CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

[OUD] TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg_Motivering

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: TAM-omgevingsplan voor de realisatie van azc Nijkerkerweg 13224.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Datum:

April 2025

Locatie: Nijkerkerweg 132 Plannr.: TAMOP0001

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en toekomstambitie 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Toetsing aan omgevingsplan

7 7 7

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Voorgenomen ontwikkeling

9 9

Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

11 11 11 12 16 17 17

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Inleiding 5.2 Bodem 5.3 Cultuurhistorie 5.4 Duurzaamheid en gezondheid 5.5 Ecologie 5.6 Geluid 5.7 Geur 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Leidingen en laagvliegroutes 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Milieueffectrapportage 5.12 Milieuzonering 5.13 Natuur en landschap 5.14 Ontplofbare oorlogsresten 5.15 Omgevingsveiligheid 5.16 Toegankelijkheid openbare ruimte 5.17 Trilling 5.18 Verkeer 5.19 Weging van het waterbelang

25 25 25 25 28 29 34 35 41 44 44 45 46 48 48 49 51 51 51 53

Hoofdstuk 6 Juridisch kader TAM-omgevingsplan 6.1 Wijziging omgevingsplan

58 58

Hoofdstuk 7 Financiële haalbaarheid 7.1 Wijze van bekostiging

59 59

Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Zienswijzen 8.3 Coördinatieregeling

60 60 62 62

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Bestuurlijke rapportage locatiekeuze

Bijlage 2

Bodemonderzoek

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek (2018)

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek schaapskooi (2022)

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 7

QuickScan natuurwetgeving

Bijlage 8

Activiteitenplan beschermde soorten

Bijlage 9

Stikstofberekening, aanlegfase

Bijlage 10

Stikstofberekening, gebruiksfase

Bijlage 11

Stikstofberekening gebruik over 10 jaar

Bijlage 12

Akoestisch onderzoek

Bijlage 13

M.e.r. beoordelingsbesluit

Bijlage 14

Beeldkwaliteitsplan Bloemendal IIA

Bijlage 15

Waterhuishoudingsplan

Bijlage 16

Participatieverslag azc locatiekeus

Bijlage 17

Participatieverslag

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Motivering Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Nijkerkerweg 132 in Barneveld is een verzoek ingediend om een asielzoekerscentrum (verder: azc) te realiseren. Het betreft het zuidelijke deel van het perceel. De locatie van het azc is in onderstaande afbeelding rood omcirkeld.

Afbeelding: Ligging plangebied

De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende "omgevingsplan gemeente Barneveld" (hierna: omgevingsplan). Met deze reden is het voorliggende Tam-Imro plan 'TAM-omgevingsplan Nijkerkerweg (azc)' opgesteld. Het voorliggende plan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie beschreven, waarbij al kort wordt aangehaakt op de verschillende ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 richt zich op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan en tot slot wordt in hoofdstuk 7 de focus gelegd op de financiële haalbaarheid van dit plan. Hoofdstuk 8 richt zich op het overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstambitie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied voor het azc ligt in het agrarisch gebied ten oosten van de Nijkerkerweg. Het plangebied maakt onderdeel uit van het perceel aan de Nijkerkerweg 132 in Barneveld. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een watergang. Aan de oost-, zuid- en westzijde vormt bestaand groen de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer. Ten zuiden van het plangebied is fase IIA van Barnevelds grootste nieuwbouwwijk Bloemendal gepland. Tevens wordt de ontsluitng van het plangebied richting de Nijkerkerweg en zuidelijk richting Bloemendal Fase 1 in dit plan meegenomen.

Afbeelding: Begrenzing plangebied

2.2

Toetsing aan omgevingsplan

2.2.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Het plangebied ligt in tijdelijke omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Op dit moment geldt binnen dit tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op grond van het tijdelijk omgevingsplan heeft het plangebied de functie 'Agrarisch' en 'Water' (voorheen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Water').

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Afbeelding: bestemmingsplan "Buitengebied 2012"

Naast het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" geldt ook het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Binnen dit plan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'. 2.2.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

Het plan past niet binnen het omgevingsplan omdat zowel de boogde functies voor een azc als de woonfuncties met bijbehorende activiteiten strijdig zijn. In het omgevingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken door een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit (OPA) of een BOPA. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig.

8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Voorgenomen ontwikkeling

De gemeenteraad van Barneveld heeft op 5 juli 2023 ingestemd met het vestigen van een azc aan de Nijkerkerweg 132 in Barneveld voor circa 300 asielzoekers voor een periode van maximaal 10 jaar. Dit plan betreft het realiseren van dit azc. Na deze 10 jaar worden de gebouwen in gebruik genomen als reguliere woningen (5 benedenwoningen, 5 bovenwoningen en 32 rijwoningen). De gebouwen worden dan ook uitgevoerd met een uitstraling van reguliere woningen. Het voorliggende omgevingsplan loopt al vooruit op dit uiteindelijke gebruik door zowel het gebruik als het reguliere wonen mogelijk te maken. De dienstgebouwen zijn wel tijdelijk en worden na 10 jaar verwijderd. Proces om te komen tot de locatie Het voorliggende plan betreft de vestiging van een azc in de gemeente Barneveld met de volgende uitgangspunten: 1. De opvangperiode is maximaal 10 jaar en; 2. Het aantal te huisvesten asielzoekers bedraagt circa 300. Hiermee neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van het schrijnende tekort aan opvangplaatsen voor asielzoekers in Nederland. Ook houdt zij regie op de wijze van invulling en realisatie. Deze problematiek zagen we bij Ter Apel in de zomer van 2022, maar is ook nu aan de orde van de dag en zal ook in de nabije toekomst naar verwachting aanwezig blijven.

De gemeenteraad koos de kaders op 6 juli 2022 voor het aantal vluchtelingen (300) en de minimale duur van de opvang (5 jaar) heel bewust. Met die kaders is het namelijk mogelijk om een zelfstandige opvanglocatie te realiseren met de daarbij behorende faciliteiten vanuit het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: COA). De gemeenteraad gaf het college van burgemeester en wethouders daarnaast de opdracht om een locatieonderzoek uit te voeren. Het college gaf uitvoering aan het raadsbesluit van 6 juli 2022 door op 28 maart 2023 de Nijkerkerweg 132 in Barneveld als voorkeurslocatie aan te wijzen, waaraan voorafgegaan is: Een uitvraag in de samenleving te doen naar potentieel kansrijke locaties, alsmede zelf als gemeente mogelijke locaties inventariseren; Alle aangeleverde locaties te beoordelen op basis van criteria en deze uit te werken. Hier zijn diverse aspecten bij betrokken die raken aan een goede, veilige en duurzame inpassing van een azc in de gemeente Barneveld. In totaal zijn er 41 locaties beoordeeld. 33 van deze locaties werden aangedragen door de samenleving. De andere 8 locaties kwamen uit een eerste globale interne locatieverkenning van de gemeente. De aangedragen locaties zijn beoordeeld aan de hand van verschillende criteria en thema's. Deze criteria, de beoordeling van de locaties en de locatiekeus zijn vervat in een rapportage (zie Bijlage 1).

Het college van burgemeester en wethouders koos uiteindelijk voor de voorliggende locatie aan de Nijkerkerweg 132 in Barneveld. Deze locatie ligt ten noorden van de nieuwbouwwijk Bloemendal. Voor deze locatie is gekozen omdat: Het is een vrijliggende locatie en is groot genoeg; de grond is eigendom van de gemeente Barneveld en is voor een langere periode beschikbaar. Hiermee heeft de gemeente zelf de zeggenschap en bepaalt zelf hoe de locatie wordt ingevuld; het azc kan er betrekkelijk snel komen. De plek sluit aan bij de bouwfase van Bloemendal die al in ontwikkeling is (fase IIa). Dit levert voordelen op voor het bouwrijp maken en de aanleg van (ondergrondse) infrastructuur; de locatie is via de Nijkerkerweg goed en veilig bereikbaar. De voorzieningen (winkels, openbaar vervoer) zijn op loop- en fietsafstand via de geplande infrastructuur van Bloemendal; via Bloemendal kunnen fietsers en wandelaars naar het centrum van Barneveld gaan; de locatie is geschikt voor een azc maar de plek is op termijn ook geschikt voor andere vormen van wonen. Doordat de plek aansluit op Bloemendal, gaat het onderdeel uitmaken van de buurt/wijk; een azc op deze locatie is niet strijdig met ander plannen of projecten (in de nabije omgeving); het COA heeft bevestigd dat de locatie Nijkerkerweg 132 geschikt is als potentiële locatie voor een azc.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Uitgangspunten inrichting en uitstraling Het azc krijgt de inrichting en uitstraling van een woonwijk met rijtjeshuizen. Het COA is verantwoordelijk voor de woningen en inrichting ervan. Het betreft een vergelijkbare opzet als het azc in Burgum (Friesland). De ontwikkeling van de woonwijk Bloemendal zorgt ervoor dat het azc steeds meer in de wijk opgaat. In totaal gaat het om 5 beneden-/bovenwoningen op de hoeken. De benedenwoningen zijn geschikt voor 4 personen terwijl de bovenwoningen geschikt zijn voor 6 personen. De overige 32 hoek- en tussenwoningen zijn geschikt voor het onderbrengen van 8 personen. De woningen worden geen tijdelijke 'units' maar huizen die goed passen bij andere woningen die in de wijk worden ontwikkeld. Daarbij gaat het dus om verschillende soorten woningen zodat deze ook goed te gebruiken zijn na het gebruik als azc. De binnenkant van de woningen wordt zo gemaakt dat er grotere aantallen asielzoekers kunnen worden opgevangen. Er zijn bijvoorbeeld stapelbedden. Het is hier geen luxe. Ze delen meestal een woonkamer, keuken en badkamer. De kamers hebben een noodzakelijke inrichting zoals bedden, tafels en stoelen. Ten oosten en ten westen van de woningen is een gebied beschikbaar voor het realiseren van een dienstengebouw. Het dienstgebouw ten oosten bestaat uit één bouwlaag en het gebouw ten westen bestaat uit twee bouwlagen.

In deze gebouwen worden allerlei ondersteunende voorzieningen gerealiseerd zoals kantoren, personeelsruimtes en recreatieruimtes. De noordrand wordt gebruikt ten behoeve van parkeren van medewerkers van het azc. Ook is hier ruimte voor speelvoorzieningen voor de bewoners van het azc. Tot slot is er ook ruimte voor het realiseren van een fietswerkplaats.

Afbeelding: Beoogd plan en inrichting op de locatie Nijkerkerweg 132 als asielzoekerscentrum (L) en doorkijk naar plan als regulier wonen (R)

Conclusie Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7). Indien het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om medewerking te verlenen aan dit plan.

10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het omgevingsplan of invloed hebben op dede daarbij behorende regelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar waar gemotiveerd van afgeweken kan worden; en aan de andere kant instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstukken 4 en 5 van dit plan gemotiveerd getoetst aan de activiteit

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking De vier prioriteiten zijn in Nationale Omgevingsvisie uitgewerkt in 21 nationale belangen. Belang 5 is 'Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. Voorzien in de huisvesting van asielzoekers is onderdeel van dit belang. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (hierna: NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Het NWP komt voort uit de Waterwet. Met het oog op de Omgevingswet zijn deze twee plannen samengevoegd tot één programma. Ook staan in het NWP de internationale verplichtingen die voortkomen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (RO) en de Kaderrichtlijn Martieme Strategie (KRM). Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: 5. Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. 6. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. 7. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, natuur, landschap, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk.

Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een ruimtelijke ordening die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. In de Omgevingswet is het begrip 'weging van het waterbelang' opgenomen en dit vervangt de term 'watertoets'. De gemeente moet voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken (dit is geregeld in paragraaf 5.1.3 van het Bkl). Voor deze weging wordt verwezen naar paragraaf 5.19. Doorwerking in plangbied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19). 4.2.3

Instructieregels Rijk (AMvB's)

In het Bkl zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. Het Bkl bevat instructieregels die zien op; algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedelijke waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); behoeden van de straat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8); Daarnaast bevat Afdeling 5.2 instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over; voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; bebouwingcontour jacht; bebouwingcontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Doorwerking in plangebied In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de voor deze locatie van toepassing zijnde instructieregels.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. De Omgevingswet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Het plangebied sluit aan op de woonwijk (in ontwikkeling) Bloemendal. Het maakt gebruik van al geplande infrastructuur en borduurt voort op de geplande woningbouw. Conclusie Dit plan is in lijn met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. Deze richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

De volgende instructieregels en instructies zijn in hoofdstuk 5 van de provinciale verordening opgenomen: algemene instructieregels (Afdeling 5.1) instructieregels over de natuur (Afdeling 5.2) instructieregels over landschap (Afdeling 5.3) instructieregels over erfgoed (Afdeling 5.4) instructieregels over milieu (Afdeling 5.5) instructieregels over provinciale wegen (Afdeling 5.6) instructieregels over de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en de regionale samenwerking (Afdeling 5.7) De volgende gebiedsaanwijzingen gelden: 1. 2. 3. 4.

Gelderse streek Gelderse Vallei glastuinbouw buiten een glastuienbouwontwikkelingsgebied intrekgebied werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Ad 1 Gelderse streek: Gelderse Vallei De instructieregels met betrekking tot de gebiedsaanwijzing 'Gelderse streek: Gelderse Vallei' zijn beschreven in artikel 5.37. Aangegeven is dat bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden moet worden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Belangrijke lijnen in het landschap zijn ingepast in de stedenbouwkundige opzet waardoor het huidige landschap gerespecteerd wordt. Het gebied valt binnen het kampenlandschap ten zuiden van de Esvelderbeek. De aanwezige watergangen, landschappelijke lijnen, houtwallen en singels zijn dragers van het stedenbouwkundig ontwerp. Waarin tevens (regen-)water kan worden opgevangen en uiteindelijk begeleid naar de Esvelderbeek. De meeste bomen/ houtopstanden kunnen hierdoor worden behouden en worden verder indien nodig met een voornamelijk inheems assortiment aangevuld. Daarmee ondersteunen ze blijvend, ook de aanwezige ecologische waarden als vliegroute voor vleermuizen. Daarbij worden nieuwe structuren tevens aangebracht om zo een aantrekkelijk beeld, maar vooral verscheidenheid aan te brengen die zowel de flora als fauna ten goede komt. Hierbij rekening houdend dat het gasloze woningen worden, waarbij deze kunnen worden voorzien van zonnepanelen.

Doorwerking in plangebied Het gebied is in de atlas kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone gelegen in het deelgebied 81, 'Geldersevallei'. Bij de inrichting van de locatie is op de volgende wijze rekening gehouden met de ontwikkeldoelen: De locatie voegt zich naar bestaande landschapselementen zoals de groenstructuur aan de zuid- en westzijde. De bestaande watergang/greppel aan de noordzijde vormt aan die kant de natuurlijke begrenzing. Het gebied ten noorden van deze watergang/greppel is daarnaast Groene Ontwikkelingszone zodat deze niet aangetast wordt door de voorliggende ontwikkeling. Door de voortzetting van het 'zondagspad', zoals dat binnen de woningbouwlocatie Bloemendal wordt ontwikkeld, wordt een verbinding gelegd met de bestaande structuur voor langzaam verkeer. Hiermee neemt de (recreatieve) toegankelijkheid van het plangebied toe. Afhankelijk van de verder ontwikkeling van het omringende gebied kan deze structuur verder door worden gezet. Het plangebied is niet gelegen nabij de Grebbedijk, Grebbelinie, Binnenveld en/of Rijn. De ontwikkeldoelen die daarop betrekking hebben zijn daarom niet van toepassing. Ad 2 Glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied In paragraaf 5.7.4 van de Omgevingsverordening wordt ingegaan op het aspect glastuinbouw.

Nu het plan geen betrekking heeft op glastuinbouw zorgen de betreffende instructieregels niet voor beperkingen of aanvullende eisen. Ad 3 Intrekgebied De instructieregel zoals opgenomen in artikel 4.35 leveren geen beperkingen of onderzoeksverplichtingen op nu het voorliggende plan geen betrekking heeft op mijnbouwactiviteiten. Ad 4 Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland De artikelen 2.1. en 2.2 leggen vast dat er binnen de provincie Gelderland een faunabeheerplan moet zijn wat periodiek wordt herzien.

Het plan is in overeenstemming met de gebiedsaanwijzingen aangezien het plan rekening houdt met de kernkwaliteiten van de Gelderse streek Vallei, het plan geen betrekking heeft op de vestiging of uitbreiding van glastuinbouw, geen grondwaterbedreigende activiteiten worden toegestaan en faunabeheer niet aan de orde is. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en

14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

In het plangebied wordt met elk aspect rekening gehouden, zie de betreffende beleidsaspecten over water in Hoofdstuk 4 en de weging van het waterbelang in paragraaf 5.19. Hier wordt ingegaan op de water- en droogteaspecten. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening.

4.3.2

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. a. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met dit waterprogramma. De bevindingen zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19). 4.3.3

Omgevingswaarde(n)

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie. In dit geval heeft de provincie de volgende omgevingswaarde vastgesteld: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe. Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van: 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn; en "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg 1 1: 1 :10 per jaar voor het overige gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1:10 per jaar. Er geldt buiten het stedelijk gebied geen norm voor Natura 2000-gebieden (a); gebieden aangewezen op grond van artikel 2.44, tweede lid, van de Omgevingswet en gebieden (b), voor zover niet behorend tot deze onder a of b bedoelde gebieden, aangeduid als natuurtype in het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland. Aan de omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren wordt voldaan met ingang van 1 januari 2024. De omgevingswaarden wateroverlast regionale wateren zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap. De gemeente mag daar niet van afwijken of deze aanvullen. Dit is alleen mogelijk als de provincie dat mogelijk maakt. Doorwerking in het plangebied De gemeente wijkt hier niet van af en vult deze ook niet aan. Er is geen strijdigheid met deze omgevingswaarde.

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19)

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19). 4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu. Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied.

Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan. Stedelijke zone Het concentratiebeleid voor woningbouw, ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen in het gebied Barneveld Harselaar Voorthuizen blijft onverkort uitgangspunt.

Afbeelding: Ligging azc - Structuurvisie Buitengebied Barneveld

Landschappelijke bufferzones Ten noorden van de azc-locatie ligt de landschappelijke bufferzone rond de Esvelderbeek. Gronden binnen deze bufferzone houden in beginsel hun bestaande functies, maar het beleid richt zich op meer dan het handhaven van de bestaande (agrarische) situatie. Actief beleid is nodig om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Voor deze bufferzone geeft de gebiedsvisie goede handvatten (Visie Overgangszone Esvelderbeek) die leidend is voor ruimtelijke ontwikkelingen. In dit deelgebied is woningbouw, ontwikkeling van Bedrijventerreinen en voorzieningen voor Barneveld Harselaar – Voorthuizen richtinggevend met ruimte 18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg voor groene recreatieve buffers. Binnen deze visie is het azc plan opgesteld. Met ruimte voor woningbouw binnen een context van landschapsversterking en versterking van ecologische structuren. Dit uit zich in de doortrekking van bomensingels, aanplanten van knotbomenrij, het aanleggen van een poel, maken van takkenrillen incl. marterkast en het ophangen van twee steenuilkasten. Deze werkzaamheden worden vooruitlopend op de bouwwerkzaamheden uitgevoerd.

Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Buitengebied Barneveld. 4.6.2

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in de 'ecologische zone Esvelderbeek' ligt waar een zachte overgang naar het buitengebied gerealiseerd moet worden.

Afbeelding: Ligging azc - Structuurvisie Kernen 2022

Doorwerking in plangebied Voor de Esvelderbeek is de visie van de gemeente om een natuurlijke zone rondom de beek te realiseren. Het gebied Barneveld Noord rond de Esvelderbeek maakt deel uit van een natte ecologische verbindingszone. Het is dan ook uitdrukkelijk de bedoeling dat dit gebied tussen de toekomstige bebouwing in de zoekzone Barneveld Noord en het bedrijventerrein Harselaar West een open en overwegend groen/blauw karakter behouden en versterken middels aanleg van waterberging en nieuwe natuur. Daarnaast is ruimte voor de toevoeging van functies en een landgoed. Zie ook paragraaf 4.6.3

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

4.6.3

Visie Overgangszone Esvelderbeek

In de Visie Overgangszone Esvelderbeek is de samenhang beschreven van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied. De visie bestaat voor een belangrijk deel uit een studie naar de landschappelijke kwaliteiten en ontstaansgeschiedenis. De uitkomsten van deze studie zijn sturend geweest voor de inrichtingsvisie. Het gebied tussen de huidige bebouwingsrand aan de zuidkant en het spoor aan de noordkant, de A30 aan de westkant en het spoor aan de oostkant moet een hoogwaardige groene bufferzone vormen tussen industrie en woonwijk, waar bewoners een uitloopgebied vinden om te recreëren of een ommetje te maken Doorwerking in plangebied De visie bevat zowel een inrichtingsvoorstel voor de korte als voor de lange termijn en heeft doorgewerkt in de structuurvisies zoals hiervoor beschreven.

Afbeelding: Inrichtingsvoorstel korte termijn (links) en lange termijn (rechts)

Binnen de beoogde ruimtelijke structuur (gebaseerd op bestaande groenstructuren) is in het voorliggende plan het agrarisch gebruik vervangen door een invulling met eerst een azc en later wonen. Gelet op de gewijzigde omstandigheden ten opzichte van het moment van het opstellen van de visie is dit acceptabel. Onderstaande is een landschapsplan te zien die is opgesteld voor de uitvoering van de bebouwing van het azc. Hierbij is te zien dat de bestaande bomensingel wordt doorgetrokken naar de Nijkerkerweg. Deze boomstructuur zorgt voor dat de Trammalantbeek ook op dit stuk landschappelijk wordt aangekleed en dat diersoorten zoals vleermuizen ook een route naar de waterberging aan de overkant van de Nijkerkerweg makkelijker kunnen volgen. Deze zone wordt binnen het azc nog versterkt omdat hiertegenaan ook de waterbergingszone in de vorm van wadi's is geprojecteerd. Daarnaast wordt de sloot aan de noordzijde van het plangebied ingeplant met een knotbomenrij van voornamelijk wilgen en enkele elzen een een solitaire meidoorn. In deze rij zijn ook diverse uitzichtpalen opgenomen. Ten Noorden van deze bomenrij wordt een ruigte ontwikkeld met daarin een poel, verschillende takkenrillen met marterkast en enkele vruchtdragende bomen. Deze ingrepen zorgen voor een eerste aanzet van de ontwikkeling van de Esvelderbeekzone tot een goede ecologische verbindingszone.

Deze plannen zijn tot stand gekomen in samenspraak met ecologen en zijn ter toetsing ook voorgelegd aan de provincie.

20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Afbeelding: Landschapsplan

4.6.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en (bijna) energieneutraal worden gebouwd. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw.

Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. In dit plan zijn groene daken onderdeel van het plan. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15).

Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in plangebied Op dit moment wordt nog gewerkt aan het ontwerp en de vormgeving van de gebouwen. Bij de uitwerking hiervan wordt minimaal voldaan aan de wettelijke eisen. 4.6.5

Groenstructuurplan Barneveld (2011)

De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied Het Groenstructuurplan Barneveld is opgesteld in 2011. Toen werd nog geen rekening gehouden met de ontwikkeling van de wijk Bloemendal. Wel bevat het plan aanknopingspunten. Zo wordt aangegeven dat ter plaatse van de noordelijke rand het landschap kleinschalig is. De toen aanwezige wijk heeft veel zicht op het omliggende landschap en vanaf het landschap is de wijk goed afgeschermd. De groene buffer tussen Barneveld en Harselaar wordt behouden. In de plannen voor Bloemendal vormt de groene buffer een belangrijk punt. Ook in het voorliggende plan voor het azc blijft het vormen van een groene buffer van belang. Dit komt niet alleen tot uitdrukking in het handhaven van aanwezig groen maar ook het, daar waar nodig, versterken van de groenstructuur. Ook de ontwikkeling van een groene (recreatief te gebruiken) buffer in de vorm van het zondagspad door 'de laagte' past binnen de uitgangspunten van het Groenstructuur plan Barneveld. 4.6.6

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het 22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.19). 4.6.7 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen voor Barneveld overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden.

Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000,- (prijspeil 2023) en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000 (prijspeil 2023), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.096,- en koop van € 320.000 tot NHG-grens, thans € 405.000) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. Binnen de categorie middeldure woningen onderscheiden we ook de betaalbaarheidsgrens, die door BZK in de Woondeal is geïntroduceerd. Deze grens ligt in 2023 bij € 355.000,- en in 2024 op € 390.000,-. Samen met sociale huur en middenhuur moet worden gekomen tot tweederde betaalbaarheid binnen de totale nieuwbouwprogrammering. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij gemeente Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt.

Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de 'voortgangsrapportage woningbouw gemeente Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2024 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 785 woningen per voorzien. Dit is 130% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke wordt deze 130% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht.

Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog € 260.000 - € 320.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.080,- in 2021). "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op €70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied In het plangebied worden 5 bouwblokken gerealiseerd met totaal 26 tussenwoningen, 5 hoekwoningen en 5 hoekwoningen die in de vorm van beneden-bovenwoningen worden gerealiseerd. Twee benedenwoningen zullen in de vorm van mindervalidenwoningen worden gebouwd. Deze 41 wooneenheden bieden voor een periode 10 jaar ruimte om circa 300 asielzoekers op te vangen.

Gemiddeld betekent dit dat in een benedenwoning 4 personen worden opgevangen en in een bovenwoning 6. In de rijwoningen worden 8 personen (tussenwoningen) of 10 personen (hoekwoningen) opgevangen. Na 10 jaar worden de 41 eenheden in gebruik genomen als reguliere woningen. Mogelijk dat de beneden-bovenwoningen worden samengevoegd. In dat geval daalt het aantal eenheden naar 36. De woningen worden in belangrijke mate in de betaalbare sfeer gerealiseerd. Afhankelijk van het al dan niet samenvoegen van de beneden-bovenwoningen (en de ontwikkelingen op de woningmarkt en van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid de komende jaren) gaat het om de volgende verdeling:

Tabel: Woningbouwcategorieën samenvoeging bebo's

Tabel: Woningbouwcategorieën

Conclusie is dat in beide gevallen wordt voldaan aan het uitgangspunt dat maximaal 30% in het dure (> NHG) segment mag vallen.

24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg

Hoofdstuk 5 5.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld.

5.2

Bodem

In het kader van de procedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. De locatie van uw plan is namelijk een bodemgevoelige locatie, zoals is aangegeven in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt onder andere plaats op basis van de 'Bodemkwaliteitskaart regio De Vallei 2018' en de bijbehorende 'Nota bodembeheer 2022'. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Dit wordt ook bevestigd door in 2018 uitgevoerd onderzoek (PJ Milieu BV, rapport 18039101A, 4 juli 2018), zie Bijlage 2. Uitkomst van dit onderzoek (voor het deel van het perceel wat het betreft) is dat er sprake is van een onverdachte locatie en dat er geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=2976476c-2e24-4111-8564-614b5bb656b1