Ontwerp- Kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
ontwerp
Kadernota
2024-2027
Inhoudsopgave
1. Aanbieding
1
2. Inleiding, uitgangs- en beslispunten Inleiding Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting Besluitvorming
4
3. Financieel meerjarenperspectief 2024-2027
8
4. Programma’s Programma 1 – Participatie en ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid en bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en leefomgeving Programma 4 – Bestuur en interne dienstverlening
12
5. Bijlagen 1. Meerjaren Investeringsplan 2. MIP 2024- 2033
18 22
Raadsbesluit
Aanbieding
Barneveld, 31 mei 2023 A. Inleiding Hierbij bieden wij u de Kadernota 2024-2027 ter vaststelling aan. Daarmee worden het speelveld en de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2024 en de procedure (wat gaan we wanneer doen) bepaald. Het is de eerste Kadernota die door de raad na de verkiezingen van 2022 wordt behandeld. De ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ondernemend, Betrouwbaar en Zorgzaam’ waren al vertaald naar de Programmabegroting 2023. Daar bouwen wij met deze Kadernota op door. We doen dit in een periode waarin de algemene financieel-economische omstandigheden het afgelopen jaar ingrijpend zijn veranderd. Mede als gevolg van de oorlog in de Oekraïne. Maar ook nog als de naweeën van de Coronacrisis, die we inmiddels achter ons hebben kunnen laten. Er is sprake van een sterk gestegen hardnekkige inflatie, snel gestegen marktrentes, schaarste aan grondstoffen en capaciteit. Een mix van factoren , die zijn directe weerslag heeft op de uitvoering van gemeentelijke plannen en het huishoudboekje. Daarnaast zijn de nationale opgaven nog scherper geworden. Als het gaat om het realiseren van voldoende woningen, om te zorgen voor een goed bereikbare, duurzame, veilige en gezonde woonomgeving. Als het gaat om het bieden van een toekomstperspectief voor ons landelijk gebied.
En, tenslotte, als het gaat om het bieden van bestaanszekerheid, in het bijzonder ook van opvang voor vluchtelingen. Allemaal opgaven, die zich min of meer tegelijkertijd en in volle omvang en intensiteit manifesteren in de gemeente Barneveld. Deze Kadernota wil behulpzaam zijn bij het bieden van grip op de gewijzigde omstandigheden. Dat doen wij door bij de begrotingsprogramma’s aan te geven waar we ons de komende jaren op willen richten. Wij actualiseren de financiële meerjarenbegroting ten opzichte van de Programmabegroting 2023. Gericht op het krijgen van meerjarig sluitende begroting. B. Visie: Groeien in verbinding Het moet prettig wonen, werken en recreëren zijn in de gemeente. In aantrekkelijke, gezonde, en toekomstbestendig wijken en dorpen. Met aandacht voor sociale samenhang en voor voldoende en gevarieerde voorzieningen. Belangrijk bij alles wat wij doen is het bieden van veiligheid. Opgroeien in een veilige omgeving met naast handhaving en toezicht nog meer nog het accent leggen op preventie en proactie. We pakken de ondermijning aan en het beschermen zo onze
1
inwoners en hebben daarbij in het bijzonder oog voor kwetsbare groepen en personen. De gemeente Barneveld is volop in de groei. Inmiddels is het de vijfde gemeente van Gelderland (62.000 inwoners). Die groei zet zich de komende jaren door naar zo’n 85.000 inwoners in 2040. Er is sprake van een specifieke schaalsprong en dat vraagt echt meer van ons als gemeentebestuur. Maar niet alleen van ons, juist ook van de samenleving. De grote vraagstukken met betrekking tot wonen, landbouw, bereikbaarheid en economie, klimaat, bestaanszekerheid, opgroeien, migratie willen we – zij aan zij – vormgeven met onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Groeien in verbinding met hen en aansluiten bij hun behoeften en initiatieven. Om in verbinding met elkaar de groeisprong door te maken. Ook in verbinding naar ‘buiten’ toe. Met onze regionale partners en in partnerschap met provincie. Momenteel zijn we via het proces van de Omgevingsvisie 2040 al volop in gesprek met de samenleving over het Groeien in verbinding. Dan hebben we het over de opgaven, die we hebben te doen en de daarbij gewenste ontwikkelingsrichting voor de gemeente. Wat is op weg naar 2040 nodig voor de dorpen en de samenleving, het landelijk gebied en de natuur en de werkterreinen? In 2024 leggen we de omgevingsvisie aan u voor ter vaststelling. C.
Opgavegericht werken vanuit de strategische doelen De combinatie van de schaalsprong van de gemeente Barneveld, de geïntensiveerde landelijke opgaven en tegelijkertijd de sterk gewijzigde omstandigheden vraagt van ons om nog meer de focus te bepalen en keuzes te maken. Wat zijn onze strategische doelen voor de komende jaren? Wat hebben we nu echt te doen? Hoe zorgen we ervoor dat we niet van alles een beetje doen met de schaarse middelen (personeel en materieel) die voorhanden zijn? Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden, hebben wij vanuit de kernbegrippen ‘Ondernemend, Betrouwbaar en Zorgzaam’ van het coalitieakkoord de bestuurlijke opgaven geformuleerd, die we te doen hebben en die wij verder uitwerken. Opgaven met betrekking tot de complexe maatschappelijke vraagstukken, waarbij het van belang is om die meer integraal en in samenhang met elkaar uit te voeren. Zowel binnen de organisatie als ook in afstemming met de regio, provincie en het Rijk. Wij werken daarbij vanuit de organisatie aan een speciale aanpak om dit mogelijk te maken. Zo beogen wij de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven tijdig te onderkennen en in samenhang te benaderen. Gericht op behalen van resultaten voor onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers op basis van duidelijk opdrachtgeverschap.
Daarvoor investeren wij via specifieke personele inzet concreet in het versterken van ons organisatorisch strategisch vermogen. Maar bovenal investeren wij met dit alles in onze realisatiekracht, in onze mensen. Door hen te ondersteunen met de juiste middelen. En ook door onze mensen te binden en te boeien en in te zetten bij de opgaven, die we hebben te doen. Deze omslag in werken is de kern van het eerdere ingezette Groeiplan voor de organisatie. Komende tijd willen we dit echt goed “van wal” laten komen. We doen dat zoveel mogelijk binnen de bestaande financiële kaders. Om zo de organisatie van de gemeente Barneveld verder te professionaliseren waardoor de schaalsprong van de gemeente Barneveld voor nu en in de toekomst goed te kunnen accommoderen. D. Opgaven, die we te doen hebben Dan nu de globale beschrijving van de bestuurlijke opgaven, die we te doen hebben. Opgave 1: Passende ontwikkeling van Barneveld We bouwen bovengemiddeld veel meer woningen de komende jaren. 5400 woningen tot en met 2030 met een verdere gestage groei richting 2040/50. Dat vraagt om extra investeringen, In uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen. Ook is het nodig om het lokale wegennetwerk te verbeteren en via rondwegen goed aan te laten sluiten op het bovenliggend wegennet (A1, A30, OV-voorzieningen), dit om de gemeente goed bereikbaar te houden voor een groeiende bevolking.
Groei kan nooit een doel op zich zijn. We spreken daarom van een passende ontwikkeling. Die wij zo goed mogelijk willen accommoderen waarbij we steeds rekening houden met de typische identiteit van de gemeente Barneveld, de menselijke maat en de nabijheid van de voorzieningen. Opgave 2: Een duurzaam Barneveld We gaan voluit door op de ingeslagen weg met de reeds gestelde ambitieuze
2
duurzaamheidsdoelen. We hebben de ambitie om als gemeente Barneveld snel circulair te zijn. Dit doen wij van onderop, stimulerend, waar nodig initiërend maar bovenal ook steun gevend aan de veelheid van lokale initiatieven. Dit alles in een gezonde leefomgeving aandacht voor water, de luchtkwaliteit, en een gezond voedselsysteem Opgave 3: Waardevol landelijk gebied We investeren in een landelijk gebied met een gezonde natuur, met bloeiende dorpen en ruimte voor een topsector landbouw. Bij dat laatste gaat het om het geven van een daadwerkelijk toekomstperspectief voor onze agrarische sector gericht op gezonde en duurzame voedselproductie. We willen niet afbouwen, maar juist opbouwen in combinatie met een duurzaam gebruik van de grond in een gezonde omgeving. Hiervoor nemen wij actief deel aan de regionale samenwerking en nemen wij samen met de sector het voortouw in de lokale gebiedsprocessen. Opgave 4: Een open en bereikbare gemeente We zijn een open en betrouwbare gemeente. Een gemeente die luistert, samenwerkt en doet. Die niet overneemt maar juist aansluit bij initiatieven vanuit inwoners, organisaties en ondernemers. De gemeente is in haar dienstverlening is eigentijds en voor haar inwoners gemakkelijk benaderbaar.
Wij doen dit alles met behulp van een meegroeiende organisatie, waarbij de basis op orde is en die tijdig strategische opgaven vertaalt naar slagvaardige werkprogramma’s en resultaten. Opgave 5: Iedereen doet mee We zijn een zorgzame gemeente. Niemand in de gemeente Barneveld staat aan de kant. Iedereen doet er toe, kan meedoen en krijgt gelijke kansen. Daar zijn onze inspanningen opgericht. Als onderdeel van het groeien in verbinding, initiatieven steunen gericht op ontmoeting met aandacht voor onze verenigingen. Belangrijk doel is het bieden van bestaanszekerheid waar nodig en op maat. Dit als basis. En tegelijkertijd stimuleren wij samen met onze maatschappelijke partners een leven lang leren en ontwikkelen. E. Aan de slag; prioriteiten voor de komende jaren Aan de hand van de hierboven geschetste opgaven hebben wij onze focus gesteld en beschrijven wij verderop in deze Kadernota de prioriteiten vanaf komende jaar. In de Kadernota is het voorstel opgenomen om voor het Waardevol landelijk gebied een bedrag beschikbaar te stellen ten uitvoer van het Barneveldse deel van de landelijke opgaven. Dit kan geen uitstel hebben en daarbij is het de verwachting dat financiering vanuit het Rijk op een later moment gaat komen.
Daarnaast wordt er een drietal voorstellen gedaan over onderwerpen waarover de raad eerder al heeft besloten, maar die nog niet structureel in de begroting waren opgenomen. Verder zijn er in deze Kadernota geen beleidstoevoegingen opgenomen ter vaststelling, omdat het college in samenspraak met het concernteam een slag wil maken in het proces van het realistisch begroten. Mogelijkheden zijn: inlopen op onderhanden werk, heroverwegen, sturen op budgetoverhevelingen en meer oud voor nieuw toepassen. Het voorstel is om de beleidstoevoegingen, incidenteel en structureel, binnen de huidige Programmabegroting 2023 in te vullen. Deze invulling en afwegingen worden daarom aan u – zo is ons voorstel - ter besluitvorming voorgelegd in de ontwerp-Programmabegroting 2024. Daar komt bij dat er op dit moment ook nog onvoldoende duidelijk is over wat het Rijk gaat doen met betrekking tot de ontwikkeling en indexatie van de uitkering uit het Gemeentefonds. In de maand juni wordt daarover pas meer bekend via de Meicirculaire. Zoals afgesproken, informeren u daarover via een apart memo in aanloop naar de behandeling van de Kadernota. Uiteraard is het aan uw raad om ons bij de behandeling van deze Kadernota uw accenten en specifieke wensen mee te geven, zodat wij die kunnen eveneens kunnen betrekken bij het begrotingsproces 2024. F.
Financieel Meerjarenperspectief 2024-2027 Bepalend bij de uitvoering van onze prioriteiten en beleidsvoornemens is het financieel meerjarenperspectief 2024-2027. Onderstaand treft u een resumerend overzicht aan. Ter vergelijking treft u de meerjarenbegroting aan, zoals die bij de Programmabegroting 2023 is vastgesteld. Het college wil, zoals hierboven toegelicht, in samenspraak met het concernteam een slag maken in het proces van het realistisch begroten. Hierbij streven we ernaar om bij de Programmabegroting 2024 de begroting sluitend te presenteren, in elk geval voor het eerste jaar
3
(2024). In deze Kadernota staan in de programma's wel uitgangspunten en voorstellen om speerpunten te realiseren. Deze worden meegenomen in het afwegingsproces naar en uitwerking in de Programmabegroting 2024. Meerjarenprognose
Begroting 2024
Programma begroting 2023 Mutaties raadsbesluiten, incl. 1e Tussenrapp. 2023 Mutaties kadernota Kadernota 2024 - 2027 Waarvan incidenteel Prognose structureel begrotingsresultaat na kadernota
778 - 1.392 - 528 - 1.142 - 1.770 628
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
5.226 - 1.825 - 570 2.832 4.069 - 1.237
- 779 - 1.546 - 870 - 3.194 - 786 - 2.408
- 779 - 1.546 - 1.955 - 4.279 - 786 - 3.493
MIP Vorig jaar zijn we gestart met het opstellen van een Meerjaren Investeringsplan (MIP). In deze kadernota hebben we een volgende grote stap gezet met het MIP 2024 – 2033. Het MIP 20242033 geeft een (detail) doorkijk van 10 jaar en is het tweede MIP van de gemeente Barneveld. Belangrijkste doorontwikkeling ten opzichte van het MIP van 2023 is dat de horizon van het MIP is verlengd van 4 naar 10 jaar. Daarnaast is nu in beeld op welke activagroepen goede financiële onderbouwing van de investeringen is, onder andere door middel van een beheerplan. Ook is nu in beeld voor welke activagroepen deze financiële vertaling van beleid naar bijvoorbeeld een beheerplan ontbreekt. Dit zijn grote stappen in de doorontwikkeling van het MIP, maar we zijn nog niet waar we willen zijn. Bij de programmabegroting 2024 leggen wij u het uitvoeringsplan 2024 voor en kunnen inhoudelijke keuzes gemaakt worden voor de uitvoering. Dit in afweging met de realisatie van het uitvoeringsplan 2023, het lopende onderhanden werk en de beschikbare capaciteit. Onze ambitie in de doorontwikkeling van het MIP is dat in de toekomst bij de kadernota de eerste 4 jaarschijven op uitvoeringsniveau uitgewerkt zijn, zodat wel deze inhoudelijke keuzes op uitvoering gemaakt kunnen gaan worden.
Hoe nu verder? De komende maanden staan wij voor de uitdaging om onze prioriteiten met bijbehorende beleidsvoornemens en uitwerking MIP 2024 goed onder te brengen in de Programmabegroting 2024 met een meerjarig sluitend perspectief. Voor nu stellen wij u voor om het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 vast te stellen als kader voor opstellen van de programmabegroting 2024 en de afweging van nieuwe beleidstoevoegingen te betrekken bij de voorbereiding van de programmabegroting 2024. Het is tenslotte ons streven om de komende tijd de werkwijze van de bestuurlijke opgaven ook te verbinden aan de documenten van P&C-cyclus. Graag gaan wij hierover met u in gesprek. Met als resultaat een P&C-cyclus, die goed is aangesloten op de opgaven die we hebben te doen. Want alleen zo kunnen we samen met u de noodzakelijke opgaven aan de benodigde middelen verbinden en resultaat boeken. Om zo de juiste dingen te doen. Voor en samen met onze inwoners. In verbinding! Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, W. Wieringa secretaris
J. van der Tak burgemeester
Inleiding, uitgangs- en beslispunten Inleiding
In deze Kadernota 2024-2027 staan de uitgangspunten en prioriteiten die als basis dienen voor de Programmabegroting 2024. Startpunt voor deze kadernota is de meerjarenbegroting 20232026, een sluitende meerjarenbegroting in het eerste jaar van een nieuwe collegeperiode. Sinds het opstellen van de Programmabegroting 2023 is er weinig veranderd aan de grote
4
opgaven die we te doen hebben en turbulente wereld waarin we leven met inflatie en teruglopende rijksinkomsten. In deze Kadernota bouwen we voort op het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ondernemend, Betrouwbaar en Zorgzaam'. De rijksinkomsten bepalen voor een groot deel de ruimte in het meerjarenperspectief. Zoals gebruikelijk wordt de bijstelling van de algemene uitkering pas duidelijk bij het verschijnen van de Meicirculaire. Deze komt niet op tijd uit om te verwerken in de Kadernota 2024. Wel is inmiddels de Voorjaarsnota van het Rijk uit. Daarin wordt de nieuwe financieringssystematiek aangekondigd, die vanaf 2027 ingaat. Het kabinet zegt gemeenten vanaf 2027 een structureel bedrag toe, naast een ‘volume-indexatie’. Dat is eigenlijk een voortzetting van de extra incidentele middelen die voor 2026 waren toegezegd. We zijn er voor nu vanuit gegaan dat het jaar 2027 gelijk is aan 2026. In deze Kadernota hebben we verder een aanname gedaan van de ontwikkeling van het accres op basis van de CPB-ramingen 2023. Hieronder gaan we in op de prognose van het meerjarenperspectief en op de uitgangspunten die we daarbij hebben opgenomen.
Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting 2024-2027 (financiële kader)
De meerjarenbegroting 2023-2026 is de basis voor de actualisatie van het meerjarenperspectief 2024-2027. In de kadernota 2024 presenteren we de op dat moment bekende mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2026.
Uitgangspunten en grondslagen Doorwerking 1e Tussenrapportage 2023 . Hierin worden de structurele effecten meegenomen vanuit de jaarrekening 2022 en de beoordeling (eindejaarsverwachting) van de begroting 2023 naar de inzichten per 1 april 2023. Prijs- en loonontwikkeling (inflatie) Bij de algemene uitkering wordt het accres gebaseerd op de Macro Economische Verkenning (MEV23) van het CPB. Hierbij worden de volgende indexen gebruikt: loonvoet sector overheid (gewicht van 60%) materiële overheidsconsumptie (gewicht van 20%) overheidsinvesteringen (gewicht van 20%). Deze methodiek gebruiken we ook voor de inflatiecorrectie bij de lokale heffingen (belastingen en rechten), conform het coalitieakkoord 2022-2026, op basis van een 3 jaarsgemiddelde (voor 2024 is dit 4%). Aan de lastenkant gebruiken we voor de loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie de loonvoet sector overheid (5,2%). Bij de prijs- en loonontwikkeling derden wordt het gemiddelde van de materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen toegepast (5,50%). Voor prijsen loonontwikkeling subsidies hanteren we hetzelfde percentage van 5,50%. Algemene uitkering uit het gemeentefonds : de circulaires zijn verwerkt tot en met de decembercirculaire 2022. De meicirculaire 2023 komt op een te laat moment uit om nog verwerkt te worden in de Kadernota 2024.
De uitkomsten daarvan volgen in een aparte raadsmemo (gelijktijdig met de raadsbehandeling van deze Kadernota 2024). In het meerjarenperspectief is alvast wel een prognose opgenomen van de ontwikkeling van het accres. Op basis van de uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Rijk, waarin een uitspraak wordt gedaan over de invoering van de nieuwe financieringssystematiek vanaf het jaar 2027, hebben we hier de aanname gedaan dat het niveau aan inkomsten gelijk zal blijven aan het jaar 2026. Hierbij gaan we er vanuit dat de incidentele middelen die zijn toegekend voor 2026 ook voor 2027 (en verder) worden toegekend. Daarnaast heeft het Rijk aangekondigd een prijscorrectie te doen over het jaar 2022 (met een structurele doorwerking). Dit is echter nog niet definitief en wordt besloten bij de vaststelling van de Meicirculaire 2023. Vanuit voorzichtigheidsprincipe is dit bedrag nog niet opgenomen in het Meerjarenperspectief. Treasury. In de begroting 2023 was rekening gehouden met een gewogen rentepercentage van 2,00 % over de langlopende schulden. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met een verhoging van dit percentage, naar een rentepercentage van 3,25%. Meerjaren Investerings Plan (MIP). In de Kadernota 2024 is een actualisatie gedaan voor de kapitaallasten tot en met het jaar 2027 (opgenomen in meerjarenperspectief). Het
5
MIP 2024 - 2033 geeft een overzicht met de investeringen voor de komende 10 jaar, dit is de volgende stap in de doorontwikkeling van het MIP. Bij de begroting 2024 wordt het uitvoeringsplan 2024 opgesteld.
Prognose van de meerjarenbegroting
Onderstaand treft u een resumerend overzicht van de uitkomsten van de prognose van de meerjarenbegroting aan. Ter vergelijking treft u de meerjarenbegroting aan, zoals die bij de Programmabegroting 2023 is vastgesteld. De regel 'mutaties Kadernota' heeft een beperkt negatief effect op het meerjarenperspectief, met uitzondering van het laatste jaar dat met name wordt veroorzaakt door stijgende rentelasten en de doorwerking van het vastgestelde MIP. In de Kadernota zijn geen beleidstoevoegingen opgenomen, omdat het college in samenspraak met het concernteam een slag wil maken in het proces van het realistisch begroten. Mogelijkheden hiervoor zijn: inlopen op onderhanden werk, heroverwegen en sturen op budgetoverhevelingen en meer oud voor nieuw toepassen. Het voorstel is daarom de beleidstoevoegingen, zowel incidenteel als structureel, binnen de huidige begroting in te vullen. Deze invulling en afwegingen worden ter besluitvorming voorgelegd in de Programmabegroting 2024. Hierbij streven we ernaar om de begroting sluitend te presenteren, in elk geval voor het eerste jaar (2024). In deze Kadernota staan in de programma's wel uitgangspunten en voorstellen om speerpunten te realiseren. Deze worden meegenomen in het afwegingsproces naar en uitwerking in de Programmabegroting 2024.
Tabel Meerjarenprognose bedragen x € 1.000 Begroting 2024
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
Programma begroting 2023 778 Mutaties raadsbesluiten, incl. 1e Tussenrapp. 2023 - 1.392 Mutaties kadernota - 528 Kadernota 2024 - 2027 - 1.142 Waarvan incidenteel - 1.770 Prognose structureel begrotingsresultaat na kadernota 628
5.226 - 1.825 - 570 2.832 4.069 - 1.237
- 779 - 1.546 - 870 - 3.194 - 786 - 2.408
- 779 - 1.546 - 1.955 - 4.279 - 786 - 3.493
Meerjarenprognose
Besluitvorming
Wij stellen u voor: 1. De prognose van de meerjarenbegroting 2024 – 2027, zoals vermeld in het Financieel meerjarenperspectief 2024- 2027, conform de geformuleerde uitgangspunten, als kader voor de Programmabegroting 2024 vast te stellen; 2. In te stemmen met het voorstel Programma Waardevol Landelijk Gebied en deze, vooruitlopend op verwachte compensatie vanuit het Rijk, incidenteel te dekken uit de algemene reserve; 3. De gesubsidieerde sociaal maatschappelijke en culturele instellingen te compenseren voor loon- en prijsontwikkeling voor 2024 conform de methodiek lonen en prijzen, 5,5% (CPB); 4. Ten aanzien van het MIP: Algemeen 1. Kennis te nemen van het MIP 2024 – 2033. 2. Op grond van artikel 87 Gemeentewet juncto artikel 5.1, lid 2 sub b van de Wet open overheid geheimhouding op te leggen op 'MIP 2024 -2033 (budgettenlijst)', aangezien het belang van verstrekken van informatie niet opweegt tegen het financiële en economische belang van de gemeente. 3. De termijn van geheimhouding te bepalen op 10 jaar, te rekenen vanaf het besluit van het college d.d. 30 mei 2023. 4. De geheime stukken te overleggen aan de raad op grond van respectievelijk artikel 88, lid 2 van de Gemeentewet. Ten aanzien van de uitvoeringsprogramma 2024
6
5. Het investeringsplafond voor 2024 en 2025, zoals ook verwerkt in de kadernota te handhaven. En het college de volgende kaders mee te geven ten aanzien van het uitvoeringsprogramma 2024: 6. Binnen het plafond eerst de categorie ‘instandhouding met beheerplan’ onder te brengen en indien er ruimte is autonome ontwikkelingen zonder financiële paragraaf in de ruimte op te nemen met als achterliggend argument dat instandhouding de eerst prioriteit heeft. 7. De focus te leggen voor het uitvoeringsplan 2024 op het afmaken van de huidige projecten / investeringen die nog doorlopen vanuit het onderhanden werken en het uitvoeringsplan 2023. 8. Prioriteit te stellen voor de investeringen die noodzakelijk zijn om de veiligheid te waarborgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Ten aanzien van de lange termijn Mip 9. Kennis te nemen van een investeringsvraagstuk van 543 miljoen voor 10 jaar. 10. Kennis te nemen van een financieel gat tussen het nu vigerende investeringsplafond van 13 miljoen (per jaar) en de hoogte van het investeringsvraagstuk 11. Het college opdracht te geven, daar waar beleid- niet is voorzien van een financiële paragraaf, dit alsnog te voorzien. 12.
College opdracht te geven onderzoek te doen naar mogelijke ‘ruimte’ in het MIP door scenario’s en/of keuzes in het ambitieniveau, te denken valt aan scenario’s in (vastgesteld) beleid, (herziening van) Masterplannen en deze de Raad voor te leggen. 13. Het college opdracht te geven om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de baten te vergroten, te denken valt aan inzetten op het vergroten van bijdragen van derden voor de investeringen, verhoging investeringsplafond (inclusief financiële dekking primair daarvan door middel van bezuinigingen en secundair door inkomstenverhogingen dmv het verhogen van de lokale heffingen). 14. Bij de zoektocht naar mogelijkheden ter verhoging van het investeringsplafond expliciet te verantwoorden wat de consequenties zijn voor de diverse financiële kengetallen van de gemeente voor de 10 jaars periode.
7
Financieel Meerjarenperspectief 2024-2027 Prognose Meerjarenbegroting 2024-2027 t.o.v. de Programmabegroting 2023
We presenteren hierbij als kader voor de Programmabegroting 2024 een structureel sluitende begroting waarbij het eerste jaar in het meerjarenperspectief positief is (2024). Hiermee voldoen we aan de voorwaarden van repressief toezicht van de provincie. Mede door de ontwikkelingen in de algemene uitkering ziet het meerjarenperspectief er minder gunstig uit. We hopen bij de Meicirculaire 2023 meer informatie te krijgen over de definitieve uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Rijk. Hierin zal meer duidelijk worden over de nieuwe financieringsmethodiek die vanaf het jaar 2027 ingevoerd wordt en een eventuele prijscompensatie nog over het jaar 2022, maar met structureel effect. In het meerjarenbeeld is te zien dat: Er een relatief hoog bedrag aan autonome ontwikkelingen is opgenomen die beperkt beïnvloedbaar zijn; De rentelasten (treasury) verder oplopen in de loop van de jaren; Voor het jaar 2027 de kapitaallasten van het reeds eerder vastgestelde MIP is toegevoegd; Er geen beleidstoevoegingen worden voorgesteld, wel doen we een voorstel voor uitvoering van het Programma Waardevol Landelijk Gebied; Er een grote onzekerheid is met betrekking tot de ontwikkeling van de algemene uitkering.
bedragen x € 1.000 Begroting 2024
MJR 2025
MJR 2026
MJR 2027
778
5.226
- 779
- 779
1.366 5 - 2.763 - 1.392
807 5 - 2.637 - 1.825
1.094 3 - 2.643 - 1.546
1.094 3 - 2.643 - 1.546
- 614
3.402
- 2.325
- 2.325
Kadernota Mutaties lasten 1. Autonome ontwikkelingen 2. Arbeidskosten ambtelijke organisatie 2.a. Opleidingsbudget organisatie 3. Subsidies sociaal maatschappelijke en culturele instellingen 4. Bijdragen Gemeenschappelijke regelingen 5. Treasury 6. Meerjaren Investerings Plan (aanvulling jaar 2027) 7.a. Voorstel technisch te herstellen 7.b. Voorstel Waardevol Landelijk Gebied 8. Stelpost areaaluitbreiding Totaal mutaties lasten
- 685 - 2.132 - 200 - 535 - 1.580 - 600 - 455 - 1.305 - 241 - 7.733
- 685 - 2.132 - 200 - 535 - 1.180 - 1.105 - 455 - 1.305 - 573 - 8.170
- 685 - 2.132 - 200 - 535 - 1.121 - 1.534 - 455 - 765 - 1.019 - 8.446
- 685 - 2.132 - 200 - 535 - 1.121 - 2.050 - 638 - 455 - 1.782 - 9.598
Mutaties baten 9. Accres algemene uitkering - stelpost 9a. Prognose stijging AU obv woningen en inwoners 9b. Prognose stijging AU obv leerlingen VO prognose regulier 10a. Lokale heffingen (inflatie) 10b. Ozb inkomsten (uitbreiding woningen) Totaal mutaties baten
4.945 124 55 660 117 5.901
4.972 330 90 660 243 6.294
5.011 650 121 660 369 6.812
5.026 1.287 175 660 495 7.643
Mutaties reserves 11. Dekking algemene reserve BT Waardevol Landelijk Gebied Totaal mutaties reserves
1.305 1.305
1.305 1.305
765 765
-
- 528
- 570
- 870
- 1.955
Prognose meerjarenbegroting
Begrotingsresultaat Programmabegroting 2023 Raadsbesluiten Memo Sept.circulaire 2022 (incl. structureel effect 2e Tussenrapp.) Raadsbesluit Verduurzaming gebouwen 1e Tussenrapportage 2023 Totaal mutaties raadsbesluiten Begrotingsresultaat na raadsbesluiten
Totaal mutaties kadernota
8
Prognose begrotingsresultaat na kadernota
- 1.142
2.832
- 3.194
- 4.279
Waarvan incidenteel
- 1.770
4.069
- 786
- 786
628
- 1.237
- 2.408
- 3.493
Prognose structureel begrotingsresultaat na kadernota
Toelichting op de prognose Meerjarenbegroting
Raadsbesluiten Uitkomsten Septembercirculaire 2022, inclusief structureel effect 2e Tussenrapportage 2022 Gelijktijdig met de vaststelling van de Programmabegroting 2023 is de memo met uitkomsten Septembercirculaire 2022, inclusief structureel effect van de 2e Tussenrapportage 2022, in de raad vastgesteld. Omdat deze niet meer in de Programmabegroting 2023 opgenomen kon worden is deze apart in het meerjarenperspectief toegevoegd.
Doorwerking 1e Tussenrapportage 2023 Bij de 1e tussenrapportage 2023 worden budgetbijstellingen voorgesteld op basis van de jaareindeverwachting 2023. Mutaties Kadernota 1. Autonome ontwikkelingen Het gaat hier om en prognose van de nu bekende volume en prijs- en loonontwikkelingen. De prijs- en looncomponent betreft een bedrag van € 322.000. Anders dan eerdere jaren is er geen aparte stelpost lonen en prijzen meer opgenomen voor de indexatie van reguliere kosten, zoals brandstof, energie etc. Er is voor gekozen dit vooraf specifiek uit te vragen en dit direct op het juiste product te verwerken. Voor subsidies wordt een apart voorstel gedaan.
2. Arbeidskosten ambtelijke organisatie Dit betreft een stelpost van 5,2% (conform CPB index lonen overheid) van de voorziene salarislasten 2024 e.v. 3. Subsidies sociaal maatschappelijke en culturele instellingen Het betreft hier met name subsidies ten aanzien van maatschappelijke organisaties. Voor prijsen loonontwikkeling subsidies hanteren we een percentage van 5,50%. Het bedrag wordt bepaald over een totaalbedrag van zo’n € 9,7 miljoen aan subsidies. 4. Bijdragen gemeenschappelijke regelingen Hierin zijn de extra bijdragen opgenomen, die door verschillende gemeenschappelijke regelingen zijn benoemd in hun Kadernota. Het gaat hier met name om de VGGM, OddV en de Regio Food Valley. 5. Treasury Het rentebedrag is berekend op basis van nieuw aan te trekken leningen tegen een gemiddeld rentepercentage van 3,25%. Dit betreft een prognose en update van de ontwikkeling rentelasten. Er is in het meerjarenperspectief nog geen rekening gehouden met de doorberekening van de rentelasten aan de lokale heffingen, en het structureel voordeel hiervan. 6. MIP In het Meerjarenperspectief zijn de kapitaallasten opgenomen van de vorig jaar vastgestelde investeringsplafonds (doorwerking voor het jaar 2027 is toegevoegd; een stijging van de kapitaallasten van 2 miljoen naar 2,6 miljoen). Deze plafonds hebben betrekking op bestaand areaal (vervangingen), en niet op nieuwe investeringen.
Er is geen rekening gehouden met indexatie van de eerder opgenomen bedragen. In bijlage 1 is het MIP 2024 - 2033 inclusief toelichting opgenomen. 7. Beleidstoevoegingen In deze Kadernota zijn geen beleidstoevoegingen opgenomen,omdat het college in samenspraak met het concernteam een slag wil maken in het proces van het realistisch begroten. Mogelijkheden hiervoor zijn: inlopen op onderhanden werk, heroverwegen en sturen op budgetoverhevelingen en meer oud voor nieuw toepassen. Het voorstel is daarom de beleidstoevoegingen, zowel incidenteel als structureel, binnen de huidige begroting in te vullen. 9
Deze invulling en afwegingen worden ter besluitvorming voorgelegd in de Programmabegroting 2024. Hierbij streven we ernaar om de begroting sluitend te presenteren, in elk geval voor het eerste jaar (2024). In deze Kadernota staan in de programma's wel uitgangspunten en voorstellen om speerpunten te realiseren. Deze worden meegenomen in het afwegingsproces naar en uitwerking in de Programmabegroting 2024. De verwachting is dat deze met name het karakter hebben van het verder op orde krijgen van de basis ten uitvoer van alle (wettelijke) taken die er liggen in relatie tot de groei van Barneveld, het voldoen aan wet- regelgeving en het verder werken aan bestuurlijke opgaven.
7.a. Technisch te herstellen voorstellen. Dit betreft een drietal voorstellen waar de raad eerder al over heeft besloten, maar die nog niet structureel waren opgenomen in de begroting. Het betreft de formalisering van de personele bezetting gebiedsgericht werken, een strategisch adviseur beheer en het uitbreiden van het team Groen plus vanwege het vervallen van externe dekking. 7.b. Programma Waardevol Landelijk Gebied. Dit betreft een onuitstelbaar voorstel voor extra middelen om de grote opgaven in het Landelijk Gebied uit te voeren, conform het vastgestelde coalitie akkoord. Hierbij werken we samen met Rijk en Provincie die het tempo bepalen. Omdat we voorzien dat we (een deel van) de kosten terug zullen krijgen vanuit het Rijk stellen we voor om deze in eerste instantie te dekken door een onttrekking vanuit de algemene reserve. Deze wordt later dan weer aangevuld met de compensatie die we t.z.t. ontvangen. 8. Stelpost areaaluitbreiding Vanwege de grote ruimtelijke investeringen voor de komende jaren komt er een behoorlijk areaal aan openbare ruimte bij dat onderhouden dient te worden en extra voorzieningen. Op dit moment is hier geen rekening mee gehouden aan de lastenkant van de begroting. We stellen daarom een stelpost voor van een bedrag gelijk aan de verhoging van algemene uitkering en ozb vanwege de toekomstige stijging van woningaantallen en inwoners. 9.
Stelpost accres algemene uitkering De Meicirculaire 2023 komt niet op tijd uit om te verwerken in de Kadernota 2024. Wel is inmiddels de Voorjaarsnota van het Rijk uit. Daarin wordt de nieuwe financieringssystematiek aangekondigd, die vanaf 2027 ingaat. Het kabinet zegt gemeenten vanaf 2027 een structureel bedrag toe, naast een ‘volume-indexatie’. Dat is eigenlijk een voortzetting van de extra incidentele middelen die voor 2026 waren toegezegd. Hoe dit precies uitwerkt, zal waarschijnlijk bij de Meicirculaire duidelijk worden. In het voorliggende meerjarenperspectief zijn we voor het jaar 2027 voorlopig uitgegaan van een stelpost (ad. € 4,3 miljoen), om de inkomsten gelijk te trekken met het jaar 2026. Dat zou aansluiten bij bovengenoemde ontwikkelingen. Dit is reeds cijfermatig verwerkt door doortrekking van het begrotingsresultaat 2026 naar 2027 in de bovenste regel van het meerjarenperspectief. Zoals het nu lijkt geeft de Voorjaarsnota van het Rijk niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten. Vanaf 2026 zijn er nog steeds minder middelen beschikbaar om alle gemeentelijke taken uit te kunnen voeren. Tevens zien we dat de gemeentelijke kosten harder stijgen dan de inschattingen van het BBP, waaraan de nieuwe financieringssystematiek wordt gekoppeld. Met name de zorgkosten stijgen volgens het CPB meer dan de inschatting van het BBP.
Tevens lijkt de nieuwe financieringsmethodiek niet tot een gewenster stabieler gemeentefonds te leiden. De VNG heeft deze zorgen inmiddels ook met haar leden gedeeld en zet een aantal acties in gang. Een andere onzekerheid is de toezegging door het Rijk van een extra prijscompensatie nog over het jaar 2022, maar met structurele doorwerking. Op dit moment is niet in te schatten welk bedrag dit zou kunnen zijn, maar dit wordt duidelijk bij de Meicirculaire 2023. Accres Vooruitlopend op de uitkomsten van de Meicirculaire is een prognose gedaan voor de ontwikkeling van het accres op basis van de CPB-ramingen 2023 (door adviesbureau PAUW). Voor Barneveld betekent dit een stijging van de inkomsten van zo’n € 5 miljoen structureel. Dit betreft de doorwerking van de LPO tranche 2024 (tegen constante prijzen). Aanpassing Algemene uitkering op basis van inwoners, woningaantallen en leerlingen Normaliter stellen we de prognose van de algemene uitkering, voor wat betreft bijstelling maatstaven (aantallen), bij op het moment van het uitkomen van de Meicirculaire. Echter, is het verstandig om alvast een prognose op te nemen vanwege de ontwikkelingen op het vlak van de
10
(extra) investeringen, met name ten aanzien van areaaluitbreiding en onderwijshuisvesting. Dit tegenover de extra (kapitaal)lasten vanwege de toekomstige investeringen. In het meerjarenperspectief zijn daarom opgenomen: 9a. Een stijging van de algemene uitkering op basis van de toekomstige woningbouw en groei inwoners. Dit is gebaseerd op een prognose scenario realistisch. 9b. Een stijging van de algemene uitkering door een realistische raming van het aantal leerlingen VO.
10.a. Lokale heffingen Op basis van de bij de uitgangspunten beschreven methodiek is een indexering van 4% berekend. Conform het coalitieakkoord 2023-2026 wordt uitgegaan van een 3 jaarsgemiddelde. Het gaat hier om de OZB woningen en niet-woningen, hondenbelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. 10.b. Ozb inkomsten (o.b.v. uitbreiding woningen) Omdat we hierboven bij de prognose van de algemene uitkering een bijstelling doen van het aantal woningen is het ook noodzakelijk de opbrengsten Ozb hiermee te verhogen. We doen dit op basis van het Ozb-tarief van 2023. 11. Dekking algemene reserve beleidstoevoeging Waardevol Landelijk Gebied Zie hiervoor de toelichting onder punt 7.b. Programma Waardevol Landelijk Gebied.
11
Programma's 1. Participatie & Ondersteuning
Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Groeien naar zelfstandigheid
De gemeente Barneveld gaat de komende jaren nog meer inzetten op een gezonde en positieve ontwikkeling van jeugdigen en gezinnen. Samen maatschappelijke partners en scholen gaan we het preventieve veld versterken zodat jeugdigen in de gemeente Barneveld gezond en veilig opgroeien en zich ontwikkelen tot zo zelfstandig mogelijke burgers. Dit doen we vanuit een gezamenlijke visie Vanaf 2024 zal de gemeente uitvoering geven aan doelen die met de Brede SPUK-Regeling worden nagestreefd op het gebied van o.a. gezondheid, sporten, cultuur en welzijn. Daarnaast zal worden geïnvesteerd in een structurele en intensievere aanpak voor de preventie van middelengebruik door uitvoering te geven aan het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO; voorheen genaamd IJslands model). Verder wordt er geïnvesteerd in de borging van de kwaliteit van kinderopvang- en gastouderlocaties gezien de groei van werkzaamheden als gevolg van landelijke wetgeving. De proeftuin om gezinnen in onveiligheid beter te helpen en te beschermen wordt doorontwikkeld vanaf 2024. De gespreksvoerder heeft regie en blijft contactpersoon voor het gezin en werkt samen met de deskundigen uit het regionaal veiligheidsteam. Nieuw daarbij is, dat in 2024 de gespreksvoerder betrokken blijft, ook al is de OTS uitgesproken.
Als gevolg van de structurele extra taken op het gebied van veiligheid, groei van aantal leerlingen en de toenemende wachtlijsten wordt de capaciteit gespreksvoerders uitgebreid.
Meedoen naar vermogen
In 2024 wordt nader uitvoering gegeven aan het programma Bestaanszekerheid. De activiteiten die hiermee gepaard gaan dragen bij aan het versneld en integraal behalen van de doelen op het vlak van o.a. (betaalbaar) wonen, financiële zekerheid, geldvragen, basisvaardigheden en positieve gezondheid, zodat inwoners (beter) in staat zijn om mee te doen. Om uitvoering te geven aan een groeiend beroep op minimaregelingen en bijzondere bijstand komt er meer formatie op het servicepunt. Op deze manier worden kwetsbare groepen sneller geholpen met regelingen die bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid en daarmee het meedoen in de samenleving. Vanwege de toegenomen inflatie en hoge energieprijzen groeit de groep inwoners met een laag inkomen of geldproblemen naar verwachting. Verder wordt beleid, regie en uitvoering op de thema’s digitale veiligheid, zorg en veiligheid en middelen gebruik uitgewerkt voor de periode 2024-2026. Hierbij zal ook een koppeling worden gemaakt met het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO; voorheen genaamd IJslands model). Samen oud worden De verwachting is dat het aantal ouderen (aantal huishoudens met 75plussers) de komende twintig jaar verdubbelt. Belangrijk is dat deze groep zo lang mogelijk zelfstandig thuis wil blijven wonen.
De ontwikkeling van het aantal cliënten en de ontwikkeling van de kosten worden periodiek gemonitored zodat kan worden bekeken in hoeverre de gemeentelijke uitgaven voor ondersteunende voorzieningen mee kan groeien. Daarnaast wordt er een groter tekort aan personeel verwacht. Dit vraagt ook iets van de zelfredzaamheid van inwoners en het tijdig nadenken over de toekomstige woon-, zorg- en ondersteuningsvraag. Dit is een uitdaging voor de gehele samenleving en vraagt om meer bewustwording. Samen met lokale partners versterken we de domeinoverstijgende samenwerking op het gebied van wonen, ondersteuning en zorg. En wordt de verbinding tussen het medische en het sociale domein versterkt. Mantelzorg en andere vormen van omzien naar elkaar en onderlinge
12
zorgzaamheid worden nog belangrijker. De gemeente blijft dit ondersteunen. Ook omdat een toename van eenzaamheid in de samenleving een risico is. Onze gemeente kent een toenemend aantal mantelzorgers. Om zorg te kunnen dragen voor voor een jaarlijkse blijk van waardering worden de middelen voor de mantelzorgwaardering verruimd. Het kabinet is voornemens om de eigen bijdragesystematiek voor de Wmo per 1 januari 2026 te wijzigen. In plaats van het vast abonnementstarief wordt dan een inkomensafhankelijke eigen bijdragesystematiek voor alle Wmo-voorzieningen ingevoerd. De financiële gevolgen zijn momenteel onbekend. De verwachting is dat dit een dempend effect op de instroom gaat hebben. Landelijk is er nog nader overleg tussen het Rijk en de VNG.
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid
Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Werken
De gemeente Barneveld is een ondernemende gemeente met een centrale ligging in het land. De hoge mate van ondernemerschap en het arbeidsethos zorgen daarmee voor een bloeiende economie. Deze economische ontwikkeling zorgt er voor dat de vraag naar bedrijventerrein in Barneveld onverminderd hoog blijft. Om hier doordacht op in te spelen en een passend aanbod aan bedrijventerreinen te ontwikkelen zijn hier in regionaal verband afspraken gemaakt in het RPW. Voor de gemeente Barneveld betekent dit dat, naast de verdere uitbreiding van bedrijventerrein Harselaar, ook ingezet zal worden op de realisatie van lokaal georiënteerde bedrijventerreinen bij de kernen Voorthuizen en Stroe. Tevens vraagt het bestaande aanbod aan bedrijventerreinen op onderdelen om vernieuwing, waarbij revitalisering dan wel herstructurering gewenst is. De hoge mate van ondernemerschap zorgen daarnaast voor veel werkgelegenheid voor zowel inwoners als mensen van buiten de gemeente. Dit leidt er geregeld toe dat de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod of dat het aanbod niet goed aansluit op de vraag waardoor er krapte ontstaat op de arbeidsmarkt. Gelet op de bovengemiddelde economische groei van Barneveld zorgt deze krapte op de arbeidsmarkt ervoor dat het voor bedrijven lastig is om voldoende geschoold personeel aan te trekken waardoor er belemmeringen ontstaan voor een verdere economische groei.
Tevens zien we dat het opleidingsniveau van werkenden in de gemeente Barneveld onder het landelijke gemiddelde ligt, terwijl de vraag naar hoger opgeleid personeel toeneemt.
Bereikbaarheid en Mobiliteit
Naar verwachting stelt u begin 2024 de Omgevingsvisie Barneveld 2040 vast. Daarin zal worden vastgelegd worden hoe Barneveld zich gaat ontwikkelen op het gebied van onder andere wonen en bedrijvigheid en welke doelen de gemeente nastreeft op het gebied van mobiliteit. Na het vaststellen van de Omgevingsvisie willen wij een nieuw Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan opstellen als uitwerking van de Omgevingsvisie. Daarnaast is het nodig om in 2024 in te zetten op een verdere uitwerking van de aanpak van de snelwegaansluitingen A30 Barneveld-Zuid en Barneveld-Noord. Voor de aansluiting BarneveldNoord en de aansluitende infrastructuur is een bedrag van € 17,5 miljoen toegezegd vanuit het Rijk. Uitgangspunt daarbij is dat gemeente Barneveld als projectleider optreedt. Hiervoor is onze organisatie op dit moment niet toegerust. Verder worden de reguliere kerntaken en het uitvoeren van GVVP-projecten gecontinueerd. Hiertoe behoort ook het uitvoeren van activiteiten op het gebied van Public Affairs met als doel het verder concretiseren van de maatregelen die getroffen kunnen worden in het kader van de A1-corridor, waaronder knooppunt A1-A30. Tevens horen daarbij ook de activiteiten die het mogelijk moeten maken dat er een (oostelijke) Rondweg kan worden geprojecteerd ter voorkoming van verkeerscongestie op de hoofwegen van Barneveld.
Dit is zeker een belangrijk onderwerp waar we tot ver in 2024 mee bezig zijn in relatie tot de Omgevingsvisie.
3. Woon- en Leefomgeving
13
Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Groei van de gemeente
De gemeente Barneveld blijft ook de komende jaren groeien. Wij zien een blijvend grote natuurlijke bevolkingsgroei en ook een sterke groei als gevolg van migratie. Tegelijkertijd zien we problemen om die groei passend te faciliteren: stijgende bouwkosten, stijgende rente, gebrek aan ontwikkelcapaciteit, vertragende regelgeving (bijv. stikstof). De groei in alle facetten (wonen, werken, mobiliteit, voorzieningen etc.) behapbaar en financieel betaalbaar houden is een opgave; alleen al de woningbouwopgaaf bedraagt de komende jaren 600 woningen per jaar. De opgaaf gaan we als volgt aanpakken: Inhoudelijke keuzes maken in de Omgevingsvisie (vaststelling in 2024), Uitrol programmatische aanpak brede ontwikkelopgaaf ten aanzien van groei, Versterken van de ontwikkelkracht van de gemeentelijke organisatie, Samen met marktpartijen en partijen als Woningstichting Barneveld te komen tot een efficiënte uitvoering zonder af te doen aan andere doelen zoals woningdifferentiatie, duurzaamheid en spreiding over de kernen. . De groeiopgave speelt breder dan alleen in de gemeente Barneveld; dat is een opgaaf in een groot deel van Nederland. Die opgaaf pakt het Rijk via verschillende lijnen aan en de gemeente Barneveld is bij veel van de lijnen betrokken: Via de verstedelijkingsstrategieën.
Na het sluiten van het verstedelijkingsakkoord in 2022 en de uitwerking in programma’s in 2023, moet in 2024 de uitvoering volgen. Via Grootschalige woningbouwgebieden (GWG). Bloemendal is één van de gebieden binnen GWG Foodvalley, waarvoor middelen door het Rijk zijn toegezegd. In 2024 wordt verder gewerkt aan de voorbereiding van de te nemen maatregelen. Via Woondeals. In 2023 zijn deze afgesloten met als landelijk doel om 900.000 woningen te realiseren in de periode 2022 t/m 2030, waarvan 2/3 betaalbaar en de nodige sociale huur. De gemeente Barneveld staat aan de lat om 5.380 woningen te realiseren. De gemeente Barneveld zit met 64% betaalbaarheid op schema maar het aandeel sociale huur zal de komende jaren verder moeten worden verhoogd. Dat heeft gevolgen voor de gemeentelijke grondexploitaties alsook voor de haalbaarheid van woningbouwplannen. Via het hernemen van de ruimtelijk regie. Op verzoek van het Rijk stellen alle provincies een ruimtelijk voorstel op in 2023. Daarnaast neemt het Rijk zelf het initiatief voor een aantal Novexgebieden. De gemeente Barneveld maakt onderdeel uit van twee Novex-gebieden. Ook dit alles moet leiden tot een set afspraken om tot uitvoering te komen vanaf 2024.
Dit alles vergt een voortdurende inzet en afstemming om het eigen verhaal op de verschillende tafels goed over het voetlicht te krijgen, zaken te bundelen en zo veel mogelijk zelf de regie te houden. Wij verwachten dat de komende jaren hiervoor extra menskracht en inzet van financiële middelen nodig zijn. Omgevingswet Met het inwerking treden van de Omgevingswet, begint in 2024 een nieuwe implementatiefase. Deze kenmerkt zich door de transitie naar het volledig werken met en binnen het nieuwe stelsel. Tijdens deze transitiefase wordt het instrumentarium van de Omgevingswet ingericht. Dit gaat gepaard met een verdere digitale ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) en de aansluitingen daarop van de gemeente. De transitie wordt gekenmerkt door een gewenningsperiode waarin de organisatie zal moeten wennen aan het werken binnen het nieuwe stelsel en de daarbij horende extra inspanningen die hiervoor nodig zijn.
Waardevol landelijk gebied
Ten aanzien van het landelijk gebied signaleren wij vanuit het Rijks- en provinciaal beleid grofweg twee majeure ontwikkelingen: A. In de winter van 2023/2024 besluitvorming door Rijk en provincie met betrekking tot concrete en verplichtende doelen, opgaven en (ruimtelijke) keuzes in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het daaronder vallende programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland. Dit vergt vertaling naar gemeentelijk beleid t.a.v. ruimtelijke ordening, water- en bodem sturend, natuur, landbouw en landschap;
14
B. Medio 2023 worden door het rijk beëindigingsregelingen voor veehouderij opengesteld waar naar verwachting honderden (agrarische) bedrijven in de gemeente Barneveld voor in aanmerking komen. Bedrijven die niet kiezen voor beëindiging zullen veelal moeten doorontwikkelen richting emissie-arm en/of natuurinclusief en/of circulair. Om in het complexe speelveld een gemeentelijke aanpak te ontwikkelen en een krachtige speler te zijn wordt een programma opgezet. Daarmee willen we regie houden op de samenhang tussen de ruimtelijke kwaliteit van ons landelijk gebied en de sociaal-economische vitaliteit én een passende positie innemen in het externe krachtenveld van deze opgave. Daarbij wordt via drie programmalijnen gewerkt: 1. de doorontwikkeling naar toekomstgerichte landbouw; 2. het ontwikkeling van het natuurlijk systeem, van water, bodem en natuur; 3. met voorrang ontwikkelen van passend gemeentelijk instrumentarium. De nog te bepalen gemeentelijke rolneming beïnvloeden de activiteiten en inspanningen die daaruit voortvloeien. Dit loopt samen met de ontwikkeling van onze Omgevingsvisie én met het opstellen van het gezamenlijke Regionaal Perspectief Landelijk Gebied samen met de andere zeven Foodvalley-gemeenten. Met een incidentele beleidstoevoeging is een globale inschatting gemaakt van de kosten.
Vooralsnog stellen we voor om de algemene reserve vooruitlopend op toekomstige rijkscompensatie in te zetten als dekking. Samen met de regiogemeenten en de provincie Gelderland zoeken we echter naar dekking vanuit Rijksmiddelen voor een fors deel van die beleidstoevoeging. Naar verwachting komt hier in de loop van 2023 duidelijkheid over.
Duurzaamheid
In het programma Duurzaamheid streeft de gemeente naar een toekomstbestendige en gezonde leefomgeving. De 6 thema's waarlangs gewerkt wordt zijn: energie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en groen, circulaire economie en duurzaam voedselsysteem. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld. Het jaarplan 2024 zal concreet opgesteld worden op basis van een voorafgaande monitoring van eerder uitgevoerde activiteiten en nieuwe ontwikkelingen.
Veiligheid
Om een veilige woon- en leefomgeving te borgen is het van belang om naar de toekomst toe goed aan te sluiten op de veranderende ontwikkelingen in de samenleving; zo neemt de klassieke criminaliteit af, terwijl minder zichtbare en tastbare criminaliteit, zoals de ondermijnende criminaliteit en digitale criminaliteit, toeneemt. Vandaar dat de komende jaren geïnvesteerd wordt in de thema’s ondermijning, digitale weerbaarheid, zorg en veiligheid en middelengebruik. Op deze thema’s wordt pro-actief beleid ontwikkeld, regie gevoerd en uitvoering gegeven. In de aanpak van ‘ondermijnende criminaliteit’ willen we de voedingsbodem voor de ondermijnende criminaliteit wegnemen en actief de criminele bedrijfsprocessen verstoren. Dit met het doel om ondermijnde criminaliteit in de gemeente Barneveld te laten afnemen. Bij het thema ‘Zorg & Veiligheid’ zetten we in op een persoonsgerichte aanpak op maat en met gevoel. Bij ‘digitale weerbaarheid’ zetten we in op het terugdringen van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit door informatievoorziening aan én het weerbaarder maken van de eigen organisatie, inwoners en bedrijven. Op het thema ‘middelengebruik’ handhaven we een goede repressieve aanpak en zetten we daarnaast in op een preventieve aanpak vanuit het programma: Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO: voorheen bekend als “het IJslands model”).
Vanzelfsprekend willen we onze wettelijke taken en calamiteitenzorg adequaat vormgeven. Tot slot wordt - in het licht van de APV, ontwikkelingen in de samenleving en groei van de gemeente Barneveld - geïnvesteerd in het waarborgen en vergroten van het toezicht door te investeren in de gemeentelijke handhavingstaken. Om de openbare orde en veiligheid te waarborgen willen we deze inzet samenwerkingsgericht doen: door een goede samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie, maar ook met politie, brandweer en ambulancezorg en andere partners in de keten. Met deze inzet leveren we een bijdrage aan een vitale, leefbare en veilige leefomgeving voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
Openbare ruimte
15
Wegen Het kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen voldoet niet aan het vastgestelde kwaliteitsniveau Basis. Ook is er sprake van een onderhoudsachterstand. In het Beheerplan wegen 2023-2027 is aangeven hoe we, binnen 5 jaar, een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis bereiken en wat hiervoor nodig is aan middelen. Om het gemeentelijk wegenareaal op niveau te brengen en in stand te houden wordt; geïnvesteerd in het vervangen van verouderde wegen, de aanleg van bermbeton en zogenaamd Levensduur Verlengd Onderhoud (LVO). De benodigde investeringsbedragen zijn opgenomen in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) 2024-2033; vanaf 2025 een aanvullende structurele dotatie aan de voorziening wegen gedaan ter dekking van de lasten van groot onderhoud. De stand van de voorziening wegen achten we op dit moment voldoende om de toegenomen kostprijzen voorlopig op te vangen. Vanaf 2025 vindt, conform het beheerplan wegen, een structurele verhoging van de dotatie aan de voorziening plaats. In 2024 wordt beoordeeld of deze voorgenomen verhoging voldoende is.
Accommodatiebeleid
Onderwijshuisvesting De komende jaren zien we verdere groei van scholen. De vervangingsopgave neemt wat af omdat er 40 jaar geleden minder gebouwd is. De meeste scholen worden op verzoek van de besturen integrale kindcentra. Door de toename van het leerlingaantal neemt ook de bekostiging via het gemeentefonds toe. Voor de komende jaren staat de realisatie van nieuwbouw voor het Anker en de Zaaier en de Bron Barneveld op het programma. We zijn gestart met de voorbereiding van vervangende nieuwbouw voor de Prins Bernhard in Garderen. De financiële afrekening van de vernieuwbouw van het hart van het JFC vindt plaats in 2024. Na de vervanging van de scholen in Terbroek en Kootwijkerbroek moet daar ook de sportaccommodatie vernieuwd worden, in 2025, voor het bewegingsonderwijs. Op verzoek van de lokale sportverenigingen loopt er onderzoek naar de grootte en vorm. Voor diverse scholen bij de nieuwe wijken in Voorthuizen en Barneveld kijken we naar semipermanente locaties om de piek in leerlingaantallen op te vangen die eigen is aan nieuwe wijken. Vastgoedbeleid Vastgoedbeleid is het kader voor vastgoedbeheer (uitgangspunten), gebaseerd op vigerend beleid passend binnen de financiële middelen. Doelstelling hierbij is het vastgoed in bezit van de gemeente Barneveld, op een doeltreffende en doelmatige wijze te beheren.
Met deze uitgangspunten voor het maatschappelijk vastgoedbeheer, wordt inhoud en uitvoering gegeven aan het streven naar een eigentijdse, sociaal en betaalbaar gevarieerd voorzieningenaanbod dat meebeweegt met de behoeften en mogelijkheden van de inwoners, waarbij de specifieke situatie per dorp, wijk of buurt kan verschillen. Met het vastgoedbeleid wordt op korte- en langer termijn strategische invulling gegeven aan de Vraag naar vastgoed (accommodatiebeleid) in afgestemd met het Aanbod aan vastgoed (vastgoedbeleid). Hierbij is het in eigendom hebben van vastgoed, geen doel op zich. Voorkomen van kapitaalvernietiging is hierbij ook een belangrijk thema. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed De verduurzaming van de Barneveldse vastgoedportefeuille laten we aansluiten bij het landelijk vastgestelde Energieakkoord 2013, Klimaatakkoord 2019 en de daaraan gekoppelde sectorale routekaarten verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Gezien de verwachte toename van de energiekosten wordt een kostenreductie gerealiseerd door energiebesparing en dit draagt bij aan het behouden van het voorzieningen niveau. Daarnaast wordt zo het goede voorbeeld gegeven met het verduurzamen van het eigen vastgoed. Sportvoorzieningen
Het Masterplan Sportaccommodaties is in 2017 opgesteld voor de jaren 2018-2028. Dit plan
16
willen we actualiseren en daarbij rekening houden met de groei van de gemeente Barneveld. Verschillende initiatieven inzake het huisvesten van verenigingen zullen hiervoor in 2024 verder ontwikkeld worden. Hierover zijn wij in gesprek met de verschillende verenigingen.
4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen
Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Open en luisterende houding De samenleving is zich steeds bewuster van de overheid en haar omgeving. De inwoners van de gemeente Barneveld zijn betrokken. We ervaren in de basis vertrouwen in de gemeente Barneveld en een nuchtere houding in het contact. Tegelijkertijd merken we ook dat landelijke casussen ook wat doen met houding en gedrag richting de gemeente. Collectieve onvrede speelt in de gemeente Barneveld minder door goede, korte en persoonlijke lijnen richting inwoners, maar ook richting partners en belangengroepen. Gebiedsgericht werken stelt ons in staat aan te sluiten bij de kracht van de samenleving. Zo werken we effectief aan wat een buurt nodig heeft. Dat onze inwoners, ondernemers en partners meedenken over beleid en waar mogelijk een actieve rol spelen in projecten is belangrijk. We maken daar bewuste keuzes in en bepalen binnen welke kaders we met elkaar in gesprek kunnen. De nadruk ligt op een open en luisterende houding met de wil om echt contact te maken met de samenleving. Zo kunnen we signalen en expertise van buiten naar binnen halen en samen aan een maatschappelijke opgave werken. We blijven ook de komende periode investeren in training en begeleiding om participatie een gemeenschappelijk vertrekpunt in ons werk te laten zijn.
Omgevingsbewust communiceren De veranderende samenleving vraagt een andere visie op communicatie. Als organisatie groeien we van een informerende gemeente die vertelt en uitlegt, naar die van een luisterende overheid die het gesprek aangaat met de samenleving. Met nadruk op een open, luisterende houding en echt verbinding maken met onze inwoners. Vanuit maatschappelijke opgaven staat daarin omgevingsbewust werken en communiceren met de behoefte van de samenleving en haar stakeholders centraal. Waarbij we informatie en communicatiestijl afstemmen op de verschillende doelgroepen. De gemeente werkt aan een nieuwe communicatievisie. Responsiviteit Onze inwoners zijn veelal doeners. Niet bezig met waarvoor de gemeente allemaal aan de lat staat, maar met hun persoonlijke doelen en plannen. We merken dat algemene gemeentelijke informatie minder goed landt. Tijdig, open, volledig en duidelijk communiceren schept realistische verwachtingen. De verwachtingen ten aanzien van de gemeente zijn namelijk hoog; onze inwoners zoeken vooral snel een antwoord. Persoonlijk, vanuit hun klantbeleving. En ‘nee’ is ook een antwoord. Zeker bij complexe vragen en dienstverlening werkt persoonlijk contact tussen gemeente en inwoners of ondernemer goed. Een uitdaging vormen kwetsbare inwoners.
Deze inwoners lopen niet snel met hun problemen te koop; het blijft zoeken om kwetsbare doelgroepen te kunnen bereiken en te ondersteunen vanuit de gemeente. Uiteindelijk draait het om responsiviteit. De mate waarin de gemeente Barneveld duidelijk en tijdig met een antwoord komt. De maatschappelijke opgaven centraal Eenvoudige vragen en dienstverlening met grote volumes moeten we snel, efficiënt en integraal bedienen. Daarmee maken we ruimte om bij complexe vragen één aanspreekpunt te bieden aan inwoner, ondernemer en partner èn ruimte te creëren voor het toepassen van de menselijke maat. Die aanpak vraagt in de eerste plaats om een gezamenlijke overtuiging: ‘één team, één taak’. Een goede interne informatievoorziening en -huishouding is en blijft daarbij van belang om die overtuiging te vertalen naar een integrale uitvoering van onze taken. We groeien van een traditioneel ingerichte organisatie naar een organisatie waarin de maatschappelijke opgaven centraal staan. De organisatie maakt steeds meer gebruik van kennis en inzichten van buiten en laat dat naar binnen doorwerken in haar organisatie, prioritering en aanpak.