CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Kadernota 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ontwerp-Kadernota 2022-202511.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Barneveld in beweging Klaar voor de toekomst

Ontwerp Kadernota 2022-2025

Inhoudsopgave

blz.

Raadsbesluit (nog toevoegen) Aanbieding

1

Inleiding, uitgangs- en beslispunten

2 2 3 5

Inleiding Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting 2022-2025 (financieel kader) Besluitvorming

Financieel meerjarenperspectief 2022-2025 Prognose Meerjarenbegroting 2022-2025 Toelichting op de prognose Meerjarenbegroting

5 5 6

Programma’s 1. Participatie en ondersteuning

2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening

10 12 13 17

Bijlagen 1. Beleidstoevoegingen 2022-2025 Beleidstoevoegingen met structurele lasten Beleidstoevoegingen met incidentele lasten 2. Tijdlijn ontwikkelingen na vaststellen Kadernota

Versie 20 mei 2021

18 18 19 20

Aanbieding

Barneveld, 18 mei 2021

Aan de raad, Met trots bieden wij u de Kadernota 2022-2025, “Barneveld in beweging.Klaar voor de toekomst.” aan. Financieel gezond Barneveld. In de Programmabegroting 2021 hebben wij aangekondigd met een meerjarig sluitende begroting te komen. Die ambitie maken wij waar. De gemeente Barneveld is financieel gezond en met een stevige reservepositie hebben we voldoende vet op de botten om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. In deze kadernota 2022-2025 biedt het college een stevig en stabiel perspectief voor de toekomst en leggen wij een basis waarop doorgebouwd kan worden. De kadernota biedt voldoende wendbaarheid om in te spelen en mee te bewegen met onzekerheden in de toekomst. Onzekerheden die overigens ook positief kunnen uitvallen met extra inkomsten vanuit het Rijk voor de uitgaven in de jeugdzorg. Als college hebben we zelfs de ruimte kunnen vinden om de komende jaren extra te investeren in onze samenleving. Hierbij is wel een kanttekening te maken. Barneveld is een ondernemende en groeiende gemeente. De opbrengsten uit de grondexploitaties geven de ruimte om te investeren. Hierbij gaan we er van uit dat de inkomsten mee groeien. Onze basis is sterk. We willen veel. We doen ook veel. Dat willen we blijven doen. Dat kan ook. Barneveld heeft de veerkracht en de wendbaarheid om bij te sturen en keuzes te maken. We staan daarom niet stil.

Voor de komende jaren willen we blijven investeren in een gezonde, groene en duurzame woon- en werkomgeving. Blijvend goede zorg en dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers en tegelijkertijd het beheersbaar houden van de kosten. Investeren in een stevig woningbouwprogramma en goede voorzieningen die daarbij horen, zoals moderne onderwijs- en sporthuisvestiging, passende infrastructuur en cultuur. We blijven inzetten op het gebiedsgericht werken en de doorontwikkeling van ons dorpenbeleid als onderdeel van burger- en overheidsparticipatie. Daarbij werken we aan een organisatie die robuust is en klaar voor de toekomst. Dynamisch. Duurzaam. Verbonden. Met de Programmabegroting 2022 sluiten we de periode van het coalitieakkoord ‘Dynamisch. Duurzaam. Verbonden.’ af. Een periode waarin met elkaar hard is gewerkt aan een gemeente die inzet op groei, duurzaamheid en waar iedereen meedoet, zich veilig voelt en op een respectvolle manier met elkaar omgaat. Een periode die zich kenmerkt door dynamiek ook als gevolg van de coronacrisis, waarbij de samenleving en de organisatie haar wendbaarheid toont. We bouwen verder aan een duurzame samenleving en een duurzame organisatie, die klaar is voor de toekomst.

Daarbij zoeken we de verbinding, zetten we er samen de schouders onder, vertrouwen we er op dat ieder zijn of haar steentje bij wil dragen, vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. We maken ons op voor een toekomst waarbij we elkaar weer 'echt' in de ogen kunnen kijken, weer kunnen ontmoeten. We leven in een veranderende wereld en tijdsgewricht. De coronacrisis heeft een grote impact op onze samenleving als geheel en voor ieder individu. Sommigen denken dat straks alles weer wordt zoals het was. Anderen zijn er van overtuigd dat onze manier van leven en werken voor altijd zal veranderen. Er zijn veel vragen en nog niet overal antwoorden op. De lokale overheid vervult in deze tijden een extra belangrijke rol. Niet alleen in de crisisbeheersing en regelgeving, maar juist ook door het bieden van ondersteuning en hulp voor groepen uit onze samenleving die deze het hardste nodig hebben. Het tempo van veranderingen zal de komende jaren onverminderd hoog blijven. Barneveld is volop in beweging. Er liggen verstedelijkingsopgaven, we groeien wellicht naar 85 tot 90.000 inwoners. Hierbij komt ook nog een mogelijke herindeling met Scherpenzeel. We bereiden een omgevingsvisie voor en hoewel we er rekening mee houden dat de omgevingswet waarschijnlijk weer wordt uitgesteld kunnen we niet stilzitten en afwachten. Onze samenleving vraagt een open en toegankelijke overheid.

Een overheid die meedenkt en oplossingen kan aanreiken in maatschappelijke vraagstukken. Digitalisering zal een steeds hogere vlucht nemen om onze dienstverlening continu te verbeteren. Hierbij houden we de menselijke maat vast en willen we in direct contact zichtbaar en aanspreekbaar zijn. Deze kadernota legt wat ons betreft een basis waarin we samen met u en de samenleving zorgen dat we klaar zijn voor de toekomst. Stappen naar de toekomst Het college realiseert zich dat er op veel vragen nu nog geen antwoord is. Wij nemen wel de

1

verantwoordelijkheid om nu met deze kadernota stappen te zetten die Barneveld voorbereiden voor de toekomst en daarmee voor een nieuwe collegeperiode. Daarbij richten wij ons op twee sporen. In de eerste plaats doen we dat door een sluitende meerjarenbegroting aan u voor te leggen. Daarbij presenteren we een pakket maatregelen voor de korte termijn die de lange termijn niet beïnvloeden. Het college kiest dus voor maatregelen die de waardevolle voorzieningen van onze inwoners niet direct treffen en onze inwoners, ondernemers, en (culturele) instellingen zoveel mogelijk ontzien. Door inkomsten te verhogen, temporiserend te werken en daarbij ook onze eigen organisatie niet te ontzien, is het mogelijk een sluitende meerjarenbegroting aan te bieden. Wij kijken daarbij vooral naar wat nu moet en wat later kan, Daarbij realiseren we ons dat de organisatie een stevige opgave krijgt om met voorstellen te komen om nog scherper aan de wind te varen. In de tweede plaats nemen wij de verantwoordelijkheid om u bij de begroting een groeiplan voor te leggen met een uitvoeringsagenda voor de komende jaren. In dit plan komt te staan hoe we ons de komende jaren willen ontwikkelen. Welke stappen gaan we zetten vanuit het nu naar de toekomst.

Wat voor gemeente wil Barneveld in de toekomst zijn (op sociaal, ruimtelijk en economisch gebied)? Welke voorzieningen en infrastructuur horen daarbij? Welke rol wil Barneveld in de regio vervullen, zowel in FoodValley als Amersfoort? We zitten nu nog midden in de coronacrisis, maar hoe ziet de wereld daarna eruit? En daarnaast, net als iedere andere gemeente in Nederland, staan de gemeentefinanciën onder constante druk. Hoe zorgen we er voor dat we ruimte houden om ook te kunnen blijven investeren? Dat zal de komende jaren politieke keuzes vragen. Wij zullen u daarvoor onderbouwde voorstellen doen op basis van het groeiplan. De opgaven van Barneveld hebben ook betekenis voor onze gemeentelijke organisatie. Hoe laten we de organisatie op een goede en gezonde manier mee ontwikkelen? Waarbij we de kwaliteit van dienstverlening continu blijven verbeteren tegen een redelijke prijs. In het groeiplan zullen wij daarom ook een heroriëntatie op de organisatie opnemen in het licht van de ambities van Barneveld. Deze kadernota geeft met een sluitend meerjarenperspectief en bewust gekozen maatregelen de stabiliteit en ruimte om samen met u en de samenleving de beweging te maken, zodat Barneveld klaar is voor de toekomst.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,

W. Wieringa secretaris

J.J. Luteijn burgemeester

Inleiding, uitgangs- en beslispunten Inleiding

In deze Kadernota 2022-2025 staan de uitgangspunten en prioriteiten die als basis dienen voor de Programmabegroting 2022. Startpunt voor deze kadernota is de meerjarenbegroting 2021-2024, een niet sluitende meerjarenbegroting, zoals vastgesteld bij de Programmabegroting 2021. Zoals hierin aangekondigd, was de opgave voor deze kadernota dan ook een structureel sluitende meerjarenbegroting te realiseren. Een opgave die werd vergroot door verhoging van uitgaven voor autonome kosten en reeds genomen raadsbesluiten. Om de opgave te realiseren is een maatregelenpakket in deze kadernota opgenomen. Bovendien zijn alleen de onontkoombare structurele beleidstoevoegingen opgenomen en beleidstoevoegingen die al 'in de pipeline' zaten. Er is dus geen 'nieuw' beleid opgenomen in deze kadernota. Het college houdt in deze haar koers vast, dit ondanks de vele opgaven en onzekerheden die er zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de gemeentelijke inkomsten vanuit het rijk en de gevolgen van de coronapandamie. Met ontwikkelingen, zoals de invoering van de Omgevingswet, kostenstijging voor jeugdhulp en regionale samenwerking, is rekening gehouden. Veel is al in gang gezet, zoals het onderzoek naar de ontwikkeling van een nieuw terrein voor Flying bikes, de inzet van gebiedsregie en zaakgericht werken.

Stagnatie hiervan vinden wij onwenselijk, zodat hier ook rekening mee gehouden is bij het zoeken naar maatregelen om een sluitende meerjarenbegroting aan te bieden. Het college kiest daarbij voor maatregelen die de waardevolle voorzieningen van onze inwoners niet direct treffen en onze inwoners, ondernemers en de sport- en cultuursector zoveel mogelijk ontzien. De organisatie

2

krijgt een stevige opgave om door kostenbewustzijn, meer doen met minder en projectmatig werken een flinke besparing te realiseren. Door enerzijds inkomsten te verhogen en anderzijds temporiserend te werken, door te kijken wat nu moet en wat later kan, is het mogelijk een sluitende meerjarenbegroting aan te bieden. Waarbij tijd en ruimte gecreëerd wordt voor een fundamentelere afweging, op basis van door de raad aangegeven richting, vastgestelde visie, uitgewerkt in beleid. Zie voor de toelichting op de meerjarenbegroting, inclusief het maatregelenpakket, de toelichting bij het financieel meerjarenperspectief.

Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting 2022-2025 (financiële kader)

Vorig jaar heeft u, bij de vaststelling van de Programmabegroting 2021, een sluitende begroting voor 2021 vastgesteld. Daarbij hebben wij aangekondigd dat we bij de Kadernota 2022-2025 met een sluitende meerjarenbegroting zouden komen. In de huidige prognose zijn alleen de wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met zowel interne als externe ontwikkelingen. Door ons zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Sluitende meerjarenbegroting: 2 parallelle sporen In het memo Proces totstandkoming Kadernota 2022-2025 hebben wij aangegeven een korte en een lange termijn spoor te zullen schetsen. Voor de korte termijn is het doel om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Om de meerjarenbegroting 2022-2025 op te stellen, is de meest actuele informatie op dit moment gebruikt. Vanwege de financiële onzekerheden vanuit het rijk is het uitgangspunt dat de voor de korte termijn te maken keuzes de voor de langere termijn te maken keuzes niet fundamenteel mogen beïnvloeden. Geen onomkeerbare/ingrijpende voorstellen die doorwerken in de volgende collegeperiode. Enerzijds willen wij al te ingrijpende ombuigingsmaatregelen voorkomen voor de korte termijn. Anderzijds willen we voorkomen dat er onverantwoorde risico’s ontstaan op de lange termijn.

Bij het opstellen van de Programmabegroting 2022 is de kadernota uitgangspunt, maar verwerken wij de dan actuele informatie. 1.a. Extra middelen jeugd Voor de jeugdhulp had het ministerie voor de jaren 2019, 2020 en 2021 extra middelen beschikbaar gesteld en aanvullend onderzoek aangekondigd naar de hoogte van een passend budget. Onder voorwaarden mochten deze incidentele middelen structureel geraamd worden. Dit hebben wij toegepast (€ 1 mln per jaar). Inmiddels blijkt uit het AEF-rapport dat gemeenten structureel 1,6 tot 1,8 miljard euro meer nodig hebben voor jeugdzorg dan ze daarvoor van het rijk krijgen. Voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg is door het rijk inmiddels voor 2021 ruim € 600 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Het nieuwe kabinet beslist over eventuele structurele verhoging van de inkomsten voor gemeenten. In de meerjarenprognose wordt voorzichtigheidshalve geen rekening gehouden met een (extra) structurele verhoging van inkomsten voor jeugdhulp. 1.b. Herijking gemeentefonds De herijking gemeentefonds is op het moment van opmaken van deze kadernota nog niet definitief vastgesteld. In februari 2021 zijn de voorlopige effecten bekend gemaakt. Doorrekening laat voor Barneveld een positieve bijstelling van 36 euro per inwoner zien.

Rekening houdend met een ingroeimodel, betekent dit een structureel voordeel van 9 ton in 2023, oplopend tot ruim 2 miljoen in 2025. Het is niet de verwachting dat besluitvorming over deze herijking op korte termijn zal plaatsvinden. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) inmiddels om een nadere toelichting gevraagd, alvorens tot een advies te kunnen komen. Deze informatie is er naar verwachting in juni. Mocht dit het geval zijn, dan informeren wij de raad bij de bespreking van de kadernota. In het najaar wordt het voorstel ook aan de VNG ter consultatie voorgelegd. De verwachting, op basis van informatie van BZK, is dat de herverdeling per 1 januari 2023 wordt gerealiseerd en dat geen grote verschuivingen ten opzichte van de huidige voorgestelde verdeling zullen plaatsvinden. In deze kadernota zijn voorzichtige aannames gedaan ten aanzien van de herijking en is 50% van de ingroei verwerkt (450k in 2023, 450k in 2024 en 180k in 2025). 2. Indexatie subsidies aan sociaal maatschappelijke en culturele instellingen Sinds de Kadernota 2016-2019 is bepaald om jaarlijks te bezien of er ruimte voor compensatie is voor de loonontwikkeling bij de gesubsidieerde sociaalmaatschappelijke en culturele instellingen. De kosten hiervan bedragen ca. € 60.000. Deze kosten zijn meegenomen.

Net als in de voorgaande jaren, is voor de latere jaren in de meerjarenraming geen aanvullende compensatie geraamd (2023 en verder). Jaarlijks wordt bezien wat de becijferde compensatie bedraagt en of er ruimte is voor compensatie. 3. Tariefontwikkeling belastingen en tarieven (inflatie)

3

Sinds de Kadernota 2016-2019 is gewerkt met het vijfjaarsgemiddelde inflatiecijfer, afgerond op een kwartprocent. Hiervoor worden de cijfers van het CBS gebruikt voor de achterliggende jaren en de CPB verwachting voor het lopende jaar. Dit resulteert voor nu in een ontwikkeling van 1,5%, dat wij als uitgangspunt hanteren voor de jaren 2022-2025. Dit is 0,25% hoger dan de waarde waarmee rekening is gehouden in de Programmabegroting 2021. 4. Toevoegen van de jaarschijf 2025 a. De inkomsten van de gemeente nemen toe als gevolg van de groei van de gemeente; b. De vrijval van kapitaallasten in 2025 wordt onder andere ingezet ten behoeve van de vervangingsinvesteringen; c. De belastingen worden, zoals gebruikelijk, verhoogd gelijk aan het gemiddelde inflatiepercentage (zie ook punt 3); 5. Beleidstoevoegingen In deze kadernota zijn alleen (structurele en incidentele) beleidstoevoegingen opgenomen voor zover deze al zijn besloten door de raad, onontkoombaar zijn of al 'in de pipeline' zitten. Er is dus geen 'echt nieuw' beleid opgenomen. De beleidstoevoegingen treft u financieel uitgewerkt aan in bijlage 1 en worden in de toelichting op het financieel meerjarenperspectief en in de betreffende programma's beknopt toegelicht. De incidentele beleidstoevoegingen worden nog heroverwogen in de Programmabegroting.

In bijlage 1 zijn incidentele opbrengsten uit bijvoorbeeld grondverkopen of grondexploitaties niet meegenomen. 6. Aanvullende maatregelen In het memo Proces totstandkoming Kadernota 2022-2025 hebben wij aangegeven dat, om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen, naast bezuinigingsvoorstellen ook inkomstenverhogende voorstellen uitgewerkt kunnen worden. Gekozen is voor maatregelen die het voorzieningenniveau voor de inwoners, bedrijven en toeristen in de gemeente zoveel mogelijk ontzien. De organisatie krijgt daarentegen een stevige opgave om met voorstellen te komen om te temporiseren en/of efficiencyvoordelen te behalen. Gelet op de in gang gezette ontwikkelingen en gewekte verwachtingen, vinden wij stagnatie hiervan onwenselijk. Ook willen wij een betrouwbare partner in de regio zijn. Bovendien willen wij op dit moment geen keuzes maken met fundamentele gevolgen, zoals sluiting/opheffing van voorzieningen. Liever nemen we tijd om een integrale afweging te maken over wat voor een gemeente Barneveld moet zijn. En betrekken we onze inwoners hierbij. Om vervolgens een gefundeerde afweging te kunnen maken. Om dit mogelijk te maken en de tijd en ruimte hiervoor te creëren, vinden wij een lichte verzwaring van de lastendruk verantwoord. Zie verder de toelichting op de prognose Meerjarenbegroting.

Prognose van de meerjarenbegroting

Onderstaand treft u een resumerend overzicht van de uitkomsten van de prognose van de meerjarenbegroting aan. Ter vergelijking treft u de meerjarenbegroting aan, zoals die bij de Programmabegroting 2021 is vastgesteld. De actuele prognose van de meerjarenbegroting 2022-2025, treft u nader toegelicht aan in het onderdeel Financieel Meerjarenperspectief 2022-2025. Tabel prognose van de meerjarenbegroting in de Programmabegroting en Kadernota Meerjarenprognose Programmabegroting 2021 Kadernota 2022 - 2025

2022 -1.483 (N) 23 (V)

2023

2024

2025

-2.236 (N) - 1.618 (N) - 1.618 (N) 89 (V) 1.056 (V) 826 (V)

Conclusie Alle jaren laten een sluitende begroting zien.

Doorvertaling naar Programmabegroting

Speerpunten Na vaststelling van de Kadernota door uw raad, werken we de Kadernota uit in de Programmabegroting 2022. Daar waar speerpunten uit de Programmabegroting 2021 ook in 2022 relevant zijn, worden deze ook in de Programmabegroting 2022 opgenomen.

4

LTA Waar sprake is van nieuwe onderwerpen, die als gevolg van de ingezette koers de komende jaren op de agenda komen, worden deze in de Lange Termijn Agenda (LTA) opgenomen. Ook kan de planning van reeds in de LTA opgenomen onderwerpen wijzigen. Een voorstel hiervoor zal eerst in de agendacommissie aan de orde komen. Bespreking van de mutaties in de LTA vindt maandelijks plaats in de agendacommissie. Vervolgens worden deze in de maandrapportage en de LTA verwerkt. De maandrapportage wordt door de raad vastgesteld.

Besluitvorming

Wij stellen u voor: 1. de prognose van de meerjarenbegroting 2022 – 2025, zoals vermeld in het Financieel meerjarenperspectief 2022- 2025, conform de geformuleerde uitgangspunten, als kader voor de Programmabegroting 2022 vast te stellen; 2. in te stemmen met de voorgestelde beleidstoevoegingen, zoals vermeld op bijlage 1 en deze als kader voor de Programmabegroting 2022 vast te stellen; 3. de gesubsidieerde sociaalmaatschappelijke en culturele instellingen te compenseren voor loonontwikkeling voor 2022. De kosten hiervan bedragen ca. € 60.000; 4. in te stemmen met maatregelen, zoals vermeld in de prognose Meerjarenbegroting 2022-2025 en toegelicht (zie de toelichting van regel 12) als kader voor de Programmabegroting 2022; 5. de verhoging van de OZB als eerste te heroverwegen bij extra verhoging van inkomsten voor gemeenten van het Rijk.

Financieel Meerjarenperspectief 2022-2025 Prognose Meerjarenbegroting 2022-2025 t.o.v. de Programmabegroting 2021

Het structurele beeld van de Programmabegroting 2021 presenteerde voor 2022 een tekort van € 1.483.000 oplopend tot € 1.618.000 in 2024. De voorliggende Kadernota 2022-2025 sluit per saldo met een overschot van € 23.000 voor 2022 oplopend tot € 1.056.000 in 2024 en € 826.000 in 2025. Dit betekent dat per saldo de uitkomst een aanpassing voor 2022 kent ter grootte van € 1.506.000 oplopend tot € 2.244.000 in 2025. Onderstaande prognose geeft de structurele mutaties aan ten opzichte van de meerjarenbegroting zoals die is opgenomen in de Programmabegroting 2021. Alle positieve getallen betekenen een verbetering van het begrotingsresultaat en alle negatieve getallen zijn een verslechtering. Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is gebruik gemaakt van de informatie en data die beschikbaar waren medio april 2021. Op basis van deze informatie zijn aannames gehanteerd om inschattingen te maken voor 2022-2025. Wij zullen in de Programmabegroting 2022 de meest actuele informatie verwerken.

Prognose Meerjarenbegroting 2022-2025 bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbegroting A) Begrotingsbeeld Programmabegroting 2021 Mutaties lasten 01. Structurele mutaties o.b.v. raadsbesluiten Begrotingsresultaat t/m raad van 30 april B) Mutaties t.o.v. voorgaand jaar Mutaties lasten 02. Sociaal domein 02a. Extra benodigde middelen jeugd (prognose volume) 02b. Loon/prijsindexatie 2021 3,1% 02c. Saldo vervallen en bijkomende uitgaven Jeugd woonplaatsbeginsel 02d. Reeds opgenomen voordeel woonplaatsbeginsel in meerjarenbegroting 03. Vervangingsinvesteringen en bedrijfsmiddelen 04. Vrijval afschrijvingen 05. Rente 06. Compensatie soc/cult instellingen

Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

- 1.483

- 2.235

- 1.617

- 1.617

- 679 - 2.161

- 2.914

- 2.295

- 2.295

- 1.200 - 700 6.900 - 400 - 215 180 - 57 - 60

5

07. Beleidstoevoegingen structureel 08. Groei-voor-groei

- 663

15

- 135

- 582 - 100

Totaal mutaties lasten

3.877

15

- 135

- 774

Mutaties baten 09. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds 09a. Compensatie loon/prijsindexatie jeugd 09b. Minder inkomsten woonplaatsbeginsel 09c. Effect herijking gemeentefonds

199 600 - 6.000

49

pm

pm

450

450

180

34 3.474

34 271

34

160 203

Totaal mutaties baten

- 1.693

804

484

543

C) Saldo mutaties jaarschijf

1.505

819

349

- 231

D) Resultaat mutatie jaarschijven cumulatief

1.505

2.324

2.673

2.442

23

89

1.056

826

10. Groei gemeente 11. Tariefsontwikkeling belastingen (inflatie) 12. Maatregelen 2022

Prognose resultaat per begrotingsjaar

Toelichting op de prognose Meerjarenbegroting

Regel 1. Structurele mutaties o.b.v. raadsvoorstellen (inclusief de maandrapportage) De gewijzigde budgetten vanuit de maandrapportages en separate raadsvoorstellen tot en met de maandrapportage maart 2021 zijn in dit meerjarenperspectief meegenomen. In totaliteit bedraagt dit € 678.500 aan gewijzigde budgetten.

Thuiswerkregeling Ruilovereenkomst Spirit Flying Bikes, kapitaallasten voorbereidingskrediet Uitbreiding AED netwerk Oddv Up 2021 Uitbreiden rijwielstalling Hogere gunning maaibestek Bijdrage VGGM

2022 -230 -4 -57 -7 -86 -7,5 -131 -156 - 679

Regel 2. Sociaal Domein Jeugd (gecombineerd met regel 9a en 9b) Eind 2020 is geconstateerd dat er structureel extra middelen jeugd (prognose volume) nodig zijn, de doorwerking van deze extra middelen ad € 1,2 mln zijn opgenomen in deze kadernota. Verder moet er binnen het sociaal domein rekening worden gehouden met de loon- en prijsindexatie. Deze is voor 2021 vastgesteld op 3,1% en resulteert in een extra structurele last van € 700.000. Deze lasten worden (deels) gecompenseerd voor een bedrag van € 600.000 (in de tabel opgenomen onder 9a). In 2022 zal in de regelingen het uitgangspunt 'woonplaatsbeginsel' worden aangepast, de gemeente is dan niet meer 'financieel verantwoordelijk' voor kinderen die in de gemeente wonen, maar van oorsprong niet uit Barneveld komen. Om dit in kaart te brengen zijn deze kosten geïnventariseerd, basisjaar 2020. Dit betekent dat de gemeente Barneveld € 6,9 mln minder kosten heeft, als gevolg van kinderen die niet van oorsprong uit Barneveld komen. Daar staat tegenover dat de inkomsten jeugd ook € 6 mln lager zijn (landelijke herverdeling jeugdgelden, opgenomen onder 9b in de tabel). Het financieel nadeel wordt € 900.000 kleiner als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Voor € 400.000 was hier in de begroting 2021-2024 al rekening mee gehouden (regel 2d). Regel 3.

Vervangingsinvesteringen en bedrijfsmiddelen Ter dekking van de reguliere vervangingsinvesteringen (bedrijfsmiddelen e.d.) is rekening gehouden met een niveau tot een bedrag van € 215.000 per jaar aan afschrijvingslasten in 2025. Regel 4. Vrijval afschrijvingslasten In de hiervoor opgenomen meerjarenprognose zijn slechts wijzigingen c.q. aanvullingen ten opzichte van de prognose uit de Programmabegroting 2021 opgenomen. De aanvulling heeft betrekking op het jaar 2025. Dit als gevolg van de toevoeging van de jaarschijf 2025 bij deze kadernota. Jaarlijks is er een aantal activa volledig afgeschreven. De betreffende jaarlijkse afschrijvingslasten vallen het jaar erop vrij in het meerjarenperspectief.

6

Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 180.000. Regel 5. Rente Op basis van de kapitaalbehoefte wordt de mutatie van de bijbehorende rentelasten verwerkt. Dit is een saldo van stijgende rentelasten als gevolg van beleidstoevoegingen (investeringen) en een daling van rentelasten als gevolg van vrijval van activa als gevolg van afschrijvingen. Regel 6. Aanpassing subsidies sociaal maatschappelijke en culturele instellingen Zie uitgangspunt 3. De kosten hiervan bedragen € 60.000. Net als in de voorgaande jaren, is voor de latere jaren in de meerjarenraming geen aanvullende compensatie geraamd (2023 en verder). Jaarlijks wordt bezien wat de becijferde compensatie bedraagt en of er ruimte is voor compensatie. Regel 7. Beleidstoevoegingen 2022-2025 t.o.v. Programmabegroting 2021 In bijlage 1 worden de beleidstoevoegingen uiteengezet. Het gaat hierbij om aanvullingen ten opzichte van de Programmabegroting 2021. Daarbij zijn voor de volledigheid ook de beleidstoevoegingen opgenomen waartoe door de raad al in een eerder stadium is besloten. In het memo 'Proces totstandkoming Kadernota' is aangegeven dat onderscheid gemaakt wordt in onontkoombare en wenselijke beleidstoevoegingen. Bij de uitgangspunten voor de prognose Meerjarenbegroting is aangegeven dat alleen beleidstoevoegingen zijn opgenomen die al zijn besloten door de raad, onontkoombaar zijn of al 'in de pipeline' zitten.

Er is dus geen 'echt nieuw' beleid opgenomen. De voorgestelde beleidstoevoegingen met structurele lasten betreffen: Bijdrage regio Foodvalley GVVP 2022-2025 (vaststelling in 2021) Herinrichting Apeldoornsestraat Ongediertebestrijding (eikenprocessierups) Samenwerking Jeugdhulpregio Foodvalley (2022-2025) Automatisering (softwareonderhoud) De incidentele beleidstoevoegingen, opgenomen in de tweede tabel van bijlage 1, worden gedekt uit de incidentele middelen, zonodig aangevuld vanuit de algemene reserve. Dit betreffen de volgende onderwerpen: Digitale dienstverlening 2022 (o.a. inhuur expertise en trainingen) Informatievoorziening Gebiedsregisseurs Energiecoach Veiligheidsmonitor 2022 Regel 8. Groei-voor-groei De gemeente Barneveld is een groeiende gemeente. In de financiële meerjarenbegroting is reeds rekening gehouden met de toenemende inkomsten van de gemeente vanuit de algemene uitkering en de OZB. De toenemende areaaluitbreiding en het toenemende beroep op onze dienstverlening vraagt om groei van reguliere budgetten. Om het voorzieningenniveau mee te kunnen laten groeien is een jaarlijks bedrag van € 100.000 meegenomen in het meerjarenperspectief. Regel 9. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds Voor de gemeente Barneveld loopt de ontwikkeling van de algemene uitkering in de periode 2022-2025 op tot zo’n € 1,7 miljoen.

Voor de raming van de uitkering van het gemeentefonds is voor de kadernota aangesloten bij de decembercirculaire 2020. In de meerjarenprognose is alleen de mutatie meegenomen, dat wil zeggen alleen de verwerking van de decembercirculaire. Regel 9a. Compensatie loon/prijsindexatie jeugd zie toelichting bij regel 2. Regel 9b. Inkomsten woonplaatsbeginsel zie toelichting bij regel 2. Regel 9c. Effect herijking gemeentefonds Voor het meerjarenperspectief wordt voor de herverdelingseffecten voorlopig 50% aangehouden. Zie uitgangspunt 1b. We gaan bij deze raming uit van 60.000 inwoners. Regel 10. Groei gemeente Door toename van het aantal woningen (meerjarig 500 woningen) en het per saldo stijgende inwoneraantal

7

zullen de jaarlijkse inkomsten stijgen. Dit is voor 2025 geraamd op € 160.000 per jaar. Regel 11. Tariefontwikkeling belastingen en tarieven (inflatie) In het meerjarenperspectief is een verhoging voor de jaren 2022-2025 met een jaarlijkse 1,50 % opgenomen ter compensatie van de inflatie. Zie uitgangspunt 3. Het bedrag is € 202.800. Voor de jaren 2022-2024 is hier de mutatie opgenomen t.o.v. de Programmabegroting 2021. Regel 12. Maatregelen 2022 Om het meerjarenperspectief sluitend te krijgen is € 3,5 mln. aan bezuinigingsmaatregelen opgenomen. Hieronder is de totaallijst opgenomen van alle bezuinigingen.

1. Incidentele begrotingsruimte 2. Trainingen binnen sociaal domein 3. Toerekening kosten aan projecten 4. Onderhoud buitenruimte 5. Organisatie: a. Kostenbewustzijn b. Meer met minder als creatieve uitdaging c. Projectmatig werken 6a. Oostelijke rondweg 6b. Infrastructurele maatregelen (oa Westelijke rondweg) 7. Verhogen inkomsten - Verhoging leges huwelijken - Verhoging OZB - Verhoging forensenbelasting (1%) - Hondenbelasting - Verhoging leges bij legalisatie nav handhavingszaken - Kabels en leidingen 8. Business cases

2022 250 18 60 95

2023

525 578 300 1.000 300 15 141 10 35 100 48 3.474

271

PM 271

Hieronder is de toelichting voor de voorgestelde maatregelen opgenomen. 1. Incidentele begrotingsruimte In de begroting is structureel een bedrag van € 350.000 opgenomen ter dekking van incidentele uitgaven (dynamische begroting). Dit bedrag is te verdelen in een post van €100.000, die volgens de BBV verplicht is als post onvoorzien, en het deel van € 250.000 waar gedurende het jaar incidentele tegenvallers (en soms ook meevallers) worden verwerkt. Deze maatregel stelt voor het dynamische deel van 250.000 euro op te heffen. Naast de financiële consequentie past deze maatregel ook bij de wens aanpassingen te doen aan de informatievoorziening in de planning & control cyclus, zoals in het raadsrapporteursrapport Maandrapportages naar voren komt. 2. Trainingen binnen sociaal domein De gemeente faciliteert o.a. trainingen voor aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling. De maatregel betreft een budgetverlaging, waarbij we van maatschappelijke partners een eigen bijdrage vragen. 3. Toerekening projecten De kosten van investeringsprojecten en grondexploitaties bestaan uit directe en indirecte kosten. Directe kosten zijn kosten die direct aan het project te relateren zijn. Indirecte kosten zijn kosten die niet direct aan een project te linken zijn, maar hier wel aan bijdragen. Voorbeelden hiervan zijn kosten voor ondersteuning zoals administratie of communicatie.

Inventarisatie laat zien dat meer specifieke directe kosten aan projecten kunnen worden toegerekend. 4. Werkzaamheden buitenruimte Voor verschillende onderdelen in de buitenruimte zal kritischer worden beoordeeld of actie noodzakelijk is. Te denken valt aan belijning wegen en fietspaden, onderhoud fonteinen, vijvers en het beperken van bomeninspecties tot het wettelijke minimum. 5. Organisatie

8

De organisatie is in beweging. Deze beweging is terug te zien in digitalisering, thuiswerken en plaats- en tijds onafhankelijk werken. Ook het onderzoek naar de organisatie die het toekomstige Barneveld faciliteert, past hierin. Deze beweging vraagt aan de ene kant om investering. Investeringen in mensen en middelen. Tegelijkertijd kan deze beweging ook (financieel) positieve gevolgen hebben. De organisatie heeft met onderstaande maatregelen een drieledige opgave te vervullen, te weten kostenbewustzijn, meer met minder als creatieve uitdaging en projectmatig werken. 5a Kostenbewustzijn Met deze maatregel als onderdeel van de organisatiemaatregelen kijken we gemeentebreed naar de kosten. Deze kosten zijn een grote post in de begroting. Het is dan ook heel gezond om het kostenbewustzijn nog meer te versterken. Wat in het verleden wellicht een vanzelfsprekende uitgave was, kan in de nieuwe werkelijkheid tot andere afwegingen leiden. De organisatie ziet het als haar verantwoordelijkheid om de komende jaren extra kritisch naar de uitgaven te kijken en op zoek te gaan naar verdere besparingen. Dat is geen eenvoudige opgave. Ook omdat hier de afgelopen jaren al regelmatig naar is gekeken. Bij mogelijke besparingen valt te denken aan minder kosten door andere manieren van werken, maar ook een herbeoordeling van uitgaven als abonnementen, cursussen, advieskosten enz.

De organisatie committeert zich aan deze opgave en zal in de periode 2022-2025 in detail invulling geven aan deze maatregel. 5b Meer met minder als creatieve uitdaging We willen onze dienstverlening continu verbeteren tegen een redelijke prijs. Ook dwingen de financiële opgaven ons om kritisch te kijken naar onze werkprocessen om deze daar waar mogelijk nog slimmer en efficiënter in te richten. Dat vraagt ook een investering. Wij geven een stevige impuls aan de organisatie om de basis en ondersteunende systemen op orde te brengen. Met kracht zetten we de digitalisering door en ook het zaak- en procesgericht werken gaan de komende jaren effecten laten zien. Al deze investeringen hebben in eerste instantie als doel om onze dienstverlening verder te verbeteren. We zoeken de verbinding en willen daarbij ook in persoonlijk contact aanspreekbaar zijn. Tegelijkertijd zijn wij er van overtuigd dat op deze manier het werk nog slimmer en efficiënter kan worden georganiseerd. Met andere woorden: de kosten gaan voor de baten uit. Om die reden zijn wij terughoudend met het structureel invullen van alle vacatureruimte. Op onderdelen maken we een pas op de plaats of vullen functies voor nu tijdelijk in. Hierdoor ontstaat aan de ene kant op korte termijn financiële ruimte en op de langere termijn meer flexibiliteit en wendbaarheid.

5c Projectmatig werken De gemeente Barneveld heeft een hoog ambitieniveau en heeft veel projecten onderhanden. Door strakker beheer van projecten en bijbehorende werkzaamheden vooraf en door de planning van deze projecten in verhouding te brengen met de beschikbare capaciteit van de organisatie (zowel directe als indirect) kan ervoor worden gezorgd dat projecten en bijbehorende werkzaamheden worden gerealiseerd en deadlines, zoals afgesproken en ondermeer aangegeven in de Lange Termijn Agenda (LTA), worden behaald binnen de daarvoor beschikbare middelen. Voor realistische uitvoering van deze maatregel zijn duidelijke afspraken en kaders vooraf noodzakelijk. 6 In de vastgestelde begrotingen zijn stelposten opgenomen voor de Oostelijke rondweg en voor infrastructurele maatregelen. Het betreft hier stelposten voor kapitaallasten. 6a Oostelijke rondweg In 2017 is besloten in de structurele begroting een stelpost op te nemen voor de Oostelijke rondweg van 380.000 euro. Deze stelpost is met ingang van 2020 verhoogd naar 1 mln euro. Reden was om alvast rekening te houden met de structurele lasten van de rondweg. Doordat deze kapitaallasten zich in werkelijkheid (nog) niet voordoen, viel deze stelpost jaarlijks terug naar de algemene reserve.

De voorgestelde maatregel in deze kadernota houdt in dat de structurele dekking van de kapitaallasten zal starten het jaar nadat de investering is gerealiseerd en de kapitaallasten in de staat van baten en lasten moet worden verwerkt. Dit zal zijn als de rondweg is gerealiseerd. De verwachting is dat dit niet voor 2026 het geval is. De kapitaallasten worden derhalve vanaf 2027 structureel opgenomen. Deze maatregel heeft geen invloed op de voorbereidingen van de Oostelijke Rondweg, noch op de beschikbaar gestelde gelden ten behoeve van het voorbereidingskrediet. 6b Infrastructurele maatregelen In de begroting 2021-2024 is een structurele beleidstoevoeging vanaf 2022 opgenomen van 300.000 euro. Het betreft hier een stelpost voor structurele dekking voor kapitaallasten voor o.a. de Westelijke rondweg en spoorse doorsnijding Nijkerkerweg. Deze structurele lasten worden echter pas gerealiseerd (een jaar nadat) de investeringen zijn gerealiseerd. De verwachting is dat dit niet voor 2026 het geval is en dus vanaf 2027 structureel moeten worden opgenomen. Deze maatregel stelt voor de stelpost op te nemen in het

9

betreffende jaar, zijnde 2027. 7. Inkomsten In het pakket van maatregelen zijn ook inkomstenverhogingen meegenomen (exclusief inflatie, zoals genoemd in uitgangspunt 3). Voor de specificatie per onderwerp wordt verwezen naar de tabel. De verhoging OZB betreft een verhoging van 2% voor woningen in 2022 en een verhoging van 2% voor woningen en niet-woningen in 2023. De forensenbelasting gaat in deze maatregel met 1% omhoog vanaf 2022. De hondenbelasting wordt in 2022 verhoogd met 20%. Dit is circa €10 per hond. Verder worden de leges voor legalisatie naar aanleiding van handhavingszaken verhoogd, waardoor deze kostendekkend worden. Het betreft hier vaak tijdrovende dossiers. 8. Businesscases Voor uiteenlopende onderwerpen wil het college business cases uitvoeren. Het doel van deze business cases is de bewuste afweging van opbrengsten en kosten (beleidsmatig en financieel) van keuzes. Voorbeelden van business cases zijn onderwerpen op het gebied van uitbesteden/zelf doen en samenwerkingsvormen (bijvoorbeeld belastingen ). De verwachting is dat door afwegingen en heroriëntatie op onderwerpen, de organisatie doelmatiger zal zijn. Los van de bijdrage die deze business cases als maatregel opleveren, wil het college dat de organisatie onderwerpen op deze manier benadert.

Programma's 1. Participatie & Ondersteuning

Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Het gaat in het sociaal domein om (het groeien naar) zelf- & samenredzaamheid en om (kunnen) meedoen. Dit is dus niet beperkt tot jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en bijstand & re-integratie. Ook voor- en vroegschoolse educatie, sporten & bewegen, schuldhulpverlening en culturele activiteiten behoren tot het sociaal domein. Daarbij streven we naar een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, waarin mensen zich met elkaar verbonden weten en samen redzaam zijn. En we zorgen voor een professioneel vangnet. Eigen verantwoordelijkheid en samenredzaamheid van inwoners staan hierbij voorop. Zo nodig draagt de gemeente zorg voor een vangnet van ondersteunende voorzieningen (zelf-samengemeente).

Groeien naar zelfstandigheid

Jeugdhulp De verwachting is dat de jeugdhulp de komende jaren een realistisch kostenniveau gaat bereiken dankzij transformatie, het nieuwe woonplaatsbeginsel en extra rijksmiddelen (op basis van het AEF-rapport). Zoals het er nu uitziet zal 2022 het eerste jaar zijn waarin deze drie (geambieerde) ontwikkelingen tegelijkertijd in werking gaan treden: Transformatie levert sinds 2019 een positief effect en is geïntensiveerd per 2021. Het woonplaatsbeginsel wordt per 2022 aangepast en heeft als gevolg dat het financieel nadeel voor de gemeente kleiner wordt. Er zijn eindelijk toezeggingen voor extra rijksmiddelen (610 miljoen) voor jeugdhulp (voor 2021). Vanaf 2022 zullen de effecten van het woonplaatsbeginsel en AEF-rapport zichtbaar zijn. Aan de hand daarvan kan worden geconcludeerd of het nu tot nu toe geprognosticeerde kostenniveau een realistisch kostenniveau is en in hoeverre dit in verhouding staat tot de rijksmiddelen. Aan de hand daarvan kan worden toegewerkt naar een financieel stabieler stelsel. Transformatiemedewerker Jeugd De landelijke transformatiemiddelen (Zorg voor de Jeugd) waaruit de transformatiemedewerker Jeugd wordt bekostigd, zijn toegekend voor 2019, 2020 en 2021. Na 2022 is er geen dekking voor de transformatiemedewerker die de afgelopen jaren een grote rol heeft gespeeld in de behaalde transformatieresultaten binnen de jeugdhulp.

Daarmee zijn transformatie-effecten bereikt die de kostengroei fors hebben gedempt. Om ook zeker te zijn van blijvende demping van de kostengroei na 2022, wordt er structureel een transformatiemedewerker Jeugd toegevoegd.

10

Toename samenwerking Jeugdhulpregio Foodvalley De reikwijdte van de regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp is toegenomen. Landelijk is er een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vastgesteld, waarin is opgenomen dat jeugdregio’s de samenwerkingsafspraken duurzaam vastleggen. Daarbij is een aantal richtinggevende normen meegegeven die regionaal en bovenregionaal moeten worden georganiseerd. Deze normen zijn betrokken bij de herijking van de governance jeugdhulpregio FoodValley. De regiogemeenten zijn uitgekomen op een toegenomen takenpakket met basisactiviteiten en activiteiten die wettelijk verplicht zijn. Deze activiteiten betekenen een verhoging van het regionale budgettair kader en de beleidscapaciteit. De totale kosten zijn toebedeeld aan regiogemeenten door toepassing van een verdeelsleutel op basis van macrobudget. De gemeente Barneveld draagt 19,1% van het toegenomen budgettair kader (93.658) en (regionale) beleidscapaciteit (54.950). Effecten van Corona De komende jaren staan in het teken staan van herstel van de coronacrisis, waarbij het relevant is om de negatieve gevolgen van corona aan te pakken en alle kinderen en gezinnen een duurzaam perspectief te geven. Daarbij is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren in samenwerking met scholen en maatschappelijke organisaties.

Meedoen naar vermogen

Arbeidsmarkt en werkgelegenheid De arbeidsmarkt verandert en de mismatch tussen vraag en aanbod neemt toe. Door de effecten van corona op de arbeidsmarkt worden we mogelijk geconfronteerd met nieuwe doelgroepen, zoals ondernemers. Het is lastig inschatten of een groter aantal inwoners afhankelijk zal zijn van een bijstandsuitkering en ondersteuning bij re-integratie. Waar nodig passen we onze lokale en regionale instrumenten aan en versterken we de samenwerking met werkgevers en onderwijs, o.a. met inzet van de Perspectief op Werk middelen en het Regionaal Mobiliteitsteam. Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente het BUIG-budget en re-integratiemiddelen (algemene uitkering Sociaal Domein). Deze worden aangevuld met inkomsten uit terugvordering en verhaal. Deze budgetten zijn de afgelopen jaren onvoldoende gebleken om de huidige ondersteuning voort te zetten. Daardoor zullen mogelijk keuzes gemaakt moeten worden binnen de ondersteuning die vanuit re-integratie wordt ingezet. Armoede en schulden We bevorderen maatschappelijke participatie onder inwoners, ook bij inwoners met een kleine beurs. Bovendien zullen naar verwachting meer inwoners geconfronteerd worden met armoede en schuldenproblematiek en hieraan verbonden problemen vanwege de coronacrisis.

Het is van belang deze inwoners vroegtijdig in beeld te krijgen en te wijzen op het ondersteuningsaanbod (bijvoorbeeld bij het regelen van de schulden of minimaregelingen ter bevordering van de maatschappelijke participatie). Wet inburgering 2022 Vanaf 1 januari 2022 treedt de Wet Inburgering 2021 inwerking. De gemeente krijgt daarmee de regie op de uitvoering van de inburgering. Dit is een forse uitbreiding van de huidige taken en verantwoordelijkheden. Het nieuwe stelsel heeft als doel dat iedereen meedoet, het liefst door middel van (betaald) werk. De gemeente ontvangt vanuit Rijksoverheid middelen voor de uitvoering van de Wet Inburgering (structurele uitvoeringskosten) en middelen voor de inburgeringsvoorzieningen, zoals de leerroutes (specifieke uitkering). De beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoeringskosten van de Wet Inburgering 2021 zijn vooralsnog toereikend om de taken behorende bij de 'kale' wetsopdracht uit te kunnen voeren. Eind 2020 is een pilot financieel ontzorgen van statushouders gestart, waarbij statushouders ondersteuning krijgen van een budgetcoach. Op basis van ervaringen van deze pilot wordt bekeken hoe extra ondersteuning bovenop de wetsuitleg (financieel) vormgegeven kan worden. Hiervoor zijn mogelijk aanvullende middelen nodig. Een evaluatie van de pilot volgt in het derde kwartaal van 2021.

Indien de ingeschatte verdeling per leerroute er anders uit komt te zien, bijvoorbeeld omdat er meer asielstatushouders instromen in de duurdere 'onderwijsroute', dan is het Rijksbudget mogelijk niet toereikend. Wij zullen deze instroom blijven monitoren. Verder bestaat de 'zelfredzaamheidsroute' uit 800 uur taalonderwijs en 800 uur participatie-activiteiten. De beschikbaar gestelde middelen zullen voorzien in de kosten voor 800 uur taalonderwijs. Er blijft een beperkt budget over voor de activiteiten gericht op participatie. Wij zijn voornemens om de 800 uur participatie-activiteiten te combineren met trajecten in het kader van de Participatiewet. Dit ontwikkelen wij in het najaar van 2021.

11

Doordecentralisatie van Beschermd Wonen Beschermd wonen wordt in 2022 gedecentraliseerd naar alle gemeenten. Vanaf 2023 worden de middelen voor Beschermd Wonen herverdeeld en gaan deze van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Voor de gemeente Barneveld zijn de landelijke ontwikkelingen vanaf 2023 vooral van belang. De toegang tot beschermd wonen hebben we immers al lokaal georganiseerd. Voorbereidend op de decentralisatie worden in 2021 regionale afspraken gemaakt in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Hierbij gaat het over de wijze waarop na de decentralisatie regionaal zal worden samengewerkt. Dit betreft onder andere de inkoop van beschermd wonen. Het lijkt ons het meest wenselijk om beschermd wonen gezamenlijk regionaal te blijven inkopen, gezien de schaalgrootte en de variatie van woonvormen in de regio. Sport en cultuur Afgelopen jaar heeft de coronacrisis zijn weerslag gehad op de sport- en cultuursector, wat ten koste ging van de sport- en cultuurparticipatie. Sport- en cultuurvoorzieningen zijn deels gecompenseerd middels de daarvoor beschikbaar gestelde Rijksmiddelen. Er moet nog duidelijk worden hoe lang de coronacrisis doorwerkt op de langere termijn voor sport- en cultuurvoorzieningen. Daarom is het goed om waar nodig en mogelijk te bezien hoe passende ondersteuning kan geboden blijven worden.

Extra aandachtspunten voor de toekomst zijn: Inzetten om het lokale sport- en beweegaanbod (met focus op sportverenigingen en maatschappelijke organisaties met sport- en beweegaanbod) in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. Cultureel ondernemerschap in de cultuursector versterken, ten behoeve van de zelfredzaamheid, slagkracht en duurzaamheid van de culturele infrastructuur. We gaan verder onverminderd door met de realisatie van ambities op het gebied van sport en cultuur, zoals gesteld in het beleidsplan Sociaal Domein.

Samen oud worden

Mensen worden gemiddeld steeds ouder en blijven daarbij gelukkig over het algemeen ook langer vitaal. Met de toename van het aantal ouderen zal in absolute zin toch ook het aantal kwetsbare ouderen toenemen. Om oudere inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen stimuleren we de samenwerking tussen lokale woon-, welzijn- en zorgaanbieders en meer verbinding tussen het medische en het sociale domein. We willen investeren in de wegwijsfunctie voor ouderen, preventie, ondersteuning van mantelzorgers en in laagdrempelige ontmoetings- en bewegingsactviteiten voor senioren. Want meer welZijn leidt tot minder zorg(en). Tegelijkertijd staat de financiële houdbaarheid van WMO-voorzieningen zoals Huishoudelijke Ondersteuning en de Valleihopper onder druk. De landelijk opgelegde verlaging van de eigen bijdrage voor WMO-voorzieningen heeft een aanzuigende werking ten aanzien van het gebruik. Landelijk -of desnoods lokaal- zullen keuzes gemaakt moeten worden om er voor te zorgen dat maatschappelijke ondersteuning beschikbaar blijft voor die inwoners die deze het hardst nodig hebben.

2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid

Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Werken

Naast de geprogrammeerde uitbreidingen van bedrijventerrein Harselaar-Zuid fase 1b, Stroe en Voorthuizen, zal een deel van Harselaar-Zuid fase 2 in ontwikkeling moeten worden gebracht om te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein. Als de Railterminal Barneveld/Foodvalley wordt ontwikkeld als voorziening voor het bestaande (regionale) bedrijfsleven kan enige ruimte geboden worden voor de vestiging van extra aanverwante vormen van bedrijvigheid, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de ontwikkeling van een cluster voor agrofood-bedrijven. Door de economische groei zullen er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voorzien in passend en goed geschoold personeel. Zo werken wij onder andere via het programma Human Capital aan een optimaal functionerende arbeidsmarkt voor zowel werkgevers als werknemers in Regio Foodvalley. Om dit te bereiken willen wij ondermeer een optimale aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt en verbinding tussen het innovatieve Barneveldse bedrijfsleven en jonge talenten uit de regio. Initiatieven als Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) en Barneveld Tomorrow, zijn wenselijk en worden gefaciliteerd.

12

Naar verwachting vindt een verschuiving in koopgedrag plaats naar internet aankopen. Concentratie van winkelgebieden zal naar verwachting nodig blijven om leegstand te voorkomen. Deze noodzaak wordt versterkt door de gevolgen van de Covid-19 pandemie. Extra investeringen in de openbare ruimte met voldoende aandacht voor verkeersaanpassingen en parkeeroplossingen zullen nodig zijn om de winkelgebieden up to date te houden. In de in ontwikkeling zijnde visies voor de centra van Barneveld en Voorthuizen worden deze vraagstukken op een integrale manier benaderd.

Bereikbaarheid en Mobiliteit

Bij mobiliteit zullen de trends en technologische ontwikkelingen een rol gaan spelen in de risicogestuurde- en datagedreven aanpak, zoals het anticiperen op het nieuwe werken en wonen. Basismobiliteit voor jong en oud, voor gezond en kwetsbaar staat hoog in het vaandel. Het afhankelijk worden van het openbaar vervoer of doelgroepenvervoer kan een hoge drempel zijn, terwijl dit goede alternatieven zijn voor de (eigen) auto, net als ‘Automaatje’ en de fiets. Daarnaast gaan we ons best doen om het reisgedrag van onze forenzen te veranderen, met name om de drukte tijdens de spits te ontlasten. Het is sowieso een moeilijke opgave om, na corona, de reiziger terug te krijgen in het openbaar vervoer. In 2021 bieden wij het nieuwe Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) en het GVVPMaatregelenpakket voor 2022 aan, waarin wij aangeven hoe wij -op een slimme, verkeersveilige, duurzame en innovatieve manier - uitvoering willen geven aan onze in- en externe bereikbaarheid en de wensen uit dorpen en wijken. Daarbij vinden we het belangrijk dat wij blijven aangesloten op alle belangrijke bestemmingen in de regio, de provincie en Nederland. Ook vinden wij dat wij de bestaande infrastructuur beter moeten benutten en in prima conditie moeten brengen.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de integrale aanpak van de hoofdwegen in Voorthuizen, in samenhang met de uitwerking van de centrumvisie en doorgaande fietsroute tussen Blankensgoed en Holzenbosch. Voor de aanpak van de hoofdwegen volgt nog een separaat raadsvoorstel, zodra de benodigde bedragen meer inzichtelijk zijn. In 2022 wordt gestart met de integrale aanpak van de Apeldoornsestraat, als uitwerking van de visie op de hoofdwegen.

3. Woon- en Leefomgeving

Wat zijn de prioriteiten de komende jaren? Groei van de gemeente

Koers gemeente De gemeente is de afgelopen decennia gegroeid naar ruim 60.000 inwoners en groeit verder. Barneveld heeft mogelijk de ambitie te groeien naar een gemeente van 80 tot 90.000 inwoners in 2040. Hierbij komt ook nog een mogelijke herindeling met Scherpenzeel. Wat voor gemeente wil Barneveld dan zijn? Op sociaal, ruimtelijk en economisch gebied. Om aan de (landelijke) vraag naar woningen te voldoen, wordt nadrukkelijk ook naar regio’s buiten de randstad gekeken. De gemeente Barneveld vervult hierin een belangrijke functie, in het bijzonder op het terrein van wonen, werken, de agro-keten, recreëren, duurzaamheid en mobiliteit. Het faciliteren van woningbouwopgaven, mobiliteitsopgaven (weg en spoor), de landbouw- en de energietransitie en de woon- en leefkwaliteit roept steeds luider om het maken van fundamentele keuzes gebaseerd op een integrale afweging over de fysiek-ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. De komende tijd staat de raad dan ook stil bij de vraag óf de gemeente moet blijven groeien en, zo ja, hoe omvangrijk die groei moet zijn, wat daarvan de consequenties zijn en hoe die moet worden gefaciliteerd. Om zo weloverwogen richting te kunnen geven aan de koers van de gemeente, waarbij ook de doelen vanuit het Sociaal Domein ondermeer vertaald worden naar inhoudelijke keuzes over (mogelijke) ontwikkellocaties.

Ook speelt de vraag welke rol Barneveld wil spelen in de regio, zowel in Foodvalley als Amersfoort. Een gemeente van rond de 90.000 inwoners schept verplichtingen om van meerwaarde te zijn voor de eigen gemeente én voor de regio. Heroriëntatie organisatie Tegelijkertijd staat de ambtelijke organisatie vanuit die ambitie aan de vooravond van een gerichte verandering de komende jaren. We groeien van servet naar tafellaken. Of van Veluws dorp naar een zelfbewuste regionale partner. Het vraagt een zorgvuldige heroriëntatie op de organisatie om deze robuust en toekomstbestendig te maken. Hierbij willen wij ook beoordelen of de huidige governance en wijze van organiseren aansluit bij onze ambities. De organisatie staat niet stil, maar is continu in ontwikkeling. Op basis van de organisatievisie ‘Blij

13

met Barneveld” wordt ingezet op andere manieren van werken die beter aansluiten bij de wensen en eisen van onze omgeving. Er worden veel zaken opgepakt. Door middel van vernieuwende organisatievormen, werkwijzen, ondersteunende systemen en een gewenste houding en gedrag wordt gewerkt aan een organisatie die klaar is voor de toekomst. De ontwikkelingen vragen om een herijking en een afweging of de juiste zaken worden opgepakt. Groeiplan In 2022 komen veel van bovengenoemde zaken, waaraan we de afgelopen jaren met elkaar werkten, bij elkaar. Deze ontwikkellijnen bundelen we in een nog te maken groeiplan dat we voor de begroting aan de gemeenteraad aanbieden en dat de verdere ontwikkeling van Barneveld beschrijft. We schetsen een beeld van het proces om te komen tot de toekomstige gemeente, met een uitvoeringsagenda. Daarbij haken we aan op het traject van de Omgevingsvisie. In de financiële meerjarenbegroting is reeds rekening gehouden met de toenemende inkomsten van de gemeente vanuit de algemene uitkering en de OZB. De toenemende areaaluitbreiding en het toenemende beroep op onze dienstverlening vraagt om groei van reguliere budgetten. Om het voorzieningenniveau mee te kunnen laten groeien is een jaarlijks bedrag van € 100.000 meegenomen in het meerjarenperspectief. Dit bedrag zal worden aangewend voor de uitvoering van het groeiplan.

Het sluitende meerjarenperspectief in de kadernota biedt de stabiliteit en ruimte om dit traject met elkaar te doorlopen en een doordachte strategie naar de toekomst toe te ontwikkelen.

Aantrekkelijk buitengebied

Het buitengebied staat voor grote opgaven. De transitie die gaat plaatsvinden in de landbouw, de hoge ambities ten aanzien van natuur, de energietransitie en de druk vanuit stedelijk gebied; de lat om het platteland vitaal en aantrekkelijk te houden ligt hoog. Eén opgaaf springt daar bovenuit, omdat die naar verwachting massieve consequenties gaat hebben de komende jaren en dat is de nationale stikstofopgaaf. Door opkoopregelingen en beëindigingsregelingen van de overheid en door aankoop door andere partijen in het kader van externe saldering verdwijnen de komende jaren mogelijk honderden veehouderijbedrijven. Deze optelling van druk, de enorme opgaven, vergt grote inzet zowel financieel als qua menskracht de komende jaren om dit in goede banen te leiden. We willen dat alomvattend, integraal en gebiedsgericht met partners (een passend vervolg op de aanpak Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland) aanpakken voor ons platteland. Daarbij haken we aan op de uitkomsten van het Landbouwperspectief dat het komend jaar in de Foodvalley wordt opgesteld. De omvang van de benodigde inzet hangt af van diverse factoren die nog volop in ontwikkeling zijn, waardoor de financiële gevolgen nog niet bekend zijn en dus nog niet als beleidstoevoeging in deze Kadernota zijn opgenomen.

Omgevingswet

Naar verwachting treedt in de loop van 2022 de Omgevingswet in werking. Deze wet brengt een groot aantal veranderingen met zich mee. De gemeente Barneveld bereidt zich er al jaren op voor. Dit vraagt een aanzienlijk investering. In een Koersdocument hebben we vastgelegd hoe wij in Barneveld invulling willen geven aan de Omgevingswet. Daarbij is aangesloten op onze visie op dienstverlening en op onze kernwaarden: gastvrij, ondernemend, verbindend en wendbaar. De komende jaren leren we geleidelijk hoe we optimaal kunnen werken binnen het nieuwe stelsel, passend bij Barneveld. Daar hoort ook de ontwikkeling bij van nieuw beleid op het gebied van burgerparticipatie. De komende jaren zullen onze burgers en organisaties geleidelijk steeds meer ervaren van het nieuwe stelsel, dat ook aan henzelf meer verantwoordelijkheden toebedeeld en hen meer uitnodigt om initiatief te nemen. Dat zal voor een belangrijk deel langs digitale weg gaan, via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Burgers en organisaties zullen ook daarin thuis moeten raken. Dat betekent dat we onze burgers en organisaties actief en doelgroepgericht willen informeren over de komende veranderingen en wat dit betekent voor de manier waarop de contacten met de gemeente verlopen.

Omgevingsvisie

14

Aanvullende ruimteclaims in het buitengebied leiden tot extra druk op schaarse grond. We staan voor de grote uitdaging om de schaarse ruimte zuinig te gebruiken op basis van integrale afwegingen en kansen te bieden aan innovatief dubbelgebruik voor natuur en landschap, recreatie, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Deze afweging maken we in de op te stellen Omgevingsvisie. Op grond van de Omgevingswet moeten gemeenten in 2024 over een operationele Omgevingsvisie beschikken. In maart 2021 heeft de raad 11 vertrekpunten vastgesteld als richtinggevend kader hiervoor. Momenteel ligt de focus op de ontwikkelings- (en eventuele groei)opgaven die we voorzien. In de Hoofdlijnennotitie worden meerdere scenario’s uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven wat de consequenties zijn voor Barneveld met als doel richting te kunnen geven. De uitkomst van de besluitvorming hierover vormt een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. We beginnen dus vanuit het bestaande beleid, vullen dit aan met toekomstige opgaven, ook gevoed door regionale ontwikkelingen. Dit werken we uit in scenario’s en kaderstellende uitspraken. We combineren dit met ideeën uit de samenleving. Daarvoor houden we thematische en gebiedsgerichte bijeenkomsten. Op basis van een stakeholdersanalyse richten we het participatieproces verder in.

In het kader van de nieuwe omgevingsvisie wordt er gewerkt aan pilots voor de centrumgebieden van Barneveld en Voorthuizen. In beide visies worden de economische, verkeerskundige en ruimtelijke vraagstukken op een integrale wijze benaderd. De visies vormen de basis voor een programmatische uitvoering waarbij in de tweede helft van 2021 de visies worden geconcretiseerd in concrete plannen en projecten. Bij deze concretisering zullen eveneens de financiële effecten inzichtelijk worden gemaakt.

Duurzaamheid

We nemen onze verantwoordelijkheid op het gebied van energie en duurzaamheid. We zetten in op energiebesparing én een gevarieerde energiemix van onder andere zonne-energie en windenergie als uitwerking van de vernieuwde energievisie die we in 2021 opstellen. Gezien de opgave kijken wij ook naar wat er in de regio speelt, via de Regionalse Energiestratiegie (RES) en enkele regionale programma’s, en zoeken we waar nuttig en nodig de samenwerking. Draagvlak én mede-betrokkenheid (eigenaarschap) met betrekking tot deze initiatieven zijn hierbij van groot belang daarom zetten we steeds meer in op stimuleren en faciliteren van participatie en het nemen van energiemaatregelen door inwoners en ondernemers (energieloket en energiecoach). Coördinatie van activiteiten, prioriteiten en communicatie in een integraal Programma Duurzaamheid is hiervoor onmisbaar. In het kader van de nieuwe warmtevisie, die in 2021 moet worden vastgesteld, zet de gemeente onder andere in op collectieve planvorming voor wijken en/of dorpen. Hieruit ontstaan de zogenaamde WijkUitvoeringsPlannen (WUP). De dialoog en afstemming met betrokkenen (zoals inwoners, ondernemers/organisaties, woningstichting, netbeheerder) is hierin belangrijk uitgangspunt. Om het Klimaatakkoord te kunnen uitvoeren, hebben gemeenten aanvullende middelen nodig. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) concludeert n.a.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ae052dc3-5753-449e-8360-9a6f3766ce15