CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

SVWind_Bijlage5_Locatieonderzoek.pdf

Gemeenteraad 15 december 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Structuurvisie Wind12.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Locatieonderzoek windenergie Barneveld Aanvullende notitie Gemeente Barneveld 720159 | Definitief v2.0 18/06/2021

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Projectnaam

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Locatieonderzoek windenergie Barneveld

Postadres

Versienummer

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Soort document Aanvullende notitie

Definitief v2.0

Datum 18-6-2021

Project nummer 720159

Opdrachtgever Gemeente Barneveld

Auteur Stefan Flanderijn en Lisa Meissl

Nagekeken door Sergej van de Bilt en Dion Oude Lansink

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2

2 Windturbines en gezondheid 2.1 2.2

29

Afstanden windturbines tot externe veiligheidsobjecten en infrastructuur____________________ 29 (Beperkt) kwetsbare objecten _____________________________________________________ 31 Infrastructuur _________________________________________________________________ 33 Industriële installaties en risicovolle inrichtingen ______________________________________ 33 Transportleidingen en hoogspanningslijnen __________________________________________ 34

6 Ruimtegebruik 6.1 6.2 6.3

27

Afstand windturbines tot waterstaatswerken __________________________________________ 27 Bodemkwaliteit ________________________________________________________________ 27

5 Externe veiligheid 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

8

Voorbeeldopstellingen voor geluid- en slagschaduwberekeningen _________________________ 8 Geluid ________________________________________________________________________ 9 Slagschaduw _________________________________________________________________ 23

4 Waterhuishouding en bodem 4.1 4.2

4

Geen direct verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond _______________ 4 Verplichte afstanden tussen windparken en woonwijken zijn niet doeltreffend _________________ 6

3 Leefomgeving 3.1 3.2 3.3

1

Te behandelen aspecten _________________________________________________________ 1 Aanpak notitie __________________________________________________________________ 2

34

Ruimtegebruik in het zoekgebied in combinatie met windturbines _________________________ 34 Laagvlieggebied Defensie _______________________________________________________ 35 Straalverbindingen _____________________________________________________________ 36

7 Netcapaciteit 8 Bijlage - Grafische kalenders slagschaduwberekening Zeumeren

37 40

1 Inleiding Deze notitie is een aanvulling op het plan-MER ‘Milieueffectrapport Windenergie Structuurvisie Barneveld’ (2019). De notitie richt zich op het zoekgebied voor windenergie dat de gemeenteraad Barneveld aan de hand van het plan-MER heeft gekozen. Doel van deze notitie is om de (on)mogelijkheden en speelruimtes voor windenergie binnen dit zoekgebied inzichtelijk te maken en om de gemeente handvatten te geven voor het afwegen en beoordelen van toekomstige windenergie initiatieven. Het zoekgebied betreft locatie 5 uit het plan-MER, maar dan alleen het deel ten zuiden van de A1 (zie Figuur 1.1), conform het besluit van de gemeenteraad. Figuur 1.1 Zoekgebied voor windenergie in de gemeente Barneveld

1.1 Te behandelen aspecten Deze notitie beschrijft de effecten en belemmeringen voor windenergie van de aspecten geluid en slagschaduw, water en bodem, externe veiligheid, ruimtegebruik en netcapaciteit voor het zoekgebied. Deze aspecten bepalen namelijk met name de ruimte voor windenergie binnen het zoekgebied. De notitie maakt de ruimte voor windenergie binnen het zoekgebied per aspect op kaart inzichtelijk. De ruimte voor windenergie wordt daarnaast ook door andere aspecten zoals ecologie, landschap, cultuurhistorie en archeologie bepaald. Deze aspecten zijn echter geen onderdeel van deze notitie. De aspecten elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies en economie zijn eveneens geen onderdeel van deze notitie, aangezien effecten in verband met deze aspecten binnen het zoekgebied niet onderscheidend en reeds in het plan-MER beschreven zijn. Voor het aspect gezondheid geeft deze notitie een update over de meest actuele kennisstand.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 1

1.2 Aanpak notitie Aan de hand van een GIS-analyse analyseert Pondera de beschikbare ruimte voor de grootschalige opwek van windenergie binnen het zoekgebied. De analyse houdt op basis van vuistregels rekening met relevante milieutechnische aspecten en gevoelige functies die een belemmering voor de haalbaarheid van windenergie vormen. De gehanteerde vuistregels en toetsafstanden volgen uit wet- en regelgeving, beleid en expert judgement (zie hiervoor de bijlage ruimtelijke analyse van het plan-MER). De GIS-analyse is vergelijkbaar met de analyse die destijds voor het plan-MER is uitgevoerd, maar is gebaseerd op actuele geodata en er is op het betreffende zoekgebied ingezoomd.

1.2.1

Referentieturbine Pondera kiest in deze aanvullende notitie voor een referentieturbine met een maximale rotor van 150 meter en een ashoogte van 150 meter. Deze turbine-categorie representeert moderne windturbines die tegenwoordig op de markt beschikbaar zijn, momenteel worden geïnstalleerd in Nederland en die naar verwachting financieel rendabel zijn op basis van huidige marktomstandigheden en subsidieregime. Door uit te gaan van deze turbinecategorie levert deze notitie een actueel inzicht in de (on)mogelijkheden voor windturbines. Dit betekent niet automatisch dat grotere turbines dan de referentieturbine milieutechnisch niet mogelijk zijn, maar dat bij gebruik van grotere turbines de mogelijkheden beperkter worden in het gebied, omdat veel effecten afhangen van de grootte van de turbine. Het blijft echter altijd maatwerk om een concreet windpark in te passen. Het plan-MER uit 2019 maakte inzichtelijk welke locaties potentieel geschikt zijn voor windturbines met 120 meter ashoogte en 120 meter rotordiameter én voor windturbines met 150 meter ashoogte en 150 meter rotordiameter. Vervolgens zijn voorbeeldopstellingen met windturbines met een rotordiameter en ashoogte van maximaal 120 meter op effecten beoordeeld.

Het was destijds een bewuste keuze om een voor de markt relatief kleine windturbine als uitgangspunt te hanteren, zodat er ook locaties in beeld komen die in potentie geschikt zijn voor niet de grootst mogelijke turbines. De windturbinemarkt ontwikkelt zich echter snel. Vanwege het subsidieregime waarbij goedkopere duurzame energieopwek voorrang krijgt boven duurdere vormen, zijn ‘kleinere’ windturbines minder interessant geworden. De kosten voor een opgewekte kWh van een ‘kleinere’ turbines is namelijk groter dan bij grotere turbines. Daarnaast leveren turbinefabrikanten deze ‘kleinere’ windturbines steeds minder en raken ze uit het assortiment. Naar verwachting gaan de afmetingen van windturbines in de komende jaren verder toenemen en verdwijnen de kleinere windturbines mogelijk van de (internationale) markt.

1.2.2

Potentiële windturbine locaties Figuur 1.2 maakt duidelijk waar potentiële ruimte voor windenergie is en waar ruimtelijke belemmeringen gelden op basis van de onderzochte referentieturbine. De groen aangewezenen gebieden op de kaart tonen de ruimte voor windenergie. Buiten de groene gebieden zijn er één of meer ruimtelijke belemmeringen voor windenergie aanwezig. Deze notitie zet vervolgens de potentiële ruimte voor windenergie die volgens de GIS-analyse ontstaat, per aspect in relatie tot de voor het aspect relevante belemmeringen en/ of aandachtspunten voor windenergie.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 2

Figuur 1.2 Potentiële ruimte voor windenergie op basis van de GIS-analyse voor turbines met een rotordiameter van 150 meter en een ashoogte van 150 meter

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 3

2 Windturbines en gezondheid De vraag of de effecten van windturbines ook invloed op de menselijke gezondheid hebben, is reeds onderzocht in het plan-MER. In dit hoofdstuk leest u actuele wetenschappelijke inzichten ten aanzien van de relatie tussen windturbines en gezondheid, die tijdens het opstellen van het plan-MER nog niet beschikbaar waren. Het aspect gezondheid maakt tevens impliciet deel uit van andere hoofdstukken in deze notitie, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van deze normen hebben gezondheidsaspecten een rol gespeeld1.

2.1 Geen direct verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond Het plan-MER concludeert in het hoofdstuk ‘Gezondheid’ dat er geen verband is aangetoond tussen windturbines en gezondheidseffecten. Deze conclusie is gebaseerd op met name informatie volgend uit (inter)nationale gezondheidsinstituten en universiteiten waaronder voornamelijk wetenschappelijke metastudies. Daarnaast zijn er in het plan-MER vaak aangehaalde berichtgevingen in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid geëvalueerd. In dit hoofdstuk heeft Pondera nieuwe (wetenschappelijke) studies opgenomen die ten tijden van het opstellen van het plan-MER nog niet beschikbaar waren. Hieronder leest u een beknopte samenvatting van deze nieuwe studies. De conclusie blijft echter: er is geen direct verband aangetoond tussen windturbines en gezondheidseffecten. Dit geldt ook voor laagfrequent geluid van windturbines. Wel kan er sprake zijn van hindereffecten als gevolg van windturbines. In diverse onderzoeken is gevonden dat eventuele gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld slaapverstoring) gerelateerd zijn aan hinder in plaats van directe blootstelling aan (laagfrequent) geluid. Uit de literatuur blijkt niet dat het laagfrequent deel van het windturbinegeluid (lage tonen) tot extra hinder leidt.

Verder is er geen direct bewijs voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.

1

Na de uitspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding/Nevele-arrest (ECLI:NL:RVS:2021:1395) mogen de in het Activiteitenbesluit en -regeling (hierna: windturbinebepalingen) opgenomen normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines niet meer zonder meer worden gebruikt als toetsnorm voor windparken tot er een planMER is uitgevoerd voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling. Het is nog niet duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn voor de ‘huidige’ normen. De nieuwe normen kunnen in principe gelijk, maar ook hoger of lager worden. Projecten kunnen wachten op het plan-MER voor de windturbinebepalingen en vervolgens direct toetsen aan de nieuwe normen. Er mogen echter ook eigen normen voor projecten worden gesteld die voor dát project onderbouwd dienen te worden en voorzien moeten zijn van actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voor één of twee losse windturbines blijven de windturbinebepalingen wel gelden.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 4

Kader 2.1 Laagfrequent geluid

Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie lager dan 200 Hz. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch geproduceerd geluid. Bekende bronnen zijn transformatoren, wegverkeer en windturbines. Maar ook warmtepompen, airconditioners, wasmachines en andere huishoudelijke apparaten, mechanische ventilatie en muziek bij festivals/discotheken produceren laagfrequent geluid. Laagfrequent geluid dempt door gevels en op grotere afstand minder uit dan normaal geluid, op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. In de discussie rondom windturbines en gezondheid wordt vaak de vraag gesteld of laagfrequent geluid van windturbines effecten kan hebben op de menselijke gezondheid. Er is geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.

Kader 2.2 Laagfrequent geluid in de Nederlandse wet- en regelgeving

In Nederland bestaat er geen specifieke wet- en regelgeving voor laagfrequent geluid van windturbines. De huidige Nederlandse norm voor windturbinegeluid beslaat namelijk het hele geluidsspectrum, dus ook laagfrequent geluid. Bij deze norm wordt het geluidniveau van windturbines op de gevel van een woning getoetst. Zowel de WHO als het RIVM sturen niet aan op een aparte norm voor laagfrequent geluid. Voor het beoordelen van laagfrequent geluid bestaan in Nederland slechts richtlijnen, namelijk de richtlijn Laagfrequent geluid van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) en de Vercammencurve. Bij beide richtlijnen wordt het geluidniveau binnenin een woning getoetst. Deze richtlijnen worden soms door de Nederlandse rechtbank gebruikt om uitspraak te doen over (hinder door) laagfrequent geluid.

2.1.1

Onderzoek RIVM 2020 Het RIVM heeft op 29 oktober 2020 een rapport uitgebracht over de vragen over gezondheidseffecten in relatie tot de aanwezigheid van windturbines2. Het RIVM heeft in dit rapport de literatuur op een rij gezet die verscheen tussen 2017 en medio 2020 over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Daarbij verzamelde het RIVM wetenschappelijke literatuur over onder andere het effect van windturbines op de ervaring van hinder, verstoring van de slaap, cardiovasculaire en metabole effecten. Het RIVM keek ook wat er in de wetenschap bekend is over hinder door de visuele aspecten van windturbines en andere niet-akoestische factoren. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat er geen eenduidig bewijs voor effecten anders dan hinder is aangetoond. Uit de literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in decibel) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur blijkt niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid.

Voor mogelijke gezondheidseffecten van het geluid van windturbines, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de 2

Health effects related to wind turbine sound: an update (RIVM report 2020-0150)

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 5

ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van een vergelijkbare studie drie jaar geleden (RIVM & GGD 2017, zie hiervoor het plan-MER).

2.1.2

Rapport DEI ‘Voorkom het windturbine syndroom’ Recent is een rapportage van het Democratische Energie Initiatief (DEI3) verschenen onder de titel ‘Voorkom het windturbine syndroom’. De studie claimt een relatie te zien tussen windparken en gezondheidsklachten, zoals slapeloosheid, concentratieverlies en stress, en richt zich specifiek op de geluidsproductie van windparken in het laagfrequente spectrum (infrageluid). Gesuggereerd wordt dat deze gevolgen in de medische wereld erkend worden. Echter, de bronnen die hiervoor zijn gebruikt, zijn niet van wetenschappelijke aard. Voor eenzelfde type klachten zijn daarnaast in eerdere en veel gepubliceerde wetenschappelijke studies geen relaties gevonden. Dit onderzoek is niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift en er heeft geen peer-review4 plaatsgevonden. Daarnaast is de rapportage, volgens de literatuurlijst, niet gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten. Deels betreft het websites, nog niet gepubliceerde stukken en mediaberichten.

2.2 Verplichte afstanden tussen windparken en woonwijken zijn niet doeltreffend Enkele Europese landen werken met een verplichte aan te houden minimumafstand tussen de voet van een windturbine en de buitengevel van een woning. Zo geldt bijvoorbeeld in Wallonië en Denemarken en minimumafstand van 4x de tiphoogte. In Italië houdt men 6x de tiphoogte aan, Polen en de Duitse provincie Beieren pleiten voor 10x de tiphoogte. In Nederland geldt echter geen dergelijke minimaal aan te houden afstand, omdat afstand houden niet het doel op zich is, maar de geluidbelasting op de gevel van woningen. De NWEA5 legt dit als volgt uit: “Het doel is hinder te voorkomen en/of te beperken door het geluidsniveau op de gevel onder een bepaalde waarde te houden. Een minimale afstand is echter geen garantie voor geen of minder geluid. Zo kan er veel omgevingsgeluid zijn (in een industriegebied of bij een snelweg) waardoor de afstand minder uitmaakt. Ook is van invloed wat er tussen de molen en de bebouwing staat of groeit waardoor het geluid zich ook anders gedraagt.” De afgelopen jaren wordt ook in de Nederlandse media de discussie gevoerd naar een verplichte aan te houden afstand tussen windparken en woonwijken van tot tien keer de ashoogte van de windturbines. Voor de referentieturbine in deze notitie zou dit een afstand betekenen van 150*10=1.500 meter.

Door onder ander de technische vooruitgang, maken hogere en moderne windturbines echter niet per definitie meer geluid dan kleinere gangbare turbines. Geluidemissie kan daarnaast goed worden ingeregeld. Daarom is het instellen van een afstandsnorm die gerelateerd is aan een ashoogte, niet doeltreffend. Daarnaast gelden ook voor geluid van industrie, verkeer en luchtvaart geen afstandseisen, maar geluidnormen die ook een afweging zijn tussen het willen mogelijk maken van industrie, verkeer en luchtvaart tegen acceptabele hinder. Voor wat betreft geluidnormen voor windturbinegeluid wordt dus aangesloten bij hoe dat voor andere bronnen is gedaan. Voor windturbinegeluid is de maximaal toegestane waarde 47 dB Lden, hetgeen qua hinderlijkheid overeenkomt met circa 58 dB L den aan wegverkeerslawaai (8-9% ernstig gehinderd). Voor woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden (minder hinderlijk dan windturbinegeluid op 47 dB L den), maar via een ontheffing kan dit oplopen tot, afhankelijk van het type woning en gebied, 68 dB L den (hinderlijker dan windturbinegeluid op 47 dB Lden).

3

https://www.deinl.nl/programma.html Peer-review is een vorm van kwaliteitsbeoordeling en -controle. Tijdens een peer-review wordt een onderzoek onderworpen aan een (anonieme) toetsing door meerdere vakgenoten. 5 Nederlandse Windenergie Associatie (https://www.nwea.nl/kb/minimumafstand-tussen-windturbines-en-woningen/) 4

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 6

Voor slagschaduw is de rotordiameter van grote invloed op de afstand waarbinnen slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren. In de Activiteitenregeling wordt dit begrensd op 12 maal de rotordiameter. Binnen deze afstand mag gemiddeld op niet meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag slagschaduw optreden. Ook slagschaduw kan, net als geluidemissie, goed worden ingeregeld. Daarom is ook het instellen van een afstandsnorm voor slagschaduw die gerelateerd is aan een ashoogte, niet doeltreffend.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 7

3 Leefomgeving Windturbines kunnen hinder voor de leefomgeving veroorzaken in de vorm van geluid en slagschaduw. Dit hoofdstuk beschrijft potentiële effecten door geluid en slagschaduw op de leefomgeving in het zoekgebied.

3.1 Voorbeeldopstellingen voor geluid- en slagschaduwberekeningen Voor de aspecten geluid en slagschaduw is het nodig om te werken met een voorbeeldopstelling om aan de hand daarvan de effecten van windturbines te toetsen op de leefomgeving. Binnen de (veronderstelde) beschikbare ruimte uit de GIS-analyse is door Pondera daarom een voorbeeldopstelling bepaald voor totaal 12 MW opgesteld vermogen aan windenergie. Deze opstelling bestaat uit 3 windturbines met een ashoogte en rotordiameter van 150 meter.

3.1.1

Opstellingsprincipes voorbeeldopstelling Voor deze voorbeeldopstelling zijn de locaties voor de windturbines zodanig gekozen dat de effecten door windturbinegeluid zoveel mogelijk over het gehele zoekgebied verspreid zijn. Daarnaast is rekening gehouden met het zoveel mogelijk clusteren van het windturbinegeluid met bestaande geluidsbronnen. Tussen de windturbines houdt Pondera een minimale onderlinge windturbineafstand van 4 x de rotordiameter (4D) aan om de onderlinge beïnvloeding te beperken, zoals windafvang en turbulentie. Aan de ene kant treden hierdoor minder productieverliezen op en anderzijds bevordert dit de te verwachten levensduur van windturbines. Een minimale onderlinge windturbineafstand van 4D als vuistregel is een gebruikelijke afstand voor windturbines op land in Nederland. Het is onder voorwaarden echter mogelijk hiervan af te wijken en de windturbines op iets kortere afstand van elkaar te plaatsen (of juist op grotere afstand van elkaar indien de ruimte er is). Dit is echter maatwerk en wordt pas in een vervolgfase voor concrete projecten verkend.

3.1.2

Tweede, geoptimaliseerde voorbeeldopstelling op basis van landschappelijke criteria Naast de voorbeeldopstelling van Pondera, die zich vooral richt op effecten in het gehele zoekgebied, is er in deze notitie een tweede voorbeeldsopstelling onderzocht. Deze opstelling is geoptimaliseerd op basis van landschappelijke criteria, voortvloeiend uit een landschappelijke analyse in opdracht van de gemeente. Ook deze opstelling bestaat uit 3 windturbines met een ashoogte en rotordiameter van 150 meter en houdt rekening met zowel een afstand van minimaal 4 x de rotordiameter als met de (veronderstelde) beschikbare ruimte voor windenergie uit de GIS-analyse door Pondera. Voor deze tweede, geoptimaliseerde voorbeeldopstelling zijn er, aanvullend aan de toetsing aan de Nederlandse geluidsnorm voor windturbines van Lden 47 dB en Lnight 41 dB, ook berekeningen uitgevoerd in het kader van de richtlijn Laagfrequent geluid van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) en de Vercammen-curve. Daarnaast zijn er voor deze voorbeeldopstelling het maximale aantal minuten slagschaduw berekend dat kan optreden per jaar en is er nader onderzoek gedaan naar de invloed door slagschaduw voor het nabijgelegen recreatiegebied Zeumeren, waaronder het strand en diverse campings. Figuur 3.1 toont de twee voorbeeldopstellingen.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 8

Figuur 3.1 Voorbeeldopstellingen

3.2 Geluid In dit hoofdstuk leest u eerst algemene aannames voor de afstanden van windturbines tot geluidgevoelige objecten en voor cumulatief geluid. Daarna worden deze aannames getoetst aan de hand van geluidsberekeningen op basis van de voorbeeldsopstelling. Het geluid van windturbines wordt voornamelijk veroorzaakt door de bewegende rotorbladen van de windturbine. Het Activiteitenbesluit is het kader voor de toetsing van geluid van windturbines in Nederland. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid getoetst aan de waarden L den6=47 dB en Lnight=41 dB7. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten: dit zijn woningen van derden, scholen en ziekenhuizen.

6

De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat van geluidbelasting. Hierbij vindt een weging plaats van de momenten waarop geluidbelasting optreedt; de geluidsproductie tijdens de avond en nacht wordt zwaarder meegewogen dan het geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight om verstoring van nachtrust te voorkomen. 7 Na de uitspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding/Nevele-arrest (ECLI:NL:RVS:2021:1395) mogen de in het Activiteitenbesluit en -regeling (hierna: windturbinebepalingen) opgenomen normen voor geluid van windturbines niet meer zonder meer worden gebruikt als toetsnorm voor windparken tot er een planMER is uitgevoerd voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling. Het is nog niet duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn voor de ‘huidige’ normen.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 9

3.2.1

Afstanden tot geluidgevoelige objecten 400 meter afstand tot geluidgevoelige objecten Pondera heeft in haar GIS-analyse de normen uit het Activiteitenbesluit vertaald naar een richtwaarde van 400 meter voor de aan te houden afstand tot geluidgevoelige objecten. Deze richtwaarde is gebaseerd op vooral ervaringen uit berekeningen voor concrete windenergieprojecten, met als uitgangspunt een lijnopstelling van bovengemiddeld luide windturbines. In veel gevallen kan er met dergelijke afstanden zonder extra geluidvoorzieningen worden voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit van 41 dB Lnight en 47 dB Lden. Wanneer er echter meerdere windturbines op circa 400 meter zijn gelegen van een geluidgevoelige object, zal niet worden voldaan aan de genoemde normstelling (behalve als er zeer stille windturbines worden gerealiseerd) en zijn geluidvoorzieningen nodig. Dit betekent dat bijvoorbeeld in de nachtperiode de windturbine in een gereduceerde modus draait en minder geluid, maar ook minder elektriciteit, produceert. 300 en 500 meter afstand tot geluidgevoelige objecten Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor windturbines wanneer op kortere afstand of juist grotere afstand tot geluidgevoelige objecten aangehouden wordt, zijn ook andere afstandscontouren in beeld gebracht.

Een minimale afstand van 500 meter vanaf woningen zorgt ervoor dat enkel bij het realiseren van zeer luide windturbines of zeer ongunstige opstellingen er noodzaak tot geluidmitigatie zal zijn. Bij bepaalde omstandigheden zoals grote afstand tot andere windturbines, gunstige ligging (bijvoorbeeld ruw terrein waar geluid minder op weerkaatst) en relatief stille windturbines kán de afstand worden verkleind tot circa 300 meter. Forse maatregelen om de geluidproductie van de windturbines te reduceren kunnen bij een afstand van 300 meter nodig zijn om aan de normstelling te kunnen voldoen. Bedrijfswoning op gezoneerd industrieterrein Harselaar-Oost Op het bedrijventerrein Harselaar-Oost bevindt zich één bedrijfswoning binnen het gezoneerde industrieterrein (de geluidzone bevindt zich rondom een klein deel van Harselaar-Oost en niet het gehele bedrijventerrein). Gevoelige objecten op een gezoneerd industrieterrein worden niet getoetst aan de geluidnorm voor windturbines uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Wel dient er een acceptabel woonen leefklimaat voor deze woningen gewaarborgd te blijven. In deze analyse gaat Pondera uit van een toelaatbare grenswaarde voor windturbinegeluid van 50 dB Lden in plaats van 47 dB Lden voor deze woning. De grenswaarde van 50 dB Lden vertaalt Pondera op basis van expert judgement naar een afstand van 300 meter.

Windturbinegeluid van 50 dB Lden is qua ervaren hinderlijkheid vergelijkbaar met circa 63 dB Lden verkeerslawaai. Bij deze veronderstelde grenswaarde wordt verwacht dat het woon- en leefklimaat op het bedrijventerrein gewaarborgd blijft, onder ander omdat het windturbinegeluid door de reeds aanwezige geluidbronnen gemaskeerd wordt. Figuur 3.2 toont de drie hierboven genoemde afstanden van 300, 400 en 500 meter tot geluidgevoelige objecten in het zoekgebied. Figuur 3.2 laat het volgende zien: De potentiële ruimte voor windenergie houdt rekening met alle belemmeringen voor windenergie uit

-

de ruimtelijke analyse (zie hiervoor de bijlage ruimtelijke analyse van het plan-MER). Die ruimte ligt op minimaal 400 meter van woningen (aangegeven met lichtgroene kleur); Daarbij is de ruimte voor windturbines die op een afstand tussen 400 en 500 meter tot woningen ligt, met donkergroene kleur en arcering aangegeven. Op een afstand van meer dan 500 meter tot woningen zijn alleen mogelijkheden in het noordelijke deel (aangegeven met lichtgroene kleur zonder arcering).

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 10

-

Op een afstand tot 300 meter rondom woningen is er geen ruimte voor windturbines in verband met geluid (aangegeven met roze kleur). Op een afstand tussen 300 en 400 meter van woningen ontstaan bij bepaalde omstandigheden eventueel meer gebieden die in potentie geschikt zijn voor windturbines (aangegeven met oranje kleur);

Figuur 3.2 Afstand tot geluidgevoelige objecten: 300, 400 en 500 meter

Meer geluid door grotere windturbines? Het vergroten van de afmetingen van de windturbines zorgt niet per definitie voor extra belemmeringen op het gebied van geluid. Modernere windturbinetypes met een rotordiameter van 150 meter zorgen op gelijke ashoogte soms voor lagere geluidproductie dan windturbinetypes met een rotordiameter van 120 meter. Op grotere ashoogtes is de gemiddelde windsnelheid hoger, wat leidt tot hogere jaargemiddelde geluidemissie. Bij opstellingen met grotere rotordiameters zijn de tussenafstanden groter wat doorgaans leidt tot grotere afstanden tussen woningen en (overige) windturbines. De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat de afstanden die voorheen zijn gehanteerd niet hoeven te worden gewijzigd indien grotere turbines als uitgangspunt worden gehanteerd.

3.2.2 Geluidscontouren aan de hand van een voorbeeldopstelling Om het windturbinegeluid in het zoekgebied te kunnen berekenen, heeft Pondera een voorbeeldopstelling gemaakt volgens de uitgangspunten in paragraaf 3.1.1. Voor deze voorbeeldopstelling is een bovengemiddeld luide windturbine gekozen8 om de geluidcontouren te berekenen, zie Figuur 3.3. Gekozen is voor een bovengemiddeld luide windturbine om effecten niet te onderschatten. Op basis van 8

Enercon E-147 EP5 E2 TES 5500 kW

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 11

de voorbeeldopstelling zijn geen geluidvoorzieningen nodig9 om aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit te kunnen voldoen ter plaatse van geluidgevoelige objecten. Er zijn namelijk geen geluidgevoelige objecten binnen de geluidcontour aanwezig. Het aantal woningen (in totaal en per windturbine) met een geluidbelasting tussen de 42 en 47 dB L den en het aantal verwachte gehinderden is tevens weergegeven in Tabel 3.1. Voor het aantal verwachte (ernstig) gehinderden zijn alle woningen met een geluidbelasting van meer dan 30 dB Lden beschouwd. Deze methodiek is conform de eerder uitgevoerde berekeningen. Figuur 3.3 Geluidcontouren windturbines (geluidnorm Activiteitenbesluit)

Tabel 3.1 Aantal woningen met een bepaalde geluidbelasting en aantal gehinderden

Parameter

Aantal

Per windturbine

Aantal woningen > 47 dB Lden

0

0

Aantal woningen met geluidbelasting 42 > Lden >= 47 dB Lden

53

18

Aantal ernstig gehinderden

21

7

3.2.3 Geluidscontouren voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling Ter aanvulling op de eerste voorbeeldopstelling, waarbij de windturbines enigszins over het zoekgebied verdeeld staan, heeft Pondera het windturbinegeluid tevens voor een landschappelijk geoptimaliseerde

9

Het geluidmodel is niet gedetailleerd genoeg om met 100% zekerheid te kunnen vaststellen of aan normstelling kan worden voldaan, een uitgebreider akoestisch onderzoek zou dit beter vast kunnen stellen.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 12

voorbeeldopstelling berekend. Deze voorbeeldopstelling is gebaseerd op de uitgangspunten in paragraaf 3.1.2. Voor deze opstelling is dezelfde bovengemiddeld luide windturbine gekozen om de geluidcontouren te berekenen, zie Figuur 3.3. In tegenstelling tot de eerste voorbeeldopstelling, zijn er op basis van de landschappelijk geoptimaliseerde versie echter beperkte geluidvoorzieningen nodig bij twee van de drie windturbines10 om aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit te kunnen voldoen ter plaatse van geluidgevoelige objecten. Dit komt doordat de windturbines dichter op elkaar staan, er met relatief luide windturbines is gerekend en de geringere afstand tot één specifieke woning (in het oosten). Met beperkte geluidvoorziening voor de twee oostelijke turbines is aan de geluidnorm te voldoen. De woning waarvoor gemitigeerd moet worden ligt dan precies op de rode contour in onderstaand Figuur 3.4. In dit figuur zijn dan ook geen geluidgevoelige objecten meer aanwezig binnen de geluidcontour van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Het aantal woningen (in totaal en per windturbine) met een geluidbelasting tussen de 42 en 47 dB Lden en het aantal verwachte gehinderden is tevens weergegeven in Tabel 3.2. Figuur 3.4 Geluidcontouren windturbines na toepassing geluidvoorzieningen (geluidnorm Activiteitenbesluit)

Tabel 3.2 Aantal woningen met een bepaalde geluidbelasting en aantal gehinderden (na toepassing geluidvoorzieningen)

Parameter

Aantal

Per windturbine

Aantal woningen > 47 dB Lden

0

0

Aantal woningen met geluidbelasting 42 > Lden >= 47 dB Lden

19

6

10

Het geluidmodel is niet gedetailleerd genoeg om met 100% zekerheid te kunnen vaststellen of aan normstelling kan worden voldaan, een uitgebreider akoestisch onderzoek zou dit beter vast kunnen stellen.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 13

3.2.4

Parameter

Aantal

Per windturbine

Aantal ernstig gehinderden

12

4

Cumulatie met andere geluidbronnen Indien het clusteren van geluidoverlast onderdeel is van het geluidbeleid, dienen zoveel als mogelijk is windturbines op of nabij geluidbronnen op het industrieterrein te worden gerealiseerd. Wanneer de cumulatieve geluidbelasting in en rond het industrieterrein al dusdanig hoog is vanuit een goede ruimtelijke ordening, dat er geen verhoging meer mogelijk is, dan dient er juist naar alternatieve locaties te worden gezocht. Met behulp van aangeleverde gegevens van de omgevingsdienst/gemeente/provincie is de cumulatieve geluidbelasting van de huidige situatie in kaart gebracht. De snelwegen, spoorwegen en het gezoneerde industrieterrein Harselaar zijn beschouwd. Figuur 3.5 laat zien dat vooral in en rond het industrieterrein/bedrijventerrein veel omgevingsgeluid is (hoge cumulatieve geluidbelasting 11). Het toevoegen van windturbinegeluid op deze plek zorgt voor een relatief lage verhoging van de cumulatieve geluidbelasting. Zeker overdag en ’s avonds, als er veel industrielawaai en wegverkeerslawaai is, wordt het windturbinegeluid gemaskeerd. In de nachtperiode zal het windturbinegeluid beter hoorbaar zijn, vanwege de lagere geluidniveaus van andersoortige bronnen (zoals wegverkeer). Figuur 3.5 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie

11

Cumulatieve geluidbelasting waarbij de verschillende geluidbronnen zijn omgerekend naar een vergelijkbaar niveau aan verkeerslawaai qua hinderlijkheid. Zie bijvoorbeeld Hoofdstuk 4 in het Reken- en meetvoorschrift windturbines

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 14

Het windturbinegeluid is vervolgens voor beide voorbeeldopstellingen gecumuleerd met de reeds berekende cumulatieve geluidbelastingen zónder windturbinegeluid, om een inzicht te krijgen in het effect op de cumulatieve geluidbelasting. Dit is weergegeven in Figuur 3.6 t/m Figuur 3.9. Het verschil met de referentiesituatie (zonder windturbines) is per voorbeeldopstelling inzichtelijk gemaakt met stappen van 5 dB, hetgeen gangbaar is om de verslechtering van akoestische kwaliteit aan te geven (bijv. ‘Methode Miedema’). Voor beide voorbeeldopstellingen geldt dat de meest noordelijke windturbine voor weinig verslechtering van akoestische kwaliteit zorgt. Dit komt doordat geluid daar al aanwezig is in de vorm van onder andere het wegverkeerslawaai. Enkel in de directe omgeving van de windturbine is een verslechtering van meer dan 5 dB geconstateerd. Daar zijn echter geen geluidgevoelige objecten (zoals woningen) gesitueerd. De twee zuidelijke windturbines zorgen bij beide opstellingen in een groter gebied voor verslechtering van de cumulatieve geluidbelasting, gezien de afwezigheid van andere geluidbronnen in dit zuidelijke deel. Bij de opstelling waarbij de drie windturbines over het zoekgebied verdeeld zijn, is de toename in cumulatieve geluidsbelasting iets groter dan bij de landschappelijk geoptimaliseerde opstelling.

In de huidige berekeningen is de geluidbelasting van wegverkeer gebaseerd op door de gemeente aangeleverde gegevens van de snelweg A1 en de spoorweg. Autowegen (anders dan de A1, bijvoorbeeld de gemeentelijke wegen) zijn echter buiten beschouwing gelaten. De N800, ten zuiden van het zoekgebied, zou lokaal voor een hoger geluidniveau in de referentiesituatie kunnen zorgen wat mogelijk kan leiden tot een beperktere verhoging. Figuur 3.6 Cumulatieve geluidbelasting met 3 windturbines die verdeeld zijn over het zoekgebied

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 15

Figuur 3.7 Toename in cumulatieve geluidbelasting door 3 windturbines die verdeeld zijn over het zoekgebied

Figuur 3.8 Cumulatieve geluidbelasting door landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 16

Figuur 3.9 Toename in cumulatieve geluidbelasting door landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling

3.2.5

Geluid ter plaatse van nabijgelegen campings De voorgaande berekeningen laten voor beide voorbeeldopstellingen zien dat er ter plaatse van het nabijgelegen recreatiegebied Zeumeren, met zijn stranden en de nabijgelegen campings, het geluidniveau van de windturbines niet boven de Nederlandse geluidsnorm uitkomt (zie Figuur 3.3 en Figuur 3.4). Deze geluidsnorm richt zich echter op het toetsen van geluid op de gevel van gevoelige objecten, wat campings niet zijn. Om inzicht te krijgen in de geluideffecten ter plaatse van nabijgelegen campings is daarom een extra analyse uitgevoerd. Het betreft de campings Costa del Zeumeren, camping Zeumeren en De Kleine Stroet. Deze campings liggen op een afstand van circa 1 kilometer ten noorden van de twee noordelijke windturbines. Het recreatiegebied Zeumeren en het zoekgebied voor de windturbines zijn door de snelweg A1 van elkaar gescheiden. Door het reeds aanwezige verkeers- en industrielawaai is er in het recreatiegebied en op de campings een toename in cumulatieve geluidbelasting als gevolg van de windturbines van minder dan 5 dB Lcum te verwachten (zie Figuur 3.7 en Figuur 3.9). In de avond- en nachtperiode valt echter een groot deel van het bestaande verkeers- en industrielawaai weg.

Omdat het geluidniveau van de windturbines in de nachtperiode het hoogst is en dat van wegverkeer het laagst is, is er tevens gekeken naar specifiek de nachtperiode, ondanks dat de nachtperiode al impliciet wordt beschouwd in de Ldenbeoordelingsmaat. Lden staat namelijk voor Day (D), Evening (E) en Night (N) en is een gewogen beoordelingsmaat voor deze 3 perioden, waarin de nachtperiode een straffactor krijgt. Daarnaast geldt er tevens een norm voor specifiek in de nachtperiode (Lnight).

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 17

De jaargemiddelde geluidniveaus van de nachtperiode van het windturbinegeluid en het wegverkeerslawaai zijn voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling bepaald en weergegeven in Figuur 3.10. In Tabel 3.3 zijn deze geluidniveaus voor de drie nabijgelegen campings aangegeven. Hierbij is geen correctie voor hinderlijkheid door windturbinegeluid toegepast (zoals beschreven in Hoofdstuk 4 van het Reken- en meetvoorschrift windturbines). De dosis-hinderrelatie12 is namelijk gebaseerd op een jaargemiddelde geluidbelasting voor permanente bewoners die in een woning verblijven. Er is echter niet bekend hoe hinderlijk windturbinegeluid is voor campinggasten. Door de lagere geveldemping van tenten, caravans en/of campers kunnen de binnenniveaus afwijken van gemiddelde woningen bij een vergelijkbare geluidbelasting. In deze analyse is daarom gekeken naar het verschil in dB(A) tussen het jaargemiddelde nachtelijke geluidniveau van verkeerslawaai en windturbinegeluid. Tabel 3.3 Geluidbelasting nachtperiode nabijgelegen campings Toetspunt

Verkeerslawaai Lnight [dB(A)]

Windturbinegeluid Lnight [dB(A)]

Verschil [dB(A)]

Costa del Zeumeren

51,2

35,0

16,2

De Kleine Stroet

45,4

32,9

12,5

Camping Zeumeren

49,1

31,3

17,8

Conclusie De jaargemiddelde geluidbelasting in de nachtperiode van het wegverkeer is (ruim) meer dan 10 dB(A) hoger dan dat van de windturbines en het windturbinegeluid zal daarmee grotendeels worden gemaskeerd. Ondanks dat het windturbinegeluid ruim 10 dB(A) lager is, zou het kunnen dat het op bepaalde specifieke momenten alsnog hoorbaar is en van het wegverkeerslawaai te onderscheiden valt omdat windturbinegeluid over het algemeen als hinderlijker wordt ervaren dan wegverkeerslawaai. Door het doorgaans grote verschil in dB(A) is het echter aannemelijk dat het geluid van de windturbines ook ‘s nachts door het reeds aanwezige geluid van verkeer van de A1 gemaskeerd wordt. Vooral in de zomerperiode, waar over het algemeen lagere windsnelheden worden verwacht dan in de winter- of herfstperiode.

12

In het Reken- en meetvoorschrift zijn formules gegeven om windturbinegeluidniveaus om te rekenen naar een geluidniveau voor verkeerslawaai waarmee het percentage aantal (ernstig) gehinderden overeenkomt

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 18

Figuur 3.10 Jaargemiddelde geluidniveaus in de nachtperiode (landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling)

3.2.6

Laagfrequent geluid landschappelijk geoptimaliseerde opstelling In Nederland bestaat er geen specifieke wet- en regelgeving voor laagfrequent geluid van windturbines. De huidige Nederlandse norm voor windturbinegeluid beslaat namelijk het hele geluidsspectrum, dus ook laagfrequent geluid. Recentelijk is er in de Nederlandse media echter veel discussie over laagfrequent geluid van windturbines en heeft de gemeente in gesprekken met de omgeving veel zorgen over laagfrequent geluid opgehaald. Vanwege de actualiteit van dit onderwerp en de daarmee verbonden zorgen onder omwonenden is ervoor gekozen om ook een kwantitatieve toetsing aan laagfrequent geluid in deze notitie op te nemen. Voor het beoordelen van laagfrequent geluid bestaan in Nederland twee richtlijnen (geen normen), namelijk de richtlijn Laagfrequent geluid van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) en de Vercammen-curve. De zogeheten referentiecurve van de NSG-richtlijn is een middel om inzichtelijk te maken hoe waarneembaar de bron is (90% van doorsnee 55-jarigen hoort geluid onder deze referentiecurve niet). De Vercammen-curve kan gebruikt worden om de hinderlijkheid van de bron in kaart te brengen. Bij overschrijding van deze curve zou 3-10% van de doorsnee-bevolking hinder kunnen ondervinden. Bij beide richtlijnen wordt het geluidniveau binnenin een woning getoetst.

Deze richtlijnen worden soms door de Nederlandse rechtbank gebruikt om uitspraak te doen over (hinder door) laagfrequent geluid. Voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling zijn berekeningen uitgevoerd voor toetsing aan zowel de NSG- als de Vercammen-curve. Voor de maatgevende woning, waar de geluidbelasting met

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 19

het voorbeeld windturbinetype na toepassing van geluidvoorzieningen 47 dB Lden bedraagt, is een inschatting gegeven voor geluidniveaus in het laagfrequente spectrum (10 – 160 Hz) binnenin de woning en vergeleken met de Vercammen-curve (hinderlijkheid) en de NSG-curve (waarneembaarheid).

Uitgangspunten Er is gerekend met een Siemens SWT-DD-130. In tegenstelling tot de gehanteerde voorbeeld windturbine (Enercon E147) zijn er van deze windturbine uitgebreide gegevens beschikbaar met betrekking tot laagfrequent geluid13. Voor diverse windsnelheden zijn tertsgegevens bekend vanaf 10 Hz. Voor reguliere geluidberekeningen zijn enkel octaafbandgegevens vanaf 31 Hz benodigd. Daarnaast is dit een relatief luide windturbine waardoor de effecten niet worden onderschat. Zonder het toepassen van geluidvoorzieningen kan dit windturbinetype op deze locatie niet gerealiseerd worden en bedraagt de geluidbelastingen op de gevel 48 dB Lden (vergelijkbaar met de Enercon E147 uit de eerdere berekeningen). Uit de octaafbandgegevens blijkt dat de Enercon E147 EP5 E2 minder laagfrequent geluid produceert dan de Siemens SWT-DD-130. De geluidniveaus (octaafbanden van 31 t/m 125 Hz) zijn berekend op de gevel (overdracht conform Reken- en meetvoorschrift windturbines). Vervolgens zijn de octaafbanden teruggerekend naar tertsniveaus en is een geveldemping per terts toegepast. De geveldemping, waarmee de gevelbelasting wordt omgerekend naar een binnenniveau, gaat uit van een 15 dB reductie bij 100 Hz en loopt af naar lagere frequenties met 3 dB per octaaf14. De reductie is hieronder weergegeven. De hier gehanteerde geveldemping wordt als een conservatieve/lage geveldemping verondersteld15.

Dit betekent dat er ook woningen zijn met een afwijkende geveldemping waarbij de binnenniveaus hoger of lager kunnen zijn. De geluidbelasting wordt berekend voor een windsnelheid op ashoogte van 12 m/s. Dit is circa 2 dB(A) hoger dan het jaargemiddelde, en zorgt voor een worst-case benadering. Volgens de geluidgegevens van de fabrikant neemt daarnaast het aandeel laagfrequent geluid toe met oplopende windsnelheid op ashoogte. Het geluidniveau bij een windsnelheid op ashoogte van 12 m/s ter plaatse van de woning (gevel) bedraagt 44 dB(A).

Tabel 3.4 Gehanteerde geveldemping Frequentie [Hz]

10

12

16

20

25

31

40

50

63

80

100

125

160

Reductie [dB]

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

15

16

De geluidbelasting van de laagfrequente frequentiebanden ter plaatse van Wencopperweg 70, de maatgevende woning voor deze opstelling en windturbines, per octaafband bij een windsnelheid van 12 m/s is hieronder weergegeven. Ook de omrekening naar de geluidbelasting per terts is weergegeven.

13

Van de eerder gehanteerde Enercon E-147 EP5 E2 TES 5500 kW zijn geen gegevens beschikbaar voor laagfrequent geluid. 14 Laagfrequent geluid in de omgeving van industrieterrein Lage Weide ten behoeve van mogelijke ontwikkeling windturbines. Peutz, FA 20267-3-RA-002, 15-5-2013 15 In andere bronnen worden hogere geveldempingen geconstateerd, zoals in bijv. “Laagfrequent geluid Oriënterende studie naar de ontwikkeling van laagfrequent geluid in Nederland”, LBP SIGHT, R056087aa.00001.tc, 21-7-2017 of “Bekendtgørelse om støj fra vindmøller”, Deense overheid, 7-2-2019

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 20

Tabel 3.5 Binnenniveaus met Siemens SWT-DD-130 windturbines Freq (octaaf) [Hz]

25

31,5

40

50

63

80

Geluidniveau [dB(A)] (per octaaf)

22,24

125

160

Geluidniveau [dB(A)] (per terts)

13,28

15,68

20,38

23,08

34,18

29,18

22,32

28,32

25,82

Geveldemping [dB]

9

10

11

12

13

14

15

15

16

Binnenniveau [dB(A)]

4,28

5,68

9,38

11,08

21,18

15,18

7,32

13,32

9,82

35,62

100 30,91

Het A-gewogen binnenniveau is vervolgens omgerekend naar ongewogen binnenniveau en vergeleken met de Vercammen-curve en de NSG-curve, waarvan het resultaat is weergegeven in Figuur 3.11. De waardes van deze twee curves zijn weergegeven in Tabel 3.5. Figuur 3.11 Binnenniveau laagfrequent geluid Wencopperweg 70

Uit de berekeningen blijkt dat binnen de woning aan Wencopperweg 70, waar zonder geluidmitigatie een geluidbelasting van 48 dB Lden wordt verwacht, de NSG-curve en de Vercammen-curve onder de geschetste worst-case omstandigheden worden overschreden. Dit betekent dat het geluid waarneembaar is, maar ook hinder kan veroorzaken. Bij een geluidbelasting van 48 dB L den aan windturbinegeluid

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 21

ondervindt circa 10% van de mensen ernstige hinder binnenshuis16. Deze hinder wordt veroorzaakt door het totaal aan hoorbare geluid, dus ook door het laagfrequente deel van windturbinegeluid, waar de Vercammen-curve wordt overschreden en 3-10% van de mensen hinder ondervindt. De resultaten zijn hieronder weergegeven in Tabel 3.6. Tabel 3.6 Resultaten laagfrequent geluid – vet = hoorbaar (NSG), onderstreept = mogelijk hinderlijk (Vercammen) Freq (octaaf) [Hz]

25

31,5

40

50

63

80

100

125

160

Vercammen-curve [dB]

64,7

59,4

54,6

50,2

46,2

42,5

39,1

36,1

--

NSG-curve [dB]

62

55

46

39

33

27

22

--

--

Binnenniveau [dB(A)]

4,3

5,7

9,4

11,1

21,2

15,2

7,3

13,3

9,8

Weging dB(A) naar dB*

44,7

39,4

34,6

30,2

26,2

22,5

19,1

16,1

13,4

Binnenniveau [dB]

49,0 45,1 44,0 41,3 47,4 37,7 26,4 29,4 23,2 * De A-weging corrigeert de geluidniveaus voor de gevoeligheid van het menselijk oor. Hele lage frequenties zijn bijv. veel minder goed hoorbaar. Doorgaans worden geluidniveaus A-gewogen gepresenteerd, echter zijn de Vercammencurve en de NSG-curve ongewogen en dient er een omrekening plaats te vinden.

Conclusie Uit de berekening blijkt dat er plaatse van de maatgevende woning de NSG-curve kan worden overschreden. Dit betekent dat een deel van de doorsnee bevolking deze geluidniveaus waar kan nemen bij de geschetste omstandigheden (windturbine met veel laagfrequent geluid, hoge windsnelheid op ashoogte, korte afstand tot windturbine en conservatieve inschatting voor geveldemping). Ook de Vercammen-curve kan (onder dezelfde omstandigheden) net overschreden worden. Bij lagere windsnelheden, wanneer zowel het totale geluidniveau als het aandeel laagfrequent geluid lager is, zal er geen overschrijding zijn van de Vercammen-curve. Ook zal de benodigde mitigatie ervoor zorgen dat er minder vaak sprake zal zijn van overschrijding van de Vercammen-curve. Voor de Vercammen-curve geldt dat wanneer het geluidniveau rondom deze curve ligt er 3-10% van de doorsnee bevolking hinder kan ondervinden van dit laagfrequente geluid. Voor windturbinegeluid is het aannemelijk dat een deel van de hinder bij de 10% ernstig gehinderden bij een geluidbelasting van 48 dB L den (8% ernstig gehinderden bij 47 dB Lden) wordt veroorzaakt door het laagfrequente component van windturbinegeluid.

Omdat er een verschil van 2 dB is tussen het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht-periode en het maximale geluidniveau (resultaten in Tabel 3.6), ligt het jaargemiddelde geluidniveau van deze (luide) windturbine onder de Vercammen-curve, maar kan bij hoge windsnelheden op ashoogte het geluidniveau boven de Vercammen-curve komen.

16

“Hinder door geluid van windturbines”, TNO, 2008-D-R1051/B, oktober 2008

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 22

3.3 Slagschaduw De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen als de zon schijnt. Deze zogenaamde slagschaduw kan onder bepaalde omstandigheden hinderlijk zijn doordat ze ervaren wordt als flikkering. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie en de intensiteit van de flikkering en de blootstellingduur. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon en het al dan niet draaien van de windturbine zijn daarbij bepalende aspecten.

3.3.1

Altijd mitigatie nodig voor slagschaduw in het zoekgebied Ongeacht de locatie van windturbines in het zoekgebied zijn stilstandvoorzieningen benodigd om aan de normstelling voor slagschaduw volgens de ‘Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ te kunnen voldoen. Om tot deze conclusie te komen heeft Pondera de slagschaduwcontouren van de eerder gepresenteerde voorbeeldopstellingen berekend (zie Figuur 3.12 en Figuur 3.13). De figuren geven voor de twee voorbeeldopstellingen weer waar geluidgevoelige objecten overlappen met de berekende slagschaduwcontouren. Ook zijn het aantal woningen met slagschaduw en het aantal woningen met gemiddeld meer dan 6u per jaar aan slagschaduw (totaal en per windturbine) berekend en weergegeven in Tabel 3.7 en Tabel 3.8. Figuur 3.12 Slagschaduwcontouren voor de voorbeeldopstelling met 3 windturbines verdeeld over het zoekgebied (zonder mitigatie)

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 23

Tabel 3.7 Aantal woningen met slagschaduw voor de voorbeeldopstelling met 3 windturbines verdeeld over het zoekgebied (zonder mitigatie)

Parameter

Totaal

Per windturbine

Aantal woningen met slagschaduw

1085

362

Aantal woningen met >6u per jaar aan slagschaduw

164

55

Figuur 3.13 Slagschaduwcontouren voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling (zonder mitigatie)

Tabel 3.8 Aantal woningen met slagschaduw voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling (zonder mitigatie)

Parameter

Totaal

Per windturbine

Aantal woningen met slagschaduw

258

86

Aantal woningen met >6u per jaar aan slagschaduw

110

37

In tegenstelling tot een aan te houden afstand tussen turbine en object zoals bij geluid, is bij slagschaduw de aan te houden afstand niet goed aan te geven met één afstand. Dat heeft te maken met de stand van de zon: pal ten zuiden van de turbine is er geen slagschaduw, aangezien de zon nooit in het noorden staat. Bij een laagstaande zon (in het oosten en westen als de zon opkomt of ondergaat) is de slagschaduw langer dan een hoogstaande zon uit het zuiden. Zo is op 500 meter ten zuiden van een windturbinelocatie geen slagschaduw mogelijk, maar 500 meter ten westen bijvoorbeeld wel. Er kan dus niet met een generieke afstand tot woningen worden volstaan om de belemmeringen als gevolg van slagschaduw inzichtelijk te maken. De contouren moeten altijd voor een individuele turbineopstelling en de daarbij horende turbineafmetingen berekend worden.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 24

Binnen de invloedsafstand van slagschaduw liggen naar verwachting altijd gevoelige objecten in het zoekgebied. Omdat slagschaduwhinder in de praktijk goed gemitigeerd kan worden (zonder relatief veel elektriciteitsverlies door stilstand) door het toepassen van een stilstandsvoorziening, is slagschaduw in het algemeen geen beperkende factor waar bij de positionering van windturbines rekening mee gehouden hoeft te worden. Daarmee is het aanhouden van de afstanden voor geluid in eerste aanleg ook voldoende voor slagschaduw, aangezien daarmee de grootste slagschaduweffecten al worden ondervangen.

3.3.2

Maximaal 17 dagen per jaar slagschaduw De “Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” meldt dat windturbines een automatische stilstandsvoorziening moeten bezitten indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, voor zover de afstand tussen de woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden17. Deze norm wordt vertaald in 17 dagen x 21 minuten per jaar = 5 uur en 57 minuten, afgerond 6 uur per jaar. Dit is een conservatieve vertaling van de norm, aangezien hierbij ook alle dagen met minder dan 20 minuten schaduw worden meegerekend die conform de norm buiten beschouwing gelaten mogen worden.

3.3.3

Hoe lang moet de turbine stil staan? De ervaring leert dat het beperken van de slagschaduwhinder (het terugbrengen tot een hoeveelheid slagschaduw per jaar waarbij aan normstelling wordt voldaan) ten koste gaat van relatief weinig energieopbrengst. De mate van stilstand (en bijbehorend opbrengstverlies) is afhankelijk van de grootte en de posities van de windturbines. Voor de twee voorbeeldopstellingen heeft Pondera de verwachte stilstandstijd berekend die nodig zal zijn om aan de normen voor slagschaduw te kunnen voldoen. Hiervoor is voor objecten waarbij meer dan 6 uur slagschaduw per jaar wordt verwacht, de slagschaduwduur teruggebracht naar jaarlijks 0 uur18. In het geval van de objecten waarvoor jaarlijks 6 uur of minder dan 6 uur slagschaduw verwacht wordt, voldoen de windturbines aan de norm en behoeven geen mitigatie. De verwachte stilstandstijd conform het voorgaande zou voor de voorbeeldopstelling waarbij de windturbines over het zoekgebied verdeeld zijn, jaarlijks gemiddeld 4 % van de tijd per turbine bedragen. Dit is een conservatieve schatting. Wanneer tot 6 uur (ipv 0 uur) per jaar wordt gemitigeerd zal de stilstand minder zijn. De verwachte stilstandstijd (uur: minuten) is in Tabel 3.9 uitgesplitst per windturbine.

17

Na de uitspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding/Nevele-arrest (ECLI:NL:RVS:2021:1395) mogen de in het Activiteitenbesluit en -regeling (hierna: windturbinebepalingen) opgenomen normen voor slagschaduw van windturbines niet meer zonder meer worden gebruikt als toetsnorm voor windparken tot er een planMER is uitgevoerd voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling. Het is nog niet duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn voor de ‘huidige’ normen. 18

Mitigeren naar 0 uur per jaar is verder dan de vertaling van de norm van 6 uur per jaar, maar het is praktisch lastig om stilstand te berekenen tot 6 uur per jaar.

Locatieonderzoek windenergie Barneveld 720159 | Aanvullende notitie | Definitief v2.0 | 18-6-2021 Pagina 25

Tabel 3.9 Verwachte stilstand per windturbine voor de opstelling met 3 windturbines verdeeld over het zoekgebied Windturbine

Verwachte stilstand per jaar [uu:mm]

Verwachte stilstand per jaar [%]

1

235:25

2,7%

2

403:51

4,6%

3

423:41

4,8%

Gemiddeld

354:19

4,0%

De verwachte stilstand voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling zou jaarlijks gemiddeld 3% van de tijd per turbine bedragen. Dit is een conservatieve schatting. Wanneer tot 6 uur (ipv 0 uur) per jaar wordt gemitigeerd zal de stilstand minder zijn. De verwachte stilstandstijd (uur: minuten) is in Tabel 3.9 uitgesplitst per windturbine. Tabel 3.10 Verwachte stilstand per windturbine voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldopstelling

3.3.4

Windturbine

Verwachte stilstand per jaar [uu:mm]

Verwachte stilstand per jaar [%]

1

265:00

3,03%

2

289:05

3,30%

3

256:46

2,93%

Gemiddeld

270:17

3,09%

Slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen recreatie en campings Aanvullend op de slagschaduwcontouren zijn er voor het strand van Zeumeren en de drie nabijgelegen campings (gelijk aan de geluidberekeningen) berekeningen uitgevoerd om te bepalen tijdens welke maanden er slagschaduw op kan treden. Deze berekeningen zijn er voor de landschappelijk geoptimaliseerde voorbeeldsopstelling uitgevoerd. Ter plaatse van het strand treedt er volgens de berekeningen geen slagschaduw op in de periode tussen maart en oktober. In de zomermaanden staat de zon namelijk hoger boven de horizon en reikt de slagschaduw minder ver dan in de wintermaanden. Ook het punt waar de zon opkomt varieert gedurende het jaar en is van invloed op de maanden waarop slagschaduw op kan treden. Tussen eind oktober en medio februari treedt slagschaduw in het recreatiegebied in de ochtend en in de middag op. Ter plaatse van de campings treedt tussen medio oktober en begin maart slagschaduw op. Er is variatie tussen de verschillende campings en ook de tijden waarop slagschaduw op kan treden is locatie-afhankelijk. In het toeristische seizoen (maart tot oktober) treedt geen slagschaduw op op de campings en op het strand van de Zeumerse plas. De grafische kalenders, waarop weergegeven wordt wanneer op de verschillende toetspunten in het jaar er slagschaduw op kan treden, zijn bijgevoegd als bijlage bij deze notitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f0213c75-3296-4339-bef7-d3f884f575fb