Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Programmabegroting 2025
Inhoudsopgave
1. Aanbieding en inleiding
1
2. Financieel beeld en beslispunten
5
3. Financiële begroting
8
4. Programma’s
13
Programma 1 – Participatie & Ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en Leefomgeving Programma 4 – Samenwerken, dienstverlenen en besturen
5. Paragrafen
38
Paragraaf 1 – Lokale heffingen Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4 – Financiering Paragraaf 5 – Grondbeleid Paragraaf 6 – Verbonden partijen Paragraaf 7 – Bedrijfsvoering Paragraaf 8 – Wet open overheid
6. Bijlagen 1. Reserves en voorzieningen 2. Beleidstoevoegingen 2025-2028 3. Berekening EMU-saldo 4. Overzicht programma’s en taakvelden 5. Kerngegevens en indicatoren 6. Incidentele baten en lasten 7. Taakstellingen 8. Begrotingssubsidies
67
Aanbieding en inleiding Aanbieding
Geachte gemeenteraad, Verantwoord groeien Voor u ligt de Programmabegroting 2025. De gemeente Barneveld staat naast een belangrijke financiële uitdaging tevens voor een aantal stevige inhoudelijke opgaven, die direct samenhangen met de groei van de gemeente Barneveld. In de Kadernota 2025-2028 hebben wij deze beschreven. We hebben dan onder andere over: het realiseren van voldoende en effectieve jeugdzorg met minder middelen (hervormingsagenda Jeugd); het aanpakken van netcongestie en invulling geven aan de warmtetransitie; het verbeteren van bereikbaarheid en mobiliteit; het vormgeven aan een waardevol landelijk gebied met daarbinnen een hoogwaardige landbouwsector in balans met de natuur en met aandacht voor levendige dorpen; het investeren in de leefomgeving met aandacht voor veiligheid, groen en duurzaamheid. Met een accent op gezond kunnen bewegen en mogelijkheden voor ontmoeting; het realiseren van nog meer betaalbare woningen en nieuwe concepten zoals flexwoningen; het bieden van de hoognodige ontwikkelruimte aan onze ondernemers; het beter benutten van het potentieel van arbeidskrachten via omscholing; een proactief public affairs- en lobby beleid gericht op onze Barneveldse opgaven; een sterke bedrijfsvoering en het uitbouwen van onze realisatiekracht. Al met al een ambitieuze agenda.
Zeker in een tijd waarin de bijdragen vanuit het Rijk richting de gemeente teruglopen en het nog niet helder is hoe de nieuwe regeringsplannen er concreet uit zullen gaan zien voor onze gemeente. Afgezien van recent gepresenteerde Regeerprogramma. In ieder geval is het wel duidelijk dat we te maken zullen hebben met dalende inkomsten, terwijl er tegelijkertijd steeds meer taken worden neergelegd bij gemeenten. Meer doen met hetzelfde. Daarnaast zijn de opgaven en taken ook in kwalitatief opzicht steeds ingewikkelder geworden en nog meer met elkaar verknoopt geraakt. Denk daarbij aan: klimaat, energie, stikstof, landbouw, natuur bedrijvigheid, wonen en gezondheid. Verantwoordelijkheid nemen Hoe het ook zij, we hebben ons daarmee te verhouden. Het realiseren van de agenda vraagt - los van de benodigde dosering en fasering - bovenal ook om het maken van keuzes. Op inhoud en op benodigde financiën. Keuzes waarvoor wij u in de Kadernota 2025-2028 een eerste aanzet hebben gegeven en die wij in de voorliggende Programmabegroting verder hebben uitgewerkt. In 2025 zetten we dan ook ferm onze schouders eronder. Wij nemen onze verantwoordelijkheid. Als eerste overheid staan wij voor onze inwoners, organisaties en ondernemers aan de lat voor een integrale aanpak. Wij werken daarom opgavegericht en zo veel mogelijk integraal. Veel is al in gang gezet.
Zo werken wij aan het realiseren van voldoende woningbouw om het woningtekort het hoofd te bieden. Daarbij hebben we ook aandacht voor het op peil houden van het voorzieningenniveau bij een groeiend inwoneraantal. We willen onze agrariërs zo veel mogelijk zekerheid bieden over hun toekomst in combinatie met het versterken van de natuur. In de jeugdzorg voeren we veranderingen door om de zorg betaalbaar, doelmatig en bereikbaar te houden. Bestaanszekerheid bieden we waar dat nodig is en we bouwen aan een veilige en gezonde leefomgeving. Samen werken aan de gemeente ‘Barneveld' van morgen Niet afwachten dus, maar zelf de regie voeren. Nu doen wat nodig is, om vorm te geven aan de gemeente ‘Barneveld’ van morgen. In de Kadernota 2025-2028 is daarvoor een route geschetst om meerjarig de benodigde extra financiële middelen vrij te spelen. In het komende jaar maken we via deze Programmabegroting een start. Dat doen wij allereerst door de 'basis op orde' te houden voor wat betreft de reguliere gemeentelijke taken. Daarnaast reiken onze ambities verder dan dat. De gemeente groeit in een gestaag tempo. 2025 staat voor ons dan ook in het teken van het verder goed faciliteren van de schaalsprong waarin onze gemeente zich bevindt. We hebben een gemeente voor ogen, waarin iedereen mee kan komen, mee kan doen en waarin we bovenal “samen redzaam” zijn.
Een gemeente met voldoende woningen, goede infrastructuur, werkgelegenheid, toekomst voor het landelijk gebied en adequate maatschappelijke voorzieningen. Het gaat om verantwoord groeien. Daar zijn zetten wij op in. Dat willen wij vooral samen doen. Met u en met onze inwoners, organisaties en ondernemers. Aan de slag in 2025 In deze begroting schetsen we via de 4 programma’s onze plannen voor 2025. We laten – in lijn met de Kadernota 2025-2028 – zien hoe we onze doelen gaan bereiken binnen een (meerjarig) sluitende begroting. 2025 is ook het jaar waarin we de omgevingsvisie 2040 voor de gemeente Barneveld gaan vaststellen. We geven daarin aan wat nodig is voor een gezonde en duurzame groei. Daarvoor zijn extra investeringen vereist in de leefomgeving, maar ook met betrekking tot het voorzieningenniveau. 2025 is het voorbereidingsjaar als het gaat om het realiseren van de benodigde extra financiële ruimte. Dat doen we allereerst door kritisch te kijken naar onze eigen uitgaven en kosten en naar het doen van ombuigingen. Maar dat alles heeft zonder meer impact en maatschappelijk effect en kan niet onbeperkt. We ontkomen dan ook niet aan ombuigingen en het verhogen van de inkomsten via de gemeentelijke belastingen. Wij doen dat in nauwe
1
samenspraak met u, onze inwoners en maatschappelijke partners. Daarvoor werken wij eerst een aantal ombuigingsscenario's uit in maatregelen en bespreken deze via toegesneden participatietraject om vervolgens in de eerste helft van 2025 definitieve keuzes te maken en deze via de Kadernota 2026 -2029 aan u voor te leggen. We doen dit - zoals aangekondigd in de Kadernota 2025-2028 - aan de hand van een projectplan. Daarin geven wij specifiek aan hoe, met wie (participatie) en wanneer wij de gestelde resultaten willen bereiken. Het projectplan sturen wij u separaat en tijdig toe ter kennisname, zodat u dit kunt betrekken bij de verdere begrotingsbehandeling. We beseffen de impact die volgend jaar vast te stellen ombuigingen zullen hebben, maar we doen dit vanuit het besef dat het nodig is om onze gemeente tijdig voor te bereiden op de gevolgen van een gestage groei gedurende de komende jaren. Anders gezegd, nu de voorbereidingen treffen voor de gemeente ‘Barneveld’ van morgen. De Programmabegroting 2025, die wij u aanbieden, vormt de basis hiervoor en is de uitwerking van de Kadernota 20252028. Graag gaan wij met u hierover in gesprek. Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld Secretaris W. Wieringa
Burgemeester J. van der Tak
Inleiding
1. Bestuurlijke opgave
Morgen begint vandaag In 2025 spreken we met u over de Omgevingsvisie met daarin verwoord onze ambitie voor Barneveld in 2040 en het voorkeursscenario om die te bereiken. De omgevingsvisie fungeert als inhoudelijk kompas om op te koersen. Daarnaast leggen we in samenhang met de Omgevingsvisie eveneens in 2025 een geactualiseerde kaderstelling aan u voor m.b.t. de activiteiten in het Sociale Domein. Twee belangrijke koersbepalende documenten dus ter bespreking en vaststelling. Die bepalen onze ambities. Zo streven wij naar een gemeente die bestaat uit een gezonde, inclusieve en vitale samenleving. We willen divers samengestelde wijken, waarin generaties zodanig samenleven dat er sociale samenhang is en waarin mensen naar elkaar omzien. Waar vergrijzing wordt opgevangen en zorg wordt gedeeld. Een samenleving met onveranderde zelf- en samenredzaamheid. Waar inwoners voldoende bestaanszekerheid hebben en leven in een gezonde en veilige leefomgeving. Op weg naar een gemeente waarin de vitaliteit van elke kern voorop staat. Dit impliceert dat elke kern beschikt over een passend voorzieningenaanbod en voldoende nieuwbouw aanwezig is. Zo spreiden we de groei richting 2040 evenwichtig met ongeveer 8000 woningen. Onze wijken zijn groen en klimaatbestendig ingericht met een robuuste openbare ruimte met voldoende sport-, beweeg-,cultuur- en ontmoetingsmogelijkheden.
We houden onze gemeente bereikbaar met een robuuste structuur van rondwegen en radialen rond de kernen Barneveld, Voorthuizen en onze bedrijventerreinen. We werken binnen beschermde of herstelde landschappen, waterlopen en natuur aan een aantrekkelijk gebied voor mens, plant en dier. Daarbinnen heeft de bloeiende en innovatieve agrarische sector op passende plekken een duurzame en toekomstbestendige plaats, die in evenwicht is met de omgeving. Vanuit die visie werken wij aan een verantwoorde groei. Dat is de bestuurlijke opgave voor deze programmabegroting. Dit vraagt om aanzienlijke investeringen in de leefomgeving en beleidsimpulsen. We treffen in 2025 de benodigde voorbereidingen voor de investeringen door te zorgen voor de benodigde extra middelen. Onze hoofdopgave is om als gemeente op een verantwoorde wijze de schaalsprong door te maken richting 2040. Een groei ten dienste van onze samenleving en niet andersom. Waarbij we inzetten op het versterken van de gemeenschapszin en ondernemerszin die de kracht vormen van onze gemeente. De omgevingsvisie vraagt na vaststelling om uitvoering. Op tal van onderdelen zullen we samen met onze inwoners, organisaties en ondernemers aan de slag gaan. We doen het samen! Groeien in verbinding. 2. Financiële situatie Voor het realiseren van de geschetste ambities zijn extra middelen nodig.
En juist ook op korte termijn, terwijl tegelijkertijd de inkomsten vanuit het Rijk afnemen en taken toenemen. In de Kadernota 2025-2028 hebben wij dit reeds beschreven en het financiële meerjarenperspectief geschetst. Deze is door uw raad als kader voor de Programmabegroting 2025 vastgesteld. De Meerjarenprognose ziet er als volgt uit:
Meerjarenraming
bedragen x € 1.000 Begroting MJR MJR MJR 2025 2026 2027 2028
Begrotingsresultaat Programmabegroting 2024
1.399
- 7.226- 8.897- 8.897
Raadsbesluiten gedurende 2024 Totaal mutaties Kadernota 2025 Maatregelen Kadernota 2025
2.190 - 7.986 2.900
1.970 - 867 4.771
3.785 - 42 5.237
3.785 - 478 5.850
2
Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Kadernota 2025*
83
260
559
393
208
Prognose resultaat per begrotingsjaar na Meicirculaire 2024 - 1.058
- 793
476
468
Totaal mutaties programmabegroting 2025
1.513
- 689
- 970 - 1.404
Prognose resultaat per begrotingsjaar
455
- 1.482 - 494
Meicirculaire 2024 - effect t.o.v. Kadernota 2025
Waarvan incidenteel
- 1.497 - 1.352 439
- 4.141
- 936
- 2.866 - 1.458 - 2.068
Totaal Structureel resultaat 4.596 1.384 964 *Dit is de stand van de door de raad vastgestelde Kadernota 2025 waarbij het erratum en amendement A24-54 zijn verwerkt.
1.132
In het hoofdstuk Financiële begroting onder meerjarenperspectief vindt u een uitgebreidere toelichting op de meerjarenraming 2025-2028. 3. Uitgangspunten De visie en ambitie zetten we om in inhoudelijke, financiële en organisatorische uitgangspunten in 2025.
3.1. Inhoudelijke uitgangspunten Basis op Orde De ‘basis op orde’ gaat om het zo goed mogelijk uitvoeren van reguliere gemeentelijke taken vanuit een financieel gezonde basis. Zoals het bieden van een eigentijdse dienstverlening en een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Het gaat ook om het beheer van onze gebouwen, wegen, werkterreinen en het landelijk gebied. En bijvoorbeeld om het werken met inwoners aan onze sterke sociale infrastructuur. Voor de ‘basis op orde’ zijn reguliere begrotingsbudgetten beschikbaar. Daarnaast investeren we via het Uitvoeringsplan 2025 van het MIP en versterken we ons bestaand beleid met diverse beleidstoevoegingen. Zo verbreden we de basis zodat autonome ontwikkelingen en de groei van onze gemeente opgevangen kunnen worden. Bij de Kadernota 2025-2028 zijn deze zaken reeds besloten, de Programmabegroting 2025 is een uitwerking voor 2025. Om hieraan uitvoering te kunnen geven zetten we in 2025 in op een combinatie van realistisch begroten, gefaseerd verhogen van gemeentelijke belastingen en leges maar ook op bezuinigingen. Een voorbeeld daarvan is de maatregel 'grip op arbeidskosten', waarbij we vooral ook kijken naar de eigen organisatie en we een taakstelling oplopend naar € 1 miljoen hebben opgenomen. Verantwoord groeien De gemeente staat de komende jaren voor forse opgaven. In 2025 bereiden wij een aantal grote investeringen voor.
Bijvoorbeeld voor infrastructuur (rondweg Oost, toekomstbestendige aansluiting A30), werkterreinen en onderwijshuisvesting. Investeringen die nu nog niet in het MIP zijn opgenomen maar waarvoor we komend jaar ruimte maken. Bij verantwoorde groei gaat het ook om het toekomstbestendig maken van een gemeente met substantieel meer inwoners. Dit doen we via gerichte beleidsimpulsen bijvoorbeeld in het beleidskader van het sociaal domein, toekomst landelijk gebied, onze visie op zorg en wonen, opvang van specifieke groepen klimaatadaptatie, bomenbeleidsplan en cultuurvisie. In 2025 leggen wij de basis en inventariseren we wat nog meer nodig is. 3.2. Financiële uitgangspunten Het bieden van een financieel (meerjarig) sluitende begroting met daarbij een stevige 'basis op orde’. In de meerjarenprognose is sprake van een oplopend meerjarig tekort. Dat heeft gedeeltelijk te maken met het verminderen van de inkomsten vanuit het Rijk. Het heeft ook te maken met beleidstoevoegingen in de ‘basis op orde’ en het opvangen van autonome ontwikkelingen zoals prijs- en loonontwikkelingen en het onderhouden van het uitgebreide woongebied (areaal). Het uitgangspunt is daarom om vanaf 2026 gefaseerd extra financiële ruimte te realiseren voor ‘verantwoord groeien’. Daarvoor zijn besparingen nodig in combinatie met het gefaseerd verhogen van de gemeentelijke belastingen en leges.
Deze ombuigingsopgave heeft een bandbreedte van € 4 - 9 miljoen, waarvan: € 4 - 4,5 miljoen (deels ingaand) vanaf 2025 structureel nodig is voor de "Basis op orde" in combinatie met het realiseren van een sluitend meerjarenperspectief; € 5 miljoen vanaf 2026 structureel nodig is voor "Verantwoord groeien". In de Kadernota 2025-2028 is met ingang van de Programmabegroting 2025 het volgende kader vastgesteld:
3
1. De prioriteiten voor de komende jaren, zoals verwoord in de 4 programma's, als eerste uitwerking van de "basis op orde" en "verantwoord groeien" vast te stellen en deze als inhoudelijk kader te hanteren voor de Programmabegroting 2025; 2. Om voor 2025 een sluitende begroting te kunnen maken de volgende pakketten voor dekking te verwerken: a. Basis: € 1,5 - 2,5 miljoen (structureel oplopend vanaf 2025); b. Basis plus: € 1 - 2 miljoen (structureel oplopend vanaf 2025). 3. Het college de opdracht te geven om voor de (financiële) keuzes onder de lijn ‘Verantwoord groeien’ taakstellend € 5 miljoen structurele dekking te zoeken door invulling te geven aan maatregelen uit het Aanvullend pakket via ingroei vanaf 2026 en: a. Hierbinnen voor € 3 miljoen structureel om te buigen aan de kostenkant van de begroting evenwichtig verdeeld over de scenario’s die betrekking hebben op het ombuigen van de lasten: Versoberen, Hervormingsagenda Jeugd, Bezuinigen op subsidies, Organisatie eenheden samenvoegen of uitbesteden, Verduurzamen, Zelf Samen Gemeente en Temporiseren en schrappen van investeringen; b. Hierbinnen voor € 1,6 miljoen structureel om te buigen aan de batenkant van de begroting op het scenario Verhogen OZB door in de jaren 2025-2028 de OZB bovenop de indexatie met 2,5% extra per jaar te verhogen; c.
Hierbinnen voor € 0,4 miljoen structureel om te buigen aan de batenkant van de begroting op het scenario Verhogen belastingen, leges, heffingen en overige baten.
Om de 'basis op orde' uit te voeren binnen een (meerjarig) sluitende begroting Starten we in 2025 met het uitvoeren van voorgestelde ombuigingen Basispakket en Basispakket plus. Dit is oplopend in 2025: 2 miljoen, 2026: 1,6 miljoen, 2027: 0,8 miljoen, 2028: 0,6 miljoen (= cumulatief 5 miljoen). In deze begroting is de taakstelling voor 2025 doorgevoerd via de volgende maatregelen: Realistisch begroten fase 2 Sturen op inhuur Verhoging leges, OZB Verlenging afschrijvingstermijnen Om verantwoord groeien mogelijk te maken via een extra aanvullend maatregelenpakket Werken we ombuigingen vanuit de in de Kadernota 2025-2028 voorgestelde scenario’s uit. In het begrotingsjaar 2025 bereiden we mogelijke ombuigingen voor, die voortvloeien uit de voorgestelde scenario’s. We doen dit samen met onze inwoners en maatschappelijke partners. Na participatie en weging van alle gegeven input en adviezen stellen we de ombuigingen vast en leggen we deze via de Kadernota 2026-2029 aan de gemeenteraad voor ter bespreking en vaststelling. 3.3 Organisatorische uitgangspunten We werken sinds een aantal jaren aan een toekomstbestendige organisatie, die de grote opgaven behorend bij een groeiende gemeente op kan pakken. Daarvoor is het ontwikkelprogramma ‘Barneveld groeit’ ingezet.
In 2025 ronden wij dit zoveel mogelijk af met daarbij de volgende accenten: Interne dienstverleningsprocessen en systemen op orde Tijdig vervangen en vernieuwen. Opgavegericht werken Complexe opgaven zijn uitgewerkt in integrale programma’s voorzien van doelen, inspanningen en jaarlijkse resultaten. Omgevingsbewust Via een versterkt strategisch vermogen tijdig ontwikkelingen signaleren, daarop acteren en waar nodig beïnvloeden ten gunste van de Barneveldse opgaven. Open en bereikbaar zijn via toegankelijke dienstverlening. Organisatiebreed de nadruk leggen op vroegtijdig samenwerken met inwoners, organisaties, ondernemers en mede-overheden, binnen de gemeente, in de directe regio(‘s) en via relevante netwerken Het van buiten naar binnen denken’ als rode draad ‘ te integreren in de processen ondersteund door de instrumenten vanuit participatie en gebiedsgericht werken. Meerjarig sturen Onder andere door het als gemeente verder vooruitkijken en plannen door een doorontwikkeling van Meerjareninvesteringsprogramma. Door het tijdig actualiseren van beleid en dat te monitoren. Door portfoliomanagement in te richten dat het tijdig (bij)stellen van prioriteiten en het realistisch plannen van de jaarlijks uit te voeren activiteiten ondersteunt. 4. Wat we gaan doen in 2025
Van visie en ambitie ⇒ Basis op orde en Verantwoord groeien ⇒ Begrotingsprogramma's In 2025 geven wij uitvoering aan de vier begrotingsprogramma’s:
4
Participatie en ondersteuning Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Woon- en Leefomgeving Samenwerken, Dienstverlenen en Besturen Enerzijds ten behoeve van de ‘basis op orde’ op de korte termijn en anderzijds bereiden wij de extra investeringen en beleidsimpulsen voor ‘verantwoord groeien’ voor. Bij de Kadernota 20252028 hebben wij de activiteiten voor de vier begrotingsprogramma’s geprioriteerd. In de voorliggende Programmabegroting 2025 gaan we een spade dieper. We beschrijven per programma de belangrijke ontwikkelingen, wat we willen bereiken, via welke speerpunten en met welke activiteiten. Ook wordt per speerpunt de koppeling gelegd met vastgestelde beleidstoevoegingen voor 2025.
Realiseren van het Uitvoeringsplan MIP 2025 Bij de Kadernota 2025-2028 is besloten het investeringsplafond voor 2025 met inachtneming van het aangenomen amendement A24-54 (Oldenbarneveldplein/ Begoniastraat) met € 2,61 miljoen op te hogen en de structurele kapitaallast van € 117.000 op te nemen in de prognose van de meerjarenbegroting 2025-2028. In het Uitvoeringsplan Meerjareninvesteringsplan (MIP) 2025 zijn door uw raad kredieten beschikbaar gesteld voor een totaalbedrag van € 63,3 miljoen, als volgt verdeeld over de jaarschijven: 2025: 25,9 miljoen; 2026: 20,7 miljoen; 2027: 16,7 miljoen. Voor verdere details verwijzen wij naar de bijlage m.b.t. het MIP en het uitvoeringsplan 2025. Veel van de investeringen vanuit het MIP betreffen het beheer en onderhouden en zijn onderdeel van ‘basis op orde’. Tegelijkertijd bereiden we in 2025 extra investeringen voor in de jaren daarna voor ‘verantwoorde groei’ . In de sfeer van het toekomstbestendig maken van onze infrastructuur, op peil houden en uitbreiden van het voorzieningenniveau en het doorontwikkelen van onze werkterreinen. 5. Leeswijzer In de hiernavolgende hoofdstukken verdiepen wij de onderwerpen als volgt: Financieel beeld en beslispunten Een analyse en wat we te beslissen hebben.
Financiële begroting De vier begrotingsprogramma’s In de programma’s zoomen we in op de ontwikkelingen en opgaven en werken deze uit in speerpunten. Daarin vindt u het nieuwe beleid en de koppeling met de beleidstoevoegingen. Paragrafen In de paragrafen zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot de meer beheersmatige activiteiten en de lokale heffingen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen met een groot financieel belang, die versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld in een kort overzicht. Om de raad voldoende inzicht te geven. Bijlagen
Financieel beeld en beslispunten Inleiding
Met de Kadernota 2025-2028 is het speelveld en de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025 en de procedure (wat gaan we wanneer doen) bepaald. In de Kadernota stellen we het 'Verantwoord groeien' centraal. De gemeente Barneveld staat de komende jaren voor een behoorlijke groeiopgave. Om deze groei te faciliteren zijn investeringen nodig in zowel de fysieke leefomgeving als de sociale dimensies van de leefomgeving. Groei buiten vraagt ook om groei binnen waardoor tevens aanvullende investeringen in de ambtelijke organisatie nodig zijn. Kortom, het realiseren van een verantwoorde groei van de gemeente Barneveld vanuit een solide financiële basis. Om vanuit die visie de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen voor nu en in de toekomst moeten er financiële keuzes gemaakt worden. De prognose meerjarenbegroting liet voor de komende jaren namelijk een oplopend tekort zien, mede door de ontwikkelingen in de Rijksinkomsten. In de Kadernota hebben we daarom een pakket van maatregelen opgenomen om het tekort terug te brengen. In deze programmabegroting 2025, een verdere uitwerking van de Kadernota en financiële ontwikkelingen die later plaats hebben gevonden, presenteren we een meerjarig sluitende begroting. Hier is de bezuinigingsopgave in opgenomen, die nog niet volledig is ingevuld.
In bijlage 7 Taakstellingen treft u een toelichting op de voortgang en invulling van de maatregelpakketten.
Financieel beeld
Financiële positie De gemeente Barneveld is over het algemeen een financieel gezonde gemeente. Voor het realiseren van de geschetste ambities zijn wel extra middelen nodig, terwijl tegelijkertijd de inkomsten vanuit het Rijk afnemen en taken toenemen. In de Kadernota 2025-2028 hebben wij dit reeds beschreven en het financiële meerjarenperspectief geschetst. Deze is door uw raad als kader voor de Programmabegroting 2025 vastgesteld. De komende jaren is sprake van een oplopend financieel tekort. Wij zijn daar als gemeente Barneveld niet uniek in. Veel gemeenten hebben hiermee te maken, soms in nog hevigere
5
mate. Belangrijke disclaimer is het Regeringsprogramma van het nieuwe kabinet dat in september is gepresenteerd. Dit kan nog leiden tot bijstelling. Zeker nu recent bekend is geworden dat de financiële situatie van het Rijk (na vaststelling van het Hoofdlijnenakkoord) verder is verslechterd en verdere ombuigingen nodig zullen zijn. Vooralsnog is het reeds vastgestelde financiële meerjarenperspectief bij de Kadernota 2025-2028 ons uitgangspunt. Met ingang van deze begroting maken we een start met een bezuinigingsopgave van structureel € 4-5 miljoen, gericht op een (meerjarige) sluitende begroting. Daarnaast is er een extra maatregelenpakket van structureel € 5 miljoen om gefaseerd extra financiële ruimte te creëren vanaf 2026. Na de vaststelling van de Kadernota 2025-2028 hebben nog wat ontwikkelingen plaatsgevonden waardoor het meerjarenperspectief iets verandert. Dit is toegelicht onder het meerjarenperspectief in het hoofdstuk financieel beeld. Hierdoor stellen we meerjarig een begroting voor waarvan de structurele uitgaven gedekt worden door structurele inkomsten. Hier is de bezuinigingsopgave al in opgenomen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,00. Dit is net onder de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6), maar wel binnen de minimale streefwaarde.
Hierbij is nog geen rekening gehouden met een storting van het verwachte positieve resultaat 2024 in de algemene reserve (Tweede Tussenrapportage 2024). Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde. Meerjarenbalans prognose en financiële ratio’s Wij beoordelen de financiële positie van de gemeente Barneveld niet alleen op basis van het weerstandsvermogen en het begrotingsresultaat, maar ook op basis van de solvabiliteit en de netto-schuldquote gebaseerd op een meerjarenbalans prognose. In paragraaf 2.6 is een meerjarenbalans prognose opgenomen. Graag verwijzen wij u hiernaar. In deze begroting zien we dat de solvabiliteit, ten opzichte van de jaarverslaggeving 2023 (35%), in 2025 daalt (28%), maar meerjarig boven de drempelwaarde van 20% blijft. De netto schuldquote stijgt ten opzichte van de jaarverslaggeving 2023. Dit heeft vooral te maken met het investeringsvolume en voorraden grondexploitaties. Een belangrijk deel van het investeringsvolume moet gefinancierd worden met vreemd vermogen. Voor een nadere toelichting, aanvullende kengetallen en definities van deze financiële kengetallen verwijzen wij u graag naar paragraaf 2.
De komende jaren blijven de financiële kengetallen de aandacht vragen. Onze ambities gaan namelijk gepaard met investeringen. Hierdoor zal bijvoorbeeld de netto schuldquote de komende jaren hoog blijven. Beleidstoevoegingen In deze begroting zijn ten opzichte van de Kadernota 2025-2028 geen nieuwe beleidstoevoegingen opgenomen. Een totaalbeeld vindt u terug in bijlage 2. Tarieven Voor 2025 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 4,7%. Dit geldt voor alle belastingen, heffingen en leges tenzij er vanwege maximale kostendekkendheid of wettelijke maximumtarieven aanpassingen noodzakelijk zijn. Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 4,7% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Daarnaast is in de Kadernota 2025-2028 voor “Verantwoord groeien” gekozen om het scenario Verhogen van de OZB toe te passen. Dit betekent dat de OZB naast de indexatie jaarlijks met 2,5% zal worden verhoogd gedurende een periode van vier jaar. Dit komt voor 2025 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 7,2% Bij tarieven streven wij naar een kostendekkend tarief, waarbij wij zo nodig een geleidelijke tariefontwikkeling voorstaan. Voor de afvalstoffenheffing wordt een tariefstijging van 6,5% voorgesteld.
Als gevolg van inflatie en daarmee stijgende kosten voor personeel en materieel nemen de totale lasten binnen het product Afval toe (stijging van 3.5%). Daarnaast is een belangrijke component in deze toename het toepassen van een hoger overheadpercentage. Waar voorheen met 50% werd gerekend, wordt nu 60% toegepast (stijging 3%), zie voor een nadere toelichting de paragraaf Lokale heffingen en de bijlage Taakstellingen. Om de kostendekkendheid te behouden is in 2025 een tariefstijging van 6,5% benodigd. Voor de rioolheffing is er sprake van een tariefsverhoging met 4% op basis van het in mei 2021 vastgestelde GRP. Door de verhoging van het overhead-percentage komt de uiteindelijke tariefsverhoging uit op 7%. De lasten binnen het product Begraven zijn de laatste jaren toegenomen, dit is voornamelijk het gevolg van de lasten die voortvloeien uit de investeringen. Daarnaast bleven de gerealiseerde inkomsten uit de leges achter ten opzichte van de begroting. Om naar een hoger kostendekkendheidspercentage te groeien is een inhaalslag nodig wat betreft de inkomsten uit de grafleges (zie onderaan de aanvullende toelichting op kostendekkendheid). Om invulling te geven aan het in de Kadernota 2025 opgenomen Basispakket Plus wordt in de Programmabegroting 2025 voor de grafrechten een verhoging voorgesteld van het overheadpercentage naar 60%.
De leges voor de grafrechten worden daarom voor komend jaar verhoogd met 25%. Vanaf 2025 worden de opbrengsten jaarlijks gemonitord en daar waar nodig worden de tarieven verder bijgesteld om het gewenste kostendekkendheidspercentage te
6
bereiken. Ook voor de forensen- en toeristenbelasting wordt voor 2025 het percentage voor de inflatieontwikkeling van 4,7% toegepast. In de Kadernota 2025-2028 is gekozen voor “Verantwoord groeien” en het scenario van de verhoging van de OZB toe te passen met een jaarlijkse verhoging van 2,5% gedurende een periode van vier jaar. Vanuit de aangenomen motie M24-66 zal deze jaarlijkse verhoging overeenkomstig voor de forensenbelasting worden toegepast. Voor de toeristenbelasting willen wij hier vanaf wijken. Uit de benchmark van de tarieven van de toeristenbelasting met de omliggende gemeenten komt naar voren dat Barneveld het laagste tarief per overnachting heeft (€ 1,19). Gelet hierop stellen wij voor het tarief per overnachting aanvullend te verhogen naar € 1,35 per overnachting. Dit komt neer op een totale verhoging van 14% (inclusief inflatie). Daarnaast wordt begin volgend jaar nader onderzoek gedaan naar een vorm differentiatie die voor 2026 toegepast kan worden met als uitgangspunt een groei van het (hoogste)tarief naar € 1,50 per overnachting. Tevens zal voor komend jaar een actualisatie van de verordeningen forensen- en toeristenbelasting plaatsvinden die dit najaar ter vaststelling worden aangeboden.
Beslispunten
Wij stellen u voor de Programmabegroting 2025 vast te stellen en daarmee: 1. opdracht te verlenen aan ons college tot uitvoering van de programma’s en de bijbehorende doelstellingen en speerpunten vast te stellen; 2. de bijbehorende budgetten per programma voor 2025 te autoriseren; 3. de voorgestelde aanwendingen en stortingen in de reserves en voorzieningen te autoriseren zoals opgenomen in bijlage 1; 4. de belastingen (ozb en forensen- en toeristenbelasting) voor het jaar 2025 te verhogen met de bij de Kadernota 2025 voorgestelde 4,7% voor inflatie; 5. de OZB extra te verhogen met de bij de Kadernota 2025 voorgestelde verhoging van 2,5% per jaar voor de jaren 2025-2028; 6. de forensenbelasting extra te verhogen met 2,5% per jaar voor de jaren 2025-2028, als uitvoering van de motie M24-66; 7. de toeristenbelasting extra te verhogen met 9,3% in 2025, als uitvoering van de motie M2466;; 8. het toe te rekenen overheadpercentage in 2025 te verhogen van 50% naar 60%; 9. de rioolheffing te verhogen met 7%; waarvan 4%, conform het in mei 2021 vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) en 3% vanuit een hoger overheadpercentage; 10. de afvalstoffenheffing te verhogen met 6,5%; waarvan 3,5% als gevolg van stijging van de kosten en 3% vanuit een hoger overheadpercentage; 11.
de tarieven van de grafrechten te verhogen met 25%, als gevolg van kostenstijgingen en een stap om naar verdere kostendekkendheid te komen; 12. de leges burgerzaken (binnen het kader van de landelijke maximumtarieven) te verhogen met de bij de Kadernota 2025 voorgestelde 4,7% voor inflatie; 13. akkoord te gaan met de uitvoering van de bij de Kadernota 2025 voorgestelde beleidstoevoegingen 2025 en de daarbij behorende baten en lasten zoals opgenomen in bijlage 2; 14. de mandaten op het gebied van strategische grondaankopen (max. € 5 miljoen) en instellen van voorbereidingskredieten (max. € 500.000) ten behoeve van de grondexploitatie aan het college toe te kennen op basis van de in december 2016 vastgestelde Nota grondbeleid (zie onderaan in de paragraaf Grondbeleid); 15. akkoord te gaan met het voorstel om de in 2028 geplande vervanging van het kunstgrasveld VVOP te vervroegen naar 2025, en de geraamde jaarlijkse kapitaallasten (ca. € 60.000) te verwerken vanaf het begrotingsjaar 2026, en hierop het uitvoeringsplan MIP 2025 aan te passen, zoals toegelicht onder het speerpunt leefbare dorpen en wijken;
7
Financiële begroting Inleiding
De begroting 2025 is opgesteld volgens de reguliere richtlijnen en uitgangspunten. Die zijn opgenomen in de Kadernota 2025-2028. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Loon- en prijsontwikkeling op basis van een 3-jaarsgemiddelde; Voor de loonontwikkeling gebruiken we een percentage van 4,4%, en voor de prijs- en loonontwikkeling derden en subsidies een percentage van 2,3%; Voor de belastingen is een indexering van 4,7% opgenomen (inflatie); Daarnaast is in de Kadernota 2025-2028 voor “Verantwoord groeien” gekozen om het scenario Verhogen van de OZB toe te passen. Dit betekent dat de OZB naast de indexatie jaarlijks met 2,5% zal worden verhoogd gedurende een periode van vier jaar. Dit komt voor 2025 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 7,2%; Voor de afvalstoffenheffing wordt een verhoging van 6,5% voorgesteld; Voor de rioolheffing wordt een verhoging van 7% voorgesteld; De leges voor de grafrechten worden met ingang van 2025 met 25% verhoogd; Voor de forensen- en toeristenbelasting wordt voor 2025 een aangepaste stijging voorgesteld van 14% (inclusief inflatie). Voor een uitgebreide onderbouwing zie de toelichting in de paragraaf Lokale heffingen.
In de financiële begroting worden weergegeven: - een overzicht van baten en lasten per programma, voor en na resultaatbepaling, inclusief inzicht in kosten van overhead, algemene dekkingsmiddelen en de incidentele begrotingsruimte; - de meerjarenraming 2026-2028 en een toelichting hierop.
Begroting 2025 Ontwikkelingen
In de voorliggende meerjarenraming zien we dat: Het eerste jaar structureel sluit met een positief resultaat van € 4,6 miljoen; De jaren vanaf 2026 ook structureel sluitend zijn; Het begrotingsresultaat is ten opzichte van de Kadernota 2025 gewijzigd, van € -/- 1.497.000 naar € 455.000. Het totale resultaat in 2025 is hoger, met name veroorzaakt door autonome ontwikkelingen en mutaties reserves en voorzieningen. Het structurele resultaat 2025 is in positieve zin gewijzigd ten opzichte van de Kadernota. In 2025 is het resultaat zo’n € 3 miljoen hoger. Dit heeft vooral te maken met een herlabeling van baten die voorheen als incidenteel werden beschouwd, maar nu als structureel mogen worden aangemerkt. Hierdoor wijzigt het totaal begrotingssaldo niet, maar stijgt het structureel resultaat. Het structurele resultaat vanaf 2026 blijft min of meer ongewijzigd ten opzichte van de Kadernota. Het begrotingsresultaat wordt mede behaald doordat in het meerjarenperspectief de maatregelpakketten zijn opgenomen. Deze zijn echter nog niet allemaal concreet ingevuld. Een toelichting hierop treft u in bijlage 7 Taakstellingen. Het meerjarenperspectief voldoet aan het toetsingskader van de provincie waarbij onder andere wordt getoetst op het structureel sluitend zijn van de begroting (1e jaar of laatste jaar sluitend).
Op basis daarvan bepaalt de provincie of er een repressief of preventief toezicht wordt ingesteld. Daarnaast is er sprake van een reëel evenwicht, de ramingen zijn volledig, realistisch en haalbaar omdat loon- en prijsstijgingen en de algemene uitkering zijn verwerkt.
8
Overzicht baten en lasten per programma bedragen x € 1.000 Begroting 2025
Overzicht baten en lasten Saldo van baten en lasten Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening
Lasten
Baten
Saldo
- 163.133 - 79.173 - 6.026 - 70.092 - 7.841
56.072 23.699 935 27.041 4.397
- 107.061 - 55.474 - 5.092 - 43.051 - 3.444
- 27.732 - 1.500 - 26.132 - 100
133.040 132.695 345
105.308 131.195 - 25.788 - 100
- 190.865
189.112
- 1.753
- 945
3.155
2.210
- 945
3.155
2.210
- 191.810
192.266
456
Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Mutatie reserves Totaal
Meerjarenraming 2025-2028 Meerjarenraming bedragen x € 1.000 Begroting 2025
MJR 2026
MJR 2027
MJR 2028
1.399
- 7.226
- 8.897
- 8.897
Raadsbesluiten gedurende 2024 2.190 Totaal mutaties Kadernota 2025 - 7.986 Maatregelen Kadernota 2025 - Basispakket 1.500 Maatregelen Kadernota 2025 - Basispakket Plus 1.000 Maatregelen Kadernota 2025 - Verantwoord groeien: majeure invest. Maatregelen Kadernota 2025 - Aanvullend pakket: extra verhoging400 OZB
1.970 - 867 2.500 1.500 - 29 800
3.785 - 42 2.500 2.000 - 463 1.200
3.785 - 478 2.500 2.000 - 250 1.600
Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Kadernota 2025* - 1.497
Meerjarenraming
Begrotingsresultaat Programmabegroting 2024
- 1.352
83
260
439
559
393
208
Prognose resultaat per begrotingsjaar na Meicirculaire 2024 - 1.058
- 793
476
468
-2
- 114
- 115
509
- 1.457 931 1.500 -2.431 931 -5.381 516 - 92
2.500 -2.309 -191 605 285 - 688
2.500 -2.209 -291 475 245 - 795
2.500 -2.210 -290
- 5.485
88
- 190
47
Mutaties baten 6. Overige autonome ontwikkelingen - baten 7. Indexatie heffingen en leges 8. Invulling Aanvullend pakket - belastingen Oorspronkelijke taakstelling Kadernota 2025 Gerealiseerd in programmabegroting 2025 Verschil
7.660 75 120 400 -520 120
293 295 800 -1.095 295
331 381 1.200 -1.581 381
448 482 1.600 -2.081 481
Totaal mutaties baten
7.855
588
712
930
Mutaties reserves 9. Mutaties reserves en voorzieningen 10. Storting reserve verantwoord groeien
- 337 - 520
- 299 - 1.066
- 374 - 1.118
- 549 - 1.832
Meicirculaire 2024 - effect t.o.v. Kadernota 2025
Verwerking raadsbesluiten Mutaties t.o.v. voorgaand jaar Mutaties lasten 1. Ontwikkelingen Jeugdzorg 2. Invulling Basispakket - Realistisch begroten fase 2 Oorspronkelijke taakstelling Kadernota 2025 Gerealiseerd in programmabegroting 2025 Verschil 3. Overige autonome ontwikkelingen 4. Doorbelasting uren investeringen en grexen 5. Treasury en kapitaallasten Totaal mutaties lasten
Totaal mutaties reserves Totaal mutaties Prognose resultaat per begrotingsjaar Waarvan incidenteel
245 - 707
- 857
- 1.365
- 1.492
- 2.381
1.513
- 689
- 970
- 1.404
455
- 1.482
- 494
- 936
- 4.141
- 2.866
- 1.458
- 2.068
Totaal Structureel resultaat 4.596 1.384 964 1.132 *Dit is de stand van de door de raad vastgestelde Kadernota 2025 waarbij het erratum en amendement A24-54 zijn verwerkt.
9
Toelichting meerjarenraming
Maatregelen Kadernota 2025 In bovenstaande tabel zijn alleen de maatregelpakketten opgenomen waarin taakstellingen zijn behaald. Hieronder een duiding van de stand van zaken maatregelen. In bijlage 7 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de verdere uitwerking van de opgaven en het proces. Basispakket: realistisch begroten fase 2 Doelstelling was om in het ‘realistisch begroten fase 2’ verdere structurele ruimte in de budgetten te vinden. Voor het eerste jaar is de doelstelling behaald en is er structurele ruimte gevonden van € 2,4 miljoen voor het jaar 2025. Dat is al meer dan de voor het eerste jaar bepaalde structurele taakstelling van 1,5 miljoen, die met ingroei vanaf het 2e jaar stijgt naar 2,5 miljoen. Voor latere jaren is de doelstelling nog niet behaald en ligt er nog een opgave van 2-3 ton voor alle jaren. Basispakket plus: laaghangend fruit Dit pakket bestaat uit 4 onderdelen: 1. Laaghangend fruit - grip op arbeidskosten Deze taakstelling (€ 5 ton – 1 miljoen) is nog niet concreet ingevuld, wel is er een vervolgproces over hoe we tot invulling komen vanaf 2025. In de bijlage Taakstellingen is een tekst opgenomen met de vervolgaanpak, conform de richtlijn van de provincie. 2. Laaghangend fruit - verlengen afschrijvingstermijnen Deze taakstelling (> € 50.000) is nog niet ingevuld.
In de bijlage Taakstellingen is een tekst opgenomen met de vervolgaanpak (uitgewerkt in de Kadernota 2026). 3. Laaghangend fruit - kostendekkendheid leges In de bijlage Taakstellingen is het volgende procesvoorstel opgenomen: Met de raad wordt een debat gevoerd over de gemeentelijke heffingen. Hier maakt ook de kostendekkendheid van de leges onderdeel vanuit. Bij de Kadernota 2026 willen we een besluit nemen over hoe we structureel om willen gaan met de kostendekkendheid van leges en specifiek de toe te rekenen overhead. Om invulling te geven aan het in de Kadernota 2025 opgenomen Basispakket Plus doen we in deze Programmabegroting het voorstel in het jaar 2025 een overheadpercentage van 60% toe te passen, ten opzichte van 50% in 2024. Overheadkosten zijn organisatiekosten die een gemeente kan toerekenen aan de kostendekking van de tarieven leges en heffingen. De gemeente Barneveld rekent al jaren minder overheadkosten toe aan de tarieven dan werkelijk gemaakt. De verhoging naar 60% levert een bedrag op van ca. € 450.000 in 2025. De effecten van het debat met de raad kunnen eventueel nog ingebracht worden bij de bespreking van de Programmabegroting 2025, maar zullen naar verwachting vooral betrekking hebben op de jaren na 2025.
De ingroei naar de taakstelling van minimaal € 850.000 en maximaal € 1.500.000 laten we vooralsnog kaderstellend in de begroting staan voor de jaren 2026 en verder. 4. Basis op orde Hier valt met name onder een evaluatie op het contractmanagement. Er staat een maximale taakstelling van zo'n € 3 ton opgenomen, die nog niet concreet is ingevuld. Aanvullend pakket: ten behoeve van Verantwoord groeien Bij de Kadernota 2025 was de verhoging OZB reeds opgenomen. Aanvullend hierop wordt ook de forensenbelasting verhoogd vanuit de aangenomen motie M24-66. Voor de toeristenbelasting wordt een voorstel gedaan een hogere stijging door te voeren op basis van de uitkomsten van een benchmark met omliggende gemeenten. Gelet hierop stellen wij voor het tarief per overnachting aanvullend te verhogen naar € 1,35 per overnachting. Dit komt neer op een totale verhoging van 14% (inclusief inflatie). Daarnaast wordt begin volgend jaar nader onderzoek gedaan naar een vorm differentiatie die voor 2026 toegepast kan worden met als uitgangspunt een groei van het (hoogste) tarief naar € 1,50 per overnachting. 1. Ontwikkelingen Jeugdzorg Op basis van de huidige prognose voor de kosten jeugdhulp 2024 is de verwachting dat de kosten voor 2025 significant stijgen.
Er zijn een aantal zaken die hoger dan gemiddeld de kosten voor de jeugdhulp hebben opgedreven en die doorwerken in 2025: Stijging tarieven: In november 2023 is regionaal besloten de jeugdhulptarieven te verhogen. Dit was nodig om de jeugdhulpaanbieders realistisch te financieren. Veel jeugdhulpaanbieders hebben problemen om hun exploitatie rond te krijgen. Hogere loon- en prijscompensatie: In 2024 was ook sprake van een hogere loon- en prijscompensatie door een hogere CAO en hogere inflatie. De stijging van de kosten komt ook door de stijging bij de ambulante hulpverlening. Steeds meer jeugdigen ontvangen deze vorm van ondersteuning. Daarnaast zijn de trajecten intensiever en vindt minder uitstroom plaats op de ambulante trajecten. De stijging bij ambulante hulpverlening is een landelijke trend. Hier tegenover staat dat het aantal cliënten dat niet meer thuis woont en/of een jeugdbeschermingsmaatregel heeft fors daalt. Ook het aantal GGZ trajecten daalt. Wegens de grote stijging van de kostprijs vertaalt dit zich echter niet altijd in lagere kosten voor deze onderdelen. De stijging van de jeugdhulpkosten is in heel Nederland en in Barneveld al jaren een uitdaging. Alleen in 2022 was in Barneveld sprake van een trendbreuk, wegens de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De Jeugdwet is een open einde-regeling en verplicht een gemeente om ouders en jeugdigen te
10
ondersteunen met jeugdhulp als dit noodzakelijk is. Daarmee zijn de kosten voor jeugdhulp dus ook deels onvermijdelijk. Als gemeente willen we deze kosten monitoren en betaalbaar houden. We maken hiervoor lokale plannen vanuit de Hervormingsagenda. Er wordt een taskforce opgestart die als belangrijkste taak heeft om de data uit de jeugdmonitor verder door te ontwikkelen, om zo tot een meer strategische benadering te komen van het verloop van de kosten. Vooralsnog hebben we de kostenstijging alleen voor 2025 begroot; de verwachte resultaten van de maatregelen zullen we meenemen in de ramingen bij de Kadernota 2026. Zie de bijlage Taakstellingen voor een uitgebreidere toelichting op de Hervormingsagenda. 2. Overige autonome ontwikkelingen - lasten Voor 2025 betreft het een nieuwe raming van de lasten opvang Oekraïners. Onder baten staan de rijksontvangsten benoemd. In 2026 en 2027 ontstaat er een incidenteel voordeel door een mutatie op de begrote tijdelijke huisvestingskosten. 3. Invulling Basispakket - Realistisch begroten fase 2 - lasten In de Kadernota 2025 is dit Basispakket opgenomen met maatregelen die optellen tot een bandbreedte van € 1,5 - 2,5 miljoen. De te nemen maatregelen scharen we onder de noemer van "realistisch begroten fase 2". Dit als een vervolg op de vorig jaar ingezette eerste fase.
Deze tweede fase is mede ingegeven door het grote overschot in de Jaarrekening 2023. Hoewel dit overschot grotendeels incidentele oorzaken heeft, zien we dat hier toch sprake is van een structurele trend. We zien al een aantal jaren de trend van incidentele overschotten, die min of meer een structureel karakter heeft gekregen. De afgelopen periode hebben wij uitvoering gegeven aan het 'realistisch begroten fase 2'. De taakstelling is hiermee, eerder dan nodig voor de ingroei, voor het jaar 2025 behaald (structureel in totaal € 930.000 meer dan de taakstelling van € 1,5 miljoen), maar nog niet volledig voor de jaren erna. Voor het jaar 2026 en verder hebben we nog een opgave voor het zoeken van een structureel bedrag van rond de € 2-3 ton. Tijdens dit proces hebben we gezien dat we al mooie stappen hebben gemaakt in het 'realistisch begroten' en de mogelijke 'ruimte' binnen bestaande budgetten inmiddels wel is uitgeput. In de bijlage Taakstellingen is een wat uitgebreidere toelichting opgenomen. 4. Doorbelasting uren investeringen en grexen Een actualisatie van de geraamde ambtelijke capaciteit die wordt toegerekend aan investeringen en grondexploitaties leidt tot een lichte afname ten opzichte van de begroting 2024. Echter vindt er per saldo een hogere doorbelasting naar de investeringen en grondexploitaties plaats.
Dit komt voornamelijk doordat de CAO verhoging van de loonkosten via de doorbelasting ook wordt toegerekend aan investeringen en grondexploitaties. Daarnaast leidt de verhoging van de toegerekende overhead van 50% naar 60% tot een hogere doorbelasting. 5. Treasury en kapitaallasten Voor deze begroting hebben we in het kader van de gemeentelijke treasuryfunctie de rentelasten berekend (zie paragraaf Financiering) en het onderhanden werk en daarmee afschrijvingslasten geactualiseerd. Dit leidt op de kapitaallasten tot een voordeel van € 418.000 in 2025 en een nadeel van € 76.000 in 2026. Daarnaast zien we onder de noemer van treasury en kapitaallasten een effect op investeringen die worden gedekt uit leges. De kapitaallasten voor investeringen op het gebied van instandhouding en beheerplannen uit het MIP2025 zijn al verwerkt in de Kadernota 2025. De kapitaallasten voor investeringen die worden gedekt uit leges (afval, riool en begraven) zijn nog niet verwerkt bij de Kadernota omdat we daarin ook nog niet de leges hebben verhoogd. De hoogte van de leges worden namelijk pas in de begroting vastgesteld. In deze begroting stellen we de leges vast (zie ook toelichting onder 6 en paragraaf lokale heffingen), die mede zijn gebaseerd op de te begroten kapitaallasten voor investeringen uit het MIP 2025 en de actualisatie van kapitaallasten van de investeringen uit eerdere MIP's.
We zien op de kapitaallasten een mutatie van € 510.000 in 2025, € 612.000 in 2026, € 795.000 in 2027 en € 707.000 in 2028. Deze mutatie wordt deels gedekt uit de bestaande begrote leges en deels uit de verhoging van de heffingen en leges (zie toelichting onder 6). 6. Overige autonome ontwikkelingen - baten Zie toelichting onder 2. 7. Indexatie heffingen en leges Dit is de verhoging van de heffingen en leges (zie paragraaf 1 Lokale heffingen) door de reguliere indexatie en een structurele bijstelling van de in de programmabegroting 2024-2027 voor een bedrag van € 200.000 te hoog geraamde rioolheffing (zie ook 2e tussenrapportage 2024). De verhoging als gevolg van het groeien naar een kostendekkend tarief met een stijgende toerekening van de overhead (zie paragraaf 1. lokale heffingen en bijlage 7 Taakstellingen), zien we hier niet terug omdat die wordt verrekend met de taakstelling die al is opgenomen bij de Kadernota 2025. 8. Invulling Aanvullend pakket - belastingen Dit betreft met name de verhoging van de toeristen- en forensenbelasting. In de Kadernota 20252028 is gekozen voor “Verantwoord groeien” en het scenario van de verhoging van de OZB toe te passen met een jaarlijkse verhoging van 2,5% gedurende een periode van vier jaar. Vanuit de aangenomen motie M24-66 zal deze jaarlijkse verhoging overeenkomstig voor de forensenbelasting worden toegepast.
Voor de toeristenbelasting willen wij hier vanaf wijken. Uit de benchmark van de tarieven van de toeristenbelasting met de omliggende gemeenten komt naar voren dat Barneveld het laagste tarief per overnachting heeft (€ 1,19). Gelet hierop stellen
11
wij voor het tarief per overnachting aanvullend te verhogen naar € 1,35 per overnachting. Dit komt neer op een totale verhoging van 14% (inclusief inflatie). Dit betreft daarnaast het doorberekende effect van 2,5% extra verhoging van de OZB per jaar ten opzichte van de reeks die in de Kadernota 2025 was opgenomen. Met deze verhoging hebben we ruim invulling gegeven aan de oorspronkelijke taakstelling 'Aanvullend pakket - belastingen' uit de Kadernota 2025. In elk jaar is er meer opgehaald dan de taakstelling (2025:+ € 120.000; 2026: + € 295.000; 2027: + € 381.000; 2028: + € 481.000). 9. Mutaties reserves en voorzieningen In de programmabegroting 2025 zijn alle mutaties op reserves en voorzieningen verwerkt op basis van de laatste inschattingen. Deze mutaties laten het effect op het begrotingsresultaat zien ten opzichte van eerdere jaren. Zie voor een toelichting bijlage 1. 10. Storting reserve Verantwoord groeien In de Kadernota 2025 is opgenomen dat als de invulling van het Aanvullend pakket (tijdelijk) hoger is dan de lasten van Verantwoord groeien, we zullen voorstellen het verschil (2025: € 520.000) incidenteel te storten in de reserve 'verantwoord groeien'. In deze begroting zien we de extra verhoging van de OZB, toeristen- en forenzenbelasting en een kapitaallast voor majeure investeringen die nog lager is.
Wij doen daarom het voorstel om de verhoging van de OZB (Kadernota 2025), de extra verhoging van de belastingen (onder 7.) minus de lasten majeure investeringen (Kadernota 2025) te storten in genoemde reserve.
Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht bedragen x € 1.000 Structureel resultaat Saldo van baten en lasten Programma lasten Programma baten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Mutatie reserves Resultaat Af: incidentele baten en lasten Incidentele lasten Incidentele baten Incidentele stortingen Incidentele onttrekkingen Af: incidentele baten en lasten Totaal structureel resultaat
Begroting 2025
MJR 2026
MJR 2027
MJR 2028
- 190.865 189.112 - 1.753
- 179.138 176.967 - 2.171
- 179.307 179.107 - 200
- 181.632 181.867 236
- 945 3.155 2.210
- 1.491 2.180 689
- 1.543 1.249 - 294
- 2.257 1.086 - 1.171
456
- 1.482
- 494
- 936
- 13.418 7.793 - 945 2.429 - 4.141
- 2.881 89 - 1.491 1.416 - 2.866
- 489 89 - 1.543 485 - 1.458
- 222 89 - 2.257 322 - 2.068
4.597
1.384
964
1.132
12
Programma's 1. Participatie & Ondersteuning
Inleiding Ontwikkelingen
Groeien naar zelfstandigheid De kosten voor de jeugdhulp stijgen al jarenlang in geheel Nederland. Om deze kosten te beteugelen en de jeugdhulp te verbeteren is er in 2024 een start gemaakt met het ontwikkelen van de regionale en lokale plannen voor de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda Jeugd bestaat uit een breed pakket aan maatregelen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Op lokaal niveau wordt hiervoor een scenario ontwikkeld dat zowel de lokale ondersteuning aan jeugd en gezin versterkt, als ook acties bevat voor de bezuinigingstaakstelling. Ook zal de samenwerking in het preventieve veld jeugd en het onderwijs worden meegenomen in het lokale plan. Eind 2023 is het wetsvoorstel 'Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ ter behandeling ingediend bij de 2e Kamer. In het wetsvoorstel worden gemeenten verplicht om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. Met als doel om bij te dragen aan de verbetering van de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen en vermindering van administratieve lasten. In 2025 zal in het kader van deze wet het besluit worden genomen rondom de gemeenschappelijke regeling voor de jeugdhulpregio FV. Daarna zal de GR worden geïmplementeerd om per 1-1-2026 in te kunnen gaan.
Meedoen naar vermogen We willen dat iedereen mee kan doen. Dat betekent bijvoorbeeld dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid. De zekerheid van betaalbaar en passend wonen, voldoende en voorspelbaar inkomen en mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen draagt bij aan rust en ruimte om te ontwikkelen en mee te doen. Een zeker bestaan heeft effect op veel andere domeinen, zoals veiligheid, wonen en duurzaamheid. Samen oud worden Het aantal huishoudens met 75-plussers zal de komende twintig jaar ruim verdubbelen. Gelukkig blijven mensen over het algemeen langer vitaal. Toch zal het aantal kwetsbare ouderen in absolute zin toenemen. Ook deze inwoners willen over het algemeen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. De vraag is in hoeverre de gemeentelijke uitgaven voor ondersteunende voorzieningen mee kunnen groeien. De eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning wordt weer inkomensafhankelijk. Ook in de zorg en ondersteuning zijn er personeelstekorten. Meer en efficiëntere samenwerking is nodig en er zal minder sprake kunnen zijn van keuzevrijheid. Mantelzorg en andere vormen van omzien naar elkaar en onderlinge zorgzaamheid worden nog belangrijker. De gemeente blijft dit ondersteunen. Ook omdat een toename van eenzaamheid in de samenleving een risico is.
Beleidskader In 2025 actualiseren wij het Beleidsplan Sociaal Domein 'Mensen Voorop" dat in 2019 voor onbepaalde tijd is vastgesteld. Gezien de ontwikkelingen de afgelopen jaren is het gewenst om een geactualiseerd beleidskader te komen. Planning is dat deze na de zomer 2025 aan de raad wordt voorgelegd. Opvang Oekraïense ontheemden Wij verwachten dat een aanzienlijk deel van de Oekraïense vluchtelingen voor een langere periode hier zal blijven. Dit, omdat de oorlog voortduurt en de Richtlijn Tijdelijke Bescherming verlengd is tot tenminste 4 maart 2026. Daarom willen wij kijken naar mogelijkheden om Oekraïense ontheemden meer zelfstandig en stabieler te kunnen huisvesten voor de middellange termijn.
Wat willen we bereiken? De gemeente Barneveld wil dat iedereen mee kan doen. Dit doen we door zelfstandigheid te ontwikkelen en te bevorderen. We vinden het belangrijk dat mensen elkaar helpen. Als dat niet genoeg is, helpt de gemeente. Ons idee: zelf – samen – gemeente. Hierbij geldt het motto: op eigen kracht waar mogelijk, ondersteuning en hulp indien nodig. In Barneveld vinden we het belangrijk dat inwoners zichzelf kunnen redden met hulp van anderen. Voorzieningen voor onderwijs, cultuur en sport helpen hierbij door middel van het faciliteren van ontmoeting, verbinding en behoud van gezondheid. We vinden het daarbij belangrijk om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten voor diegene die hier hulp bij nodig heeft. Dit ondersteunen we door maatschappelijk werk en bemoeizorg en waar nodig met vangnetvoorzieningen.
13
Wat gaan we daarvoor doen? 1.1 Zelfredzame inwoners Speerpunt Iedereen kan meedoen
Doel
We willen dat iedereen mee kan doen. Dat betekent bijvoorbeeld dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid.
Activiteiten
Programma bestaanszekerheid We geven uitvoering aan het programma bestaanszekerheid. Daarbij staan drie thema's centraal: financiële zekerheid en het voorkomen van geldzorgen, positieve gezondheid, passend wonen. Inkomensondersteuning en re-integratie We geven uitvoering aan de inkomensondersteuning en re-integratie van doelgroepen van de Participatiewet. In 2025 krijgen we te maken met verschillende ontwikkelingen: Met het programma Participatiewet in balans wil het Rijk wetswijzigingen op korte en lange termijn doorvoeren. Hierbij staan vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging van het stelsel centraal. De wetswijziging op korte termijn maakt een begin met het verminderen van de sterke gerichtheid van de Participatiewet op uitstroom uit de bijstand naar betaald werk. Dit sluit grotendeels aan bij onze werkwijze in Barneveld waarbij inwoners zoveel mogelijk naar vermogen meedoen. De inwerkingtreding van de wetswijziging op korte termijn staat op de planning voor 1 januari 2025, maar dit kan nog uitgesteld worden vanwege de parlementaire behandeling. De financiële consequenties voor 2025 zijn op dit moment nog niet helder. Op het gebied van re-integratie werken we regionaal samen in de arbeidsmarktregio Foodvalley. 2025 is het transitiejaar waarin arbeidsmarktregio's de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur in basis moeten neerzetten.
Deze hervorming heeft als doel om overzicht en samenhang aan te brengen in de arbeidsmarktdienstverlening voor burgers en werkgevers. Hiervoor wordt in elke arbeidsmarktregio een Werkcentrum opgericht. Over de inrichtingskeuzes van het Werkcentrum Foodvalley vindt in 2025 besluitvorming plaats. De financiële consequenties voor 2025 zijn op dit moment nog niet duidelijk. We geven uitvoering aan de Wet sociale werkvoorziening en Nieuw Beschut (Participatiewet). Voor de werkgeverstaken werken we samen met Werkkracht (Ede) en de gemeenten Scherpenzeel, Wageningen en Renkum. De overeenkomst die dit regelt, loopt af op 1 januari 2025. Het gesprek over een nieuwe samenwerkingsovereenkomst is op het moment van schrijven vergevorderd. We verwachten dit proces begin najaar 2024 af te kunnen ronden en met de uitkomsten binnen begroting te blijven. Aanpak laaggeletterdheid We geven uitvoering aan het plan van aanpak laaggeletterdheid 2023-2026. Ook voor 2025 werken we de doelen uit dit plan uit naar concrete activiteiten in een uitvoeringsagenda. Met deze activiteiten richten we ons op het bereik en de kwaliteit van het aanbod basisvaardigheden. De ervaring is dat bestaande budgettaire kaders voldoende zijn om deze activiteiten uit te voeren.
In het najaar van 2024 krijgen we duidelijkheid over mogelijke wijzigingen in Rijksfinanciering voor de aanpak laaggeletterdheid en hier zal bij het aanbieden van de uitvoeringsagenda voor 2025 bij stilgestaan worden.
Financiën
Via de meicirculaire zijn twee ontwikkelingen op het vlak van armoede en schuldhulpverlening gecommuniceerd. Deze middelen willen we gebruiken voor het programma Bestaanszekerheid. Dit betreft: In 2023 is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de verbetering van dienstverlening van gemeenten in de aanpak van armoede en schulden. Dit wordt per 2024 structureel € 70.000. Dit budget willen we per 2025 inzetten op activiteiten uit het programma bestaanszekerheid. De middelen voor armoedebestrijding van kinderen zijn per 2024 verhoogd met € 20.000. Dit bedrag willen we per 2025 inzetten op activiteiten uit het programma bestaanszekerheid. Deze ontwikkelingen zijn niet eerder gecommuniceerd. Daarnaast willen we deze budgetten inzetten op activiteiten van het programma bestaanszekerheid. De planning hiervan loopt niet gelijk aan die van de P&C. Daarom is dit niet meegenomen in de Kadernota (maar het programma staat hier wel genoemd als een van de beleidsimpulsen waarvoor vanaf 2025 extra financiële ruimte wordt gerealiseerd). Daarnaast wordt voor een aantal activiteiten binnen het programma bestaanszekerheid een gedeeltelijk beroep gedaan op het innovatiebudget Sociaal Domein.