CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Rozenstraat/Burgemeester Aschofflaan.21.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Meldingsplicht Indien bij de werkzaamheden vondsten (aardewerk, vuursteen, oude funderingen, opvallende donkere verkleuringen in het gele zand etc.) worden gedaan waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (art. 5.10 Erfgoedwet).

5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Beide planlocaties hebben volgens deze kaart geen bijzondere waarden en er zijn geen monumenten aanwezig.

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

31

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Conclusie Historisch stedenbouwkundige waarden zijn geen belemmering voor de uitvoering van dit plan

5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als vochtige kampontginningen met een lage waarde.

Conclusie Het bestemmingsplan is niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waarde.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wnb vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk (hierna: GNN) en de Gelderse Ontwikkelingszone (hierna: GO) van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wnb bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.

32

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Ligging Natura-2000 gebieden

Beide planlocaties liggen niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied.

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wnb regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Rozenstraat Het bureau Econsultancy heeft een Quickscan Wet natuurbescherming (rapportnr. 13479.001/D, d.d. 21 augustus 2020) uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van de planlocatie. Dit onderzoek is als bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er, gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling, geen aanvullende onderzoeken of vergunningtrajecten nodig zijn ten aanzien van soortenbescherming. Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zie onderstaande tabel).

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

33

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Tabel: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen

Burgemeester Aschofflaan Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is de locatie op 10 december 2018 bezocht door een flora- en faunacontroleur. Bij dit bezoek zijn de eventueel aanwezige natuurwaarden ingeschat. Het eigenlijke terrein, wat zal bebouwd en verhard wordt bestaat nu uit normaal agrarisch beheerd grasland. Er behoeven geen bomen gekapt of watergangen omgelegd te worden. Er zijn geen beschermde soorten of sporen daarvan gevonden, noch te verwachten. Er is geen quickscan of nader soortenonderzoek voor dit specifieke stuk grond nodig. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

5.3.1.3

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wnb heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wnb beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. 34

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Rozenstraat De planlocatie bestaat grotendeels uit de bouwmarkt, verharding en enkele bomen. Ten behoeve van de herontwikkeling van het perceel worden bomen verplaatst en enkele bomen gekapt, die vervangen worden door nieuwe bomen. Er is geen sprake van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen.

Burgemeester Aschofflaan Er vindt geen kap plaats waardoor een herplantplicht niet aan de orde is. Geconcludeerd kan worden dat de Wnb uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

5.3.2

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact.

Uitsnede ligging GNN en GO uit de Omgevingsverordening

Voor de EHS uit de Structuurvisie Gelderland zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in de plaats gekomen: het GNN en de GO. Beide planlocaties liggen niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit zoals weergegeven op de bovenstaande uitsnede van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland betreffende het aspect 'natuur'.

Conclusie De ligging van de planlocaties is niet van invloed op GNN of GO. Deze gebieden zijn dan ook geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

35

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

5.4

Externe veiligheid

Doel Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt zonodig het groepsrisico verantwoord.

Wettelijk kader Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt: april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2015). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico.

Rozenstraat De planlocatie ligt niet binnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid. De in de Schoutenstraat liggende hogedrukgasleiding en het aardgasontvangststation waar deze leiding naartoe loopt zijn relevant. Deze liggen echter op een afstand van 160 meter van het plangebied en die afstand is ruim voldoende voor het reduceer station. Ook ligt de planlocatie niet binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Er zijn ook geen andere bronnen die een mogelijk knelpunt opleveren

Burgemeester Aschofflaan Plaatsgebonden Risico (PR) Het Plaatsgebonden Risico (PR): is de kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt weergeven met een contour rondom een activiteit. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een Bevi inrichting, transportroute en hogedruk aardgastransportleiding. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Groepsrisico (GR) Het Groepsrisico (GR): geeft de kans per jaar aan dat een groep personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico bestaat uit een invloed gebied waarbinnen het risico verantwoord moet worden. Het plangebied ligt buiten het beinvloedingsgebied van de A30 of andere beinvloedingsgebieden. Hierdoor hoeft het Groepsrisico niet beoordeeld te worden.

Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Binnen het werkveld externe veiligheid wordt sinds jaren gewerkt met twee risiconormen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de ontwikkeling van het Basisnet is hieraan een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand. In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt.

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen

36

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan Op 1 april 2015 is het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Dit Basisnet geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet spoor heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het hoofdspoorwegennet. Op basis van de wet- en regelgeving omtrent het Basisnet worden, rekening houdend met te verwachten groei van vervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland en verdichting van de ruimte naast het spoor (binnen een afstand van 200 m van het spoor) in met name stedelijke kernen, afspraken gemaakt over de risicoruimte.

Beleidsvisie externe veiligheid In 2009 heeft de gemeente Barneveld de 'Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In deze visie is onder meer vastgelegd hoe in Barneveld nabij risicobronnen zal worden omgegaan met het veiligstellen van een acceptabel niveau van risico's externe veiligheid en beheersbaarheid.

Beoordeling risicobronnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen die hun invloedsgebied over het plangebied hebben liggen. Het aspect externe veiligheid vormt daarom geen belemmering voor het plan.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

5.5

Geluid

De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (hierna: Wgh). Bij verlening van de omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan komen in de volgende gevallen de regels van deze wet aan de orde: het bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen en onderwijsgebouwen) binnen zones langs (spoor-)wegen en zones rondom industrieterreinen; het bestemmen van gronden voor de aanleg van nieuwe, dan wel reconstructie van gezoneerde (spoor-)wegen; het bestemmen van gronden voor (nieuwe) industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen en herziening van zonegrenzen van industrieterreinen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor-)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. De geluidbelasting op de gevels van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mag in principe niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Indien de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek worden gedaan tot vaststelling van een hogere waarde. Hierbij mag de geluidbelasting de uiterste grenswaarde niet overschrijden.

De voorkeursgrenswaarde en uiterste grenswaarde voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per geluidsbron. In geval van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen of spoorwegen, of binnen de zone van een industrieterrein, is akoestisch onderzoek vereist.

Rozenstraat De nieuwe woonfunctie is op grond van de Wgh aangewezen als geluidgevoelige bestemming. Daarom dient de geluidbelasting vanwege het wegverkeer te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh in samenhang met het geldende geluidsbeleid "Beleidsregels hogere grenswaarden Wet geluidhinder Barneveld 2009". Het bureau SPA-WNP ingenieurs heeft een akoestisch onderzoek in het kader van het wegverkeerslawaai (rapportnr. 22000387.R01, d.d. 28 augustus 2020) uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 4 van de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de gezoneerde wegen (Rozenstraat (50 km/uur-deel), Schoutenstraat, Amersfoortsestraat en Kallenbroekerweg ) niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde uit de Whg. De gezoneerde wegen vormen geen belemmering voor de realisatie van het "Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

37

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan bouwplan. Daarnaast blijkt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de niet-gezoneerde en 30km/uur wegen (Rozenstraat (30-km/uur-deel) en Begoniastraat) ruim lager zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wgh, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelastingen vanwege het verkeer op de 30 km-wegen aanvaardbaar is.

Burgemeester Aschofflaan In het kader van de Wgh is bij het vaststellen of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, wegen railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Het plangebied aan de Burgemeester Aschofflaan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Derhalve is onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk.

5.6

Geur

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan toetst het bevoegde gezag enerzijds of in het plangebied een qua geur acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Anderzijds is het uitgangspunt dat met het plan de omliggende bedrijven niet vergaand in hun ontwikkelingsmogelijkheden mogen worden beperkt. Uitgangspunt voor de toetsing zijn de normen zoals die in of op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn vastgelegd. De Wgv maakt het mogelijk om bij verordening af te wijken van de wettelijke geurnormen. De gemeente Barneveld heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. De Verordening geurhinder en veehouderij is in werking getreden op 18 oktober 2008, waarbij voor een aantal aangegeven delen van het grondgebied van Barneveld andere normen dan de wettelijke zijn vastgesteld. Het plan is getoetst aan de normen die zijn vastgesteld in deze verordening, voor zover deze normen van toepassing zijn in of rond het plangebied. Veel bedrijven hebben geen omgevingsvergunning milieu meer nodig, maar vallen onder algemene milieuregels zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aangezien de geurnormen uit de Wgv vrijwel één op één zijn overgenomen in het Activiteitenbesluit, kunnen bedrijven die onder dit besluit vallen ook gewoon worden meegenomen in de Wgv-toets.

Onder een 'geurgevoelig object' wordt verstaan: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

Rozenstraat De planlocatie ligt midden in de kern Barneveld. In de omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen die belemmerd worden door het toevoegen van de appartementen en woningen of die andersom een belemmering vormen voor het bouwplan.

Burgemeester Aschofflaan De planlocatie maakt geen geurgevoelige bestemming mogelijk. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied geen veehouderijen.

Conclusie Het aspect geur is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

38

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

5.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Bro is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro).

Rozenstraat Het plan aan van de Rozenstraat voldoet aan de stappen zoals die omschreven worden in art. 3.1.6. lid 2 van de Bro. Het betreft hier een binnenstedelijke ontwikkeling, functieverandering door het verdwijnen van een retailfunctie (de Gamma) op deze locatie. Op genoemde locatie worden 30 huurappartementen en acht grondgebonden koopwoningen gebouwd, in belangrijke mate ten behoeve van de doelgroep ouderen en/of 1-2 persoons huishoudens. De ontwikkelingen in de woningmarkt laten zien dat dit segmenten zijn waar veel vraag naar is en de bouw van deze woningen valt binnen de percentages die de gemeente Barneveld jaarlijks in deze segmenten probeert te realiseren. Bovendien heeft de gemeente Barneveld de komende decennia nog te maken met groei van het aantal inwoners en huishoudens in haar gemeente. In Foodvalley-verband zijn er woningafspraken gemaakt (KWP3), onder andere over de verdeling van de programma’s over de verschillende regiogemeenten. Het plan voldoet daarmee aan de eerste trede. Het betreft een inbreidings- (en functieveranderings)locatie, zodat ook aan de tweede trede wordt voldaan. Volgens de definitie van de derde trede betreft het een goed ontsloten locatie. De locatie ligt binnen 1,5 km van de snelweg A30 en ook de A1 ligt binnen enkele kilometers afstand.

Verder ligt binnen één kilometer afstand station Barneveld, zodat de locatie ook per trein goed wordt ontsloten. Tot slot bieden diverse langzaam verkeersverbindingen de mogelijkheid om de locatie per fiets of te voet te bereiken. Op basis van dit alles kan dus worden gesteld dat de locatie met behulp van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten is. Geconcludeerd wordt dat in deze situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

Burgemeester Aschofflaan Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ladder verder te worden doorlopen. Indien dit niet het geval is, dan is de ladder niet verder van toepassing dan wel kan niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan. A. B. C. D. E.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

A. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

39

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Het gebouw is in onderhavig bestemmingsplan groter Er is dus sprake van een stedelijke ontwikkeling.

B. De planlocatie heeft een agrarische bestemming. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor bedrijven met een agrarische bedrijfsvoering. Het onderhavige plan maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van perifere detailhandel mogelijk (in een vervolgfase zal het gebied geheel ontwikkeld worden), Op basis van het bestemmingsplan 'De Burgt - Veller e.o ' is het niet mogelijk om binnen het onderhavige plangebied ontwikkelingen anders dan agrarisch toe te staan. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologische beslag op de ruimte plaats. De 'ladder voor duurzame ontwikkeling' moet verder worden doorlopen. Er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

C. Op de behoefte wordt nader ingegaan in Bijlage 5. Hierbij wordt de behoefte opgesplitst in de behoefte aan de bouwmarkt en de behoefte invulling van het overige PDV deel (detailhandel in woninginrichting en niet-dagelijkse detailhandel)

Bouwmarkt De behoefte komt voort uit de concrete uitbreidingswens van de bestaande Gamma aan de Rozenstraat. Als rekening wordt gehouden met de sluiting van de bestaande Gamma en de opening van de nieuwe Gamma blijkt voor de korte termijn nog onvoldoende distributieve ruimte te bestaan om de vergroting van de Gamma-bouwmarkt toe te laten. In de loop van de tweede helft van de planduur van 10 jaar wordt het kantelpunt gepasseerd. Aan het eind van deze 10 jaar is wel voldoende distributieve ruimte aanwezig om de voorziene vergroting mogelijk te maken. Er ontstaat in de komende jaren voldoende kwantitatieve behoefte voor de voorziene toevoeging aan bouwmarkt-oppervlakte Gezien de verwachtingen voor de groei van de consumptieve bestedingen mag er echter vanuit worden gegaan dat er zich omzetverdringing zal gaan voordoen, maar dat dit niet zal gaan leiden tot werkelijke leegstand. In ieder geval zal door de realisatie van de Gamma aan de Burgemeester Aschofflaan, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bezien, geen onacceptabel hoge winkelleegstand gaan ontstaan.

Detailhandel in wonen De berekening van de distributieve ruimte voor de detailhandel in wonen eindigt met een negatieve uitkomst. Indien er, zoals het er nu uit ziet, echter sprake is van verplaatsing van een woonwinkel met een oppervlakte van 2.051 m2 wvo en 2.460 m2 bvo, komt er per saldo in het verzorgingsgebied van de Burgemeester Aschofflaan circa 540 m2 wvo PDV bij (+10-15%). De uitbreiding is te kwalificeren als beperkt en goed verdedigbaar. Zie ook hiervoor DPO, Ecorys, februari 2021. De bestaande locatie van te verplaatsen winkel(s) zal een andere bestemming krijgen waardoor het eventuele leegstandsrisico beperkt blijft. Overige niet-dagelijkse detailhandel Filippo Groep voorziet op de eerste verdieping van het nieuwe winkelproject circa 900 m2 wvo aan overige niet-dagelijkse detailhandel, bijvoorbeeld een kringloopwinkel. Op dit moment is daarvoor nog net niet voldoende distributieve ruimte beschikbaar, maar over 1 of 2 jaar wel. In het geval het om een verplaatsing van een bestaande winkel gaat, zal er geen beroep worden gedaan op de distributieve ruimte voor nu en de toekomst.

D. De locatie ligt tegen de kern Barneveld aan in een zoekgebied voor voorzieningen en wonen. Op dit moment betreft deze locatie geen bestaand stedelijk gebied. 40

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

E. Aan de vraag of de behoefte is op te vangen binnen bestaand stedelijk gebied wordt aandacht beschreven in Bijlage 5. De inventarisatie en beoordeling van eventuele alternatieve locaties die zouden kunnen voldoen aan een deel van de regionale behoefte aan nieuwe doe-het-zelf detailhandel, heeft geleerd dat er géén voor deze strekking geschikte alternatieve locaties op korte termijn voorhanden zijn, die mogelijk geschikter zouden zijn dan de planlocatie aan de Burgemeester Aschofflaan. Er kan op korte termijn geen deel van de regionale behoefte worden opgevangen op alternatieve locaties.

Geconcludeerd wordt dat in deze situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

5.8

Leidingen en laagvliegroutes

Binnen of in de directe nabijheid van de planlocaties komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van dit bestemmingsplan bescherming behoeven. Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.

Conclusie Het aspect Leidingen en laagvliegroutes is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan

5.9

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Rozenstraat De realisering van 30 appartementen en acht rijwoningen valt in een aangewezen categorie uit de regeling niet in betekende mate. Daardoor draagt het plan in niet betekende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar de bijdrage vanuit het project hoeft niet te worden uitgevoerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar de achtergrondconcentraties die heersen rondom de planlocatie. Op basis van de achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat deze ruim onder de grenswaarde liggen en dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een onderzoek naar luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.

Burgemeester Aschofflaan Het realiseren van een bouwmarkt behoord niet tot een van de aangewezen categorieën in de regeling niet in betekende mate. Er is dus niet zonder meer vast te stellen of het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit bijdrage van het plan wordt veroorzaakt door de verkeersaantrekkende werking van het plan op de wegen alsook door de ter verrichten parkeerbewegingen op het terrein van de inrichting. Deze bijdrage van het parkeren is niet zonder meer vast te stellen op basis van de NIBM-tool welke alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking berekend. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarna uitgevoerd waarbij de conclusie is dat dit geen belemmering geeft voor het plan. Het onderzoek is als Bijlage 10 toegevoegd. Conclusie

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

41

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van onderhavige plan.

5.10

Milieueffectrapportage

Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een bestemmingsplan kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wnb gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage De lijst van activiteiten in de onderdelen C en D van het Besluit bestaat uit vier kolommen. De eerste kolom bevat een omschrijving van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De tweede kolom vermeldt eventuele drempelwaarden.

Wettelijk kader Voor de vraag of een bestemmingplan besluit-m.e.r.-plichtig is, geldt dat het Besluit milieueffectrapportage onderscheid maakt naar m.e.r.-plichtige activiteiten en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit vermeldt voor welke activiteiten altijd verplicht een MER moet worden opgesteld, voordat een (m.e.r.-plichtig) besluit mag worden genomen. In onderdeel D is vermeld welke activiteiten beoordelingsplichtig zijn. Voor dergelijke activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of op basis van 'belangrijke nadelige gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben', een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Daarbij geldt dat een bestemmingsplan alleen besluit-m.e.r.-plichtig is, als het bestemmingsplan in kolom 4 wordt genoemd. Voor de vraag of een bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is, geldt dat dit het geval is als het plan genoemd is in kolom 3 en activiteiten mogelijk maakt die in onderdeel C en D, kolom 1 vermeld zijn en voldoen aan de in kolom 2 genoemde drempelwaarden. Als een bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die Besluit-m.e.r.-plichtig is op grond van de uitkomst van een toets van een activiteit die onder de drempelwaarden blijft, dan is dat bestemmingsplan alsnog plan-m.e.r.-plichtig. Het maakt dan immers een (besluit) m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk.

Voor zowel de plan-m.e.r.- als besluit-m.e.r.-plicht geldt dat als de activiteit onder de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D blijft, met een vormvrije m.e.r. beoordeeld moet worden of alsnog een MER moet worden opgesteld. De centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog de betreffende plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht.

Toetsing Rozenstraat Het project valt onder onderdeel D 11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De verandering blijft ver onder de drempelwaarden als benoemd in kolom 2. Voor activiteiten onder de drempelwaarden geldt in 42

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan principe een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit jurisprudentie blijkt echter dat niet iedere ontwikkeling onder de drempelwaarde tot een stedelijk ontwikkelingsproject gerekend hoeft te worden. De aard en omvang van de opgave en het karakter van de omgeving zijn o.a. relevant om hierin mee te nemen. In Barneveld worden ontwikkelingen tot circa 15 woningen niet als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' beschouwd. In dit geval gaat het om een grotere opgave. Hierdoor moet geconcludeerd worden dat in dit geval wel sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld onder activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is voor deze ontwikkeling dan ook noodzakelijk. Het bureau Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft een Aanmeldnotitie m.e.r. (projectnr. K19338, d.d. 31 augustus 2020) uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van de planlocatie. Dit onderzoek is als bijlage 6 van de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het bouwplan voor de planlocatie Rozenstraat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (en de omgeving) zal hebben. Een m.e.r.-procedure hoeft niet doorlopen te worden.

Burgemeester Aschofflaan Het project valt onder onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. Het onderhavige plan betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De realisatie van een bedrijfspand met de beoogde omvang zoals in dit bestemmingsplan geregeld, wordt niet gezien als een m.e.r.-plichtige activiteit, omdat deze pas geldt bij bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Ook blijft de oppervlakte van het plangebied onder de norm van 100 hectare. Het plan ligt niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied. Het milieubelang is in deze aanvraag zorgvuldig afgewogen in de ruimtelijke onderbouwing. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in deze aanvraag besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten voor het milieu zijn te verwachten. De aanvraag is niet m.e.r.-plichtig.

Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wnb). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wnb is hier niet aanwezig. Er is voor dit plan geen passende beoordeling nodig.

Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale staten van Gelderland hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn).

Conclusie Vanuit geen van de sporen volgt dat er een m.e.r.-plicht geldt voor onderhavig plan.

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

43

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

5.11

Milieuzonering

Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen.

Rozenstraat Het plangebied ligt tussen twee kantoren, waarbij een richtafstand geldt van 10 meter voor het aspect geluid. Daarnaast ligt naast het plangebied een parkeerplaats, die aansluit op de huidige parkeerplaats in het plangebied. Voor deze parkeerplaats geldt een richtafstand van 30 meter bij continu bedrijf voor eveneens het aspect geluid. Gelet op het feit dat het plangebied en het omliggende gebied kan worden gerekend tot het omgevingstype 'gemengd gebied', kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.

Burgemeester Aschofflaan In de nabijheid van dit plan zijn op enige afstand woningen aan de Willemarslaan aanwezig. Ook is er het voornemen om het achterliggende gebied met woningbouw te ontwikkelen. Voor bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten geldt een richtafstand van 30 meter. In de onderhavige situatie worden er binnen de richtafstand van 30 meter nieuwe woningen gerealiseerd. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van deze woningen. Uitgangspunt is dat deze geen hinder mogen ondervinden van dit bedrijf. Zowel de verkeersbewegingen van en naar de inrichting als ook het laden en lossen zijn in beeld gebracht. Deze zijn beschreven in Bijlage 7. Om aan de geluidsvoorschriften/richtwaarden te kunnen voldoen is het noodzakelijk om langs de laad-loslocatie een geluidsscherm te plaatsen met een hoogte van minimaal 3,0 meter en een lengte van circa 25 meter. Deze geluidswerende voorziening is geborgd in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting.

Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van beide planlocaties is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Ter plaatse van de planlocatie Rozenstraat wordt aan deze afstand voldaan. Ter plaatse van de planlocatie Burgemeester Aschofflaan worden geen woningen mogelijk gemaakt. Het plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Liander heeft op 24 november 2020 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben. Slechts parallel met de Scherpenzeelseweg loopt parallel met deze weg aan de zuidzijde een 50kV-verbinding. Omdat de ontwikkeling enkel plaats vindt op gronden binnen onderhavig bestemmingsplan en niet verder betrekking heeft op omliggende percelen en/of de Scherpenzeelseweg heeft Liander geen verdere opmerkingen op het plan.

Daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering, met inachtneming van de aan te leggen geluidwerende voorziening zijn er geen belemmeringen voor het plan.

44

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

5.12

Natuur en landschap

Rozenstraat Huidige situatie De huidige situatie bestaat voornamelijk uit bestrating van de parkeerplaats en het gebouw waarin de bouwmarkt is gevestigd. Op het terrein staan verschillende bomen, waarvan de meesten zijn uitgegroeid tot volwassen bomen met een mooi karakter. Deze bomen, Winterlindes en Valse acacia's, zijn als waardevol te classificeren en deze moeten in het plan worden ingepast. De boomsoorten Zoete kers en Kerspruim zijn minder waardevol en deze hoeven niet te worden ingepast. Aan de westzijde van de Rozenstraat ligt een trottoir en staan enkele bomen in het gazon. Naast deze bomen ligt een oude begraafplaats met aan de zuidzijde een grasveld met een hondenuitlaatplaats.

Toekomstige situatie In de, separaat van dit bestemmingsplan, opgestelde anterieure overeenkomst wordt vastgelegd dat voor de te kappen en/of te verplaatsen bomen een bomeneffectenanalyse uitgevoerd moet worden met herplantinstructie. In de overeenkomst wordt ook het type beplanting met bijbehorende plantlocatie vastgelegd. De waardevolle Winterlindes en Valse acacia's blijven gehandhaafd, hoewel enkele Winterlindes binnen het plangebied worden verplant. Verder worden enkele nieuwe bomen geplant, wordt gazon rondom het appartementencomplex aangelegd en worden hagen rondom de parkeervakken geplant. Op deze wijze ontstaat een aantrekkelijk leefgebied. Ten behoeve van de realisatie van acht parkeerplaatsen langs de westzijde van de Rozenstraat wordt het trottoir in westelijke richting verlegd. Hierdoor moeten de aanwezige worden gekapt. Deze bomen zijn minder waardevol en hoeven daarom niet in het plan te worden ingepast. Om toch een groene aanblik van de Rozenstraat te hebben, worden vervangende bomen geplant.

Burgemeester Aschofflaan Het plan zal aan meerdere zijden op een landschappelijk aantrekkelijke en passende manier moeten worden ingericht. De voorzijde zal voorzien worden van een natuurvriendelijke oever. Het parkeerterrein zal door middel van diverse hagen en bomen een meer vriendelijke uitstraling krijgen. De achterzijde is een belangrijke zijde door de directe ligging tegen de nieuwe toekomstige woonwijk aan. Omdat ervoor gekozen is om tevens de waterberging in de vorm van een wadi hier te situeren heeft dit gebiedje een dubbele functie. Het is een brede strook die vanaf de achtergevel van het bedrijfspand via de wadi doorloopt tot een bomenstrook van 3 meter tot de weg in de nieuwe woonwijk De Burgt. Het bedrijfspand wordt voorzien van gevelgroen en een smalle strook heesters. De wadi wordt beplant met inheemse soorten planten en aan de uiterste zijde zal een bomenrij worden aangeplant. Dit zoals hieronder is aangegeven en vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. Op deze manier werkt de groenstrook twee kanten op. Zowel vanuit het bedrijfspand als vanuit de toekomstige woonwijk. Bijkomend voordeel is dat de bomen bij ontwikkeling van de woonwijk al enig volume hebben en het bedrijfspand gelijk al op een goede manier aan het zicht onttrekken.

Omdat de perceelsgrens midden in de beoogde wadi ligt, is er een overeenkomst afgesloten tussen de initiatiefnemer en de eigenaar van de benodigde gronden om de inpassing op deze manier te regelen. Zie hiervoor ook Bijlage 8.

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

45

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Conclusie De planlocaties worden op een goede manier landschappelijk ingepast waardoor dit aspect geen belemmering is voor dit bestemmingsplan.

5.13

Veiligheid

Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen.

Rozenstraat De VGGM heeft advies uitgebracht in het kader van bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, opkomsttijd en fysieke veiligheid en gezondheid. Aangegeven is dat de genoemde aspecten geen belemmering 46

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan opleveren voor de uitvoering van het plan, maar dat het e.e.a. wel verder uitgewerkt moet worden. Deze uitwerking heeft inmiddels plaatsgevonden. Met betrekking tot de bereikbaarheid zijn twee opstelplaatsen voor tankautospuiten mogelijk gemaakt. Eén voor de hoofdingang van het appartementencomplex en één voor de inrit van de kelder. Verder wordt een nieuwe primaire bluswatervoorziening gerealiseerd met een capaciteit van minimaal 60 m3 per uur. De locatie wordt in nader overleg met de brandweer en Vitens in een later stadium bepaald. De werkelijke opkomsttijd van de brandweer valt in dit geval binnen de norm zoals die in het Besluit veiligheidsregio’s is vastgelegd. Daarom zijn er geen aanvullende voorwaarden noodzakelijk. Daarnaast vormt het bouwplan op zich zelf geen risicobron voor de omgeving en in de omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig die van invloed zijn op het plan.

Burgemeester Aschofflaan In het kader van de realisatie van de Bouwmarkt/PDV heeft de VGGM advies uitgebracht in het kader van bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, opkomsttijd en fysieke veiligheid en gezondheid. Aangegeven is dat de genoemde aspecten geen belemmering opleveren voor de uitvoering van het plan. Wel is er een aandachtspunt bij de opkomsttijd. De opkomstnorm voor een winkelfunctie is maximaal 8 minuten, de werkelijke opkomsttijd voor het bouwvlak Burgemeester Aschofflaan / Scherpenzeelseweg te Barneveld bedraagt meer dan 8 minuten. De werkelijke opkomsttijd van de brandweer overschrijdt de norm zoals die in het Besluit veiligheidsregio’s is vastgelegd. Dit betekent dat de brandweer in geval van een noodsituatie later zal arriveren dan landelijk is toegestaan en dus ook later zal kunnen aanvangen met blus- en reddingswerkzaamheden. Om die reden wordt geadviseerd compenserende maatregelen toe te passen. Deze worden beschreven in Bijlage 9 en zullen worden meegenomen in het bouwplan. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.14

Verkeer

Rozenstraat Parkeren De parkeerbehoefte van de 8 koopwoningen en 30 huur-appartementen bedraagt 61 parkeerplaatsen. Voor de 30 appartementen worden 30 parkeerplaatsen in de kelder gerealiseerd. Dan resteert een parkeerbehoefte van 31 parkeerplaatsen. Na toepassing van aanwezigheidspercentages (maatgevende moment is de werkdagavond) bedraagt de parkeerbehoefte 26,8 parkeerplaatsen (naast de 30 in de parkeergarage). Om het bouwplan te ontsluiten wordt gebruik gemaakt van het gemeentelijke perceel, wat aan de zuidzijde van het bouwplan is gelegen. Dit perceel is nu voornamelijk in gebruik als parkeerterrein voor omliggende functies. Op de noordelijke parkeerstrook van dit parkeerterrein zijn in de huidige situatie 30 parkeerplaatsen aanwezig. Doordat het bouwplan aansluit op dit parkeerterrein gaan een aantal parkeervakken verloren, er blijven (na herinrichting) 15 parkeerplaatsen over. Daarnaast wordt 3 extra langsparkeerplaatsen aan de oostzijde van de Rozenstraat aangelegd. Dit betekent een verlies van 12 gemeentelijke parkeerplaatsen. Deze dienen gecompenseerd te worden, bovenop de parkeereis, dus 26,8 + 12 = 38,8 parkeerplaatsen. In het plan zijn 29 openbare parkeerplaatsen opgenomen en 1,4 parkeerplaatsen op eigen terrein (enkele oprit met garage en een garage zonder oprit). 30,4 parkeerplaatsen dus. Resteert nog een parkeertekort van 38,8-30,4 = 8,4 parkeerplaatsen.

Hiervoor worden 8 parkeerplaatsen aan de westzijde van de Rozenstraat gerealiseerd. Resteert een tekort van 0,4 parkeerplaats. Dit is acceptabel, afgerond naar beneden. Nog overwogen kan worden om bij de zuidelijke koopwoning parkeren op eigen terrein (oprit) mogelijk te maken. Dan sluit de parkeerbalans helemaal. Op onderstaande afbeelding wordt de toekomstige parkeersituatie voor de planlocatie weergegeven. "Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

47

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

Toekomstige parkeersituatie

Burgemeester Aschofflaan Ontsluiting Voor het juist inpassen van het pand is een uitwerking van het wegprofiel tussen de Scherpenzeelseweg en Burgemeester Labreelaan gemaakt. Door deze ligging is inzicht ontstaan in de beschikbare ruimte voor dit initiatief. Bij de inrichting van het perceel is gekozen voor twee uitritten. De eerste betreft de in- en uitgang bezoekers én toegang leveranciers. De tweede is alleen een uitrit voor de leverancier. Bij het verlaten van deze uitweg kan enkel rechtsaf geslagen De vormgeving van de uitweg op eigen terrein sluit hierop aan. Op openbaar gebied zal hier rekening mee gehouden worden bij de herinrichtingsplannen van de Burg. Aschofflaan. De schuifpoort bij deze uitweg zal permanent gesloten te zijn, m.u.v. momenten waarbij vrachtverkeer weer vertrekt. Parkeren Bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt uitgegaan van de Nota Parkeernormen (2020). De direct bestemde mogelijkheden zijn een bouwmarkt en een kringloopcentrum. Overige invulling is mogelijk onder voorwaarden. Gamma (bouwmarkt): 3.330 m2 bvo PDV/winkelruimte/kringloop functie nog niet definitief bekend: 2.140 m2 bvo. Op basis van de Nota Parkeernormen horen hier de volgende parkeernormen bij. Voor een bouwmarkt (in dit gebied) geldt een norm van 2,4 p.p./100 m2 bvo. Onder PDV wordt volumineuze detailhandel verstaan.

Denk aan verkoop van auto's, boten, caravans,meubeltoonzalen, tuincentra en bouwmarkten. In de Nota Parkernormen is deze functie niet specifiek vastgelegd, maar afhankelijk van de daadwerkelijke invulling. Hieronder een lijstje met mogelijke functies en bijbehorende parkeernormen volgende de Nota Parkeernormen. Meubelboulevard/woonboulevard: 2,4 p.p. /100 m2 bvo 48

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan Tuincentrum/groencentrum: 2,6 p.p. /100 m2 bvo Showroom: 1,7 p.p. /100 m2 bvo Kringloopwinkel: 1,9 p.p. /100 m2 bvo Woonwarenhuis/woonwinkel: 1,9 p.p. /100 m2 bvo Dit resulteert in de volgende parkeerbehoefte (met bandbreedte). Uitgaande van de laagste en hoogste mogelijke functie voor de PDV: Bouwmarkt 3.330 m2 x 2,4 = 80 p.p. PDV 2.140 m2 x 1,7 - 2,6 (bandbreedte) = 37-56 p.p. Totaal = 117-136 parkeerplaatsen

In het plan zijn 121 parkeerplaatsen opgenomen. Bij de uiteindelijke functie van de PDV moet blijken of dit voldoende is. Niet elke invulling van de PDV/winkelruimte is dus zondermeer mogelijk met dit aantal parkeerplaatsen. Voor de beoogdeinvulling van bouwmarkt plus een kringloop en/of woonwinkel (norm 1,9 p.p. /100 m2 bvo) zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig. De ingetekende parkeerplaatsen zijn allemaal bruikbaar. Voor fietsers (zowel personeel als bezoekers) zijn fietsenstallingen opgenomen.

Parkeerplaatsen en ontsluiting

Conclusie Het aspect 'verkeer' is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. "Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

49

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan

5.15

Water

Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan.

Waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft aan dat water een erfgoed is, dat moet worden beschermd. De KRW geeft het kader voor de bescherming van oppervlaktewater en grondwater. Aquatische ecosystemen en daarvan afhankelijke gebieden dienen voor verdere achteruitgang te worden behoed. De waterkwaliteit dient verbeterd te worden door emissies van schadelijke stoffen terug te dringen. Het duurzaam gebruik van water bevorderen op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen.

Nationaal Waterplan 2016 – 2021 Het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) is de voortzetting van het eerste Nationaal Waterplan uit 2009 (NW). Het NWP2 is een algemeen plan voor het op nationaal te niveau te voeren waterhuishoudkundig beleid. Veel elementen uit het NW komen terug in het NWP2, zoals de watersysteembenadering en de structuurvisie voor ruimtelijke aspecten. Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met de vastgestelde deltabeslissing fundamenteel veranderd ten opzichte van het vorige Nationaal Waterplan. Met het NWP2 wil het Rijk antwoorden formuleren op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeren in een duurzaam waterbeheer. Dit om ervoor te zorgen dat ook volgende generaties van Nederland als veilig en welvarend waterland genieten. Een goede bescherming tegen overstromingen, het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn basisvoorwaarden voor welvaart en welzijn. Daarnaast levert water een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en behoud van biodiversiteit. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn.

Om dit te bereiken moet water bepalender dan voorheen zijn bij de besluitvorming over grotere opgaven op het terrein van onder andere verstedelijking. De mate waarin water bepalend is bij ruimtelijke ontwikkelingen hangt af van de aard, omvang en urgentie van de wateropgave in relatie tot andere opgaven en kenmerken in dat gebied.

Waterplan Gelderland 2010-2015 Het Waterplan zet het vorige beleid van het derde Waterhuishoudingplan (WHP3) voort. In het Waterplan staat beschreven hoe de provincie Gelderland wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. Het plan geeft richtingen aan voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de waterhuishouding voor alle maatschappelijke functies zoals landbouw, natuur en stedelijk gebied. De hoofddoelstelling is dat het water in 2027 volledig op orde moet zijn voor de maatschappelijke functies. In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren.

Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 waterschap Vallei en Veluwe In dit programma heeft waterschap Vallei en Veluwe haar huidige koers en ambities voor de toekomst vastgelegd. Het waterbeheerprogramma bestaat uit 3 deelprogramma's: 50

"Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan Waterveiligheid; richt zich op het voldoende beschermen van het gebied tegen overstromingen, Watersysteem; onderverdeeld in landelijke, stedelijke en KRW systemen, waarbij gericht wordt gestuurd op de juiste hoeveelheid water, de juiste kwaliteit van het water en (in het stedelijk watersysteem) het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen, Waterketen; dit programma richt zich op goede oppervlaktewaterkwaliteit, het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en de hoogst haalbare waarde uit het water halen. Ondanks de losse programma's voor het watersysteem en de waterketen worden deze wel heel nadrukkelijk als één systeem behandeld, en komen de ambities binnen deze programma's dus ook voor een groot deel overeen. In de programma's spelen het anticiperen van en reageren op klimaatontwikkelingen en het terugwinnen van grondstoffen een belangrijke rol.

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Rozenstraat Huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied volledig verhard. Het betreft het (voormalig) Gamma terrein (gebouw en parkeerterrein). Onder de Rozenstraat is een gemengd riool aanwezig. Er zijn geen oppervlaktewaterlichamen aanwezig in de buurt van het plangebied (zie Legger van Waterschap Vallei en Veluwe).

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie krijgt het plangebied een woonbestemming. Er worden 38 wooneenheden gerealiseerd, waarvan 8 grondgebonden woningen en een appartementencomplex met 30 appartementen. Hierbij is sprake van een afname van verhard oppervlak. Hemelwater Hemelwater wordt via een aparte aansluiting op het gemengde riool aangesloten. De parkeervakken worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers. Onder de parkeervakken dient een goed doorlatende laag te worden aangebracht, waardoor hemelwater ter plekke kan infiltreren. Op het dak van het appartementencomplex wordt een natuurdak aangebracht; welke is voorzien van een substraatlaag van 60-80 mm dikte en een waterbergende capaciteit van 15–30 L/m2. Een natuurdak draagt bij aan biodiversiteit door toepassing van inheemse soorten en is gericht op nectarproductie, en buffert meer water dan een sedumdak (<15L/m2). Afvalwater Huishoudelijk afvalwater wordt aangesloten op het gemengde riool, apart van hemelwater. Huishoudelijk afvalwater van de grondgebonden woningen wordt via een verzamelleiding op het gemengde riool aangesloten. De riolering wordt verder uitgewerkt in civieltechnische tekeningen in een latere fase, in overleg met de afdeling BOR van de gemeente Barneveld.

Burgemeester Aschofflaan Huidige situatie "Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan" (vastgesteld)

51

Rozenstraat-Burgemeester Aschofflaan In de huidige situatie betreft het plangebied voornamelijk grasland. Ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn respectievelijk een B-watergang en C-watergang aanwezig. Op basis van uitgevoerd bodemonderzoek en bestaande peilbuizen ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand circa op NAP +8,50 m. Dit is op de lager gelegen delen ongeveer 40 cm beneden maaiveld. Toekomstige situatie Hemelwater Door de realisatie van het dit plan zal de hoeveelheid verhard oppervlak toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Om de versnelde afvoer van hemelwater te voorkomen, dient compenserende waterberging gerealiseerd te worden. De aan te leggen waterberging heeft een capaciteit van 34 mm ten opzichte van het verharde oppervlak. De totale verharding vertaalt zich naar een bergend volume van 246 m³. De berging wordt aan de noord- en oostzijde gerealiseerd door middel van een wadi inclusief schanskorven (totaal 182 m3) met een overloop naar de genoemde B-watergang. Onder deel van het parkeerterrein wordt een infiltratievoorziening aangelegd (64 m3). Voor de nieuwe verharding en de bijbehorende waterberging dient een watervergunning aangevraagd te worden bij waterschap Vallei en Veluwe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9a9986c9-1727-4e8e-a18f-08766c553148