CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Omgevingsplan Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd Motivering Bijlage 2 Ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling van de Wijziging “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd” van het omgevingsplan in Kootwijkerbroek12.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Boomvalk Falco subbuteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Draaihals Jynx torquilla Zeearend Haliaeetus albicilla

4 4 4 4 4 4 4 4 4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Bergeend Tadorna tadorna Boerenzwaluw Hirundo rustica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Kraanvogel Grus grus Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ruigpootuil Aegolius funereus Scholekster Haematopus ostralegus Spreeuw Sturnus vulgaris Torenvalk Falco tinnunculus Visdief Sterna hirundo Wilde zwaan Cygnus cygnus

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd.

* Conform Wijziging beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Fryslân Soort Steenuil Athene noctua Huismus Passer domesticus Kerkuil Tyto alba

Categorie 1 1 1

Uitleg categorie

Aalscholver Phalacrocorax carbo Blauwe reiger Ardea cinerea Gierzwaluw Apus apus Roek Corvus frugilegus Dwergstern Sternula albifrons Grote stern Thalasseus sandvicensis Grote zilverreiger Ardea alba Huiszwaluw Delichon urbicum Lepelaar Platalea leucorodia Noordse stern Sterna paradisaea Purperreiger Ardea purpurea Ringmus Passer montanus Stormmeeuw Larus canus Zwarte Stern Chlidonias niger Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus

2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Bosuil Strix aluco Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea IJsvogel Alcedo atthis Torenvalk Falco tinnunculus Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Raaf Corvus corax Slechtvalk Falco peregrinus Zwarte specht Dryocopus martius

3 3 3 3 3 3 3 3 3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Draaihals Jynx torquilla Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte wouw Milvus migrans

4 4 4 4 4 4 4 4 4

Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats

* Conform Wijziging beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Fryslân, Afd 5.6 en Bijlage 5.7

Vervolg: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Provincie Fryslân Bergeend Tadorna tadorna Blauwe kiekendief Circus cyaneus Boerenzwaluw Hirundo rustica Bontbekplevier Charadrius hiaticula Eider Somateria mollissima Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Grote mantelmeeuw Larus marinus Grutto Limosa limosa Kleine bonte specht Dryobates minor Kleine mantelmeeuw Larus fuscus Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Kraanvogel Grus grus Middelste Bonte Specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ruigpootuil Aegolius funereus Scholekster Haematopus ostralegus Spreeuw Sturnus vulgaris Strandplevier Charadrius alexandrinus Visdief Sterna hirundo Zilvermeeuw Larus argentatus

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd, tenzij er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Daarom omgevingscheck noodzakelijk.

Provincie: Groningen Beleid: vogels met jaarrond beschermde nesten

De provincie Groningen hanteert het beleid dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden; Als een vogel jaarlijks terugkeert naar hetzelfde nest, moet deze in staat blijven om zijn eerder verlaten nest weer te kunnen betrekken. Indien ecologisch wordt gemotiveerd dat een vogel in de directe omgeving geen andere nestgelegenheden heeft, wordt het nest beschouwd als essentieel en daarmee jaarrond beschermd. De provincie Groningen hanteert geen lijst van vogels met een jaarrond beschermd nest, maar erkent de lijsten van andere bevoegde gezagen als hulpmiddel om de essentie van een nest aan te kunnen tonen.

Bijlage D Vrijstelling per provincie Friesland  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Bunzing Mustela putorius  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Hermelijn Mustela erminea  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana        

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Groningen  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

       

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Noord-Holland

             

Aardmuis Microtus agretis Bastaardkikker Pelophylax esculentus Bosmuis Apodemus sylvaticus Bruine kikker Rana temporaria Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europaeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Triturus vulgaris Konijn Oryctolagus cuniculus Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)        

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wild zwijn Sus scrofa Woelrat Arvicola terrestris

Zuid-Holland  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Bunzing Mustela putorius  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Hermelijn Mustela erminea  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana      

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Drenthe  Aardmuis Microtus agretis

             

Bastaardkikker Pelophylax esculentus Bosmuis Apodemus sylvaticus Bruine kikker Rana temporaria Bunzing Mustela putorius Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Hermelijn Mustela erminea Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Triturus vulgaris Konijn Oryctolagus cuniculus Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)        

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Overijssel  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana      

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Gelderland  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo

    

Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Triturus vulgaris Konijn Oryctolagus cuniculus Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)       

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Flevoland  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

      

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Utrecht  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

   

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus

  

Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Zeeland  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

      

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Noord-Brabant  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

      

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Limburg  Aardmuis Microtus agretis  Bastaardkikker Pelophylax esculentus  Bosmuis Apodemus sylvaticus  Bruine kikker Rana temporaria  Bunzing Mustela putorius  Dwergmuis Micromys minutus  Dwergspitsmuis Sorex minutus  Eekhoorn Sciurus vulgaris (maart, april & juli t/m November)  Egel Erinaceus europaeus  Gewone bosspitsmuis Sorex araneus  Gewone pad Bufo bufo  Haas Lepus europeus  Hazelworm Anguis fragilis (juli t/m september)  Hermelijn Mustela erminea  Huisspitsmuis Crocidura russula  Kleine watersalamander Triturus vulgaris  Konijn Oryctolagus cuniculus  Levendbarende hagedis Zootoca vivipara (15 augustus t/m 15 oktober)  Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

        

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina (15 augustus t/m februari) Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt in voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. Bestendig gebruik.

Bron: Omgevingswet en provincie

Bijlage E Wet- en regelgeving OMGEVINGSWET Vanaf 1 januari 2024 is in Nederland de Wet Natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen voor dit rapport van deze wet uitgewerkt. Bescherming habitats en soorten Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen (artikel 2.11, lid 2). Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudings-doelstellingen t.a.v.: • Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) • Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) • Bescherming andere soorten Bescherming habitats en soorten. Afdeling 3.7, artikel 3.57 1. Het provinciebestuur draagt zorg voor het treffen van de maatregelen die nodig zijn voor: a. de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland van nature in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; b.

het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn, van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; en c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanig afgestemd op de maatregelen van de provinciebesturen van de andere provincies, dat tezamen met die maatregelen de doelstellingen voor geheel Nederland kunnen worden bereikt.

De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten (nationale soorten)

Per beschermingsregime zijn aparte beoordelingsregels opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze beoordelingsregels gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De toetsing omvat: • Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, • Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, • Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren. Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteiten: soorten vogelrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74j: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°.

in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora en fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; en c. de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze soort. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van vogels, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel, onder 1° tot en met 4°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteit door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen. 4.

Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.40, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving die betrekking heeft op het gebruik van motorboten op open zee wordt alleen verleend als is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in bijlage IV, onder b, tweede gedachtestreepje, tweede zin, bij de vogelrichtlijn.

Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten habitatrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74k: 1. Voor zover een aanvraag een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid, of 11.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing voor het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel onder 1°, 2° en 3°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.

Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten. Afdeling 8.6 Artikel 8.74I: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; 6°. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7°. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8°. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9°. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10°. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11°. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12°.

in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of 13°. in het algemeen belang; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, genoemd in dat onderdeel onder 1°, 2°, 3°, 7°, 9° en 13°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.

Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: • Geen andere bevredigende oplossing bestaat, • Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort,

•

Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen

Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de natuurtoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de beoordelingsregels uit artikel 8.74, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere beoordelingsregels uit artikel 8.74 van de Omgevingswet.

Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorg voor de fysieke leefomgeving (Afdeling 1.3) Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor onder andere flora en fauna, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland. Activiteit met nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7 Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Verbod activiteit met aanzienlijke nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7a 1.

Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de toepassing van het eerste lid uitgewerkt of begrensd. De uitwerking of begrenzing strekt in ieder geval ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht en heeft betrekking op: a. de omvang van de nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving, b. de gevallen waarin het eerste lid van toepassing is.

Stroomschema Omgevingswet Flora en Fauna VOORKOM VERTRAGING, vraag op tijd een ecologisch onderzoek aan! Voorafgaand aan het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep is een ecologisch onderzoek wettelijk verplicht! 1 Natuurtoets duurt 2 à 4 weken, periode jaarrond

Kunnen er (in potentie) beschermde soorten aanwezig zijn en zijn negatieve effecten op deze soorten niet uit te sluiten?

Geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. Soms zijn aanpassingen aan het plan noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.

NEE

JA 2 Nader onderzoek (soort) duurt 1 tot 12 mnd (afhankelijk van de soort), periode: april-oktober

Zijn beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig?

Er is geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. De zorgplicht is altijd van toepassing.

NEE JA 3 Advies opstellen: mitigatie- en/of compensatie

duurt 4-8 weken, maatregelen soms tot 1 jaar nodig

Blijven negatieve effecten aanwezig?

NEE

De opdrachtgever dient maatregelen te treffen om negatieve effecten te vermijden. Wijzigingen in het plan zijn noodzakelijk. Soms ook ecologische begeleiding noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.

JA 4 Ontheffing aanvragen

duurt ca 3 maanden (is afhankelijk van Bevoegd Gezag)

In sommige gevallen geeft het Bevoegd Gezag (Provincie) een ontheffing af. Is ecologische begeleiding nodig?

Wanneer een ontheffing verleend wordt, kunnen de geplande werkzaamheden in uitvoering.

NEE

JA 5 Ecologische begeleiding Maatwerk

De werkzaamheden worden onder begeleiding van een ecoloog uitgevoerd.

In de praktijk: Verbouwen/renovatie/sloop: • Kappen van groen/bomen: • Meer info?

BAECX BV

Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, vegetatie op muren Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, insecten, vegetatie

•

de Spil 31 C Kootwijkerbroek

•

info@baecx.nl

•

0342-430110

Snel en deskundig advies voor jou

Wij helpen snel en doelgericht, zodat jij verder kunt met je toekomstplannen

Bodem

aanbevelingen en

Asbest Wij zijn in het bezit van een procescertificaat Asbestinventarisatie, op basis van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering. Dit betekent dat we gecertificeerd zijn om alle vormen van asbestinventarisatie uit te voeren.

Ecologie Wij voldoen aan de deskundigheidseisen zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die stelt met betrekking tot ecologische deskundigheid. Dit betekent dat we niet alleen natuurtoetsen uit mogen voeren, maar ook vervolg- onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=11ce8995-ada6-445e-b0d0-2255e105f9f9