Structuurvisie_Wind_ontwerp.pdf
Tekst van het document
GOEDE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Een goede landschappelijke inpassing is één van de uitgangspunten van deze structuurvisie. In Deel A is dit reeds veelvuldig benoemd. Aangegeven is dat de inpassing van kleinschalige windenergie andere uitgangspunten kent als de inpassing van grootschalige windenergie. Waar kleinschalige windenergie zich weet te voegen in de bestaande laag van bebouwing en begroeiing, voegt grootschalige windenergie een nieuwe laag aan het landschap toe.
32
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
KLEINSCHALIGE WINDENERGIE Randvoorwaardelijk voor een goede inpassing is een beperkte ashoogte van de windturbines. Dit heeft als resultaat dat de windturbines op afstand wegvallen achter bomen en gebouwen. Mits landschappelijk verantwoord is een maximale ashoogte van 35 meter mogelijk. Op basis van een gelijke rotordiameter (35 meter) bedraagt de tiphoogte circa 50 meter. Bij hogere ashoogten zijn de windturbines over grotere afstanden beleefbaar en is er niet langer sprake van een lokale ingreep. Het huidige ruimtelijke beleid rondom kleinschalige windenergie is verwoord
Kleinschalige windturbines kunnen, veelal individueel, in het bestaande landschap worden geplaatst. De turbines gaan een relatie met de omgeving aan, naar verwachting niet met elkaar. Dit vraagt geen verdere voorwaarden voor uniformiteit van turbines.
REGEL Kleinschalige windenergie kent maximaal 35 meter ashoogte en 50 meter tiphoogte.
in het bestemmingsplan Buitengebied 2012. Hierin is aangegeven dat tot 20 meter mogelijk is, als dit niet leidt tot een onevenredige afbreuk aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. Uit ervaring blijkt dat deze regeling voldoet. Een vergroting van de ashoogte kan meer impact hebben op het landschap en vraagt een beknopt inpassingsonderzoek. REGEL Voor windturbines tussen de 20 en 35 meter ashoogte zal initiatiefnemer een landschapsinpassingsplan opstellen Kleinschalige windturbines vallen op afstand weg achter bomen en gebouwen.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
33
REALISATIEGEBIED GROOTSCHALIGE WINDENERGIE In aanloop naar de Structuurvisie Wind is onderzocht 36 welke mogelijkheden het landschap in zoekgebied5, voor zover ten zuiden van de A1, biedt aan 3 grootschalige windturbines. In dit onderzoek wordt de voorkeur uitgesproken voor een herkenbare en samenhangende opstelling. Om windturbines te ordenen tot herkenbare en te begrijpen opstellingen die samenhangen met bestaande landschappelijke structuren, zijn er verschillende basale ordeningsprincipes, die bij de vormgeving van zo’n optelling gehanteerd kunnen worden. De landschappelijke studie leert dat herkenbaarheid in gebied 5 een cluster- of lijnopstelling vraagt. REGEL Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in een cluster- of lijnopstelling
In en direct nabij het zoekgebied liggen enkele grootschalige structuren. Deze structuren bundelen zich met name in de driehoek bij Bosch beton en Vink. Aansluiting bij deze locatie houdt het landschap leesbaar. Een verkenning van de schaalniveaus laat zien dat windturbines van 150 meter (ashoogte en rotordiameter) hier in schaal passen. De driehoek is ook veelgenoemd in de windgesprekken. Dit gebied is opgenomen als realisatiegebied. REGEL Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in het realisatiegebied
Grotere hoogte van turbines en grotere omvang van rotoren leidt automatisch tot grotere afstanden tussen turbines. Omdat een turbine de windvangst van een achterliggende turbine beïnvloedt is afstand tussen de turbines nodig. De afbeeldingen illustreren de plaatsing van turbines in diverse opstellingen. Boven: opstelling in een lijn. Onder: opstelling in een cluster
34
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
Die afstand wordt afgeleid van de omvang van de draaicirkel en bedraagt vaak 3 tot 6 keer de rotordiameter. Om de gewenste samenhang te realiseren is het belangrijk de onderlinge afstand zo klein mogelijk te houden. Bovendien leidt concentratie tot een kleiner visueel effect op de ruimte37. Vanuit levensduur en rendementseisen is een afstand van 4 keer de rotordiameter vaak minimum. Afhankelijk van de uiteindelijke realisatiegrootte betekent 4 keer rotordiameter een afstand van circa 600 meter. Een grotere onderlinge afstand, door een grotere rotordiameter of meer dan 4x de rotordiameter, is niet gewenst. REGEL Onderlinge afstand bedraagt maximaal 4x rotordiameter Zowel vanuit de gewenste samenhang tussen windturbines als de samenhang met de omliggende structuren is het belangrijk dat de windturbines worden beperkt in afmetingen.
Grootschalige windturbines passen in de maat en schaal van het omliggende (infrastructrele) landschap. Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
35
REGEL Ashoogte bedraagt maximaal 150 meter, rotordiameter bedraagt maximaal 150 meter
Vanuit landschap is het belangrijk dat de cluster- of lijnopstelling regelmatig is vormgegeven. Door deze regelmaat ontstaat een sterke onderlinge samenhang, hetgeen gewenst is om de turbines zo goed mogelijk in te passen. Dit betekent dat alle turbines dezelfde hoogte, kleurstelling en turbine-uiterlijk hebben. Ook in inrichting van het basement dient aandacht aan deze regelmatigheid te worden gegeven. REGEL De turbines zijn uniform (in vormgeving) en hebben een gelijke onderlinge afstand
9.3 | GELUID Als windturbines draaien, produceren ze elektriciteit én geluid. De draaiende rotorbladen van windturbines veroorzaken het meeste geluid. De hoeveelheid geluid is vooral afhankelijk van de tipsnelheid (ofwel rotordiameter en toerental) en de vormgeving van de rotorbladen. Ook de bewegende delen in de gondel, zoals de generator en de tandwielkast, veroorzaken (beperkt) geluid. In de directe omgeving van het realisatiegebied zijn meerdere geluidsgevoelige bestemmingen aanwezig (reguliere woningen). Het woon- en leefklimaat bij de woningen mag maar beperkt worden beïnvloed met de komst van windenergie. Deze woningen zijn op basis van de Wet Geluidshinder (Wgh) beschermd tegen geluidsoverlast. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling heeft de Rijksoverheid normen vastgelegd waarmee de mate waarin geluid het woon- en leefklimaat in omliggende woningen beïnvloedt wordt geregeld.
36
KEUZE REALISATIEGEBIED GROOTSCHALIGE WINDENERGIE Met de aanwijzing van het realisatiegebied worden windturbines gerealiseerd in een gebied met relatief weinig omwonenden en op een al geluid belaste locatie. Snelweg, bedrijventerrein en spoor zorgen hier voor veel omgevingslawaai. De keuze van de realisatie van drie windturbines in een cluster en direct nabij andere geluidsbronnen is essentieel om zowel het aantal gehinderden als de hindertoename per gehinderde te beperken. Bij de doorrekening van de voorbeeldopstelling komt dit uit op 4 ernstig gehinderden per turbine. Hoewel dit er idealiter nog steeds 4 te veel zijn, is dit gelet op de alternatieven onderzocht in het MER en in het locatieonderzoek acceptabel. Zeker gelet op het gegeven dat de toename van cumulatieve geluidsbelasting, door te kiezen voor het realisatiegebied, relatief klein is. Dit ligt in lijn met de keuze in het MER om locaties waarbij andere geluidsbronnen het geluid van windenergie deels zullen maskeren positiever te beoordelen.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
ACTUALITEIT Op 30 juni 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid38 . Deze uitspraak heeft gevolgen voor het toepassen van de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Deze algemene regels zijn namelijk niet op de juiste wijze tot stand gekomen. Dit heeft tot gevolg dat bij het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen niet meer van deze algemene regels kan worden uitgegaan, totdat voor deze regeling in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een zogenaamde PlanMER is uitgevoerd. Naar inschatting van de Rijksoverheid zal dit traject begin of medio 2023 zijn afgerond. De Raad van State heeft zich nadrukkelijk niet uitgesproken over de normering zelf. De geluidsnormering is gebaseerd op onderzoek van TNO naar de ervaren hinderlijkheid van windturbinegeluid. Bij de normwaarde van 47 dB Lden wordt verwacht dat ongeveer 8 procent van de omwonenden ernstige hinder zal ondervinden. In de Nederlandse regeling is aanvullend een afzonderlijke norm opgenomen voor de nachtperiode om slaapverstoring te voorkomen (Lnight =41 dB). In de kamerbrief d.d.
14-2-202039 geeft de minister aan het percentage ernstig gehinderden bij 47 dB Lden goed vergelijkbaar is met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Dit wordt ook bevestigd in het locatieonderzoek. De minister schrijft verder dat ook de nachtrust voldoende wordt beschermd. Met de bescherming tegen hinder en slaapverstoring wordt aangesloten bij de meest recente wetenschappelijke inzichten. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) doet de voorwaardelijke aanbeveling om de geluidniveaus door wind turbines te reduceren tot 45 dB (Lden), omdat het geluid van wind turbines boven dit niveau is geassocieerd met negatieve gezondheidseffecten. De WHO heeft geen aanvullende advieswaarde voor de nachtperiode.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
37
Voor individuele windturbines is de normering met de uitspraak van de Raad van State niet gewijzigd. GEEN GEVOLGEN VOOR STRUCTUURVISIE WIND De tabel in hoofdstuk 5 toont dat het aantal ernstig gehinderden bij plaatsing in het realisatiegebied relatief beperkt is in vergelijking tot de mogelijke alternatieven. Een andere normering zal daarmee niet tot een ander voorkeursgebied leiden. Verwacht wordt bovendien dat de door de Rijksoverheid te doorlopen PlanMER procedure de normering niet significant zal doen wijzigen. Het aantal gehinderden ligt immers in lijn met andere geluidsbronnen. In de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de voorliggende structuurvisie is dan ook uitgegaan van de bestaande normering. Op basis van het locatieonderzoek blijkt in het realisatiegebied, met beperkte geluidsvoorzieningen, voldaan kan worden aan de 47 dB Lden en 41 Lnight. Daarbij is uitgegaan van een worstcase aanname (luide windturbine). Een zeer beperkte aanpassing van de norm zal daarom naar inschatting niet leiden tot een significant andere uitkomst. De tabel in hoofdstuk 5 toont bovendien dat het aantal ernstig gehinderden bij plaatsing in het realisatiegebied relatief beperkt is in vergelijking tot de mogelijke alternatieven. Een andere normering zal daarmee niet tot een ander voorkeursgebied leiden.
Ten tijde van de vergunningverlening voor de realisatie van grootschalige windenergie dient zekerheid te bestaan over de te hanteren normen. Het ministerie verwacht eind 2022 deze duidelijkheid te kunnen verschaffen, waarna vergunningverlening mogelijk is. Dit past binnen het verwachte proces en de verwachte planning voor de realisatie van grootschalige windenergie in Barneveld. Mocht het ministerie deze planning niet halen, dan kan gemeente Barneveld haar eigen normen vaststellen. Voor de realisatie van kleinschalige windenergie blijft de landelijke norm toepasbaar.
LAAG FREQUENT GELUID
Met het opnemen van de Vercammencurve als normering heeft de gemeente bovendien de mogelijkheid om bij onverwachte overlast, zoals bijvoorbeeld elders in Nederland is voorgekomen (windpark N33), handhavend op te treden. Om hier adequaat in te kunnen handelen zal initiatiefnemer in de gebruiksfase het normale bronvermogen van de windturbine verplicht moeten kunnen meten.
De windgesprekken leerden dat overwegend veel gesprekspartners zorgen hebben over het aspect laag frequent geluid. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling wordt deze vorm van geluid niet specifiek genormeerd. De Nederlandse normen voor windturbinegeluid beslaan het hele geluidsspectrum, dus ook laagfrequent geluid. Recent literatuuronderzoek van het RIVM40 toont aan dat laagfrequent geluid van windturbines niet voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan regulier geluid.
REGEL Aanvullend aan de landelijke normering geldt een normering voor laag frequent geluid (Vercammencurce)
Tegelijkertijd blijk bij windpark N33 (Veendam, Midden Groningen en Oldambt) onverwacht veel laagfrequent geluid aanwezig te zijn. Dit geluid heeft daar tot vele klachten geleid onder omwonenden. Het lang verwachte literatuuronderzoek van klinisch fysicus Jan de Laat (LUMC) zal naar verwachting beweren dat met name laag frequent geluid schadelijk kan zijn voor de gezondheid en onder omstandigheden hartproblemen kan veroorzaken. Hoewel dit onderzoek nog niet is gepubliceerd geeft het wel reden tot voorzichtigheid.
REGEL Initiatiefnemer zal het normale bronvermogen verplicht meten, waardoor adequaat gehandhaafd kan worden.
CUMULATIE MET WINDTURBINES Indien er meer windturbines worden of zijn gerealiseerd (of in deze realisatie wordt voorzien) zal het totale geluidsniveau van al deze turbines worden beoordeeld. Dit cumulatieve geluidsniveau zal bij meerdere turbines immers meer bedragen dan het geluidsniveau van een individuele turbine. Dit betekent bijvoorbeeld dat in het geval een aanvraag binnenkomt voor bijvoorbeeld één grootschalige windturbine, rekening moeten worden gehouden met de realisatie van de overige twee. Daarbij wordt, mede vanuit landschappelijke redenen, uitgegaan van dezelfde windturbine. Dit betekent aanvullend ook dat de realisatie van kleinschalige windenergie in en direct rond het realisatiegebied alleen mogelijk is, indien aangetoond kan worden dat dit niet leidt tot beperkingen in de realisatie van grootschalige windenergie.
Gegeven de zorgen geuit in windgesprekken en de actualiteit van dit onderwerp zal laag frequent geluid expliciet worden opgenomen als voorwaarde. In normering wordt aangesloten bij de zogenaamde Vercammencurve. Deze curve wordt in Nederland vaak gebruikt om de hinderlijkheid van het laag frequent geluid in beeld te brengen. Bij een overschrijding van deze curve zou 3 tot 10% van de omwonenden hinder kunnen ondervinden. Dit ligt in lijn met het percentage ernstig gehinderden bij de regeling uit het Activitietenbesluit en de Activitietenregeling. Indien het laagfrequent geluidsniveau lager is dan de niveaus in de Vercammencurve, dan heeft de Raad van State meermaals geoordeeld dat onaanvaardbare hinder kan worden uitgesloten. In het locatieonderzoek wordt verder ingegaan op de Vercammencurve, daar is ook een berekening voor een proefopstelling gegeven.
38
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
LOCATIEONDERZOEK GROOTSCHALIGE WINDENERGIE
REGEL In de geluidsberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines (indien van toepassing)
Het locatieonderzoek toont aan dat bij de realisatie van 3 windturbines van maximaal 150 meter ashoogte en 150 meter rotordiameter, met beperkte mitigerende maatregelen, goed voldaan kan worden aan de landelijke normering en de in deze visie gestelde eis rondom laagfrequent geluid.
REGEL In en rond het realisatiegebied zijn initiatieven voor kleinschalige windenergie alleen toelaatbaar indien deze niet leiden tot beperkingen voor realisatie van grootschalige windenergie.
KLEINSCHALIGE WINDENERGIE
GROTERE WINDTURBINES, ZELFDE NORMEN In de windgesprekken is veelvuldig aangegeven dat de normering in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gedateerd is. Deze normering is opgesteld in een periode waarin de windturbines aanzienlijk kleiner waren. Maatgevend voor het geluid is de hoeveelheid geluid. In de normeringen wordt deze hoeveelheid juist begrensd. Ongeacht de grootte van de windturbine mag het geluidsniveau op de gevel van een gevoelige bestemming, zoals een woning, niet meer bedragen dan genormeerd. Bovendien klopt de redenatie vaak niet dat grotere windturbines ook direct meer geluid produceren. In het locatieonderzoek is hier ook aandacht aan besteed. Vanwege onderlinge interferentie staan windturbines vaak op een onderlinge afstand van 4,5 tot 5 keer de rotordiameter. Hoe groter de windturbine, hoe groter de onderlinge afstand en hoe beperkter de cumulatieve geluidsbelasting bij woningen. Daar komt bij dat de techniek in windenergie zich ontzettend snel ontwikkelt. Fabrikanten zoeken continu naar manieren om windturbines stiller te maken.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
39
Bij kleinschalige vormen van windenergie worden dezelfde eisen gesteld als bij grootschalige windenergie. Het effect op omliggende woningen mag, ongeacht de grootte van de turbine, immers slechts beperkt zijn. Niet van alle kleinschalige turbines is voorafgaand duidelijk is wat het laag frequent geluid is. Bovendien zal een uitgebreide onderzoeksverplichting veel initiatieven onmogelijk maken. In een toekomstige herziening van het bestemmingsplan buitengebied zal gemeente Barneveld onderzoeken of een standaard afstandseis opgenomen kan worden waarbuiten geen overlast wordt verwacht. Met deze eis zou mogelijk minder onderzoek uitgevoerd hoeven te worden.
ACTUALITEIT Zoals reeds vermeld onder geluid heeft recent de Raad van State een uitspraak41 gedaan waardoor de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet meer van kracht zijn. Dit heeft ook gevolgen voor slagschaduw. Formeel is de regeling van slagschaduw daarmee nu niet van kracht.
9.4 | SLAGSCHADUW De draaiende rotorbladen van windturbines werpen een bewegende schaduw op de omgeving. Dit wordt slagschaduw genoemd. Deze zogenaamde slagschaduw kan onder bepaalde omstandigheden hinderlijk zijn doordat ze ervaren worden als ‘flikkering’. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw ergert mensen. De mate van hinder is onder meer afhankelijk van de frequentie en de intensiteit van de ‘flikkering’.
GEEN GEVOLGEN VOOR STRUCTUURVISIE WIND In het locatieonderzoek wordt geconcludeerd dat binnen de invloedsafstand naar verwachting altijd gevoelige objecten aanwezig zijn. Omdat slagschaduwhinder in de praktijk goed gemitigeerd kan worden (zonder relatief veel elektriciteitsverlies door stilstand) door het toepassen van een stilstandsvoorziening, is slagschaduw in het algemeen geen beperkende factor waar bij de positionering van windturbines rekening mee gehouden hoeft te worden.
Net als bij geluid zal er bij woningen en andere gevoelige objecten (zoals scholen) sprake moeten zijn van een goed woon- en leefklimaat. Omdat slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren zijn hier in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling normeringen voor opgenomen.
In het locatieonderzoek blijkt dat bij de voorbeeldopstelling 86 woningen per windturbine slagschaduw zullen krijgen. Van de 86 woningen zullen er naar verwachting 37 woningen zijn waarvoor een standstill voorziening moet worden gecreëerd. Bij deze 37 woningen per turbine (110 in totaal) wordt meer dan 6 uur slagschaduw per jaar verwacht. In de Aanvulling Milieueffectrapport zijn de verschillende zoekgebieden weergegeven. De zoekgebieden waar 3 windturbines of meer mogelijk zijn kennen een grote variëteit aan woningen die slagschaduw zullen gaan ervaren. Binnen een bandbreedte van 11 tot 242 woningen per turbine scoort de voorbeeldopstelling (86 per turbine) bovengemiddeld goed. Ongeacht de norm zal windenergie op voorliggende locatie, in vergelijking tot veel andere locaties binnen gemeente, qua slagschaduw, beter inpasbaar zijn. Daarmee zullen eventuele wijzingen in normering niet leiden tot een andere locatiekeuze.
In het Activiteitenbesluit is gesteld dat flikkerfrequenties (aantal schaduwbladen per minuut) tussen 2,5 en 14 Hz als zeer hinderlijk worden ervaren. De moderne windturbines hebben een lager toerental, waardoor dergelijke zeer hinderlijke flikkering niet optreedt. In de Activiteitenregeling is slagschaduw voor woningen en andere gevoelige objecten gemaximaliseerd op 17 dagen per jaar met 20 minuten per dag. Bedrijfspanden kennen geen bescherming. Slagschaduw wordt gemeten binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter. Voor turbines van 150 meter geldt daarmee een invloedsgebied van 1,8 km. Op afstanden groter dan 12 maal de rotordiameter wordt de slagschaduw niet meer als hinderlijk beoordeeld.
40
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
KEUZE REALISATIEGEBIED GROOTSCHALIGE WINDENERGIE
BEDRIJVEN
Met de aanwijzing van het realisatiegebied worden windturbines gerealiseerd in een gebied met relatief weinig omwonenden De keuze van de realisatie van drie windturbines in een cluster leidt bovendien, in vergelijking met een verspreidere opstelling, tot een beperking van het aantal woningen met slagschaduw.
Bedrijfspanden en kantoren zijn formeel niet hindergevoelig en voor slagschaduw is dan ook geen norm gesteld voor de hinderduur. In de praktijk kan bij kantoren en bedrijfspanden de slagschaduw wel als hinderlijk worden ervaren. Voor veel werknemers is zowel daglicht als het ontbreken van slagschaduw belangrijk voor het effectief kunnen functioneren. Er is echter geen reden om voor kantoren en bedrijfspanden, hetzelfde beschermingsniveau als voor woningen te hanteren gezien de beperktere aanwezigheidsduur van mensen in een kantoor vanwege bedrijfstijden, weekenden en vrije dagen. Bovendien zijn veel bedrijfsprocessen zodanig in te richten dat werknemers op bepaalde momenten van de dag elders zitten of tijdelijk beperkter daglicht hebben.
CUMULATIE MET ANDERE WINDTURBINES Indien er meer windturbines worden of zijn gerealiseerd (of in deze realisatie wordt voorzien) zullen de totale slagschaduw effecten van alle windturbines per woning maatgevend zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat in het geval een aanvraag binnenkomt voor bijvoorbeeld één grootschalige windturbine, rekening moeten worden gehouden met de realisatie van de overige twee. Daarbij wordt, mede vanuit landschappelijke redenen, uitgegaan van dezelfde windturbine. Dit betekent aanvullend ook dat de realisatie van kleinschalige windenergie in en direct rond het realisatiegebied alleen mogelijk is, indien aangetoond kan worden dat dit niet leidt tot beperkingen in de realisatie van grootschalige windenergie. REGEL In de slagschaduwberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines
Gezien de gespreide aanwezigheid van woningen rondom het realisatiegebied wordt niet verwacht dat bedrijven langdurig overlast ervaren van slagschaduw. Desalniettemin zal voor bestaande bedrijven een maximum aantal uren per jaar worden opgenomen. Deze bescherming heeft als doel dat bedrijven niet meer dan 45 minuten per dag overlast ervaren van slagschaduw. Deze 45 minuten moeten in voldoende mate op te vangen zijn door beperkte aanpassing van bedrijfsprocessen of maatregelen zoals blindering. Dit maximum geldt alleen voor de bedrijfsonderdelen die
REGEL In en rond het realisatiegebied zijn initiatieven voor kleinschalige windenergie alleen toelaatbaar indien deze niet leiden tot beperkingen voor realisatie van grootschalige windenergie
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
Kantoren en daarmee te vergelijken functies kunnen over het algemeen meer hinder ondervinden van slagschaduw van windturbines dan ‘overige’ bedrijven of bedrijfsfuncties. Immers, personen die in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam zitten te werken, vooral achter een beeldscherm, kunnen hinder van slagschaduw ondervinden bij hun werk. Voor bedrijven met bedrijfshallen zoals opslag en agrarische bebouwing, geldt dat deze, over het algemeen besloten, bebouwing een afschermende werking kan hebben voor een eventueel aanwezig kantoor bij het bedrijf.
41
zogenaamd lichtgevoelig zijn, dus waar een stabiele aanwezigheid van licht belangrijk is voor het werkproces. Voor andere onderdelen zoals opslag, en voor nieuwe te realiseren bedrijfspanden geldt deze beperking niet. Bij nieuwe ontwikkelingen kan immers rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van slagschaduw. Deze regeling zal in het verdere proces nader invulling moeten krijgen, daarin is ook ruimte voor maatwerk. Daarmee kunnen initiatiefnemer(s) tot een andere regeling met betrokken bedrijven komen. REGEL Slagschaduw bij bestaande lichtgevoelige bedrijfsonderdelen wordt gemaximaliseerd op 45 minuten per dag, tenzij anders overeengekomen.
KLEINSCHALIGE WINDENERGIE Bij kleinschalige vormen van windenergie worden dezelfde eisen gesteld als bij grootschalige windenergie. Het effect op de omgeving mag, ongeacht de grootte van de turbine, immers slechts beperkt zijn.
42
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
43
9.5 | GEZONDHEID GEZONDHEID Bij projecten voor windenergie bestaan bij omwonenden in toenemende mate zorgen over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving en de daarmee samenhangende gezondheid. De vraag of de effecten van windturbines ook invloed op de menselijke gezondheid hebben, is onderzocht in het MER.
Voor mogelijke gezondheidseffecten van het geluid van windturbines zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.
Het MER concludeert in het hoofdstuk ‘Gezondheid’ dat er geen verband is aangetoond tussen windturbines en gezondheidseffecten. Deze conclusie is gebaseerd op met name informatie volgend uit (inter) nationale gezondheidsinstituten en universiteiten waaronder voornamelijk wetenschappelijke metastudies. Na het opstellen van het MER heeft het RIVM een rapport42 uitgebracht over gezondheidsaspecten. In het recent uitgevoerde locatieonderzoek is de beschikbare informatie geactualiseerd. Het aspect gezondheid maakt overigens impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die bijvoorbeeld opgesteld zijn voor geluid en slagschaduw het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat geen wettelijk toetsingskader.
De WHO geeft in haar rapportage uit 2018 44 het voorwaardelijk advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden. Momenteel is in Nederland een geluidsniveau van 47 dB Lden gangbaar. In de voorliggende structuurvisie wordt gekozen om het landelijke beleid ten aanzien van regulier geluid te volgen. In de daarvoor uit te voeren MER beoordeling (zie kader geluid) zal deze norm opnieuw tegen de meest actuele inzichten worden gehouden.
GELUIDSNIVEAU WHO
LAAGFREQUENT GELUID Uit het onderzoek van RIVM blijkt niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid. Zoals in de paragraaf geluid uiteengezet wordt, mede gelet op maatschappelijk discussies en mogelijke onzekerheden, , wordt het aspect laagfrequent geluid nadrukkelijk meegenomen in de verdere planuitwerking.
GEEN EENDUIDIG BEWIJS Het RIVM heeft in haar rapport43 recente literatuur op een rij gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Daarbij verzamelde het RIVM wetenschappelijke literatuur over onder andere het effect van windturbines op de ervaring van hinder, verstoring van de slaap, cardiovasculaire en metabole effecten. Het RIVM keek ook wat er in de wetenschap bekend is over hinder door de visuele aspecten van windturbines en andere niet-akoestische factoren. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat er geen eenduidig bewijs voor effecten anders dan hinder is aangetoond.
44
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
STRALING In elke windturbine is een kleine transformator aanwezig. De windturbines worden aangesloten via een intern kabelnetwerk op een transformatorstation. Dit transformatorstation is aangesloten op het landelijke elektriciteitsnet. Rondom een transformatorstation kunnen magnetische velden voorkomen. Bij een transformatorstation neemt de veldsterkte zeer snel af: bij een afstand van ongeveer 10 meter tot het transformatorstation is het magnetische veld veelal niet meer meetbaar. In de inrichting van het terrein kan met deze 10 meter rekening gehouden worden, waardoor blootstelling van derden aan elektromagnetische straling niet tot nauwelijks voorkomt. OVERIGE ASPECTEN In de in 2020 uitgebrachte studie van het RIVM wordt geconcludeerd dat economische aspecten ook medebepalend kunnen zijn voor de ervaren mate van hinder van windturbines. Gedeeld eigenaarschap wordt benoemd als mogelijkheid om een negatieve reactie op windturbines te kunnen compenseren. In de Correspondent45 is dit ook verwoord: “Omwonenden die een dergelijk voordeel hebben, hebben over het algemeen helemaal geen last van geluidsoverlast en hebben minder gezondheidsklachten dan omwonenden die geen economisch voordeel hebben van de molens”.
Over het algeheel wordt in de studie van RIVM geconcludeerd dat mensen meer bereid zijn om nieuwe windturbines in hun leefomgeving te accepteren als ze inspraak hebben in het besluitvormingsproces, als de windturbines in (gedeeltelijk) eigendom zijn of het eigendom anderzijds lokaal is, als de opgewekte elektriciteit gebruikt wordt in de regio zelf en niet wordt geëxporteerd en als mensen in algemene zin het gevoel hebben dat ze controle hebben. In het onderzoek wordt samengevat dat de gezondheidsklachten verband houden met een reeks niet-akoestische factoren en niet persé met de daadwerkelijke mate van blootstelling. In hoofdstuk 7 is mede hierom een participatieregeling verplicht gesteld.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
45
Een goede landschappelijke inpassing kan ook belangrijk zijn voor de gezondheid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen46 blijkt een verband tussen de mate waarin windturbines als landschap verstorend worden gezien en de mate waarin mensen gezondheidsklachten ervaren als gevolg van de turbines.
16
A&W-notitie 20-424
9.6 | ECOLOGIE (FLORA EN FAUNA) Veel van gesprekspartners in de windgesprekken hebben zorgen geuit over de gevolgen van grootschalige windenergie op de natuur in en rond zoekgebied 5. Deze zorgen spitsten zich met name toe op vogels en vleermuizen. Maar ook kleinschalige windenergie kan een effect hebben op natuurwaarden. De keuze voor windparken moet te allen tijde onderdeel zijn van een integrale aanpak, waarin duurzame energieopwekking en energiebesparing in samenhang worden bekeken én waarin ook de effecten op beschermde flora en fauna inzichtelijk worden gemaakt. GROOTSCHALIGE WINDENERGIE In het MER is een beknopte beoordeling gegeven van de realisatie van grootschalige windenergie. Hieruit volgt dat vanwege de ligging nabij de Veluwe en de potentieel significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Veluwe (zoals voor de wespendief) locaties 6, 7, 9, 10, 11 en 13 als weinig kansrijk zijn aangemerkt. Daarmee zijn deze locaties in de verdere locatie-afweging buiten beschouwing gelaten. STOPLICHTENKAART Voor zoeklocatie 5, voor zover gelegen ten zuiden van de A1, is nader onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de locatiespecifieke kenmerken en risico’s in beeld gebracht. Zo komen in dit onderzoek de in de windgesprekken benoemde soorten vogels allemaal terug. Het onderzoek concludeert met een zogenaamde stoplichtenkaart.
Deze stoplichtenkaart toont drie soorten gebieden. In de groene gebieden is het risico op aantasting van natuurwaarden beperkt. Realisatie van windturbines in de oranje gebieden kan mogelijk (beperkte) effecten hebben op verwachte beschermde natuurwaarden. Tot slot zal realisatie in de rode gebieden zeker effect hebben op (beschermde) natuurwaarden. Een groot deel van het realisatiegebied is binnen groen gebied gesitueerd. Effecten zullen daarmee naar verwachting gering zijn. Risicokaart aantasting natuurwaarden in het zoekgebied windenergie nabijwindenergie Harselaar Figuur 3 - Risicokaart aantasting natuurwaarden in het zoekgebied nabij Harselaar.
46
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
NATURA 2000 (BESCHERMDE SOORTEN) Op ongeveer 4 kilometer ten noordoosten van het realisatiegebied ligt het Natura 2000-gebied Veluwe. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied voor habitattypen, broedvogelsoorten en habitatrichtijnsoorten. De meeste aangewezen natuurwaarden bevinden zich binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied. Een aantal soorten heeft ook een ecologische relatie met gebieden daarbuiten. Het gaat specifiek om de Wespendief en de Meervleermuis. Wespendief Het ecologisch onderzoek47 stelt dat Wespendieven dodelijke aanvaringen kunnen hebben met windturbines tot acht kilometer buiten de Veluwe. Gegeven de Natura 2000-bescherming van de Wespendief mogen windturbines slechts een verwaarloosbaar klein effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. In het onderzoek is aangegeven dat alle aantallen onder de 0,26 slachtoffers per jaar verwaarloosbaar klein zijn. Het effect van windturbines op de Wespendief moet wel cumulatief worden bezien. Met andere woorden: alle windturbines tot acht kilometer buiten de Veluwe moeten daarin worden meegenomen. De mortaliteit voor de drie berekende turbines in Barneveld bedraagt in totaal 0,05 slachtoffer per jaar. Gezien onder meer grote gelijkenissen met andere vogels is een stilstandvoorziening naar verwachting de meest kansrijke mitigerende maatregel.
Met een stilstandvoorziening in juli en augustus is de mortaliteit verder te reduceren tot 0,009 slachtoffer per jaar (1 slachtoffer per 111 jaar). De effectiviteit van een stilstandvoorziening is uitsluitend berekend voor dagperioden in de maanden juli en augustus, aangezien in die perioden veel vliegbewegingen buiten de Veluwe plaatsvinden. De overige zomermaanden zijn minder relevant. In de nachtelijke uren is de Wespendief niet tot nauwelijks actief. Buiten het broedseizoen (mei–september) zijn
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
47
de Wespendieven in Afrika en kunnen aanvaringsslachtoffers worden uitgesloten. Zoals uit de opbrengstberekeningen48 blijkt dat met stilstandvoorziening van een maand (gedurende de dagperiode) circa 0,002 Twh minder aan energie wordt opgewekt. Met stilstand in de totale periode juli-augustus wordt circa 0,004 Twh aan energieopbrengst misgelopen. Bij een windturbine van 150 meter ashoogte en 150 meter rotordiameter bedraagt dit verlies nog geen 10% van de totale productie. Met deze 10%-beperking in opbrengst reduceert het mortaliteitscijfer van 0,05 naar 0,009. Dit betreft een reductie van 80%. Begin 2021 hebben provincies Gelderland, Flevoland, Overijssel, de zes Gelderse RES-regio’s en RES-regio’s Flevoland en West-Overijssel bovenregionale afspraken over windenergie op en rondom de Veluwe gemaakt. Onderdeel van de afspraken is het vervolgproces voor opwekken van windenergie op en rondom de Veluwe. Provincie Gelderland neemt de regie in dit proces. Doel van deze afspraken is om zowel recht te doen aan de internationale waarden van de Veluwe en de vereiste bescherming van de wespendief enerzijds en het aanspreken van de potentiële grote windenergieopbrengst rondom de Veluwe anderzijds. Op basis van deze bovenregionale afspraken zal eerst een afwegingskader (vervolgproces) opgesteld worden alvorens over concrete initiatieven besloten kan worden.
De bovenregionale afspraken laten daarmee ruimte aan gemeente Barneveld voor het vaststellen van een Structuurvisie. Voorafgaand aan de vergunningverlening dient dit bovenregionaal afwegingskader te zijn opgesteld en vastgesteld. De Barneveldse windturbines zullen binnen dit kader gerealiseerd moeten worden.
Gelet op de Barneveldse gegevens over de grote reductie van mortaliteit in combinatie met een beperkte reductie van opbrengst wordt verwacht dat de Provincie Gelderland bij nieuwe windturbines 2 maanden stilstand als voorwaarde opneemt. Dit maakt aanzienlijk meer turbines in de omgeving mogelijk, hetgeen noodzakelijk voor de energietransitie. Gelet op de hoeveelheid op te wekken energie in Barneveld, wordt bovendien verwacht dat dit bovenregionaal afwegingskader voldoende ruimte biedt aan Barneveld. Dit vraagt naar verwachting dus wel een stilstand van twee maanden (gedurende de dagperiode). Behalve met stilstand kan de mortaliteit van de wespendief ook naar beneden worden gebracht met cameradetectie of het kleuren van een rotorblad. Systemen met cameradetectie lijken vooralsnog echter onvoldoende toepasbaar. De Wespendief kent daarvoor te veel gelijkenis met andere vogels zoals de buizerd of zelfs de meeuw. Ook het kleuren van een van de rotorbladen is nog onvoldoende bewezen. Deze laatste optie kan eventueel ook op bezwaren vanuit gezondheid (meer onrust) en landschap leiden.
gebruiken. Binnen het zoekgebied komen veel verschillende lijnvormige elementen voor: houtwallen, bomenrijen, sloten en beken. Vooral de Esvelderbeek is een geschikte migratieroute voor deze soort. Deze geschikte elementen zijn verwerkt op de stoplichtenkaart. De grootste risico’s voor de Meervleermuis vinden plaats tijdens de aanlegfase. Het is namelijk een laagvliegende soort die weinig in aanraking komt met (middel)grote windturbines. Tijdens de aanlegfase kunnen mogelijk aanwezige lijnvormige landschapselementen worden verstoord dan wel permanent aangetast. Onderdeel van regel 7 (nadere onderzoeksverplichting) zal een ecologisch onderzoek zijn waar de consequenties voor beschermde flora en fauna inzichtelijk is gemaakt en waar mogelijk mitigerende maatregelen uit voortvloeien. VOORKEURSOPSTELLING In het ecologische onderzoek is geconcludeerd dat vanuit ecologie geen voorkeur is voor een lijn- of clusteropstelling.
Naar inschatting is het afwegingskader in 2022 opgesteld, hetgeen passend is in de uitvoeringsplanning van voorliggende structuurvisie.
DOORWERKING MET GELUID EN SLAGSCHADUW
REGEL Vanuit natura-2000 regelgeving zullen windturbines binnen 8 km uit het kerngebied van de Veluwe, hoe kleinschalig ook, stilstaan gedurende de dagperioden in de maanden juli en augustus. Tenzij effecten op de wespendief alternatief worden geminimaliseerd.
Een mogelijke stilstand voor de dagperiode in juli en augustus reduceert de totale jaarlijkse draaitijd van de windturbines (in beperkte mate). De normen voor regulier geluid en slagschaduw zijn gebaseerd op jaargemiddelden en -totalen. Zo kan een reductie in draaitijd bij geluid in theorie zorgen voor meer geluidsproductie in de periode dat de turbine wel draait. Hoewel dit in de praktijk zal meevallen is dit niet gewenst.
Meervleermuis De Meervleermuis migreert via lijnvormige landschapselementen. Deze vleermuis kan in zijn migratie het zoek- en realisatiegebied eventueel
REGEL Een mogelijke stilstandsvoorziening voor de wespendief in juli en augustus leidt niet tot een toename aan geluidsproductie of slagschaduw in de overige maanden.
48
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
KLEINSCHALIGE WINDENERGIE Het is op voorhand niet aan te geven waar in de toekomst kleinschalige vormen van windenergie worden gerealiseerd. Dit maakt het onmogelijk om dit vooraf inhoudelijk te regelen. Door het kleinere oppervlak vallen er bij kleinschalige vormen van windenergie vaak minder slachtoffers. Desondanks zullen ook van de plaatsing van kleinschalige windenergie aanvaringsslachtoffers voorkomen onder vogels en vleermuizen. De effecten van de plaatsing van windturbines zijn echter sterk afhankelijk van de locatie waarop de turbines geplaatst worden en de vliegbewegingen van vogels en vleermuizen die daar plaatsvinden49. Daarom is het belangrijk dat het aspect flora en fauna een volwaardige rol krijgt in het op te stellen landschapsinpassingsplan. Afhankelijk van de omstandigheden zullen mitigerende maatregelen zijn vereist. REGEL Het aspect ecologie maakt onderdeel uit van het landschapsinpassingsplan
Wespendief Uit de onderzoeken rondom grootschalige windenergie wordt duidelijk dat windenergie effect kan hebben op een groot aantal dieren. De wespendief vraagt een bijzondere vermelding. Vanuit natura-2000 regelgeving zullen windturbines binnen 8 km uit het kerngebied van de Veluwe, hoe kleinschalig ook, stilstaan gedurende de dagperioden in de maanden juli en augustus. Daarmee sluit kleinschalige windenergie, voor zover binnen 8 km uit het kerngebied van de Veluwe gelegen, aan bij de regelgeving van grootschalige windenergie. Met deze voorwaarde wordt geen effect verwacht op de (instandhoudingsdoelstellingen van de) wespendief.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
49
9.7 | WAARDEVERMINDERING ONROEREND GOED In de windgesprekken is veelvuldig de zorg geuit dat de waarde van onroerend goed, veelal woningen, na de realisatie van windturbines aanzienlijk zal dalen. Dit wordt planschade genoemd. Onderzoek toont inderdaad aan dat de woningprijzen rondom windenergieprojecten kunnen dalen50.
GEVOLGEN VOOR BARNEVELD Voorliggende structuurvisie biedt mogelijkheden aan zowel klein- als grootschalige windenergie initiatieven. De kleinschalige windenergie initiateven kennen een ashoogte van maximaal 35 meter, dit zal zich vertalen in een tiphoogte van circa 50 meter. De eventuele waardevermindering van woningen in de omgeving zal naar verwachting binnen de normen van een geaccepteerd maatschappelijk risico vallen.
MOGELIJKE WAARDEDALING WONINGEN Uit het bovengenoemde onderzoek blijkt de woningwaarde van huizen binnen 2 kilometer van grootschalige windenergieprojecten lager is ten opzichte van vergelijkbare woningen waar geen windenergie wordt gerealiseerd/ windturbines aanwezig zijn. In dit onderzoek is bewust gekeken naar windturbines met grotere tiphoogtes (tot 150 meter). In het onderzoek wordt gesteld dat “ook voor grote turbines het effect na 2 km nagenoeg nul is”. Voor grotere turbines wordt binnen dit gebied (tot 2 km tot aan windturbine) een gemiddelde prijsdaling van circa 3% geconstateerd. Bij kleinschalige vormen van windenergie stelt het onderzoek dat deze veel minder impact en een kleiner invloedsgebied hebben dan grotere turbines. De gemiddelde prijsdaling bij 50 meter tiphoogte ligt altijd onder de 2%.
Initiatieven voor grootschalige windenergie zouden deze normen kunnen overschrijden. Een voorziening voor het collectief (windenergie) mag niet zonder compensatie tot onacceptabele waardedaling van onroerend goed van een individu leiden. Van initiatiefnemer wordt verwacht de waardedaling van de objecten binnen een straal van 2 km rond de windturbine objectief inzichtelijk te maken en te vergoeden. Deze vergoeding is een wettelijke verplichting en hoeft niet meer aanvullend in deze structuurvisie geregeld te worden. Dit rapport zal, als onderdeel van de vervolgprocedure, openbaar worden gemaakt. REGEL De verwachte planschade voor woningen en ander onroerend goed wordt tot 2 kilometer rond de windturbine(s) inzichtelijk gemaakt.
WETGEVING In de Wet ruimtelijke ordening wordt uitgegaan dat waardedalingen als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen door eigenaren verhaald kan worden op de gemeente. Veelal sluit de gemeente met een initiatiefnemer voorafgaand aan een ontwikkeling een overeenkomst welke het mogelijk maakt deze waardedaling door te belasten aan de initiatiefnemer. Overigens wordt in de wet er wel van uitgegaan dat eigenaren van onroerend goed wel een bepaalde mate van ontwikkelingen in de omgeving mogen verwachten. Als gevolg hiervan is er een “drempel” opgenomen van 2%. Dit betekent concreet dat 2% van de waardedaling voor rekening van de eigenaar blijft.
50
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
9.8 | WERKGELEGENHEID EN ECONOMISCHE ONTWIKKELING De realisatie van grootschalige windenergie kan een effect hebben op de economische ontwikkelingen binnen Barneveld. Mede vanuit de windgesprekken zijn de volgende vier sectoren geïnventariseerd: 1. Gevolgen toerisme 2. Gevolgen vestigingsplaatsklimaat Harselaar en omgeving, waaronder railterminal 3. Gevolgen agrarische bedrijfsvoeringen (incl. paardenstoeterijen) 4. Gevolgen werkgelegenheid windsector TOERISME In de windgesprekken is door gesprekspartners de zorg geuit dat de realisatie van grootschalige windenergie effecten heeft op het recreatief potentieel van recreatiegebied Zeumeren Gat en de nabijgelegen verblijfsrecreatieve bedrijven. Dit potentieel wordt door gesprekspartners gezien als belangrijke basis voor Voorthuizense economie. Het beperken van overlast voor omgeving is één van de belangrijk hoofdkeuzen. Dit betekent dat het effect van grootschalige windenergie op toerisme zo klein mogelijk moet zijn. Uit een vergelijkend onderzoek51 van EFTI voor gemeente Emmen blijkt op basis van een literatuurstudie dat het overgrote deel van de toeristen in de meeste gevallen niet ontmoedigd raakt door de aanleg van een windturbinepark. Het grootste deel van de toeristen zegt geen bezwaar te hebben tegen de aanwezigheid van windparken.
Het deel dat vóór de plaatsing wel bezwaar heeft, blijft over het algemeen gewoon komen en past het gedrag dus meestal niet aan als parken eenmaal aangelegd zijn. Het MER concludeert op basis van diverse onderzoeken gelijkluidend: de beleving van een windpark wordt positiever beoordeeld als een park eenmaal is gerealiseerd. Het onderzoek van EFTI stelt dat geluid en landschaps- & natuurwaarden
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
51
maatgevend zijn. Als de plaatsing van windturbines de beleving van het landschap sterk verstoort, zijn negatieve effecten op het toerisme niet uitgesloten. Deze stelling gaat daarmee verder dan conclusies uit het MER waarin wordt gesteld dat er geen duidelijk negatieve economische impact is op het toerisme welke is te relateren aan windenergie. Op basis van een worst case benadering dat geluid, landschaps- & natuurwaarden inderdaad maatgevend is en een goede landschappelijke inpassing vereist. In Barneveld wordt hiervoor gekozen. Voorts zullen effecten zoals slagschaduw en geluid moeten worden beperkt. Slagschaduw In het locatieonderzoek zijn voor enkele nabijgelegen campings en het strand bij Zeumeren slagschaduwberekeningen uitgevoerd. Ter plaatse van het strand treedt er volgens de berekeningen geen slagschaduw op in de periode tussen maart en oktober. In de zomermaanden staat de zon namelijk hoger boven de horizon en reikt de slagschaduw minder ver dan in de wintermaanden. Ook het punt waar de zon opkomt varieert gedurende het jaar en is van invloed op de maanden waarop slagschaduw op kan treden. Tussen eind oktober en medio februari treedt slagschaduw in het recreatiegebied in de ochtend en in de middag op. Ter plaatse van de campings treedt tussen medio oktober en begin maart slagschaduw op.
Er is variatie tussen de verschillende campings en ook de tijden waarop slagschaduw op kan treden is locatie-afhankelijk. In het toeristische seizoen (maart tot oktober) treedt geen slagschaduw op bij de campings en op het strand van de Zeumerse plas. REGEL In het nader uit te voeren onderzoek zal initiatiefnemer de bestaande stranden en verblijfsrecreatieve terreinen, gedurende periode maart-oktober moeten beschouwen als gevoelige bestemming in het kader van slagschaduw.
Omdat de structuurvisie aan meer opstellingsvarianten ruimte laat dan alleen voornoemde proefopstelling worden de zomerperiode maart-oktober het strand en de bestaande verblijfsrecreatieve terreinen als gevoelige bestemming gezien. Daarmee zijn deze, ook bij andere opstellingen voldoende beschermd.
De voorliggende Structuurvisie laat meer ruimte voor opstellingen dan alleen de voorbeeldopstelling. Gelet op het maskerende effect van de A1 worden bij andere opstellingen geen wezenlijke veranderingen verwacht in hetgeen bovenstaand aangegeven. Conclusie Voor zowel geluid als slagschaduw worden geen belemmeringen voorzien. Gegeven deze constateringen en gelet op het gestelde in het geciteerde onderzoek wordt niet meer dan een zeer gering effect voorzien bij de realisatie van grootschalige windenergie in het realisatiegebied op het aantal overnachtingen en de samenhangende inkomsten voor de lokale economie.
Geluid Het recreatiegebied Zeumeren en het zoekgebied voor de windturbines zijn door de snelweg A1 van elkaar gescheiden. Door het al aanwezige verkeers- en industrielawaai is er in het recreatiegebied en op de campings een toename te verwachten in cumulatieve geluidbelasting als gevolg van de windturbines van minder dan 5 dB. Hierin is nog geen rekening gehouden met stilstand voorziening gedurende de maanden juli-augustus (zie ecologie). Deze relatief beperkte toename wordt acceptabel geacht.
VESTIGINGSPLAATS Tijdens de windgesprekken zijn diverse gesprekken met ondernemers gevoerd. Deze gesprekken waren sterk verschillend. Afhankelijk van positie ten opzichte van de windturbines, de aard van de bedrijfsprocessen en persoonlijke ervaringen of verwachtingen zijn zorgen geuit of kansen gedeeld.
In de avond- en nachtperiode valt echter een groot deel van het bestaande verkeers- en industrielawaai weg. Omdat het geluidniveau van de windturbines in de nachtperiode het hoogst is en dat van wegverkeer het laagst is, is er ook gekeken naar specifiek de nachtperiode. De jaargemiddelde geluidbelasting in de nachtperiode van het wegverkeer is (ruim) meer dan 10 dB(A) hoger dan dat van de windturbines en het windturbinegeluid zal daarmee grotendeels worden gemaskeerd. Ondanks dat het windturbinegeluid ruim 10 dB(A) lager is, zou het uiteraard kunnen dat het op bepaalde specifieke momenten alsnog hoorbaar is en van het wegverkeerslawaai te onderscheiden valt. Door het doorgaans grote verschil in dB(A) is het echter aannemelijk dat het geluid van de windturbines ook ‘s nachts door het al aanwezige geluid van verkeer van de A1 gemaskeerd wordt. Vooral in de zomerperiode, waar over het algemeen lagere windsnelheden worden verwacht dan in de winter- of herfstperiode.
Zorgen Zorgen hebben voornamelijk betrekking op slagschaduw, gezondheid van personeel en externe veiligheid. De eerste twee punten kennen een sterk raakvlak met elkaar. In de paragraaf slagschaduw is al aangegeven dat de hoeveelheid slagschaduw op lichtgevoelige bedrijfspanden (of onderdelen) in beginsel wordt gemaximaliseerd op 45 minuten per dag. Gezondheid en externe veiligheid zijn in de voorliggende structuurvisie ook beschouwd. Kansen Een samenwerking tussen bedrijven, om de lokaal geproduceerde windenergie zoveel mogelijk lokaal aan te wenden past perfect binnen de
52
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
voorliggende structuurvisie. Deze samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een energiecoöperatie, kan bovendien een belangrijk middel zijn in het behalen van voldoende aandeel lokaal eigenaarschap. Een andere belangrijke kans is de veelal positieve (duurzame) uitstraling van windturbines. Dit kan de aantrekkingskracht van het bedrijventerrein Harselaar op bedrijven en gebruikers vergroten. AGRARISCHE BEDRIJFSVOERINGEN In de windgesprekken is de door een enkele gesprekspartner de zorg geuit dat geluid en slagschaduw een effect hebben op aanwezige paarden en vee. Uit jurisprudentie van Raad van State52 blijkt dat er geen grond is om te veronderstellen dat deze aspecten ernstige nadelige gevolgen zal hebben voor paarden. LTO Noord geeft tijdens het windgesprek bovendien aan niet bekend te zijn met effecten van windturbines op vee. Daarmee worden geen noemenswaardige effecten op de agrarische sector verwacht. WERKGELEGENHEID WINDSECTOR Binnen de gemeente Barneveld is een aantal bedrijven actief in de windindustrie. Deze bedrijven bieden complete windturbines, specifieke onderdelen hiervan of advisering. Het helpt de Barneveldse werkgelegenheid als dit cluster bedrijven door realisatie en exploitatie van (grootschalige) windenergie versterkt wordt.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
53
9.9 | MILIEU IMPACT In hoofdstuk 2 van de voorliggende structuurvisie is al ingegaan op de duurzaamheid van windturbines. Geconcludeerd wordt dat het belang van terugdringen van CO2 met grootschalige windturbines zwaarder weegt dan de nadelen die verbonden zijn aan het plaatsen van windturbines. Om de nadelen zo beperkt mogelijk te houden en daarmee de impact van een windturbine te verkleinen is het belangrijk dat de windturbines, bij het einde van de levensduur of de vergunningsperiode geheel worden ontmanteld en zoveel als mogelijk worden gerecycled. Dit vraagt duidelijke afspraken voorafgaand aan plaatsing. Deze opruimplicht zal verder uitgewerkt moeten worden. REGEL Initiatiefnemer zal bij einde levensduur of einde vergunningsduur de windturbines geheel verwijderen.
54
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
9.10 | OVERIGE ASPECTEN OVERIGE ASPECTEN Voorgaand zijn niet alle relevante aspecten opgenomen. Veel van deze aspecten zijn niet tot zeer zelden benoemd in de windgesprekken en als gevolg niet verder uitgewerkt in deze structuurvisie. Meer concreet gaat het om onder meer: externe veiligheid, archeologie, cultuurhistorie of bijvoorbeeld straalpaden. De motivatie voor deze aspecten is opgenomen in het MER, de aanvulling op het MER en/of het locatieonderzoek. De aanvulling op het MER en het locatieonderzoek kunnen beide als actualisaties van het MER worden gezien. Actualiteit externe veiligheid Bij de aspecten geluid en slagschaduw is reeds vermeld dat de in het Activiteitenbesluit en -regeling opgenomen normen niet meer gebruikt mogen worden als gevolg van de uitspraak van de Raad van State53. Dit heeft ook betrekking op externe veiligheid. Op voorhand worden geen (grote) wijzigingen verwacht in normstelling omdat de mate van bescherming aansluit bij de gewenste beschermingsniveaus van risico’s voor personen in het algemeen. Daarmee zal naar verwachting het onderzochte onverminderd actueel blijven.
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
55
DEEL C: VOORWAARDEN
56
Structuurvisie Wind Thematische uitwerking
10 | OVERZICHT GESTELDE REGELS In deze Structuurvisie zijn in delen A en B diverse regels voor de realisatie en exploitatie van kleinschalige en grootschalige windenergie gegeven. In de volgende tabel zijn deze gebundeld. De tabel geeft de regels weer in de kleuren die zijn gebruikt in de hoofdstukken en paragrafen voorafgaand aan dit hoofdstuk. Hiermee worden de diverse regels thematisch onderscheiden.
Structuurvisie Wind Overzicht gestelde regels
57
Betrekking op grootschalige windenergie
GELUID
LANDSCHAP
ENERGIE
RO
ALGEMEEN
Regel
Betrekking op kleinschalige windenergie
1
Initiatiefnemer komt, in overleg met de omgeving en onder leiding van een onafhankelijke regievoerder, tot een uit te voeren plan voor alle vijf de vormen van participatie.
X
2
Initiatiefnemers dragen bij aan een te vormen gebiedsfonds.
X
3
Minimaal 51% van het grootschalige windturbineproject is in lokaal eigendom
X
4
Lokaal eigendom vraagt een breed eigendom, bij voorkeur via een coöperatie of vereniging
X
5
Aan lokaal eigendom (financiële participatie) wordt invulling gegeven met de 3 opgenomen treden uit hoofdstuk 7
X
6
Na maximaal 25 jaar vindt er een heroverweging plaats over grootschalige windenergie binnen het realisatiegebied. Dit vraagt een tijdelijke regeling.
X
7
Initiatiefnemer zal moeten voldoen aan de onderzoeksverplichting vanuit voorliggende structuurvisie, wet- & regelgeving en een goede ruimtelijke ordening.
X
8
De opgave van 0,038 Twh/jaar vertaalt zich in minimaal 3 windturbines van minimaal 130 meter, bij kleinere aantal windturbines moet voldoende aannemelijk zijn dat deze in de nabij toekomst wel worden gerealiseerd.
X
9
Kleinschalige windenergie kent maximaal 35 meter ashoogte en 50 meter tiphoogte
X
10
Voor windturbines tussen de 20 en 35 meter ashoogte zal initiatiefnemer een landschapsinpassingsplan opstellen
X
11
Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in een cluster- of lijnopstelling
X
12
Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in het realisatiegebied
X
13
De turbines zijn uniform (in vormgeving) en hebben een gelijke onderlinge afstand
X
14
Onderlinge afstand bedraagt maximaal 4x rotordiameter
X
15
Ashoogte bedraagt maximaal 150 meter, rotordiameter bedraagt maximaal 150 meter
X
16
Aanvullend aan de landelijke normering geldt een normering voor laag frequent geluid (Vercammencurce)
X
X
17
Initiatiefnemer zal het normale bronvermogen kunnen meten, waardoor indien noodzakelijk gehandhaafd kan worden
X
X
18
In de geluidsberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines (indien van toepassing)
X
X
19
In en rond het realisatiegebied zijn initiatieven voor kleinschalige windenergie alleen toelaatbaar indien deze niet leiden tot beperkingen voor realisatie van grootschalige windenergie
58
X
X
Structuurvisie Wind Overzicht gestelde regels
SLAGSCHADUW
ECOLOGIE ONROEREND GOED ECONOMIE
MILIEU
20
Slagschaduw bij bestaande lichtgevoelige bedrijfsonderdelen wordt gemaximaliseerd op 45 minuten per dag, tenzij anders overeengekomen.
21
In de slagschaduwberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines (indien van toepassing)
22
Een mogelijke stilstandsvoorziening voor de wespendief in juli en augustus leidt niet tot een toename aan geluidsproductie of slagschaduw in de overige maanden.
23
Het aspect ecologie maakt onderdeel uit van het landschapsinpassingsplan
24
Vanuit natura-2000 regelgeving zullen windturbines binnen 8 km uit het kerngebied van de Veluwe, hoe kleinschalig ook, stilstaan gedurende de dagperioden in de maanden juli en augustus. Tenzij effecten op de wespendief alternatief worden geminimaliseerd.
25
De verwachte planschade voor woningen en ander onroerend goed wordt tot 2 kilometer rond de windturbine(s) inzichtelijk gemaakt.
26
In het nader uit te voeren onderzoek zal initiatiefnemer de bestaande stranden en verblijfsrecreatieve terreinen, gedurende periode maartoktober moeten beschouwen als gevoelige bestemming in het kader van slagschaduw.
27
Initiatiefnemer zal bij einde levensduur of einde vergunningsduur de windturbines geheel verwijderen.
Structuurvisie Wind Overzicht gestelde regels
59
X
X
X X X
X
X X X
X
BEGRIPPENLIJST Grootschalige windenergie Windturbines met een ashoogte en/of rotordiameter groter dan 35 meter Kleinschalige windenergie Windturbines met een ashoogte en/of rotordiameter kleiner of gelijk aan 35 meter Bestaand Bestaand en legaal aanwezig of legaal realiseerbare bebouwing op de dag van inwerkintreding van de Structuurvisie Wind MER Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld, versie december 2019, opgesteld door Pondera en onderdeel uitmakend van deze Structuurvisie Wind
Aanvulling Milieueffectrapport Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld, versie augustus 2020, opgesteld door Pondera en onderdeel uitmakend van deze Structuurvisie Wind
Tiphoogte, ashoogte, rotordiameter Rotordiameter Tiphoogte
Ashoogte
Locatieonderzoek Locatieonderzoek Windenergie Barneveld, aanvullende notitie, versie juli 2021, opgesteld door Ponder aan onderdeel uitmaken van deze Structuurvisie Wind Lden (Lday-evening-night), de geluidsmaat voor de gemiddelde geluidsbelasting over een etmaal. De geluidbelasting ‘s avonds en ‘s nachts wordt hierbij veel zwaarder meegerekend dan die van overdag, omdat het geluid dan hinderlijker is.
60
Structuurvisie Wind Begrippenlijst
BRONNEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
26 27
Pondera. (2019, december). Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). Commissie voor de milieueffectrapportage. (2020, april). Structuurvisie windenergie Barneveld (3314). Pondera. (2020, augustus). Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). Raadsbesluit 878 (2020, september 23) Rijksoverheid (2019). Klimaatwet (Https://wetten.overheid.nl/BWBR0042394/2020-01-01) Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2020). Kabinetsaanpak Klimaatbeleid (Nr. 32813/634). Liander. (2021a). Congestiegebied Barneveld & Liander. (2021b). Congestiegebied Harselaar. OvSl (2021, juli). Duurzame energie Barneveld, Notitie over het ruimtebeslag van zonneenergie op land in vergelijking met windenergie. 2021.05) Ecofys. (2018). Kostprijs van zon-pv en wind in 2030 (203299/ v03). Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03) Altenburg &Wymenga (2021, juni), Ecologische analyse locatievoorkeur windturbines plangebied Harselaar (nr. 20-424, versie definitief 2) STOWA (2020). Kansen voor kleine turbines bij waterschappen (Nr. 2020–40). https://edepot. wur.nl/537699 Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03)
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43
Milieu Centraal. https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/ Milieu Centraal. https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/ Vestas, (2021, mei). New coalition of industry and academia to commercialise solution for full recyclability of wind turbine blades (https://www.vestas.com/en/media/companynews?n=3974601#!) Pedersen, E., Van den Berg, F., Bakker, R., & Bouma, J. (2009). Response to noise from modern wind farms in The Netherlands. The Journal of the Acoustical Society of America, 126(2), 634–643. CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap. Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr. 2020–0214)