Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
(augustus 2021) Vastgesteld bestemmingsplan Plannr. 1531
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 7
Hoofdstuk 3
9
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente
12 12 12 14 16 17
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
23 23 23 25 29 30 31 31 32 33 33 35 35 36 36 37
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
39 39 39 40 43 45 45
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
47 47
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
48 48 48 48
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan Apeldoornsestraat
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan Oud Milligenseweg
Bijlage 3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Apeldoornsestraat 78-80
2
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Bijlage 4
Bureau- en Inventariserend veldonderzoek Oud Milligenseweg 54
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek Apeldoornsestraat 78 - 80
Bijlage 6
Proefsleuvenonderzoek
Bijlage 7
Natuurtoets Oud Milligenseweg 54
Bijlage 8
Natuurtoets Apeldoornsestraat 78-80
Bijlage 9
Berekening stikstofdepositie
Bijlage 10
Notitie toegangsweg
Bijlage 11
Notitie Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Bijlage 12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
Bijlage 13
Onderzoek externe veiligheid
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek Oud Milligenseweg 54
Bijlage 15
Akoestisch onderzoek Apeldoornsestraat 78-80
Bijlage 16
Landschappelijke inpassing Apeldoornsestraat 78-80
Bijlage 17
Landschappelijke inpassing Oud Milligenseweg 54
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
3
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
4
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Oud Milligenseweg 54 in Garderen is een verzoek ingediend voor de transformatie van de locatie 'voormalig recreatieterrein Goedkamp' aan de Oud Milligenseweg 54 in Garderen naar wonen en een hotel op de locatie 'Hoeve Oud Milligen' aan de Apeldoornsestraat 78-80 in Garderen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Daarnaast zijn, naast het bovenstaande verzoek, voor het terrein aan de Apeldoornsestraat een tweetal vergunningen in afwijking van het geldende bestemmingsplan verleend. Op 19 april 2021 is de vergunning (2020W0790) verleend voor het wijzigen van de functie van de begane naar een multifunctionele ruimte (in plaats van pension/B&B) voor een periode van ten hoogste 10 jaar. Op 23 april 2019 is een vergunning verleend voor het vergroten van de hoeveelheid vierkante meters kelders naar 210 m². Beide aspecten worden in het voorliggende bestemmingsplan permanent geregeld.
Afbeelding: ligging locaties (lichtblauw: Oud Milligenseweg 54, donkerblauw: Apeldoornsestraat 78-80) Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
5
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied bestaat uit twee delen. Het voormalige recreatieterrein ligt aan de Oud Milligenseweg 54 nabij de kern Garderen. Het andere deel is gelegen aan de Apeldoornsestraat 78-80, eveneens in Garderen. Het plandeel aan de Oud Milligenseweg 54 wordt aan de noord-, west- en zuidzijde begrensd door bos/natuur. Aan de oostzijde vormt de Oud Milligenseweg de grens van het plangebied. Agrarische gronden vormen aan de west-, zuid-, en oostzijde de grens van het plandeel aan de Apeldoornsestraat 78-80. Deze straat vormt ook de noordgrens van dit plandeel. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de plandelen weer.
Afbeelding: begrenzing plangebied
6
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
2.2
Geldende bestemmingen
Het plandeel aan de Oud Milligenseweg 54 valt binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied v' van toepassing. Tot slot gelden de functieaanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - recreatiebedrijf 4' en 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde'.
Afbeelding: Geldende bestemmingen plandeel Oud Milligenseweg De gronden aan de Apeldoornsestraat 78-80 vallen in de bestemmingsplannen 'Apeldoornsestraat-Stoutenburgerweg" en "Buitengebied 2012" (en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad). Binnen de genoemde bestemmingsplannen hebben de gronden de bestemmingen 'Horeca', 'Agrarisch - Onbebouwd' en 'Agrarisch'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Cultureel erfgoed', 'Waarde - Openheid en Reliëf'. Ook is er sprake van de functieaanduidingen 'gemengd', 'specifieke vorm van horeca - verkoop van streekproducten' en 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde'. Tot slot is er nog sprake van een aantal gebiedsaanduidingen, te weten: 'overige zone - ecologische hoofdstructuur', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2', 'overige zone voorwaardelijke verplichting 3' en 'reconstructiewegzone - extensiveringsgebied'. "Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
7
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Afbeelding: Geldende bestemmingen plandeel Apeldoornsestraat Het plan voor de bouw van de negen woningen (Oud Milligenseweg) en het hotel (Apeldoornsestraat 78-80) past binnen deze bestemmingen en is dus niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
8
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Aan de Oud Milligenseweg 54 in Garderen bestaat tot op heden de mogelijkheid een recreatieterrein te ontwikkelen bestaande uit 93 zomerhuizen en 71 chalets. Het verzoek is nu om het terrein in te vullen met woningbouw in combinatie met de realisatie van een hotel bij Hoeve Oud Milligen aan de Apeldoornsestraat 78 - 80 in Garderen. Daarnaast krijgt het noordelijke deel van het recreatieterrein een natuurbestemming. Op het perceel aan de Oud Milligenseweg gaat het om de bouw van negen woningen van maximaal 750 m³ (exclusief onderbouw) op ruime percelen van 2.000 m² en meer rondom een centrale brink. De bestaande bebouwing (beheerderswoning) op het perceel wordt gesloopt. Tussen de kavels worden houtwallen/struweel gerealiseerd zodat individuele kamers ontstaan. Aan de voorzijde van de kavels wordt een haag gerealiseerd. De brink krijgt een groene uitstraling met enkele boomgroepen. Bij het hotel (circa 30 kamers) aan de Apeldoornsestraat betreft het een gebouw van 3 lagen, waarvan 1 ondergronds. De totale oppervlakte van het hotel bedraagt circa 1.000 m².
Afbeelding: Beoogde invulling Oud Milligenseweg 54
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
9
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Afbeelding: Beoogde invulling Apeldoornsestraat 78-80 De gemeente Barneveld kent geen specifiek beleid voor de transformatie van recreatieterreinen naar een andere functie. Wel heeft de gemeenteraad in 2015 de Visie Verblijfsrecreatie vastgesteld als koers voor de toekomstperspectieven van recreatieparken in de gemeente. Daar is transformatie van recreatieparken naar wonen benoemd als mogelijkheid, naar analogie van het functieveranderingsbeleid voor sanering van agrarische bedrijfsgebouwen naar wonen of andere functies. In de praktijk zijn inmiddels meerdere vragen van recreatieparken over transformatie naar wonen of een andere functie naar voren gekomen. Daardoor is gezocht naar een verdere uitwerking van de in de visie genoemde mogelijkheid tot transformatie in de vorm van een objectievere denklijn over welke mogelijkheden kunnen worden geboden bij het transformeren van het park naar bijvoorbeeld wonen en hoe dit kan worden beredeneerd. Per park is dit een maatwerkoplossing, maar daarbij speelt ook nadrukkelijk mee dat de maatwerkafwegingen in balans moeten zijn met de andere transformatieparken. In 2019 is gestart met het actualiseren van de Visie Verblijfsrecreatie op onder meer dit onderwerp, zodat de ontwikkelde denklijn verder wordt vormgegeven.
De denklijn die in het kader van het actualiseren van de Visie Verblijfsrecreatie is ontwikkeld, geeft richting voor omzetting naar een x aantal woningen als basisuitgangspunt. De berekening die daarvoor wordt gebruikt is gebaseerd op de oppervlakte van het recreatieterrein en houdt rekening met de planologische mogelijkheden van het terrein (kamperen, stacaravans en/of recreatiewoningen, beheerderswoning). Met de omzetting naar een x aantal woningen als basis, is naar analogie van het regionale functieveranderingsbeleid ook een berekening te maken voor omzetting naar andere functies. Door het aantal woningen om te zetten naar fictieve 'sloopmeters' kunnen deze vervolgens worden omgerekend naar vloeroppervlakte voor de horeca/hotel functie. Omgerekend naar fictieve sloopmeters volgens het functieveranderingsbeleid en omzetting naar een horeca-functie, komt dit neer op de nu gevraagde bouwmogelijkheid van acht woningen van 750 m³ (met 80 m² aan bijgebouwen) en een hotel met een footprint van 983 m² met een verbindingsgang van 20 m² naar de multifunctionele ruimte en een fietsenstalling/berging van 44 m². Naar aanleiding van verkennend archeologisch onderzoek bleek dat er sprake was van hoge archeologische vondsten welke opgegraven 10
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat diende te worden. De onvoorziene zeer hoge kosten voor onderzoek en de uiteindelijke opgraving zouden een belemmering voor de (financiële/economische) uitvoerbaarheid van het plan betekenen. Gelet op het grote belang bij realisatie van het plan (amoveren verblijfsrecreatieve bestemming ten gunste van milieu- en natuurwinst) en het archeologische belang van opgraving is de (financiële/economische) uitvoerbaarheid van het plan vervolgens alsnog geborgd door de toevoeging van een negende woning. De verbreding van de al toegestane horecafunctie met een hotel op het perceel aan de Apeldoornsestraat 78 - 80 zorgt voor een toekomstbestendigere situatie. Daarnaast wordt het hotel op een zodanige manier gepositioneerd dat er sprake is van een logische uitbreiding terwijl er sprake blijft van een compact erf. De maat en schaal passen bij de bestaande bebouwing en omgeving aangezien doorzichten behouden blijven door de situering haaks op de weg. Tot slot is er sprake van een heldere en kloeke massa zonder uitstekende ondergeschikte bouwdelen. Tot slot zijn beide planonderdelen met zorg uitgewerkt waarbij het landschap een belangrijk uitgangspunt vormde.
De analyse en verkaveling zoals opgenomen in de beeldkwaliteitsplannen voor beide locaties (zie Bijlage 1 (plandeel Apeldoornsestraat) en Bijlage 2 (plandeel Oud Milligenseweg) is helder en akkoord bevonden. Dit omdat deze past bij de structuur van Garderen en omgeving. De beeldkwaliteitsplannen worden tegelijkertijd met het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht met als doel het vastleggen de beoogde kwaliteit van de vormgeving en uitstraling van de woningen alsmede de inrichting van de openbare ruimte.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
11
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor
behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en 12
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er sprake van één van deze nationale belangen, namelijk nationaal belang 11. Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) er tot borging van een beperkt aantal nationale belangen. In artikel 2.10.2, lid 1 van de Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden worden aangewezen die de EHS vormen. De begrenzing van de EHS is daarmee een provinciaal belang geworden. De beide plandelen liggen in een gebied dat is aangeduid als EHS. In paragraaf 4.3.2 wordt nader ingegaan op het beleid ten aanzien van Gelderse natuur. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing omdat het plan ziet op de bouw van minder dan 11 woningen.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
13
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
4.3
Provincie
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied De ontwikkeling betreft de transformatie van een terrein voor verblijfsrecreatie naar wonen en horeca. Deze ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie aangezien zij de aanwezige natuurwaarden behoud en versterkt. Daarnaast past de woningbouw binnen de Regionale Woonagenda. 4.3.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 4: Regels Natuur Kaart 6: Regels Water en Milieu Kaart 10: Natura 2000-gebieden (toelichtend) Het bepaalde in paragraaf 2.6.5 Groene ontwikkelingszone (zie artikelen uit de verordening) is van toepassing. Doorwerking in plangebied De kaarten 2, 3 en 6 zijn niet van toepassing omdat het voorliggende plan geen betrekking heeft op 'landbouw' of 'glastuinbouw' of 'de winning van fossiele energie'. 14
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Met betrekking tot de regels omtrent 'natuur' (kaart 4) blijkt uit de onderstaande afbeeldingen dat beide gebieden binnen de Groene ontwikkelingszone vallen. Daardoor is het bepaalde in paragraaf 2.6.5 (Groene ontwikkelingszone) van toepassing. Aangezien de voorgestane ontwikkeling geen betrekking heeft op beweiding of bemesting is hetgeen bepaald is middels kaart 10 (Natura 2000-gebieden) niet van toepassing.
Afbeelding: Ligging plandeel Oud Milligenseweg in GO
Afbeelding: Ligging plandeel Apeldoornsestraat in GO Bij het plandeel Oud Milligenseweg vallen gronden die deel uitmaken van het bestemmingsplangebied deels binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN). Op deze stukken zijn echter geen ontwikkelingen (woningbouw) voorzien met uitzondering van het realiseren van een nieuwe toegang tot het gebied. Hiervoor is een verzoek tot herbegrenzing ingediend. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestemming ('Recreatie - Verblijfsrecreatie') in overeenstemming gebracht met het gebruik dat aansluit bij het aanpalende natuurterrein De Wilde Kamp ('Natuur'). In paragraaf 2.6.5 van de Omgevingsverordening is bepaald dat geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk zijn die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied tenzij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Wel kunnen kleinschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als aangetoond wordt dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo worden versterkt en dat dit planologisch verankerd wordt.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
15
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Beide plandelen maken onderdeel uit van deelgebied '93 Garderen'. De kernkwaliteiten van dit deelgebied zijn onder andere de uitwisselingsmogelijkheden naar de omgeving, de aanwezige cultuurhistorische en aardkundige waarden alsmede de zogenaamde ecosyssteemdiensten recreatie, rust, drinkwater en militair oefenterrein. De gestelde ontwikkelingsdoelen zijn onder andere de ontwikkeling natuurlijke bosranden alsmede ecologische waarden van cultuurgrond in de ontginningen en de landschappelijk inpassen van verblijfsrecreatie en andere bedrijven. Met voorliggend bestemmingsplan worden de planologische mogelijkheden voor de bouw van 93 recreatiewoningen, een bedrijfswoning en een groepsaccommodatie binnen het plandeel Oud Milligenseweg vervangen door de mogelijkheid voor de bouw van negen woningen met bijgebouwen (plandeel Oud Milligenseweg) alsmede een hotel (plandeel Apeldoornsestraat). Deze ontwikkeling is te kwantificeren als een kleinschalige ontwikkeling die de kernkwaliteiten van het deelgebied ('93 Garderen') moeten versterken. Dit versterken wordt binnen het plandeel Oud Milligenseweg, los van het wegnemen van de huidige bouwmogelijkheden, gedaan in de vorm van het inrichten van de bosrand met onderbegroeiing. Daarnaast worden op de perceelsgrens struweel aangebracht. Langs de Oud Milligenseweg wordt een groene bufferzone gerealiseerd.
Een en ander is nader uitgewerkt in de landschappelijke inpassing welke als Bijlage 17 bij deze toelichting is gevoegd. Zie paragraaf 5.12 voor een verdere omschrijving van de voorgestane groenstructuur en de vastlegging daarvan. Ook bij het plandeel Apeldoornsestraat is sprake van landschappelijke inpassing en de versterking van de kernkwaliteiten en wel in de vorm van de erfinrichting met heggen, hagen en bomen, zie Bijlage 16. Met deze inpassing worden de geldende kernkwaliteiten versterkt zoals omschreven in de betreffende plannen om de ontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaast worden de kernkwaliteiten versterkt doordat de (vergunningsvrije) bouw en gebruiksmogelijkheden binnen het grootste (noordelijke) deel van het terrein, gelegen in GNN, komen te vervallen met het voorliggende plan, ondanks dat er een natuurvergunning voor is verleend. Een aangevraagde herbegrenzing (zie paragraaf 5.3.1.2) van het GNN doet daar niets aan af. Conclusie is dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie/verordening.
4.4
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten.
Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
16
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
4.5
Gemeente
4.5.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.
Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.
Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
17
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
18
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Veluws natuurgebied met agrarische enclaves. Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen. De gemeente streeft naar een goede balans met de economische ontwikkeling van dit gebied. Karakteristiek Dit gebied bestaat uit diverse bosmilieus, heidevelden en (deels voormalige) agrarische enclaves rond de dorpen Kootwijk en Garderen. De enclaves zijn te karakteriseren als es- en brinkdorpen landschap. Dit deelgebied is van grote betekenis voor recreatie en toerisme met dag- en verblijfsrecreatie. In de agrarische enclave Garderen is de kalverhouderij van belang. In de enclaves zijn ook een boomkwekerij (Garderen) en een paardenhouderij (Kootwijk) opvallend. Gebruik Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen, landbouw is daaraan ondergeschikt. Ook Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Deze defensieterreinen hebben voor een groot deel ook een hoge natuurwaarde.
De gemeente streeft naar het open houden van waardevolle open essen en ondersteunen het behoud en de ontwikkeling van de natuur. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk wel de balans zoeken met een duurzame economische ontwikkeling. Voor de landbouw rondom Garderen worden mogelijkheden geboden voor bedrijfsontwikkeling, zoals beschreven in het uitwerkingsplan van het Reconstructieplan Veluwe. Die uitwerking streeft ook naar reductie van de uitstoot van ammoniak, onder meer door verplaatsing van een aantal bedrijven naar een betere plek en via technische maatregelen. Gebleken is dat verplaatsen niet eenvoudig is, maar de gemeente ondersteunt verplaatsingsinitiatieven. Verder wordt gewerkt aan kavelruil, erfbeplantingen en aan natuurstroken langs de beken. Daardoor verbetert de kwaliteit van het water. De verblijfsrecreatieterreinen op de Veluwe vallen onder het Groei- & Krimpbeleid van de provincie Gelderland. Groei van deze verblijfsrecreatieterreinen kan uitsluitend plaatsvinden in de groeiclusters Garderen en Kootwijk (Streekplanuitwerking Groei- & Krimpbeleid). De gemeente ondersteunt die groei onder de voorwaarden zoals beschreven in de clustervisies voor Garderen en Kootwijk. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Barneveld mogen geen significant negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden.
Daarbij gaat het in de gemeente met name om ontwikkelingen in de veehouderij en de recreatiesector. De gemeente zal initiatieven van individuele bedrijven op Natura 2000 toetsen in de vergunningprocedure, in overeenstemming met het Gelderse convenant stikstof en Natura 2000. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de doelstellingen uit de structuurvisie. 4.5.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen.
In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio "Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
19
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen.
Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Doorwerking in plangebied De ontwikkeling betreft de bouw van negen woningen in het dure segment. Gelet op de differentiatie in de totale woningbouwplanning past het plan binnen de kaders en doelstellingen van de Woonvisie. 4.5.3
Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.5.4
Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling.
20
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het hotel. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen.
Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020.
Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in plangebied Het plandeel aan het de Oud Milligenseweg 54 betreft het realiseren van 9 individuele woningen welke afzonderlijk worden ontworpen door de kopers. De in deze paragraaf opgenomen punten worden meegegeven aan de kopers. De uitwerking en het al dan niet toepassen van bepaalde punten is op dit moment nog niet duidelijk. Bij het plandeel aan de Apeldoornsestraat 78-80 wordt aangesloten bij de daar al in gang gezette transformatie naar horeca-locatie. Het te realiseren hotel zal minimaal voldoen aan de wettelijke eisen. "Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
21
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat Door de initiatiefnemer wordt bezien of er aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden. Mogelijk wordt dit pas na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan duidelijk. 4.5.5
Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities
Ruimte voor Mantelzorg In de notitie Ruimte voor mantelzorg (uit 2011) is het beleidskader voor woonruimte voor mantelzorg in het buitengebied nader uitgewerkt. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: 1. Bij een directe behoefte aan mantelzorg die naar redelijke verwachting niet zeer langdurig zal zijn, denkt de gemeente mee in een voor de concrete situatie geëigende oplossing. Dit gebeurt doorgaans op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. 2. De mogelijkheid van inwoning – in zuivere zin, dus in de vorm van onzelfstandige woonruimte – past binnen de regelgeving en is en blijft daarmee dus een optie. 3. Een tweede wooneenheid binnen de bouwmassa van een woning in het buitengebied wordt mogelijk gemaakt: a. indien deze aantoonbaar een functie zal hebben voor (toekomstige) mantelzorg; b. binnen de toegelaten inhoudsmaat van de woning, eventueel in samenhang met het vergroten van die inhoud van die woning volgens mogelijkheden die beleid en regelgeving daarvoor bieden of gaan bieden; c. indien deze een ondergeschikt karakter heeft (een vloeroppervlak van maximaal 35% van dat van de woning, maar niet meer dan 65 m2); d. mits daarvoor een oppervlakte van 300 m2 aan overtollig geworden opstallen wordt gesloopt die voldoet aan de criteria voor sloopmeters volgens het functieveranderingsbeleid.
Voor het bestemmingsplan betekent dit dat ruimte moet worden geboden voor onderdeel 3. In het voorliggende bestemmingsplan is, gezien de bescheiden ruimtelijke effecten, onderdeel 3 mogelijk gemaakt door middel van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.
22
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. Op de locatie aan de Oud Milligenseweg 54 is in 1997 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de bovengrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. Ook zijn geen gegevens bekend van mogelijk historisch verdachte (bodembedreigende) activiteiten. Dit betekent dat voor dit plan onderdeel vrijstelling van bodemonderzoek kan worden verleend op grond van de regionale bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan De Vallei 2012.
Ten behoeve van de realisatie van het hotel op de locatie aan de Apeldoornsestraat 78-80 is een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd (Hunneman milieu advies, projectnummer 190272/dh/sh, gedateerd 9 juli 2019). Dit onderzoek is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Conclusie is dat in de bovengrond zintuiglijk sporen puin zijn waargenomen. Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetroffen. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen echter geen aanleiding tot nader onderzoek. Er bestaan dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het bestemmingsplan komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen.
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
23
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat
5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie hoge verwachting
Er moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor het maken van een weloverwogen belangenafweging is minimaal een archeologisch bureauonderzoek nodig. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, welke gezien kan worden als een beknopt bureauonderzoek. Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingskaart' van de gemeente blijkt dat voor beide plandelen een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor beide plandelen heeft Transect b.v. onderzoek uitgevoerd. Deelgebied Oud Milligenseweg Voor de locatie Oud Milligenseweg betreft het een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend Veldonderzoek, gedateerd 13-09-2019, rapport 22587) is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Naar aanleiding van de uitkomsten heeft een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) plaatsgevonden (Transect b.v., Evaluatie-, waarderings- en selectierapport. Garderen, Oud-Milligenseweg 54. Gemeente Barneveld (GD), 08-09-2020, projectnummer 190800047, zie Bijlage 6).
De zeer hoge verwachting leidt ertoe dat in het plangebied vanaf een diepte van 15 cm –Mv met de aanwezigheid van archeologische resten rekening gehouden moet worden. Geadviseerd wordt de opgestelde verwachting aanvullend te onderzoeken middels een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), ingestoken op het opsporen van zowel vondstconcentraties als vindplaatsen bestaande uit sporen. Voor een dergelijk onderzoek dient de werkwijze en de wettelijke kaders te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Barneveld dient te worden beoordeeld en goedgekeurd. Dit PvE moet nog worden opgesteld. Teneinde dit te borgen is het (bij recht) realiseren van bebouwing in welke vorm dan ook uitgesloten door het opnemem van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 6'. Deelgebied Apeldoornsestraat 78-80 Het onderzoek met betrekking tot de locatie Apeldoornsestraat is als Bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat voor deze locatie geen vervolgonderzoek nodig is. Het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) stemt, gelet op het door de regioarcheoloog uitgebrachte advies, in met deze conclusie.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.1.2
Historische kern/Historisch boerenerf
Er moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor het maken van een weloverwogen belangenafweging is minimaal een archeologisch bureauonderzoek nodig. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, welke gezien kan worden als een beknopt bureauonderzoek. Uit de 'archeologische waarden- en verwachtingskaart' van de gemeente blijkt dat ter plaatse van het perceel aan de Apeldoornsestraat 78-80 binnen een historisch boerenerf valt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor de zone Historisch boerenerf archeologisch onderzoek is nodig in plangebieden groter dan 100 m² bij bodemingrepen dieper dan 30 cm. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een hoge stuwwal waarop zich bodemkundig loopodzolen hebben ontwikkeld als gevolg van een beperkte plaggenbemesting. Op 500 meter naar het noordoosten bevinden zich de grafheuvels van de Wildekamp, terwijl 420 meter naar het zuiden eveneens sprake is van een grafheuvel. Het erf (Milligen, Milligen) wordt voor het eerst in 1566 vermeld maar een middeleeuwse oorsprong kan niet worden uitgesloten. Vanaf de achttiende eeuw zou er sprake zijn van een herberg en een tol. In 1832 ligt ten noordoosten van het hoofdgebouw een bijgebouw dat waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk onder de Apeldoornsestraat is verdwenen.
Aan de oostzijde lag een schaapskooi en aan de zuidzijde nog enkele hooibergen. Hoewel het hoofdgebouw vanaf 1832 altijd op dezelfde plaats heeft gestaan kan deze in voorgaande eeuwen (met name voor de zeventiende eeuw) regelmatig zijn verplaatst. Daarom moet 24
"Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat rekening worden gehouden met archeologische resten in een grotere zone rondom het huidige hoofdgebouw. De archeologische verwachting kan op basis van bovenstaande voor alle perioden als hoog worden aangemerkt. In het uitgevoerde onderzoek (zie Bijlage 5) wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) stemt, gelet op het door de regioarcheoloog uitgebrachte advies, in met deze conclusie. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Beide plandelen liggen in een gebied dat wordt aangeduid als droge kampontginning of engen met een zeer hoge waarde. De volgende karakteristieke waarden zijn van belang: Kromme lijnen (perceelsranden, wallen, wegen, bosranden); Contrast met het omliggende landschap (bos); Gecompartimenteerd door bosstroken en houtwallen. Voor wat betreft het deel aan de Oud Milligenseweg 54 wordt rekening gehouden met deze waarden doordat tussen de percelen houtwallen/struweel wordt aangebracht bestaande uit inheemse, streekeigen struiken. Daarnaast heeft het door de centrale ontsluiting gevormde hart van het terrein een natuurlijk ogend karakter met kruidenvegetatie ter verhoging van de biodiversiteit, aangevuld met Rhododendrongroepen. Daarnaast wordt door het aanbrengen van een los bomendak van inlandse eik de relatie met het omliggende bos en de lobben tussen de percelen versterkt. Een holle brink als het ware met gemeenschappelijk groen, omsloten door een karakteristiek half verhardweggetje met grasbermen c.q. kruidenvegetatie.
Voor de locatie van de Hoeve Oud Milligen aan de Apeldoornsestraat 78-80 geldt dat middels de inrichting zoals opgenomen in het stuk 'Landschappelijke versterking Hoeve Oud Milligen (zie Bijlage 16) de aanwezige waarden voldoende worden behouden en versterkt. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, "Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat" (vastgesteld)
25
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Het plandeel aan de Oud Milligenseweg ligt, in tegenstelling tot het plandeel aan de Apeldoornsestraat, in Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Voor een toetsing aan de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg bv dan ook een natuurtoets uitgevoerd (Natuurtoets herziening paln Goedkamp, Garderen, rapportnummer 19-139, projectnummer 19-0129, gedateerd 9 juli 2019). Deze toets is als Bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Voor wat betreft de beschermde gebieden wordt geconcludeerd dat: 1. De effecten van het nieuwe plan op het habitat Beuken-eikenbossen met hulst worden als gunstiger beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. 2. De effecten van het nieuwe plan voor het zuidelijk deel worden als gunstiger voor de natuur beoordeeld ten opzichte van de vergunde situatie. 3. Bij realisatie van het nieuwe plan zullen (algemene) effecten op hydrologie en als gevolg van verstoring beperkter zijn dan bij realisatie van de vergunde situatie. 4. Realisatie van het nieuwe plan is gunstiger ten aanzien van de depositie van stikstof in het Natura 2000-gebied Veluwe, met name op het habitat Beuken-eikenbossen met hulst.