Kromme Akker-Zuid II_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Kromme Akker-Zuid II
(juli 2021) bestemmingsplan Plannr. 1597
Kromme Akker-Zuid II
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ruimtelijke structuur
6 6 7 8
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Algemeen 3.2 Uitgangspunten 3.3 Bezonning
9 9 9 11
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Waterschap 4.4 Gemeente
12 12 14 16 17
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
24 24 24 26 29 31 31 32 35 35 36 36 37 38 39 40
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
42 42 47
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
49 49
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
50 50 50 51 51
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Archeologisch onderzoek (2020)
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek (2021)
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan (2021)
2
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
Bijlage 4
Berekening stikstofemissie aanlegfase (2021)
Bijlage 5
Berekening stikstofemissie gebruiksfase (2021)
Bijlage 6
Bezonningsstudie (2021)
Bijlage 7
Bodem- en asbestonderzoek - aanvullend (2020)
Bijlage 8
Bodem- en asbestonderzoek - verkennend (2019)
Bijlage 9
Bodemonderzoek (2017)
Bijlage 10
Kaart kabels & leidingen (2020)
Bijlage 11
Kabels & leidingen overzicht (2020)
Bijlage 12
Niet gesprongen explosieven (2020)
Bijlage 13
Nota inspraak en overleg (2021)
Bijlage 14
Nota zienswijzen (2021)
Bijlage 15
Onderzoek Wet geluidhinder (2021)
Bijlage 16
Onderzoek waterhuishouding en riolering (2021)
Bijlage 17
Onderzoek waterhuishouding en riolering (2021) - A hoogteplan
Bijlage 18
Onderzoek waterhuishouding en riolering (2021) - B ontwerp
Bijlage 19
Parkeerbalans (2021)
Bijlage 20
Voortoets stikstofdepositie (2021)
Bijlage 21
Vormvrije m.e.r.-beoordeling (2020)
Bijlage 22
Quickscan Wet natuurbescherming (2019)
Bijlage 23
Water infiltratie-onderzoek (2017)
Bijlage 24
Water infiltratie-onderzoek boorprofielen (2017)
Bijlage 25
Water infiltratie-onderzoek situering (2017)
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
3
Kromme Akker-Zuid II
4
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor de percelen kadastraal bekend gemeente Voorthuizen, sectie G, nummers 2940, 3725, en 6393 (oud) is een verzoek ingediend om daar grondgebonden en gestapelde woningen te realiseren. Het gaat om maximaal 62 woningen in totaal. Het plangebied is omgeven door de wegen: Zicht, Gaffel, Strausslaan, Wikselaarseweg. Op de onderstaande topografische kaart is met een rood kader de globale ligging van het plangebied aangeduid.
Afbeelding 1 Topografische kaart www.gemeenteatlas.nl De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan. De bijlagen bij de toelichting zijn opgenomen in alfabetische volgorde.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
5
Kromme Akker-Zuid II
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de kern Voorthuizen.
Afbeelding 2 Luchtfoto (2020) met plangrens
Bovenstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer. Het plangebied bestaat uit de percelen Wikselaarseweg, kadastraal bekend gemeente Voorthuizen, sectie G, nummers 2940, 3725, en 6393 (oud). De percelen zijn in eigendom van de initiatiefnemer en projectontwikkelaar van de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied, de besloten vennootschap De Bunte Vastgoed Oost B.V.. Het plangebied heeft een totale grootte van circa 2,1 hectare. Het plangebied ligt ten oosten van de Componistenwijk en ten zuiden van de wijk Kromme Akker, en het wordt aan de zuidzijde begrensd door de Wikselaarseweg. Ten oosten is het plangebied "Kromme Akker-Zuid" (NL.IMRO.0203.1395-0003, 2019), waar het nieuwe dorpshuis De Eng en basisschool Kindcentrum De Vlindertuin zijn gevestigd. Overigens zijn de hiervoor genoemde kadastrale aanduidingen gewijzigd tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan, zoals blijkt uit afbeelding 3.
6
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
Afbeelding 3 Kaart perceelsgrenzen
2.2
Geldende bestemmingen
Het voorliggende bestemmingsplan "Kromme Akker-Zuid II" is een herziening van een deelgebied van bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (vastgesteld 29-5-2013, nummer 1056 - geconsolideerd). In het laatstgenoemde bestemmingsplan heeft de raad van gemeente Barneveld de enkelbestemming 'Agrarisch' (artikel 3) toegekend aan de bewuste gronden. De voorgenomen woningbouwontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Op de onderstaande afbeelding is ruwweg een rood kader gezet om het plangebied. De afbeelding komt uit de kaartviewer van gemeente Barneveld. De lichtgroene kleur correspondeert met de agrarische bestemming.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
7
Kromme Akker-Zuid II
Afbeelding 4 Kaartviewer gemeente Barneveld In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
2.3
Ruimtelijke structuur
De huidige bestemming van het gebied is agrarisch en het vooralsnog braakliggende grasland ligt in de zoekzone voor nieuwe woongebieden en aanverwante voorzieningen. De randen worden gevormd aan de westzijde door de woningen aan de Strausslaan. Aan de noordzijde bevinden zich een waterloop, houtopstanden en woningen van de Kromme Akker. Aan de oostzijde bevinden zich een basisschool (Kindcentrum De Vlindertuin), het nieuwe dorpshuis (De Eng) en 13 nieuwe woningen. Het aanzicht van de Wikselaarseweg aan de zuidzijde wordt bepaald door diverse groene hofjes met gevelwanden van diverse typen woningen in de nieuwe woonwijk Wikselaarse Eng (2017).
8
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Algemeen
In het plangebied "Kromme Akker-Zuid II" komen maximaal 62 nieuwe woningen. Hieronder zijn de uitgangspunten opgesomd voor de nieuwe buurt en de uitwerking in het (stedenbouwkundige) ontwerp. Verder is het beeldkwaliteitsplan bijgevoegd (bijlage 3).
3.2
Uitgangspunten
Het ontwerp is opgebouwd vanuit een set uitgangspunten die tot stand is gekomen in de samenwerking tussen de projectontwikkelaar, de gemeente, het ontwerpbureau en omwonenden. De meest bepalende uitgangspunten zijn: De wijk is omkaderd door groenstructuren, het is een groene kamer; Autoluwe hoven, het streven is de woningen te plaatsen aan een (groen) hof; Gedifferentieerd woningbouwprogramma, waarbij voorzien wordt in de behoefte voor starters en senioren; Ontsluiting vanuit de zuidrand en daarnaast beperken van doorgaande autoverbindingen; Het realiseren van een fietsverbinding tussen het noorden, zuiden en oosten (fase 1); Ruimte voor speel- en verblijfplekken; Robuuste waterhuishouding, voldoende berging en infiltratie.
Afbeelding 5 Verbeelding stedenbouwkundig ontwerp (2021) Groene Kamer Het plangebied krijgt groene randen. Richting de Zicht (noordrand) betekent dit, waar mogelijk, het behouden van de bestaande vegetatie en het natuurlijk inrichten van de bestaande oevers van de Kromme Akker. Door middel van het, waar mogelijk, verflauwen van de oevers wordt ruimte gemaakt voor meer diversiteit in natte oevervegetatie. Daarbij wordt rekening gehouden met de bestaande bomen en vegetatie. Uit een inventarisatie is naar voren gekomen waar bestaande beplanting plaatsmaakt voor een flauwe oever. Op de vergraven oevers wordt nieuwe beplanting ingepast. Tussen de Strausslaan en de nieuwe wijk (westrand) komt een groene zone als buffer tussen bestaand en nieuw. Deze buffer bestaat uit een watergang, die de Kromme Akker richting het zuiden verbindt en een onderhoud- en groenstrook. Het zicht op de nieuwe woningen aan de westrand vanuit de Strausslaan wordt onttrokken door het gebruik van een combinatie van bomen en heesterbeplanting langs de "Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
9
Kromme Akker-Zuid II watergang en in de groenstrook. Langs de Wikselaarseweg (zuidrand) komt een doorgaande bomenstructuur. De zuidgevels van de nieuwe bebouwing krijgen door middel van heesterbeplanting een mooie aanblik. Tussen de plangebieden "Kromme Akker-Zuid" en "Kromme Akker-Zuid II" (oostrand) is ook een groene zone voorzien bestaande uit wadi's en bomen.
Autoluwe hoven Het stedenbouwkundig plan bestaat uit drie autoluwe hoven; in het verlengde van de Ploegschaar, in het midden van het plangebied en aansluitend aan de Groote Elstweg. De hoven worden met elkaar verbonden en langs deze verbinding zal een groot deel van het parkeren plaatsvinden. Het hof in het midden is geheel autovrij en krijgt een groene inrichting. Ieder hof krijgt kleurrijke plantvakken waarin het beplantingsprincipe 'green to colour' wordt toegepast. In deze plantvakken staan bomen als blikvanger en kan regenwater worden geïnfiltreerd. Daarnaast zorgt een variatie in beplanting voor een personalisatie van ieder hof.
Gedifferentieerdprogramma Voor verschillende doelgroepen en prijsklassen worden woningen gerealiseerd in de wijk. Door de grote behoefte worden onder andere woningen gerealiseerd voor starters en senioren. Het programma bestaat uit 62 woningen: 4 twee-onder-één-kappers; 31 rijwoningen in verschillende beukmaten (4,50 en 5,40 m1) en prijsklassen; 10 levensloopbestendige woningen; 17 appartementen. Ontsluiting De wijk wordt voor de auto (rood) ontsloten aan de zuidzijde vanuit de Groote Elstweg en de Ploegschaar. Er wordt een fietsverbinding (oranje) gerealiseerd tussen de noordelijke wijken en de Wikselaarseweg aan de zuidzijde door middel van een wandel- en fietsbrug. Daarnaast komt er een fietsverbinding richting het oosten met fase 1; de nieuwe school en het dorpshuis. Er is gezocht naar mogelijke voetgangersverbindingen (geel) voor het maken van ommetjes.
Afbeelding 6 Infrastructuur
10
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
Speel- en verblijfplekken In de openbare ruimte is plaats voor speel- en verblijfsplekken in combinatie met waterberging. De centrale wadi ligt aan het middelste hof. Deze grote open ruimte biedt naast waterberging ook ruimte voor natuurlijke speelaanleidingen, een verblijfplek en ontmoeting zoals bij een buurtfeest. Deze open groene ruimte zorgt tevens voor een zichtrelatie tussen de Zicht en de Wikselaarseweg.
Robuuste waterhuishouding Al het regenwater dat in het plangebied valt, wordt binnen het plangebied zelf geïnfiltreerd. Dit wordt onder andere mogelijk gemaakt door het beperken van verhardingen en, waar mogelijk, gebruik te maken van waterdoorlatende materialen. Daarnaast vindt berging en infiltratie plaats in een bermsloot, wadi's en groenvakken. Daarnaast wordt ook voorzien in een doorverbinding van de Kromme Akker richting het zuiden, hetgeen bijdraagt aan een betere waterstructuur voor Voorthuizen.
3.3
Bezonning
Gemeente Barneveld heeft de bezonningssituatie onderzocht en de eventuele gevolgen van de nieuwe woningen voor de bestaande bebouwing in de omgeving (bijlage 6). De uitkomst van het onderzoek is dat alleen de bebouwing ten noorden van het plangebied in de wintermaanden (december en januari) enige extra schaduwwerking ondervindt in de ochtenduren. In de nieuwe situatie is ruim voldaan aan de strenge TNO-norm voor het minimum aantal zonuren. De schaduwwerking vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
11
Kromme Akker-Zuid II
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Ruimte. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden.
De SVIR vervangt verschillende nota's, waaronder ook de Nota Ruimte en geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. De SVIR geeft invulling aan het streven van het kabinet naar deregulering en decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Het Rijk heeft gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd.
Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem
te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten 12
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want de voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van meer dan 11 woningen. Het gaat om 62 woningen in totaal.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
13
Kromme Akker-Zuid II
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staan onder meer de volgende passages over de ambities wat betreft het woon- en leefklimaat: 1.
'Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt.' 2. 'Voor ons staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen.' 3. 'Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.' 4. 'Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd.' De ontwikkeling van het voorliggende plangebied "Kromme Akker-Zuid II" draagt bij aan de verwezenlijking van de genoemde ambities. De locatie bestaat weliswaar uit braakliggend grasland, maar is aan alle kanten omsloten door bestaand stedelijk gebied. Het betreft een inbreidingslocatie. In het woningbouwprogramma is een goede verdeling tussen sociale koopwoningen en duurdere woningen. Het nieuwe gedeelte van Kromme Akker-Zuid wordt aardgasloos aangelegd. 14
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening.
In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw
Afbeelding 7 Fragment kaart 2: Landbouw Omgevingsverordening Kaart 3: Regels Glastuinbouw Van deze kaart is geen fragment opgenomen vanwege de slechte leesbaarheid. Kaart 6: Regels Water en Milieu
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
15
Kromme Akker-Zuid II
Afbeelding 8 Fragment kaart 6: Water en Milieu Omgevingsverordening
Doorwerking in plangebied Wat betreft landbouw: artikel 2.30 van de Omgevingsverordening gaat over de uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak en het Plussenbeleid. De bepalingen over het Plussenbeleid zijn irrelevant voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Dan wat betreft glastuinbouw: er geldt een tijdelijk verbod voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is tijdelijk verboden. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Tot slot water en milieu: op afbeelding 8 is te zien dat het plangebied deel uitmaakt van 'intrekgebied'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied dat is aangewezen op grond van artikel 1.2, tweede lid onder sub a van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is bepaald dat intrekgebieden in een bestemmingsplan geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.3
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze 16
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4
Gemeente
4.4.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hier binnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden.
Afbeelding 9 Luchtfoto (2020) omgeving plangebied Het plangebied is een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
17
Kromme Akker-Zuid II
Afbeelding 10 Fragment visiekaart Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Uit de visiekaart blijkt dat het plangebied in de structuurvisie is aangemerkt als zoekzone voor wonen (lange termijn). Op paginanummer 22 van de structuurvisie staat: 'Aangezien de structuurvisie een horizon kent tot en met 2022 zijn de zoekzones rondom Voorthuizen en Barneveld voorlopig voldoende om de genoemde extra groei op te kunnen vangen.' In tabel 1 op paginanummer 24 van de structuurvisie is het accent per woninbouwlocatie benoemd. Voor de grotere uitbreidingslocaties zoals Voorthuizen-Zuid geldt dat het accent ligt op 'gemengd, gericht op gezinnen, doorstroming, maar ook zoekgebieden met clusters voor ouderen.' De volgende passage komt uit § 4.2.3. en gaat specifiek over Voorthuizen-Zuid: 'De zoekzone voor woningbouw 'Voorthuizen Zuid' ligt tussen de Baron van Nagellstraat, de huidige dorpsbebouwing en de Zeumerseweg 12. De capaciteit van deze woningbouwlocatie bedraagt circa 1.000 woningen. De gewenste stedenbouwkundige relatie met het aangrenzende open landschap pleit voor een open structuur van de bebouwing, in het bijzonder aan de zuidzijde van deze locatie. De uitbreidingslocatie is verdeeld in twee fasen. De eerste fase, het westelijke deel van het plangebied is reeds in voorbereiding. Dit wordt een vrij compacte woonwijk.
In de gebiedsvisie Zeumeren is aangegeven hoe de overgang van deze wijk gemaakt kan worden door de Zeumersebeek een natuurlijke inrichting te geven. De natuurlijke zone kan worden aangegrepen om het buitengebied van Zeumeren toegankelijk te maken voor de woonwijk. Voor de ontsluiting van de wijk zal een wijkontsluitingsweg worden aangelegd centraal in de wijk. De verkeersstructuur van de wijk Zuid wordt daarmee nadrukkelijk losgelegd van de agrarische wegen in het gebied Zeumeren. De tweede fase betreft het oostelijke deel van het plangebied met de Schoonengweg als grens. Dit gebied ligt als een oude akker in het gebied Zeumeren en grenst aan het recreatiegebied Zeumeren. Om meerdere redenen wordt voorgesteld om dit gebied van noord naar zuid met een afnemende dichtheid te ontwikkelen. In het ideaalbeeld wordt in de zuidelijke 'uitstulping' van de zoekzone een groene zone gereserveerd, die mogelijk dienst kan doen als dorpsweide.' Het voorliggende plan is in overeenstemming met deze structuurvisie. Ook in de Structuurvisie Buitengebied Barneveld (2011) is het plangebied al aangewezen als stedelijke zone.
18
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
4.4.2
Dorpsplannen en -visies
In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.
De Dorpsvisie Voorthuizen is opgesteld in 2017. In de visie staat onder meer het volgende: Voorthuizen besluit samen met de inwoners over wat er gebeurt. Over meer dan de al geplande groei (uitbreiding en inbreiding) wordt overleg gepleegd met de inwoners. Voorthuizen groeit op dorpse wijze en moet kleinschalig blijven. De bevolkingssamenstelling (d.w.z. de leeftijdspiramide) blijft intact. We breiden ‘in’, dat betekent dat ook de vrijgevallen plekken in het dorp gebruikt worden. Voorthuizen is groen. Dit is een ‘unique selling point’. Het thema groen moet worden toegevoegd aan alle te nemen stappen, zoals energie, bouwen en omgeving. Er zijn veel bomen en struiken in het dorp. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de opgesomde uitgangspunten. In de voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan was er ruimte voor overleg, inspraakreacties en zienswijzen. Het plangebied is aan te merken als inbreidingslocatie. In het plangebied komen afgezien van de nieuwe woningen, ook bomen, hagen, heesterbeplanting, plantstroken met kleurrijke vaste planten, en wadi's.
4.4.3
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en "Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
19
Kromme Akker-Zuid II wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie.
4.4.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) vormt de basis voor het verbod op aardgas in nieuwbouw. Per 1 juli 2018 krijgen nieuwe gebouwen geen aardgasaansluiting meer. Het gaat om gebouwen waarvoor op of na 1 juli 2018 een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd.
De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden.
De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus – heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Hiervoor wordt verwezen naar het Beleidsplan over licht in de openbare ruimte 2020-2026: 20
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II Bewust omgaan met licht. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende halfverharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15).
Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. In het woningontwerp is passief koelen toegepast.
4.4.5
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4.6 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
21
Kromme Akker-Zuid II
Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middendure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. Deze prijsklassegrenzen zijn eind 2020 gewijzigd en door het college vastgesteld. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Als gevolg van de landelijke woningtekorten en de druk op de woningmarkt, heeft provincie Gelderland het Aktieplan Wonen opgesteld en is regio FoodValley aangehaakt bij de woningbouwopgave om in de periode 2020-2040 totaal 100.000 woningen te bouwen samen met de regio's Arnhem-Nijmegen. Om die reden wordt er een grotere productie verlangd en ligt de ambitie inmiddels op 450-500 woningen per jaar. Daarnaast wordt een versnelling van de productie verlangd.
Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gemiddeld betekent dit zo'n 450 tot 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de nieuwe woonvisie (2021-2025) die in maart 2021 wordt vastgesteld en de doelstellingen van het Aktieplan Wonen van provincie Gelderland. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen.
Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2019) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 950,- in 2018). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Deze doelgroepenverordening zal in het voorjaar van 2021 worden geactualiseerd en aangepast aan de actueel prijsklassen. Doorwerking in plangebied
22
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
In § 5.7 van deze toelichting bij het bestemmingsplan volgt een nadere uiteenzetting over de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de nieuwe woningen.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
23
Kromme Akker-Zuid II
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Al in 2017 heeft Sweco Nederland B.V. in opdracht van gemeente Barneveld een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met het oog op de onderbouwing van het bestemmingsplan "Kromme Akker-Zuid" (NL.IMRO.0203.1395-0003, 2019) dat voorzag in de ontwikkeling van het aansluitende gedeelte van de zoekzone voor wonen, zoals aangeduid in de Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 (zie §4.4.1). Het onderzoek had ook betrekking op de gronden in het deelgebied dat nu "Kromme Akker-Zuid II" is genoemd. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgelegd. Gezien de resultaten van het onderzoek werd geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’, strikt genomen niet juist was. Gezien de relatief lage gehalten in het grondwater was er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese (bijlage 9). De conclusie is bevestigd door recent onderzoek dat nadien is uitgevoerd, maar dan niet in opdracht van gemeente Barneveld.
In opdracht van de initiatiefnemer heeft Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. in 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op vier locaties, waaronder het plangebied "Kromme Akker-Zuid II". Het doel van het onderzoek was een actueel en betrouwbaar inzicht te krijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De deskundige concludeerde in het rapport dat de bodemkwaliteit is vastgelegd en dat er geen bezwaren bestaan tegen de voorgenomen wijziging (herziening) van het bestemmingsplan (bijlage 8). Tijdens het hieronder in paragraaf 5.1.2 genoemde onderzoek naar niet-gesprongen explosieven is in de bodem van het plangebied puin aangetroffen. Dit gaf aanleiding voor een aanvullend bodem- en asbestonderzoek. Ook dit onderzoek is uitgevoerd door Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V.. De conclusie van het aanvullende onderzoeksrapport luidt dat zintuigelijk en analytisch geen asbest is aangetroffen: 'Analytisch zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PCB’s, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek.' (bijlage 7). Omgevingsdienst De Vallei heeft het rapport akkoord bevonden.
5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op 21 april 2020 heeft IDDS Explosieven B.V. uit Noordwijk in opdracht van gemeente Barneveld een veldonderzoek uitgevoerd naar niet-gesprongen explosieven (bijlage 12). Op basis van de historische onderzoeken is geen verdenking op conventionele explosieven (CE) aanwezig voor het volledige plangebied en zijn enkel de aandachtsgebieden onderzocht. Uit de benaderingen is gebleken dat de onderzochte aandachtsgebieden geen CE bevat. De onderzochte locaties zijn vrijverklaard van CE.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; 24
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
5.2.1
Archeologie
Het plangebied ligt in een zone die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart - grotendeels - is aangeduid als zone met een hoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt conform het gemeentelijk archeologiebeleid een ondergrens van 250 m2. Er geldt een algemene vrijstelling voor werkzaamheden tot een diepte van 30 cm.
Afbeelding 11 Fragment Archeologische beleidskaart
In 2017 is het centrale deel van de Kromme Akker-Zuid onderzocht door middel van een verkennend booronderzoek. Conclusie van dit rapport was dat het onderzoeksgebied een lage verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten. Alhoewel het plangebied zich bevindt op een dekzandrug, waarvoor in het algemeen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt, diende deze te worden bijgesteld naar laag vanwege de opgetreden verstoring in de top van het dekzand. Deze was het gevolg van diepploegactiviteiten, waardoor de oorspronkelijke top van het dekzand (evenals sporen van oorspronkelijke bodemvorming en mogelijk eventueel aanwezige archeologische resten) volledig zijn verdwenen. In de zomer van 2018 werd direct ten zuiden van de Wikselaarse Eng bij het bouwrijp maken een omvangrijke nederzetting aangetroffen, daterend uit in ieder geval de IJzertijd en Romeinse Tijd. Binnen dit plangebied was enkele jaren daarvoor een zelfde soort booronderzoek uitgevoerd, waarbij de conclusie was dat er geen archeologische resten verwacht werden. Dit bleek dus niet te kloppen. Daarom werd eind 2018 voor de zekerheid op de Kromme Akker-Zuid een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, waarbij op een deel van het terrein een opgraving werd uitgevoerd. Het evaluatierapport (soort tussenrapportage) van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1.
In 2021 is het definitieve rapport van het onderzoek opgeleverd "Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
25
Kromme Akker-Zuid II (bijlage 2). Bij het onderzoek werd geen verstoring door diepploegactiviteiten aangetroffen. Er zijn spiekers en kuilen met aardewerk aangetroffen, die vermoedelijk uit de IJzertijd (800 – 12 v. Chr.) stammen. Daarnaast een bijgebouw uit vermoedelijk de Middeleeuwen (450 – 1500 na Chr.), waarvan de aard en functie onduidelijk is. Interessant zijn ook de karrensporen, die de mogelijke voorganger van de Wikselaarseweg vormen. Maar het meest bijzondere was het aantreffen van een blikseminslag, die voorzichtig is uitgenomen. Zo'n blikseminslag ziet er uit als grillige verglaasde buisjes in het zand, die nog het meeste aan koraal doen denken. Ook bijzonder was het aantreffen van meerdere inslagkraters van bommen uit de Tweede Wereldoorlog. Na bestudering van de metaalscherven die in de kraters werden gevonden, bleek het om granaten te gaan. Dit was een tastbare bevestiging dat er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog flink gevochten is in Voorthuizen. Binnen het gehele plangebied van Kromme Akker-Zuid heeft voldoende onderzoek plaatsgevonden, waardoor er geen archeologische resten meer verwacht worden. Er is daarom geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen.
Wel geldt altijd de meldingsplicht: Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied en in de omgeving zijn geen monumenten aanwezig.
5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is op Histland Barneveld aangeduid als een vochtige kampontginning met de middelmatige waardering (middenwaarde 6). In aanvulling daarop: de negentiende eeuwse verkaveling is grotendeels verdwenen met uitzondering van delen van de omringende houtbestanden, waardoor voor dit specifieke plangebied een lage waardering gerechtvaardigd is. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.
26
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
Kromme Akker-Zuid II
5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.
Afbeelding 12 Natura 2000 Veluwe (http://natura2000.eea.europa.eu/#)
Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied. De Veluwe bevindt zich op een afstand van ongeveer 3,5 kilometer van het plangebied. Direct negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen gelet op de afstand bij voorbaat worden uitgesloten. Met het oog op stikstofdepositie is wel een AERIUS-berekening voor de bouw- en gebruiksfase nodig (bijlagen 4 en 5). Buro SRO uit Arnhem heeft de voortoets naar stikstofdepositie uitgevoerd (bijlage 20). De conclusie luidt: 'Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe.' Er is dus geen sprake van significante effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.
"Kromme Akker-Zuid II" (vastgesteld)
27
Kromme Akker-Zuid II
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd door ATKB, een adviesbureau voor bodem, water en ecologie (bijlage 22). De deskundige stelt dat de voorgenomen werkzaamheden mogelijk leiden tot verstoring van broedvogels of vernielen van nesten en eventueel de verstoring van vliegroutes van vleermuizen. Middels in het rapport opgesomde voorzorgsmaatregelen kunnen negatieve effecten met zekerheid worden voorkomen. Tabel 7-1 uit het rapport geeft een overzicht van de benodigde voorzorgsmaatregelen. Een ontheffing in de zin van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Een herplantplicht is niet aan de orde. Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing bebouwde kom Wet natuurbescherming (Wnb), maar omdat de aanwezige houtopstanden niet voldoen aan de criteria zoals gesteld in de Wnb, is van een melden herplantplicht geen sprake. Afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 'Het bewaren van houtopstanden' is relevant, omdat een deel van de aanwezige opgaande beplanting, noordelijk in het plangebied aanwezig en voornamelijk bestaande uit Amerikaanse vogelkers (bospest), wordt verwijderd en omgevormd naar een opgaande beplanting met inheemse soorten.