Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting
Tekst van het document
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,2 kg/j 39,1 g/j 18,4 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
83,4 g/j 26,3 g/j 2,5 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/9
Projectberekening
10
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 11
Verkeer Z tbv prive west X:166234,66 Y:464717,44 680,35 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wonen en Werken | Woningen
Naam Woonhuis Uittreedhoogte Locatie X:166033,39 Warmteinhoud Y:464865,11 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 12
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
8,0 m 0,002 MW
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
-
Aantal voertuigbewegingen
78,6 g/j 24,8 g/j 2,3 g/j
In file
0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,1 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
4,0 kg/j 0,5 kg/j
Manoeuvreren Z en M wegverkeer op erf X:166019,04 Y:464877,11 Type scherm 111,86 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 18,0 /jaar 12,0 /jaar 0,0 /jaar
15,0 g/j 3,8 g/j 0,0 kg/j
In file
0,0 % 50,0 % 50,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RvDf8sypyTFB (30 november 2023)
9/9
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Flora en fauna rapport Rijksweg 124
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
63
VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA RIJKSWEG 124 - TERSCHUUR
Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl
Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming
Te slopen:
Bron: www.perceelloep.nl
Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur
Struikhoeve Advies BV. Dhr. A. Ruitenbeek 23VC138 17 oktober 2023 2 november 2023 en aangepast op d.d. 30 november 2023 n.a.v. concept toezeggingsbrief dhr. G. Clusters, gem. B’veld 1.0 Gertjan Cozijnsen
Rijksweg 124 - Terschuur
1
Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED
3 3 4
2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING
5 5 5
3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK
6 6 6 6
4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN
7 7 7
5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN
9 9
6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING
9 9 9
7. SOORTENBESCHERMING 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING
10 10 10 11 11 13 15 17 17 17 18
8 GEBIEDENBESCHERMING 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING
20 20 21 23
9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES
24 24 25
10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER
26 27 28 29 31
Rijksweg 124 - Terschuur
2
1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Struikhoeve Advies BV. heeft Cozijnsen Flora Fauna Advies een QuickScan, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd aan de Rijksweg 124 Terschuur. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen plannen voor de sloop van een loods en 2 schuren op het perceel. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).
Figuur 1.1: De te slopen bebouwing 5, 6 en 7 (rood weergegeven).
Rijksweg 124 - Terschuur
3
1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich in de Gelderse Vallei aan de Rijksweg 124 te Terschuur, gemeente Barneveld, in de Provincie Gelderland. Het perceel ligt ten oosten van Terschuur. Ten zuiden van het perceel is de rijksweg, met ten zuiden daarvan de rijksweg A1 gelegen. Ten noorden van de locatie is Landgoed Meerveld gelegen, met ten noorden daarvan Landgoed Appel. Terschuur is ontstaan langs de oude Hessenweg, van Amsterdam naar Deventer. Hier bevond zich een tolhuis dat voor belangrijke inkomsten zorgde.
1975
2022 Bron: www.topotijdreis.nl
Rijksweg 124 - Terschuur
4
2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Rijksweg 124 te Terschuur in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland. De schuren genummerd 5,6 en 7 in rood (figuur2.1) zullen gesloopt worden. De gebouwen 1 t/m 4 en 8 blijven behouden met de voorgenomen plannen. Hier vinden geen werkzaamheden plaats. Tijdens ons bezoek is het daadwerkelijke plangebied en het omliggend gebied beoordeeld om de invloedsfeer van de werkzaamheden buiten de daadwerkelijk planlocatie te kunnen beoordelen.
C
Figuur 2.1: De te slopen bebouwing 5 t/m 7 (rood gemarkeerd). Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.
2.2 Beschrijving Te slopen bebouwing Schuur (5): Dit betreft een opslagruimte welke aan de voor en achterzijde open is. De wanden bestaan uit open latwerk van hout. Er is geen spouwbetimmering aanwezig. Het platte dak wordt gedragen op een raamwerk van ijzer en is bedekt met golfplaat, een groot deel van de dakbedekking is niet meer aanwezig. Schuur (6): Dit betreft een opslagruimte. De schuur heeft een zadeldak van golfplaat zonder dakbeschot. De wanden bestaan uit open latwerk van hout er is geen spouwbetimmering aanwezig. Loods (7): Dit betreft een loods, de gevels zijn gebouwd op een laag/ muurtje (enkel steens) en bestaat verder uit houtbeplating zonder spouwruimte. Het dakvlak bestaat uit golfplaat zonder dakbeschot. Voor een verdere beschrijving van het plangebied verwijzen we u naar de foto bijlage hier zijn een aantal detail fotos in opgenomen.
Rijksweg 124 - Terschuur
5
3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden, daarbij wordt onder andere rekening gehouden met aanwezigheid van waargenomen beschermde soorten in de afgelopen 3 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied.
3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens(o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.
3.3 Veldbezoek De locatie is op 17 oktober 2023 in de middag bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog de tempratuur was circa 14°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, warmtebeeldcamera, holtecamera en een zaklamp voorhanden.
Rijksweg 124 - Terschuur
6
4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.
4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • • •
Houtopstandenbescherming Soortenbescherming Gebiedenbescherming (Natura 2000)
In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:
Rijksweg 124 - Terschuur
7
Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •
Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)
De instrumenten zijn: •
Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.
Rijksweg 124 - Terschuur
8
5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Slopen van de opstallen 5 t/m 7. *Netjes afwerken van het terrein.
6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.
6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming De werkzaamheden hebben geen effect op bomen en/of houtopstanden. Er zal niet worden gekapt.
Rijksweg 124 - Terschuur
9
7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.
7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1: 1. Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Kevers Vleermuizen
Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën
Rijksweg 124 - Terschuur
10
7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: stijve wolfsmelk (1-5km). Verder wordt op groter afstand van het plangebied melding gemaakt van akkerogentroost, blaasvaren, dreps en kartuizeranjer (in een straal van 5 - 10 km). Stijve wolfsmelk staat op open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, stikstofrijke, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste klei-, en mergelbodems, vaak op stenige plaatsen. Ze groeit in akkers, langs boszomen, op kapvlakten, op slootkanten en dijken, bij heggen en in bermen. Akkerogentroost groeit voornamelijk in akkers (akkerranden en graanakkers). Blaasvaren komt voor op oude, vochtige muren (grachtmuren en kademuren), beschaduwde hellingen, rotsen, bossen (hellingbossen, loofbossen, hellingen langs holle wegen, op de voet van bomen en langs bosgreppels). De groeiplaats van dreps betreft, akkers (wintergraanakkers en speltakkers), soms langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen. De kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen).
Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Het plangebied rond de bebouwing bestaat uit intensief onderhouden erfinrichting en straatverharding. Daardoor is het voorkomen van bovengenoemde beschermde planten uitgesloten op de planlocatie. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: das, boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, eekhoorn, konijn, vos, haas, edelhert en ree (in een straal van 0-5km) De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven. Rijksweg 124 - Terschuur
11
De boommarter is een uitgesproken bosbewoner onder de marterachtigen en komt voor in grote, structuurrijke bossen - zowel naald-, loof- als gemengd bos – vormen zijn typisch biotoop. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. Een bunzing maakt zijn schuilplaats in oude holen van bijvoorbeeld konijn, mol, vos en das. Maar ook onder steenhopen, houtmijten, in holle bomen of onder boomwortels. Hij bekleedt zijn hol met gras en mos. In de winter maakt de bunzing zijn schuilplaats op warmere plaatsen, zoals onder stro- en hooibalen bij boerderijen. Wezels leven vooral in kleinschalige en structuurrijke landschappen met veel natuurlijke elementen en overgangen. Er is een duidelijke binding met vochtig-natte terreinen en oppervlaktewater. De egel leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (Zoogdiervereniging egel 2023). Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen.
Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Het plangebied herbergt geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen (zoals grondholen) voor das. Het plangebied is omheind, verhardt en bebouwd en maakt geen deel uit van essentieel functioneel leefgebied voor das. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Van de strikt beschermde soorten zoals de das, boommarter, bunzing, eekhoorn en wezel vindt er als gevolg van de voorgenomen ingreep geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats doordat de ingreep zal plaatsvinden in een gebied wat reeds bebouwd, verhard is en het voor deze soorten ontbreekt aan geschikt leefgebied vanwege de eisen die deze zoogdieren stellen aan hun leefgebied. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van algemeen beschermde soorten waar een vrijstelling voor geldt zoals ree, edelhert, egel, haas, konijn, en vos. voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht.
De zorgplicht houdt in dat negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten. Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren
Effecten Wnb Mogelijke overtreding
Vervolgstappen Algemene soorten / zorgplicht
Rijksweg 124 - Terschuur
12
7.5 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, bosvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1-5 km). Onderzoek: Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een warmtebeeldcamera en verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting. Verblijfplaatsen: Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op.
Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen: Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken.
Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.
Rijksweg 124 - Terschuur
13
Verblijfplaatsen Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder daken en tussen dakbeschot. De te slopen bebouwing in het plangebied heeft geen dakbeschot bovendien wordt golfplaatdakbedekking vrijwel nooit door vleermuizen gebruikt doordat er onder dit soort daken grote temperatuurverschillen kunnen ontstaan is het klimaat er erg onstabiel. Gezien de open bouwstijl van de bebouwing, het ontbreken van spouwruimtes, dakbeschot en het ontbreken van potentiële verblijfplaatsen zijn gebouwbewonende vleermuizen uit te sluiten. Door het ontbreken van potentiële verblijfplaatsen ,donkere schuilplaatsen met een voldoende stabiel klimaat en het niet vinden aantreffen van soorten en/of sporen zijn negatieve effecten door de sloop van de bebouwing uit te sluiten (zie ook ter onderbouwing hiervoor de details in de fotobijlage).
Verblijfplaatsen buiten het plangebied: Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Bomen: Er zijn geen bomen in de directe nabije omgeving van de te slopen bebouwing aanwezig die potentieel geschikt zijn als vaste rust en verblijfplaats, daarnaast zullen er met de voorgenomen ingreep geen bomen gekapt worden. Negatieve effecten op boombewonende vleermuizen zijn hiermee uit te sluiten. Foeragerende vleermuizen: Op basis van een beoordeling van de inrichting en het beheer, wordt het plangebied deels als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren soorten als, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de omgeving van het perceel en vliegen ze over het plangebied terwijl ze foerageren. Gelet op de omgeving en de inrichting van het perceel, wordt het daadwerkelijke plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied niet af.
Vliegroutes: Vleermuissoorten gebruiken lijnvormige elementen als oriëntatie punten tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook lantarenpalen en gevels van gebouwen. De bebouwing vormt geen schakel in een lijnvormig element en maakt geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Soortenbescherming Vleermuizen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
Rijksweg 124 - Terschuur
14
Kader-Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Watervleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de stand van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant verblijfklimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2,5cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
Kader- Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt daarom onderzocht of er voldoende alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze afwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: : boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart, huismus, spreeuw boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-1 km). Steenuilen foerageren gemiddeld tot op een afstand van 300 meter van de nestlocatie (BIJ12 2017). Dit gebied wordt ook actief verdedigd tegen andere territoriumhouders. De steenuil zoekt voedsel op plaatsen waar lange en korte vegetatie elkaar afwisselen, zoals schapen en paardenweitjes, erven, moestuinen en tuinen. De kerkuil is een standvogel. Na vestiging blijven ze in de meeste gevallen hun hele leven in hetzelfde gebied. De soort komt voor in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerlanden, heggen, bosjes of houtwallen. Kerkuilen nestelen met voorkeur in hoge, donkere tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, torens en kastelen of in geplaatste nestkasten. Binnen het territorium zijn een aantal vaste plekken die worden gebruikt als nest- of rustplaats. De functionele leefomgeving van een nest moet het hele jaar voldoende voedsel leveren en is daarom
Rijksweg 124 - Terschuur
15
van groot belang. Naast foerageergebied en nestlocatie zijn zit- en uitkijkposten binnen het functioneel leefgebied ook van belang (Kennisdocument Kerkuil). Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2023). De bebouwing heeft wand- en dakbeplating waar openingen en potentiële nestplaatsen ontbreken voor gebouwbewonende soorten. Er zijn geen ruimtes aanwezig die geschikt zijn als potentiële nestlocaties voor soorten als de huismus en gierzwaluw. De huismus is niet waargenomen op het perceel. Er worden geen groenstructuren aangetast de geschikt zijn voor de huismus. De gierzwaluw is een koloniebroeder en geeft de voorkeur aan stedelijk gebied met een ruim aanbod aan van nestlocaties. De planlocatie is gelegen in agrarisch gebied, er zijn geen geschikte nestlocaties waargenomen.
Er zijn geen oude/nesten van de boerenzwaluw waargenomen in het plangebied. Negatieve effecten voor deze gebouwbewonende soorten kunnen worden uitgesloten. Er zijn geen sporen aangetroffen die wijzen op aanwezigheid van uilen. De bebouwing in het plangebied heeft geen donkere zolderruimtes of holtes, door de openbouwstijl is de bebouwing bovendien te tochtig en te licht voor een verblijfplaats. Ook zijn er geen braakballen gevonden het ontbreekt geheel aan sporen hierdoor kan worden uitgesloten dat de bebouwing een functie vervult voor soorten als steenuil en kerkuil. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen zoals hierboven genoemd (daarnaast geen steenuil- en kerkuil nestkasten aanwezig). Voor ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op het perceel. Het groen rond de planlocatie wordt niet aangetast. Negatieve effecten op nestlocaties en/of leefgebied van uilen en roofvogelsoorten kunnen worden uitgesloten. Er is wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen.
De groene omgeving buiten de planlocatie vormt voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties maar er zijn geen nesten aangetroffen. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Soortenbescherming Algemene Vogels
Effecten Wnb Geen overtreding
Vogels jaarrond beschermd
Geen overtreding
Vervolgstappen Broedvogelcheck bij start binnen het broedseizoen. N.v.t.
Rijksweg 124 - Terschuur
16
7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: bruine kikker, groene kikker, bastaardkikker en gewone pad. Verder hazelworm en muurhagedis (in een straal van 1-5km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Binnen het verharde plangebied is geen open water aanwezig beschermde amfibieën en reptielen worden niet verwacht. broeihopen, structuurrijke vegetaties zoals heidevelden, voedselarme poelen en zandverstuivingen zijn in het plangebied afwezig. Derhalve kunnen deze worden uitgesloten. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt landhabitat voor amfibieënsoorten. Mogelijk kunnen (incidenteel) soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt, voorkomen binnen de projectlocatie. Indien gehouden wordt aan de zorgplicht worden in het kader van de Wnb geen negatieve effecten verwacht. Soortenbescherming Amfibieën en reptielen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen Algemene soorten/ zorgplicht
7.8 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Vissen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart (1-5km). Van beschermde libelsoorten wordt alleen op groter afstand melding gemaakt van gevlekte witsnuitlibel en kempense heidelibel. Gedurende het veldbezoek zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aanwezig die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
Rijksweg 124 - Terschuur
17
7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer: Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de werkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Flora Grondgebondenzoogdieren Vleermuizen Algemeen vogels
Vogels jaarrond Beschermd Amfibieën en reptielen Vissen Insecten, libellen en ongewervelden
Effecten Wnb Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding
Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t. Algemene soorten / zorgplicht N.v.t. Broedvogelcheck indien start werkzaamheden binnen broedseizoen plaatsvindt N.v.t. Algemene soorten / zorgplicht N.v.t. N.v.t.
Beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
Rijksweg 124 - Terschuur
18
Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord.
Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige bebouwing en groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.
Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl
Rijksweg 124 - Terschuur
19
8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het Natura 2000-gebied Veluwe bevindt zich op circa ca. 7.5km afstand ten oosten van de onderzoekslocatie.
Bron: www.pdok.nl
Rijksweg 124 - Terschuur
20
Rijksweg 124 - Terschuur
21
Bron: www.natura2000.nl
Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten. Een AERIUS berekening voor wat betreft stikstof (aanlegfase/sloopfase) is niet aan de orde aangezien de werkzaamheden minimaal zijn. Indien er een vervangende loods gebouwd gaat worden zal in overleg met bevoegd gezag bekeken moeten worden of er een berekening voor de gebruiksfase noodzakelijk is. (deze werkzaamheden zijn minimaal, echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen)
8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.
Rijksweg 124 - Terschuur
22
Te slopen kapschuur (nr 7)
Te slopen schuurtjes (nr 5 en 6)
Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com
De onderzoeklocatie is gedeeltelijk in het Gelders Natuurnet (tpv de te slopen schuurtjes nr 5 en 6) en gedeeltelijk in een Groene ontwikkelingszone (tpv de te slopen kapschuur nr 7) gelegen. Voor wat betreft de sloop van schuur 5 en 6 met betrekking tot GNN gebied; gezien de sloop geen negatieve gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk hoeft er voor de sloop geen compensatieplan te worden opgesteld. Voor wat betreft de sloop van schuur 7 met betrekking tot Groene Ontwikkelingszone; gezien het een NSW landgoed betreft hoeft er geen verplichte compensatie plaats te vinden voor wat betreft de ligging in een Groene Ontwikkelingszone. Het is niet verplicht maar het mag wel. Hier kunnen wij eventueel separaat aan dit document, in overleg met de betrokkenen, een plan voor opstellen.
8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels (Natura2000) zijn uit te sluiten. De ontwikkeling worden uitgevoerd op een reeds bebouwd en verhard plangebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen en niet-broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er geen sprake van bronbemaling en/of heiwerkzaamheden. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe en/of overige Natura2000 gebieden is uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanleg- en gebruiksfase. De werkzaamheden zijn minimaal echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen. Gemeente Barneveld adviseert vrijwel altijd vanuit Worst Case scenario voor de volledigheid en de juridische borging van de geplande werkzaamheden. Zie concept toezeggingsbrief.
Rijksweg 124 - Terschuur
23
Voor wat betreft de sloop van schuur 5 en 6 met betrekking tot GNN gebied; gezien de sloop geen negatieve gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk hoeft er voor de sloop geen compensatieplan te worden opgesteld. Voor wat betreft de sloop van schuur 7 met betrekking tot Groene Ontwikkelingszone; gezien het een NSW landgoed betreft hoeft er geen verplichte compensatie plaats te vinden voor wat betreft de ligging in een Groene Ontwikkelingszone. Het is niet verplicht maar het mag wel. Hier kunnen wij eventueel separaat aan dit document, in overleg met de betrokkenen, een plan voor opstellen.
9.Conclusie en advies 9.1 Conclusie Houtopstandenbescherming * De werkzaamheden hebben geen effect op bomen en/of houtopstanden. Er zal niet worden gekapt.
Soortenbescherming *De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. *De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. *Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is in dit geval mogelijk er worden geen bezette nesten worden verstoord.
*In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Rijksweg 124 - Terschuur
24
*Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. * Zorgplicht is altijd van toepassing.
Gebiedenbescherming *Er zijn geen gevolgen voor het dichtstbijzijnde (ca. 7.5km) Natura2000 gebied Veluwe. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanleg- en gebruiksfase. De werkzaamheden zijn minimaal echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen. Gemeente Barneveld adviseert vrijwel altijd vanuit Worst Case scenario voor de volledigheid en de juridische borging van de geplande werkzaamheden. Zie concept toezeggingsbrief.
*Voor wat betreft de sloop van schuur 5 en 6 met betrekking tot GNN gebied; gezien de sloop geen negatieve gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk hoeft er voor de sloop geen compensatieplan te worden opgesteld. *Voor wat betreft de sloop van schuur 7 met betrekking tot Groene Ontwikkelingszone; gezien het een NSW landgoed betreft hoeft er geen verplichte compensatie plaats te vinden voor wat betreft de ligging in een Groene Ontwikkelingszone. Het is niet verplicht maar het mag wel. Hier kunnen wij eventueel separaat aan dit document, in overleg met de betrokkenen, een plan voor opstellen.
9.2 Advies * Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. * Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.
Rijksweg 124 - Terschuur
25
10.Bronnen
www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Rijksweg 124 - Terschuur
26
Bijlage 1 foto overzicht De te slopen loods, geen dak of wand beschot aanwezig. Er zijn geen nesten of sporen van beschermde soorten aangetroffen.
De te slopen schuren bieden door de openbouwstijl en het ontbreken van delen van het dak geen beschutte schuilplaatsen voor beschermde soorten. Er zijn geen soorten en/of sporen aangetroffen.
Rijksweg 124 - Terschuur
27
Bijlage 2 overzichtstekening
Rijksweg 124 - Terschuur
28
Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie
Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Plaats: Terschuur Straat: Rijksweg 124 Nadere plaatsbepaling: N.v.t.
Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP
gebruik
Soortgroep
Soort
T-P
Opmerking/ Inspectie ……………
1
Inspectie …………………..
2
Inspectie ……………………………………………
3
Inspectie
Rijksweg 124 - Terschuur
29
2 Leefgebied Code A V13
Soortgroep
Soort houtduif
waarneming vliegend
Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie
B
V6
Wilde eend
vliegend
x
GEEN Inspectie
C
V27
koolmees
Tuin woonhuis
x
GEEN Inspectie
D
V23
merel
vliegend
x
GEEN Inspectie
E
GEEN Inspectie
F
V13
Tortel duif
boom
x GEEN Inspectie
G
V29
Kauw
boom buiten plangebied
GEEN x X Inspectie s x
Rijksweg 124 - Terschuur
30
Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier
Rijksweg 124 - Terschuur
31
Rijksweg 124 - Terschuur
32
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 3 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor voorliggend plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) voorliggend plan. De volgende partiële herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op voorliggend plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1637-0002
20-4-2022
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1580-0002
3-2-2021
Dronkelaarseweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1611-0002
26-5-2021
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Essenerweg XVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1459-0002
8-2-2023
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1726-0002
26-4-2023
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Garderbroekerweg-Kapweg, partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0203.1692-0002 2012
8-2-2023
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kapweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1623-0002
6-10-2021
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
97
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie
NL.IMRO.0203.1515-0002
22-3-2023
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening Molenbiotopen
NL.IMRO.0203.1598-0002
21-4-2021
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Plaggenweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1667-0002
31-5-2023
Sleedoornweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1626-0002
6-10-2021
Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1596-0002
18-3-2021
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
98
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)