CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barneveld gehouden op 9 november 2022.docx

Gemeenteraad 9 november 2022, gemeente Barneveld31.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barneveld gehouden op 9 november 2022 N.B. Dit zijn geen vastgestelde notulen. Deze notulen zijn bedoeld als extra informatie en beperken zich tot een weergave van de politieke en financiële beschouwingen. De webcast geldt als het officiële verslag in beeld en geluid en daarnaast wordt een besluitenlijst vastgesteld door de raad. Aanwezig zijn de raadsleden: de heer A.S. van Amerongen mevrouw E.C. van den Berg mevrouw M.H. Blankenburgh-in ’t Anker de heer T. den Boon de heer J.W. van den Born de heer T.N. Bos de heer G.W. Boswijk de heer H. Buitenhuis de heer A. Flier de heer W. Hazeleger de heer G.H. Kevelam de heer W.A. Knapen de heer L. de Knegt de heer C.W. de Kool de heer A.W. Korevaar mevrouw D. de Kwant-van Lagen de heer F.J. van der Lubbe Voorzitter Griffier De collegeleden Gemeentesecretaris Verslag

mevrouw E. de Man-Rosbergen mevrouw A.R. van der Meer de heer E. Pladdet (vanaf 16.30 uur) de heer J. van Schaik de heer J.M. Schipper de heer H. Smit mevrouw M.B.A. Tamaela de heer J. van der Tang de heer J. Top de heer J.A. van den Top mevrouw N. van Veen de heer S.P. Velt de heer D.G. de Vries de heer H.W. Wiesenekker de heer E. Wijnne mevrouw J.A.G.M. van den Wildenberg

: de heer J.J. Luteijn, waarnemend burgemeester : Mr. I. Bakker : de heer P.J.T. van Daalen, de heer W. Oosterwijk, mevrouw M.H.J. Pluimers-Foeken en de heer B. Wijnne : de heer W. Wieringa : mevrouw M.J. Strijbos-Vermeulen

1. Opening De voorzitter, burgemeester Luteijn, opent de vergadering en leest het formuliergebed voor. Spreker heet alle aanwezigen van harte welkom. 1.2 Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.3 Vaststellen besluitenlijst raadsvergadering 3 november 2022 De besluitenlijst wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.4 Politieke en financiële beschouwingen over de 2e Tussenrapportage 2022 en Begroting 2023 De voorzitter geeft de woordvoerders van de fracties de gelegenheid voor een reactie in eerste termijn, daarbij kunnen tevens moties en amendementen worden ingediend. De heer Korevaar voert het woord namens de fractie van Pro’98. Dank u wel, voorzitter, 1

Wat ging er vooraf aan deze Begroting? Een kaderbrief. Het argument om toen geen kadernota aan te bieden was dat er nog veel onzekerheden waren. In deze Begroting zouden wij meer duidelijkheid mogen verwachten. Niet alleen over de effecten van Haags beleid, maar ook helderheid over de ambities van dit college en deze coalitie. Helaas leest het vooral als doorzetting van bestaand beleid, maar dan een stukje duurder. Het zijn niet alleen externe factoren die deze begroting beïnvloeden, juist interne factoren spelen een belangrijke rol in de haalbaarheid. Een beleidsarme begroting had daarom misschien beter gepast bij de uitvoeringskracht van onze huidige organisatie. Na de technische bespreking en de daaropvolgende commissievergadering blijft namelijk één zin hangen, ‘na deze begroting gaan we het hard maken’. En dat is een heel lijstje: - Treasury: hoe gaan wij om met ons vermogen en vooral: hoe lenen wij geld en hoeveel? Doen wij dat aflossingsvrij of lossen wij af en ontzien wij de toekomstige generaties? - Grondbeleid: in de Begroting gaan wij veel geld lenen maar nog niet om grond aan te kopen, terwijl onze grondvoorraad de komende periode op raakt. En dat na jaren waarin de hoge schuldquote werd verdedigd met het argument, ‘er staat veel grond tegenover’. De heer Top is blij te horen dat de Pro’98 belangstelling heeft voor de grondpositie, de SGP heeft dat al jaren.

Hij vraagt of de heer Korevaar weet wat eind 2021 het percentage grondvoorraad was. Het is momenteel 7%. De heer Korevaar meent dat de gemeente naar 7% gaat in 2026 en dat de grondvoorraad in 2021 of 2020 77% was. De voorraad wordt redelijk snel minder, hij meent dat het in 2022 ongeveer 40% is. De heer Top wijst erop dat in de Programmabegroting 2021 bij het laatste jaar 3% staat. Ook de andere jaren waren in 2021 lager dan in 2022. De grondpositie is dus verbeterd. Pro’98 sprak in 2021 niet over de grondpositie. Hij informeert naar waar de nieuwe belangstelling vandaan komt. De heer Korevaar memoreert dat in het afgelopen jaar is besproken dat Barneveld moet groeien naar 85.000 inwoners. De fractie zou daar graag grip op hebben. De heer Top geeft aan dat de gemeente van 3% naar 6% is gegaan en hij complimenteert de heer Top met die 3%. De heer Top benadrukt dat dit niet zijn beleid was, maar het beleid van het college in de afgelopen jaren. Van al die jaren was 2021 beter en dat moet als perspectief gezien worden. De raad moet bekijken hoe invulling gegeven gaat worden aan het grondbeleid. Hij zal hierop terugkomen. De heer Korevaar antwoordt dat hij zich daarin kan vinden. De heer Korevaar vervolgt zijn eerste termijn.

- Beheerplannen: dit college zet de ingezette ambitie van het vorige college voort; begrotingen niet meer op detailniveau per straat en schoolgebouw, maar meerjarig onderbouwd door middel van beheerplannen. Wij hebben er inmiddels enkele gezien, maar de meeste van die plannen zijn er nog niet. - Het Meerjarig InvesteringsPlan (MIP): dit komt veelvuldig voorbij, maar ook deze onderlegger volgt pas na de Begroting. Dit maakt het lastig om onze controlerende taak uit te voeren op de Begroting. Wij kiezen er daarom voor om de gekozen meerjarige richting ter kennisgeving aan te nemen. In het raadsbesluit (beslispunt 9) verzoekt het college immers om in te stemmen met een investeringsplafond van €42 miljoen en om jaarlijks minimaal €5,1 miljoen voor wegenonderhoud te reserveren. €42 miljoen schuld, zonder dat wij hebben besproken hoe wij hiermee om zullen gaan. Dat lijkt ons een slecht idee. En zo’n open einde voor wegenonderhoud vinden wij ook niet verantwoord. Die ‘ter kennisgeving’, in plaats van ‘in te stemmen met’ leggen wij door middel van amendement 1 Grondbeleid Begroting - met het onderwerp zorgvuldige afweging MIP - aan u voor. Wij dienen dit in met CDA, Burger Initiatief en VVD. De heer Van den Born gaat in op de opmerking over het Meerjarig InvesteringsPlan. In het vorige college ontstonden hierover al discussies. Het is een instrument waarmee de raad kan sturen op de

2

uitgaven die op de gemeente afkomen, onder andere door enorme investeringen. Hij vraagt waarom de heer Korevaar dit wil uitstellen. Het uitvoeringsplan van het MIP komt in februari. De heer Korevaar wil niets uitstellen. Zijn fractie neemt het MIP ter kennisgeving aan. Als het college in februari naar de raad komt, is Pro’98 graag bereid het uitvoeringsplan op inhoud te toetsen en daar haar steun voor uit te spreken. Dat is de reden waarom hij hier uitgaat van ‘ter kennisgeving’. Dat lijkt zuiver. De heer Van den Born wijst erop dat Pro’98 het uit de Begroting wil amenderen. De heer Korevaar stelt dat er iets voor terugkomt. De heer Van den Born pleit voor het aannemen van het MIP en het meenemen in de Begroting en er over te discussiëren in februari, als het uitvoeringsplan er ligt. Hij is geen voorstander van uitstel, in de huidige tijd van investeringen zijn tijd en tijd om te sturen hard nodig. De heer Korevaar licht toe dat zijn fractie niet uitstelt, niet aanneemt, maar het ter kennisgeving aanneemt. Het is aan het college om dit in februari hard te maken, de heer Van den Born zei het zojuist. De raad kan het dan accorderen. De heer Korevaar vervolgt zijn eerste termijn. Ook het mandaat op het strategisch aankopen van grond vinden wij nu even geen goed idee.

Want hoe gaat het college dit betalen, met nog meer vreemd vermogen? Daarom op beslispunt 11 amendement 2 MIP Begroting met als titel ‘niet verlenen mandaat voor strategische grondaankopen’. Ook dit dienen wij met CDA en Burger Initiatief in. Wij zien overigens wel een risico in de alsmaar kleiner wordende grondpositie van de gemeente voor met name de ontwikkeling van sociale woningbouw. De heer Van den Born memoreert dat de raad in 2016 het Kader Grondexploitatie heeft vastgesteld. Daarin staat dat de raad €500.000 per jaar mandateert aan het college voor complexe grondaankopen en €5 miljoen voor strategische grondaankopen. Dat staat al twaalf jaar in de begroting. Hij vraagt de heer Korevaar naar de reden van de wijziging. Pro’98 maakte deel uit van het vorige college en er is nooit een woord over gesproken. Plotseling wil de fractie dit niet mandateren. De heer Korevaar stelt dat in de voorliggende Begroting veel geld geleend gaat worden. Hij heeft in de commissievergadering gevraagd of er ook geleend gaat worden voor grond. Het antwoord daarop was negatief. Er moet in de toekomst dus extra geld aangetrokken worden om de grondpositie te versterken. Spreker is daar voorstander van, net als de heer Van den Born die dit ook als een zorgpunt zal zien. Hij wil hier echter grip op houden en wil daarom momenteel niet mandateren.

Het treasurybeleid en het grondbeleid moeten geactualiseerd worden en dan worden voorgelegd aan de raad. Het punt wordt ter kennisgeving aangenomen en totdat de raad zich erover gebogen heeft, wil Pro’98 dat het college naar de raad komt als het geld nodig heeft. De heer Van den Born benadrukt dat, als het college kansen ziet om strategisch grond aan te kopen, het direct moet kunnen handelen. Amendement 2 kan vertragend werken op de strategische kans die het college moet kunnen pakken als die zich voordoet. De heer Korevaar ontneemt het college de kans om strategisch en snel te kunnen toehappen als het nodig is. Dat kan uiteindelijk een negatief effect hebben op bijvoorbeeld woningbouw en dat is slecht voor de Barneveldse inwoners. De heer Korevaar benadrukt dat de raad gaarne bereid is om naar de raadszaal te komen, eventueel met gesloten deuren, als er grond aangekocht moet worden om zo de gronden zo snel mogelijk te verkrijgen. Dit argument heeft de fractie ook gebruikt in de vorige raadsvergadering. De heer Wiesenekker verwacht dat er in 2023 een nieuwe Nota Grondbeleid aangenomen zal worden door de raad. Onlangs was er een kritisch debat over het handelen van het college bij het aankopen van grond, toen zou niet snel genoeg gehandeld zijn.

Hij vraagt of de heer Korevaar het college niet de handelingsruimte ontneemt om dergelijke snelle aankopen te kunnen doen en of het niet beter is om te wachten op de Nota Grondbeleid en dan met elkaar hierover in gesprek te gaan.

3

De heer Korevaar herinnert zich niet veel van dergelijke aankopen uit het recente verleden. Mocht de situatie zich voordoen, dan kan de raad er controlerend op toezien voordat het geactualiseerd wordt. Na die tijd krijgt het college alle ruimte om het weer zelf te doen. De heer Wiesenekker licht toe dat hij met het kritische debat bedoelde het gesprek over het gebied rond Voorthuizen waar de Oranjevereniging mogelijk naar toe gaat. Veel mensen spraken toen kritisch over de wijze van handelen van het college, het had sneller en creatiever gemoeten. Maar als men een college wil dat snel en creatief handelt, is het goed om het mandaat bij het college te laten en erover bij de bespreking van de Nota Grondbeleid in gesprek te gaan. De heer Korevaar constateert dat het onder het huidige beleid niet gelukt is. Hij voorziet niet een verbeteringsslag als dit in stand gehouden zou worden. De heer Korevaar vervolgt zijn eerste termijn. Wij zien overigens wel een risico in de alsmaar kleiner wordende grondpositie van de gemeente voor met name de ontwikkeling van sociale woningbouw. Juist door als overheid gronden aan te kopen met dat doel, voorkomen wij toenemende afhankelijkheid van marktpartijen en zijn wij zelf in staat op projectniveau scherpe doelen te stellen. Daarom motie 6 Grip op grond over grondexploitatie.

Wij willen dus eerst duidelijkheid op treasury, beheerplannen, investeringsplannen en grondbeleid. Daar mogen wij de komende maanden namelijk heel wat verhelderende plannen over verwachten van het college, dit werd zojuist al aangehaald door collega’s. Waar het college nu haar financiering nog rond rekent met een stevige uitbreiding van de leningenportefeuille en een geringe OZB-verhoging, zou de zojuist gewenste duidelijkheid wel eens om veel zwaardere maatregelen kunnen vragen. Om die duidelijkheid te verkrijgen dient het CDA straks een motie in die wij medeondertekenen. Met elkaar kunnen wij zien dat onze schuldquote gierend omhoogschiet, terwijl onze grondpositie jaar op jaar daalt. Daarbij staat de gemeente voor een enorme groeiopgave. Alles bij elkaar lijkt hier dus sprake te zijn van een paarse krokodil van formaat. Iedereen kan het zien, maar een stevige strategie ontbreekt voorlopig nog. De heer Buitenhuis stelde in de commissie wellicht niet voor niets hardop de vraag of we de rekening zo niet naar de toekomstige generaties doorschuiven. Maar onder het mom van ‘we willen het er binnenkort graag met u over hebben’, aldus de wethouder in de commissie, moet eerst de voorliggende begroting worden geaccordeerd.

Daar verbinden wij samen met CDA, Burger Initiatief en VVD dus een aantal voorwaarden aan, zodat wij als raad onze controlerende en kaderstellende taak kunnen blijven vervullen. Over de kaders die uit de Begroting gehaald kunnen worden, wil ik namens Pro’98 nog een aantal punten maken en opmerkingen plaatsen. - Armoede Mensen in armoede nemen minder deel aan de samenleving en blijven daardoor achter. Hiervoor zijn minimaregelingen in het leven geroepen, maar die worden helaas nog te weinig of niet gebruikt. Dit kan verschillende oorzaken hebben, het is bijvoorbeeld simpelweg niet bekend of men schaamt zich ervoor om er gebruik van te maken. Onlangs heeft het Nibud ons (naast de welverdiende complimenten) ook geadviseerd om het aanvragen van en de toegang tot de regelingen te versimpelen. Ons lijkt een Barneveld-pas naar voorbeeld van de Utrechtse U-pas hier een goede manier voor. De U-pas is een gratis pas voor mensen met een laag inkomen, de minima dus. Met de U-pas kan het hele gezin meedoen aan sportieve en culturele activiteiten en krijg je korting bij onder andere musea, bioscopen en toeristische attracties. Bepaalde minimaregelingen die wij al hebben kunnen wij dus makkelijk in dit model omzetten, zodat deze doelgroep meer gaat deelnemen aan de samenleving. Door deze pas, krijgen wij dan hopelijk de doelgroep ook beter in beeld.

Hiervoor dienen wij motie 5 Barneveld-pas in. - Energie en klimaat Wij hebben volgens experts nog twee keuzes: radicale maatregelen of radicale klimaatverandering. De tijd van ‘het verschuift misschien een beetje’ zijn wij inmiddels voorbij. Het klimaat wordt extremer en grilliger, oktober was de warmste maand ooit gemeten in Europa. Dit maakt dat wat wij doen op dit terrein vooral effectief moet zijn. Dus geen tijd verspillen aan 4

onderzoek naar discutabele energievormen als geothermie en mestvergisting. In onze regio lijkt succesvolle exploitatie hiervan gering. In onze gemeente in het bijzonder, want onder andere belangstelling voor het drinkwater en afwezigheid van grote warmtebronnen lijken hier roet in het eten te gooien. Daarbij is geothermie vaak rendabel in huizen die met de ramen open worden gestookt. Goed geïsoleerde huizen verbruiken te weinig energie en passieve woningen hebben deze warmte überhaupt niet nodig. Wat wij ook verspilde energie vinden zijn mestvergisters. Deze installaties draaien vooral goed als er grondstoffen worden bijgemengd die ook prima als voedsel gebruikt kunnen worden. Wat overblijft, het digestaat, blijft een geconcentreerde massa van afvalstoffen en stikstof en fosfaat verdwijnen niet. En daarbij, er is nu al te weinig aanbod van mest om de huidige vergisters draaiend te houden. Wat wij wel willen? De energievraag moet omlaag, dus isoleren is de basis. Nieuwe huizen hebben zo’n kleine warmtevraag, dat dit met warmtepompen of aardwarmte netjes wordt opgelost. De provincie wil doorpakken op wind, de rijksoverheid kijkt naar onze snelwegbermen en, interessant, ondernemers willen doorpakken met wind op Harselaar. Zie de Barneveldse Krant van 5 november. De samenleving zet, onder druk van stijgende energieprijzen, versneld stappen naar duurzame energiebronnen.

Maar wanneer gaat de knop bij dit college om en stopt het met afwachten? Wij kunnen hier meters maken. Maar als u te lang blijft wachten, dan neemt de provincie deze rol over. En, zo lazen wij gisteren in de Volkskrant, de EU wil met een noodwet vergunningsprocedures op windparken en zonnevelden terugbrengen tot een maand of maximaal een jaar. De hoop dat wij dan nog rustig kunnen spreken over coöperaties waarin onze inwoners en bedrijven kunnen participeren is volgens mij dan wel vervlogen. Daar waar u 40 laadpalen gaat plaatsen, kies dan alstublieft voor bi-directionele palen. Zo kunnen wij in woonwijken het stroomnet stabiliseren door met alle elektrische auto’s samen één grote accu te vormen. Dit kost meer, maar is een waardevolle investering voor nu en de directe toekomst. De fractie krijgt hier graag een toezegging op. - Groen en Biodiversiteit Dit college geeft gelukkig een vervolg aan biodiversiteit. Onder andere met het bomenbeleidsplan, het landschapsplan en het vergroeningsplan Barneveld Centrum. Wel missen wij concrete opvolging van een aantal eerder aangenomen moties: 1. De aangenomen motie van Pro’98 om structureel geld voor biodiversiteit beschikbaar te maken is niet in de Begroting opgenomen. 2. De motie van Pro’98 met de oproep om groenstructuren in het buitengebied te herstellen zien wij ook niet terug.

Wij hebben ook begrepen dat op dit moment geen uitvoering wordt gegeven aan onze ‘poen voor groen’-motie omdat dit niet zou passen in de nieuwe Omgevingswet. Pro’98 vindt het belangrijk dat hier zo snel mogelijk duidelijkheid over komt, omdat wij vinden dat als er groen wordt weggehaald, hier ruimhartig voor moet worden gecompenseerd. - Wij hebben samen met Lokaal Belang meerdere moties ingediend om voortvarend met de groene slinger aan de slag te gaan. Ook hier zien wij in de Begroting niets van terug. De hekken vervangen door hagen in Voorthuizen zou al een mooi begin zijn. De fractie krijgt graag de toezegging van het college dat het op korte termijn terugkomt op de uitvoering van deze voorstellen. - Naast voortzetting van bestaand beleid staat de Begroting vol met onderzoeken. In ieder geval twee daarvan willen wij schrappen. a. Wij vinden het onzinnig om nu een onderzoek naar afvalinzameling uit te voeren, zeker in een jaar waarin alles duurder wordt, behalve dat. Dus daarvoor dienen wij een amendement in met het CDA, amendement 3 Afvalinzameling. De heer Van den Born memoreert dat de afvalstoffenheffing de afgelopen drie jaar met twee keer 5% en één keer 6% gestegen, dat is 16% in drie jaar tijd. Hij vraagt wat er verkeerd aan is om dit te onderzoeken en de kosten voor Barneveldse inwoners laag te houden. In 2022 stijgt de 5

afvalstoffenheffing niet. Volgens de wethouder hadden de stijgingen van destijds te maken met onverwachte ontwikkelingen en problemen door de weinige concurrentie op de markt. Pro’98 ontneemt zo een kans om de kosten laag te houden. De heer Korevaar antwoordt dat de informatie vaak al voorhanden is. Ook is het zo dat er binnen het gemeentehuis een capaciteitsprobleem bestaat en dan heeft een dergelijk onderzoek geen prioriteit. De heer Van den Born geeft aan dat dit juist een onderzoek is over een onderwerp waarbij de Barnevelders de laatste drie jaar flink in de buidel hebben moeten tasten. Het lijkt erop dat Pro’98 juist de onderwerpen waarbij het college de kosten laag kan houden, niet belangrijk genoeg vindt. De heer Korevaar constateert dat de kosten het komende jaar niet stijgen, er is sprake van stabilisatie. Een prachtige beweging. De heer Van den Born vraagt of hij dat ook kan toezeggen voor het komende jaar en het jaar daarop. Dat is niet mogelijk. Juist daarom is een onderzoek interessant. De heer Korevaar zegt dit niet te kunnen, hij maakt geen deel uit van het college. De heer Korevaar vervolgt zijn eerste termijn. b. De kalversector Deze sector staat voor grote uitdagingen. Als de provincie een regeling openstelt om uitgekocht te worden, dan wordt er vanuit deze sector massaal ingetekend.

Maar uiteindelijk is het de keuze van een ondernemer om zijn bedrijf klaar te maken voor de toekomst. Wij vinden het onjuist om hiervoor belastinggeld ter beschikking te stellen. Daarom dienen wij het amendement 4 Onderzoek verbreding PEC in. Het geld dat dit eventueel oplevert willen wij bijplussen op de voucherregeling voor het Schaffelaartheater. - Buitengebied Nu wij toch in het buitengebied zijn: wij hebben in ons verkiezingsprogramma gepleit voor een ontwikkelingsmaatschappij in het kader van de landbouwtransitie, gecombineerd met een investeringsfonds. Hoe gaat ons buitengebied eruitzien? Wij willen graag de regie houden op deze ontwikkelingen. - Dorpsvisie Pro’98 hecht groot belang aan de dorpsplannen als onderlegger voor concrete investeringen in de verschillende kernen. Wij willen graag duidelijkheid over de status van de verschillende dorpsplannen. De fractie ontvangt graag een toezegging. - Foodvalley De fractie heeft vaker gepleit voor eiwittransitie en zou graag zien dat die primair geconcentreerd wordt op plantaardige eiwitten voor humane voeding. Wij denken dat er anders binnenkort geen Foodvalley meer is. - Inclusie Op pagina 15 van de Begroting lazen wij twee korte alinea’s over de Inclusie Agenda. Ten eerste zijn wij blij dat het college wil zorgen voor een toegankelijke samenleving die voor iedereen inclusief is.

Nu missen wij, als wij het rijtje opgesomd zien (beperking, gender, geaardheid of levensovertuiging) nog wel een woordvoerder aan tafel als u deze agenda, haar doelstellingen en activiteiten gaat bespreken. Alleen de Gehandicaptenraad en de Adviesraad Sociaal Domein dekken wat ons betreft de lading niet. We roepen dan ook op, middels motie 7 Inclusie Agenda met COC (1), om ook COC Midden Gelderland voor onze LHBTIQ+’ers uit te nodigen. Inclusie gaat verder dan beperking, gender, geaardheid en levensovertuiging. Ook culturele identiteit en leeftijd zijn van belang om in overweging te nemen als u streeft naar een toegankelijke samenleving. De heer Wiesenekker laat weten dat ook zijn fractie een toegankelijke samenleving wil. Pro’98 dient twee moties in. Bij de ene motie wil Pro’98 een specifieke organisatie aan tafel hebben, terwijl de fractie het bij de andere motie aan het college laat om organisaties die een bijdrage kunnen leveren te benaderen. Hij vraagt waarom bij de ene motie voor een specifieke organisatie wordt gekozen, daarmee worden andere organisaties misschien uitgesloten. 6

De heer Korevaar meent dat dit niet het geval zou zijn. Ook is het zo dat Pro’98 die organisatie een warm hart toedraagt, om die reden wordt die expliciet genoemd. De heer Korevaar vervolgt zijn eerste termijn. - Wij roepen het college dan ook op om bij het opstellen van het beleidskader Inclusie leeftijd en culturele identiteit ook mee te nemen en daarbij te zoeken naar organisaties die daarbij zouden kunnen helpen. Hiervoor dienen wij motie 8 Inclusie agenda (2) in, met als onderwerp de reikwijdte. De voorzitter wijst erop dat amendement 1, 2, 3 en 4 en motie 5, 6, 7 en 8 verder deel uitmaken van de beraadslagingen. De heer Top voert het woord namens de fractie van de SGP. Voorzitter, dank voor het woord, Wij leven in een onrustige tijd. Er speelt nogal wat in de wereld, in ons land. Dit alles heeft gevolgen voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarom zijn wij als SGP content met de Programmabegroting 2023 en de bijbehorende raadsvoorstellen. Daaruit spreekt immers een duidelijke boodschap die resoneert met de hoofdthema’s uit het coalitieakkoord: ‘ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam’. Ondernemend omdat werk wordt gemaakt van zaken op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur, leefomgeving en maatschappelijke voorzieningen. Betrouwbaar omdat gewerkt wordt aan betere dienstverlening.

Zorgzaam omdat wordt omgezien naar degenen die dat het hardst nodig hebben en omdat er serieus werk wordt gemaakt van armoedebeleid. Namens de SGP allereerst zes hoofdpunten. 1. De Programmabegroting laat een solide financieel beleid zien, met een meerjarig sluitende begroting. Ook voor de inwoners is het geheel positief. De inflatiecorrectie is gesteld op 3.25% en doordat de afvalstoffenheffing niet omhooggaat, stijgt de belastingdruk voor een gemiddeld gezin met naar verwachting een acceptabele 2,5%. 2. De financiële problematiek voor huishoudens neemt schrikbarend toe. De SGP kan van harte instemmen met het collegevoorstel voor incidentele tegemoetkomingen. Terecht stelt het college dat dit niet voldoende is: structurele verbeteringen in het armoedebeleid zijn nodig. Wij vragen aandacht voor de armoedeval die ontstaat als huishoudens boven de grens van de diverse toeslagen komen en voor de communicatie over de diverse tegemoetkomingen. Daarnaast is het van belang schuldhulpverlening een verstevigde plaats te laten innemen. In het toekomstige armoedebeleid graag specifieke aandacht voor deze punten. 3. Daarnaast is steun nodig voor MKB’ers die door de stijgende energieprijzen in de problemen zijn gekomen. Tijdens de commissievergadering is door het college een richting aangegeven via duurzaamheidsleningen en duurzaamheidscoaches.

Graag horen wij van het college wanneer wij concrete voorstellen kunnen verwachten. De heer Bos herinnert eraan dat in juni 2019 een VVD-motie is aangenomen over een MKB-toets. Hij spreekt de SGP aan als collegepartij, de partij levert twee wethouders. Maar de fractie en haar wethouders hebben al drie jaar op de handen gezeten. Hij vraagt waarom hier nu druk op wordt gelegd terwijl er niets wordt gedaan. De SGP had eerder aan de bel kunnen trekken, de genoemde motie was immers aangenomen. De heer Top antwoordt dat het college hier de afgelopen jaren zeker aandacht aan heeft besteed. Hij stelt een wedervraag aan de heer Bos: de VVD zou er in de Tweede Kamer goed aan doen om MKB’ers te steunen. Misschien kan de heer Bos contact leggen met de fractie van de Tweede Kamer en die verzoeken dit naar voren te brengen. De heer Bos merkt op dat juist die ochtend bekend werd dat de energietoeslag voor MKB’ers wordt verlaagd van 12% naar 7%. De bakker op de hoek, de groenteman en de slager profiteren hiervan. De heer Top stelt dat dit is aangepast na maanden aandringen van de SGP.

7

De heer Top vervolgt zijn eerste termijn. 4. Wij kunnen ons ook goed vinden in het Meerjaren InvesteringsPlan. Investeringen hadden wij in het verleden ook, zij stonden echter verspreid over de begroting. Het vorige college heeft al stappen genomen om dit op te starten maar het resultaat is voor het eerst te zien. Het college geeft aan begin 2023 de verdere invulling te willen bespreken. Die uitgestoken hand naar de raad nemen wij graag aan. Op voorhand vragen wij nadrukkelijk aandacht voor de investering Rondweg Oost. 5. Dat de netto schuldquote in onze gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde vinden wij als SGP begrijpelijk. Je moet die namelijk bekijken in samenhang met de solvabiliteit en het feit dat wij een groeigemeente zijn. Toch moeten wij de vinger aan de pols houden. Hij vraagt het college hoe de ontwikkeling van de netto schuldquote voor de komende jaren wordt geduid. De heer De Vries memoreert dat de netto schuldquote te hoog was maar steeds meer is afgebouwd, mede omdat de grondpositie steeds kleiner werd. De schuldquote schiet nu omhoog door de vele leningen waar geen grond tegenover staat. De heer Top legt de vraag neer bij het college en de heer De Vries vraagt hoe de heer Top dit zelf duidt en welke maatregelen hij in petto heeft om de netto schuldquote te verlagen. De heer Top is niet direct van mening dat de netto schuldquote omhoogschiet.

Hij is lager dan in 2017 en 2018. Daarna is hij twee jaar lager geweest en momenteel gaat hij weer omhoog. De oorzaak hiervan ligt bij de investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan, ook door het CDA. De vorige week werd door de raad unaniem het beheerplan Wegen aangenomen. Daarmee heeft de raad een investering van €15 miljoen afgesproken. De raad moet in de huidige tijd accepteren dat de netto schuldquote behoorlijk hoog is omdat Barneveld een groeigemeente is en omdat, in combinatie met de solvabiliteit, al jaren blijkt dat de gemeente dit beleid aan kan. Hij hoort graag de visie van het college hierop. De heer De Vries wijst erop dat in het verleden bezit, grond, tegenover de hoge schuld stond. Dat heeft de gemeente momenteel niet. Dat is de reden waarom hij vraagt welke maatregelen de SGP voor ogen heeft om de netto schuldquote omlaag te brengen. De heer Top gaf al eerder aan dat volgens de SGP het doel niet alleen is om de netto schuldquote naar beneden te brengen. Dit moet gezien worden in samenhang met solvabiliteit, met het feit dat Barneveld een groeigemeente is en dat de gemeente wil investeren in bijvoorbeeld schoolgebouwen en een mooie dorpsvoorziening in Bronveld. Het zijn zaken die men in de raad, tot aan de vorige week, heeft afgesproken. De heer Korevaar begrijpt de voorbeelden.

Maar de grondpositie raakt op, dus er wordt voor gekozen om leningen aan te trekken om de investeringen van de gemeente te financieren. Dat heeft te maken met de ambities die het college heeft geformuleerd. Stel echter dat er over vier jaar opnieuw veel ambities zijn, is de heer Top dan van mening dat de gemeente opnieuw een dergelijke som geld kan aantrekken? De heer Top vindt dat hier erg ver vooruit gekeken wordt. Met het oog op de leningen wijst hij erop dat dit al jaren gebeurt. Een gemeente leent geld, veel van de leningen staan voor langere tijd vast, wat betekent dat de gemeente op die manier gedekt is. Leningen zijn nodig om in de groeigemeente de voorzieningen aan te brengen die alle fracties hebben gewild. De heer Korevaar is het hiermee eens. Maar de schuldquote nam af omdat de gemeente gronden kon verkopen. Voorlopig worden er echter geen gronden aangekocht en ontstaat het probleem dat de gemeente niet kan aflossen op de leningen. Daarom vraagt hij wat de heer Top over vier jaar gaat doen. Spreker gunt de mensen over vier jaar ook een ambitieus college. De heer Top heeft op de technische informatieavond en in de commissievergadering begrepen dat het niet zo is dat er met alleen maar leningen worden gefinancierd, dit gebeurt voor een deel. Men moet gezamenlijk de vinger aan de pols houden.

Tegelijkertijd duidt de SGP de netto schuldquote niet als heel negatief in een groeigemeente als Barneveld, met alle investeringen die er zijn.

8

De heer Korevaar vraagt naar de intentie van de heer Top bij de schulden, of die op aflossingsvrij of op aflossen worden gezet. Dit lijkt de heer Top een vraag voor het college. De heer Van den Born komt terug op de opmerking van de heer Korevaar dat er niets staat tegenover de schulden die gemaakt worden. In 2021 nam de raad de Hoofdlijnennotitie aan waarin werd besloten dat de gemeente groeit naar 85.000 inwoners. Hij vraagt hoe de inwoners gefaciliteerd worden als de gemeente niet investeert; dan is er geen grond, zijn er geen woningen, geen rondwegen en geen scholen, geen wijkgebouwen zoals Bronveld. Als de gemeente gaat groeien, betekent dit dat de gemeente moet investeren. Dat is onderdeel van de schuldquote. De heer Korevaar meent dat de vorige spreker het goed opsomt. Hij wijst erop dat grond en rondwegen nog niet zijn opgenomen in de leningen. Er komt dus een lening bij. Hij vraagt om een visie op hoe de gemeente gaat dealen met de leningenportefeuille. Wat gaat het college doen om de gemeente van de leningen af te laten komen? Volgens Pro’98 moet er gesproken worden over het aflossen van de leningen. Inderdaad, er is geld nodig. Maar spreker mist een visie op hoe met de leningen wordt omgegaan. De heer Top vervolgt zijn eerste termijn. 6. Aandacht is gewenst voor de omvang van de hoeveelheid grond die in bezit is van de gemeente.

College én raad moeten samen bepalen hoe wij hier in de toekomst mee verder willen. Ik vraag hier al jaren aandacht voor. Wij vragen een toezegging van het college dat een nieuwe versie van de Nota Grondbeleid in de eerste helft van 2023 met de raad wordt besproken. Vervolgens dienen wij vier moties in. a. Een duurzame voedselketen is voor de SGP belangrijk. Wij vinden het daarom niet goed dat er binnen de voedselketen veel verspilling is, terwijl er in andere delen van de wereld honger is. De SGP vraagt van het college om hier meer prioriteit aan te geven en dient hiervoor motie 12 Voedselverspilling in. b. Als SGP maken wij ons zorgen over de wijze waarop over de belangen van de boeren is en wordt gediscussieerd. Het leidt nog steeds tot grote onzekerheid bij de boeren. Recent heeft de Raad van State de bouwvrijstelling geschrapt, waardoor per project stikstofberekeningen nodig zijn. Het risico bestaat dat er een jacht ontstaat naar piekbelasters voor stikstofruimte. De SGP is hier sterk op tegen: wij moeten eerst de zogenaamde PAS-melders helpen. Motie 9 Gebiedsproces stikstof behelst het veiligstellen van de stikstofruimte binnen het gebiedsproces middels bijvoorbeeld een afstandslimiet.

De heer Korevaar vraagt wat de SGP-fractie het meest belangrijk vindt, dat de boeren in de omgeving kunnen blijven boeren of dat de grootste piekbelasters kunnen blijven boeren en dat de kleine boeren dan misschien het kind van de rekening worden. Het klinkt misschien als een ontwijkend antwoord maar het vraagstuk is zeer complex, stelt de heer Top. Zelfs in Den Haag komt men hier niet uit. Het gaat de SGP-fractie erom dat dit in goed overleg met de boeren wordt opgepakt. Het kan niet zo zijn dat bijvoorbeeld een boer in Stroe wordt uitgekocht en dat de stikstofruimte naar een weg in Groningen gaat. Onlangs zijn allerlei boeren in Gelderland uitgekocht voor een snelweg in Utrecht. Dit vindt hij geen goede zaak. De stikstofruimte moet in eerste instantie bij de PAS-melders blijven die al jarenlang op een vergunning wachten. De heer Korevaar vindt dit geen antwoord op zijn vraag. Hij vroeg wat de heer Top belangrijker vindt, dat het aantal boeren in de omgeving overeind blijft of dat, ten koste van de boeren in de omgeving, de piekbelasters gespaard worden. De heer Top stelt dat er aan de ene kant gekeken wordt naar de piekbelasters en dat er aan de andere kant op een goede manier naar boeren gekeken moet worden. Er zijn genoeg boeren die uit zichzelf aangeven te willen stoppen.

9

Volgens de heer Bos is de heer Top bekend met de mening van de VVD-fractie. Hij vraagt een toelichting op het gedeelte uit de motie ‘verzoekt het college om een afstandslimiet’. Kan de heer Top aangeven hoe hij dat ziet, het is spreker niet duidelijk wat de SGP hiermee wil. De heer Top licht toe dat dit de limiet betreft tussen de aanbieder en de aanvrager. Ook hier laat de fractie aan college en hogere overheden over hoe dit precies ingevuld wordt, vandaar het ‘o.i.d.’ achter het woord afstandslimiet. De heer Top vervolgt zijn eerste termijn. c. In de pluimveesector worden veel bedrijven hard getroffen door de vogelgriep. Veel dieren in de omgeving van een besmet bedrijf worden gedood. Volgens de SGP is screenen een betere oplossing dan standaard preventief ruimen. Dit kunnen wij uiteraard niet zelf organiseren, echter als pluimveehoofdstad van Nederland willen wij een signaal afgeven. Onze motie 11 Ruimen van pluimvee beperken is dan ook bedoeld als oproep naar de hogere overheden. De heer Korevaar vindt de gedachte heel sympathiek want die spaart dieren die nog niet ziek zijn. Het is echter ook een risico. Er ligt spanning tussen het experiment en het risico dat men hier loopt. De heer Top begrijpt dit, het is een bekend spanningsveld.

Tegelijkertijd was er een recent voorbeeld in Lunteren waar door een samenloop van omstandigheden niet geruimd is en dat heeft niet geleid tot extra besmettingen. Dit is een voorbeeld van dat het niet per definitie betekent dat er meer besmettingen zijn. Daarom wil de fractie hiervoor aandacht vragen. Het voorval, dat een soort experiment is geworden, is de heer Korevaar bekend. Eén van de lessen van een uitbraak begin 2003 was juist dat er preventief geruimd moest worden. Nu de vogelgriep zwaarder toeslaat dan ooit tevoren ziet men dat het aantal ruimingen ten opzichte van die beginjaren nog meevalt. Dat zou door de preventieve ruimingen kunnen komen. De heer Top wijst erop dat dit twintig jaar geleden was. Wat hij van pluimveehouders begrijpt, is dat die veel secuurder zijn in het toelaten van bezoekers en zij nemen allerlei andere maatregelen om een uitbraak te voorkomen. Hij is van mening dat het de moeite waard is om het te onderzoeken. De heer Top vervolgt zijn eerste termijn. d. De SGP wil graag dat er meer aandacht wordt besteed aan cultureel erfgoed in de gemeente. Dat kan onder meer door het openstellen van monumentale gebouwen op Open Monumentendag. Tijdens de laatste Open Monumentendag was helaas alleen kasteel De Schaffelaar open. Er zijn meer prachtige oude gebouwen.

Middels motie 10 Open Monumentendag roepen wij het college op om de Open Monumentendag in Barneveld op zaterdag meer te stimuleren en te faciliteren in samenwerking met betrokken partijen. De heer Bos laat weten dat de heer Top de VVD aan zijn zijde zal vinden. Maar het is geen Monumentendag, het zijn Monumentendágen, het is zaterdag en zondag. Hij zou dit graag aangepast zien en het hele weekend de monumenten opengesteld hebben. Dan kan de VVD dit van harte ondersteunen. De heer Top stelt dat de heer Bos de samenstelling van de bevolking van Barneveld kent. De SGP pleit juist voor een Open Monumentendag op zaterdag om iedereen in de gemeente de gelegenheid te geven de dag te bezoeken. Dat is de reden waarom de motie op deze wijze is gesteld. De heer Bos wijst erop dat de heer Top zojuist memoreerde dat de afgelopen keer maar één gebouw open was. Dit kan voortkomen uit het feit dat openstelling op zaterdag bij sommige gebouwen niet mogelijk is. Dan is het interessant om toch naar de zondag te kijken, om te kijken of er dan wel voldoende vrijwilligers zijn zodat het publiek de mogelijkheid heeft om de gebouwen op zondag te bezoeken. De heer Top merkt op dat het de heer Bos vrij staat om een motie in te dienen voor een Open Monumentendag op zondag. De SGP-fractie zal een dergelijke motie niet steunen.

10

De heer Top vervolgt zijn eerste termijn. Tenslotte ga ik in op enkele andere punten. • Er dient blijvende aandacht te zijn voor bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld, vooral ook voor de kleinere terreinen. Wij vragen het college om een toezegging dat het op korte termijn komt met een nadere duiding hiervan. • De SGP is positief over de verdere onderzoeken naar de invulling van de Barneveldse Techniek Opleiding en het Barneveld Techniek Huis. De aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven is belangrijk en kan niet genoeg benadrukt worden. Uit signalen hebben wij begrepen dat de BTO de gemeente heeft gevraagd te helpen zoeken naar een nieuwe locatie. Kan het college aangeven wat hiervan de status is? • Wij spreken al jaren over een NS-station bij Stroe. Dit is een blijvende wens van de SGP en daarom vragen wij aan het college om actief in te zetten op een stop bij Stroe, naast een treinstop bij Barneveld Noord. Gezien de ontwikkelingen met de marinierskazerne bij Nieuw-Milligen wordt de noodzaak van een station bij Stroe steeds groter. Hij hoort graag een reactie van het college op dit punt. • De SGP is verheugd dat eindelijk de kosten rond het woonplaatsbeginsel in het kader van de jeugdzorg zijn geregeld. Dit betekent een betere beheersing van de kosten. Er wordt nu vanuit de rijksoverheid een hervormingsagenda opgesteld.

Onduidelijk is wat dit voor onze gemeente betekent. Daarom vraagt de SGP een toezegging van het college dat de gemeenteraad tijdig op de hoogte wordt gebracht van mogelijke negatieve gevolgen van de hervormingsagenda en dat er vroegtijdig wordt voorgesorteerd op negatieve financiële gevolgen. • Het aantal kwetsbare ouderen dat langer zelfstandig thuis woont neemt toe. Dit betekent dat er meer aanvragen voor ondersteuning komen. Een zorgpunt voor de SGP is in hoeverre de gemeentelijke uitgaven voor ondersteuning mee kunnen blijven groeien. Van belang is hoe wij het niveau van ondersteuning acceptabel kunnen houden. Wij moeten ook nadenken over het verbeteren van de onderlinge zorgzaamheid, in samenspraak met maatschappelijke organisaties zoals Welzijn Barneveld, ouderenorganisaties en kerken. Hij krijgt graag een toezegging van het college dat hiervoor initiatieven worden opgezet. • De SGP juicht het Gezonde Leefstijl Akkoord Barneveld toe. Fysieke en mentale gezondheid van jongeren is belangrijk. Terugdringen van drugs- en alcoholgebruik, zeker ook in combinatie met verkeersveiligheid, is van groot belang. De SGP wil een toezegging van het college dat de gemeenteraad actief betrokken wordt bij dit akkoord, waarbij terecht een grote plek is ingeruimd voor de maatschappelijke organisaties.

Wij willen onze waardering uitspreken voor het vele werk dat is verzet om de Begroting tot stand te brengen. Wij wensen alle betrokkenen van harte Gods zegen toe bij de uitvoering. Hierbij willen wij in het bijzonder wethouder Van Daalen bedanken voor zijn inzet voor onze gemeente gedurende 12,5 jaar nu hij afscheid neemt om burgemeester van Ermelo te worden. Dank voor alles, vooral op het gebied van het sociaal domein. Wij wensen hem in alle opzichten Gods zegen toe. Deze week is er in ons land de Week van het Leven. Hierbij wordt specifiek stilgestaan bij de ontwikkelingen op het gebied van abortus en euthanasie. Wij zien dat er op deze gebieden steeds minder rekening wordt gehouden met God en Zijn geboden, waarbij het menselijk leven steeds minder wordt gewaardeerd. Dit doet ons als SGP-fractie pijn. Wij spreken bij deze algemene politieke beschouwingen de wens uit dat ons land terugkeert naar Gods geboden, die immers goed zijn voor alle mensen. Als afsluiting wil ik citeren uit Psalm 93: ‘De Heere regeert.’ Op Hem mogen wij in alles ons vertrouwen stellen. De voorzitter wijst erop dat moties 9, 10, 11 en 12 verder deel uitmaken van de beraadslagingen. De heer De Vries voert het woord namens de fractie van het CDA. Dank u wel, voorzitter,

11

Zoals u misschien weet hebben wij dit jaar ons huis verbouwd. De wens om beneden wat meer ruimte te krijgen was door gezinsuitbreiding wat groter geworden. Dat was een hele klus, waarmee ik niet zeg dat ik zelf heel handig ben. Het vraagt nogal wat keuzes en eerlijk gezegd zijn het dingen waar ik niet dagelijks mee bezig ben. Natuurlijk ben je benieuwd naar wat je extra bij kan lenen, maar eerst moet je in beeld hebben wat je met de verbouwing wilt. Uiteindelijk hadden wij in grote lijnen twee varianten over; een grote en een wat kleinere verbouwing. Dan komt toch ook al snel de financiële vraag: wat is het verschil in kosten en is dat het ons waard? En nog belangrijker: kunnen wij dat dan ook de komende jaren dragen? Naast de ruwbouw moesten wij voor alle wensen, zoals keuken, deuren en de vloer, een inschatting maken qua kosten. Na een gesprek met de hypotheekadviseur kwamen wij tot de conclusie dat de grote verbouwing mogelijk was. In januari gaven wij er een klap op en kon de verbouwing beginnen. Mogelijk is dit verhaal voor velen van u bekend. Ik weet dat in mijn fractie meerderen hiermee te maken hebben gehad. Het is misschien ook heel herkenbaar als het gaat om onze gemeente. Ook hier is een soort van verbouwing nodig vanwege ‘gezinsuitbreiding’. Wij groeien de komende jaren fors.

En dan is de vraag: hoe gaat dat eruitzien? Wat vinden wij belangrijk, waar ligt de prioriteit en hoe gaan wij dat met elkaar betalen? De Begroting doet daar een poging toe. En wat het CDA betreft, blijft het eigenlijk bij die poging. Het coalitieakkoord en de daaropvolgende Kaderbrief waren al niet hoogstaand, maar ook deze Begroting geeft ons een wat onrustig gevoel. Welke keuzes zijn wij met elkaar aan het maken? En wij zeggen bewust ‘wij’. Het makkelijkst is om het af te wentelen op het college maar wat ons betreft is dat oude oppositie. Als CDA willen wij graag onderdeel van de oplossing zijn, maar dan moeten wij in dit geval wel geholpen worden door een goede basis. En helaas mist die basis. Even terug naar de verbouwing. Eerst bepalen wat je wilt en dan kijken of je het financieel kunt dragen. Dit college doet het andersom: eerst kijken wat je financieel kunt dragen en dan bepalen wat wij daarmee willen doen. De heer Van den Born is van mening dat de heer De Vries dit zelf ook doet als hij gaat verbouwen. Hij bekijkt eerst hoeveel geld hij heeft en wat de mogelijkheden zijn om dan over te gaan tot aankopen. Het college doet niet anders. De heer De Vries bevestigt dat iemand ongeveer moet weten wat hij kan dragen en of er ruimte is om iets te kunnen doen. Dat is bij de gemeente ook zo.

Maar daarna gaat hij snel kijken naar wat de ambities zijn en welke keuzes gemaakt gaan worden. Op basis daarvan ziet hij hoeveel geld daarvoor nodig is en wordt de vraag beantwoord of hij dat kan dragen. Het college maakt een andere keuze. De heer De Vries vervolgt zijn eerste termijn. In deze Begroting wordt gekozen voor een lening van €42 miljoen in drie jaar, op basis van kapitaallasten van €2 miljoen. Concreet is dat de afweging of de rente die de lening met zich meebrengt betaald kan worden. Dat lukt, is de overtuiging van dit college, maar qua aflossing moeten volgend jaar nog wel de koppen bij elkaar gestoken worden. Ook moet er nog uitgewerkt worden wat wij dan precies met dit geld gaan doen. In 2023 is dat al €30 miljoen. Dat geeft een wat onrustig gevoel. Ook wij zien dat er investeringen nodig zijn, maar de keuzes willen wij in een totaalplaatje zien. Concreet komt het dan neer op twee dingen: wat gaan wij ervoor doen en hoe gaan wij het betalen? Om met het laatste te starten: dit is onduidelijk maar wel elementair. Wij willen namelijk niet de rekening doorschuiven naar de volgende generaties. De netto schuldquote stijgt weer naar ongekende hoogte en daar staat, in tegenstelling tot andere jaren, geen grondbezit tegenover. Het zit straks in stenen en wegen en daar is weinig aan te verdienen.

De kengetallen zien er allemaal niet zo positief uit, ik noem het weerstandsvermogen ook nog maar even. Hij vraagt zich af wat de provincie hier uiteindelijk van gaat vinden.

12

De heer Top komt terug op de opmerking dat ‘het in stenen en wegen zit’. Hij informeert naar de reden waarom het CDA de vorige week voor het beheerplan Wegen heeft gestemd, dat €15 miljoen kost. De heer De Vries heeft niet gezegd dat hij daartegen is. De heer Top constateert dat de heer De Vries niet wil dat dit in de begroting komt, dat erin geïnvesteerd wordt. Daar zit een tegenstrijdigheid in. De heer De Vries heeft zichzelf dit niet horen zeggen. De heer De Vries vervolgt zijn eerste termijn. Eentje die wat beter oogt is de belastingcapaciteit, onze belastingen liggen over het algemeen gunstig. Is dat dan ook de plek waar wij het geld de komende jaren vandaan gaan halen? Daar durft dit college dan weer geen uitspraak over te doen. Het college kiest wel voor een verhoging van de OZB, maar doet dat wat ons betreft op een wat slinkse wijze. Door de rekenmethode van vijf naar drie jaar te wijzigen is de inflatiecorrectie dit jaar 3,25%. Hier is vaker over gesproken. Dat is dit jaar nog maar een verschil van 0,25%, maar als volgend jaar de inflatie weer zo hoog is, dan wordt het verschil een stuk groter. Nu hebben wij bij de afgelopen Kaderbrief via een motie opgeroepen om hiervan af te zien, maar helaas zette de coalitie deze wijziging door.

Nu lijkt het erop dat er wordt gehoopt op een hoge inflatiecorrectie, waardoor de fundamentele discussie om de OZB te verhogen uit de weg kan worden gegaan. De heer Van den Born vraagt wat er slinks aan is als een organisatie de financiële positie niet wil uithollen. Hij vindt het woord ‘slinks’ hier verkeerd gebruikt. De heer De Vries laat weten dat de CDA-fractie dit wel slinks vindt. De fractie vindt dat de discussie gevoerd moet worden over wat tegenover alle leningen gezet gaat worden. Het college kan net iets extra binnenhalen door van vijf jaar naar drie jaar te gaan. Hij is er voorstander van om het dan gewoon open te leggen en te zeggen dat het college de OZB wil verhogen. De heer Van den Born benadrukt dat het college de inflatiecorrectie heeft toegepast en die is verkort van vijf naar drie jaar. Het effect is 0,25%. Doet het college dat volgend jaar weer, dan is het effect 1,4%. Dat is niet slinks, dat is heel open en transparant. Doet men dat niet, dan wordt de organisatie uitgehold en dat is verkeerd financieel beleid. De heer De Vries memoreert dat hij hier in de commissievergadering extra naar gevraagd heeft. Toen is aangegeven dat het goed is en principieel om van vijf naar drie jaar te gaan, ongeacht de situatie. Dat is dus niet het geval. Op het moment dat de inflatie lager zou zijn, zou men heel blij zijn met de vijf jaar in plaats van de drie jaar.

De heer Van den Born zegt dat hij dat betwijfelt. De heer Top brengt naar voren dat de coalitie inderdaad de keuze heeft gemaakt voor een driejaarsgemiddelde. Dat betekent dat, als in de toekomst de inflatie hopelijk naar beneden gaat, hier ook eerder van geprofiteerd wordt. Het geheel sluit hierdoor beter aan. De indexering van lonen en prijzen bij de gemeente is gemiddeld 4,5%. Dit jaar legt de gemeente er dus ongeveer 1,25 % op toe. De begroting kan dat dragen. Hij vraagt of het dan niet onverstandig zou zijn om een lager percentage te nemen. De heer De Vries licht toe dat de CDA-fractie van mening is dat het vijfjaarsgemiddelde prima voortgezet kan worden, het gebeurt al jaren. Het gaat om 0,25%, volgend jaar zou het daarmee wat meer gestabiliseerd worden waardoor inwoners, die het lastig hebben, juist niet die schuld gegeven wordt. Dat is een andere keuze. Hij begrijpt dat de 1,25% door de gemeente wordt ‘gecompenseerd’. De heer Top wijst erop dat het verschil van 0,25% onder andere gestopt wordt in het Impuls Armoedebeleid. Het is goed om te beseffen dat het op die manier weer teruggaat naar de burgers die dit het hardst nodig hebben. In aanvulling op de discussie laat de voorzitter weten dat ‘slinks’ betekent ‘wat anderen niet mogen weten of merken’. 13

De heer De Vries vervolgt zijn eerste termijn. Nu lijkt het erop dat er wordt gehoopt op een hoge inflatiecorrectie, waardoor de fundamentele discussie om de OZB te verhogen uit de weg kan worden gegaan. Dat is niet ‘scherp aan de wind varen’, zoals dit college het noemt, maar het in de wind slaan. Daarom vinden wij dat het college hier actief op moet handelen anders lopen wij het risico dat wij in de toekomst veel minder kunnen investeren in bijvoorbeeld dorpen en verenigingen. Er wordt nu veel aandacht gegeven aan de ambities, maar dit moet ergens door betaald worden. Wie A zegt, moet ook de B van betalen zeggen. Daarom roepen wij, met Pro’98, middels motie 16 Scenario’s verhoging OZB onontkoombaar het college op om te bepalen of zijn leenwoede ook een verhoging van de OZB als consequentie heeft. Om duidelijk te zijn: dat geniet niet onze voorkeur, maar het is wel gênant dat deze oproep uit de oppositie moet komen. Wij willen een totaalplaatje. Wij vragen het college om een toezegging om op korte termijn duidelijkheid te geven hoe het de lening wil afsluiten. De vraag over hoe wij het gaan betalen hebben wij volgens mij nu wel behandeld. De tweede vraag is: wat gaan we ervoor doen? En dat beeld is ook nogal troebel. Natuurlijk, er zijn de nodige plannen waar wij ons in kunnen vinden. Zoals het Impuls Armoedebeleid om mensen die het nodig hebben extra te ondersteunen.

Het is ook goed dat er wordt geïnvesteerd in de culturele sector via bijvoorbeeld Nairac en de Muziekschool. Wij hopen op verdere ondersteuning van de culturele sector als dat nodig is, zoals bij het Schaffelaartheater. En als laatste punt sport. Daar gaat men door op de ingeslagen weg, maar onderweg lijken wat ambities verloren te gaan. De realisatie van de skeelerbaan heeft bijvoorbeeld een knauw gekregen en ook SDVB lijkt minder zeker van haar zaak. Voor dit laatste richten wij ons op komende commissievergadering, het is van belang dat deze vereniging aan het begin van het voetbalseizoen in september de nieuwe velden in gebruik kan nemen. Wij komen daarop terug. Zo kunnen wij nog meer beleidstoevoegingen noemen die onze steun krijgen. Maar om in de vergelijking van de verbouwing te blijven: we hebben het dan wel gechargeerd over de fijne koelkast, het mooie gazon en de handige deurklinken. Maar wat betekent het voor de grote verbouwing? Dat is een stuk troebeler. Het Meerjaren InvesteringsPlan, het MIP, moet uitkomst bieden. €42 miljoen lenen in drie jaar is het doel, maar wat wij hier precies voor gaan doen vraagt nog het nodige uitzoekwerk. Wegen is een belangrijk onderdeel, maar ook hier moeten wij nog het nodige wikken en wegen. In de begroting besluiten wij nu om minimaal €5,1 miljoen hiervoor jaarlijks vrij te maken. Dat is wat ons betreft te vaag.

Wij moeten onszelf als controlerend orgaan voldoende in staat stellen om goede afwegingen en besluiten te nemen. Daarom dienen wij met Pro‘98 een amendement in waarin wij het MIP ter kennisgeving aannemen maar nog geen besluiten nemen over de bedragen. De heer Korevaar sprak hier al over. Hiervoor wensen wij meer grip en er is nog veel uitwerking nodig. Ook als het gaat om grondaankopen vinden wij dat dit college een pas op de plaats moet maken. Eerst het huiswerk op orde voordat wij mandaat kunnen geven. Met een amendement roepen we het college op om eerst kaders te delen met de raad, voordat er overgegaan kan worden tot grondaankopen. En wij beseffen net zo goed als het college dat hier geldt hoe sneller hoe beter. Dan nog een punt over de vele plannen die in de Begroting staan. Het lijkt erop dat de zaken die wel concreet in het coalitieakkoord stonden direct in de schema’s zijn gepropt. Dat vraagt veel personele inzet en levert in veel gevallen ook weer nieuw werk op. We zien ook dat het college geen keuzes maakt om bepaalde dingen te schrappen, wat oorspronkelijk op aandringen van het CDA wel de bedoeling was. Het coalitieakkoord en de Kaderbrief waren namelijk nogal algemeen, terwijl er nu ineens hele concretere beleidstoevoegingen in staan. Dat voelt als een hink-stap-sprong.

Is het wel wijs om die plannen met een sprong in het diepe te gaan uitvoeren? Om dit te symboliseren heeft het CDA het bomenplan er uitgepakt. Wij snappen het idee vanuit vooral één partij, maar ik vraag mij af of dit, gezien alles wat wij al met groen in gang zetten, nu wel specifiek prioriteit moet hebben. En dan gaat het geld ook nog vooral naar personele inzet. SGP en ChristenUnie refereerden hier ook aan in de commissie. Daarom dienen wij met de VVD en BI een amendement in om af te zien van de ontwikkeling van een bomenplan. We zien dit geld liever besteed worden aan groen, in plaats van

14

aan papier. Dat geldt overigens ook voor het onderzoek naar een nieuwe afvalstrategie: wij ondersteunen het amendement van Pro om dit te schrappen van harte. Afrondend hebben wij nog twee moties die aandacht geven aan twee concrete thema’s. De eerste betreft informatieveiligheid. Het valt ons op dat hierover niets in begroting staat, terwijl het zo’n belangrijk onderwerp is. Naast alle andere ambities op het gebied van data en informatie kan dit niet ontbreken. Wij dienen hiervoor motie 14 Aandacht informatieveiligheid en IT-educatie in. Wat ook niet kan ontbreken zijn onze dorpshuizen. Het is van belang dat er voldoende mogelijkheden zijn om de dorpshuizen toekomstbestendig te laten zijn. Denk daarbij aan onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen. Wij dienen motie 15 Dorpshuizen unaniem in met ChristenUnie, SGP en Burger Initiatief. Dan is er nog een aantal moties en amendementen dat wij van harte medeondertekenen, maar de meeste daarvan moeten nog worden ingediend. Mogelijk komen wij er in tweede termijn op terug. Wij staan aan de vooravond van een grote verbouwing. Dat vraagt om het maken van keuzes. Als CDA staan wij voor sterke dorpen en sterke verenigingen met de inwoner, met de samenleving centraal.

Dat betekent dat er goede plekken voor ontmoeting moeten zijn, zoals dorpshuizen en sporthallen in de dorpen, ruimte voor initiatief vanuit buurten en wijken en aandacht voor de toekomst: duurzaam en sociaal met natuurlijk een solide huishoudboekje. In zo’n huis willen wij wonen. Daar bouwen wij graag aan. De voorzitter wijst erop dat amendement 13 en motie 14, 15 en 16 verder deel uitmaken van de beraadslagingen. De heer Van den Born voert het woord namens de fractie van Lokaal Belang. Dank u wel, voorzitter, Allereerst dank voor onze fractie, het college en in het bijzonder onze wethouder van financiën en de afdeling Financiën voor het vele werk dat is verzet. Het is altijd een hele klus en zeker dit jaar, het eerste bestuursjaar van een nieuwe coalitie. Wij leven in bijzondere tijden. Een oorlog in Europa waarbij al duizenden Oekraïense burgers om het leven zijn gekomen en miljoenen op de vlucht zijn. Er is sprake van megahoge inflatie en energiekosten, er is een economie die piept en kraakt en één op de dertien kinderen in Nederland gaat met honger naar school. Wij dachten twee jaar geleden dat corona het ergste was dat ons kon overkomen, vandaag weten wij wel beter. Daarom ben ik blij dat in deze begroting van SGP, Lokaal Belang en ChristenUnie veel aandacht is voor het onderwerp armoede.

Ik ben ook blij dat onze gemeente financieel in staat is om €2,1 miljoen ten laste van het voorlopig resultaat 2022 beschikbaar te kunnen stellen ten behoeve van armoedebeleid, om maatregelen te nemen om bijvoorbeeld eenmalige schoolkostenregelingen te verhogen, gezinnen en ondernemers te ondersteunen bij de kosten voor energie en de inkomenstoeslag te kunnen verhogen. Dit college gaat ook extra investeren in het voorkomen van schulden, het verhogen van de subsidie voor de Muziekschool, extra investeren in het stimuleren van evenementen en het uitbreiden van de balie Publiekszaken. Ik noem zomaar een paar punten. Waar Lokaal Belang zeer content mee is, is het opstellen van het bomenbeleidsplan. Het was een lang gekoesterde wens. Bomen zijn belangrijk, ze leggen CO2 vast, remmen de klimaatverandering af, bomen houden ons koel in warme zomers en dempen geluidsoverlast. Het is niet voor niets dat in alle dorpsplannen, dorpsvisies of centrumvisies door onze inwoners één onderwerp prominent genoemd wordt: meer bomen en meer groen in de dorpen. Op 7 juli 2021 heeft de raad de Hoofdlijnennotitie aangenomen, unaniem. Ik heb het zojuist al gezegd; met dit besluit heeft de raad besloten dat onze gemeente de komende achttien jaar gaat groeien van 60.000 naar 85.000 inwoners. Stelt u zich eens voor: in achttien jaar.

De consequentie van deze explosieve groei is dat wij als gemeente fors moeten gaan investeren om deze groei mogelijk te gaan maken. Investeren in wegen, infrastructuur, scholen, dorpshuizen, ontmoetingscentra zoals Bronveld waar de raad vorige week €3 miljoen voor heeft uitgegeven en de wegen die de heer Top zojuist noemde. Deels kunnen wij deze investeringen financieren met eigen kapitaal en deels met 15

vreemd vermogen. Dat daardoor onze schuldquote stijgt naar 185% is niet prettig, maar het is een logisch gevolg van de forse investeringen die de komende jaren moeten plaatsvinden. De financiële risico’s bij deze hoge schuldquote kunnen wij aan als gemeente Barneveld, ons weerstandsvermogen blijft namelijk binnen aanvaardbare bandbreedte en dat geldt ook voor onze solvabiliteit, die wel daalt maar aanvaardbaar blijft. Die twee zijn erg belangrijk. Bij deze investeringen horen ook zorgen over de betaalbaarheid van dit alles. De heer De Vries memoreert dat Lokaal Belang de afgelopen vier jaar vanuit de oppositie vooral gezegd heeft dat de financiële situatie van de gemeente niet goed is. Met name in de discussie met Scherpenzeel werd dit vaak aangehaald. De CDA-fractie woog dit anders indertijd. Nu geeft de heer Van den Born zelf aan dat verschillende quota momenteel dalen, waardoor men kan concluderen dat Barneveld er financieel nog wat slechter voor komt te staan. Hij vraagt wat de redenen zijn of maatregelen zijn die zijn genomen waardoor de heer Van den Born zegt dat er op financieel vlak bepaalde zaken zijn opgepakt waardoor de fractie van Lokaal Belang momenteel een stuk positiever kan zijn. Misschien kunnen twee voorbeelden genoemd worden. De heer Van den Born antwoordt dat de gemeente veel geld uit Den Haag heeft gekregen, meer dan gedacht en gewenst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cccb56da-141d-40ad-9b1e-4a7d70c86f8a