CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Parapluherziening Cultuurhistorie-Cultuurlandschap_Toelichting_Bijlage 1 Studie historische landschappen

Gemeenteraad 7 februari 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Parapluherziening Cultuurhistorie-Cultuurlandschap21.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Stuifzandgebieden 31

Niet ontgonnen stuifzand, open of laag begroeid (nd2a)

Al in de Middeleeuwen was door grondwaterdaling, boskap, overbegrazing of te veel plaggen en branden de druk op de heide dermate groot dat op de armste bodems, vaak dekzanden met humuspodzolen, stuifzanden konden ontstaan. Na het plaggen of afbranden, of nadat grote kuddes schapen de zode hadden stukgetrapt, kon de heidevegetatie zich op de uitgeputte droge zandgrond niet meer herstellen. De wind kreeg vat op het kale zand en er ontstond een verstuivingsplek. Waar deze plekken aaneengroeiden, werd het proces van verschraling en verstuiving versterkt. De verstuivingplekken groeiden aaneen tot stuifzandcellen en op deze manier gingen hele delen van de oorspronkelijke heide verloren. Voor de omliggende nederzettingen betekende dit een ramp. Niet alleen verdween de heide en daarmee het graasgebied van het vee; ook akkers, soms zelfs hele dorpsgebieden, verdwenen onder het stuifzand. De door Heidinga (1984) onderzochte middeleeuws nederzettingen in het Kootwijkse Zand zijn hiervan Nederlands bekendste voorbeeld. Vanaf de Late Middeleeuwen verenigden boeren zich in maalschappen en marken en ontwikkelden ze gebruiksregels om te intensief gebruik van de heide te voorkomen. Ook de Staten van Gelderland vaardigden regels uit. Dat de regelgeving vaak tekortschoot, bewijst het grote areaal aan (voormalige) stuifzanden. Toch waren er ook successen.

Vanaf de 16e eeuw nam men maatregelen, zoals het planten van 19

De tekst is een zeer beknopte samenvatting van de bevindingen van Den Ouden en Spek (2007).

58 |

eikenwallen, om de stuifzanden te beteugelen. Vrij veel Veluwse stuifzanden waren op deze wijze al voor 1850 vastgelegd, in de zin dat ze zich niet uitbreidden (Lascaris, 1999). Een aantal stuifzanden was ook al begroeid geraakt met mossen, heide of bos. Bij Kootwijk en Stroe hadden deze maatregelen minder succes. Op de oudste historische kaarten is te zien het Stroesche Zand en het Kootwijksche Zand toen bestonden uit enorme arealen van onbegroeide zandheuvels. In 1850 was het actieve stuifzandgebied nog desolater dan de heide. Bewoning was er niet en veel wegen waren overstoven. In het levende stuifzand konden duinen zich voortbewegen, waardoor de toch al moeilijk begaanbare routes overstoven konden worden. In uitgestoven lage vlakten en kommen, waar de uitstuiving het grondwater had bereikt, lagen soms plaatselijk natte plekken in de vorm van kleine vennen of moerasjes. De duinen bestonden uit kaal en arm zand. Soms waren de toppen van de duinen begroeid met eiken of dennen. Deze bomen waren sinds het ontstaan met de duinen meegegroeid. De komst van nieuwe meststoffen zoals guano en kunstmest in de tweede helft van de negentiende eeuw betekende uiteindelijk het keerpunt in de geschiedenis van de heide en de stuifzanden. Doordat aan het intensieve plaggen en begrazen een eind kwam, stopte de teloorgang van heide naar stuifzand.

Grote delen van het stuifzand werden bebost, maar al in 1928 realiseerde men zich dat het stuifzand belangrijke landschappelijke en natuurwaarden vertegenwoordigt. Toen werd een deel van het zand aangewezen als natuurreservaat en niet verder bebost (Crebolder e.a. 2000). Deze eenheid bestaat zowel uit nog open stuifzand als uit zanden met een lage begroeiing. Hier en daar zijn nog hoge duinen met dennen of eiken te zien. Het levend stuifzand beslaat nog maar een klein deel van deze eenheid. Het kan alleen voortbestaan door beheer dat er op is gericht het zand open en bereikbaar voor de wind te houden. Op de stuifzanden met lage begroeiing zijn allerlei stadia van de successie te zien. Buntgras en zandzegge zijn de eerste pioniers; alleen die kunnen de afwisseling van extreem hoge en lage temperaturen aan het oppervlak van het stuifzand verdragen. Daarna vestigen zich tal van mos- en korstmossoorten, die worden opgevolgd door struisgrassen en schapengras. Uiteindelijk kan zich spontaan bos gaan vormen (kaartcode 32).

Het Kootwijkerzand met open en laag begroeid zand (foto Overland 168).

| 59

32

Niet ontgonnen stuifzand, nu met (spontaan) bos (nd2b)

Een deel van de voormalige stuifzanden is met bos begroeid geraakt. Op de topografische kaart is echter geen bosontginningsstructuur te zien. Waarschijnlijk is een groot deel van deze bossen ontstaan door spontane opslag. Bos vormt hier het laatste stadium in het proces van successie. Door deze bossen lopen hooguit enkele paden. Ze zijn niet systematisch verdeeld in percelen. De spontane bossen zijn vaak erg armetierig. Open plekken en bosjes wisselen elkaar op grillige wijze af. Hier en daar ligt nog open stuifzand. Net als op de heide komen in spontaan bos vaak bomen voor van verschillende leeftijden en verschillende soorten. De oudste bomen – ooit solitair – groeien zeer breed en grillig uit. Daartussen staan jongere bomen die in bos zijn opgegroeid. De jonge bomen zijn rechter en smaller. Het meeste spontane bos heeft een natuurlijk karakter, vanwege het leeftijdsverschil tussen de bomen, de afwezigheid van een monocultuur, de grillige overgangen tussen open plekken en bos en de afwezigheid van een systematisch wegenpatroon. In de gemeente Barneveld bestaat het grootste deel van het spontane bos uit naaldhout, maar er komt ook eik voor. Zo staan er, daar waar het Kootwijkerzand grenst aan de bouwlanden van Kootwijk, ook eiken tussen de dennen. Deze zijn waarschijnlijk door vogels verspreid vanuit de houtwallen rondom de bouwlanden van Kootwijk.

Enkele spontane bossen, waar de eik overheerst, zijn door Rövekamp en Maes (2002) als inheems betitelt. De eiken komen waarschijnlijk voort uit kreupelhout en hakhout dat met de duinen was meegegroeid en verspreid over het stuifzandgebied stond. Deze bosjes staan op de kaart met de toevoeging H. Ze kunnen lijken op de oude bossen op stuifzand (kaartcode 26). Er komen ook boomkringen voor.

Spontaan bos met duinen begroeid met dennen van verschillende leeftijden, en met open plekken, aan de noordrand van het Kootwijkerzand (foto Overland 166).

60 |

Spontaan bos op stuifzand dicht bij de grens van de kampontginning Kootwijk. Behalve vliegdennen zijn hier ook eiken te zien (foto Overland 171).

Spontaan bos met boomkringen op stuifduintjes bij Maanschoten (foto Overland 35, genomen in 2006).

Open stuifzandgebied met fort met eikenkring (foto Overland 34, genomen in 2006).

| 61

Boven: de ontwikkeling van spontaan bos op stuifzand ten zuidoosten van Kootwijk. Op de eerste afbeelding (linksboven), een kaart van omstreeks 1900, is op de grens van stuifzand en heide een houtsingel wal te zien, die uitbreiding van het zand en instuiving op de Kootwijkse akkers moet voorkomen. Deze wal is waarschijnlijk één van de door Crebolder (2000) genoemde stroken met grove dennen die omstreeks 1850 zijn aangelegd op initiatief van het provinciaal bestuur. Op deze kaart bestaat de wal al zo’n 50 jaar en het blijkt dat de aanleg zijn vruchten afwerpt. Het stuifzand heeft zich niet verder uitgebreid richting Kootwijk en bovendien zijn er aan de stuifzandzijde bosjes ontstaan. Mogelijk zijn deze uitgezaaid vanuit de wal, maar het AHN-beeld (rechtsboven) lijkt er op te wijzen dat de mens hier ook de hand in heeft gehad. Rechts van de wal is een structuur van kleine walletjes te zien, die mogelijk te maken hebben met bosaanleg en stuifzandbeteugeling. Op de derde afbeelding (midden-onder) een luchtfoto met verschillende landschapstypen. In het zuiden niet ontgonnen stuifzand met spontaan bos (kaartcode 32). Centraal een heidebebossing die vanaf ongeveer 1920 is aangelegd (kaartcode 27) en links bebost cultuurland (kaartcode 22).

62 |

4

Toevoegingen, bijzonderheden binnen de Histland-eenheden

Alle vlakken op de kaart zijn ingedeeld in de legenda-eenheden van Histland. Soms kunnen landschappelijke bijzonderheden optreden, die niet binnen zo’n eenheid te vangen zijn. Die bijzonderheden zijn aangegeven met een op de kaart toegevoegde code. Per vlak kunnen dan één of meerdere codes aan de legenda-eenheid zijn toegevoegd.

Overzicht gebieden met toevoegingen. Deze staan in groter detail op kaartbladen K1, K2 en K3 met lettercodes aangegeven.

Hakhoutrestanten / oude bomen / oud inheems-genetisch materiaal (toevoeging H) In bosgebieden met de toevoeging H komen oude bomen en hakhoutrestanten voor volgens de inventarisatie van Rövekamp en Maes. Hun inventarisatie was er op gericht om bomen op het spoor te komen die als inheems kunnen worden beschouwd. Rövekamp en Maes baseerden hun conclusies op kaartonderzoek en uitgebreid veldonderzoek waarbij ze uit de boomvorm (die vaak is beïnvloed door vroegere hakhoutcultuur) de ouderdom bepalen. Hun theorie over de relatie tussen boomvorm en ouderdom is omstreden (zie kadertekst over boomkringen bij eenheid 31) maar hun kartering geeft een indicatie van de aanwezigheid van oude bomen in bossen, en daarmee ook van bijhorende oudbosvegetatie. Hun inventarisatie is gecontroleerd met luchtfoto’s en (zeer beperkt) veldonderzoek. In bossen met de toevoeging H zijn bomen te zien die voortkomen uit vroegere hakhoutcultuur. Soms staat er een nieuwe generatie bomen in het bos, maar liggen de oude stammetjes en stoofjes nog op de bosbodem. Soms zijn de hakhoutstoven na de laatste keer dat er is gehakt – dat gebeurde tot in de jaren ’50 – ‘op enen gezet’, waarbij de best groeiende uitloper is gespaard. Aan de voet van de eiken is | 63

hun hakhoutverleden dan nog te zien. Soms hebben de bomen nog duidelijk het uiterlijk van hakhoutstoven met meerder uitlopers. De toevoeging H heeft ook betrekking op hakhout op wallen en duinen. Hier hadden de eiken ook een functie voor het invangen van zand of het weren van vee en wild (samen met doornige struiken). Deze eiken werden daarnaast als hakhout geëxploiteerd. De toevoeging H kan ook betrekking hebben op gebieden die op 19e-eeuwse kaarten nog als heide zijn aangeduid. Hier stonden dan lage struiken die nauwelijks hoger waren dan de heidestruiken en niet als bos door de karteerders zijn herkend. Ook op kan de toevoeging H betrekking hebben op akkers waarop hakhoutbos is aangelegd. De oude bomen betreffen volgens Rövekamp en Maes meestal zomereiken, maar daarnaast ook wintereiken, beuken, en berken. Andere boomsoorten die er kunnen voorkomen zijn: Ruwe en Zachte berk, Sporkehout, Wilde lijsterbes, Gewone Vlier. Vaak komen ook oude bossoorten voor. Indicatoren zijn: Adelaarsvaren, Gewone eikvaren, Lelietjes der dalen, Gewone salomonszegel, Dubbelloof, Dalkruid, Grote muur, Hengel, Kleine Maagdenpalm.

Landgoedkarakter (toevoeging L) (alleen in Gelderse Vallei) Landgoederen zijn gebieden waar, naast agrarische productie, de esthetiek van het landschap van belang was. Bij de inrichting van het landschap werd rekening gehouden met de schoonheid ervan. Gebieden met landgoedkarakter hadden een productiedoelstelling en daarmee onderscheiden ze zich in Histland van buitenplaatsen (kaartcode 6), waar de esthetiek doorslaggevend was, en de agrarische productie niet of veel minder van belang. Landgoederen waren in eerste instantie agrarische gebieden. en meestal lagen er ook boerderijen op het landgoed. Een landgoed hoeft zich daardoor niet altijd landschappelijk van ‘gewone’ agrarisch gebruikte gebieden te onderscheiden. De landschappen van deze landgoederen zijn daarom ingedeeld naar de gewone landschapstypen (kampontginningen, oude of jonge bossen, etc.) waar ze in zijn ontstaan. Vaak is op landgoederen dit oude landschap bijzonder goed bewaard gebleven. Daarnaast is aan deze gebieden vaak af te lezen dat hier bewust aan de esthetiek van het landschap is gewerkt. Binnen de oude structuren die te maken hebben met agrarisch gebruik of bosbouw is sprake van lanen, zichtassen, een oriëntatie op het huis, bijzondere boomgroepen, of een fraaie afwisseling van bos en open gebied. Die afwisseling van bos en open gebied was ook belangrijk voor de jacht.

Het zal duidelijk zijn dat de toekenning van de toevoeging L enigszins subjectief is en als een indicatie moet worden gezien. Het is toegekend op basis van topografische kaarten, luchtfoto’s, en zeer beperkte veldwaarnemingen. Op basis van deze topografische kenmerken kunnen ook gronden buiten landgoederen de toevoeging L hebben, zoals het ook mogelijk is dat onderdelen van landgoederen de toevoeging niet hebben. Gebieden met landgoedkarakter liggen vooral ten westen van Barneveld, met het gebied Bylaer Kallenbroek als grootste aaneengesloten gebied. De relatie tussen aardkunde (geprononceerde zandruggen, tussenliggende laagtes, beken) en historisch landschap (kampontginningen, akkertjes op ruggen, oude bossen, broekgebieden, jonge bossen, jonge ontginningen, beboste kampontinningen) is hier nog duidelijk aanwezig. De illustratie bij eenheid 3 geeft een beeld van de landschappelijke rijkdom die hier behouden is gebleven. Ook in de jonge ontginningen en jonge bossen ten oosten van Voorthuizen heeft het landschap een landgoedkarakter. Mogelijk houdt de afwisseling tussen bos en open gebied hier verband met de antroposofische gemeenschap die hier in de eerste helft van de 20e eeuw landbouwbedrijfjes stichtte en woningen en boerderijen liet bouwen.

Dat zou betekenen dat deze gemeenschap behalve antroposofische bouwkunst (zie Crebolder e.a., 2009) ook landschappelijke sporen heeft nagelaten.

64 |

Op het bosrijke Veluwemassief onderscheiden landgoederen zich minder duidelijk van de omgeving en is de toevoeging L niet toegekend.

Een fraaie afwisseling van bos en open gebied ten oosten van Voorthuizen, voetpad van Apeldoornsestraat naar Harremaatweg (foto Overland 162).

Droge kampontginning gecompartimenteerd karakter (toevoeging C) Zie toelichting bij kaartcode 1 (zowel in onderdeel Gelderse Vallei als Veluwemassief).

Droge kampontginning, open field karakter (toevoeging F) Zie toelichting bij kaartcode 1 (zowel in onderdeel Gelderse Vallei als Veluwemassief).

Kampontginningen in doodijsgat (toevoeging IJ) Zie toelichting bij kaartcode 1.

Zichtbare drift (toevoeging D) Zie toelichting bij kaartcode 22.

| 65

66 |

5

Waardering

Het buitengebied van de gemeente Barneveld is verdeeld in ruim 600 vlakken. Elk vlak is toegedeeld naar een historisch landschapstype. Daarnaast heeft elk vlak een waardering op de schaal 1-10 gekregen die is vereenvoudigd naar een schaal 1-5 of 1-3. In bijlage W1, W2 en W3 is de waardering 15 te zien. Het GIS biedt de mogelijkheid ook andere waarderingsschalen te bekijken. Bij een waardering van het landschap passen altijd kanttekeningen. De waardering hangt af van de bril waardoor je naar het landschap kijkt. Jonge landschappen, zoals de jonge ontginningen, hebben meestal een wat lagere waardering. Ze lijken immers niet meer op de heide van 1850. Maar wie waarde hecht aan de gaafheid van de 20e-eeuwse ontginningsstructuur zou uitkomen op een hogere waardering. Daarnaast hoeft een hoge waardering van de historische waarden niet altijd te betekenen dat we dit landschap ook mooier vinden. Iemand die houdt van bossen zal een laag gewaardeerd jong bos wellicht mooier vinden dat een hoog gewaardeerd open essenlandschap.

Criteria Bij de waardering is gekeken naar de onderstaande drie aspecten:  Verandering van de topografische structuur (weging 40%): in hoeverre is het landschap sinds de 19e eeuw veranderd wat betreft perceelsindeling, perceelsgrenzen, sloten- beken-, en wegenpatroon?  Verandering van de fysiognomie (weging 30%): in hoeverre is het landschap veranderd wat betreft de (spreiding van) verticale elementen in het landschap (bos, houtwallen, bebouwing)?  Bijzondere kenmerken (weging 30%): staat voor de aanwezigheid van een bijzondere waarde die niet in de veranderingscriteria is te vangen (zeldzaamheid, historische zeggingskracht van een gebied, aanwezigheid bijzondere fenomenen). Omdat dit criterium enigszins subjectief is, bestaat er voor elk gebiedje een korte toelichting in steekwoorden (alleen zichtbaar in de tabel in het GIS). Jonge landschappen (jonge landbouwontginningen, jonge bossen) zijn per definitie sterk veranderd ten opzichte van de 19e eeuw. De jonge ontginningen lijken immers geheel niet op de vroegere heide. Ze hebben daarom een lagere waarde, die in principe niet hoger wordt dan 2 of 3. Die waarde kan weer stijgen als zich een uitzonderlijke situatie voordoet. Eén en ander is dan toegelicht in de database van het GIS. Voor de jonge landschappen is een vergelijking gemaakt met de situatie van omstreeks 1930.

Betekenis van de waarden op 1-5 schaal 1 Basiswaarde (waarde 3, 4, 5 uit 1-10 schaal)

Het landschap is sterk veranderd ten opzichte van 1850 of 1930. Historisch karakter moeilijk herkenbaar.

2 Middenwaarde (waarde 6 uit 1-10 schaal)

Historisch landschap nog te herkennen, enige mate van historische zeggingskracht.

3 Middenwaarde+ (waarde 7 uit 1-10 schaal)

Historisch landschap redelijk herkenbaar, zekere mate van historische zeggingskracht.

4 Hoge waarde (waarde 8 uit 1-10 schaal)

Landschap lijkt sterk op situatie in 1850 en heeft veel zeggingskracht.

5 Zeer hoge waarde (waarde 9, 10)

Landschap lijkt sterk op situatie in 1850 en heeft bijzonder grote zeggingskracht. Ook op nationale schaal is sprake van een bijzonder en zeldzaam landschap.

| 67

Betekenis van de waarden op 1-3 schaal (niet op de kaart, wel te raadplegen via het GIS) 1 Basiswaarde (waarde 3, 4, 5 uit 1-10 schaal)

Het landschap is sterk veranderd ten opzichte van 1850 of 1930. Historisch karakter moeilijk herkenbaar.

2 Middenwaarde (waarde 6, 7 uit 1-10 schaal)

Historisch landschap redelijk herkenbaar, zekere mate van historische zeggingskracht.

3 Hoge waarde (waarde 8, 9, 10 uit 1-10 schaal)

Landschap lijkt sterk op situatie in 1850 en heeft grote zeggingskracht.

Waardering op internationale en nationale schaal Bij de bovenstaande waardering moeten we ons realiseren dat de waardering van het Barneveldse landschap ook op nationale of internationale schaal kan worden bekeken, en daarbij anders uit kan vallen. Het Veluws natuurgebied zou zowel op nationale- als op West-Europese schaal in zijn geheel zeer hoog gewaardeerd worden. Het gebied hoort tot de grootste nauwelijks bewoonde gebieden van West-Europa, en is daarmee de landschappelijke weerslag van historisch-demografische processen die al vanaf de Prehistorie optreden. Landschapsvormende processen als vorming van heide, stuifzand, en de wijze waarop de mens zich hier kon handhaven, zijn goed in het landschap te herkennen. De verlatenheid van het Veluws natuurgebied is bepalend voor deze internationale waarde. Op nationale schaal zijn ook delen van het agrarisch buitengebied van belang. Het Barneveldse landschap is voor een deel vrij sterk bebouwd geraakt met veehouderijen. Er is zo een specifiek soort ‘intensieve-veehouderijlandschap’ binnen het veel oudere landschap ontstaan. Dergelijke landschappen worden op dit moment nog niet gewaardeerd als historisch, maar zouden zo’n waardering kunnen verdienen, omdat ze staan voor een type landbouw dat specifiek bij deze regio hoort.

Bijzondere deelgebieden die op nationaal niveau een hoge waardering zouden krijgen zijn de engen, enkele nog gave beekdalen (beekbegeleidende broeken), het landgoederenlandschap rond de Bylaer en de markante overgang met zandruggen van de kampontginningen naar de Appelsche Heide.

68 |

6

Toelichting op de geleverde digitale data

Naast dit rapport zijn digitale data opgeleverd die het mogelijk maken om in een geografisch informatiesysteem (GIS) kaarten weer te geven. In het GIS kunnen verschillende kaartlagen op elkaar worden gelegd. In de achterliggende databases is meer informatie over de elementen en gebieden. Voor de meeste elementen en gebiedjes bestaat een toelichting in enkele woorden. De meeste kaartlagen (shapefiles) kunnen in meerdere vormen (kenmerken, waardering, mate van detaillering) worden vormgegeven.

GIS-bestanden Histland Barneveld.shp Indeling van het de gemeente Barneveld in landschapstypen. Deze kaart kan op verschillende manieren, met verschillende legenda’s worden getoond.

Histland Barneveld.mif Bestand vergelijkbaar met Histland Barneveld.shp, maar te gebruiken in het GIS-programma MAPINFO.

Relevante kolommen: In de database in het GIS zijn de volgende kolommen te onderscheiden. Kolommen die iets zeggen over kenmerken van het historische landschap: Nr: Code van het landschapstype op de kaart, kaartlegenda, en in de toelichting. Naam: Naam van het landschapstype in woorden (in de kaartlegenda en in de toelichting). CodeBarn: Indeling in universele codes Histland (kn1a, hd1, etc) Codenieuw: Idem, codes op provinciaal niveau, Histland Gelderland (soms iets minder uitgesplitst). Opmerkinge: Opmerkingen over het gebied en motivatie van waardering bijzondere kenmerken. Accenten: Codes van de toevoegingen. Kolommen die iets zeggen over de waardering van een gebiedje (zie hoofdstuk 5) Gaafheid: waarde 1 tot 3 voor gaafheid topografie Fysiognomie: waarde 1 tot 3 voor gaafheid verticale dimensie Byz_ken: waarde 1 tot 4 voor bijzondere kenmerken Totwaarde: Optelling waardoor waarde 3 tot 10 ontstaat Waarde 1_5: Vereenvoudiging tot waardering in vijf klassen Waarde 1_3: Vereenvoudiging tot waardering in die klassen

Legenda’s voor Histland Barneveld Door kaartlagen van Histland op elkaar te leggen, waaraan steeds de volgende legenda’s (layers) worden gekoppeld, kan in GIS dezelfde kaart worden gemaakt als de geleverde papieren- en pdfversie.

| 69

Agrarisch buitengebied: • Kampontginningen.lyr • Buitenplaatsen en oude bossen.lyr • Broekontginningen.lyr • Veenontginningen.lyr • Jonge ontginnningen.lyr • Niet of deels ontgonnen terreinen.lyr • Niet in kaart gebracht.lyr Veluwemassief: • Agrarische- en gebruikslandschappen.lyr • Oude droge bossen.lyr • Jonge droge bossen.lyr • Niet ontgonnen terreinen.lyr • Niet in kaart gebracht.lyr Waardering: • Waardering 1-3 schaal.lyr • Waardering 1-5 schaal.lyr

Foto’s Bij het veldwerk zijn zo’n 230 foto’s gemaakt. Ze zijn in jpg-formaat geleverd.

Fotos Barneveld.shp / Fotos Barneveld.mif Shapefile / MapInfobestand met alle locaties van de foto’s, soms met korte toelichting. Tenzij anders vermeld zijn alle foto’s van Overland, 2014.

70 |

7

Literatuur en bronnen

Aardoom, L., 1989 Caart der limitten van de hooge en vrije heerlijckhijdt van Het Loo. Boek met kaart. Albers, L., 2010 Bijzondere boomvormen in historische parken. Arbor Vitae | 3-20 | 2010. Boer, L. de en A. van den Berg , 2014 Nijkerkse waterlopen; een bewerkte voorpublicatie van Landschapsjuwelen deel 2. De Wijerd 35(2014)-1. Born, H van den, P. van den Born, G. Crebolder, G. de Graaff, J. Manssen, D. Veldhuizen, H. van der Vlist, 2001 Garderen, Baken in het Groen, De Geschiedenis van een Veluws Dorp, Barneveld. Born, P. van den, G. Crebolder, G. de Graaff, A. van de Ham, T. van de Kuilen, J. Manssen, D. Veldhuizen, 2004 Zwartebroek & Terschuur. Tussen stuwwal en heuvelrug. De geschiedenis van twee dorpen in de Gelderse Vallei. Barneveld. Brons, J., G.J.Crebolder, G. de Graaf, A. van der Horst, G. Kuijt, W. Meijer, F. Rozemond, P. Schut, D. Veldhuizen, 2012 Kootwijkerbroek, ’n veerkrachtige gemeenschap. De geschiedenis van een dorp op de Veluwe. Barneveld. Copini, P., J. Buiteveld, U. Sass-Klaassen & J. den Ouden, 2006 Eikenclusters op de Veluwe. Vakblad Natuur, bos en landschap, november 2006. Crebolder, G.J., G. de Graaf, J. Manssen, F. Rozemond, D. Veldhuizen, 2000 Kootwijk, een parel in het zand. De geschiedenis van een Veluws dorpje. Barneveld. Crebolder, G.J., G. de Graaf, J. Manssen, D. Veldhuizen, 2005 Stroe, ‘een kleine oasis’. De geschiedenis van een Veluws dorp.

Crebolder, G.J., G. de Graaf, J. Manssen, D. Veldhuizen, 2007 De Glind, gewonnen uit weerspannig woud. De geschiedenis van een dorp in de Gelderse Vallei. Barneveld Crebolder, G., G. Donkersteeg, G. de Graaf, J. Manssen, F. Rozemond, D. Veldhuizen, 2009 Voorthuizen, veel vertier en eenen tamelijken bloei. De geschiedenis van een dorp aan de rand van de Veluwe. Barneveld. Grift, J. 2014 Landschapselementen van waarde, landschappelijke ontwikkeling en waardevolle landschappelijke elementen in Barneveld en Voorthuizen (1000- 1832). Stageverslag Universiteit Groningen, gemeente Barneveld.

| 71

Haartsen, 2009 Ontgonnen verleden. Regiobeschrijvingen provincie Gelderland. Hacke-Oudemans, J.J., 1969 Bijdragen tot de geschiedenis van de Veluwe en andere onderwerpen. Heidinga, H.A., 1984 De Veluwe in de Vroege Middeleeuwen, Aspecten van de nederzettingsarcheologie van Kootwijk en zijn buren. Kroes, J., 1998 De middeleeuwse kampontginningen in de Gelderse Vallei. in: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, 1998, jrg. 89, p. 24-49. Lascaris, M, 1999 Zandverstuivingen op de Noordwestelijke Veluwe: in Historisch-Geografisch Tijdschrift, 1999-1. Menke, H., H. Renes, G. Smit & P. Stork, 2007 Veluwse beken en sprengen: een uniek landschap. Utrecht. NAIRAC, C.A. 1878 Een oud hoekje der Veluwe door een plattelands burgemeester, Barneveld. (herdruk 1974) NAIRAC, C.A. (1882) Nog een oud hoekje der Veluwe, Barneveld. (herdruk 1974) Neefjes. J., 2006 Oerbos, leefbos, heide en cultuurland: landschapsgeschiedenis van de stuwwal Ermelo-Garderen: historisch-geografische kartering van het landschap. Rapportage West-Veluweonderzoek. (online op www.overland.nl) Neefjes, J. en T. Spek, 2014 Van hoog naar laag: dynamiek van het nederzettingspatroon op de Noordwest-Veluwe van de Late Prehistorie tot de Volle Middeleeuwen. In: Historisch-Geografisch Tijdschrift. Oosten Slingeland, J.F. van, 1958 De Sijsselt, een bijdrage tot de kennis van de Veluwse bosgeschiedenis. Rijk, J.H.

de, 1985 De geschiedenis van het Edese Bos; vijf eeuwen beheer en gebruik van een Veluws malebos (scriptie). Rövekamp, C.J.A & N.C.M. Maes, 2002 Inheemse bomen en struiken op de Veluwe, Autochtone genenbronnen en oude bosplaatsen, WCL Veluwe. Voor de inventarisatie van Wageningen zijn ook de achterliggende digitale (concept)-GIS-data gebruikt.

72 |

Schut, P., 2012 De invloed van historische wallen op de moderne topografie in de gemeente Barneveld, Gelderland . In: Historische wallen in het Nederlandse landschap. De stand van kennis. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, hoofdstuk 16 (blz. 265-281). Schut, P., 2014 Harselaar West-West: duizenden jaren van bedrijvigheid. Gemeente Barneveld. Ouden, J. den en Th. Spek (ed.), 2007 Ontstaanswijze van eikenclusters in het natuurterrein de Wilde Kamp bij Garderen: Landschapsgeschiedenis, bodemontwikkeling en vegetatiegeschiedenis.

Kaarten Huidige topografische en aardkundige situatie  Topografische kaart: 1:25.000  Recente luchtfoto’s (gemeente, Google Earth)  Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2)  Bodemkaart van Nederland (1:50.000) Historische situatie  Topographische Militaire Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden (1850 – 1864)  Chromo-topographische Kaarten (Bonnebladen) (1867 – 1935)  Kaart van de Eerste Bosstatistiek (1938 – 1942; bron: Bosdata)  Minuutplans eerste kadasterkaarten (omstreeks 1832) (incidenteel)  Gelders Archief, 0012-K238 Caerten van de tiendens onder 't Hoogh Voorthuijser block, Passavant, 20 november 1697  Caart der Limitten van de Hooge en Vrije Heerlijckhijdt van Het Loo, 1762 (gepubliceerd door Aardoom, 1989)

| 73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f506c5e8-ad0e-4856-bd31-e8bc8d057247