CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordenweg II_Regels

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordenweg II (Voorthuizen)37.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

"Noordenweg II" (vastgesteld)

63

Noordenweg II

Artikel 13 13.1

Algemene gebruiksregels

Gebruik overeenkomstig de bestemming

Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: 1. het aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: a. hoogspanningsleidingen; b. buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, c. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. 2. a. b. c. d.

het gebruiken van een woning voor particuliere vakantie-verhuur met dien verstande dat: dit niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar is; geen onevenredige aantasting van de milieusituatie plaatsvindt; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig wordt aangetast; en parkeren op eigen terrein plaatsvindt.

3. het gebruik van grond als paardrijbak, mits: a. de paardrijbak wordt gebruikt ten dienste van bewoners van de bedrijfswoning of de 'kleine woning' die ligt in het bouwvlak waartoe de paardrijbak behoort; b. de paardrijbak binnen een bouwvlak dan wel aansluitend aan het bouwvlak ligt waartoe de paardrijbak behoort; c. de paardrijbak achter de voorgevelrooilijn ligt; d. de oppervlakte van de paardrijbak niet meer dan 800 m2 bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte van de paardrijbak bij een gebruiksgerichte paardehouderij niet meer bedraagt dan 1.200 m2 ; e. afstand tot een woning van een derde niet minder dan 50 m bedraagt. 13.2

Gebruik strijdig met de bestemming

Als gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval aangemerkt: a. het (laten) gebruiken van de gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan als stort- en/of opslagplaats voor bij de bestemming passend gebruik; b. het (laten) gebruiken van gronden voor sport- en wedstrijdterreinen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; c. het (laten) gebruiken van gronden voor motor- en modelvliegtuigsport; d. het (laten) gebruiken van gronden voor een seksinrichting dan wel coffeeshop; e. het (laten) gebruiken van gronden voor een landingsplaats voor vliegtuigen, helikopters en/of ultralighthelikopters, niet zijnde traumahelikopters; f. het (laten) gebruiken van gronden voor camperterrein / - plaats. 13.3

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 13.2 onder g. ten behoeve van het realiseren van een camperterrein / - plaats met dien verstande dat: a. er ruimte mag worden geboden aan maximaal 8 camperplaatsen per terrein voor camperplaatsen; b. maximaal 5 nieuwe camperterreinen buiten reguliere terreinen binnen de gemeente Barneveld zijn toegestaan; c. een camperterrein niet binnen 500 meter van een verblijfsrecreatieterrein (inclusief kleinschalig kampeerterrein) mag worden gerealiseerd; d. het camperterrein alleen wordt voorzien van een water- en/of elektra-aansluiting; e. de camperplaatsen alleen mogen worden gebruikt voor wisselend en kortdurend verblijf (maximaal 2 64

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

f.

nachten); er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

13.4

Parkeernormen

1. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (bijlage 2). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor het vergroten van een woning.

Artikel 14 14.1

Algemene aanduidingsregels

Voorwaardelijke verplichting

14.1.1 overige zone - voorwaardelijke verplichting 1 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt - in afwijking van de daar geldende bestemming(en) - dat het gebruik volgens de bestemming(en) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning, zoals bedoeld in artikel 8 de gronden binnen deze bestemming zijn ingericht en vervolgens ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in Bijlage 14.1.1; Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze bestemming. 14.2

Overige zone - kernrandzone

Ongeacht de bestemming van de gronden zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone- kernrandzone' specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Wonen'.

14.3

Reconstructiewetzone - verwevingsgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied' zijn specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij de bestemming 'Agrarisch'.

Artikel 15 15.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingsregels

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan: a. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de grens of de richting van wegen, parkeerstroken, paden, bermen en sloten en ligging van bebouwingsgrenzen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de werkelijke toestand van het terrein, die bij de uitmeting blijkt, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is weergegeven niet meer dan 10 m zijn; b. ten behoeve van het bouwen in afwijking van de bepalingen ten aanzien van de afmetingen van de bebouwing met uitzondering van oppervlakte en inhoudsmaten, mits de afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan weergegeven maten; c. voor wat betreft de maximum inhoud van een inpandige (voormalige) bedrijfswoning in een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw en toestaan dat een woning wordt gebouwd met een grotere inhoud, mits (indien aanwezig) de bestaande architectonische en/of cultuurhistorische waarde van "Noordenweg II" (vastgesteld)

65

Noordenweg II het (voormalige) agrarische bedrijfsgebouw blijft gehandhaafd dan wel wordt versterkt; d. voor wat betreft het toestaan dat de gronden in afwijking van het bepaalde in artikel 14.1, op een andere gelijkwaardige wijze worden ingericht en in stand worden gehouden dan is bepaald in het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in bijlage 14.1.1, mits: de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; de gemeentelijke landschapsadviseur akkoord gaat met de voorgestelde andere gelijkwaardige wijze van inrichting; e. ten behoeve van het realiseren van buitengevelisolatie (met nieuwe gevelbekleding) aan een bestaand gebouw of bouwwerk en toestaan dat de goot- en bouwhoogte, de grenzen van een bouwvlak en de inhoud worden overschreden, mits: de overschrijding beperkt blijft tot een afstand van 0,5 m; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld indien er sprake is van een gemeentelijk of rijksmonument, na advies van de daartoe aangewezen adviescommissie. f.

ten behoeve van het gebruik van grond voor het plaatsen van zonnecollectoren, mits: de zonnecollectoren ten dienste staan van een woning, bedrijfswoning, kleine woning, woongebouw of bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak of een bestemmingsvlak; de grond waarop de zonnecollectoren geplaatst worden direct grenst aan het bestemmingsvlak of bouwvlak waartoe de zonnecollectoren behoren; de geschatte opbrengst in kilowattuur mag niet meer zijn dan ten hoogste het eigen geschatte verbruik van de woning, bedrijfswoning, kleine woning, woongebouw of bedrijfsgebouwen; de aanwezige daken van woning(en) en (bedrijfs)gebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de collectoren op te bevestigen; de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnecollectoren maximaal 250 m² bedraagt; de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; het terrein waarop de zonnecollectoren staan wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing; g.

ten behoeve van het gebruik van de gronden als paddock, mits: de paddock wordt hobbymatig gebruikt ten dienste van bewoners van de woning of een woongebouw; de paddock ligt binnen het bouwvlak of aansluitend aan het bouwvlak; de paddock ligt achter de voorgevelrooilijn; de oppervlakte niet meer bedraagt dan 360 m2; de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 30 m bedraagt; niet gelegen in gronden met de aanduiding 'overig - kernrandzone'; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 2. Een omgevingsvergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden verleend indien enig aangrenzend terrein of enige aangrenzende bebouwing in een toestand wordt gebracht, die strijdig is met het plan en/of indien op enig aangrenzend terrein de verwerkelijking van het plan wordt belemmerd en dit niet door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen.

66

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Artikel 16 16.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover dringende redenen die na het vaststellen van het plan tot hun kennis zijn gekomen hiertoe aanleiding geven en voor zover het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het gebied dat in het plan is begrepen niet wordt geschaad: 1. een bestemmingsgrens tussen twee bestemmingsvlakken zodanig wijzigen, dat het kleinste bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot; 2. een bebouwingsgrens zodanig wijzigen, dat het bebouwingsvlak met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot. 16.2

Standplaats

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 16.3

Wijzigingsbevoegdheid lpg

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: 1. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' wordt verwijderd, indien en voor zover het lpg-vulpunt en het lpg-reservoir feitelijk zijn verwijderd; 2. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' wordt verplaatst, indien en voor zover het lpg-vulpunt en/of het lpg-reservoir zodanig worden verplaatst dat ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' geen (beperkt) kwetsbare objecten (meer) voorkomen en mits het groepsrisico kan worden verantwoord; 3. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' wordt vergroot of verkleind indien wijziging van de wettelijke veiligheidsafstanden daartoe aanleiding geven. 16.4

Wijzigingsbevoegdheid Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen de bij het plan behorende Bijlage 4 Staat van Bedrijfsactiviteiten wijzigen en soorten bedrijven toevoegen of afvoeren dan wel de categorie-indeling van soorten bedrijven wijzigen, mits de stand van de techniek hiertoe aanleiding geeft, met dien verstande dat alleen bedrijven die zijn genoemd onder de categorieën 1 en 2 zijn toegestaan.

Artikel 17 17.1

Algemene procedureregels

Procedure bij het stellen van nadere eisen

Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: 1. een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; 2. burgemeester en wethouders geven voorafgaand aan de terinzagelegging kennis van het ontwerpbesluit in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. De kennisgeving geschiedt tevens langs elektronische weg; 3. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder 1 genoemde termijn; 4. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

67

Noordenweg II

Artikel 18

68

Overige regels

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Hoofdstuk 4 Artikel 19 19.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.2

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 20

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Noordenweg II' van de gemeente Barneveld.

Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Barneveld

"Noordenweg II" (vastgesteld)

69

Noordenweg II

70

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Bijlagen

"Noordenweg II" (vastgesteld)

71

Noordenweg II

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

72

"Noordenweg II" (vastgesteld)

WOLKAMMERSLAAN

renvooi parkeervak 2,5x5m

nieuwe woning nieuw bijgebouw verlichtingmast

bestaande

(indicatief)

eikenboom

onderlegger (GBKN)

inrit uitvoering 4m breed verharding middels klinkers (elementenverharding)

perceelsgrens

DE NOOR

NWEG

overzicht beplanting A

voorzien van klinkerbestrating

grens

(ontginningslandschap)

nieuw aan te planten beukenhaag - Fagus sylvatica (beukenhaag) | plantmaat: 80-100 | plantafstand: 5 stuks/m1 | aantal: 120 / 24m1

A

0 4.00

nieuwe inrit 4m breed

kerkuilenkast

B

overloop

nieuw aan te planten struweel (lijnvormig) gemengd | plantmaat: 60-80 | plantafstand: 1,5 m | aantal: 35 stuks (52 m1)

perceel B

Craetagus monogyna (meidoorn) Viburnum opulus (Gelderse roos) Sorbus aucuparia (lijsterbes) Corylus avellana (hazelaar

natuurinclusief bouwen -nieuw te bouwen woning voorzien van inbouwkasten voor broedende vogels - plaatsen van een kerkuilenkast in bestaande bomen (zuidoostzijde perceel) - aanplant gebiedseigen haag t.b.v. mussen

waterhuishouding grens bestemmingsvlak Wonen

grens bestemmingsvlak bestaande

Wonen

ca. 911,44 m2

beukenhaag

eis: - infiltratie op eigen terrein > ondergrondse berging (bijv. infiltratiekratten) of bovengrondse berging (wadi, laagte in terrein etc.) - buffercapaciteit 30mm over verhard terrein - uitgangspunt 30% verhard oppervlak perceel minus bebouwing (= ca. 165 m2) - oppervlakte bebouwing: ca. 110 m2 benodigde capaciteit: 30mm x (165 m2 + 110 m2) = 8,25 m3 in het kader van waterhuishouding mogen geen uitlogende materialen toegepast worden mits voorzien van coating ter voorkoming van diffuse verontreiniging - vuilwater afvoer aansluiten op bestaand stelsel - straatkolken aansluiten op infiltratiekrat

grens perceel

hemelwaterafvoer

infiltratiekrat hemelwaterafvoer

vuilwaterriolering

bestaande

bestaande

bomen

watergang

handhaven

handhaven

bestaande bomen handhaven

projectnr.

onderwerp

4208

INPASSINGSPLAN

NOORDENWEG, VOORTHUIZEN

LANDBORG

HOLEVOETPLEIN 301

3925 ZG

POSTBUS 2

SCHERPENZEEL

Kadastraal bekend: - Gemeente - sectie: - perceel nr.: - schaal:

033 - 30 31 060

INFO@LANDBORG.NL

datum:

13 november 2023

schaal:

1 : 500

WWW.LANDBORG.NL

VOORTHUIZEN D 3095 1 : 500

Noordenweg II

Bijlage 2 Nota Parkeernormen 2020

74

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Nota Parkeernormen

Opsteller Afdeling Vastgoed en Infrastructuur Team Verkeer

Datum: mei 2020

Planstatus Status: Definitief

Inhoud 1 2 2.1

Raadsbesluit ....................................................................................................................................... 3 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 Aanleiding .............................................................................................................................................. 4

2.2

Juridisch kader ....................................................................................................................................... 4

2.3

Landelijke kencijfers .............................................................................................................................. 5

3.1

Werkwijze bepalen parkeereis ............................................................................................................ 6 Uitgangspunt ......................................................................................................................................... 6

3.2

Reductie ................................................................................................................................................. 7

4.1

Parkeernormen................................................................................................................................... 8 Gebiedsindeling ..................................................................................................................................... 8

4.2

Parkeernormen auto ............................................................................................................................. 9

4.3

Parkeernormen fiets ............................................................................................................................ 14

4.4

Aanwezigheidspercentages ................................................................................................................. 15

5.1

Toetsing parkeereis .......................................................................................................................... 16 Procedure ............................................................................................................................................ 16

5.2

Beoordeling parkeersituatie auto ........................................................................................................ 16

5.3

Beoordeling laden en lossen ............................................................................................................... 18

5.4

Beoordeling parkeersituatie fiets ........................................................................................................ 18

6.1

Afwijken van de parkeereis .............................................................................................................. 19 Inleiding ............................................................................................................................................... 19

6.2

Vrijstellingen ........................................................................................................................................ 19

3

4

5

6

6.2.1 Flexibiliteitbepaling ..................................................................................................................... 19 6.2.2 Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis ................................................................................ 19 6.2.3 Vrijstelling voor centrumgebieden ............................................................................................. 20 6.2.4 Vrijstelling voor transformatie naar goedkope huurwoningen in centrumgebieden ................. 20 6.3 Ontheffingsmogelijkheden .................................................................................................................. 20 6.3.1 Gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte ..................................................... 20 6.3.2 Gemeentelijke parkeerplaatsen buiten het plangebied ............................................................. 20 6.3.3 Particuliere parkeerplaatsen buiten het plangebied .................................................................. 21 6.3.4 Afkoopregeling ............................................................................................................................ 21 6.4 Overige afwijkingen .............................................................................................................................

21 Bijlage 1 – Onderbouwing gebiedsindeling ..................................................................................................... 22 Bijlage 2 – Onderbouwing herijkte parkeernormen ........................................................................................ 27 Bijlage 3 – Voorbeelden parkeerbalans .......................................................................................................... 32 Bijlage 4 – Onderbouwing afkoopbedrag ....................................................................................................... 38 Bijlage 5 – Overeenkomst afkoop parkeereis ................................................................................................. 40

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

2

1

Raadsbesluit

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

3

2

Inleiding

2.1

Aanleiding Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Met behulp van parkeernormen kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een parkeernorm geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per eenheid van een bepaalde functie benodigd zijn. Het doel van deze Nota Parkeernormen is het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen en bouwplannen en de toetsing daarvan. Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet mogen leiden tot (toename van) parkeertekort in de omgeving. Deze Nota richt zich niet alleen op het parkeren van auto’s, maar ook op parkeren voor fietsers. Goede fietsparkeervoorzieningen dragen bij aan de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het fietsnetwerk in de gemeente en stimuleren het fietsgebruik. Om te zorgen dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende fietsparkeergelegenheid wordt gerealiseerd, zijn daarom ook fietsparkeernormen in deze Nota opgenomen. Deze Nota Parkeernormen voorziet niet in eisen ten aanzien van (nieuwe) duurzame modaliteiten, zoals het aantal oplaadpunten per hoeveelheid parkeerplaatsen.

Dat wordt in aparte beleidsdocumenten uitgewerkt.

2.2

Juridisch kader Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Bij de beoordeling of de vergunning kan worden verleend, toetst de gemeente de vergunning aan het bestemmingsplan. Met behulp van de Nota Parkeernormen kan, in veel voorkomende gevallen, zowel de omvang van de parkeervraag als de mate van parkeeraanbod worden berekend. Bestemmingsplan De beschikbaarheid van voldoende parkeergelegenheid is geregeld in de bestemmingsplanregels met een dynamische verwijzing naar de specifieke parkeernormen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen. Als de parkeernormen namelijk hard in de regels van het bestemmingsplan zelf worden vastgelegd, dan wordt het bestemmingsplan in de praktijk moeilijk uitvoerbaar en leidt het tot nodeloze afwijkingsprocedures. Ook zou een wijziging van de parkeernormen die voortkomt uit voortschrijdend inzicht of nieuwe parkeerkencijfers van het CROW, niet kunnen worden doorgevoerd omdat dan een bestemmingsplanherziening nodig is. Een veel gebruikte manier van borgen van parkeervoorzieningen is door in het bestemmingsplan voldoende ruimte vrij te houden via een toepasselijke bestemming, een bebouwingspercentage of een andere aanduiding. Hiernaast kan een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan voldoende parkeergelegenheid afdwingen.

Ook stallingsruimte voor fietsen of ruimte voor laden en lossen kunnen zo worden geregeld. De verankering van de Nota Parkeernormen is voor een groot aantal bestaande bestemmingsplannen geregeld via de "Parapluherziening Parkeernormen” (NL.IMRO.0203.1422-0002). Deze herziening is onherroepelijk geworden op 28 april 2018. Voor nieuwe bestemmingsplannen is in de standaardregels

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

4

van gemeente Barneveld een algemene gebruiksregel over voldoende parkeerplaatsen opgenomen met een dynamische verwijzing naar de Nota Parkeernormen. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Nota Parkeernormen is een beleidsregel in het kader van de Awb. Artikel 4:84 Awb bepaalt enerzijds dat een bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, maar anderzijds dat van een beleidsregel kan worden afgeweken, als er sprake is van gevolgen van de toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid).

2.3

Landelijke kencijfers De auto- en fietsparkeernormen voor Barneveld zijn gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW (publicatie Ruimte, mobiliteit, stedenbouw en verkeer\Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, december 2018). Deze kencijfers zijn door middel van onderzoek tot stand gekomen en geven een indicatie van de parkeerbehoefte van verschillende functies. Deze kencijfers kennen vaak een bandbreedte en zijn bepaald voor verschillende stedelijkheidsgraden en ligging. Op basis van lokale kenmerken is bepaald waar – binnen de bandbreedte – de parkeervraag van functies binnen de gemeente Barneveld zich hoofdzakelijk bevindt.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

5

3

Werkwijze bepalen parkeereis

3.1

Uitgangspunt Om te komen van een parkeernorm naar de parkeereis voor een ruimtelijke ontwikkeling worden verschillende stappen doorlopen. De parkeereis wordt berekend door de omvang van de te ontwikkelen functie te vermenigvuldigen met de daarvoor gestelde parkeernorm. De initiatiefnemer moet deze functies en de oppervlakten per functie aanleveren, zodanig dat voldoende duidelijk is wat de ontwikkeling precies inhoudt. Bij functiewijzigingen mag de berekende parkeerbehoefte worden verminderd met de parkeervraag van de oude functie (bestaande bestemming), waarbij wordt uitgegaan van de parkeervraag op het nieuwe maatgevende moment. Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan, moeten worden gecompenseerd als blijkt dat hierdoor een parkeertekort ontstaat. Bij meerdere functies mag rekening worden gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen aan de hand van de aanwezigheidspercentages. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis wordt in het onderstaand stappenplan toegelicht. Stap 1 Bepalen ligging plangebied De ligging van het plangebied (plaats en stedelijke zone) bepaalt welke parkeernormen van toepassing zijn.

Stap 2 Vaststellen programma en bijbehorende parkeernormen In de parkeerbalans wordt per functie de normatieve parkeervraag berekend door de oppervlakte van de functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm die is afgeleid van landelijk toegepaste kencijfers. De som van de normatieve parkeervraag van alle functies vormt de gestapelde normatieve parkeervraag . Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel bezoekers en het aandeel overige parkeerders (bewoners, personeel, etc.) omdat voor bezoekers doorgaans openbaar toegankelijke locaties beschikbaar moeten zijn. Stap 3 Bepalen reductiefactoren Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit- of gebruik lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Hierdoor ontstaat mogelijk een nieuwe gestapelde normatieve parkeervraag. Stap 4 Bepalen mogelijkheden dubbelgebruik De gestapelde normatieve parkeervraag (na reductie) hoeft - indien het plan meerdere functies kent - niet per definitie de parkeerdruk zijn die in de praktijk wordt verwacht. Bij sommige functies verschilt de onderlinge parkeervraag namelijk per dagdeel . Dit kan er toe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is.

Per functie wordt een aanwezigheidspercentage per dagdeel toegekend op basis van landelijke toegepaste kencijfers, ramingen of lokale ervaringscijfers. Stap 5 Parkeervraag per dagdeel De parkeervraag per dagdeel van elke afzonderlijke functie wordt berekend door de normatieve parkeervraag van de betreffende functie te vermenigvuldigen met de verwachte aanwezigheidspercentage. De som van de parkeervraag van de afzonderlijke functies vormt de gestapelde werkelijke parkeervraag . Stap 6 Parkeereis De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis . Zoveel parkeerplaatsen moeten in en/of rond het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende functies te voorzien. Ten behoeve van het bezoekersaandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen openbaar toegankelijk moeten zijn. De parkeereis wordt afgerond op één decimaal.

Figuur 1 Werkwijze bepalen parkeereis

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

6

De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag vormt de parkeereis. Per dagdeel kan deze eis verschillen. Omdat er geen delen van parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, wordt de parkeereis naar boven afgerond op een heel getal, tenzij woningbouw onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Bij woningbouw hoeft de parkeereis niet op een heel getal te worden afgerond, omdat hier vanwege correctiefactoren wel een berekend aantal van bijvoorbeeld 0,5 parkeerplaats kan worden gerealiseerd. Voor de toetsing, of het parkeeraanbod in een plan aan deze eis voldoet, wordt bepaald wat de verhouding is tussen de maatgevende parkeervraag en het gelijktijdige parkeeraanbod. Hiertoe wordt een parkeerbalans opgesteld. In hoofdstuk 5 wordt dit proces van de toetsing van de parkeereis met behulp van de parkeerbalans verder toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat eerst in op de gebiedsindeling, de toe te passen parkeernormen per functie en de aanwezigheidspercentages per dagdeel.

3.2

Reductie Als een initiatiefnemer kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die duidelijk afwijken van de parkeernormen of als er realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autogebruik (of het fietsgebruik) lager is dan normaliter, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. De hoogte van deze reductie wordt niet vastgelegd. Gelet op de ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit is er geen goede prognose van de invloed hiervan op de parkeernormen te maken. Toekomstige ontwikkelingen zullen dit moeten uitwijzen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

7

4

Parkeernormen

4.1

Gebiedsindeling De Nota parkeernormen is voor de hele gemeente van toepassing. De toe te passen normen kunnen echter verschillen op basis van de stedelijkheid en de ligging van een locatie. Daarom is een gebiedsindeling gemaakt. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (bron: CBS) en van de uitgangspunten van het CROW, is de stedelijkheidsgraad per gebied bepaald. Behalve de stedelijkheid is ook de ligging in het stedelijke gebied van belang voor het opleggen van de parkeernormen. Het autobezit en –gebruik is in centrumgebieden gemiddeld namelijk lager dan in de rest van de bebouwde kom of in het buitengebied. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de aanwezigheid van OV en voorzieningen op loopafstand van veel woningen en de schaarse ruimte. De gebiedsindeling is aangeduid in figuur 2. In bijlage 1 is een nadere onderbouwing hiervan te vinden. Voor de gedetailleerde gebiedsindeling zijn in bijlage 1 ook gedetailleerdere kaarten opgenomen.

Figuur 2 Gebiedsindeling gemeente Barneveld

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

8

4.2

Parkeernormen auto Deze landelijke kencijfers zijn vertaald naar de specifieke Barneveldse situatie door vergelijk met het Barneveldse autobezit per huishouden, de huidige parkeersituatie, het gemeentelijk parkeerbeleid en de verwachte bevolkingsgroei van Barneveld. De onderbouwing van de parkeernormen is te vinden in bijlage 2. De tabellen 1 t/m 7 geven per hoofdgroep de parkeernormen voor de gemeente Barneveld weer.

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,3 2,2 2,0 2,1 1,9 1,7 2,0 1,7 1,9 1,5 0,7 0,3 1,2 0,7

1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,4 1,6 1,4 1,5 1,2 0,6 0,3 1,1 0,6

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

2,4 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

2,5 2,3 2,1 2,2 2,0 1,7 2,1 1,7 2,0 1,5 0,7 0,3 1,3 0,7

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

Functie Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement, duur Koop, appartement, midden Koop, appartement, goedkoop Huur, huis, vrije sector Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, duur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Kamerverhuur, zelfstandig Kamerverhuur, niet-zelfstandig Serviceflat Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)

Barneveld rest kom

Wonen

Barneveld Centrum

Voor sommige functies is het niet waarschijnlijk dat deze in alle stedelijke zones voorkomen. Daardoor komt het voor dat er voor enkele functies niet overal een parkeernorm is gesteld. Als er in een ontwikkelingsplan functies voorkomen, waarvoor geen parkeernorm aanwezig is, wordt hiervoor door middel van nader onderzoek een redelijke parkeernorm bepaald.

Eenheid (pp/...) 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,3 woning 0,2 kamer 0,2 kamer 0,3 woning 60% wooneenheid

Tabel 1 Parkeernormen wonen Voor alle woningtypen worden de prijsklassen aangehouden volgens het meest actuele vastgestelde volkshuisvestelijke woonbeleid en de indexatie daarvan.

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,6 2,1 1,6 0,7 1,3

2,1 2,9 2,4 1,1 1,9

1,9 2,5 1,6 0,7 1,4

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

2,6 3,6 2,4 1,1 2,0

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

Functie Kantoor zonder baliefunctie Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw (Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven)

Barneveld rest kom

Werken

Barneveld Centrum

Bij veel navolgende eenheden wordt de term BVO of Bruto Vloer Oppervlakte gehanteerd. Dit betreft de vloeroppervlakte van een vastgoedobject, gemeten langs de buitenomtrek van de buitenste scheidingsconstructie die de ruimte omhult. Hierin wordt ook de oppervlakte van een trapgat, liftschacht en leidingschacht meegerekend. De oppervlakte van buitenruimtes zoals een loggia, balkon, open galerij of dakterras wordt niet tot de BVO van een gebouw gerekend, tenzij deze nadrukkelijk deel uitmaakt van de hoofdfunctie en daarbij leidt tot een toename van de parkeervraag (zoals een (dak)terras van een restaurant waar ook tafels staan).

Eenheid (pp/...) 5% 100m2 BVO 20% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO 5% 100m2 BVO

Tabel 2 Parkeernormen werken

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

9

0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 0,6 1,5 1,8

1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,9 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,2 5,2

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4 0,1 1,3

0,6

3,6 4,2 4,2 3,6 8,8

8,8 8,8 1,4 11,0

2,6 1,6 1,2 0,3 1,6

21,4 0,1 1,3

0,6

3,6 4,2 4,3 3,6 8,8

8,8 8,8 1,4 11,0

Aandeel bezoekers

Voorthuize n rest kom

1,2 1,1 11,4 8,1 10,1 4,1 6,6 2,9 1,4 5,6 4,9 6,4 9,4 6,8 2,9 2,8 0,5 2,7 11,7 13,1 4,2 21,4 0,1 1,9 2,6 2,6 0,6 51,5 98,0 5,2 6,1 6,1 5,2

Buitengebied

Voorthuize n Centrum

0,5 0,6 3,4 2,8 7,7 3,0 5,8 1,7 0,9 1,7 1,5 1,8

Overige kernen

Barneveld rest kom

Functie Bibliotheek Museum Bioscoop Filmtheater/Filmhuis Theater/Schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/sportschool Fitnesscentrum Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zwembad overdekt Zwembad openlucht Zwemparadijs Sportveld Stadion Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) Kunstijsbaan (400 meter) Ski- snowboardhal Jachthaven Golfoefencentrum (pitch en putt) Golfbaan (18 holes) Indoorspeeltuin, gemiddeld en kleiner (lokale functie) Indoorspeeltuin, groot (lokale functie) Indoorspeeltuin, zeer groot (regionale functie) Kinderboerderij (stadsboerderij) Manege (paardenhouderij) Dierenpark Attractie- en pretpark Volkstuin Plantentuin (botanische tuin)

Barneveld Centrum

Sport, cultuur, ontspanning

Eenheid (pp/...) 1,2 1,4 97% per 100 m2 BVO 1,1 95% per 100 m2 BVO 11,4 13,7 94% per 100 m2 BVO 8,1 10,1 97% per 100 m2 BVO 10,1 12,3 87% per 100 m2 BVO 4,1 5,2 86% per 100 m2 BVO 6,6 8,1 86% per 100 m2 BVO 2,9 2,9 89% per 100 m2 BVO 1,4 1,8 87% per tafel 5,6 7,5 93% per 100 m2 BVO 4,9 6,6 87% per 100 m2 BVO 6,4 7,5 90% per 100 m2 BVO 9,4 10,4 99% per 100 m2 BVO 6,8 7,4 99% per 100 m2 BVO 2,9 3,5 96% per 100 m2 BVO 2,9 3,6 94% per 100 m2 BVO 0,5 0,5 87% per 100 m2 BVO 2,7 3,2 84% per 100 m2 BVO 11,7 13,5 97% per 100m2 bassin 13,1 16,0 99% per 100m2 bassin 4,2 4,2 99% per 100m2 bassin 21,4 21,4 95% per ha netto terrein 0,1 0,1 99% per zitplaats 1,9 2,1 98% per 100 m2 BVO 2,6 2,8 98% per 100 m2 BVO 2,6 98% per 100 m2 sneeuw 0,6 0,6 per ligplaats 51,5 56,6 93% per centrum 98,0 120,3 98% 18holes, 60ha 5,2 5,6 97% per 100 m2 BVO 6,1 6,6 98% per 100 m2 BVO 6,2 6,7 98% per 100 m2 BVO 5,2 5,6 97% per boerderij 0,4 90% per box 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 8,8 8,8 99% per ha. netto terrein 1,4 1,5 100% per 10 tuinen 11,0 14,0 per gemiddelde tuin

Tabel 3 Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

10

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

3,7 5,4 7,9 6,1 6,6

2,5 4,1 6,8

4,3 6,2 8,8 7,0 7,3

4,5 6,4 9,0 7,0 7,5

4,1 1,3

3,9 0,2 1,9 8,0 1,9 5,2 2,4 4,2 10,3 2,4 2,6 2,6

0,2 4,2 1,3

4,2 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,6 4,5 10,6 2,5 2,7 2,7

4,3 0,2 2,0 8,3 2,0 5,3 2,5 4,5 10,6 2,4 2,7 2,7

10,6 2,5 2,9 2,9

Aandeel bezoekers

0,2

3,7 3,8

Buitengebied

3,6 3,6

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum

2,1 3,6 6,2

Buitengebied

Barneveld rest kom

Functie Buurtsupermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) Fullservice-supermarkt (tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo) Grote supermarkt (XL) (groter dan 2.500 m2 wvo) Groothandel specialist (uitsluitend pashouders) Groothandel algemeen (grootschalige detailhandel voor iedereen) Hoofdwinkelcentrum 20.000-30.000 inwoners (funshoppen) Hoofdwinkel centrum 30.000-50.000 inwoners (funshoppen) Buurt- en dorpswinkelcentrum (< 20.000 inwoners) Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum) Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken (volumineuze vestigingen rond het centrum) Woonwarenhuis/woonwinkel Woonwarenhuis (minimaal 25.000 m2 bvo) Meubelboulevard/woonboulevard Winkelboulevard Outletcentrum (oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo) Bouwmarkt (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Tuincentrum (grootschalige detailhandel (> 1.000 m2 wvo) Groencentrum (lokaal tuincentrum,inclusief buitenruimte)

Barneveld Centrum

Winkelen

2,3 9,4 2,0 5,3

Eenheid (pp/...) 89% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 84% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 80% per 100 m2 bvo 82% per 100 m2 bvo 88% per 100 m2 bvo 72% per 100 m2 bvo 85% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 92% per 100 m2 bvo 91% per 100 m2 bvo 95% per 100 m2 bvo 93% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 94% per 100 m2 bvo 87% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo 89% per 100 m2 bvo

Tabel 4 Parkeernormen winkelen,

Voorthuize n Centrum

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Functie Camping (kampeerterrein) Bungalowpark (huisjescomplex) Bed and breakfast 1* Hotel 2* Hotel 3* Hotel 4* Hotel 5* Hotel Cafe/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Evenementenhal/beurs/congresgebouw

Barneveld rest kom

Horeca en verblijfsrecreatie

Barneveld Centrum

*wvo = winkelvloeroppervlak

0,5 0,4 1,4 2,2 3,5 5,5 5,2 9,2 7,3 5,8

1,7 0,5 2,4 4,1 5,1 7,3 10,8 6,2 13,2 21,2 9,0

0,5 0,4 1,5 2,3 3,6 5,7 6,2 11,2 7,4 5,8

1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,3 9,0

1,7 0,5 2,5 4,3 5,3 7,6 11,2 7,2 15,2 21,2 9,0

Eenheid (pp/...) 1,2 90% per standplaats 2,1 91% per bungalow 0,5 100% per bed* 4,5 77% per 10 kamers 6,3 80% per 10 kamers 6,9 77% per 10 kamers 9,1 73% per 10 kamers 12,8 65% per 10 kamers 90% per 100 m2 BVO 80% per 100 m2 BVO 21,2 99% per 100 m2 BVO 99% per 100 m2 BVO

Tabel 5 Parkeernormen horeca en verblijfsrecreatie

*een tweepersoonsbed wordt als 2 bedden geteld

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

11

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

3,3 3,4 2,0 2,2 2,0 2,6 2,5 1,9 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6

3,3 3,4 2,0 2,2 2,2 2,7 2,5 2,0 31,1 32,6 3,7

Barneveld rest kom

Voorthuize n Centrum

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

Buitengebied

1,4 0,8 5,1 6,0 11,1 16,9 7,0

1,0 0,8 3,9 5,0 9,8 13,8 4,8

1,4 0,8 5,1 6,1 11,3 17,1 7,0

1,4 0,8 5,1 6,1 11,3 17,2 7,1

1,5 0,8 5,1 6,1 11,3 17,2 10,7

2,1 2,3 1,3 1,4 1,3 1,6 1,6 1,4

1,7 0,2 0,6

3,0 3,2 1,8 1,9 1,9 2,4 2,2 1,7 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6

1,0 0,8 3,9 4,9 9,7 13,6 4,7

0,6

Aandeel bezoekers

Voorthuize n Centrum 1,7 0,2 0,6

3,3 3,4 2,0 2,1 2,0 2,6 2,5 1,9 31,1 32,6 3,3 0,2 0,6

Barneveld rest kom

2,3 2,4 1,4 1,5 1,3 1,7 1,7 1,5

Barneveld Centrum

Functie Huisartsenpraktijk (-centrum) Apotheek Fysiotherapiepraktijk (-centrum) Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk (-centrum) Gezondheidscentrum Ziekenhuis Crematorium Begraafplaats Penitentiaire inrichting Religiegebouw Verpleeg- en verzorgingstehuis

Barneveld Centrum

Gezondheid en voorzieningen

Eenheid (pp/...) 57% per behandelkamer 45% per apotheek 57% per behandelkamer 50% per behandelkamer 38% per behandelkamer 47% per behandelkamer 55% per behandelkamer 29% per 100 m2 BVO 99% per plechtigheid 97% per plechtigheid 30% per 10 cellen per zitplaats 60% per wooneenheid

Onderwijs

Functie Kinderdagverblijf (creche) Basisonderwijs Middelbare school ROC Hogeschool Universiteit Avondonderwijs [1] Exclusief kiss & ride

Aandeel bezoekers

Tabel 6 Parkeernormen gezondheid en voorzieningen

Eenheid (pp/...) 100 m2 BVO [1] per leslokaal [1] 11% per 100 leerlingen 7% per 100 leerlingen 72% per 100 studenten 48% per 100 studenten 95% per 10 studenten

x leerlingen * % leerlingen met de auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen auto

Tabel 7 Parkeernormen onderwijs De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel dus exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto. Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen bepalen is als volgt te bepalen: x leerlingen * % leerlingen met de auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen per auto

Deze factoren zijn afhankelijk van onder meer de stedelijkheidsgraad en stedelijke zone, maar ook van de gemiddelde afstand naar school. Bij bijvoorbeeld een school met een regionaal bereik komen veel meer leerlingen met de auto dan bij een school die vooral kinderen uit de omliggende wijken trekt. Ook zijn er diverse scholen waarbij vervoer met taxi’s of bussen geregeld is, wat ook een ander autogebruik tot gevolg heeft. Over het algemeen ligt het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht en gehaald voor een kinderdagverblijf tussen 50% en 80%. Voor groep 1 t/m 3 van het basisonderwijs ligt dit gemiddeld tussen 30% en 60% en voor groep 4 t/m 8 tussen 5% en 40%. De reductiefactor voor het aantal kinderen per auto ligt gemiddeld tussen 0,75 en 0,85 en de reductiefactor voor de parkeerduur ligt tussen 0,25 en 0,50. Ook deze factoren zijn verschillend per

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

12

leeftijdscategorie. Het toepassen van gemiddelde percentages en reductiefactoren levert slechts een indicatie van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen op. Omdat in de praktijk van Barneveld veel verschillende schoolsituaties voorkomen, moet er altijd maatwerk per school worden toegepast.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

13

4.3

Parkeernormen fiets

Voorthuize n Centrum

Voorthuize n rest kom

Overige kernen

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 0,8 0,3 1,0

1,0 kamer 0,8 kamer 0,3 kamer 1,0 kamer

2,0 5,0

1,4 5,0

2,0 5,0

1,4 5,0

1,4 5,0

0,8 100m2 bvo 5,0 balie

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,8 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,8 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 4,7 5,8 0,5 13,0 0,5 11,0 0,8

4,0 10 leerlingen 4,7 10 leerlingen 5,8 10 leerlingen 0,5 10 leerlingen 13,0 100m2 bvo 0,5 100m2 bvo 11,0 100m2 bvo 0,8 100m2 bvo

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 3,0 0,3 0,4

2,8 100m2 bvo 3,0 100m2 bvo 0,3 100m2 bvo 0,4 100m2 bvo

30,5 19,0 4,5

10,0 19,0 4,5

30,5 19,0 4,5

10,0 19,0 4,5

10,0 19,0 4,5

5,0 locatie 15,5 100 m2 bvo (+terras) 4,5 100 m2 bvo

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 4,5 1,5 0,5 42,0 5,5

7,0 locatie 4,5 locatie 1,5 100 m2 0,5 100 m2 42,0 100 zitplaatsen 5,5 plechtigheid

3,5 8,0 5,5 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 25,5 29,0 21,5

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 8,0 5,5 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 25,5 29,0 21,5

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 1,5 2,1 1,0 2,7 64,0 4,2 25,0 19,0 29,0 21,5

3,5 100m2 bvo 1,5 100m2 bvo 2,1 100m2 bvo 1,0 100m2 bvo 2,7 100m2 bvo 64,0 ha netto terrein 4,2 100m2 bvo 25,0 100 bezoekers 19,0 100 zitplaatsen 29,0 100m2 bassin 21,5 100m2 bassin

0,9

0,9

buslijn 0,9 autoparkeerplaats

42,0

42,0 0,9

Buitengebied

Barneveld rest kom

Functie Wonen Rij- en vrijstaande w oning Appartement (zonder fietsenberging) Appartement (met fietsenberging Studentenhuis Werken Kantoor (personeel) Kantoor met balie (bezoekers) Onderw ijs Basisschool ( < 250 leerlingen) Basisschool (250-500 leerlingen) Basisschool ( > 500 leerlingen) Basisschool (medew erkers) Middelbare school (leerlingen) Middelbare school (medew erkers) ROC (leerlingen) ROC (medew erkers) Winkelen Winkelcentrum Supermarkt Bouw markt Tuincentrum Horeca Fastfood-restaurant Restaurant (eenvoudig) Restaurant (luxe) Gezondheid en (sociale) voorzieningen Apotheek (bezoekers) Apotheek (medew erkers) Gezondheidscentrum (bezoekers) Gezondheidscentrum (medew erkers) Religiegebouw Begraafplaats Sport, cultuur en ontspanning Bibliotheek Bioscoop Fitness Museum Sporthal Sportveld Sportzaal Stedelijk evenement Theater Zw embad open lucht Zw embad overdekt Overstapplaatsen Busstation Carpoolplaats

Barneveld Centrum

Voor de toepassing van fietsparkeernormen geldt, net als bij autoparkeernormen, dat de parkeerbehoefte in principe op eigen terrein, of binnen de ruimtelijke ontwikkeling moet worden gerealiseerd. Een ontwikkeling mag niet leiden tot hinder van geparkeerde fietsen in de omgeving. De fietsparkeernormen zijn ook gebaseerd op kencijfers van CROW (Publicatie Fietsparkeerkencijfers 2019), waarbij dezelfde gebiedsindeling wordt toegepast als bij de parkeernormen voor de auto. In Barneveld is sprake van een gemiddeld fietsgebruik van 42,5% bij ritten korter dan 7,5 km en daarom is uitgegaan van normen gebaseerd op de gemiddelde kencijfers. De parkeereis, waarbij rekening gehouden mag worden met dubbelgebruik op basis van de aanwezigheidspercentages van tabel 9, geldt als een minimumeis. Er wordt geen maximumaantal gesteld voor het aantal fietsparkeerplaatsen.

Eenheid (pp/...)

Tabel 8 Parkeernormen fiets

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

14

4.4

Aanwezigheidspercentages Zoals is vermeld bij de werkwijze om de parkeereis te bepalen, is het reëel om rekening te houden met dubbelgebruik van parkeervoorzieningen vanwege de veelal niet gelijktijdige (piek)belastingen bij de afzonderlijke functies. Voor verschillende functies zijn verschillende aanwezigheidspercentages van toepassing. Deze zijn gebaseerd op de CROW-kengetallen (publicatie Handboek parkeren, juni 2017) In tabel 9 zijn de in de basis te hanteren aanwezigheidspercentages per dagdeel opgenomen. Werkdag

Functie

ochtend m iddag

Koop-

Zaterdag

Zondag

avond

nacht

avond

m iddag

avond

m iddag

Woningen bew oners

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Woningen bezoekers

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

0%

0%

0%

Commerciele dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

0%

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

75%

100%

0%

0%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

100%

0%

0%

Supermarkt

30%

60%

60%

0%

60%

100%

40%

0%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium/enz

5%

25%

90%

0%

90%

40%

100%

40%

Restaurant

5%

20%

70%

0%

70%

60%

100%

75%

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatie

100%

75%

10%

0%

10%

10%

10%

10%

Verpleeg-/verzorgingshuis/aanleunw oning

75%

75%

100%

25%

100%

100%

100%

100%

Dagonderw ijs

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Avondonderw ijs

0%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

Tabel 9 Aanwezigheidspercentages

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

15

5

Toetsing parkeereis

5.1

Procedure Voor nieuwbouwplannen of verbouwplannen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente Barneveld, wordt getoetst of het plan voldoet aan de parkeereis. Zoals eerder aangegeven wordt hiermee bedoeld dat er in voldoende mate wordt voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. Het eigen terrein kan zowel het terrein rond een solitaire functie zijn als het plangebied van een ontwikkeling van ruimere omvang. De werkwijze voor het bepalen van de parkeereis (stap 1-6) is in hoofdstuk 3 toegelicht. Het toetsen van deze parkeereis vindt plaats door de parkeervraag per dagdeel te vergelijken met het parkeeraanbod per dagdeel. Het resultaat vormt de parkeerbalans (stap 7-8). Een negatieve parkeerbalans betekent een tekort aan parkeerplaatsen en een positieve parkeerbalans heeft een overschot aan parkeerplaatsen. De parkeerbalans wordt per dagdeel bepaald. Op het maatgevende moment moet de parkeerbalans op 0 uitkomen of positief zijn, voor een positieve beoordeling. Stap 7 Parkeeraanbod per dagdeel Bij het bepalen van het parkeeraanbod per dagdeel wordt onderscheid gemaakt tussen het parkeeraanbod op eigen terrein en dat in openbaar gebied. De parkeerplaatsen op eigen terrein dienen wel voor een ieder toegankelijk te zijn die op dat moment wordt geacht er gebruik van te maken. Hierbij dient het berekeningsaantal te worden aangehouden zoals in deze nota opgenomen.

In sommige gebieden kan ook een vrijstelling als parkeeraanbod worden meegerekend. Stap 8 Parkeerbalans per dagdeel Het verschil tussen het parkeeraanbod en de parkeervraag vormt de parkeerbalans . Een negatieve parkeerbalans betekent een parkeertekort en een negatief advies tenzij de aanvrager en de gemeente overeenkomen dat een afkoop van de parkeereis kan en zal plaatsvinden.

Figuur 3 Bepalen parkeerbalans

5.2

Beoordeling parkeersituatie auto Om te bepalen of de parkeersituatie voldoende is, wordt het parkeeraanbod getoetst aan de parkeervraag. Voor de beoordeling van de parkeersituatie wordt uitgegaan van een aantal eisen ten aanzien van de maatvoering van parkeerplaatsen en de manoeuvreerruimte rond deze vakken. De genoemde manoeuvreerruimte betreft de benodigde rijbaanbreedte achter een haaks parkeervak of naast een langsparkeervak. Te kleine parkeervakken of te krappe manoeuvreerruimte maken parkeerplaatsen onbruikbaar of onbereikbaar. Daarom speelt de vormgeving van de vakken een belangrijke rol in de bruikbaarheid ervan. Voor de vormgeving van parkeerplaatsen in de openbare ruimte verwijzen wij naar onze Standaard ontwerp -en materiaaleisen 1.

1

Deze eisen zijn bij de gemeente op te vragen.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

16

Om het parkeeraanbod op eigen terrein te toetsen worden minimale afmetingen en berekeningsaantallen toegepast. Deze worden weergegeven in tabel 10. Deze cijfers geven aan bij welk type parkeeraanbod welk berekeningsaantal gehanteerd wordt. Parkeervoorzieningen welke niet aan de minimale maten voldoen kunnen bij het bepalen van het parkeeraanbod op eigen terrein niet volledig worden meegeteld. Een garage bij een oprit telt niet mee omdat deze in de meeste gevallen niet als parkeerplaats gebruikt wordt.

Parkeervoorziening

m in. afm eting l x b (in m eters) berekeningsaantal

Enkele oprit

3,50 x 6,00

1,0

Dubbele oprit in de lengte

10,00 x 3,50

2,0

Dubbele oprit in de breedte

6,00 x 6,00

2,0

Garagebox

3,00 x 6,00

0,5

Langsparkeervak

6,00 x 2,10

1,0

Gestoken parkeervak

5,00 x 2,50

1,0

Gestoken parkeervak (de buitenste parkeervakken)

5,00 x 2,75

1,0

Tabel 10 Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen In tabel 11 zijn de loopafstanden weergegeven die als acceptabel worden beschouwd bij de diverse functies. Parkeeraanbod bij nieuwe functies dient dan ook binnen deze loopafstand (niet hemelsbreed) te worden gerealiseerd om in de parkeerbalans als parkeeraanbod mee te tellen. Deze afstanden zijn vooral van belang bij de ontwikkeling van grotere plannen en plannen waar een ontheffing van de parkeereis mogelijk is. Parkeerplaatsen op grotere afstand dan in de tabel weergegeven, worden in beginsel niet meegerekend. Hoofdfunctie

centrum (m )

rest kom (m )

Wonen

250

100

Winkelen

400

200

Boodschappen

100

100

Werken

500

200

Ontspanning, sport, cultuur

400

100

Horeca, verblijfsrecreatie

400

100

Gezondheidszorg

100

100

Onderw ijs

100

100

Tabel 11 Acceptabele loopafstanden Er moet een minimum van vijf procent aan algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangelegd bij publieke voorzieningen zoals bij grote winkels buiten het centrum, bibliotheek, school, gezondheidscentrum of dorpshuis. Deze parkeerplaatsen dienen zo dicht mogelijk te liggen bij de ingang van het gebouw waarin de functie is gehuisvest. De afstand tussen parkeerplaats en ingang moet zo klein mogelijk zijn en minder dan 100 meter. Bij woningbouwontwikkelingen wordt geadviseerd minimaal 5% voor te bereiden als gehandicaptenparkeerplaats zodat deze in de toekomst eenvoudig kunnen worden aangewezen of omgebouwd. Zo kunnen alvast bredere parkeerplaatsen of extra parkeerplaatsen gerealiseerd worden zodat van 3 reguliere parkeerplaatsen 2 gehandicaptenparkeerplaatsen gemaakt kunnen worden zonder dat de parkeerbalans negatief wordt. De afmetingen van gehandicaptenparkeerplaatsen staan in de standaard ontwerp -en materiaaleisen van de Gemeente Barneveld.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

17

5.3

Beoordeling laden en lossen Als bij een ontwikkeling een behoefte aan laden en lossen wordt verwacht, moet in deze behoefte voorzien worden op het terrein dat bij de ontwikkeling behoort. Daarbij mogen manoeuvreerbewegingen geen onevenredige hinder of gevaarlijke situaties opleveren in de openbare ruimte. De ontwikkelaar dient op verzoek van de gemeente een rijcurvesimulatie aan te leveren om de benodigde manoeuvreerruimte te kunnen toetsen.

5.4

Beoordeling parkeersituatie fiets Bij nieuwe functies moet de fietsparkeergelegenheid binnen, voor fietsers aantrekkelijke, loopafstand van de entree liggen. Daarmee wordt fietsgebruik aangemoedigd en beloond. Voor fietsers is het bijvoorbeeld aantrekkelijk om bij regenachtig weer de laatste meters tussen de fietsenstalling en het pand droog dan wel zo snel als mogelijk af te leggen. Als maximaal acceptabele loopafstand wordt een afstand van ongeveer 30 meter gehanteerd. Bij voorzieningen in centrumgebieden kan een uitzondering worden gemaakt op de verplichting om nieuwe fietsparkeergelegenheid te realiseren, als er bijvoorbeeld fietsvoorzieningen met restcapaciteit in de openbare ruimte in de directe omgeving aanwezig zijn. Een fietsparkeerplaats kan op verschillende manieren worden ingericht. Er kan gebruik worden gemaakt van een stalling of fietsenklemmen, maar dat is niet altijd noodzakelijk. Wanneer er geen rekken of klemmen zijn, wordt voor het beoordelen van de parkeersituatie voor fietsen uitgegaan van een benodigde stallingsruimte van ongeveer 0,65 x 2 m per fiets (BRON: CROW 291 Leidraad fietsparkeren: 1 fiets per 0,65m breedte). Daarnaast dient achter de fietsen een ruimte van ongeveer 2,00 meter beschikbaar te zijn voor het in- en uitparkeren van de fiets.

Er moet niet alleen voor bewoners maar ook voor bezoekers een goede voorziening om fietsen te stallen gerealiseerd worden, bij voorkeur dicht bij de ingang van een appartementengebouw of winkel.

Nota parkeernormen gemeente Barneveld

18

6

Afwijken van de parkeereis

6.1

Inleiding Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te worden voldaan aan de parkeereis om in voldoende mate te voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. In sommige gevallen is dit echter onmogelijk of kan de strikte toepassing van de parkeereis – bijvoorbeeld vanwege de bijkomende kosten of door bijzondere omstandigheden – als onredelijk worden beschouwd of op overwegende bezwaren stuiten. Soms is het echter mogelijk om op een andere wijze te voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte dan wel laad- of losruimte. Het college moet in dergelijke gevallen een afweging maken, tussen het (economische) belang van de ontwikkeling en de eventuele (tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en daarmee een goede ruimtelijke ordening ex art. 3.1 Wro. In deze nota worden de mogelijkheden beschreven indien wordt afgeweken van de parkeereis De afwijkingsmogelijkheden zijn te onderscheiden in vrijstellingen en ontheffingen. Voor een besluit waarbij een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt voor een categorie van gevallen, wordt de term "vrijstelling" gebruikt. Voor een beschikking waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt, wordt de term "ontheffing" gebruikt.2

6.2

Vrijstellingen

6.2.1

Flexibiliteitbepaling In het geval van ontwikkelingen waarbij na het bepalen van de parkeereis en het parkeeraanbod een tekort van maximaal 0,50 parkeerplaats resteert en er maximale inspanning geleverd is om aan de parkeereis te voldoen wordt vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Per perceel kan eenmalig een beroep op dit artikel worden gedaan. Bij een ontwikkeling die onderdeel uitmaakt van een grotere samenhangende ontwikkeling die in delen wordt uitgevoerd kan deze bepaling slechts eenmaal worden toegepast over het geheel. Deze bepaling is niet van toepassing als gebruik wordt gemaakt van de afkoopregeling.

6.2.2

Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis De gemeente wil het beginnen van een kleinschalig bedrijf aan huis stimuleren. Als onder de definities van het vigerende bestemmingsplan sprake is van een beroep of bedrijf aan huis en het redelijkerwijs niet mogelijk is om de benodigde parkeerplaatsen (geheel of gedeeltelijk) op eigen terrein te realiseren, wordt in principe vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: - Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis maximaal 2,0 parkeerplaatsen bedraagt; - Er is geen sprake van detailhandel, groepsonderwijs, -opvang of -therapie of daarmee naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen intensieve bezoekersfuncties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b4bb4d12-5300-4c3a-9d11-22a3f77045c8