CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering Barneveld dd 28 juni 2023

Gemeenteraad 28 juni 2023, gemeente Barneveld39.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In een gebiedsproces wordt bekeken hoe dit vorm gaat krijgen. De wethouder is zelf geïnspireerd door wat in de Bommelerwaard gebeurd is met de herstructurering van de glastuinbouw. Er is inderdaad een uitvoeringsbureau met budget en doorzettingsmacht om zaken te regelen. In gebiedsprocessen zal iets dergelijk tot uitdrukking moeten komen. Hier blijft aandacht voor. Amendement 18 Barneveld wil eerst een aanbetaling van het Rijk voor Programma WLG: het is goed om te horen dat de VVD het een goed idee vindt om met dit programma aan het werk te gaan. De heer Bos wil echter geld zien voordat er gestart wordt. De wethouder is van mening dat een start dan niet mogelijk is. Er is twee weken geleden een brief namens Regio Foodvalley naar de minister van LNV gegaan en hierin staat juist deze vraag verwoord. De wethouder heeft daarin gezegd: we gaan €3,5 miljoen vragen aan de raad, maar wij gaan ervan uit dat wij dit terugkrijgen. De minister zal hier nog op reageren. De heer Bos constateert dat er een gesprek geweest is maar dat er nog geen toezegging is. Hij vraagt op welke termijn de toezegging wordt ontvangen. Wethouder Wijnne laat weten dat de minister heeft toegezegd dat zij schriftelijk antwoordt op de brief maar dat zij eerst de Kamerbrief wil sturen. De Kamerbrief is verzonden, dus er staat haar niets in de weg om te antwoorden. Hier zal wel op geacteerd worden.

Ook de heer Top vroeg hoe ervoor gezorgd kan worden dat het Rijk meebetaalt. De minister zal er zeker aan herinnerd worden, of via de woordvoerder, dat zij terug moet komen op de brief. Daarnaast heeft de VNG €10 miljoen bedongen bij het Rijk via het Gemeentefonds. Alleen is daarvan niet bekend hoe het verdeeld wordt. De heer Bos stelt dat het programma gaat starten. Hij vraagt of het niet goed is om aan de voorkant aan de gemeente duidelijk te maken dat het programma omarmd wordt, maar ook wat het gaat betekenen. Spreker heeft zojuist aangegeven wat dit voor de capaciteit van Barneveld gaat betekenen. Tot die tijd zou het stuk niet begroot moeten worden. De minister wordt dan gedwongen om stappen te nemen en op dat moment neemt de gemeente actie. Hij vraagt of deze volgorde niet beter zou zijn. Wethouder Wijnne gaat hier voor een gedeelte in mee. Er komt echter de komende jaren nog veel meer bij kijken, bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en vergunningen. Dat zit hier allemaal niet in. De minister heeft gezegd dat er een SPUK-regeling komt om dit soort bedragen te kunnen declareren. Het is nu een kwestie van het opstellen van het programma, ervoor zorgen dat in de Omgevingsvisie de goede dingen gedaan kunnen worden als het gaat om landelijk gebied, het mogelijk maken dat er extra inzet gepleegd wordt op functieverandering en dat de gemeente aanwezig is bij alle tafels. 45

De heer Bos wijst erop dat de agrariërs wat van de Barneveldse samenleving en het bestuur verwachten. Het is ook een signaal dat de gemeente achter de agrariërs staat, achter hun gezinnen en alles wat erbij komt om te zeggen: ja, maar het moet wel volledig gedekt zijn. Wat hier gebeurt, is voor een deel vooruitlopen op de muziek en op die manier de agrariër het signaal geven dat zelfs lokaal de steun niet meer gevonden kan worden. Wethouder Wijnne stelt dat het college in gesprek gaat met de agrariër, er is de volgende week een bijeenkomst gepland. Het is echter ook een goed gebaar als er een stap vooruit wordt gezet. Hij sprak hier al over in de commissievergadering: dit raakt zodanig de belangen van de inwoners in het buitengebied dat het college dit ook zou doen als de gemeente het bedrag niet terug zou krijgen. Dat is een signaal dat het college betrokken is en dit heel belangrijk vindt. De heer Top benadrukt dat het een signaal is naar de boeren dat zij serieus genomen worden, dat de gemeente wil investeren in het ondersteunen en informeren van de agrariërs. Als het niet in de begroting wordt opgenomen, betekent dit dat de gemeente juist minder voor de agrariërs doet. Ook is het zo dat, als de gemeente dit niet opneemt in de begroting, minister Van der Wal niet zomaar naar de gemeente toe zal komen.

Zij gaat vooral komen als het wel in de begroting staat en de gemeente blijft vragen om financiering. De heer Bos hoorde de woorden ‘serieus nemen’. Het wordt vooral ‘nemen’. En daar blijft hij van weg. Wethouder Wijnne vervolgt zijn reactie op de eerste termijn en reageert op de amendementen, moties en vragen. Motie 6 Houtstook aanpak vraagt om het in het leven roepen van een wijkgerichte aanpak door de gemeente Barneveld. Dit klinkt sympathiek maar het betekent nogal wat als dit gedaan wordt. Hier zou capaciteit op ingezet moeten worden, daar hoort menskracht bij. Het college adviseert om dit momenteel niet te doen. Er zijn geen wijken met heel veel klachten, die klachten bereiken het college althans niet. Uit het Schone Lucht Akkoord wordt wel het deel voorlichting en communicatie gebruikt, dat maakt ook deel uit van de wijkgerichte aanpak. Maar het acteren op handhaving en gesprekken per wijk vraagt een forse ambtelijke capaciteit. De heer Korevaar proeft een oproep van de wethouder aan de inwoners van Barneveld en de andere kernen om vooral wel te gaan klagen, dan bereikt het signaal het college wel. Hij vraagt zich af of in de motie gevraagd had moeten worden om het te onderzoeken, want dan zou de afweging bij de begroting gemaakt kunnen worden wat dat de gemeente gaat kosten en of het de raad dat waard is.

Wethouder Wijnne stelt dat de raad zelf gaat over wat er in een motie opgeschreven had moeten worden. Hij meent dat wel in beeld te brengen is wat het betekent en wat het kost. Hij begrijpt die behoefte en is bereid om, vooruitlopend daarop, de heer Korevaar een antwoord te geven. Dat kan niet direct. De heer Van den Born stelt voor om de capaciteit alleen in te zetten als er een stookalert is. Wethouder Wijnne kan niet goed overzien wat dan de benodigde capaciteit zou zijn. Bij de landelijke discussie, hij heeft die meegemaakt in de stuurgroep, bleek dat er nogal wat plaatsen zijn die oproepen tot goed landelijk beleid. De staatssecretaris zegt dan dat zij dit niet gaat doen omdat zij daar geen meerderheid in de Kamer voor krijgt. De linksgeoriënteerde partijen steunen dit niet vanwege de energiearmoede; mensen stoken noodgedwongen omdat zij de gaskraan dicht willen houden. De heer Korevaar voelt de handreiking van de wethouder om de raad tegemoet te komen. Hij zou graag stappen maken op het dossier, ook al is de stap klein. Alleen informeren is voor zijn fractie, en hij meent ook voor de mede-indieners, onvoldoende. Hij wil toch onderzoeken welke vervolgstappen aan het Schone Lucht Akkoord gegeven kunnen worden. Hij daagt de wethouder uit om de raad erover te informeren en dan kunnen de indieners bij de begroting overwegen of zij dat willen toevoegen. 46

Wethouder Wijnne zegt dit opnieuw toe. Mevrouw De Kwant wijst erop dat er staat dat de gemeente de wijkgerichte kaartjes verspreidt. Zij vraagt of het zou helpen als de gemeente alleen de kaartjes faciliteert en dat degene die eventueel overlast heeft het zelf anoniem kan verspreiden in de wijken. Wethouder Wijnne stelt voor om deze suggestie mee te nemen en vervolgens met een memo naar de raad te komen met wat het college kan doen. Hij bemerkt de behoefte hieraan. Wethouder Wijnne vervolgt zijn reactie op de eerste termijn en reageert op de amendementen, moties en vragen. Met motie 7 Houtstook regels kan het college prima uit de voeten. De Omgevingswet biedt namelijk meer mogelijkheden om hier iets over op te schrijven. De bedoeling is dat hiervoor uit het Schone Lucht Akkoord een voorbeeldtekst komt die het college gaat gebruiken. De motie zou dus een steun in de rug zijn. De eerste reactie van het college op motie 9 Woningbouw Kadernota 2024-2027 was wat terughoudend. De vraag was of er onderzocht ging worden en of er een team geformeerd zou worden dat zou brainstormen over welke regels hen dwars zitten en hoe dit opgelost moet worden. Maar de heer Van den Top heeft gezegd dat het geen vraag is om een onderzoek, maar een vraag om de suggesties mee te nemen in de plannen.

Voor een behoorlijk deel wordt dit al gedaan, er zijn plannen met de bouwers die de heer Van den Top noemde. In Voorthuizen gaat aan de Buurtweg Van Wijnen inderdaad voor een gedeelte fabrieksmatige woningen bouwen. Er zijn al wat plannen in voorbereiding waar in specifieke concepten de extra betaalbaarheid zit. Het college zet alles in om dit met creativiteit waar te maken en extra betaalbare woningen te realiseren. De motie roept het college op om zich niet te laten gijzelen door de regels. Dit leest de wethouder als een aanmoediging om ook een keer met een voorstel naar de raad te komen dat hier en daar wat schuurt met een regel, maar dat de raad belangrijk genoeg vindt om door te laten gaan. Dat zal niet een plan van tiny houses in het buitengebied zijn waar geen sloopmeters voor gevraagd worden, want dan moet eerst het beleid worden aangepast. Maar de wethouder voelt zich vrij om naar de raad te komen met plannen die een beetje schuren. Als de wethouder de motie zo mag opvatten, kan het college ermee uit de voeten. Het college zegt echter geen onderzoeksrapporten of extra memo’s toe. In motie 17 Temporiseren groei gemeente Barneveld is een aanpassing geweest. Het college begrijpt de vraag achter de motie, ook gezien de discussie die zich ontspon bij de bijdrage van de heer Van den Born.

De vraag was welk deel van de investeringen door de groei wordt veroorzaakt en welk deel evengoed gedaan moet worden. Het college was van mening dat de heer Van den Born even te gemakkelijk de link legde tussen strategische keuzes en groei. Dat zijn twee dingen. De vraag was of de raad dat in beeld kan krijgen en dat wil de wethouder toezeggen. Maar voor het overige suggereert de motie toch een beetje explosieve groei. In de scenario’s voor de Omgevingsvisie die de raad heeft ontvangen in oktober/november 2022, staat een scenario van 8.000 woningen en een scenario van 10.000 woningen. Het scenario van 8.000 woningen is een voortzetting van wat de gemeente de afgelopen tien jaar heeft gedaan. Er is dus geen explosieve groei. Het scenario van 10.000 woningen is meer groei. In het rapport staat dat het doorgerekend wordt. Dit komt dus naar de raad toe met de Omgevingsvisie. De milieueffecten worden in de verschillende scenario’s doorgerekend maar ook de financiële effecten. Daarmee krijgt de raad volgens de wethouder precies het inzicht waarover in de motie gesproken wordt. De heer Van den Born licht toe dat het woord explosieve groei uit de Kadernota zelf komt. Wethouder Wijnne deelt mee dat het college de motie zoals hij voorligt ontraadt, omdat de motie dit te veel met elkaar in verband brengt.

Het inzicht ontvangt de raad uit de scenario’s en bij een volgend MIP is het in beeld te brengen. Het college wil uitdrukkelijk niet uitstralen dat het, nu het de investeringen ziet, op de rem gaat staan. Het is een onderdeel van de scenario’s. Hij meent dat de raad daarmee bediend wordt.

47

Motie 26 Innovatieve woonconcepten voor ouderen: dit is op zich een prima motie. Het college geeft hier al gevolg aan. In de wijk Bloemendal is men bezig met een knarrenhof. Ook in Voorthuizen is men bezig met een locatie specifiek voor ouderen. In de Woonzorgvisie komt uitdrukkelijk naar voren hoe naar woningbouw en huisvesting van ouderen wordt gekeken. De motie is een ondersteuning van het beleid. Wethouder De Heer reageert op de moties uit de eerste termijn. Motie 20 Windenergie stelt voor om de windplannen van de gemeente Barneveld voor de RES 2.0 te schrappen. Dat vindt het college niet een goed idee. De overweging van de VVD klopt niet echt, 1 juli is niet een tussentijds ijkmoment. De herijking gaat nog komen en gaat een heel traject worden. De opgave die naar de gemeente toe komt zal niet kleiner worden maar groter. Het is daarom niet verstandig om er op voorhand iets uit te halen. De VVD wil zorgvuldig zijn en draagvlak zoeken. Maar de RES 1.0 is geladen voor Barneveld. Met zorgvuldige lokale besluitvorming, met veel participatie, een lang traject en een weloverwogen besluit is een Windvisie tot stand gebracht. Dat is in de RES 1.0 ingevoerd. Het is niet zorgvuldig om nu te zeggen dat het niet wordt gedaan. De heer Bos stelt dat in de stukken wel degelijk staat dat de herijking op 1 juli zal zijn. Dat maakt niet zoveel uit.

De achterliggende gedachte is meer dat er gekeken wordt naar de inzet. Er zijn nog veel hindernissen: de wespendief bijvoorbeeld, de geluidscontouren, de impact op de omgeving en de gezondheidsaspecten. Als dat allemaal ophoopt en men ziet hoeveel energie hierin moet en het onder aan de streep in Barneveld waarschijnlijk niet lukt, dan is dat veel kapitaalvernietiging. In de vergadering is over capaciteit gesproken, die zou beter op een andere manier ingezet kunnen worden. Dat is de achterliggende gedachte bij de motie. Hij vraagt de wethouder hoe zij ernaar kijkt om op die manier met de Windvisie om te gaan richting RES 2.0. Wethouder De Heer merkt op dat er natuurlijk belemmeringen zijn, daar heeft het college over geschreven in het coalitieakkoord. Er zijn landelijke eisen die nog niet duidelijk zijn en de lastige zaak rond de wespendief is erbij gekomen. Maar als de gemeente gaat wachten tot al die belemmeringen zijn opgelost in de voorbereiding, dan kan de gemeente ook de boot missen. Dat wil het college niet. Op Harselaar wordt met het bedrijfsleven gewerkt aan een Smart Energy Hub en daarbij heeft de gemeente een mix nodig van allerlei elementen uit de duurzaamheidsaanpak, waarbij ook windenergie op die plek is ingetekend. Er zijn allerlei mitsen en maren, het college heeft afgesproken hoe daarmee wordt omgegaan. De wethouder houdt zich daaraan.

Het zou wel jammer zijn als kostbare tijd verloren zou gaan door iets waarvan het college ziet aankomen dat het nodig zal zijn. De heer Bos neemt de wethouder mee naar het akkoord in Arnhem, met de nieuwe partij die daar ‘de regering’ gaat vormen. Die geeft aan dat ook gekeken moet worden naar hoe met een kleine kernenergiecentrale een stap gemaakt kan worden als het om duurzaamheid gaat. Als men dit meeneemt en stilstaat bij de impact, is het dan verstandig om de stappen in de huidige tijd te maken? Het college kan ook de pauzeknop indrukken. Anders is de gemeente het geld kwijt en er moeten keuzes gemaakt worden. Dat betreft weer de capaciteit. Hij vraagt hoe de wethouder kijkt naar de reactie uit Arnhem. Wethouder De Heer beaamt dat het nieuwe college in Arnhem de kleine kerncentrale noemt, maar dan spreekt men over twintig, dertig jaar verder. De scoop van de RES 2.0 zal iets dichterbij liggen, althans voor de realisatiefase. Het college zegt ook dat het, dat wat in de RES 1.0 staat, laat staan en wil uitvoeren. Met het college van Gelderland in haar rug gaat zij door met de voorbereidingen. Het college raadt de motie af. Wethouder De Heer vervolgt haar reactie op de eerste termijn en reageert op de moties.

Wat motie 22 Giftendrempel bijstandsuitkering betreft is er een beantwoording van het college naar de raad gegaan aan de hand van vragen die gesteld zijn, de heer Wiesenekker haalde het al aan. Daarin lag het antwoord besloten dat hetgeen wordt voorgesteld, namelijk de giftendrempel verhogen tot een specifiek bedrag van €1.800 genoemd in de motie, op instemming van het college 48

kan rekenen. Het college beschouwt de motie als een steun in de rug en geeft een positief advies op de motie. Het college is bezig met de voorbereidingen van het programma Bestaanszekerheid. Dit element heeft in de voorbereiding een rol gespeeld, zelfs voordat de vraag uit de raad kwam. Motie 24 Impuls armoedebeleid: het college wil toe naar een structurele aanpak ter bevordering van de bestaanszekerheid. In de optiek van het college moet de gemeente af van incidenteel ‘gaten vullen’. Daar kan men veel over zeggen, ook over de verhouding tussen de verschillende groepen met verschillende inkomensniveaus. Dat is de reden waarom besloten is tot een programmatische aanpak bestaanszekerheid. De motie stelt dat het zover nog niet is, er is nog een jaar te overbruggen. In 2022 heeft de raad ruimhartig extra geld beschikbaar gesteld voor de armoede-impuls, het voorstel is om het dit jaar nogmaals te doen, toewerkend naar de structurelere oplossing die het college wil voorstellen. De gedachte is sympathiek maar het college heeft een grote voorkeur voor een structurele aanpak, waaraan gewerkt wordt. De wethouder begrijpt de motie wel. Het is aan de raad om erover te stemmen. Motie 25 Zonnepanelen in de achtertuin: er zijn mensen die graag willen verduurzamen maar hun dak is ongeschikt of er staan grote bomen in de omgeving.

De vraag is of de zonnepanelen dan op het stukje grond in de achtertuin mogen. Dat kan niet altijd even makkelijk. Het signaal is bekend bij het college en het heeft dat opgepakt. Er is al een deel van het participatieproces achter de rug, namelijk het vragen aan de buren van mensen die dat willen hoe men er tegenaan kijkt. Het college is daar al even mee op weg, zodanig dat er al gewerkt wordt aan een aanpassing van de zonneladder. De motie past bij waar het college mee bezig is, de wethouder vat de motie op als een ondersteuning van het beleid. De heer Wiesenekker komt terug op motie 24 Impuls armoedebeleid. Hij laat weten het duurzame en integrale programma bestaanszekerheid volledig te ondersteunen. Het staat bewust genoemd in de motie. De fractie is hier erg blij mee, maar het is er nog niet, net als de herijking van het minimabeleid. De omstandigheden zijn vergelijkbaar dus hij zou graag het beleid ook in 2023 inzetten. Daarna zal men aan het werk kunnen met een prachtig, duurzaam programma bestaanszekerheid. Wethouder De Heer begrijpt de gedachte volledig, die is sympathiek. Zij ziet in vertrouwen het oordeel van de raad hierover tegemoet. De heer Top herinnert aan zijn vraag om een reflectie op energietransitie en netcongestie.

Wethouder De Heer memoreert de vraag van de SGP of het college met niet aflatend enthousiasme door wil gaan met het aanmoedigen van de energietransitie, maar vooral dit mogelijk wil maken door alles te doen wat in het vermogen van het college ligt om de netcongestie te helpen oplossen. Wethouder De Heer zegt dit toe. De heer De Vries wijst erop dat motie 11 Dorpshuizen nog niet aan de orde is gekomen. Wethouder Oosterwijk antwoordt dat dit dorpshuizen betreft die niet in het bezit van de gemeente zijn maar een zelfstandige stichting zijn. Het college is met hen in gesprek en heeft hen gefaciliteerd om een onderzoek te doen naar lange termijn onderhoud. Het is prematuur om tevoren al een soort financiële toezegging te doen. Dat vindt de wethouder niet passend bij de situatie, de dorpshuizen zijn niet van de gemeente. Het college ontraadt de motie. De heer De Vries begrijpt dat het noemen van een bedrag wat prematuur is. Maar als men kijkt naar waar de dorpshuizen tegenaan lopen, zou het mooi zijn om richting begroting of later middelen te reserveren voor groot onderhoud om de dorpshuizen te helpen. Wethouder Oosterwijk vindt het fundamenteel dat de gemeente ineens verantwoordelijk gemaakt wordt voor iets wat niet van de gemeente is. De wethouder wil ze wel helpen, maar vindt niet dat het college aan de lat staat om structureel bij te dragen. Dat is een wijziging van het beleid.

De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de heer Top. 49

Burgemeester Van der Tak reageert op moties en een vraag om een toezegging uit de eerste termijn. Motie 8 Lobbyactiviteiten: dit betreft het een stap voorwaarts zetten met lobbyactiviteiten ter ondersteuning van wat het college doet en ten behoeve van alle inhoudelijke portefeuilles. Het is een goed idee om daar een stap in te zetten en de burgemeester meent ook dat het nodig is. ‘Barneveld is te groot om klein te denken’ geldt ook in dit kader, gegeven de opgaven waar de gemeente voor staat is het noodzakelijk om de verbinding te maken met de andere gremia, uiteraard op een rechtmatige manier, om daar de belangen van de gemeente te behartigen. Dit alles ondersteunt ook het werk dat collegeleden uiteraard zelf doen. De heer Bos ziet hier een tweedeling, vooral naar de motie 17 Temporiseren groei gemeente Barneveld toe: niet in 2040 naar 80.000/85.000 inwoners maar in 2050. Maar nu hoort hij de burgemeester zeggen: Barneveld groeit, dus er is een lobbyist nodig. Hij vraagt welke van de twee mogelijkheden het is. Burgenester Van der Tak zegt te hebben gesteld dat de gemeente voor grote opgaven staat. Dat neemt hij niet terug, want hij denkt dat dit zo is wanneer hij bijvoorbeeld kijkt naar het landelijk gebied en wat daar te gebeuren staat en naar de autonome groei die plaatsvindt - daarom wordt er gebouwd en dat legt weer beslag op de infrastructuur.

Het gevoelen is ook dat alle opgaven midden in het land een beetje samenkomen. Gegeven die analyse is het belangrijk om de belangen van de gemeente ook op andere tafels goed te vertegenwoordigen en er als de kippen bij te zijn. De heer Bos concludeert dat dit betekent dat de temporisering, zoals die wordt voorgesteld door Lokaal Belang, als het aan de burgemeester ligt met een lobbyist niet nodig is. Dan kan het aantal inwoners gehaald worden dat is afgesproken in de doelstellingen. Burgemeester Van der Tak hoort de heer Bos een conclusie trekken, maar hij heeft daar zelf niets over gezegd. De heer Bos vraagt of de burgemeester zijn conclusie beaamt. Burgemeester Van der Tak sluit op dat punt aan bij wat eerder door het college naar voren is gebracht rond de scenario’s die zijn voorgelegd en de beantwoording van wethouder Wijnne. De heer De Vries heeft een vraag over de toelichting in de motie. Over de betekenis van het woord intensivering is binnen zijn fractie nagedacht. Er zijn al mensen die werken voor public affairs beleid binnen de gemeente. Hij vraagt of lobbyen voor de burgemeester extra fte betekent of dat het betekent dat er meer aandacht voor komt in raad en college. Wat betekent voor de burgemeester hier het woord intensivering? Burgemeester Van der Tak licht toe dat intensivering voor hem in ieder geval is: een stapje bijzetten.

Gegeven de analyse dat een aantal dossiers hier samenkomt en gegeven de aard van die dossiers meent hij dat dit nodig is. Het college heeft de ruimte om eens goed te kijken naar de wijze van intensivering in de uitvoering van de motie. Dat kan soms betekenen dat er bestuurlijk een grotere inzet komt, ook kan het beleid tegen het licht gehouden worden. Er zijn meerdere mogelijkheden. Dat ligt bij de uitvoering en het college zal de raad hier goed over informeren. De heer Korevaar vraagt op welke wijze aan de lobbyist en lobbyactiviteiten inhoud wordt gegeven, of dat in lijn is met de afspraak die de raad met het college en als raad maakt of dat de lobby een autonome rol heeft binnen de organisatie. Burgemeester Van der Tak stelt dat er geen raadslid en geen bestuurder bij komt. De raad stelt de kaders en controleert het college, het college geeft uitvoering daaraan. Een lobbyist zou bijvoorbeeld de prioriteiten die men met elkaar stelt, ondersteunen. Zo zorgt diegene ervoor om, waar men denkt dat het nodig is, de zaak naar de gemeente toe te halen. Burgemeester Van der Tak vervolgt zijn reactie op de eerste termijn en reageert op moties. In motie 16 Handhaven verkeersverbod Barneveld centrum worden twee dingen gesteld waarover de burgemeester een aantal dingen wil zeggen. Ten eerste is er een enorme toename van de 50

verkeersoverlast ervaren door ondernemers. Ten tweede wordt in het eerste punt van de motie gevraagd om het toezicht te intensiveren. Die twee conclusies gaan het college wat te snel. De enorme toename van klachten door ondernemers heeft het college niet bereikt. Hij zou eraan hechten om eerst met de ondernemers te spreken, toevallig maakt hij de volgende dag een wandeling met de middenstand door Barneveld centrum, om eerst de feiten en cijfers goed boven tafel te krijgen en te verifiëren. Hij vraagt zich af in welke mate dit ervaren wordt. Lokaal Belang heeft de cijfers blijkbaar wel. Als de burgemeester de cijfers, omstandigheden en feiten scherp heeft, is misschien aan de orde dat hier wat toezicht op komt. Maar gegeven de schaarse toezichtcapaciteit wil hij dat in genoemde volgorde doen. Zomaar zaken intensiveren gaat ten koste van ander toezicht. Het vraagt om een zorgvuldige keuze. De heer Van den Born zal later op de avond de burgemeester namen doorgeven van ondernemers die de fractie benaderd hebben. De kans is groot dat de burgemeester het signaal zal ontvangen de volgende dag, is er dan de toezegging dat hij het beleid gaat aanscherpen? Burgemeester Van der Tak heeft de raad en de indieners van de motie gehoord, er zijn extra signalen die hen hebben bereikt. Hij wil de signalen verifiëren, de feiten en omstandigheden goed in kaart brengen.

Ook wil hij kijken wat er precies speelt, zo kan de toegenomen verkeersdrukte misschien het gevolg zijn van het handelen van de ondernemers zelf, er worden nogal wat pakketjes afgeleverd in het centrum, wat tot verkeersbewegingen leidt. Zijn toezegging kan zijn dat hij dit uitzoekt. Als er sprake is van echt meer verkeer dat tot gevaarlijke situaties leidt, dan is het logisch om naar handhaving te kijken. Maar in die volgorde. Daarna zou men kunnen nagaan wat dit betekent voor het verkeersbeleid want het raakt niet alleen pakketservices maar bijvoorbeeld ook fietsen. De heer Wiesenekker voegt er een suggestie aan toe. De signalen die zijn fractie hebben bereikt gaan met name over de vrijdagavond rond etenstijd. Maaltijdbezorgdiensten overtreden vaak regels en dit levert gevaarlijke situaties op. Hij vraagt of de burgemeester bereid is hier om specifiek naar te kijken. Burgemeester Van der Tak is van mening dat dit erbij hoort om de analyse goed te kunnen maken. Er zitten twee kanten aan: ondernemers verdienen hierdoor geld en tegelijkertijd worden hierdoor ook dingen afgeleverd. Hij is graag bereid om ook dat aspect mee te nemen in de analyse en om op dit punt bij de raad terug te komen.

Het college wil de motie aanhouden omdat de burgemeester eerst het huiswerk op orde wil hebben, zodat hij de feiten en omstandigheden kan verzamelen en het gesprek met de samenleving kan houden. Daarna komt hij hier graag op terug. Burgemeester Van der Tak vervolgt zijn reactie op de eerste termijn en reageert op de vraag om een toezegging. De heer Wiesenekker sprak over de digitale weerbaarheid van ouderen. Recent heeft de burgemeester over digitale weerbaarheid met ouderen gesproken in de bibliotheek in het centrum. Het bewustzijn op dat punt moet worden verbeterd. Hij zegt graag toe, omdat hij het als ondersteuning van het beleid beschouwt, dat hij dit punt zal meenemen naar het nieuwe beleid. Dat was de concrete vraag van de heer Wiesenekker. De heer Top draagt het voorzitterschap over aan burgemeester Van der Tak. 2.4

Schorsing voor overleg fracties

2.5 2e Termijn fracties, nadere beschouwingen De voorzitter deelt mee dat het verzoek is gekomen om de volgorde van spreken te wijzigen in de 2e termijn. De heer Bos neemt eerst het woord namens de VVD.

51

De heer Bos deelt mee dat motie 19 Sluitend financieel meerjarenperspectief 2024-2027 gewijzigd wordt ingediend. Hij meent dat de gewijzigde motie tegemoet komt aan hetgeen tijdens de discussie naar voren is gekomen. Er is gesproken over ambitie maar de VVD constateert ‘behouden’. Dat is wat te conservatief voor de VVD. Er is veel gezegd in de 1e termijn. Alle punten zijn zorgvuldig langsgekomen. Met name het MIP met alle bedragen die zijn genoemd. Hier is uitvoerig over gediscussieerd. Zijn fractie had graag het lijstje gezien en had dat graag meegenomen in de Kadernota. Het werd ook gemist in de hele discussie. De bedragen zijn er wel, maar spreker had dit graag uitgediept en had graag gesproken over de keuzes die de raad had kunnen maken bij de bedragen. De wethouder had €350 tot €400 miljoen verwacht en dat is over de €500 miljoen gegaan, in dat deel had de raad aan de knoppen kunnen draaien. Helaas heeft de raad dit niet voor elkaar gekregen. Wat in het beleid dan ook ontbreekt is de visie van het college. Het valt de heer Wiesenekker op dat de wijziging in de motie niet in lijn is met de overweging die erboven staat. De overweging spreekt over de oude motie. Hij vraagt de heer Bos of die ook niet aangepast zou moeten worden. De heer Bos meent dat meer de focus moet worden gelegd op de wijziging en op ‘De raad spreekt uit’. Dat is de opdracht die wordt meegegeven.

De constatering van de heer Wiesenekker is juist. De heer Wiesenekker vraagt of de heer Bos bereid is om de overweging aan te passen en in lijn met de uitspraak te brengen. De letters staan nog vetgedrukt. De heer Bos zegt toe hiernaar te kijken en vraagt in verband hiermee om een derde termijn. De heer Van den Born merkt op dat, wanneer de heer Bos ‘dient ook’ verandert in ‘streven’, de motie aangepast is. De heer Bos is verheugd over dit meedenken. De heer Top zegt dat de SGP voor een groot deel kan instemmen met de motie. Er staat echter dat er al een sluitende begroting moet zijn bij de programmabegroting 2024: ’Overwegende dat, het college streeft ernaar het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 bij de programmabegroting 2024 sluitend te presenteren.’ Dat is al over drie maanden. Als de heer Bos dit aanpast, kan de SGP instemmen met de motie. De heer De Vries stelt de volgende wijziging voor: ‘Het college voorbereidingen treft, om het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 bij de programmabegroting sluitend te presenteren’ en ‘Spreekt als raad uit: … ook die voorbereidingen te treffen voor … ’. De heer Bos hoopt dat de motie nog gewijzigd kan worden. De heer Bos vervolgt zijn tweede termijn. Het lijstje met keuzes heeft de raad niet mogen ontvangen. Er is te weinig visie.

Dat heeft ertoe geleid dat de fracties van Pro’98, CDA, Burger Initiatief en VVD een motie 32 Afkeuring van de Kadernota indienen. De voorzitter deelt mee dat motie 32 Afkeuring deel uitmaakt van de beraadslaging. De heer Top voert het woord namens de fractie van de SGP in 2e termijn. De heer Top bedankt het college voor de beantwoording van alle vragen en het ingaan op moties en amendementen. Deze dag hebben allen kunnen zien dat het belangrijk is dat er een MIP is en dat er de komende tijd keuzes gemaakt moeten worden met elkaar. Het is positief dat het college aangeeft dat gekeken wordt naar een eventuele tussenstap in aanloop naar de programmabegroting. Qua inhoud wil de heer Top nog ingaan op de netcongestie. Dat houdt de SGP bezig, temeer omdat TenneT zich erg zorgen maakt en bedrijven oproept om hiermee aan de slag te gaan. Hij vraagt het college om daarin een rol te spelen, om te bemiddelen tussen de bedrijven die ermee aan de slag gaan. Anders gaat dit de komende tijd mogelijk echt fout. Op de motie en amendementen zal hij ingaan bij de stemming, met eventueel een stemverklaring. 52

De heer De Vries voert het woord namens de fractie van het CDA in 2e termijn. De aangepaste motie 19 Sluitend financieel meerjarenperspectief 2024-2027: het is goed dat op deze manier gekeken wordt hoe voorbereidingen getroffen kunnen worden. De fractie is niet tevreden met de beantwoording in reactie op motie 12 Sporthal Kootwijkerbroek, vindt dit visieloos en beredeneerd vanuit onmogelijkheden. De opmerkingen richting Kootwijkerbroek waren stevig, als men kijkt naar wat men daar allemaal doet vindt spreker dit niet passend. Dat is storend en onnodig. De fractie wil een draagkrachtig college. Het gesprek kan natuurlijk doorgaan, dat gaf de wethouder ook aan, maar dat is wat het CDA betreft te weinig. Er is richting nodig om dat daadkrachtig te onderzoeken. Er is nog een mogelijkheid en die ligt bij de raad. Hij doet een oproep richting Lokaal Belang en SGP om Kootwijkerbroek een actief college te geven dat goed kijkt naar de mogelijkheden voor een sporthal. In zijn vergelijking met voetbal sprak hij eerder over de degradatiezone. Daar is het college in de beantwoording niet uitgekomen. Weinig reflectie, weinig concreetheid, de raad is er niet wijzer van geworden. Aan de ene kant is er een probleem op langere termijn en aan de andere kant kan de raad richting begroting kennelijk rustig gaan slapen.

De fractie is daar niet gerust op en vraagt om concrete actie, visie en kijken naar mogelijkheden. Die mogelijkheden zijn ook aangeboden. Hij adviseert het college om ergens voor te gaan, iets te proberen in plaats van naar onmogelijkheden te kijken. Het CDA koos er bewust voor om de moties niet te scherp te maken en te kiezen voor heroverwegen, onderzoeken et cetera, maar het heeft geen zin gehad bij het college. Daarnaast is te zien dat de coalitie ook geen kleur op de wangen van het college weet te krijgen. Als er vragen komen, wordt er al snel vragend naar het college gekeken, dat even vragend terugkijkt. Hij heeft geen idee van wat de raad kan verwachten met de begroting en de bespreking heeft zijn fractie niet méér vertrouwen gegeven. De blessuretijd is op. Er is afgefloten en hij ziet een dikke verliespartij bij het college. Daarom dient het CDA samen met VVD, Pro’98 en Burger Initiatief een motie van afkeuring in, de VVD noemde dit al. Zijn fractie keurt dit af en wil dit niet meer zien. De heer Van den Born voert het woord namens de fractie van Lokaal Belang in 2e termijn. Hij dankt het college voor de beantwoording en de collega’s voor de discussies. De motie 7 Houtstook regels gaat het waarschijnlijk halen. De fractie is daar erg blij mee, er wordt een eerste belangrijke stap gezet om hiermee om te gaan als het slecht weer is.

Dat is goed voor de gezondheid van de kinderen in de toekomst en voor het welzijn van de inwoners. Hij dankt mevrouw De Kwant en de heer Buitenhuis voor de gesprekken erover en dankt de SGP voor de steun. Lokaal Belang is blij met de opmerking van de wethouder dat de gelden van de railterminal naar de algemene reserve zijn gegaan. De fractie houdt motie 13 Afschaffing hondenbelasting aan. De wethouder heeft toegezegd dat het een en ander uitgezocht zal worden. Voor iedereen die eraan twijfelt benadrukt spreker dat hij gek is op honden, maar hij verbaast zich wel eens als hij mensen met een zakje ziet lopen. De heer Korevaar voert het woord namens de fractie van Pro’98 in 2e termijn. Bij motie 6 Houtstook aanpak heeft de fractie de toezegging gekregen dat de wethouder zou komen met een memo. De fractie trekt de motie daarom in. Eventueel wordt de motie in een volgende vergadering weer ingediend. Het college is heel blij met de kadernota die het heeft voorgelegd. Pro’98 was dat niet. Hij denkt dat fractie en college elkaar daar deze avond niet meer in zullen vinden. De fractie mist een college dat denkt in kansen en durft bij te sturen. In tijden van grote opgaven komt het college niet verder dan de conclusie dat het uitvoeren van reeds bestaand beleid uit de vorige raadsperiodes een heel fijn kader is.

Een college zonder ambitie, met als belangrijkste argument dat er geen geld is omdat een 10-jarige vooruitblik van investeringen zeer nadelig lijkt uit te pakken. Tegelijkertijd moeten volgens de wethouder het 10-jarig doorkijkje en de Kadernota echt los van elkaar gezien worden. Dat kan natuurlijk niet. Als een 10-jarige doorkijk er nu al toe leidt dat de gemeente stilstaat, dan kan dit niet los van elkaar worden gezien. Dus moeten er keuzes gemaakt worden. Maar daar is het nu nog te 53

vroeg voor, aldus de wethouder. En dus staat de raad met lege handen. Er is geen geld voor nieuwe beleidstoevoegingen en er is ook niet inzichtelijk gemaakt welke keuzes er gemaakt kunnen worden om wel weer nieuw beleid te ontwikkelen. Vervolgens komen er dan toch wat ideeën uit de raad. En dan gaan bij een aantal wethouders de hakken in het zand, dan moet er eerst geëvalueerd worden, het bestaand beleid moet gevat worden of, in geval van een sporthal, de burger heeft niet voldoende geleverd. Als er zo bestuurd wordt, is er geen dagelijks bestuur nodig, maar kan er ook een accountant ingehuurd worden met een kantoor vol controllers. Daarom laat de fractie motie 5 Instrument kadernota in stand. Dit is geen aanzet tot discussie in een werkgroepje, maar een principiële uitspraak die de fractie de raad vraagt te doen. Hij ziet overigens wel dat het college realistisch is. In de zomer kan het gemeentehuis niet toveren en dus hoeft de raad in de begroting geen beleidswonderen te verwachten. Dat is ook wat de wethouder deze avond heeft gezegd. Pro’98 heeft dan ook geen behoefte aan een tussenstap in aanloop naar de begroting. Pro’98 komt deze avond tot de conclusie dat de fractie tegen de Kadernota stemt. Dit gebeurt niet van harte maar het is wel een signaal dat de fractie echt meer van een college verwacht dan dat wat het momenteel levert.

Het zou leuk zijn om bij de begroting eens voor te kunnen gaan stemmen. Tot die tijd steunt de fractie motie 32 Afkeuring die al is aangekondigd door de VVD, van harte voor dat wat het college deze avond heeft gepresenteerd. De heer Wiesenekker voert het woord namens de fractie van de ChristenUnie in 2e termijn. Hij dankt de raadsleden die het woord hebben gevoerd voor de fijne, constructieve bespreking en dankt het college voor de vele ontvangen antwoorden. Wat dat betreft was het een goede avond. Hij dankt ook voor de vele steun die de fractie lijkt te krijgen voor de moties. Bij motie 12 Sporthal Kootwijkerbroek is de fractie blij dat de wethouder aangeeft dat zij gesprekken voert en blijft voeren. De ChristenUnie had gehoopt om met de motie een sporthal mogelijk te maken en daarmee een duidelijk signaal af te geven naar de samenleving. Hij hoopt dat de optie openblijft en dat de werkgroep er actief bij wordt betrokken. Motie 32 Afkeuring is zojuist ingediend door de VVD. De fractie moet die nog bekijken. Hij kan zich motie 5 Instrument kadernota beter voorstellen. De fractie is daarop ingegaan en ook het college heeft erop gereflecteerd. Dat doet meer recht aan de tijdsdruk waaronder het tot stand is gekomen en aan de antwoorden van het college. Mevrouw Van den Wildenberg voert het woord namens de fractie van Burger Initiatief in 2e termijn.

Ook Burger Initiatief ondersteunt motie 32 Afkeuring. In de commissie was het duidelijk dat de Kadernota niet rijp was voor besluitvorming en de fractie blijft bij die mening. De fractie vindt het een ondermaatse kadernota, tot haar spijt. Wat de beantwoording betreft, sluit mevrouw Van den Wildenberg zich aan bij wat de heer Korevaar in 1e termijn al stelde: er wordt te vaak verteld wat er allemaal niet kan in plaats van dat er een hand uitgestoken wordt en samenwerking en gezamenlijkheid wordt opgezocht. Niet bij alles en iedereen, dat is ook maar gelukkig, maar het is toch te veel naar haar zin. De fractie hoopt op een andere koers bij de begroting. De heer Bos deelt mee dat in motie 19 Sluitend financieel meerjarenperspectief 2024-2027 ook de overweging is aangepast. De voorzitter schorst de vergadering op verzoek van enkele fracties. De voorzitter heropent de vergadering en geeft de fracties, als afsluiting van de 2e termijn van de raad, de gelegenheid om te reageren. De heer Top memoreert dat de afgelopen dag en in de afgelopen periode veel dingen besproken zijn. Eén ding is daarin duidelijk geworden: vanuit het college zijn er, wat de SGP betreft, hele duidelijke kaders meegegeven. Waaronder het feit dat veel zaken uit het verleden, waaraan alle partijen 54

hebben bijgedragen, niet allemaal op tijd zijn afgerond. Daardoor worden ze doorgeschoven naar 2023 en naar 2024. Die zaken hebben in het verleden steun gekregen van de raad en nu zou dat geen duidelijk kader meer zijn. Wat dat betreft heeft motie 32 Afkeuring de SGP echt verbaasd. Dit zegt iets over de bereidheid om in het geheel mee te denken. Het college heeft in het afgelopen jaar zaken ontdekt en die komen nu boven tafel. Dat is misschien geen leuke boodschap, maar het is wel de beste boodschap die de raad op het moment kan horen. Het is een eerlijke boodschap zodat de raad daar wat mee kan doen, zijn winst mee kan doen. Dat een fractie de Kadernota niet steunt, dat kan. Maar een motie van afkeuring vindt de SGP bijzonder. Er is over de coalitiepartijen gezegd dat die geen kleur op de wangen zouden hebben. Ook als fractie heeft de SGP wel degelijk kleuring gegeven ten opzichte van de Kadernota. De fractie heeft dingen aangegeven die zij graag in een bepaalde prioriteitsvolgorde wil zien en heeft wel degelijk, daar waar nodig, vragen gesteld. Alles overziende herkent de SGP zich niet in het verhaal en zeker niet in de motie van afkeuring die zojuist is ingediend. De heer Van den Born laat weten dat ook Lokaal Belang onaangenaam verrast en teleurgesteld is door de motie van afkeuring.

Het college heeft in de Kadernota gesteld geen nieuwe zaken op te pakken voordat de oude zijn opgelost. Dat is heel verstandig. Er is hard gewerkt aan het MIP. Spreker vindt de motie van afkeuring geen recht doen aan ambtenarenapparaat en college die zo hard hebben gewerkt aan het document, een document dat veel inzicht heeft gegeven zodat mogelijk bijgestuurd kan worden naar de toekomst toe. De heer Wiesenekker was de 2e termijn begonnen met het geven van complimenten aan de gehele raad en aan het college voor de constructieve wijze waarop het gesprek is gevoerd. Die complimenten had hij al bedacht voordat de 2e termijn begon. In de 2e termijn wordt de fractie verrast met een stevige motie van afkeuring. De ChristenUnie herkent zich niet in de motie, zeker niet gezien de bespreking die heeft plaatsgevonden. De fractie is ook van mening dat de Kadernota op facetten kwalitatief beter geschreven zou kunnen worden, er zitten ook kenmerken in die in de commissie aan de orde zijn gebracht. Dit betrof bijvoorbeeld de evenwichtigheid tussen de beleidsdoelen, niet voor niets heeft de fractie het onderwerp duurzaamheid aangehaald. Ook het MIP kan als instrument echt groeien. Bij de 2e termijn is hij naar voren gelopen met een positieve houding ten opzichte van motie 5 Instrument kadernota. Dat gaat hij niet ineens veranderen.

Maar dat motie 5 wordt ingediend met een motie van afkeuring in de achterzak begrijpt hij niet goed. De heer Korevaar stelt dat, als hij goed had opgelet in de commissie - mevrouw Van den Wildenberg haalde het al aan, hij had gehoord dat meerdere partijen daar al gezegd hebben dat ze de Kadernota niet rijp vonden voor besluitvorming. Dat gaf al een behoorlijk stevig signaal. Maar het was ook de coalitie, de heer Top, die in de commissie zei: misschien is het zaak dat er een tussenstap gemaakt wordt, dat er nog eens over gesproken wordt met elkaar voor de begroting. Van de oppositie zou men dit verwachten, maar dit kwam uit de hoek van de coalitie. Motie 5 Instrument Kadernota vindt hij heel essentieel. De reactie van het college was dat het leuk is om daarover te discussiëren. Maar het is voor de heer Korevaar een fundamenteel punt. Die reflectie heeft hij niet geproefd bij het college. Dat maakt dat Pro’98 de stap heeft gezet. De heer Top heeft dit inderdaad in de commissievergadering naar voren gebracht. Hij heeft daar goed geluisterd, niet alleen naar coalitiepartijen maar ook naar oppositiepartijen, en heeft geconstateerd dat een dergelijke tussenstap zou kunnen helpen. Hij heeft, met de andere partijen, gezien dat het vraagstuk er ligt. Dat is de enige reden. De heer Korevaar is daarvoor zeer erkentelijk.

Het is fijn dat de heer Top op die manier met de oppositie meedenkt. Maar de praktijk is, de wethouder stipte dat ook al aan, dat de tijd tot de begroting zeer beperkt is. Er is een reces van twee maanden en daarna moet een maand gewerkt 55

worden voordat de begroting op de collegetafel ligt. Daarna spreekt de raad erover. De wethouder zegt: u zult van mij geen beleidswonderen hoeven te verwachten. De waarde van de tussenstap ziet de heer Korevaar niet meer. De heer Top is van mening dat de heer Korevaar er een karikatuur van maakt, alsof alle ambtenaren en het hele college twee maanden op vakantie gaan. De komende periode gaat er wel degelijk hard gewerkt worden om dat tot stand te brengen. Op een eerder moment zal zeker een bepaalde richting gaan ontstaan. Die richting zou dan in een openbare commissievergadering aan de raad voorgelegd moeten worden, zodat daarover gesproken kan worden voordat er definitief over de programmabegroting gesproken wordt. De heer Korevaar wil niet in herhaling vallen, maar wat hij heeft gemist deze avond, en hij neemt aan met hem meerdere partijen, is de constatering van het college dat de raad de afwegingen in ieder geval in volgende kadernota’s weer terug wil zien. Dat heeft de oppositie niet gevoeld, vandaar het waardeoordeel dat nu is gegeven. De heer Top hoort graag een reflectie van het college op de laatste uitspraak. De heer Wiesenekker verwijst naar de tussenstap. Spreker heeft die als verbindend ervaren, ook juist naar de oppositie toe. Inderdaad, men kan verwachten dat er een motie komt op basis van de commissiebespreking. Hij had die gezien, namelijk in motie 5.

Op het moment dat die motie voorligt en de fractie wordt niet bij een andere motie betrokken, wat iets zegt over de raad en niet over oppositie/coalitie, dan is dat een verrassende stap. Wat spreker had verwacht, stond al in motie 5. Hij vindt de Kadernota essentieel en richtinggevend. De fractie is van mening dat de Kadernota voldoende richting geeft. Daar zit het verschil in. Daarom stemt de fractie mee met motie 5 maar zeker niet met de motie van afkeuring. 2.6 2e Termijn college De voorzitter nodigt wethouder Oosterwijk uit voor een reflectie namens het college in 2e termijn. Wethouder Oosterwijk is verrast en verwonderd over de motie van afkeuring. In de eerste termijn is fors gereflecteerd op de Kadernota met elkaar. De raad zegt het MIP waardevol te vinden en zegt dat het ook waardevol is om iets te doen aan het dreigende stuwmeer van activiteiten, daartoe is de wethouder in diverse toonaarden opgeroepen. Vervolgens wordt gezegd dat er geen nieuw beleid is en dat er nergens op gereageerd kan worden. Spreker is van mening dat nieuw beleid juist niet gemaakt moet worden, anders wordt het stuwmeer nog groter. Hij snapt eigenlijk niet hoe consistent de oppositie zelf denkt te zijn in de afkeuring. De wethouder gaat er dan ook niet in mee. Het debat in de 1e termijn was constructief en hij ziet dat onvoldoende gereflecteerd in de motie van afkeuring.

Daarin verschilt men natuurlijk van mening. Hij zal niet in herhalingen vallen, dat lijkt hem niet gewenst, maar de wethouder wil dit wel uitgesproken hebben: wat hij mist, waar hij expliciet om gevraagd heeft en wat hij gepoogd heeft om te bereiken is het ‘samen’. Voor de opgave waar de gemeente voor staat, met de kennis die er momenteel is. Het lijkt een beetje op weglopen voor de kennis die er momenteel is. Dat betreurt hij. Dat mist hij in hoe de oppositie omgaat met de motie. Misschien vergist hij zich hierin, hij laat zich graag overtuigen van het tegendeel. De heer Bos benadrukt dat het geen weglopen voor de kennis is. Hij citeert uit de motie van afkeuring: ‘Spreekt uit dat het college …. concrete beleidskeuzes, bezuinigingskeuzes en/of lastenverzwaringen’. Het is niet alleen het nieuwe beleid dat het stuwmeer vergroot, men kan ook kijken naar waar getemporiseerd kan worden, waar daadwerkelijk bezuinigd kan worden. Dat is momenteel aan de orde. Dat stukje reflectie miste zijn fractie in de 1e termijn. Daarom is de motie van afkeuring ingediend. Hij vraagt de wethouder waarom alleen wordt gekeken naar het stuwmeer en niet naar de keuzes qua bezuinigingen. Dat mist de VVD in het verhaal in de 1e termijn. Wethouder Oosterwijk meent dat de 1e termijn op deze manier herhaald wordt. De wethouder is in de 1e termijn op de bezuinigingen ingegaan.

Het heeft geen nut om dat te herhalen.

56

De heer Wiesenekker memoreert dat de wethouder aangaf dat van het constructieve gesprek in de 1e termijn weinig is terug te zien in de motie van afkeuring. Daar sluit hij zich bij aan. Zijn fractie heeft in de voorbereiding van de vergadering met alle fracties samengewerkt of tekstsuggesties uitgewisseld. Hij vraagt of de motie van afkeuring al klaarlag voorafgaand aan de vergadering. De heer Bos stelt dat men zich altijd moet voorbereiden op een vergadering. Inderdaad, ook de fracties hebben zich voorbereid op de vergadering en hebben nagedacht over wat er zou gebeuren als zij niet de juiste antwoorden zouden krijgen. De heer De Vries begrijpt dat de wethouder niet blij wordt van de motie van afkeuring, maar is van mening dat hij de bal erg bij de oppositie neerlegt en vindt dat de oppositie het verkeerd ziet. Hij vraagt wat de wethouder er zelf uit haalt qua reflectie. Wethouder Oosterwijk vindt het een goede vraag. Hier was hij nog niet aan toegekomen. De motie van afkeuring is een belangrijk signaal en hij begrijpt dat de raad duidelijke keuzes wil. Hij meent op een aantal manieren aangegeven te hebben wanneer hij die denkt te kunnen presenteren. Ook heeft hij aangegeven dat daar nog tijd voor is.

Hij is het niet met de betreffende fracties oneens, maar over het tijdpad waarin het kan gebeuren verschillen college en oppositie van mening, waarschijnlijk qua inzicht maar ook qua wat nodig is en wat zorgvuldig is. In de motie waarin de raad wat schrapt heeft de wethouder het college een aantal onderzoeksopgaven opgelegd. Hij vindt dat dit nodig is, de informatie moet op tafel liggen voordat de raad de keuzes kan maken die de raad graag maakt en de heer Bos kan kiezen voor de bezuinigingen die hij graag doorvoert. Het college wil die zorgvuldigheid graag betrachten. Die tijd is er, dat is het verschil tussen paniek en urgentie. Als de heer De Vries dan in zijn bijdrage weer over voetballen begint, vindt spreker dit een beetje paniekvoetbal. Wethouder Oosterwijk wil tot slot de ambtelijke organisatie bedanken voor alle werk dat zij gedaan heeft in de Kadernota maar ook voor al het werk dat zij het hele jaar doet voor de gemeente. Dit behelst ook het in gesprek zijn met de maatschappelijke organisaties van de gemeente, het kijken naar de mogelijkheden die er zijn. Het zijn vaak lastige gesprekken, de ambtenaren zitten er met een positieve intentie in, maar soms is ‘nee’ ook een antwoord. Die duidelijkheid wordt af en toe gepakt. Hij proeft deze avond toch een beetje: als het maar ‘ja’ is, dan is het goed en als het te ingewikkeld wordt, dan is het opeens niet goed meer.

De ambtelijke organisatie en het college pakken de bestuurlijke verantwoordelijkheid op, om daar waar men meent dat het teveel is of het anders kan, het gesprek op een serieuze manier aan te gaan. De wethouder wil wijzen op het vele werk dat door de ambtelijke organisatie gedaan is en wordt en waar zij nog steeds toe bereid is. In de zomer en na de zomer en daarna. De voorzitter rondt de bespreking van agendapunt 2.6 af. 3.

Besluitvorming

__________________________________________

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=dfa5fb70-395a-41fa-b381-656341a47971