Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting
Tekst van het document
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
(24 april 2024) bestemmingsplan Plannr. 1788
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 8
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Leemweg ongenummerd 3.2 Rijksweg 124
11 11 12
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
15 15 15 16 18 20 21
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Ecologie 5.5 Externe veiligheid 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Ontplofbare oorlogsresten 5.15 Veiligheid en gezondheid 5.16 Verkeer 5.17 Water
26 26 26 26 28 29 30 31 31 32 32 32 33 34 34 35 36 36
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
38 38 38 38 39 39 39
Hoofdstuk 7
41
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
42 42 42 43 43
Bijlagen bij de toelichting
45
2
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Stikstofberekening Rijksweg 124 Flora en fauna rapport Rijksweg 124 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen
46 63 97
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
3
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Rijksweg 124 in Terschuur is een verzoek ingediend om een onderhoudsgebouw ten behoeve van Landgoed Meerveld te realiseren. Daarnaast is er het verzoek om binnen hetzelfde landgoed een ongebruikte woonbestemming ten westen van Leemweg 6 in Terschuur weg te bestemmen. De uitvoering van deze plannen is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
Afbeelding 1.1: Ligging planlocaties
Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit deze partiële herziening.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
5
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Begrenzing plangebied
Aangezien met vooliggende partiële herziening tevens de regels van het bestemmingsplan deels worden herzien komt het plangebied van deze herziening overeen met de grenzen van het plangebied van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'.
Afbeelding 2.1: Begrenzing plangebied Buitengebied 2012 Naast enkele herzieningen van de regels worden ook (de verbeeldingen van) twee specifieke locaties herzien, namelijk van de Leemweg ongenummerd (ten westen van 6) in Terschuur en de Rijksweg 124 in Terschuur. Beide locaties vallen binnen de grenzen van het landgoed Meerveld. Wanneer hierna over het 'plangebied' gesproken wordt zal het gaan over één van deze twee locaties, dan wel beide locaties. In de teksten zal duidelijk aangegeven worden om welk gebied het gaat. Leemweg ongenummerd Terschuur Het plangebied Leemweg ongenummerd ligt ten westen van Leemweg 6 in Terschuur, ongeveer 1 kilometer ten noordoosten van de kern Terschuur. Kadastraal is het perceel bekend als Voorthuizen, sectie B, nummers 1284 (geheel) en 1283 (deels). Het plangebied wordt aan alle zijden veelal begrensd door bosschage met de bestemming 'Natuur' dan wel 'Groen', met uitzondering van de zuidoostelijke hoek, die grenst aan de Leemweg. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
6
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 2.2: Begrenzing planlocatie Leemweg ongenummerd (ten westen van 6)
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
7
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Rijksweg 124 Terschuur Het plangebied Rijksweg 124 ligt aan de aan de noordzijde van de Westerveldseweg, een eigen weg die uitkomt op de Rijksweg in het oosten en de Leemweg in het westen. Het plangebied ligt op ongeveer 1.9 kilometer ten oosten van de kern Terschuur. Het plangebied wordt aan de noord- en de zuidzijde begrensd door houtsingels. Aan de oostzijde vormen open weilanden de grens van het plangebied. De westzijde grenst vooral aan bosschage en deels weiland. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding 2.3: Begrenzing planlocatie Rijksweg 124
2.2
Geldende bestemmingen
Zowel het plangebied van Leemweg ongenummerd als van Rijksweg 124 ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. Leemweg ongenummerd De gronden hebben de bestemming 'Wonen' met daaromheen de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding'. Verder gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone ecologische hoofdstructuur', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3' en 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied GV'. Tevens geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het perceel heeft hierin deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en deels 'Waarde - Archeologie 2'. Hiermee is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' uit het bestemmingsplan "Buitengebied 8
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 2012" komen te vervallen. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die de aanpassing van de huidige bestemmingen naar 'Natuur' mogelijk maken, bijvoorbeeld door een wijzigingsbevoegdheid. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Afbeelding 2.4: Huidige verbeelding Leemweg ongenummerd
Rijksweg 124 De gronden hebben de bestemming 'Wonen' in het zuidelijke deel van het plangebied en de bestemming 'Agrarisch' . Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding'. Verder gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied GV'. Tevens geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het perceel heeft hierin deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', deels 'Waarde - Archeologie 2' en deels 'Waarde - Archeologie 1'. Hiermee zijn de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde' en 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde' uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" komen te vervallen. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
9
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 2.5: Huidige verbeelding Rijksweg 124
2.2.1
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.
10
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Leemweg ongenummerd
Op het perceel aan de Leemweg, ten westen van nummer 6, stonden tot en met 2019 enkele agrarische schuren die hoorden bij de (voormalige) agrarische bedrijfsbestemming aan de Leemweg 6. In 2019 is deze agrarische bedrijfsbestemming met het wijzigingsplan 'Leemweg II' verwijderd. De locatie van de oude bedrijfswoning op de Leemweg 6 is hierbij omgezet naar een reguliere woonbestemming en met inzet van sloopmeters is er op het perceel ten westen hiervan één extra woonbestemming gerealiseerd. Deze extra woning is echter nooit gerealiseerd, waardoor het perceel momenteel enkel nog een 'leeg' weiland betreft. Bij nader inzien vindt Landgoed Meerveld de locatie aan de Leemweg toch niet de meest geschikte locatie om een extra woning toe te voegen. Mede vanwege de (natuurlijke) kwetsbaarheid van dit gebied zien zij toch af van het plan om hier een woning te realiseren. De sloopmeters die in 2019 ingezet zijn om deze woonbestemming mogelijk te maken worden daarbij weer inzetbaar om elders in de regio in te zetten. Een deel van de vrijkomende sloopmeters worden direct ingezet om het onderhoudsgebouw aan de Rijksweg 124 mogelijk te maken. De woonbestemming en de omliggende agrarische gronden worden daarbij geheel omgezet naar de bestemming 'Natuur', wat aansluit op de bestemming van de omliggende gronden. De bouw van een woning is daarmee niet meer mogelijk.
Daarnaast worden de drie voorwaardelijke verplichtingen die op deze gronden liggen verwijderd, aangezien deze te maken hebben met de realisatie van de extra woning. De verplichtingen hadden namelijk betrekking op het inrichtingsplan, een sloopverplichting en het borgen van voldoende bluswatervoorzieningen. Nu de extra woning er niet meer komt zijn deze voorwaardelijke verplichtingen niet meer van toepassing.
Afbeelding 3.1: Nieuwe verbeelding Leemweg ongenummerd
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
11
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
3.2
Rijksweg 124
3.2.1
Perceel
Op het perceel Rijksweg 124 is een woonbestemming aanwezig met diverse bijgebouwen. De woning en de gronden zijn in eigendom van Landgoed Meerveld BV en de woning wordt bewoond door de beheerder/boswachter die tevens in dienst is van het landgoed. Buiten de woonbestemming zijn ook meerdere bijgebouwen aanwezig, die er onder overgangsrecht staan. Deze zijn veelal nog uit de tijd dat er nog een agrarische bedrijfsbestemming op deze gronden aanwezig was (in het bestemmingsplan 'Buitengebied 1983'). Van de huidige bebouwing wordt circa 200 m² gesloopt (gebouw 5, 6 en 7 op onderstaande afbeelding). De overige bebouwing blijft behouden.
Afbeelding 3.2: Huidige situatie Rijksweg 124 Ongeveer ter plekke van het te slopen gebouw 7 zal het nieuwe onderhoudsgebouw van 350 m² gebouwd worden. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen. Het gebouw komt daarmee op het bestaande erf waarbij er voldoende sprake blijft van een compact erf. De nieuwe bebouwing komt al in een groene omgeving te liggen waardoor er geen extra landschappelijke inpassing nodig is. Voor de afvoer van regenwater wordt er een infiltratiekrat op het perceel gerealiseerd waarbij eventuele overloop in de bestaande sloot opgevangen zal worden. Het nieuwe onderhoudsgebouw zal worden gebruikt als werktuigenberging voor materieel dat specifiek bedoeld is voor het plegen van onderhoud op het landgoed, zoals een tractor, shovel, klepelmaaier, et cetera.
12
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 3.3: Schetsplan nieuwe situatie Rijksweg 124
3.2.2
Bestemmingsplan
De bestaande woonbestemming wordt iets verkleind aan de zuidzijde en aan de westzijde waar de bebouwing gesloopt wordt. De delen waar de bestemming 'Wonen' verdwijnt komt de bestemming 'Natuur', passend bij de bestemming van de aangrenzende gronden. Ter plekke van het onderhoudsgebouw wordt de woonbestemming toegevoegd. Ook het bestaande (vergunde) gebouw ten noorden van het onderhoudsgebouw komt in het bestemmingsvlak 'Wonen' te liggen. De twee bestemmingsvlakken 'Wonen' worden aan elkaar gekoppeld middels een relatie, zodat er planologisch sprake is van één bestemmingsvlak. De exacte locatie van het nieuwe onderhoudsgebouw krijgt de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos onderhoudsgebouw' om zo te garanderen dat dit gebouw enkel als onderhoudsgebouw gebouwd en gebruikt wordt. Daarbij zijn ook de maatvoeringsaanduidingen voor de maximale oppervlakte van 375 m², de maximale goothoogte van 4,2 meter en de maximale bouwhoogte van 7,5 meter opgenomen. Deze afwijkende goot- en bouwhoogtes zijn hier nodig vanwege de grootte van het materieel dat in het onderhoudsgebouw komt te staan. Verder komen er twee voorwaardelijke verplichtingen over het perceel te liggen. De eerste voorwaardelijke verplichting heeft betrekking op de realisatie (en in stand houding) van de waterhuishouding van de nieuwe schuur en de maatregelen voor de biodiversiteit.
De tweede voorwaardelijke verplichting heeft betrekking tot een sloopverplichting voor de 200 m² aan bijgebouwen op het perceel die gesloopt moeten worden.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
13
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 3.4: Nieuwe verbeelding Rijksweg 124
14
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing Het beoogde plan is dermate kleinschalig dat de NOVI geen belemmering vormt voor dit plan.
4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
15
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing aangezien er geen sprake is van één van de genoemde categorieën of projecten.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied Voorliggend plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
16
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Regels Landbouw Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 3: Regels Natuur - kaart 1 Kaart 9: Regels Water en Milieu Vanuit kaarten 1 en 2 en 9 behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Vanuit kaart 3 worden regels gesteld doordat beide plandelen (zowel Rijksweg 124 als Leemweg ongenummerd) binnen de Groene Ontwikkelingszone liggen.
Afbeelding 4.1: Ligging planlocaties in GO (lichtgroen) en GNN (donkergroen) Doordat het plandeel Leemweg ongenummerd geen fysieke wijziging betreft, maar enkel het omzetten van de bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch' naar 'Natuur' hoeft hiervoor geen versterkingsplan aangeleverd te worden. Op het plandeel Rijksweg 124 vindt wel een ontwikkeling plaats waar normaal een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied in het kader van de ligging in GO en GNN nodig zou zijn. Echter omdat Landgoed Meerveld (sinds 1986) een Natuurschoonwet-landgoed betreft is deze vrijsteld van de verplichte versterking van de kernkwaliteiten. Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Doorwerk ing in plangebied Voor wat betreft het plandeel Leemweg ongenummerd betreft dit plan geen fysieke verandering aan het landschap, maar enkel de planologische omvorming van de bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch' naar 'Natuur'. Hiermee wordt de mogelijkheid van bebouwing op dit perceel verwijderd, wat gunstig is met betrekking tot wateroverlast en hitte op het perceel. Het plandeel Rijksweg 124 betreft de toevoeging van een gebouw voor het onderhoud van het landgoed. "Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
17
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Hoewel de nieuwe bebouwing op het bestaande erf plaatsvindt en er ook bebouwing op het perceel zelf gesloopt wordt, wordt er per saldo wel wat extra verharding op het perceel toegevoegd. Om wateroverlast tegen te gaan wordt er rekening gehouden met de afvoer van regenwater van deze extra verharding (zie paragraaf 5.17). Tevens wordt het bestaande groen op het perceel behouden, waardoor met schaduwvorming hittestress zo veel mogelijk vermeden wordt. Daarnaast vindt er compensatie met sloopmeters van elders plaats, waarmee er een bijdrage geleverd is aan de ontstening van het buitengebied, wat een positieve bijdrage levert aan de klimaatadaptatie. Conclusie Voorliggend plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.
Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; 18
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid.
Doorwerk ing in het plangebied Voor voorliggend plan is er zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het functieveranderingsbeleid. De ongebruikte woonbestemming aan de Leemweg is in 2019 tot stand gekomen door de inzet van 1.290 m² sloopmeters in het bestemmingsplan 'Leemweg II'. Omdat deze woonbestemming nooit gebruikt is en beter elders ingezet kan worden gezien de natuurlijk gevoelige locatie is het in het kader van maatwerk acceptabel dat deze gebruikte sloopmeters weer beschikbaar gemaakt worden na het opheffen van de woonbestemming. Als extra 'compensatie' wordt hierbij de woonbestemming en de aangrenzende agrarische bestemming omgezet naar 'Natuur', wat aansluit bij de omliggende bestemmingen. Op de Rijksweg 124 wordt er extra oppervlakte aan bijgebouwen bij een woning gerealiseerd. Er wordt circa 200 m² aan bijgebouwen gesloopt en een nieuw (onderhouds)gebouw van 375 m² gerealiseerd. Per saldo komt er dus 175 m² bij, welke in lijn met de rekenmethode van het functieveranderingsbeleid in tweevoud gecompenseerd wordt met sloopmeters. De benodigde 350 m² sloopmeters worden aangeleverd vanuit de vrijkomende sloopmeters van de Leemweg.
Waar de vergroting van de oppervlakte aan bijgebouwen niet in het functieveranderingsbeleid past is dat met de toevoeging van de nieuwe loods van 375 m² de totale oppervlakte aan bijgebouwen bij de woonbestemming groter wordt dan de reguliere maximum van 400 m² bij een woonbestemming, zoals aangegeven in het beleid. Op het perceel is momenteel al 563,2 m² aanwezig, grotendeels onder het overgangsrecht. Hiervan wordt 199,8 m² gesloopt en wordt er 350 m² nieuw gebouwd. Hiermee komt de totale oppervlakte aan bijgebouwen in de nieuwe situatie op 738,4 m². Echter zal de nieuwe loods niet gebruikt worden ten behoeve van privégebruik bij de woning, maar ten behoeve van het onderhoud van het landgoed. Een functieverandering naar een bedrijfsbestemming (niet-agrarische of landelijk) om de grotere oppervlakte is hier niet wenselijk gezien de locatie in het groene landgoed en omdat die bestemmingen hier ook niet direct passend zouden zijn. Om dit op te lossen is het nieuwe gebouw en de bijhorende oppervlakte specifiek aangeduid als ‘onderhoudsgebouw’ waarbij privégebruik ten behoeve van de woning niet toegestaan is. De uitbreiding van 350 m² is zo enkel te gebruiken als onderhoudsgebouw, waarbij de oppervlakte aan bijgebouwen ten behoeve van privégebruik bij de woning juist verminderd wordt naar 388,4 m². De afwijking van het functieveranderingsbeleid is zo voldoende te verantwoorden.
4.4.2
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met "Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
19
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio. Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie.
Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en maatregelen rondom klimaatdadaptatie zijn beschreven in de paragrafen van de omgevingsverordening (§ 4.3.1.2) en de waterparagraaf (§ 5.17).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17).
20
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.
Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve "Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
21
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied.
Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
22
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 4.2: Uitsnede Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda
Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. De plangebieden liggen in het deelgebied Agrarisch bekenlandschap. Daarbij ligt het plangebied Rijksweg 124 in de zone van de Robuste ecologische verbindingszone. 4.6.1.1
Agrarisch bekenlandschap
De functie landbouw in het gebied is richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek Het agrarisch bekenlandschap wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van hogere ruggen met dichtere beplanting (onder andere lanen) en bebouwing en lagere open delen waar de beken lopen. Langs de beken is sprake van langere doorzichten. Delen van het gebied zijn zeer kleinschalig door kleinschalige landschapselementen en bosjes. In dit deelgebied zijn een aantal relatief gave relicten van het kampenlandschap. Gebruik In een groot deel van het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de natuurkerngebieden van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. In het gemeentelijk ruimtelijk beleid wil de gemeente rekening houden met passende schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven kunnen groeien en anderzijds bedrijven hun agrarische activiteiten zullen beëindigen.
Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. In het agrarisch bekenlandschap wordt gestreefd naar een goede dagrecreatieve structuur. Voor versterking van die toeristisch-recreatieve functie van het gebied besteedt de gemeente aandacht aan mogelijkheden voor het realiseren en verbeteren van wandel-, fiets- en ruiterpaden. De gemeente is terughoudend ten aanzien van verblijfsrecreatie, uitgezonderd het stimuleren van recreatief medegebruik "Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
23
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 van agrarische gronden als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering. Doorwerk ing in het plangebied Het plandeel Leemweg ongenummerd betreft enkel het verwijderen van de mogelijkheid van een nieuwe woning, waarbij de gronden een natuurbestemming krijgen. Dit is niet strijdig met de visie. Het plandeel Rijksweg 124 waarbij het goed onderhouden van het landgoed ondersteund wordt past ook in de visie waar het gebruik van de gronden in dit deelgebied passend moeten zijn binnen de natuurdoelstellingen. Het belang van de natuur in dit gebied wordt ook extra aangegeven door de robuuste ecologische zone, hoewel hier vanuit de structuurvisie verder nog geen specifiek beleid voor aangegeven is. De structuurvisie vormt daarmee geen belemmering voor dit plan.
4.6.2
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.17). 4.6.3
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijk e eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).
24
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.17). Doorwerk ing in plangebied Het plandeel Leemweg ongenummerd betreft enkel een planologische wijziging, waarbij de optie van bebouwing en verharding juist wordt verwijderd/verminderd. Het plandeel Rijksweg 124 voorziet in de bouw van een bijgebouw ten behoeve van het onderhoud van het landgoed. Dit bijgebouw zal moeten voldoen aan de bijbehorende BENG-normen, wat verder uitgewerkt en getoetst zal worden bij het vergunningentraject. Wel is er in het bestemmingsplan al rekening gehouden met zaken als de waterafvoer en het instandhouden van het bestaande groen. 4.6.4
Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities
Landgoederenbeleid De nota Van Schaffelaar tot Otelaar betreft de beleidsevaluatie van het gemeentelijk beleid voor nieuwe landgoederen. In de nota wordt een perspectief geboden op het ontstaan van een landgoederenzone. Deze landgoederenzone kan op den duur zelfs de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe met elkaar verbinden. De zone is goed bereikbaar voor recreanten dankzij de ligging aan de hoofdkernen van de gemeente. De ontwikkeling van nieuwe natuur en de uitstraling van het landgoed staan voorop, zodat sprake is van een concrete verbetering van de bestaande landschappelijke- en ecologische kwaliteit. In het beleid zijn de uitgangspunten voor nieuwe landgoederen opgenomen. Verzoeken voor nieuwe landgoederen worden getoetst aan deze nota. Doorwerk ing in plangebied Dit plan betreft een bestaand landgoed (Meerveld) en niet de toevoeging van een nieuw landgoed. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan het Landgoederenbeleid.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 5 5.1
RANDVOORWAARDEN
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de toetsing van het plan op grond van verschillende ruimtelijke apecten. Op het perceel Leemweg ongenummerd wordt echter alleen een (ongebruikte) woonbestemming en de omliggende agrarische bestemming omgezet naar de bestemming 'Natuur'. Ruimtelijk gebeurt hier niets. Het perceel is reeds ruimtelijk getoetst voor de bestemmingsplanwijziging in 2019 om de woonbestemming hier mogelijk te maken en met voorliggend plan wordt het 'gevoelige' gebruik van het perceel juist wegbestemd. Met de natuurbestemming wordt er juist minder mogelijk op het perceel. Vooralsnog is het perceel een weiland en dit blijft het ook. Hierdoor is er ruimtelijk weinig te toetsen voor dit perceel. De toeting per aspect gaat daarom dan ook enkel over het perceel Rijksweg 124. Indien er bij een bepaald onderwerp toch iets over het perceel aan de Leemweg aan te geven is dan wordt dit adres specifiek nog genoemd.
5.2
Bodem
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten ter plaatse van de gewenste ontwikkeling en voor de beoogde bestemming en het gebruik. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.3
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.3.1
Archeologie
In de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart is te zien dat het plangebied van de Rijksweg 124 grotendeels in een middelhoge en hoge verwachting ligt.
26
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 5.1: Plangebied Rijksweg 124 in Archeologische waarden- en verwachtingenkaart 5.3.1.1
Archeologie middelhoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied middelhoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. 5.3.1.2
Archeologie hoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Doorwerk ing in plangebied Het project valt onder de vrijstellingsregels van deze verwachtingswaarden waardoor er geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. De huidige archeologische dubbelbestemmingen kunnen behouden blijven.
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012
5.3.2
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als jonge vochtige landbouwontginningen (waarde 1). Het betreft lage cultuurhistorische waarden waarmee geen rekening hoeft te worden gehouden binnen de huidige planaanvragen. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.
5.4
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.4.1 5.4.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied van de Rijksweg 124 ligt op circa 7.75 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Hoewel het plangebied niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied ligt is alsnog voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (Bijlage 1). Conclusie van het rapport en de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
5.4.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is er een natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 2). Uit het onderzoek komen de volgende conclusies: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats.
Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk 28
"Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Rijksweg-Leemweg, partiële herziening Buitengebied 2012 geacht. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is in dit geval mogelijk er worden geen bezette nesten worden verstoord. In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is nietnoodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden.