Ontwerp Programmabegroting 2022 d.d. 15 oktober 2021.pdf
Tekst van het document
PROGRAMMA BEGROTING
2022
Inhoudsopgave
blz.
Raadsbesluit (toevoegen na vaststelling)
Aanbieding
1
Inleiding, financieel beeld en beslispunten Inleiding Financieel beeld Beslispunten
2 2 2 5
Financiële begroting
5
Inleiding Begroting 2022 Meerjarenraming 2022-2025
5 5 7
Programma’s 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening
10 18 26 47
Paragrafen 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Grondbeleid 6. Verbonden partijen 7. Bedrijfsvoering
53 57 65 67 71 75 87
Bijlagen 1. Reserves en voorzieningen 2. Beleidstoevoegingen 2022 – 2025 3. Berekening EMU-saldo 4. Overzicht programma’s, producten en taakvelden 5. Kerngegevens & indicatoren 6. Incidentele baten en lasten
88 90 92 93 99 99
Aanbieding
Aanbiedingsbrief Programmabegroting 2022 Inleiding Hierbij bieden wij u de ontwerp-Programmabegroting 2022 aan. Het laatste jaar van deze collegeperiode gaan wij in met een sluitende meerjarenbegroting. Een OZB-verhoging voor 2022, bovenop de reguliere inflatiecorrectie, blijkt daarbij niet nodig, zodat we u voorstellen om hiervan af te zien. Met deze meerjarenbegroting leggen we een solide basis en bieden we een stevig financieel perspectief voor de toekomst. Een toekomst die we met vertrouwen tegemoet zien. We willen en doen veel. Onze basis is sterk. Samen met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden bepalen we hoe Barneveld er uit gaat zien in 2040. We willen het goede behouden en verbeteringen verwelkomen. Met de hoofdlijnennotitie heeft de raad hiervoor een stip aan de horizon gezet. De eerste participatieronde om tot een Omgevingsvisie te komen, is inmiddels gestart. Samen met onze inwoners en ondernemers investeren we in een gezonde, groene, duurzame en veilige woonen werkomgeving. We stimuleren daarbij initiatieven en zelfredzaamheid. Het ontwikkelen en uitvoeren van zelfinitiatieven uit wijken en dorpen willen we een impuls geven. Bij de groei van Veluws dorp naar zelfbewuste regionale partner past een toekomstbestendige en robuuste organisatie. Daarvoor hebben we ook een stip aan de horizon gezet. Dynamisch We leven in een snel veranderende wereld.
Het tempo van veranderingen blijft de komende jaren onverminderd hoog. Ook in Barneveld. Deze dynamiek zien we vooral als kansen om Barneveld verder duurzaam te ontwikkelen in verbondenheid met de samenleving en onze partners. Waarbij we een solide financieel beleid voeren. Er komt weliswaar meer geld beschikbaar voor gemeenten. Maar er komen ook meer taken op de gemeente af, zoals de energie- en warmtetransitie en de invoering van de Omgevingswet. Woningen krijgen zonnepanelen, gaan ‘van het gas af’. Bedrijven en inwoners kunnen met initiatieven gaan komen om de eigen omgeving in te richten, nieuwe vormen van zorg en ondersteuning door te zetten en anders samen te leven. De herverdeling van het gemeentefonds pakt voor Barneveld inmiddels nadelig uit. De kosten voor de jeugdhulp zijn dit jaar sneller en harder gestegen dan eerder verwacht. De verwachting is dat deze stijging zich in 2022 doorzet. Het kabinet stelt weliswaar voor 2022 extra geld beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Maar het nieuwe kabinet besluit over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Deze ontwikkelingen maken dat wij een mate van financiële terughoudendheid en behoedzaamheid toepassen.
De gemeente Barneveld is een fijne gemeente om te wonen, te werken en te recreëren. Jongeren en ouderen willen graag in de gemeente blijven wonen. Hierdoor zien we een toename in de woningbehoefte. In deze woningbehoefte willen we voorzien. De groei van het aantal inwoners betekent ook dat maatschappelijke en infrastructurele voorzieningen passend moeten meegroeien. Dit geldt voor huisvesting voor onderwijs en sport- en cultuurvoorzieningen. Daarnaast willen we de kernen bereikbaar en leefbaar houden. Dit willen we onder andere bereiken door passende infrastructurele en recreatieve voorzieningen te realiseren en klimaatadaptieve maatregelen te treffen, onder meer door te ‘vergroenen’. We hebben oog voor de gevolgen van de energie- en de landbouwtransitie voor het landelijk gebied en willen perspectief bieden voor de landbouw bij een gezond voedselsysteem in een aantrekkelijke omgeving. Daarbij bewegen we mee met de behoeften en mogelijkheden van onze inwoners. Zo is het ‘rondje om de kern Barneveld’ gerealiseerd. De begraafplaats ‘De Plantage’ is uitgebreid. Naar verwachting worden de eerste woningen in Bloemendal in 2022 opgeleverd. Scholen worden uitgebreid, waaronder de Wheemschool in Voorthuizen en de Meerwaarde in Barneveld. In Voorthuizen wordt een eerste deel van de Groene Slinger gerealiseerd.
Na de start van de campagne ‘Eentje Minder’ met de Jongerenraad eind 2019 blijkt alcohol in het verkeer nog steeds voor veel gevaarlijke situaties te zorgen. We willen dan ook samen met onder andere scholen, kerken, keten en werkgevers het alcoholgebruik in het verkeer terugdringen.
1
Duurzaam We willen dat de gemeente duurzaam groeit. Waarbij de gemeente financieel gezond blijft. Mede door de taken die op de gemeente afkomen en de ambities die de gemeente heeft, is wendbaarheid en prioritering nodig. Deze keuzes maken we samen met betrokkenen. De groei van de gemeente betekent ook een groei en ontwikkeling naar een andere werkwijze en aansturing van de organisatie. Daarbij beseffen we dat groeien met vallen en opstaan gaat. We versterken de strategische slagkracht van de organisatie. Hierbij zijn de vragen vanuit onze omgeving leidend voor onze manier van werken. We werken opgave- en gebiedsgericht. Dus daar waar we nodig zijn. Daarbij koesteren we de ‘handen uit de mouwen’ mentaliteit, die ook de samenleving kenmerkt. Met deze Programmabegroting willen wij een realistische, eerlijke begroting en planning schetsen. Hiermee is een stap gezet in de uitvoering van het groeiplan, waarbij wij ook scherper in beeld gaan brengen wat wel en niet kan. En waarbij we beseffen dat met de ‘schouders er onder’ mentaliteit niet overal ‘Ja’ op gezegd kan worden en niet alles tegelijkertijd gerealiseerd kan worden. De hiervoor te maken keuzes brengen wij in beeld en leggen wij, waar nodig, aan de raad voor. Daarbij constateren we dat er spanning op de arbeidsmarkt is. Hierdoor worden vacatures moeilijk vervuld. Dit remt de groei en ambities van bedrijven.
Dit geldt ook voor de gemeentelijke organisatie. Waar al een spanningsveld geconstateerd wordt tussen de gewenste ambities en de beschikbare capaciteit Verbonden Met gebiedsgericht werken versterken we het contact tussen gemeente en inwoners. Inwoners willen inspraak en zeggenschap over wat er in hun leefomgeving gebeurt en verwachten een rol bij de uitvoering. Dit betekent dat we steeds meer en op andere manieren met elkaar en met onze inwoners, ondernemers en partners samenwerken, meedenken en oplossingen aanreiken. Dit doen we om complexe en eenvoudige (maatschappelijke) vraagstukken te kunnen beantwoorden. Om te komen tot een passende vorm van participatie (vanuit de dorpen bij maatschappelijke vraagstukken) formuleren we dorpenbeleid. En participatiebeleid, zodat inwoners weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten. We informeren en halen informatie op, om tot betere ideeën en plannen te komen. Daarbij gaan we weer naar een tijd dat we elkaar weer echt kunnen ontmoeten en mensen gastvrij kunnen ontvangen. Elkaar weer vast kunnen houden, letterlijk en figuurlijk, waarbij iedere inwoner naar vermogen meedoet en mensen zich met elkaar verbonden voelen. Op naar de toekomst!
Burgemeester en wethouders van Barneveld,
Inleiding, financieel beeld en beslispunten Inleiding
Met de Kadernota 2022-2025 'Barneveld in beweging. Klaar voor de toekomst' heeft de gemeente Barneveld een sluitende meerjarenbegroting vastgesteld. Daarbij waren bewuste maatregelen gekozen om stabiliteit en ruimte te creëren om Barneveld voor te bereiden op de toekomst. Voorbereiden voor een nieuwe collegeperiode, een groeiende gemeente met ambities en opgaven om de gemeente aantrekkelijk en leefbaar te houden. In deze Programmabegroting 2022 is de richting die we hebben geschetst verder uitgewerkt. We presenteren een meerjarig sluitende Programmabegroting 2022, waarbij we de dynamiek vooral zien als kansen om Barneveld verder duurzaam te ontwikkelen in verbondenheid met de samenleving en onze partners.
Financieel beeld
Algemeen Verbeterd financieel vooruitzicht Ten opzichte van een paar maanden geleden en de begroting 2021 is het landelijke financiële beeld gewijzigd. Was er eerder veel onzekerheid over hoe de coronacrisis zich ontwikkelde, lijken deze gevolgen nu mee te vallen. Op Prinsjesdag bleek dat het kabinet grote plannen heeft, er wordt veel extra geld uitgetrokken voor onder andere hogere loon- en prijsontwikkeling, klimaatmaatregelen en de zorg. Dit resulteert voor gemeenten ook in een hogere uitkering in het gemeentefonds. Immers, stijgen de rijksuitgaven, dan stijgt de uitkering in het
2
gemeentefonds evenredig mee ('trap-op, trap-af'). Zo verwachten we op basis van de septembercirculaire een positieve bijstelling van het accres. Het is wel belangrijk om de realiteitswaarde hiervan in de gaten te houden. Er is nog geen nieuw kabinet gevormd, wat ervoor zorgt dat wellicht niet alle plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Hiermee is er een kans dat de uitkering op een later tijdstip weer naar beneden wordt bijgesteld. Sociaal domein In het sociaal domein wordt gewerkt met de drie opgaven: groeien naar zelfstandigheid, meedoen naar vermogen en samen oud worden, waar drie grote financiële stromen (Jeugdwet, Participatiewet en Wmo) aan zijn verbonden. De aard van de open einde regelingen, in combinatie met een groeiend gebruik van ondersteuningsvormen, laten ook voor 2022 een substantieel hoger uitgavenniveau zien in het sociaal domein. Dit was al bij de Kadernota 2022-2024 gesignaleerd en is een landelijke tendens. Daarom ondersteunen wij de lopende lobby van de VNG om het macrobudget te verhogen. Herverdeling middelen gemeentefonds In februari 2021 verscheen een eerste voorstel voor herverdeling van het gemeentefonds. Voor de gemeente Barneveld viel dit positief uit, de voorlopige resultaten zijn (voor 50%) opgenomen in de Kadernota 2022.
In juli 2021 verscheen echter een nieuw verdeelvoorstel voor de verdeling van het gemeentefonds, gebaseerd op peiljaar 2017, nadat verschillende gemeenten, het ROB en de Tweede Kamer hier vragen over hadden gesteld. Deze viel voor Barneveld nadelig uit. In augustus verscheen weer een nieuwe verdeelvoorstel, ditmaal gebaseerd op het peiljaar 2019. Ook hieruit blijkt dat Barneveld een nadeelgemeente is en we minder inkomsten uit het gemeentefonds zullen krijgen (wat los staat van de ontwikkelingen rondom het woonplaatsbeginsel in het sociaal domein). Deze laatste prognose is voor 75% verwerkt in deze begroting. Het is van belang te benadrukken dat er sprake is van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten.
Maatregelen Ondanks de verwachte stijging van de inkomsten uit het Gemeentefonds blijft het nodig op de eigen financiën te letten. Hiertoe is bij de kadernota een aantal maatregelen voorgesteld: 2022 2023 1. Incidentele begrotingsruimte 250 2. Trainingen binnen sociaal domein 18 3. Toerekening kosten aan projecten 60 4. Onderhoud buitenruimte 95 5. Organisatie: a. materieel 525 b. personeel 578 c. organisatorisch 300 6a. Oostelijke rondweg 1.000 6b. Infrastructurele maatregelen (oa Westelijke rondweg) 300 7. Verhogen inkomsten - Verhoging leges huwelijken 15 - Verhoging OZB 141 271 - Verhoging forensenbelasting (1%) 10 - Hondenbelasting 35 - Verhoging leges bij legalisatie nav handhavingszaken 100 - Kabels en leidingen 48 8. Business cases PM 3.474 271 Deze maatregelen zijn opgenomen en doorvertaald in de Programmabegroting 2022, met uitzondering van de OZB-verhoging voor woningen in 2022. Het voorstel ten aanzien van de voorgenomen verhoging van de OZB is bij de behandeling van de Kadernota geamendeerd vastgesteld. Besloten is de verhoging van de OZB als eerste te heroverwegen bij extra verhoging van de inkomsten voor gemeenten van het Rijk. De verhoging van de OZB van 2% voor woningen in 2022 (€ 141.000) vormt daarom geen onderdeel van de huidige begroting.
Prognose meerjarenbegroting 2022-2025 Onderstaand treft u een resumerend overzicht van de uitkomsten van de meerjarenraming aan. De uitkomsten zijn afgezet tegen de meerjarenraming zoals die bij de Kadernota 2022-2025 is vastgesteld. In de financiële begroting vindt u een toelichting op de belangrijkste afwijkingen. bedragen x € 1.000
3
Meerjarenraming Programmabegroting 2021 Saldo Programmabegroting 2022
Begroting 2022 -1.483 197
MJR 2023 -2.236 52
MJR 2024 -1.618 3
MJR 2025 -1.618 386
Conclusie Het meerjarenperspectief laat een structureel sluitende begroting zien. Op basis van de voorliggende begroting verwachten wij in aanmerking te komen voor de lichtste vorm van financieel toezicht door de provincie. Financiële positie Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,68. Dit is binnen de optimale bandbreedte (1,2 – 1,6) en lager dan het niveau van de jaarverslaggeving 2020 (2,3). Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde, maar onder de gewenste streefwaarde. Het is daarom verstandig geen specifieke besluiten te nemen die het weerstandsvermogen omlaag brengen en de solvabiliteit doen verlagen. Meerjarenbalans prognose en financiële ratio’s Wij beoordelen de financiële positie van de gemeente Barneveld niet alleen op basis van het weerstandsvermogen en het begrotingsresultaat, maar ook op basis van de solvabiliteit en de nettoschuldquote gebaseerd op een meerjarenbalans prognose. In paragraaf 2.6 is een meerjarenbalans prognose opgenomen. Graag verwijzen wij u hiernaar.
In deze begroting zien we dat de solvabiliteit, ten opzichte van de jaarverslaggeving 2020, stabiel blijft, boven de drempelwaarde van 20%, maar nog onder de gewenste waarde van 30% (2022: 25%; 2020: 25%). De netto schuldquote ontwikkelt zich nadelig ten opzichte van 2020 (2022:156%, was in 2020: 146%). De ontwikkeling is positief ten opzichte van andere jaren (2018: 188%; 2017: 184%). Dit heeft vooral te maken met een stijging van onze inkomsten en een positieve ontwikkeling van de gronduitgifte. Voor een nadere toelichting, aanvullende kengetallen en definities van deze financiële kengetallen verwijzen wij u graag naar paragraaf 2.6. De positieve ontwikkelingen zullen zich moeten bestendigen. De komende jaren blijven de financiële kengetallen de aandacht vragen. Onze ambities gaan namelijk gepaard met investeringen. Hierdoor kan bijvoorbeeld de netto schuldquote de komende jaren nog gaan stijgen. Beleidstoevoegingen Voor het uitvoeren van verschillende beleidsambities is ook voor 2022 voorzien in een aantal beleidstoevoegingen. In vergelijking met de Kadernota 2022-2025 is een drietal aanvullende incidentele beleidstoevoegingen opgenomen in 2022. Dit betreffen: - een impulsbudget voor wijken en dorpen; - een budget voor de uitvoering van het biodiversiteitsplan (zie hiervoor het separate raadsvoorstel); - een budget voor de uitvoering van het groeiplan.
Zie voor een verdere toelichting de toelichting op de financiële begroting 2022. In bijlage 2 treft u de volledige lijst met voorstellen voor beleidstoevoegingen aan. Hierbij is onderscheid gemaakt in voorstellen met structurele- en incidentele lasten. Tarieven Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is in mei 2021 vastgesteld. Op basis van de doorrekening stellen wij voor het tarief met 4% te verhogen. Dit is 1,5% voor de kostenontwikkelingen voor de ontwikkelingen binnen het reguliere rioleringswerkzaamheden en 2,5% om de noodzakelijke aanpassingen ten aanzien van klimaatadaptatie en duurzaamheid te kunnen opvangen. Daarnaast stellen wij voor om onze andere belastingen en tarieven te verhogen op basis van het vijfjaarsgemiddelde inflatiepercentage. Dat is voor 2022 1,50%. Bij tarieven streven wij naar een kostendekkend tarief, waarbij wij zonodig een geleidelijke tariefontwikkeling voorstaan. De tarieven van de grafrechten verhogen we vanaf 2019 jaarlijks met 7,0% (conform de notitie 'kostendekkendheid grafrechten', raad van juli 2018). De tarieven voor de reclamebelasting en precariobelasting blijven onveranderd. Tarieven voor de leges burgerzaken stijgen, zoals in de Kadernota is aangekondigd, met een inflatiecorrectie van 1,5%. Dit is inclusief de leges huwelijken.
In de Kadernota is, met betrekking tot de OZB, voorgesteld om naast de stijging met het inflatiepercentage, de tarieven voor woningen in 2022 met 2%
4
te verhogen en voor woningen en niet-woningen met 2% in 2023. Bij de behandeling heeft de raad een amendement aangenomen om de stijging van de OZB als eerste te heroverwegen bij extra verhoging van inkomsten voor gemeenten door het Rijk. De OZB verhoging van 2% voor woningen voor 2022 is dan ook niet opgenomen. In de Kadernota is tevens voorgesteld ook de hondenbelasting met 20% te verhogen (€ 10 per hond) en de forensenbelasting met 1%. Dit is in de begroting opgenomen. Zoals in de Kadernota is aangekondigd, stellen we een tarief in voor leges voor legalisatie naar aanleiding van handhavingszaken. Ook stellen we voor de tarieven voor kabels en leidingen te verhogen. Dit betreft een verhoging van 35%. Programma's: doelstellingen en speerpunten De raad bepaalt de programma-indeling van de begroting en stelt deze vast met betrekking tot de doelstellingen en speerpunten. Deze zijn tegen het licht gehouden en geactualiseerd. Daarbij zijn speerpunten vervallen, toegevoegd en/of geclusterd. Ook de titel van programma 4 is geactualiseerd. In de programma’s is zo realistisch mogelijk aangegeven wat we in 2022 gaan doen. De Lange Termijn Agenda is hierop afgestemd.
Beslispunten
Wij stellen u voor de Programmabegroting 2022 vast te stellen en daarmee: 1. Opdracht te verlenen aan ons college tot uitvoering van de programma’s en deze vast te stellen met betrekking tot de doelstellingen en speerpunten; 2. De bijbehorende budgetten per beleidsproduct (en per programma) voor 2022 te autoriseren; 3. De voorgestelde aanwendingen en stortingen in de reserves en voorzieningen te autoriseren; 4. De belastingen, uitgezonderd de reclamebelasting en de precariobelasting, voor het jaar 2022 te verhogen met een inflatiecorrectie van 1,50%; 5. Voor legalisatie naar aanleiding van handhavingszaken een legestarief in te stellen; 6. De leges burgerzaken (binnen het kader van de landelijke maximumtarieven) te verhogen met een inflatiecorrectie van 1,50%; 7. De rioolheffing te verhogen met 4,00%, conform het in mei 2021 vastgestelde GRP; 8. De tarieven van de grafrechten te verhogen met 7%, conform programmabegroting 2019; 9. De hondenbelasting te verhogen met 20%; 10. De forensenbelasting te verhogen met 1%; 11. De tarieven kabels en leidingen met 35% te verhogen; 12. Akkoord te gaan met de uitvoering van de beleidstoevoegingen 2022 en de daarbij behorende lasten; 13. De geactualiseerde prognose meerjarenbegroting 2023 – 2025 vast te stellen; 14.
De mandaten op het gebied van strategische grondaankopen en instellen van voorbereidingskredieten ten behoeve van de grondexploitatie aan het college toe te kennen (zie hiervoor paragraaf 5); 15. In te stemmen met het voornemen om bij de jaarverslaggeving 2022 het incidentele begrotingsoverschot ad € 197.000 te storten in de algemene reserve.
Financiële begroting Inleiding
De begroting 2022 is opgesteld volgens de reguliere richtlijnen en uitgangspunten, ook genoemd in de Kadernota 2022. Zoals in de Kadernota 2022 is besloten, is er een aparte compensatie opgenomen voor de loonontwikkeling van gesubsidieerde sociaal-maatschappelijke en culturele instellingen (€ 60.000). We bieden met deze Kadernota een solide financiële basis om een stabiele koers te varen in een dynamische omgeving. In de financiële begroting wordt weergegeven: - een overzicht van baten en lasten per programma, voor en na resultaatbepaling inclusief inzicht in kosten van overhead, algemene dekkingsmiddelen en de incidentele begrotingsruimte; - de meerjarenraming 2022-2025 en een toelichting hierop.
Begroting 2022 Ontwikkelingen
Verbeterd financieel perspectief: terughoudendheid Bij de Kadernota hadden we te maken met financiële onzekerheden vanuit het Rijk. Op basis van de toen
5
beschikbare informatie is er voor gekozen dat de voor de korte termijn te maken keuzes, de voor de langere termijn te maken keuzes niet fundamenteel mogen beïnvloeden. Geen al te ingrijpende/onomkeerbare voorstellen voor de korte termijn, maar ook geen onverantwoorde risico's op de lange termijn. De Kadernota is uitgangspunt, waarbij we actuele informatie verwerken. Zoals opgemerkt is inmiddels bekend dat het Rijk grote plannen heeft en er veel geld uitgetrokken wordt voor onder andere hogere loon- en prijsontwikkeling, klimaatmaatregelen en de zorg. Dit resulteert in een stijging van de uitkering in het gemeentefonds, dus meer geld voor de gemeenten. Maar besluitvorming over deze plannen gaat veelal plaats vinden door een nieuw te vormen kabinet. Mede daardoor is het mogelijk dat niet al deze voornemens daadwerkelijk tot uitvoering komen. Wat als gevolg kan hebben dat de uitkering in het gemeentefonds weer naar beneden bijgesteld gaat worden. We kiezen dan ook voor terughoudendheid ten aanzien van de te ramen inkomsten uit het gemeentefonds als gevolg van de septembercirculaire. Daar komt bij dat we ten aanzien van de herverdeling van het gemeentefonds weer als 'nadeelgemeente' uit de bus rollen, waar we er bij de Kadernota nog vanuit gingen een 'voordeelgemeente' te zijn.
De kosten en bekostiging van gemeenten worden voor een belangrijk deel beïnvloed door het beleid van het rijk, zoals invoering van het abonnementstarief in de wmo, de beschikbare jeugdgelden en de 'trap-op, trap-af' mechanismen van het accres. We hebben als gemeente beperkte invloed op de middelen die we uit het gemeentefonds krijgen. We hebben alleen invloed op de besteding van de middelen, door een doelmatige en een efficiënte uitvoering van de (verplichte) taken. Een actueel en compleet (meerjarig) beeld van de uitkering vanuit het gemeentefonds is moeilijk te geven, omdat de voorspellingen en informatie hierover vanuit het Rijk blijven fluctueren tot het moment van besluitvorming. Dat maakt het voor gemeenten een uitdaging om hier in de kadernota en begroting goed op te anticiperen en iedere keer een (meerjarig sluitende) begroting te presenteren. Daarnaast krijgen de gemeenten steeds meer taken, waarvoor het de vraag is of en hoeveel 'boter er bij de vis' komt. Te denken valt aan: - de Warmtetransitie; - de invoering van de Omgevingswet; - mogelijke opkoop- en beëindigingsregelingen voor de aanpak van stikstof; - mogelijke herontwikkellocaties in binnenstedelijk gebied; - de Wet inburgering. Dit maakt dat we financieel enige terughoudendheid toepassen, zodat we financieel solide blijven en de ingezette koers vast kunnen houden en bijsturen wanneer dit nodig is.
Het spreekt voor zich dat we de ontwikkelingen van de herverdeling en de discussies rondom het macrobudget scherp blijven volgen. Verbeteren inzicht en voorspellende waarde begroting De gemeente groeit. We willen dat de gemeente financieel gezond blijft. We bouwen verder op een solide basis. Door de groei van de gemeente en de groei van het aantal taken en ambities, is wendbaarheid en prioritering nodig. En ook het zonodig bijstellen van gemaakte keuzes. We willen 'wendbaar in control' zijn. Daarvoor willen we de sturingsmogelijkheden van de planning- en control instrumenten vergroten. Dit doen we door het inzicht en de voorspellende waarde hiervan te vergroten. Met deze Programmabegroting hebben we daarin een stap gemaakt, onder meer door een beter beeld te schetsen van de meerjarige reservepositie. En door een scherper onderscheid te maken in structurele en incidentele uitgaven. In 2022 willen we hier, in uitvoering van het groeiplan, een vervolg aan geven. Door eerst de 'basis financiële bedrijfsvoering' op orde te hebben, willen we de bedrijfsvoering strategischer maken.
Overzicht baten en lasten per programma bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten Saldo van baten en lasten Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten
Begroting 2022 Lasten
Baten
Saldo
- 127.109 - 58.881 - 5.341 - 57.567 - 5.321
37.722 10.409 895 22.877 3.541
- 89.387 - 48.472 - 4.445 - 34.690 - 1.780
- 19.531 1.795 - 21.226 - 100
103.980 103.551 429
84.449 105.347 - 20.798 - 100
- 146.640
141.702
- 4.938
6
Mutatie reserves Mutatie reserves
- 3.141
8.276
5.135
Mutatie reserves
- 3.141
8.276
5.135
- 149.781
149.978
197
Totaal
Meerjarenraming 2022-2025 Meerjarenraming bedragen x € 1.000 Meerjarenraming Begrotingsresultaat Programmabegroting 2021 Totaal mutaties Kadernota 2022 per jaar Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Kadernota 2022 Totaal mutaties Meicirculaire 2021 per jaar Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Meicirculaire 2021 Mutaties t.o.v. voorgaand jaar Mutaties lasten 1. Extra kostenstijging jeugd 2. Autonome ontwikkeling lasten 3. Lagere rentelasten 4. CAO ontwikkeling 5. Actualisatie raming reserves 6. Reëel begroting investeringsprojecten 7. Stelpost groei voor groei ter dekking autonome lasten 8. Lagere onttrekking incidentele beleidstoevoegingen 9. Beleidstoevoegingen incidenteel 9.a. Impuls wijk en dorpen 9.b. Groeiplan 9.c. Biodiversiteit
Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
- 1.483
- 2.235
- 1.617
- 1.617
1.505
2.324
2.673
2.442
23
89
1.056
825
940
166
- 416
208
963
255
640
1.033
- 1.800 - 426 1.375 - 400 - 420
- 1.800 - 448 1.375 - 400 - 373 200 200
- 1.800 - 448 1.375 - 400 - 316 100 200
- 1.800 - 448 1.375 - 400 - 296 100 200
100 - 1.000 - 250 - 1.000 - 100
Totaal mutaties lasten
- 3.921
- 1.246
- 1.289
- 1.269
Mutaties baten 10. Herverdeling Gemeentefonds 11. Extra middelen Jeugd Gemeentefonds 12. Amendement heroverwegen OZB verhoging 13. Autonome ontwikkeling baten 14. Uitkomsten septembercirculaire 2021 Gemeentefonds
3.131 - 141 - 634 800
- 1.125 2.092 - 141 - 634 850
- 1.665 2.092 - 141 - 634 1.000
- 1.845 2.092 - 141 - 634 1.150
Totaal mutaties baten
3.156
1.042
652
622
Totaal mutaties
- 765
- 204
- 637
- 647
Prognose resultaat per begrotingsjaar
197
52
3
386
Toelichting meerjarenraming
In de meerjarenraming worden de elementen van bestaand beleid, de beleidstoevoegingen en dekkingsmaatregelen bij elkaar gebracht om te zien of er sprake is van een sluitende meerjarenbegroting. Hierbij is uitgegaan van de actuele en relevante informatie. De meerjarenraming laat zien dat we een structureel sluitende begroting hebben. Toelichting per regel in de meerjarenraming Regel 1. Extra kostenstijging jeugd In de kadernota was rekening gehouden met een kostenstijging. Over 2021 blijken de kosten sneller en harder te stijgen dan bij de Kadernota werd verwacht. De verwachting is dat deze stijging zich in 2022 doorzet. In de begroting 2022 is met dit effect rekening gehouden door voor te stellen het benodigde budget bij te stellen met € 1,8 miljoen. Tegelijkertijd onderzoeken we de oorzaak van deze kostenstijging, om deze te kunnen afremmen en zo mogelijk ombuigen.
7
Regel 2. Autonome ontwikkeling lasten Dit betreft een lastenverhoging op basis van autonome ontwikkelingen, niet zijnde nieuw beleid. Het gaat hier om het verlagen of verhogen van budgetten door areaaluitbreiding, huur- en energieverhogingen en bijstellingen op basis van eerdere jaren (zoals sociaal domein). We hebben hierbij ook gekeken naar het meer realistisch begroten van de verwachte kosten. Regel 3. Lagere rentelasten Op basis van de kapitaalbehoefte wordt de mutatie van de bijbehorende rentelasten verwerkt. Mede door een herfinanciering van een langlopende lening dalen de rentelasten aanzienlijk. Regel 4. CAO ontwikkeling Dit betreft een bijstelling van de structurele stelpost die we opnemen ter dekking van stijgende loonkosten op basis van CAO ontwikkelingen. In dit geval gaan we uit van een stijging van in totaal 4,1%. Dit bestaat uit een bijstelling voor 2021 (1,2%), een prognose voor 2022 (2%) en een prognose van de verhoging van sociale lasten (0,9%). Regel 5. Actualisatie reserves De reserves zijn doorgenomen en herzien naar de actuele informatie. Er is daarvoor voor het eerst een meerjarig overzicht verloop reserves en voorzieningen opgesteld om een beter beeld te schetsen van de meerjarige reserve- en voorzieningenpositie, zie hiervoor het overzicht in bijlage 1. Zo zijn onder andere de afbouw reserve precario en de rente reserve aangepast.
Ook voor de andere reserves zijn de mutaties geactualiseerd. Deze mutaties zijn meerjarig beoordeeld en verwerkt in de meerjarenbegroting. Regel 6. Reëel begroten investeringsprojecten In de begroting is rekening gehouden met de afschrijvingslasten van investeringen die gaan lopen op het moment dat de investering gereed is. We zien de laatste jaren dat er een verschil ontstaat tussen de werkelijke afschrijvingslasten in een bepaald jaar en de eerdere ramingen. Dit kan een gevolg zijn van vertraging die projecten oplopen. Maar nog meer constateren we dat deze afschrijvingslasten realistischer kunnen worden begroot. Alhoewel het complete inzicht er nog niet is, is de inschatting dat dit structureel een voordeel oplevert van € 200.000 in 2022 en daarna € 100.000. Regel 7. Stelpost groei voor groei ter dekking autonome lasten In de meerjarenbegroting 2021 was een oplopende stelpost opgenomen ter dekking van extra kosten die te maken hebben met de groei van de gemeente, zoals areaaluitbreiding. Deze lasten hebben wij nu voor een deel meegenomen in de raming onder regel 2. autonome ontwikkeling lasten. We verlagen daarom de stelpost structureel met een bedrag van € 200.000 ter dekking van deze lasten. Regel 8.
Lagere onttrekking incidentele beleidstoevoegingen In de Kadernota 2022 is voor ruim € 5 miljoen aan voorstellen voor incidentele beleidstoevoegingen voor het jaar 2022 opgenomen. Mede doordat we toen een wat negatiever begrotingsresultaat verwachtten is er toen voor gekozen om sommige beleidstoevoegingen incidenteel vanuit de algemene reserve te dekken. Omdat we mede door de bijstellingen in het gemeentefonds wat extra ruimte voorzien, stellen we voor de algemene reserve te ontlasten met een lagere onttrekking van € 1 miljoen. Dit bedrag kan dan rechtstreeks ten laste komen van het begrotingssaldo 2022. Daarmee verhogen we onze beschikbare weerstandscapaciteit. Regel 9a. Impuls wijken en dorpen Voor de uitvoering van de gebiedsagenda's willen we waar mogelijk aan sluiten bijzelfinitiatieven uit wijken en dorpen waarbij aansluiting kan worden gezocht bij beschikbare financiële middelen (co-financiering) vanuit andere overheden (Rijk, provincie, waterschap) en externe fondsen. Met het Impulsbudget Wijken en Dorpen van € 250.000 honoreren en faciliteren wij dit. Regel 9b. Groeiplan We willen een toekomstbestendige en robuuste organisatie. In het groeiplan zijn de stappen beschreven om de ingezette beweging kracht bij te zetten, gekoppeld aan een concrete uitvoeringsagenda voor de komende jaren. Voor de uitvoering van het groeiplan is incidenteel 1 miljoen opgenomen.
Het betreft hier investeringen in extra capaciteit, begeleiding en systemen. Regel 9c. Biodiversiteit Op 14 juli 2019 is de motie ‘Stimuleren van insecten aantrekkende planten’ aangenomen waarin de raad wordt opgeroepen om onder andere een beleidsplan voor biodiversiteit op te stellen. Het biodiversiteitsplan geeft een integraal beeld van de diverse activiteiten en ambities per thema. De veelheid aan activiteiten en ambities en eindigheid van onze financiële middelen en beschikbare capaciteit, vraagt ons keuzes te maken in wat we binnen onze mogelijkheden kunnen uitvoeren. Deze keuzes zijn uitgewerkt in een uitvoeringsvoorstel voor
8
2022, waarvoor een extra incidenteel budget benodigd is van € 100.000. Regel 10. Herverdeling Gemeentefonds Bij de Kadernota 2022 hadden we op basis van de informatie van toen een voordeel opgenomen van 50% voor de herverdelingseffecten van het gemeentefonds. We gingen daarbij uit van een stijging van € 36 per inwoner, op basis van 60.000 inwoners. Waarbij we vanaf 2023 per jaar maximaal een ingroei of afvlakking mogen hebben van € 15 (= € 900.000 x 50% = 450.000). In augustus 2021 werd een nieuw rapport gepubliceerd waaruit bleek dat we van een voordeelgemeente naar een nadeelgemeente gingen. We zouden geen € 36 per inwoner extra krijgen, maar € 17 per inwoner minder (= € 1.020.000). Omdat deze gegevens nog niet definitief zijn, maar nog gebaseerd op 2019, hebben we vanuit het voorzichtigheidsprincipe een bedrag opgenomen van 75% van dit nadeel (= €765.000) op basis van het ingroeimodel. Ook de correctie ten opzichte van de kadernota zit in deze mutatie verwerkt (€ 450.000 + 675.000 = -/- 1.125). Regel 11. Extra middelen Jeugd Bij de septembercirculaire heeft het Rijk voor 2022 extra middelen beschikbaar gesteld voor de tekorten in de jeugdzorg. Alhoewel dit een incidenteel bedrag is, is het aannemelijk dat dit structureel zal worden toegekend. Hierover beslist het nieuwe kabinet.
De toezichthouders, de provincies, hebben aangegeven akkoord te gaan met het structureel opnemen van 75% van dit bedrag (vanaf 2023). Regel 12. Amendement heroverwegen OZB verhoging Bij de behandeling van de Kadernota 2022 heeft de raad een amendement aangenomen om de stijging van de OZB als eerste te heroverwegen bij extra verhoging van inkomsten voor gemeenten door het Rijk. De OZB verhoging van 2% voor woningen voor 2022 is dan ook niet opgenomen. Het gaat hier om een structureel bedrag van € 141.000. Regel 13. Autonome ontwikkeling baten Dit betreft een batenverhoging op basis van autonome ontwikkelingen, niet zijnde nieuw beleid. Het gaat hier om een bijstelling van huur- en overige opbrengsten, onder andere door bijstellingen op basis van eerdere jaren. We hebben hierbij ook gekeken naar het meer realistisch begroten van de verwachte baten. Regel 14. Uitkomsten septembercirculaire 2021 Gemeentefonds Op Prinsjesdag kwam het Rijk met de boodschap hoge ambities en plannen te hebben. Dit resulteerde in een positieve bijstelling van het accres. We houden er rekening mee dat het Rijk deze verwachtingen niet allemaal waar kan maken, wat resulteert in lagere uitgaven en uiteindelijk een lagere uitkering van het gemeentefonds ('trap op, trap af').
Naast het effect van het accres is er onder andere sprake van een bijstelling van de maatstaven (aantallen, zoals inwoners) en decentralisatie uitkeringen. Op basis hiervan doen wij een voorzichtige inschatting van de stijging van het gemeentefonds van structureel gemiddeld zo'n € 1 miljoen. Dit komt naast de eerder genoemde extra inkomsten jeugd en bijstelling herverdeling gemeentefonds.
Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht
Om te bepalen of er in de begroting en meerjarenraming 2022-2025 sprake is van structureel evenwicht dient volgens de BBV inzichtelijk gemaakt te worden welke incidentele baten en lasten de begroting en meerjarenraming bevat. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. Voor een uitgebreid overzicht van de incidentele baten en lasten zie bijlage 6.
bedragen x € 1.000 Structureel resultaat Saldo van baten en lasten Programma lasten Programma baten Saldo van baten en lasten Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Resultaat Af: incidentele baten en lasten Incidentele lasten Incidentele baten Incidentele onttrekkingen
Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
- 146.640 141.702 - 4.938 - 3.141 8.276 197
- 141.445 138.171 - 3.274 - 1.737 5.063 52
- 141.096 139.061 - 2.035 - 1.730 3.768 3
- 140.489 140.563 74 - 1.711 2.022 386
- 7.510 6.476
- 3.260 3.263
- 1.968 1.968
- 222 222
9
Incidentele stortingen Af: incidentele baten en lasten
- 1.761 - 2.795
- 375 - 372
- 375 - 375
- 375 - 375
Totaal structureel resultaat
2.992
424
378
761
Programma's 1. Participatie & Ondersteuning
Wat willen we bereiken? Doelstellingen De gemeente Barneveld wil dat inwoners voldoende kansen krijgen op het ontwikkelen of het bevorderen van zelfstandigheid en daarmee op deelname aan de samenleving. We streven naar een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, waarin mensen zich met elkaar verbonden weten. En we zorgen voor een professioneel vangnet. Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid vormen hierbij het uitgangspunt. Omzien naar elkaar en onderlinge zorgzaamheid zijn van groot belang. Hierin zit de drieslag zelf – samen – gemeente. Het motto voor beleid en uitvoering binnen het sociaal domein is: op eigen kracht waar mogelijk, ondersteuning en hulp indien nodig. Dit sluit aan op de feitelijke ontwikkeling in de samenleving, waarin inwoners steeds meer zaken zelf of in nieuwe groepsverbanden organiseren. Om de samenredzame samenleving verder vorm te geven zetten we in op: - mogelijkheden voor zelfontplooiing en talentontwikkeling; - versterken van de sociale cohesie tussen groepen en individuen in de samenleving; - signaleren van hulpvragen in de samenleving; - zorgvuldig omgaan met onze vrijwilligers en mantelzorgers; - ervoor zorgen dat iedere inwoner de hulp en ondersteuning die nodig is daadwerkelijk en tijdig krijgt.
De gemeente streeft daarbij naar een sociaal en betaalbaar gevarieerd voorzieningenaanbod (onderwijs, sport, cultuur en hulp & ondersteuning). Een aanbod dat meebeweegt met de behoeften en de mogelijkheden van de inwoners, waarbij de specifieke situatie per dorp, wijk of buurt kan verschillen. De behoefte aan voorzieningen bepalen we aan de hand van demografische gegevens en kengetallen, maar vooral ook in overleg met de samenleving om een passend en gevarieerd aanbod te borgen. Als gemeente staan we open voor burgerinitiatieven.
Wat gaan we daarvoor doen? Het beleidskader voor het sociaal domein (i.c. hoofdstuk 2 van het beleidsplan sociaal domein "Mensen Voorop") is door de raad op 30 januari 2019 voor onbepaalde tijd vastgesteld. Dit programma is het jaarlijkse uitvoeringprogramma voor het sociaal domein, dat (o.a. via de maandrapportages) op overzichtelijke wijze gemonitord wordt. Dynamiek binnen het sociaal domein Sinds de decentralisaties in 2015 zijn de taken binnen het sociaal domein flink uitgebreid. Ook in de hierop volgende jaren zijn diverse taken van het Rijk bij gemeenten neergelegd. Daarnaast is er binnen de huidige taken en verantwoordelijkheden continu sprake van veranderende wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen die drukken op onze capaciteit (bijvoorbeeld wantrouwen jegens overheid naar aanleiding van de toeslagenaffaire). Deze dynamiek zien we als doorlopend onderdeel van onze werkzaamheden en komt ook in onderstaande speerpunten naar voren. We zien enorm veel opgaven binnen het sociaal domein waar we werken met het maatschappelijk middenveld. Vanuit daar wordt in samenwerking met de samenleving ook veel van onze organisatie gevraagd. Daarnaast vraagt de (al dan niet) verplichte regionale samenwerking steeds meer capaciteit.
Ook is er gedurende het jaar sprake van nieuwe regelgeving, waarbij niet altijd sprake is van uitvoeringsbudget en niet duidelijk is hoeveel capaciteit dit zal vragen. Daarnaast zijn we afhankelijk van externe factoren m.b.t. het gebruik van onze ondersteuning. Gedurende het jaar monitoren we de impact van deze ontwikkelingen op de beschikbare capaciteit en samenwerking. Indien nodig wordt bijgestuurd. De beleidsthema's in het sociaal domein zijn in het beleidsplan Sociaal Domein 'Mensen Voorop' ingedeeld in de onderdelen: - groeien naar zelfstandigheid;
10
- meedoen naar vermogen; - samen oud worden. Groeien naar zelfstandigheid We willen dat alle kinderen en jongeren in de gemeente Barneveld gezond en veilig opgroeien en zich ontwikkelen tot zo zelfstandig mogelijke burgers. Dit bereiken we door middel van een integraal preventieplan waarin verschillende thema's een plek krijgen. Daarnaast streven we naar een inhoudelijke verbetering van de Jeugdhulp door middel van transformatieprojecten. Hiermee willen wij de uitgaven voor Jeugdhulp meer in verhouding brengen tot de beschikbare rijksmiddelen voor de jeugdhulptaken. Als vervolg op de transformatie van de jeugdhulptaken de afgelopen jaren is Barneveld in 2021 met een intensivering van de transformatieprojecten gestart. Middels een taskforce gaat er meer gestuurd worden op nieuwe uitdagingen binnen ambulante jeugdhulpverlening. Ondanks dat de ambulante jeugdhulpverlening binnen Barneveld onder het landelijke gemiddelde zit, is deze fors toegenomen sinds de coronacrisis. Naast transformatie wordt ook ingezet op preventie, zodat minder specialistische jeugdhulp nodig is door vroegsignalering, welzijn en welbevinden (ondersteuning) proactief te organiseren binnen de dagelijkse levensgebieden van kinderen en gezinnen. Samen met scholen en maatschappelijke partners gaan we één lokale ontwikkelagenda opstellen en een Platform Jeugd opzetten.
We ontwikkelen het onderwijsachterstandenbeleid door samen met voorschoolse voorzieningen en onderwijs. Uitgangspunten zijn het benutten van de talenten van alle kinderen en het bieden van gelijke kansen. Vanaf 2022 krijgt de kwaliteit van VVE (vroeg en voorschoolse educatie) een impuls door de inzet van een HBO’er voor VVE-locaties. Waarbij we ook specifieke aandacht hebben voor de doorgaande lijn tussen de voorscholen en het basisonderwijs Verder gaan we aan de slag met de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs. Op basis van een analyse over het welbevinden van kinderen en jongeren in de gemeente Barneveld wordt er gekeken wat de best passende aanpak is voor de inzet van de beschikbaar gekomen middelen. Meedoen naar vermogen We streven naar een sociale en vitale samenleving, waarin inwoners zoveel mogelijk participeren. Meedoen in de samenleving, in buurten, wijken en dorpen en op de arbeidsmarkt. Tot de corona-crisis ging het goed met de economie, waardoor relatief eenvoudig plaatsbare inwoners snel een plek op de arbeidsmarkt vonden. De corona-crisis heeft haar effecten op de economie en werkgelegenheid, al blijkt uit recente onderzoeken dat de effecten kleiner zijn dan eerder verwacht. Toch resulteert deze crisis mogelijk in nieuwe doelgroepen die afhankelijk zijn van een uitkering en de inzet van re-integratie instrumenten.
We proberen zo goed mogelijk in te spelen op de arbeidsdynamiek die ontstaat. Ook zullen mogelijk meer inwoners geconfronteerd worden met armoede en schuldenproblematiek en hieraan verbonden problemen. Bovendien heeft de crisis ook zijn (economische) weerslag op het (amateur)verenigingsleven en sport- en cultuurvoorzieningen, waardoor zij over weinig reserves beschikken om zich te kunnen blijven ontwikkelen. De doelgroep die wordt bediend vanuit de Participatiewet is de afgelopen jaren sterk veranderd. Naast het klassieke bestand van inwoners die een beroep doen op de Participatiewet, zijn ook inwoners waarbij sprake is van een arbeidsbeperking aangewezen op ondersteuning vanuit de gemeente. Hierdoor heeft een grotere groep inwoners gedurende langere tijd ondersteuning nodig bij het vinden en behouden van werk. Daarnaast krijgt de gemeente vanaf 1 januari 2022 de verantwoordelijkheid om mensen die zich vanuit een ander land vestigen in Barneveld te begeleiden bij hun inburgering. Dit is een forse uitbreiding van de huidige taken en verantwoordelijkheden. Per 2023 zal het Beschermd wonen (woonvormen voor mensen met psychiatrische problematiek) worden gedecentraliseerd naar alle gemeenten. Alle gemeenten zijn dan inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van Beschermd wonen.
Daarnaast wordt vanaf 2023 een woonplaatsbeginsel van kracht, dat inhoudt dat de gemeente van herkomst verantwoordelijk blijft voor het bieden van Beschermd wonen indien dit nodig is. We bereiden ons voor op deze decentralisatie.
Samen oud worden. Mensen worden gemiddeld steeds ouder en blijven daarbij gelukkig over het algemeen ook langer vitaal. Met de toename van het aantal ouderen zal in absolute zin toch ook het aantal kwetsbare ouderen toenemen. De houdbaarheid van Wmo-voorzieningen zoals Huishoudelijke Ondersteuning en de Valleihopper staat onder druk doordat middelen en menskracht niet onbeperkt beschikbaar zijn. Landelijk of lokaal zullen wellicht keuzes gemaakt (moeten) worden om er voor te zorgen dat maatschappelijke ondersteuning beschikbaar blijft voor die
11
inwoners die deze het hardst nodig hebben. Om oudere inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen stimuleren we de samenwerking tussen lokale woon-, welzijn- en zorgaanbieders en meer verbinding tussen het medische en het sociale domein. We investeren in de wegwijsfunctie voor ouderen, preventie, ondersteuning van mantelzorgers en in laagdrempelige ontmoetings- en bewegingsactviteiten voor senioren. Want meer welZijn leidt tot minder zorg(en).
Een aantal onderwerpen wordt geconcretiseerd in de volgende speerpunten:
1.1 Zelfredzame inwoners 112 Reïntegratie Speerpunt Veranderopgave inburgering
Doel (lange Uitvoering Wet inburgering (per 1 januari 2022) voor inburgeraars in de gemeente Barneveld. termijn) Met ingang van 1 januari 2022 treedt de ‘Wet Inburgering 2021’ in werking. Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk doel van inburgering, namelijk dat alle inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Gemeenten voeren hierbij de regie op de uitvoering van de inburgering, de inburgeraars blijven zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de Barneveldse en Nederlandse maatschappij zijn belangrijke voorwaarden om in te burgeren.
Inhoud
Voor elke inburgeraar wordt er een Brede Intake uitgevoerd, waarna er een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld wordt. Hierin wordt ook de leerroute (B1- route, Z-route, Onderwijsroute of B1-Entree route) van de inburgeraar vastgesteld. De gemeente heeft voor statushouders een aanbodplicht tot het taalonderwijs. De voortgang van de inburgering wordt gemonitord. De gemeente heeft de taak bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtige statushouders gedurende de eerste zes maanden financieel te ontzorgen. Dit bestaat uit het betalen van de vaste lasten - zoals de huur, energiekosten en de verplichte verzekeringen. Hierbij kijken we naar de leerbaarheid van statushouders en staat maatwerk centraal. Verder moet de gemeente statushouders maatschappelijke begeleiding bieden (VluchtelingenWerk). Voor statushouders en gezinsmigranten is er een aanbod voor het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). De Wet inburgering is voor gemeenten een forse uitbreiding van taken en verantwoordelijkheden. Zowel de groep statushouders als de groep gezins- en overige migranten vallen onder deze nieuwe wet. In de 'Raadsinformatiebrief nieuwe Wet Inburgering' is de raad geïnformeerd over de verschillende componenten van de nieuwe Wet Inburgering.
Vanuit het Rijk krijgt de gemeente structurele middelen (integratie-uitkering gemeentefonds) voor de uitvoering van de brede intake, het Plan Inburgering en Participatie en voortgang, ontzorgen en overige uitvoeringskosten (zoals inkoop, communicatie en beleidsondersteuning). De middelen zijn gebaseerd op de verdeling van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond in de gemeente Barneveld. Voor 2022 ontvangen we voor de uitvoeringskosten € 170.700,-.
Financiën
Planning
Naast de uitvoeringskosten ontvangt de gemeente ook middelen (specifieke uitkering) voor de inburgeringsvoorzieningen. Hieronder vallen de kosten voor de leerroutes, de MAP, maatschappelijke begeleiding, het Participatieverklaringstraject en de inzet van tolken. De verdeling van deze middelen wordt vastgelegd in de lagere wet- en regelgeving behorende bij de Wet inburgering. Op 1 oktober van elk jaar ontvangt de gemeente een voorlopige vaststelling op basis van het aantal te verwachten inburgeringsplichtige statushouders, gezins- en overige migranten. De Wet Inburgering 2021 is op 2 februari 2021 gepubliceerd in het Staatsblad en zal per 1 januari 2022 ingaan. De lagere regelgeving (Besluit inburgering 2021 en Regeling inburgering 2021) is op 1 september 2021 gepubliceerd.
12
Risico’s
Op 1 september 2021 is de lagere regelgeving en ministeriële regeling gepubliceerd. Deze planning geeft weinig speling voor de implementatie in de gemeentelijke uitvoering. Vooralsnog zijn de beschikbare middelen voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 toereikend, maar enkel om de 'kale' wetsopdracht uit te voeren. Eind 2020 is een pilot financieel ontzorgen van statushouders gestart, waarbij statushouders ondersteuning krijgen van een budgetcoach. Op basis van ervaringen van deze pilot wordt bekeken hoe de extra ondersteuning bovenop de wetsuitleg (financieel) vormgegeven kan worden. Indien meer statushouders instromen in de duurdere 'onderwijsroute' dan vooraf ingeschat, zijn de gelden voor de inburgeringsvoorzieningen mogelijk niet toereikend. Wij blijven deze instroom monitoren. Verder bestaat de 'zelfredzaamheidsroute' uit 800 uur taalonderwijs en 800 uur participatie-activiteiten. De uren taalonderwijs kunnen worden bekostigd uit de middelen voor inburgeringsvoorzieningen. Er blijft een beperkt budget over voor de activiteiten gericht op participatie. De 800 uur participatie-activiteiten worden gecombineerd met financiering van trajecten in het kader van de Participatiewet. Landelijk is gebleken dat partijen zich niet hebben ingeschreven voor de aanbesteding van de onderwijsroute.
Het budget dat gemeenten hiervoor ontvangen van het rijk is volgens partijen onvoldoende. In bestuurlijk overleg tussen de ministeries Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en onderwijs (OCW) en Financiën en gemeentekoepel VNG wordt dit knelpunt besproken. Wij volgende ontwikkelingen op dit gebied.
Speerpunt Participatie op de arbeidsmarkt en maatschappij
Doel (lange Inwoners naar vermogen mee laten doen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij termijn) De afgelopen jaren is de doelgroep die wordt bediend vanuit de Participatiewet sterk veranderd. Naast het klassieke bestand van inwoners die een beroep doen op de Participatiewet, zijn ook inwoners waarbij sprake is van een arbeidsbeperking aangewezen op ondersteuning vanuit de gemeente. Hierdoor heeft een grotere groep inwoners gedurende langere tijd ondersteuning nodig bij het vinden en behouden van werk.
Inhoud
Daarnaast heeft ook de corona-crisis haar effecten op de economie en werkgelegenheid. Dit resulteert mogelijk in nieuwe doelgroepen die afhankelijk zijn van een uitkering en de inzet van reintegratie instrumenten. Recente onderzoeken laten een kleiner effect van de corona-crisis op de arbeidsmarkt en economie zien dan eerder verwacht. We houden de dynamiek die op de arbeidsmarkt ontstaat in de gaten en spelen hier waar mogelijk op in. Vanuit de Arbeidsmarktregio doen we ervaring op met diverse projecten in het kader van het Perspectief op Werk budget dat de arbeidsmarktregio vanuit het Rijk ontvangt. Mogelijk worden door de corona-crisis meer inwoners geconfronteerd met armoede en schuldenproblematiek en hieraan verbonden problemen. Het blijft van belang deze inwoners vroegtijdig in beeld te krijgen en te wijzen op het ondersteuningsaanbod. Dit doen we o.a. door het vroegsignaleren van schulden en het vergroten van de kennis over minimaregelingen en de ondersteuning die de gemeente biedt op het vlak van budgetcoaching en schuldregelingen. Vanuit het Rijk ontvangen we diverse budgetten voor de uitvoering van de Participatiewet, waaronder het BUIG-budget en re-integratiemiddelen (algemene uitkering Sociaal Domein). Deze inkomsten worden aangevuld met inkomsten uit terugvordering en verhaal.
De budgetten zijn ontoereikend voor de ondersteuning die vanuit de Participatiewet wordt geboden. Dit is een landelijk beeld.
Financiën
De arbeidsmarktregio Foodvalley ontvangt middelen in het kader van Perspectief op Werk. Hiermee worden diverse projecten gefinancierd waaraan gemeenten, onderwijs, werkgevers en werknemers deelnemen. Daarnaast zijn in het kader van crisisdienstverlening n.a.v. de coronacrisis middelen beschikbaar gesteld voor een Regionaal Mobiliteitsteam. Voor de uitvoering van vroegsignalering in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt geen extra budget beschikbaar gesteld vanuit het Rijk.
Planning
Gedurende het jaar.
13
Risico’s
Vanwege externe invloeden kan de doelgroep die aanspraak maakt op een uitkering groeien. Het beschikbare BUIG-budget wordt vanuit een macrobudget verdeeld onder gemeenten. Als gemeente hebben we slechts beperkte invloed op de hoogte van dit budget en de effecten van eventuele besparingen. De groep arbeidsbeperkten blijft ook de komende jaren groeien. Er is sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Dit neemt extra toe door de krapte op de arbeidsmarkt. Over het jaar 2020 is een vangnetuitkering aangevraagd, die is toegekend. Als onderdeel van de aanvraag vangnetuitkering is een aantal maatregelen doorgevoerd om verder te kunnen sturen op de uitgaven.
113 Maatschappelijke zorg Speerpunt Passende maatschappelijke ondersteuning
Doel (lange Betaalbare passende maatschappelijke ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben. termijn) Door de landelijk opgelegde verlaging van de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen is het aantal cliënten voor Huishoudelijke Ondersteuning zodanig toegenomen dat er bij de aanbieders een personeelstekort is ontstaan. Samen met de aanbieders werken we aan het verminderen van de wachtlijsten die hierdoor ontstaan, vooral voor mensen die echt ondersteuning nodig hebben en dat niet zelf kunnen betalen.
Inhoud
De provincie stopt met medefinanciering van de Valleihopper waardoor de financiële houdbaarheid van dit regionale van deur-tot-deur vervoer voor mensen met een beperking onder druk komt te staan. Met gemeenten in de Valleiregio werken we aan het in stand houden van de Valleihopper binnen de huidige gemeentelijke budgettaire kaders, zonder dat dit ten koste gaat van de financiële toegankelijkheid ervan voor inwoners die echt afhankelijk zijn van dit soort vervoer. De landelijke financiële afspraken omtrent de implementatie van de doordecentralisatie van Beschermd wonen sluiten niet goed aan bij de situatie in de Valleiregio. Dit komt doordat de verblijfsduur in de beschermde woonvormen in onze regio veel korter is dan het landelijk gemiddelde en de doorstroom veel hoger. Daarom maken we met gemeenten in de Valleiregio afspraken over een betere onderlinge verdeling van het Beschermd wonen budget.
Financiën Planning Risico’s
In principe binnen begroting, maar Wmo-voorzieningen kennen vanwege het 'vangnet'-karakter een open-eindfinanciering, waardoor er een mate van onvoorspelbaarheid t.a.v. de verwachte kosten geldt. Gedurende 2022 en verder. De lange termijn effecten van de coronacrisis zijn onzeker. De kostprijs van Wmo-hulpmiddelen bijvoorbeeld zou fors hoger kunnen worden door prijsstijgingen van grondstoffen en vervoer. Over het algemeen kan gesteld worden dat beperkte middelen en menskracht beperkend zouden kunnen gaan zijn voor het bieden van passende maatschappelijke ondersteuning.
1.2 Sociale en vitale samenleving 121 Sportstimulering Speerpunt Stimuleren infrastructuur bewegen en sport
Doel (lange Een samenleving waarin inwoners op een verantwoorde manier aan bewegen en sport kunnen termijn) deelnemen.
14
We continueren de inzet van het sport- en beweegakkoord, waarbij organisaties sportieve initiatieven kunnen ontplooien. De nadruk ligt op projecten en programma's waarin meerdere partijen samen werken. Bovendien streven we naar goed geborgde initiatieven met een lange termijn karakter, zodat deze ook zonder externe financieringsbron voort kunnen bestaan.
Inhoud
Financiën Planning Risico’s
Daarnaast wordt er een doorontwikkeling ingezet op het gebied van verenigingsondersteuning. Daarmee willen we sportverenigingen toekomstbestendig maken, zodat ze verder kunnen uitgroeien tot vitale, open clubs. Open club betekent dat de sportvereniging verder kijkt dan alleen de eigen leden. Buurtbewoners en andere bezoekers worden uitgenodigd om bij de vereniging betrokken te raken en te blijven. Een open club stelt zich ondernemend op en werkt vanuit de behoeften die er zijn in de samenleving. We streven naar meer inclusiviteit van kwetsbare groepen en mensen met een handicap. Belangrijk is om de doelgroep en haar behoefte goed in kaart te brengen, om vervolgens het aanbod daar op te laten aansluiten. Dit kan om bestaand aanbod gaan, of nieuw aanbod wat met behulp van ondersteuning (financieel en organisatorisch) wordt gerealiseerd. Rondom dit thema wordt ook in regionaal verband samengewerkt. Voor de uitvoering van het sport-en beweegakkoord zijn er in 2022 incidenteel Rijksmiddelen beschikbaar. Uitvoering op het gebied van verenigingsondersteuning en bevorderen inclusiviteit kan binnen de bestaande begroting plaatsvinden. 2022 (sport- en beweegakkoord) en verder Door corona is sport een lange tijd beperkt mogelijk geweest. De eerste prioriteit voor sportverenigingen is de sportactiviteiten weer op te pakken.
122 Sociaal-cultureel werk Speerpunt Stimuleren culturele Infrastructuur
Doel (lange Een sociale en vitale samenleving waarin inwoners zoveel mogelijk meedoen ten aanzien termijn) van cultuurbeleving. We zetten in op het verder borgen en bevorderen van cultuurparticipatie en -educatie binnen het sociaal domein. We stimuleren innovatie en kruisbestuiving in het culturele veld, waarbij samenwerkingen met maatschappelijke partijen zoals CJG en Welzijn Barneveld worden aangemoedigd. Het is hierbij van belang om inzicht te houden en te vergroten in de behoefte van o.a. inwoners en culturele partners. Toegankelijke en laagdrempelige kunst en cultuur, voor wie dat minder vanzelfsprekend is, blijft ook in 2022 een belangrijk thema. Inhoud
Financiën Planning
Risico’s
We zijn ons bewust van de raakvlakken die het thema cultuur heeft met andere domeinen naast het sociaalmaatschappelijke domein. We streven vanuit deze integraliteit naar een culturele infrastructuur waarbij aanbod aan activiteiten en spreiding van accommodaties elkaar versterken, uitgaand van een netwerk van sterke culturele 'knooppunten'. Hieronder verstaan we culturele voorzieningen die samenwerkingslijnen hebben met andere culturele voorzieningen, zoals (amateur)verenigingen, cultuurinstellingen, (zelfstandig) cultuurprofessionals. Zie ook het speerpunt 'accommodatiebeleid' in programma 3. Voor cultuureducatie en -participatie is structureel budget opgenomen. Afhankelijk van het verdere verloop van de coronacrisis (en de wederopbouw van de cultuursector na de crisis) kunnen er vanuit het Rijk en Provincie voor 2022 aanvullende steunmaatregelen worden aangekondigd voor onder andere lokale culturele organisaties. Gedurende 2022 en verder Een doorontwikkeling als deze vraagt geduld om alle stakeholders een kans te geven mee te ontwikkelen. De naweeën van de coronacrisis blijven naar verwachting nog enige tijd voelbaar in de sector, o.a. vanwege het aflopen van de Rijkssteunmaatregelen zoals de NOW en TVL. Hierbij bestaat de kans dat veel culturele voorzieningen blijven kampen met teruglopende ledenaantallen en/of uitblijvende bezoekers en de economische gevolgen daarvan.