TAM Omgevingsplan Essenerweg 134A-Hulstweg ongenummerd Motivering Bijlage 2 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Titelblad ADRES: POSTCODE: PLAATS:
Essenerweg 134a 3774 LD Kootwijkerbroek
NAAM: ADRES: POSTCODE: PLAATS: CONTACTPERSOON: TELEFOONNUMMER: E-MAILADRES:
Midden Nederland Consultancy B.V. Renswoudseweg 6 6744 WE Ederveen De heer E. van Veenschoten 06-83889833
NAAM: VELDWERKER: DATUM:
Baecx B.V. De heer S.P.M. (Matthijs) Bax 12 februari 2025
PROJECTNUMMER: PROJECTLEIDER: PROJECTMEDEWERKER:
250090 De heer J.B. (Jasper) Smits Mevrouw G.G. (Geralien) Bax
evert@middennederlandconsultancy.nl
Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer 1
Autorisatiedatum 28 februari 2025
2
1 april 2025
Wijzigingen Geen; eerste uitgifte Tekstuele aanvullingen over: Omgevingsverordening provincie Gelderland Houtopstanden in de Omgevingswet Omgevingsvergunning Inrichting terrein en beschermde flora Foerageergebied vleermuizen Geschikt habitat voor soorten Zorgplicht voor vrijgestelde/algemene soorten Effecten op rode lijstsoorten
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.
Inhoud Samenvatting.............................................................................................................. 4 1. Inleiding ............................................................................................................... 5 2. Verantwoording ................................................................................................... 5 2.1 Aanleiding .................................................................................................. 5 2.2 Doelstelling .................................................................................................. 5 3. Vooronderzoek..................................................................................................... 6 3.1 Plangebied ................................................................................................... 6 3.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) ............................................ 7 3.3 Lokaal beleid natuurgebieden .................................................................... 10 3.4 Vooronderzoek beschermde soorten ......................................................... 10 4. Veldwerk ............................................................................................................ 12 4.1 Veldbezoek ................................................................................................
12 4.2 Waarnemingen beschermde Flora ............................................................. 12 4.3 Waarnemingen beschermde Fauna ........................................................... 12 4.4 Overige waarnemingen .............................................................................. 21 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................... 24
Bijlagen A. Foto’s B. Tekening C. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten D. Vrijstelling per provincie E. Wet- en regelgeving
Samenvatting In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een natuurtoets uitgevoerd door Baecx B.V. op de locatie naast Essenerweg 134a te Kootwijkerbroek. De aanleiding is de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert Baecx B.V. dat in en rondom het plangebied geen beschermde flora of fauna is vastgesteld. Hierbij is de locatie en de directe omgeving beoordeeld op aanwezige of potentiële natuurwaarden. Er is daarom geen Omgevingsvergunning Natura 2000 of -flora en fauna activiteiten noodzakelijk. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS-berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS-berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets. Deze rapportage betreft een momentopname. Het is mogelijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets.
Mocht het blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient mogelijk aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden.
1. Inleiding Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorafgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een Omgevingsvergunning natura 2000-activteiten of -Flora en fauna activiteiten aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. De resultaten van voorliggende rapportage zijn over het algemeen circa drie jaar geldig. Lokaal beleid kan hiervan afwijken. Dit onderzoek dient te worden uitgebreid op het moment dat gewijzigde ontwikkelingsplannen buiten de huidige reikwijdte vallen.
2. Verantwoording In opdracht van Midden Nederland Consultancy B.V. is een natuurtoets uitgevoerd door Baecx B.V. op de locatie naast Essenerweg 134a te Kootwijkerbroek. De aanleiding is de voorgenomen nieuwbouw van een woning.
Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de natuurtoets is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De natuurtoets betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: • Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? • Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? • Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet in? • Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? • Is nader onderzoek noodzakelijk? • Is een omgevingsvergunning natura 2000-activteiten of een omgevingsvergunning flora en fauna activiteiten noodzakelijk?
3. Vooronderzoek
De locatie is gesitueerd in Kootwijkerbroek en gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie F, nummers 1741, 2306 en 2312. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 240 m². De onderzoekslocatie is momenteel volledig onbebouwd en bestaat momenteel grotendeels uit weiland en een gedeelte uit halfverharding/parkeerterrein. De omgeving van het plangebied bestaat uit onderstaande punten: • Aan de noordzijde woningen/bebouwing, openbare weg; • Aan de oostzijde openbare weg, weilanden, bomen; • Aan de zuidzijde weilanden, bomen, openbare weg; • Aan de westzijde woningen/bebouwing, openbare weg. Informatie van opdrachtgever: Van de opdrachtgever is de volgende informatie ontvangen: Onderstaande tekening geeft de situatie weer. In het bestaande weiland/halfverharding wordt een nieuwe woning gebouwd.
Onderzoekslocatie in de huidige situatie en de beoogde nieuwe situatie
Bouwkundige beschrijvingen Op de onderzoekslocatie zijn geen gebouwen aanwezig.
Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Veluwe’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 1,9 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied.
Onderzoekslocatie, rood omcirkeld, met afstand tot Natura-2000 gebied
Effect Natura 2000 gebied In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde Natura 2000 gebieden. Het betreft wegen, agrarische bedrijven, woonhuizen en overige bedrijven. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot.
NNN-gebieden Het plangebied ligt niet in een NNN-gebied. Beschermd NNN-gebied, ‘Gelders Natuurnetwerk’, ligt op circa 1,9 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied.
Onderzoekslocatie, rood omcirkeld, met afstand tot NNN-gebied
Effect NNN-gebied In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde NNN-gebieden. Het betreft agrarische bedrijven, woningen, wegen en overige bedrijven. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot.
Onderzoekslocatie ten opzichte van de Groene Ontwikkelingszone
Groene Ontwikkelingszone De onderzoekslocatie is niet gelegen in de buurt van de door de Provincie Gelderland aangemerkte Groen Ontwikkelingszone. De werkzaamheden zullen naar verwachting geen invloed hebben op beschermde natuurgebieden. Overtreding van de Omgevingswet ten opzichte van Natura 2000 en/of NNN is niet aan de orde. Stikstof Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS-berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS-berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets.
Het onderzoeksgebied valt onder meerdere regelingen volgens de Omgevingsverordening van Provincie Gelderland en de Omgevingswet. In al deze regelingen is op basis van de nu bij ons bekende gegevens in ieder geval de onderstaande regeling voor ecologie van belang voor deze onderzoekslocatie:
Houtopstanden Als er buiten de bebouwde kom bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Omgevingswet dan dient er een kapmelding te worden gedaan en geldt er een herbeplantingsplicht. - De onderzoekslocatie bevat momenteel geen bomen. Er zullen geen bomen worden gekapt in de voorgenomen plannen. Deze regeling is daarmee niet van toepassing voor deze onderzoekslocatie. Vanuit de gemeente Barneveld is geen aanvullend bomenbeleid van toepassing voor deze locatie.
Met behulp van de NDFF (nationale database Flora en Fauna), aangevuld met het Rapport Beschermde SoortenIndicator van BIJ12 is een lijst gemaakt van beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten en welke functies rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Tijdens het veldwerk dient beoordeeld te worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn. Daarnaast wordt gekeken naar habitats binnen de onderzoekslocatie en de te verwachten soorten hierin. De uitkomsten worden getoetst aan recente, bekende waarnemingen in de nabijheid via onder andere de website van waarneming.nl en met behulp van de NDFF-verspreidingsatlas. Vervolgens vindt er een effectenanalyse plaats waarin de voorgenomen werkzaamheden worden beoordeeld op mogelijke negatieve effecten op deze beschermde flora en fauna. De onderstaande soortenlijst is mede tot stand gekomen door gegevens uit ecologische verspreidingskaarten. Deze hanteren het principe van kilometerhokken, waarin alle binnen dat kilometerhok voorkomende soorten naar voren komen. Soorten uit onderstaande lijst zijn dus niet per definitie vastgesteld op de onderzoekslocatie. Waarneming.nl Vanuit de bureaustudie naar beschermde soorten op of nabij deze locatie is de database van de website ‘waarneming.nl’ geraadpleegd.
Hieruit zijn geen aanvullende beschermde soorten naar voren gekomen die extra aandacht behoeven. Soorten Management Plan Voor deze locatie is geen soortenmanagementplan (SMP) actief voor nieuwbouw. Omgevingsdienst/provincie Er zijn geen aanvullende beschermde soorten te verwachten op basis van gegevens van de provincie Gelderland en /of de Omgevingsdienst de Vallei.
Effectenindicator soorten Uit de ‘Effectenindicator soorten’ komt naar voren dat er mogelijk beschermde vogelsoorten schadelijke effecten kunnen ondervinden van de voorgenomen activiteiten. Ecologische expertise Vanuit onze ecologische expertise worden geen aanvullende soorten verwacht. Tabel 1: potentieel te verwachten beschermde soorten Soort
Beschermingsregime
Functie
Protocol
Gebouwbewonende vleermuizen
Habitatrichtlijn
Zomerverblijfplaats in gebouw Kraamverblijfplaats in gebouw
Mogelijk aanwezig
Boombewonende vleermuizen
Habitatrichtlijn
Zomerverblijfplaats in boom Kraamverblijfplaats in boom
Egel
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats Foerageergebied
Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig
Haas
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats Foerageergebied
Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig
Steen/boommarter
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats Foerageergebied
Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig
Das
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats Foerageergebied
Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig
Kleine marterachtigen
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats Foerageergebied
Mogelijk aanwezig
Bruine kikker
Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Huismus
Vogelrichtlijn
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Steenuil
Vogelrichtlijn
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Boerenzwaluw
Vogelrichtlijn
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Kauw
Vogelrichtlijn
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Spreeuw
Vogelrichtlijn
Verblijfsplaats
Mogelijk aanwezig
Mogelijk aanwezig Mogelijk aanwezig
4. Veldwerk Op 12 februari 2025 is het plangebied bezocht door de heer S.P.M. (Matthijs) Bax. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving daarvan geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitats. In algemene zin wordt bij het veldwerk gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp, endoscoop en mobiel met fotocamera, waarnemingen.nl en de NDFF-verspreidingsatlas. De weersomstandigheden waren als volgt: 2 °C, geheel bewolkt, geen neerslag. Opgemerkt dient te worden dat het veldbezoek een momentopname betreft. De volgende beschermde soorten die op basis van het vooronderzoek mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek nader onderzocht en in de volgende paragrafen aanvullend beschreven.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van beschermde flora. Uit de bureaustudie was al gebleken dat er geen beschermde flora wordt verwacht voor deze locatie. Dit is bevestigd bij het locatiebezoek, waarbij geen beschermde flora is vastgesteld, ook geen muurgebonden vegetatie. De locatie bestaat deels uit halfverharding en deels uit weiland met raaigras. Het weiland wordt op regelmatige basis begraasd en gemaaid. Als gevolg van de huidige inrichting van het terrein, het gevoerde beheer en gebruik maakt dat deze locatie momenteel geen geschikt habitat is voor beschermde flora.
Vleermuizen Volgens de betreffende Kennisdocumenten van BIJ12, paragraaf 2.2 of gegevens van de zoogdiervereniging zijn de volgende gegevens over de leefgebieden van de onderstaande vleermuissoorten bekend. Deze soorten vleermuizen zijn in de bureaustudie naar voren gekomen als potentieel aanwezig binnen het plangebied. Het gaat hierbij om zowel gebouwbewonende- als boombewonende vleermuizen. Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een echte cultuurvolger en is dan ook veel in de bebouwde omgeving te vinden. Gewone dwergvleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, in lanen, tussen boomkruinen, boven open plekken in bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied.
De verblijfplaatsen bevinden zich in de regel in of om gebouwen. In de verschillende perioden en in de loop van de seizoenen gebruiken ze een netwerk aan verschillende verblijfplaatsen, vliegroutes en jachtgebieden. Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is een nachtactieve vleermuis. Gewone grootoorvleermuizen jagen in de directe omgeving van de verblijfplaats tot op een afstand van maximaal 3 km. Ze volgen hagen en houtwallen, maar vooral in bos of kleinschalig landschap vliegen ze gewoon tussen de bomen door. De paartijd loopt van de herfst tot in het voorjaar. In de herfst en het voorjaar worden grootoorvleermuizen waargenomen, die vanaf een hangplaats aan bijvoorbeeld een boomstam, luid roepend de aandacht trekken. In die tijd worden seksueel actieve mannetjes in boomholtes, op zolders en in nest- en vleermuiskasten gevonden. ‘s Winters trekken ze zich terug in kelders, groeven, grotten, bunkers en bij uitzondering in holle bomen. In de verblijfplaats bevinden ze zich in spleten geklemd, tussen bodempuin en ook diep in nauwe pijpen. Soms hangen ze vrij aan muren en plafonds. De winterslaap start vanaf oktober/november en eindigt eind maart/begin april. Tijdens de winterslaapperiode wordt de winterverblijfplaats regelmatig verlaten.
Gewone grootoorvleermuizen bevinden zich overdag en in de winterperiode dikwijls nabij de ingang van het verblijf in spleten of vrijhangend. In het actieve seizoen zijn ze ook wel in boomholten te vinden. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is een soort die algemeen in Nederland voorkomt. De soort is het hele jaar in Nederland aanwezig, maar een deel van de populatie trekt in het voorjaar weg. De dichtheden liggen in kustgebieden en langs de grote wateren hoger dan landinwaarts. De soort is ook in staat allerlei holten te vinden en als verblijfplaats te benutten. De betrekkelijk honkvaste mannetjes leven in een kleiner gebied dan de vrouwtjes. De ruige dwergvleermuis leeft in veel verschillende landschappen en heeft een voorkeur voor waterrijke gebieden (polders, riviergebieden, moerassen en meren) liefst in de nabijheid van (vochtige) loofbossen of urbaan gebied (verblijfplaatsen). Ze jaagt ’s nachts onder andere in de omgeving van water, langs bosranden, bomenrijen en in parken. Verblijfplaatsen bevinden zich in vogel- en vleermuiskasten en in allerlei ruimtes en spleten in bomen, gebouwen, bruggen, rotsen. De ruige dwergvleermuis heeft een sterke seizoensmigratie en legt daarbij grote afstanden af. In Nederland overwinteren ze onder andere in boomholten, achter boomschors, in stapels brandhout, in vleermuiskasten, houtloodsen en in spouwmuren van gebouwen.
Na inval van strenge vorst komt het voor dat ze verhuizen, bijvoorbeeld van een houtstapel naar een gebouw. Door hun dikke vacht verdragen ze enkele graden vorst. Meestal wordt de ruige dwergvleermuis alleen gevonden, maar soms ook in groepjes van enkele tientallen dieren. Soms overwintert deze soort samen met gewone dwergvleermuizen. Franjestaart Franjestaarten jagen in bosrijke gebieden met waterpartijen of waterrijke gedeelten, in een besloten omgeving zoals in en tussen de boomkronen en tussen de takken van grote struiken. Franjestaarten jagen ook boven open water, geroeide oevers en kleinschalige weilanden of akkers en in open veestallen. Als winterverblijfplaats gebruiken franjestaarten vooral ondergrondse ruimten zoals groeven, forten, ijskelders en bunkers. Ze kruipen meestal diep weg in scheuren en kieren
Baardvleermuis Baardvleermuizen worden aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Ze jagen vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Ook jaagt een baardvleermuis in naaldbossen. De baardvleermuis gebruikt in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders of de ruimte achter gevelbetimmeringen en vensterluiken van gebouwen als verblijfplaats. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt zoals mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders. De winterslaap duurt van oktober tot maart of april. Kleine dwergvleermuis De kleine dwergvleermuis komt voor in rivierdalen en moerasgebieden in combinatie met bomenrijke gebieden zoals bosranden, laanvormen, parken en tuinen. Het jachtgedrag en dieet komt sterk overeen met de gewone dwergvleermuis. Zomerverblijfplaatsen worden meestal gevonden in spleetvormige ruimten in gebouwen, zoals de spouw, in daklagen, achter gevelbetimmering of in bomen en vleermuiskasten. In de winter worden ze aangetroffen in spleetvormige ruimten in bovengrondse gebouwen en in bomen, vaak op weinig beschutte plekken. Laatvlieger De laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden, heggen en lanen.
Hij vliegt op enige afstand van de vegetatie boven (vochtige) graslanden en weilanden, langs kanalen en vaarten, in tuinen en in parken met vijvers. In dorpen en aan de rand van steden kan je de laatvlieger in de schemering rond lantaarnpalen, in tuinen en in parken zien jagen. Soms zie je ze in groepjes. Ze verblijven in spouwmuren, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen, soms op zolders. In vleermuiskasten worden laatvliegers zelden aangetroffen. Rosse vleermuis Rosse vleermuizen zijn vaak voor zonsondergang actief en ze kunnen dan al foeragerend worden waargenomen tussen zwaluwen. Rosse vleermuizen jagen hoog, vaak op meer dan 100 meter hoogte, in de lucht boven bijvoorbeeld water of moeras. Ze oriënteren zich op onder andere grootschalige landschapselementen zoals de kust, dijken, kanalen, hoogspanningsleidingen of spoorlijnen. Ze vliegen met hoge snelheid in rechte, lange banen waarbij ze plotselinge duikvluchten en uitvallen maken, enigszins vergelijkbaar met een gierzwaluw. Ze blijven vaak op relatief grote afstand van bomenrijen en bosranden. Direct na het uitvliegen uit een verblijfplaats jagen de dieren boven een open plek in het bos, langs een bosrand of boven beschutte waterpartijen, weilanden, hooiweides of rietlanden, maar ook in parken en in stedelijk gebied.
Vooral in het najaar jagen ze ook graag bij straatlantaarns of boven een verlichte kruising in de bebouwde kom. Rosse vleermuizen overwinteren in bomen, die staan op klimaatgunstige plekken zoals in rivier- en beekdalen. Soms overwinteren ze ook in spleten in muren van gebouwen en in lift- en luchtschachten van hoge gebouwen. De rosse vleermuis gaat laat in winterslaap, pas als er strenge vorst op komst is zoeken de rosse vleermuizen hun definitieve winterverblijfplaats op.
Watervleermuis De watervleermuis is een typische myotis-soort soort (geslacht van vleermuizen uit de familie der gladneuzen). Hij is lichtschuw bij de verblijfplaats en vliegt in het algemeen laat in de nacht. De watervleermuis is een boombewonende soort van half open tot gesloten, waterrijk en bosrijk landschap. Grotere dichtheden worden vooral daar gevonden waar zowel beschut water als ouder bos of oudere bomen aanwezig zijn. De verspreiding toont een duidelijke binding met de oudere bossen in de duinen in het westen van Nederland, en de bossen op de hogere zandgronden en het krijtlandschap in het oosten en zuiden van Nederland. Desondanks komt de soort ook voor in het laagland op plaatsen waar oudere bossen of parken aanwezig zijn. In het noordwestelijke laagland worden in bosarme omgeving soms kleine groepen op zolders gevonden. Watervleermuizen verblijven in het actieve seizoen overdag hoofdzakelijk in holten in bomen, vaak beuk of eik. De holten zijn meestal spechtengaten, natuurlijke holten of spleten in de stam die zich op een hoogte tussen 1 en 15 meter bevinden. In gebieden met weinig bos verblijven ze soms in bunkers, forten, overkluizingen en dergelijke (gelet op de combinatie met het foerageergebied). Ook zijn ze wel eens onder bruggen aangetroffen.
Waarnemingen en effecten vleermuizen Voor de onderzoekslocatie zijn er geen actuele waarnemingen bekend van gebouw- of boombewonende vleermuizen. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Potentiële vleermuisverblijfsplaatsen zijn daardoor niet beschikbaar. Langs de weg is een bomenrij aanwezig, deze is mogelijk als vliegroute voor vleermuizen te gebruiken. In de huidige plannen blijft dit gewoon gehandhaafd en blijft deze ook na realisatie van de plannen gewoon beschikbaar. In de plannen worden verder geen bomen verwijderd of aangepast. Er zijn geen bomen beschikbaar welke voor boombewonende vleermuizen met holle ruimtes of met loshangend schors als potentiële verblijfsplaats. Voor zowel boom- als gebouwbewonende vleermuizen is geen geschikte verblijfsplaats aanwezig. Binnen de onderzoekslocatie ontbreekt het aan opgaande begroeiing en bomen. Hierdoor is er geen sprake van (essentieel) foerageergebied voor vleermuizen. Als in de nieuwe situatie vleermuisvoorzieningen worden meegenomen in het ontwerp van de woning, kan dat een versterkend effect genereren op de lokale vleermuispopulatie. Egel Volgens gegevens van de zoogdiervereniging komt de egel op veel plekken voor zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Voorbeelden van gebieden waar egels voorkomen zijn tuinen, parken, struiken, houtwallen en loofbossen.
De egel heeft vrijstelling binnen de provincie Gelderland, maar negatieve effecten dienen zo veel mogelijk voorkomen te worden omdat de egel onder de zorgplicht valt.
Waarnemingen en effect egel Op de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de egel. Ook zijn er geen waarnemingen van (sporen van) de egel vastgesteld. De randen van het onderzochte perceel zijn potentieel geschikt leefgebied van de egel. Na de realisatie van de nieuwbouw zal naar verwachting het habitat voor de egel sterk verbeteren door toepassing van meer groenstructuren en afwisseling.
Haas Volgens de zoogdiervereniging komt de haas door heel Europa veel voor, maar minder in dichtbevolkte gebieden. De haas is van oorsprong een steppebewoner en heeft voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open velden zoals akkers en weilanden maar komt ook voor in open bos, heide en kwelders. Ze zijn in de vooravond en ’s nachts actief, in de zomer ook in de schemering en overdag. Overdag rust de haas doorgaans uit in zijn leger. Een leger is een ondiepe uitholling in bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Ze eten grassen, kruiden en akkerbouwproducten zoals graan, mais, klaver en aardappelen. De status van hazen is gevoelig, maar door de impact die hazen kunnen hebben op gewassen mogen ze worden bejaagd. Het is echter verboden om de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Ook mogen hazen niet opzettelijk worden gedood of gevangen. De haas heeft vrijstelling binnen de provincie Gelderland, negatieve effecten kunnen zo veel mogelijk voorkomen worden omdat de haas wel onder de zorgplicht valt.
Waarnemingen en effect haas Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de haas. Er zijn geen sporen, legers of keutels van hazen aangetroffen op de onderzoekslocatie. Wel kan de haas tijdelijk op het perceel aanwezig zijn. Negatieve effecten worden echter niet verwacht, omdat er ruim voldoende habitat voor de haas beschikbaar blijft. Boom- en steenmarter Volgens literatuurgegevens van de Zoogdiervereniging zijn de boom- en steenmarter nauw aan elkaar verwant. Ze verschillen in leefwijze, vooral het voorkeurshabitat is anders. De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De boommarter leven voornamelijk in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten.
De boommarter heeft een voorkeur voor oude bossen, waar voldoende boomholtes aanwezig zijn. Ze worden echter ze ook gevonden in andere typen bos, van verschillende leeftijden. Boommarters leven bijvoorbeeld ook in de jonge bossen van de Flevopolders en in moerasbossen in Overijssel en Utrecht. Ook kunnen boommarters zich handhaven in meer versnipperde landschappen, zolang er geschikte bosfragmenten en verbindende houtwallen aanwezig zijn. Een marter in een bos is echter niet per definitie een boommarter en een marter bij bebouwing niet altijd een steenmarter. Afgebeten veren op of onder een dikke boomtak, vaak met uitwerpselen in de omgeving, kunnen de vraatsporen van een boom- of steenmarter zijn. Volgens de literatuurgegevens van de Zoogdierenvereniging bijten marters de veren van een vogel af.
Vraatsporen kunnen verder zijn: leeggegeten eieren, geheel of gedeeltelijk leeggegeten huiden van kleine zoogdieren, afgebeten vleugels of afgebeten koppen van kleine zoogdieren zoals konijnen en egels. De boom- of steenmarter begraaft wel eens eieren (ook grotere als van kip en eend) in zand of mos. De kans om een boom- of steenmarter waar te nemen is klein. Met name omdat de trefkans met een dier met een groot territorium klein is. Boommarters met jongen zijn in het late voorjaar en zomer vaak overdag actief. In de periode worden regelmatig jagende vrouwtjes of bij de nestplaats spelende jongen waargenomen. De rest van het jaar zijn boommarters vooral ’s nachts actief. Steenmarters zijn vooral in de nacht actief. Naast een mogelijk geschikt habitat kunnen met name aanwezige steenmarters worden getraceerd door bijtsporen, in combinatie met latrines, voedsel- of prooiresten en stommelende geluiden.
Waarnemingen en effect boom-/steenmarter Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de steen- of boommarter. Er zijn geen sporen van boom- of steenmarters aangetroffen en er zijn geen (actieve) verblijfsplaatsen vastgesteld. Het onderzoeksgebied is momenteel bovendien niet geschikt voor boom- of steenmarters wegens het ontbreken van geschikte rustplaatsen in de vorm van gebouwen, steenhopen of holle bomen. Schadelijke effecten aan de steen/boommarter zijn dan ook niet aan de orde. Das Volgens het Kennisdocument Das van BIJ12 leeft de das in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 meter onder het maaiveld (anders wordt de burcht te vochtig).
Waarnemingen en effect das Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de das. Er zijn geen dassen, sporen van dassen en/of dassenburchten waargenomen tijdens het veldbezoek. Het gebied is wel potentieel geschikt als foerageergebied. Het betreft echter geen essentieel onderdeel van het leefgebied van dassen, in de ruime omgeving zijn vele vergelijkbare gebieden aanwezig, deze blijven gewoon beschikbaar. Schadelijke effecten aan de das zijn dan ook niet aan de orde. Wel kan een das als passant tijdelijk aanwezig zijn. Ook is voor de das altijd de zorgplicht van toepassing.
Overige kleine marterachtigen Volgens het kennisdocument van BIJ12 over kleine marterachtigen worden de volgende drie grondgebonden zoogdieren hieronder verstaan: de bunzing, hermelijn en wezel. Bunzing Volgens de zoogdiervereniging heeft de bunzing een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken vormen een geschikt leefgebied. Als dagrustplaats wordt voornamelijk gebruik gemaakt van bestaande holen, zoals konijnenholen en holen van bijvoorbeeld de muskusrat. Ook takken- en steenhopen, duikers en rommelschuurtjes worden als dagrustplaats gebruikt. In de winter zoeken bunzingen vaak warmere plekken op, zoals hooi- en strobalen. De bunzing is vooral ’s nachts actief. Het jachtgebied is vrijwel nooit in de buurt van zijn verblijfplaats. In de periode juni-september, wanneer de jongen nog niet zelfstandig zijn, worden bunzingen ook overdag gezien. Hermelijn De hermelijn leeft in allerlei typen gebieden, van houtwallen, duinen, akkers tot vochtig terrein. Voorwaarde is dat de hermelijn voldoende schuilplekken heeft. De begroeiing moet hiervoor minimaal 15 centimeter hoog zijn. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Meestal in droger gebied dan de hermelijn.
Echter overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel. De wezel is een vleeseter en leeft hoofdzakelijk van muizen. Ze hebben een opvallende manier om hun omgeving te onderzoeken; het zogenaamde 'kegelen'. Ze staan dan op de achterpoten met hun lichaam rechtop, op de uitkijk. De grootte van de leefgebieden van het mannetje varieert van 1 tot 25 hectare afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar voedsel en is sterk begrensd. Het jachtgebied van een vrouwtje is aanzienlijk kleiner (1 tot 7 hectare) en minder scherp begrensd. Het territorium van mannetjes overlapt steeds dat van meerdere vrouwelijke dieren. Wezels doorkruisen hun leefgebied regelmatig en slapen op verschillende rustplaatsen in dat gebied. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden èn de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt.
Waarnemingen en effect kleine marterachtigen Het plangebied is als gevolg van het gevoerde beheer en huidige gebruik niet potentieel geschikt als habitat voor kleine marterachtigen. Momenteel is het gebied eentonig met geen variatie in begroeiing. Ook is er momenteel onvoldoende dekking voor deze kleine marters. Deze situatie wordt na de herontwikkeling sterk verbeterd bij de toepassing van meer groenstructuren en variatie. Schadelijke effecten aan de kleine marterachtigen zijn dan ook niet aan de orde. Wel kunnen deze dieren als passant tijdelijk aanwezig zijn. Ook is voor de kleine marterachtigen altijd de zorgplicht van toepassing.
Bruine kikker De bruine kikker is volgens Ravon hoogstwaarschijnlijk het wijdst verspreide amfibie van Nederland. Vanaf maart kunnen roepende mannetjes waargenomen worden, dit is het begin van het broedseizoen. Afhankelijk van het weer eindigt dit eind april, begin mei. Bruine kikkers komen vooral voor op plekken met open oppervlaktewater. Een kleine vijver kan hiervoor al genoeg zijn.
Waarnemingen en effect bruine kikker In of nabij de onderzoekslocatie is geen permanent open oppervlaktewater aanwezig, net buiten de onderzoekslocatie is een sloot aanwezig, echter deze is niet het hele jaar met water gevuld. Er zijn geen bruine kikkers waargenomen, maar dat is niet uitzonderlijk in de wintermaanden. De aanwezigheid van de bruine kikker wordt door ons niet uitgesloten wegens de aanwezigheid van oppervlaktewater. De bruine kikker valt onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor de provincie Gelderland, maar negatieve effecten dienen zo veel mogelijk voorkomen te worden omdat de bruine kikker onder de zorgplicht valt. Huismus Volgens het Kennisdocument Huismuis van BIJ12 heeft de huismus een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Hierbij valt te denken aan ruim opgezette wijken met parkjes en tuinen en in dorpen met veel groen en met landbouwgronden in de nabijheid. Het aanbod van voedsel is een essentiële voorwaarde voor de huismus om zich op een locatie te kunnen handhaven.
Waarnemingen en effect huismus Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de huismus. Er zijn geen huismussen of sporen van huismussen aangetroffen. Ook zijn geen roepende paren gehoord. Er zijn geen gebouwen of bomen en struiken aanwezig, hierdoor zijn er geen nestlocaties aangetroffen, of sporen van nesten. In de huidige toestand is de locatie ongeschikt als habitat voor de huismus. Schadelijke effecten op de huismus zijn dan ook niet aan de orde. Als bij het ontwerp van de nieuwe woning voorzieningen voor huismussen worden meegenomen, kan dit een versterkend effect genereren op de regionale huismuspopulatie. Steenuil De steenuil is een vogel die gebruikelijk leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar in voldoende voedsel, in een geschikte nestplek en in voldoende veiligheid. Dit betekent bij voorkeur een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie, erven met bebouwing, beplanting, tuinen, moestuinen en weilanden met (hobby)vee, ruimte voor voldoende nestplaatsen in boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen (bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot), een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, regenwormen en insecten en daarbij voldoende
zit- en uitkijkposten om te foerageren en rusten en bovendien geen verstoring en versnippering door grote wegen. Verder is gebruik van insecticiden of andere pesticiden in het territorium of in de directe omgeving voor de steenuil een bedreigende factor.
Waarnemingen en effect Steenuil Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de steenuil. Er zijn geen verblijfs- of nestplaatsen van steenuilen of steenuilen aangetroffen in of rond de onderzoekslocatie. Binnen het plangebied zijn geen steenuilen of sporen van steenuilen, zoals braakballen, waargenomen. De onderzoekslocatie biedt momenteel bovendien geen geschikt habitat voor de steenuil wegens de afwezigheid van voldoende afwisseling, rustplaatsen en foerageermogelijkheden. De aanwezigheid van deze soort is doormiddel van de bureaustudie en het veldwerk op dit moment uit te sluiten. Wel zal in de toekomstige situatie de geschiktheid voor de steenuil waarschijnlijk verbeteren door het aanbrengen van meer groenstructuren als hier ook in nestgelegenheid wordt gefaciliteerd. Boerenzwaluw Volgens de vogelbescherming nestelt de boerenzwaluw zich bij voorkeur in boerenschuren, loodsen en dergelijke waar ze in en uit kunnen vliegen. Van ongeveer april tot oktober verblijven zij in Nederland. De boerenzwaluw staat op de rode lijst van Nederlandse broedvogels. Rode lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebied te verbeteren.
Waarnemingen en effect boerenzwaluw Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de boerenzwaluw. Er zijn geen boerenzwaluwen waargenomen of nesten van boerenzwaluwen aangetroffen. Ook zijn er geen boerenzwaluwnesten bekend vanuit het verleden in de directe nabijheid. Overigens is het niet aantreffen van de boerenzwaluw te verklaren doordat deze trekvogel in februari in Afrikaanse overwinteringsgebieden aanwezig is. Dit is op dit moment geen geschikt nestelgebied voor boerenzwaluwen. Wel kunnen de boerenzwaluwen bij de onderzoekslocatie ’s zomers langs vliegen bij foerageervluchten. Negatieve effecten op de boerenzwaluw zijn niet aan de orde. Kauw Volgens gegevens van de vogelbescherming leeft deze intelligente soort in groepen. Kauwen broeden ongeveer van april tot in juni. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, oude nesten en zwarte spechten, bosuilennestkasten maar ook gaten in muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Soms broeden ze zelfs in konijnenholen. Broedt (schaars) in bossen met grote holen, in open duinen op de Waddeneilanden, maar vooral in bebouwde omgeving. Verder zijn ze te vinden in het kleinschalig cultuurlandschap, op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen. De Omgevingswet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van de kauw.
Waarnemingen en effect Kauw Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de kauw. Er zijn geen nesten of verblijfplaatsen van kauwen of kauwen aangetroffen in of rond de onderzoekslocatie. Er zijn geen gebouwen of bomen aanwezig waar de kauw kan nestelen. De aanwezigheid van een nest van de kauw is momenteel door ons uitgesloten. Spreeuw Spreeuwen broeden in holtes van bomen, in nestkasten en in gaten en kieren van gebouwen. Spreeuwen zijn opportunisten en je komt ze dan ook op veel plaatsen in ons land tegen, ook in dorpen en steden (bijvoorbeeld op stations). Het is een echte graslandvogel. Grasvelden (van vochtig tot droog) en in veel mindere mate akkers voorzien spreeuwen van insecten en hun larven. Ze tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven, zoals van de langpootmug (emelten). Door de snelle achteruitgang van het aantal spreeuwen in Nederland staat deze soort op de Oranje lijst. Nestelende spreeuwen zijn beschermd en de nesten mogen niet vernield, verwijderd of verstoord worden.
Waarnemingen en effect Spreeuw Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van de spreeuw. Er zijn geen spreeuwen, sporen van spreeuwen en/of nestplaatsen vastgesteld tijdens het veldbezoek. In de huidige vorm is de locatie ongeschikt voor de spreeuw als nest- of verblijfslocatie. Wel kunnen spreeuwen op de locatie aanwezig zijn om te foerageren in het gras. Het betreft hier echter geen essentieel onderdeel van het habitat, omdat in de ruime omgeving veel vergelijkbare graslanden aanwezig zijn en blijven. Schadelijke effecten voor de spreeuw zijn dan ook niet aan de orde.
Tijdens het veldbezoek is de informatie uit het vooronderzoek beoordeeld en verwerkt. Hiernaast is ook beoordeeld of er overige relevante beschermde soorten aanwezig of mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied. Hieronder wordt per categorie beschreven wat de bevindingen zijn.
Uit de bureaustudie en het veldbezoek is gebleken dat er geen overige beschermde flora te verwachten is of aanwezig is. Momenteel is als gevolg van het gevoerde beheer en gebruik als weiland en parkeerterrein, de locatie geen geschikt habitat voor overige beschermde flora.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van overige beschermde vogelsoorten of jaarrond beschermde nesten. Deze zijn ook niet aangetroffen bij het veldbezoek. Momenteel is als gevolg van het gevoerde beheer en gebruik, de locatie geen geschikt habitat voor overige beschermde vogelsoorten.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van overige beschermde insectensoorten. Deze zijn ook niet aangetroffen bij het veldbezoek. Momenteel is als gevolg van het gevoerde beheer en gebruik, de locatie geen geschikt habitat voor overige beschermde insectensoorten. Het ontbreekt aan geschikte schuilplaatsen en specifieke waardplanten.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen waarnemingen van vissen bekend of gedaan. Het ontbreekt aan permanent oppervlaktewater, waarmee het geen geschikt habitat is voor vissen.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen van amfibieën bekend of gedaan. Langs de erfgrens is wel een sloot aanwezig, maar deze is niet jaarrond watervoerend. Het ontbreekt aan permanent oppervlaktewater, waarmee de aanwezigheid van overige beschermde amfibieën is uit te sluiten.
Voor de onderzoekslocatie zijn geen actuele waarnemingen bekend van beschermde reptielen. Deze zijn ook niet aangetroffen bij het veldbezoek, of sporen hiervan. Momenteel is als gevolg van het gevoerde beheer en gebruik, de locatie geen geschikt habitat voor beschermde reptielen. Het ontbreekt aan geschikte schuil of rustplaatsen. Schadelijke effecten op (overige) reptielen zijn niet aan de orde.
De bufferzone buiten de onderzoekslocatie waarin wordt gekeken naar eventuele effecten voor de onderzoekslocatie of de directe omgeving en de te verwachte soorten (reikwijdte). De locatie is gelegen in het buitengebied van Kootwijkerbroek in een hoofdzakelijk agrarisch landschap. Hierin is een afwisseling van agrarische bedrijven, akkers, weilanden en bomensingels kenmerkend. De agrarische percelen worden periodiek intensief bewerkt maar de bomensingels vormen voor veel soorten een potentiële migratiezone. In de huidige situatie is de onderzoekslocatie van lage ecologische waarde, waardoor er aannemelijk weinig ecologische uitwisseling zal optreden met de omliggende gebieden. Op basis hiervan wordt niet verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden zullen leiden tot negatieve ecologische effecten op de omgeving.
Onderzoekslocatie in de ruimere omgeving geprojecteerd
In het omliggende agrarisch gebied zijn soorten als de kerkuil en steenuil soms aanwezig op boerenerven. Deze soorten worden echter niet verwacht binnen de onderzoekslocatie. Het gebrek aan actuele waarnemingen van deze uilen, het ontbreken van duidelijke sporen op de onderzoekslocatie en het ontbreken van duidelijke voedselbron, maken dat er nu een weinig aantrekkelijk habitat voor de uilen aanwezig is. Huismussen voelen zich vaak thuis op boerenerven met een afwisselend landschap. Verwacht wordt dat in de ruimere omgeving wel huismussen voorkomen, maar deze zijn niet op korte afstand vastgesteld. Mogelijk kan een steen- of kerkuil als passant tijdelijk aanwezig zijn, die mogelijkheid blijft ook na de herontwikkeling gewoon bestaan, waarbij het habitat voor uilen waarschijnlijk zal verbeteren bij toepassing van meer groen in de inrichting. Het is wel belangrijk dat de verbindende bomenrijen langs de wegen in de nabijheid van de onderzoekslocatie blijven bestaan om uitwisseling mogelijk te houden. Voor (tijdelijk aanwezige) fauna geldt altijd de zorgplicht.
Conclusies en aanbevelingen Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:
Uit de bureaustudie en het ontbreken van recente waarnemingen is gebleken dat er geen beschermde flora wordt verwacht op de onderzoekslocatie. Dit wordt bevestigd door het locatiebezoek. Als gevolg van het gevoerde beheer, het gebruik en de huidige inrichting maken dat het momenteel geen geschikt habitat is voor beschermde flora.
Uit de bureaustudie en het ontbreken van recente waarnemingen is gebleken dat er geen beschermde fauna wordt verwacht op de onderzoekslocatie. Dit wordt bevestigd door het locatiebezoek. Als gevolg van het gevoerde beheer, het gebruik als parkeerterrein en weiland, en de huidige inrichting maken dat het momenteel geen geschikt habitat is voor beschermde fauna. Specifiek voor rode lijst soorten, hiervoor zijn geen schadelijke effecten aan de orde. Naar verwachting zal na realisatie van het woonhuis de terreininrichting meer groene diversiteit brengen en daarmee wordt een meer geschikt habitat gerealiseerd voor de (beschermde) diersoorten. • • • • •
Er zijn geen beschermde natuurwaarden en flora en fauna in het plangebied aanwezig of te verwachten De ingreep heeft geen mogelijke effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden Er is geen sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet Een nader onderzoek is niet noodzakelijk Een omgevingsvergunning natura 2000-activteiten of een omgevingsvergunning flora en fauna activiteiten is niet noodzakelijk
De antwoorden op de vragen, zoals genoemd bij de doelstelling van dit onderzoek in hoofdstuk 2 paragraaf 2.2, zijn in de rapportage voldoende beantwoord en beschreven. Tabel samenvatting: Soort (groep)
Verstoring?
Nader onderzoek? nee nee nee
Flora (vaatplanten) nee Vleermuizen (GB/BB*) nee Grondgebonden nee zoogdieren Vogels nee nee Amfibieën nee nee Overige soorten nee nee *) Vleermuizen: GB: gebouwbewonend; BB: boombewonend
Omgevingsvergunning?
Opmerkingen
nee nee nee
-
nee nee nee
-
Aanbevelingen Wij adviseren om bij de aanvraag van de bouwvergunning met een AERIUS-berekening in kaart te brengen wat de stikstofdepositie is en of dit van invloed is op de relevante Natura 2000-gebieden en/of NNN-gebieden. Deze rapportage betreft een momentopname. Het is onwaarschijnlijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets. Mocht het echter blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, dan vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Natuurinclusief Lokale populaties van vleermuizen of huismussen kunnen relatief eenvoudig worden gefaciliteerd in nest- of verblijfsplaatsen. Het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein met inheemse plantensoorten is op deze locatie kansrijk om een versterkend effect genereren op de lokale populatie van huismussen en/of vleermuizen. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende natuurtoets uitgevoerd te worden.
BIJLAGE A Foto’s
BIJLAGE B TEKENING
Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten per provincie (versie 01-2025) Provincies: Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht Soort Steenuil Athene noctua
Categorie 1
Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten
2
Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing
Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus
3
Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie)
Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans
4
Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop (Upupa epops) Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
5
Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus
Bron: Minsterie van Economische Zaken en gegevens provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland en Utrecht.
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* FLEVOLAND : Vogels met jaarrond beschermde nesten Soort Categorie Steenuil Athene noctua 1 Kerkuil Tyto alba 2 Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus
Ransuil Asio otus Bosuil Strix aluco Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia 1 Raaf Corvus corax Zeearend Haliaeetus albicilla
Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen
2
Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing
3
Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Slechtvalk Falco peregrinus Torenvalk Falco tinnunculus Boerenzwaluw Hirundo rustica
Uitleg categorie
4
5a
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Jaarrond beschermd, tenzij uit onderzoek blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale Staat van instandhouding van de soort, bv omdat er wel voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.
Nesten van vogels met voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen: Blauwe reiger Ardea cinerea Draaihals Jynx torquilla Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Huiszwaluw Delichon urbicum Niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van IJsvogel Alcedo atthis 5b instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat Kleine bonte specht Dendrocopos minor er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Zwarte specht Dryocopus martius * Conform provinciale Beleidsregels Uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland 2016 1. Ooievaar: Wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, kan dat buiten de periode dat er eieren en/of jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende (goed bereikbare) nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden (van minimaal vergelijkbare kwaliteit) binnen hetzelfde territorium. 2. Kerkuil, in het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige.
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* LIMBURG : Vogels met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua
Categorie 1
Roek Corvus frugilegus
1
Kerkuil Tyto alba
1
Oehoe Bubo bubo
1
Boerenzwaluw Hirundo rustica
2
Gierzwaluw Apus apus
2
Huiszwaluw Delichon urbicum
2
Huismus Passer domesticus
2
Bosuil Strix aluco
2
Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea
2
Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten
Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk bebouwing
Ooievaar Ciconia ciconia
2
Slechtvalk Falco peregrinus
2
Boomvalk Falco subbuteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Rode wouw Milvus milvus Raaf Corvus corax Torenvalk Falco tinnunculus
3 3 3 3 3 3 3 3
Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest
Buizerd Buteo buteo Sperwer Accipiter nisus Bijeneter Merops apiaster Blauwe reiger Ardea cinerea Draaihals Jynx torquilla Grauwe Klauwier Lanius collurio Grutto Limosa limosa IJsvogel Alcedo atthis Kramsvogel Turdus pilaris Kwartelkoning Crex crex Oeverzwaluw Riparia riparia Paapje Saxicola rubetra Ringmus Passer montanus Roerdomp Botaurus stellaris Spotvogel Hippolais icterina Visdief Sterna hirundo Wulp Numenius arquata Zomertortel Streptopelia turtur Zwarte specht Dryocopus martius
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
Vogel die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen.
* Conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Overijssel Soort Steenuil Athene noctua
Categorie 1
Uitleg categorie Jaarrond gebruikte nesten
Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Huiszwaluw Delichon urbicum
2 2 2 2
Zeer plaatstrouwe koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden of afhankelijk van bebouwing of biotoop.
Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boerenzwaluw Hirundo rustica Bosuil Strix aluco Zwarte specht Dryocopus martius
3 3 3 3 3 3 3 3
Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest of afhankelijk is van bebouwing
Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Raaf Corvus corax Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
Vogels die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Blauwe reiger Ardea cinerea Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Draaihals Jynx torquilla Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Grutto Limosa limosa IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Middelste bonte specht Leiopicus medius Oeverzwaluw Riparia riparia Ringmus Passer montanus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Tureluur Tringa totanus Veldleeuwerik Alauda arvensis Wulp Numenius arquata Zomertortel Streptopelia turtur Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Nesten van vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat aangetoond moet worden dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is om zich te kunnen vestigen.
* Conform provinciale beleidsregels natuur provincie Overijssel
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten* Provincie: Drenthe Soort Steenuil Athene noctua
Categorie 1
Gierzwaluw Apus apus Aalscholver Phalacrocorax carbo Ringmus Passer montanus Zwarte stern Chlidonias niger Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Blauwe reiger Ardea cinerea
2 2 2 2 2 2 2
Uitleg categorie Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Huiszwaluw Delichon urbicum
2
Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Slechtvalk Falco peregrinus Zwarte specht Dryocopus martius Bosuil Strix aluco Raaf Corvus corax
3 3 3 3 3 3 3