CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordenweg II_Regels

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordenweg II (Voorthuizen)37.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing. 6.4

Afwijking van de bouwregels

6.5

Specifieke gebruiksregels

6.5.1

Gebruik strijdig met de bestemming

Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt het verharden van onverharde paden.

6.6

Afwijken van de gebruiksregels

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 6.1 ten behoeve van het aanleggen van in- en uitritten om aangrenzende gebouwen en terreinen te kunnen bereiken en verlaten. De breedte van een in- en uitrit mag niet meer bedragen dan 4 m. 2. Het afwijken kan slechts, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; d. de gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden. 6.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden; b. het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas c. het verbreden en verharden van paden, het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief en/of educatief medegebruik; f. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 2.

Het in artikel 6.7, eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. de uitvoering van het verplichte inrichtingsplan betreffen. 3. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn in strijd met het bestemmingsplan indien door de uitvoering daarvan, dan wel door de direct of indirect te verwachten gevolgen, onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarde, bedoeld in artikel 6.1, en hieraan door het stellen van voorwaarden onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

44

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Artikel 7 7.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuur(wetenschappe)lijke waarde en de landschappelijke waarde; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - klimbos' ook voor klimbos; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats' ook voor natuurbegraafplaats; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - uitkijktoren' ook voor uitkijktoren; e. houtproductie als gevolg van bos- en/of natuurbeheer; met daaraan ondergeschikt: f. g. h. i. j. k.

extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik; bestaande infrastructurele voorzieningen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' ook voor overnachtingsdoeleinden in de vorm van een groepskampeerterrein;

met de daarbij behorende: l. bouwwerken geen gebouwen zijnde; m. werken, geen bouwwerken zijnde; n. paden. 7.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geldt dat: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - uitkijktoren' mag de bouwhoogte niet meer dan 14 meter bedragen; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 7.3

Nadere eisen

1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; e. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; f. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; g. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; h. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

45

Noordenweg II

7.4

Afwijken van de bouwregels

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2 onder a, voor wat betreft het bouwen van gebouwen, en toestaan dat onderhoudsgebouw ten behoeve van onderhoud worden gebouwd, met inachtneming van het volgende: a. het aantal gebouwen mag per 100 hectare natuurgebied niet meer dan 1 bedragen; b. aangetoond dient te zijn dat het gebouw noodzakelijk is uit oogpunt van beheer; c. de oppervlakte van een gebouw bedraagt niet meer dan 30 m2; d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 2,5 m; e. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m; f. aangetoond dient te worden dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden dan wel dat hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 7.2 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat een uitkijktoren wordt gebouwd met een hogere bouwhoogte, mits: a. de bouwhoogte niet meer dan 15 m bedraagt; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d.

geen significante aantasting van ecologische waarden plaatsvindt en is aangetoond dat het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid niet leidt tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1

Gebruik overeenkomstig de bestemming

Als gebruik overeenkomstig met de bestemming wordt aangemerkt: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - klimbos' het gebruik van de gronden voor een theaterkuil met een maximum oppervlakte van 100 m2 en een maximum diepte van 0,4 m.

7.5.2

Gebruik strijdig met de bestemming

Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt: a. het verharden van onverharde paden; b. het gebruik waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - klimbos' het gemeten bronniveau afkomstig van de toe te passen geluidarme materialen hoger is dan 87 dB(A) en waarbij het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige objecten daarbuiten hoger is dan 45 dB(A); c. het gebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - klimbos' in de avond- en nachtperiode (19:00 - 23:00 uur en 23:00 - 7:00 uur), met uitzondering van maximaal zes dagen per jaar in de avondperiode; d. het gebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - klimbos beperkt' voor de volgende activiteiten: tokkels of ziplines, waar de deelnemers hangend aan een katrol zichzelf naar beneden laten glijden; skateboards, waarbij de deelnemers zich van boom naar boom voortbewegen per skateboard op staalkabels en via katrollen; reuze ballen/skippy ballen, waarbij deelnemers tussen ballen door zich naar de overkant moeten bewegen; activiteiten die voor wat betreft hun geluidsinvloed op de omgeving met de hiervoor genoemde activiteiten vergelijkbaar zijn; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats' het toepassen van grafmonumenten van verduurzaamd hout, kunststof, steen of andere niet organische materialen. 46

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden; b. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; c. het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen; e. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; f. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief en/of educatief medegebruik; g. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; h. diepploegen, zijnde het extra diep - circa 0,4 m of meer - omploegen, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd. 2. Het in artikel 7.6, eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. de uitvoering van het verplichte inrichtingsplan betreffen; d.

genoemd zijn in artikel 7.5.1 en plaatsvinden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van natuur klimbos'; e. genoemd zijn in artikel 7.6, eerste lid onder a. tot en met c. en plaatsvinden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats'. 3. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn in strijd met het bestemmingsplan indien door de uitvoering daarvan, dan wel door de direct of indirect te verwachten gevolgen, onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarde, bedoeld in artikel 7.1, en hieraan door het stellen van voorwaarden onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 8 8.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen; b. het gebruik als omschreven in artikel 8.5.1. met daarbij behorende: c. d. e. f.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; werken, geen bouwwerken zijnde; tuinen, landschappelijke beplanting, erven en parkeerplaatsen;

met daaraan ondergeschikt: g. een bed & breakfast.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

47

Noordenweg II

8.2

Bouwregels

8.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. indien in een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mag uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak; 8.2.2

Woning

Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak mag niet meer dan één woning worden gebouwd, uitgezonderd ter plaatse van: 1. de aanduiding 'maximum aantal woningen', want daar geldt als maximum aantal woningen het aantal zoals op de verbeelding is aangegeven; 2. de aanduiding 'woning uitgesloten', want daar mogen geen woningen worden gebouwd; b. bij vervangende nieuwbouw dient een woning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande woning; c. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 660 m3, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)', want daar geldt de maximum inhoud zoals op de verbeelding is weergegeven; d. de goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 3,5 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; e. de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 10 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; f. onder een woning is een onderbouw toegestaan, waarbij geldt dat de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en maaiveld meetelt voor de inhoud van de woning. 8.2.3

Woongebouw

Voor het bouwen van een woongebouw gelden de volgende bepalingen: a. een woongebouw dient twee woningen te omvatten, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding: 'maximum aantal wooneenheden', want daar geldt als maximum aantal woningen het aantal zoals op de verbeelding is weergegeven; b. bij vervangende nieuwbouw dient het woongebouw te worden gebouwd ter plaatse van het bestaande woongebouw; c. indien de aanduiding 'minimum volume' is aangegeven, mag de inhoud van een woongebouw niet minder bedragen dan op de verbeelding is weergegeven; d. de inhoud van een woongebouw mag niet meer bedragen dan 800 m3, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)', want daar geldt de maximum inhoud zoals op de verbeelding is weergegeven; e. een woongebouw dient in hoofdzaak een niet-gelede hoofdbouwmassa te hebben; f. de goothoogte van het woongebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; g. de bouwhoogte van het woongebouw mag niet meer bedragen dan 10 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; h.

onder een woongebouw is een onderbouw toegestaan, waarbij geldt dat de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en maaiveld meetelt voor de inhoud van het woongebouw. 8.2.4

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte aan bijgebouwen per woning mag niet meer bedragen dan 80 m2, uitgezonderd ter 48

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)', want daar geldt de maximum oppervlakte zoals op de verbeelding is weergegeven; b. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m; d. onder bijgebouwen zijn onderbouwen toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte aan onderbouwen niet meer mag bedragen dan 80 m2. 8.2.5

Kleine woning

Voor het bouwen van een kleine woning gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleine woning' is één kleine woning toegestaan, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', want daar geldt dat aantal als maximum aantal kleine woningen dat op de verbeelding is weergegeven; b. bij vervangende nieuwbouw dient de kleine woning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande kleine woning; c. de inhoud van de kleine woning mag niet meer bedragen dan 350 m3, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)', want daar geldt de maximum inhoud zoals op de verbeelding is weergegeven; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; f. onder een kleine woning is een onderbouw toegestaan, waarbij geldt dat de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en maaiveld meetelt voor de inhoud van de kleine woning. 8.2.6

Bijgebouwen bij kleine woning

Voor het bouwen van bijgebouwen bij een kleine woning gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrije situering' mag in afwijking van het bepaalde onder 8.2.1, sub a voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de totale oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40 m2, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)', want daar geldt de maximum oppervlakte zoals op de verbeelding is weergegeven; e. onder bijgebouwen zijn onderbouwen toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte aan onderbouwen niet meer mag bedragen dan 40 m2. 8.2.7

Woonwagenstandplaats

Voor een standplaats van een woonwagen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' mogen niet meer standplaatsen worden gecreëerd dan op de verbeelding is weergegeven; b. de inhoud van de woonwagen mag niet meer bedragen dan 300 m3; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m, gemeten vanaf de begane grondvloer, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte (m) zoals op de verbeelding is weergegeven; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,0 m, gemeten vanaf de begane grondvloer, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', maximum bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximum bouwhoogte (m) zoals op de verbeelding is weergegeven.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

49

Noordenweg II

8.2.8

Bijgebouwen bij woonwagenstandplaats

Voor het bouwen van bijgebouwen bij een woonwagenstandplaats gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5m; b. de totale oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m2, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)', want daar geldt de maximum oppervlakte zoals op de verbeelding is weergegeven, mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2. 8.2.9

Agrarische nevenactiviteiten

Voor het bouwen van gebouwen voor agrarische nevenactiviteiten gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte van de gebouwen voor agrarische nevenactiviteiten; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. 8.2.10 Kantoor Voor het bouwen van een kantoor gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van een kantoor is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; b. uitsluitend de gebouwen die zijn toegestaan ten behoeve van een woning en de daarbij behorende bijgebouwen mogen geheel of gedeeltelijk worden gebouwd als of verbouwd tot kantoren; c. de kantoren moeten blijven binnen de maatvoering die voor gebouwen is bepaald in artikel 8.2.2 en 8.2.4. 8.2.11 Onderhoudsgebouw Voor het bouwen van een onderhoudsgebouw gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van een onderhoudsgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onderhoudsgebouw'; b.

en onderhoudsgebouw moeten blijven binnen de maatvoering die voor gebouwen is bepaald in artikel 8.2.4 en 8.2.6, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'onderhoudsgebouw', want daar: geldt de maximum oppervlakte zoals op de verbeelding is weergegeven; telt de op de verbeelding opgenomen maximum oppervlakte niet mee bij de berekening van de oppervlakte aan bijgebouwen als bedoeld in artikel 8.2.4 en 8.2.6. 8.2.12 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 m met dien verstande dat bij paardrijbakken geen lichtmasten zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van een faunahotel mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de oppervlakte van een faunahotel mag niet meer bedragen dan 1 m²; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m; f. de oppervlakte van overkappingen telt mee bij de berekening van de oppervlakte aan bijgebouwen als bedoeld in artikel 8.2.4, artikel 8.2.6 of artikel 8.2.10. 8.3

Nadere eisen

1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; 50

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II d. e. f. g. h.

de bereikbaarheid voor hulpdiensten; de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; de landschappelijke inpassing van de bebouwing; architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; een ongestoorde ligging van kabels en leidingen.

2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 17.1 van toepassing. 8.4

Afwijken van de bouwregels

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.1, 8.2.2, 8.2.3 en/of 8.2.5 voor wat betreft de plaats van de woning, het woongebouw en/of de kleine woning en toestaan dat vervangende nieuwbouw op een andere plaats plaatsvindt of nieuwbouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak plaatsvindt, mits: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.2 onder d of artikel 8.2.3 onder f voor wat betreft de maximum goothoogte van een woning of woongebouw en toestaan dat de goothoogte niet meer dan 6 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 3. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.5 onder f voor wat betreft de maximum bouwhoogte van een kleine woning en toestaan dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 4.

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.2 en artikel 8.2.5 voor wat betreft het toestaan dat binnen de inhoud van een woning of een kleine woning een tweede zelfstandige wooneenheid wordt gerealiseerd, mits: a. de tweede wooneenheid rechtstreeks ten dienste staat van een situatie waarin mantelzorg verleend wordt binnen de woning of de kleine woning dan wel dat er sprake is van een zodanige relatie tussen de bewoners van de beide wooneenheden en van zodanige omstandigheden, dat in redelijkheid aannemelijk is dat men om reden van het mogelijk in de toekomst kunnen verlenen van mantelzorg in dezelfde woning of kleine woning wil wonen; b. schriftelijke verklaringen worden overgelegd van de (hoofd)bewoners van beide wooneenheden waaruit blijkt dat er sprake is, of zo nodig zal zijn, van mantelzorg; c. maximaal 35% van de totale (vloer)oppervlakte van de woning of de kleine woning, tot ten hoogste 65 m2, wordt benut voor de tweede wooneenheid; d. de woning waarin de tweede wooneenheid wordt gerealiseerd in visueel opzicht de uitstraling van één woning behoudt; e. de woning waarin de tweede wooneenheid wordt gerealiseerd een toegelaten inhoud heeft van meer dan 350 m3. f.

er sprake is van sloop van gebouwen, met een oppervlakte van ten minste 300 m2 inzetbare sloopmeters, met dien verstande dat: indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; "Noordenweg II" (vastgesteld)

51

Noordenweg II verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is. 5. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.3 voor wat betreft het toestaan dat binnen de inhoud van een woongebouw in plaats van twee woningen slechts één woning wordt gerealiseerd. 6. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.1, onder a en/of b, en toestaan dat bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd en/of buiten een bouwvlak worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 7. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de artikelen 8.2.2, 8.2.3 of 8.2.5 voor wat betreft de maximum inhoud van een woning, woongebouw of een kleine woning en toestaan dat een woning, woongebouw of kleine woning wordt gebouwd met een grotere inhoud tot maximaal 1.000 m3, of voor wat betreft de maximum inhoud van een woongebouw en toestaan dat een woongebouw wordt gebouwd met een grotere inhoud tot maximaal 1.500 m3, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit en mits de architectonische en/of cultuurhistorische waarden van de bebouwing niet in onevenredige mate worden geschaad; b.

er sprake is van sloop van gebouwen in de vorm van 1,5 m2 inzetbare sloopmeters per 1 m3 vergroting van de woninginhoud; met dien verstande dat: indien op het betreffende perceel per bestaande woning een daarbij behorende oppervlakte van meer dan 400 m2 aan al dan niet onder het overgangsrecht gebrachte of te brengen bijgebouwen aanwezig is, de sloopmogelijkheden boven die oppervlakte op het betreffende perceel volledig moeten zijn benut voordat de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste oppervlakte te komen; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is 8. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.4 of artikel 8.2.6 voor wat betreft de maximum oppervlakte aan bijgebouwen en toestaan dat een grotere oppervlakte aan bijgebouwen wordt gebouwd, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit en mits de architectonische en/of cultuurhistorische waarden van de bebouwing niet in onevenredige mate worden geschaad; b.

de maximale gezamenlijke oppervlakte van de voor de functie wonen vergunde bijgebouwen bij een woning bedraagt 400 m2; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; d. er sprake is van de sloop van gebouwen in de vorm van 2 m2 inzetbare sloopmeters per 1 m2 extra oppervlakte aan bijgebouwen, met dien verstande dat: geen sloop van gebouwen hoeft plaats te vinden voor het vergroten van de maximum oppervlakte aan bijgebouwen tot 250 m2 indien deze vergroting van de oppervlakte dient ter vervanging van een gelijke oppervlakte aan gebouwen die behoren bij de betreffende woning en onder het overgangsrecht vallen; indien op het betreffende perceel per bestaande woning een daarbij behorende oppervlakte van meer dan 400 m2 aan al dan niet onder het overgangsrecht gebrachte of te brengen bijgebouwen aanwezig is, de sloopmogelijkheden boven die oppervlakte op het betreffende perceel volledig moeten zijn benut voordat de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste oppervlakte te komen; 52

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is. 9. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.2.12 voor wat betreft de maximum hoogte van een faunahotel en toestaan dat de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt en/of voor wat betreft de oppervlakte van een faunahotel en toestaan dat het oppervlakte maximaal 6 m² bedraagt mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de architectonische en/of cultuurhistorische waarden van de bebouwing niet in onevenredige mate worden geschaad. 8.5

Specifieke gebruiksregels

8.5.1

Gebruik overeenkomstig de bestemming

Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: a. gebruik van ruimten binnen de 'woning', een 'woongebouw' of 'kleine woning' ten behoeve van de uitoefening van één of meer aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van de (vloer)oppervlakte van de woning of kleine woning, tot ten hoogste 60 m2 bij een 'woning' of een 'woongebouw' en 35 m2 bij een 'kleine woning' mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf; 2. degene die de onder a genoemde activiteiten in de 'woning', het 'woongebouw' of 'kleine woning' uitvoert, tevens de bewoner van deze woning dient te zijn; 3. vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer zijn niet toegestaan. b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kamerverhuur' mag het aantal onzelfstandige woonruimten niet meer bedragen dan op de verbeelding is weergegeven; c. voor een bed & breakfast geldt dat daarvoor niet meer dan twee kamers in de woning mogen worden gebruikt met maximaal twee bedden per kamer en dat het parkeren op eigen terrein plaatsvindt. d.

het hobbymatig houden van vee, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - geen hobbymatig vee', want daar is agrarisch hobbymatig gebruik voor zover het ziet op het houden van dieren niet toegestaan. e. ter plaatse van de aanduiding 'atelier' is ook de verkoop van kunstwerken toegestaan. f.

het gebruik van grond voor het plaatsen van zonnecollectoren, mits: 1. de zonnecollectoren geplaatst worden achter de voorgevelrooilijn 2. de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnecollectoren maximaal 150 m2 bedraagt; 3. de aanwezige daken van woning(en) en bijgebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de zonnecollectoren op te bevestigen; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

53

Noordenweg II

8.6

Afwijken van de gebruiksregels

1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.5.1 onder a ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf in een bijgebouw, mits: a. maximaal 25% van de totale (vloer)oppervlakte van de 'woning', het 'woongebouw' of de 'kleine woning' en de bijgebouwen wordt gebruikt voor het aan huis verbonden beroep en/of het kleinschalige bedrijf; b. de totale gezamenlijke (vloer)oppervlakte die wordt aangewend voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf niet meer bedraagt dan 60 m2 bij een 'woning' of 'woongebouw' en 35 m2 bij een 'kleine woning'; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 2. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.5.1 en het gebruik van de bijgebouwen bij de woning ten behoeve van een bed & breakfast toestaan, mits: a. dit niet meer dan twee kamers betreft met maximaal twee bedden per kamer; b. er in die bijgebouwen geen keuken aanwezig is; c. de oppervlakte van de ruimte in gebruik voor bed & breakfast niet meer bedraagt dan 60 m2; d. het parkeren plaatsvindt op eigen terrein 3.

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.1 en de onzelfstandige huisvesting van één of meer huishoudens toestaan, mits wordt voldaan aan de minimale oppervlakte zoals genoemd in de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de brandveiligheid; b. de externe veiligheid; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en g. aangetoond dient te worden dat de woningen passen binnen de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor Jong en Oud'; h. alsmede dat voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is gewaarborgd; 4. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.5.1 onder b ten behoeve van het gebruik van grond als paardrijbak waarbij de paardrijbak ligt voor de voorgevelrooilijn, mits: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen. 5.

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 8.1 en de stalling van caravans, campers en boten van derden toestaan, mits deze plaatsvindt in bestaande gebouwen. 8.7

Wijzigingsbevoegdheid

8.7.1

'Agrarisch'

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' en daarbij een bouwvlak opnemen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf en daarbij de aanduiding 'maximum volume' (m3) opnemen, de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichting in de regels opnemen, mits: a. de bestemming 'Wonen' ligt ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone -

54

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

b. c. d. e. f.

g. h. i. j.

landbouwontwikkelingsgebied', uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone kernrandzone'; aannemelijk is gemaakt dat na omschakeling een toekomstbestendig en volwaardig agrarisch bedrijf ontstaat; landschappelijke inpassing plaatsvindt op basis van een overgelegd landschapsplan, waaraan door burgemeester en wethouders goedkeuring is verleend; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen; de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden en is aangetoond dat het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid niet leidt tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; het bouwvlak een oppervlakte heeft die niet meer bedraagt dan 1,5 hectare; voor het toekennen van de bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak saldo beschikbaar is binnen de component aantal bouwvlakken van de salderingsregistratie; de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 660 m3, tenzij het bestaande volume groter is, dan moet de grotere inhoud als maximum volume worden aangehouden voor de bedrijfswoning.

8.7.2

'Bedrijf - Niet agrarisch'

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Agrarisch' voor zover deze direct grenst aan de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' en daarbij de aanduiding 'maximum volume' (m3) of de bestemming 'Groen' en voorwaardelijke verplichtingen opnemen in de regels, met inachtnaming van de volgende regels: a. de (vloer)oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van de nieuwe bestemming mag niet meer bedragen dan 1.000 m2, met dien verstande dat de (vloer)oppervlakte niet meer mag bedragen dan 750 m2 ter plaatse van: de aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur'; de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'; de dubbelbestemming 'waarde - openheid en reliëf'; b. het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; c. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; d. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; e. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; f.

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie; g. geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; h. bij een wijziging naar de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die genoemd worden in Bijlage '4 Staat van Bedrijfsactiviteiten' onder categorie 1 en 2, mits het geen Wgh-inrichtingen of Bevi-inrichtingen betreft; i. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij de volgende eisen gelden: Bedrijf - Niet agrarisch

Benodigde inzetbare sloopmeters

Bedrijfsrecht

100 m2

Per m2 vloeroppervlakte van 0 tot en met 500 m2

2 m2

Per m2 vloeroppervlakte van 501 tot en met 1.000 m2 3 m2

"Noordenweg II" (vastgesteld)

55

Noordenweg II

met dien verstande dat: indien de oppervlakte van de te realiseren bedrijfsgebouwen meer bedraagt dan 300 m2, van de te slopen oppervlakte minimaal 500 m2 gesloopt moet worden op het perceel waarop deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast; alle bebouwing dient te worden gesloopt, met uitzondering van de bestaande woning(en) en de daaraan toe te rekenen bijgebouwen, tenzij het (een) gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid word(t)(en) ingezet voor hergebruik; uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; bij de berekening van de sloopoppervlakte de bestaande woning (inclusief minimaal 80 m2 aan daaraan toe te rekenen bijgebouwen) en indien aanwezig de kleine woning (inclusief minimaal de daaraan toe te rekenen bijgebouwen als aangegeven in artikel 8.2.6) buiten beschouwing wordt gelaten; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is; j.

de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 660 m3.

8.7.3 'Bedrijf - Landelijk', 'Cultuur en ontspanning', 'Maatschappelijk', 'Recreatie' of 'Recreatie Verblijfsrecreatie' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Agrarisch' voor zover deze direct grenst aan de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf - Landelijk', maximum volume' (m3) of de bestemming, de bestemming wijzigen in 'Groen' en een voorwaardelijke verplichting(en) in de regels opnemen, met inachtneming van de volgende regels: a. de (vloer)oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van de nieuwe bestemming mag niet meer bedragen dan 1.000 m2, met dien verstande dat de (vloer)oppervlakte niet meer mag bedragen dan 750 m2 ter plaatse van: de aanduiding overige zone - ecologische hoofdstructuur; de aanduiding reconstructiewetzone - extensiveringsgebied; de dubbelbestemming 'waarde - openheid en reliëf'. b. het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; c. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; d. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; e.

de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie; g. geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; h. bij een wijziging naar de bestemming 'Bedrijf - Landelijk' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die genoemd worden in de Bijlage 4 Staat van Bedrijfsactiviteiten onder categorie 1 en 2, mits het geen Wgh-inrichtingen of Bevi-inrichtingen betreft; i. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij de volgende eisen gelden: Bedrijven, niet zijnde Bedrijf - Niet agrarisch

Benodigde inzetbare sloopmeters

Bedrijfsrecht

100 m2

Per m2 vloeroppervlakte van 0 tot en met 1.000 m2

2 m2

56

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

met dien verstande dat:

j.

indien de (vloer)oppervlakte van de te realiseren bedrijfsgebouwen meer bedraagt dan 300 m2, van de te slopen (vloer)oppervlakte minimaal 500 m2 inzetbare sloopmeters gesloopt moet worden op het perceel waarop deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast; alle bebouwing dient te worden gesloopt, met uitzondering van de bestaande woning(en) en de daaraan toe te rekenen bijgebouwen, tenzij het (een) gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid word(t)(en) ingezet voor hergebruik; uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; bij de berekening van de sloopoppervlakte de bestaande woning (inclusief minimaal 80 m2 aan daaraan toe te rekenen bijgebouwen) en indien aanwezig de kleine woning (inclusief minimaal de daaraan toe te rekenen bijgebouwen als aangegeven in artikel 20.2.6) buiten beschouwing wordt gelaten; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is.

De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 660 m3.

8.7.4

Woongebouw + bestemming 'Groen'

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw' en 'maximum volume' opnemen ten behoeve van de bouw van twee woningen in één gebouw, de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichting in de regels opnemen, met inachtneming van het volgende: a. het realiseren van een tweede woning in één gebouw mag uitsluitend plaatsvinden wanneer in het verlengde van eerder verleende gemeentelijke medewerking voor inwoning feitelijk een situatie is ontstaan die in belangrijke mate vergelijkbaar is met twee (nagenoeg) zelfstandige woningen; b. er moet sprake zijn van de sloop van gebouwen met een oppervlakte van ten minste 300 m2 inzetbare sloopmeters ten behoeve van het recht op de tweede woning, vermeerderd met 1,5 m2 per 1 m3 waarmee de inhoud van het woongebouw mag worden vergroot ten opzichte van de op grond van dit plan toegestane inhoud van de bestaande woning, tot een maximum inhoud van 1.500 m3; met dien verstande dat er geen sloopverplichting van 300 m2 geldt ten behoeve van het recht op een tweede woning, wanneer: in het verlengde van eerder verleende gemeentelijke medewerking voor inwoning feitelijk voor 1 januari 1988 een situatie is ontstaan die in belangrijke mate vergelijkbaar is met twee (nagenoeg) zelfstandige woningen; de inwoning aantoonbaar onafgebroken heeft plaatsgevonden sinds 1 januari 1988; c.

de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad. 8.7.5

Woongebouw in monumentaal gebouw

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw' en 'maximum volume' opnemen ten behoeve van de bouw van twee woningen in één monumentaal gebouw, met inachtneming van het volgende: a. de vestiging mag uitsluitend plaatsvinden in een rijksmonument of gemeentelijk monument; b. de cultuurhistorische waarde van het gebouw mag niet worden aangetast; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

57

Noordenweg II

8.7.6

Toename twee extra woningen

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Agrarisch' voor zover deze direct grenst aan de bestemming 'Wonen' wijzigen om de bouw van maximaal twee extra woningen (ten opzichte van het bestaande aantal woningen en/of kleine woningen) mogelijk te maken en daarbij de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw', de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en/of aanduidingen opnemen over de inhoud van de woning en de oppervlakte aan bijgebouwen, de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichting in de regels opnemen, met inachtneming van het volgende: a. de inhoud van een woning die geen deel uitmaakt van een woongebouw mag niet minder dan 350 m3 en niet meer dan 1.000 m3 bedragen; b. per woning geldt een basisrecht van 80 m2 bijgebouw. Voor een groter oppervlakte aan bijgebouw zijn inzetbare sloopmeters vereist overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.4 lid 8 ; c. indien het nieuwe bestemmingsvlak kleiner is dan het te wijzigen bestemmingsvlak, kan op een deel van de gronden de bestemming 'Agrarisch' worden gelegd met daarbij dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen indien en voor zover deze ook op aangrenzende gronden met de bestemming 'Agrarisch' liggen; d. het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; e.

er moet sprake zijn van een clustering van gebouwen, waarbij de vorm van het nieuwe bestemmingsvlak is afgestemd op zowel het omringende landschap als de belangen van derden; f. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie; h. waar wordt gesproken over een nieuw bestemmingsvlak kan in plaats daarvan ook gekozen worden voor meerdere bestemmingsvlakken met de bestemming 'Wonen' die voor de toepassing van de regels in dit lid, samen gelden als het nieuwe bestemmingsvlak; i. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij de volgende eisen gelden: Per woning

Benodigde inzetbare sloopmeters

Woningrecht

300 m2

Per m3 woninginhoud

1,5 m2

met dien verstande dat: van de te slopen oppervlakte minimaal 500 m2 inzetbare sloopmeters gesloopt moet worden op het perceel waarop deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast; alle bebouwing dient te worden gesloopt, behoudens de bestaande woning met daarbij behorende bijgebouwen, tenzij het een gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ingezet voor hergebruik; indien op het betreffende perceel per bestaande woning een daarbij behorende oppervlakte van meer dan 400 m2 aan al dan niet onder het overgangsrecht gebrachte of te brengen bijgebouwen aanwezig is, de sloopmogelijkheden boven die oppervlakte op het betreffende perceel volledig moeten zijn benut voordat de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste oppervlakte te komen ; bij de berekening van de sloopoppervlakte de bestaande woning (inclusief minimaal 80 m2 aan daaraan toe te rekenen bijgebouwen) en indien aanwezig de kleine woning (inclusief minimaal de daaraan toe te rekenen bijgebouwen als aangegeven in artikel 8.2.6 buiten beschouwing wordt gelaten; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food

Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is. 58

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

8.7.7

Verwijderen 'agrarische nevenactiviteit'

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' verwijderen, indien de agrarische nevenactiviteiten zijn beëindigd.

8.7.8

Omzetten woning in woongebouw

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw' opnemen ten behoeve van het omzetten van de bestaande woning naar een woongebouw met twee woningen, en/of aanduidingen opnemen over de inhoud van woningen en/of de oppervlakte aan bijgebouwen, de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichtingen opnemen in de regels, met inachtneming van het volgende: a. bij de extra woning geldt een basisrecht van 80 m2 bijgebouw; b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de milieusituatie; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; d. het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; e. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen waarbij de volgende eisen gelden: Per woning

Benodigde inzetbare sloopmeters

Woningrecht

300 m2

Per m3 vergroting

1,5 m2

Basisrecht bijgebouw extra woning

160 m2

met dien verstande dat: de inhoud van een woongebouw mag niet meer bedragen dan 1.500 m3; alle bebouwing dient te worden gesloopt, met uitzondering van de bestaande woning(en) en de daaraan toe te rekenen bijgebouwen, tenzij het (een) gebouw(en) betreft welke met toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid word(t)(en) ingezet voor hergebruik; indien op het betreffende perceel per bestaande woning een daarbij behorende oppervlakte van meer dan 400 m2 aan al dan niet onder het overgangsrecht gebrachte of te brengen bijgebouwen aanwezig is, de sloopmogelijkheden boven die oppervlakte op het betreffende perceel volledig moeten zijn benut voordat de sloopoppervlakte van meerdere locaties mag worden meegerekend om aan de vereiste oppervlakte te komen; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet meetellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters zijn afkomstig uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 hebben vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is.

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(-en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. 9.2

Bouwregels

1. Op of in deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in overige bestemmingen is bepaald, geen "Noordenweg II" (vastgesteld)

59

Noordenweg II bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 10.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 9.2, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit de hiervoor bedoelde onderzoeksrapportage en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2. De vergunning kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologische deskundige. 3. Het in artikel 9.3 lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. 9.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat deze bestemming komt te vervallen, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn of indien het rijksmonument is geschrapt uit het register op grond van de Erfgoedwet.

60

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(-en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. 10.2

Bouwregels

1. Op of in deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in overige bestemmingen is bepaald, geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 250 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 10.2, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3.

Indien uit de hiervoor bedoelde onderzoeksrapportage en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 250 m2 : a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2.

De vergunning kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologisch deskundige. 3. Het in artikel 10.3 lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

"Noordenweg II" (vastgesteld)

61

Noordenweg II

10.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat deze bestemming komt te vervallen, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn of indien het rijksmonument is geschrapt uit het register op grond van de Erfgoedwet.

62

"Noordenweg II" (vastgesteld)

Noordenweg II

Hoofdstuk 3 Artikel 11

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 12.1

Algemene bouwregels

Bouwen ten dienste van de bestemming

Er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.

12.2

Ondergronds bouwen

1. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van een onderbouw, danwel een onoverdekte toegangsconstructie voor een onderbouw, tenzij het een mestbassin of daarmee samenhangend of vergelijkbaar bouwwerk betreft; 2. Het bouwen van een onderbouw en onoverdekte toegangsconstructie is uitsluitend toegestaan indien en voor zover dit in de regels uitdrukkelijk is bepaald; 3. Indien de onderzijde van de begane grondvloer niet gelijk is aan het maaiveld, telt de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en het maaiveld mee voor de inhoud van het gebouw; 4. De bouwdiepte van een onderbouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 12.3

Ondergronds bouwwerk

Ongeacht het bepaalde in artikel 12.2 en de bestemming van de gronden is ondergronds bouwen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergronds bouwwerk'. 12.3.1 Bouwregels In afwijking van hetgeen in de bestemmingsregels is bepaald onder meer omtrent de oppervlakte van een bouwwerk, mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergronds bouwwerk' een ondergronds bouwwerk worden gebouwd.

12.4

Inpandige bijgebouwen

Indien een bijgebouw wordt gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin van artikel 1.27: a. telt dit bijgebouw niet mee voor de bepaling van de inhoud van de woning; b. telt de (vloer)oppervlakte van dit gebouw mee als oppervlakte aan bijgebouwen. 12.5

Dove gevel

12.5.1 Specifieke bouwaanduiding - dove gevel Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' is het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige objecten uitsluitend toegestaan als de gevel(s) ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' worden gebouwd en in stand te worden gehouden als een dove gevel. 12.5.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van artikel 12.5 ten aanzien van het bepaalde omtrent dove gevels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' en toestaan dat één of meer gevels niet als dove gevel worden gerealiseerd, mits door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat er uit akoestisch oogpunt geen noodzaak is voor een dove gevel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b4bb4d12-5300-4c3a-9d11-22a3f77045c8