is gebaseerd op vier deelgebieden die logischerwijs voortkomen uit de natuurlijke en cultuurlandschappelijk opbouw van de gemeente. Ieder gebied heeft zijn eigen karakter en dat is bepalend voor wat er in welk gebied kan. De deelgebieden zijn gebaseerd op de gebiedsindeling uit de Structuurvisie Buitengebied 2011: 1. 2. 3. 4.

Agrarisch kampen- en slagenlandschap en landgoederen; Stedelijke zone en groene bufferzones; Agrarisch bedrijvenlandschap; Veluws natuurgebied, agrarische enclaves en overgangszone.

Naast specifieke uitgangspunten per deelgebied, gelden voor alle deelgebieden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Bestaande situaties en rechten worden door gemeente gerespecteerd op basis van wat bij recht is toegestaan in het Omgevingsplan. 2. Toetsing nieuwe ontwikkelingen altijd in samenhang met de ontwikkelingsrichting per deelgebied. 3. Alle nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van het natuurlijk systeem en het cultuurlandschap. 4. De beoordeling van een ontwikkeling wordt altijd integraal per locatie afgewogen. Naast het toetsingskader zijn alle andere beleidsstukken, programma's en verordeningen van toepassing. 5. Agrarische bedrijven worden niet gehinderd in de doorontwikkeling door gevoelige functies. 6. Er vindt geen aantasting van de milieu- en gezondheidssituatie plaats. 7. Toetsingskader is bedoeld voor zowel hoofdactiviteiten als nevenactiviteiten. Doorwerk ing plangebied De betreffende locatie ligt in het deelgebied 'Agrarisch bedrijvenlandschap'. Landbouw is in dit deelgebied de belangrijkste gebruiksfunctie. We streven naar herstructurering en passende schaalvergroting voor bedrijven gericht op innoveren. In dit agrarische productiegebied laten we in principe geen gevoelige functies toe. Deze functies horen thuis in de kernen. Eventuele uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijven is alleen onder strenge voorwaarden toegestaan.

Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden zullen we beschermen. In dit geval gaat het alleen om de verplaatsing van een bestaande woning en worden geen extra gevoelige functies toegestaan. Het plan in overeenstemming met het toetsingskader. 4.6.5

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en vigerend Hemelwaterplan

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In 22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong. bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van het waterbelang zijn beschreven in paragraaf § 5.18.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong." (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ong.

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De planlocatie is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Voor de planontwikkeling waar tevens diverse sloop- en grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden, is geadviseerd minimaal een historisch vooronderzoek conform de NEN 5725 uit te voeren. Als de te slopen (bedrijfs)gebouwen waren/zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking die (in het verleden) niet voorzien waren/zijn van een dakgoot en het maaiveld ter plaatse onverhard was/is dan wordt geadviseerd om voor de sloop ter plaatse een verkennend asbestonderzoek te laten uitvoeren conform NEN 5707.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9a5ca285-9b9b-4d8f-b61a-47f6efa1bd4a