CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kromme Akker-Zuid II_Toelichting_Bijlage 1 Archeologisch onderzoek (2020).pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Kromme Akker Zuid II12.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorgesteld wordt deze groep van 25 voorwerpen met een jongere datering te determineren tot op basaal voorwerpniveau; deze groep niet per individu, maar in haar geheel in beeld te brengen door middel van een overzichtsfoto en als zodanig in de rapportage op te nemen. Voorgesteld wordt deze voorwerpen na beschrijving te deselecteren voor verder toekomstig behoud. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen.

Voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog Op een drietal locaties is in explosietrechters een grote hoeveelheid scherven van de geëxplodeerde granaten aangetroffen. Het aantreffen hiervan heeft geresulteerd in een ander veiligheidsprotocol voor werkzaamheden in het terrein. Na het archeologische onderzoek heeft er een magnetometrisch onderzoek plaatsgevonden waarbij de positie van ferro houdende metalen objecten in de ondergrond is bepaald (Figuur 17). De aangetroffen individuele fragmenten zijn niet als individuele objecten geregistreerd, maar behorende tot 1 projectiel per vondstlocatie. Op 21 april 2020 zijn een aantal verdachte locaties benaderd door een daartoe gecertificeerd bedrijf. Deze benaderingswerkzaamheden zijn archeologisch begeleid. De benadering heeft geen nieuwe locaties van explosieven aan het licht gebracht.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 27 van 34

Figuur 17.

Resultatenbeeld van uitgevoerd magnetometrisch onderzoek. De blauwe en rode delen geven de positie van ferro houdende metalen objecten weer. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de precieze aard van deze objecten is. Bron: IDDS.

Op besluit van het bevoegd gezag worden na documentatie de granaatscherven gedeselecteerd.

6.4.1.5

Bot

Er zijn bij het onderzoek in totaal vier fragmenten verbrand dierlijk bot verzameld. Het materiaal is afkomstig uit één spoor waar vermoedelijk een (inheems) Romeinse context aan te geven is.

Voorgesteld wordt de vier botfragmenten integraal te onderzoeken voor een bruikbare analyse waarbij eventuele (tafonomische) kenmerken, diersoort of (gebruiks- of bewerkings)sporen gedocumenteerd worden. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen.

6.4.1.6

Natuursteen

Er zijn in totaal 27 fragmenten natuursteen aangetroffen. Het betreft onder meer 20 fragmenten, veelal verbrand/verhit, ongedefinieerd natuursteen en zeven fragment Tefriet.

Natuursteen ongedefinieerd De fragmenten verhitte/verbrande natuursteen, doorgaans geduid als kookstenen, zijn waarschijnlijk van lokale herkomst (met de ijsstuwingen vanuit noordelijker gebieden hierheen getransporteerd). Het fragment Tefriet is naar verwachting uit het Duitse Eiffelgebergte geïmporteerd. De fragmenten zijn verspreid over het gebied in diverse (paal)kuilen aangetroffen.

Het natuursteen is tijdens de eerste fase van de uitwerking voor deze evaluatie enkel gesplitst in vulkanisch en overig gesteente. Nadere splitsing op gesteentesoort is zaak voor de nader analyse. De fragmenten zijn gewaardeerd op hun toevoegende waarde voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen en de toepassingsmogelijkheid voor/bij nader specialistisch, organisch en/of chemisch onderzoek. Hierbij is onder meer gelet op onder andere aankoeksels, roetaanslag of verkleuringen. Voorgesteld wordt alle 20 fragmenten natuursteen op gesteentesoort, oorsprongsgebied en/of bewerkings- en/of gebruikssporen, waaronder verhitting, optisch te analyseren. Voorgesteld wordt deze niet aan nader natuurwetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. Wél wordt voorgesteld deze materiaalgroep te behouden voor de toekomst zodat nader onderzoek op deze resten mogelijk blijft. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen. Vesiculaire lava/ tefriet De zeen fragmenten tefriet zijn naar verwachting uit het Duitse Eiffelgebergte geïmporteerd. Het vulkanische gesteente is vrij sterk gefragmenteerd. Voorgesteld wordt de stukken vesiculaire lava/tefriet integraal te onderzoeken voor een bruikbare analyse, maar deze niet aan nader natuurwetenschappelijk onderzoek te onderwerpen.

Wél wordt voorgesteld deze materiaalgroep te behouden voor de toekomst zodat nader onderzoek op deze resten mogelijk blijft. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 28 van 34

Fulguriet Een veelheid fragmenten fulguriet zijn geborgen. Deels als blokberging en deels los verzameld omdat de verspreiding van de resten te omvangrijk was om alles en bloc te bergen. Voorgesteld wordt de stukken fulguriet aanschouwelijk te maken voor een groot publiek. Een weergave met enige artistieke vrijheid, hoe de resten zich in de ondergrond bevonden en met welk natuurverschijnsel het is ontstaan. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen.

6.4.1.7

Hout

Er zijn een aantal stukken hout geborgen. Het betreft onderdelen van de waterput. In totaal betreft het 10 stukken hout. De pompbuis is gemaakt van 1 stuk eikenhout. Het lijkt een hergebruikte gebintbalk te zijn die in de lengterichting over vrijwel de hele lengte ingeboord is. Even boven de onderzijde is een horizontale inkeping aangebracht. De houtconstructie voor de grondkerende constructie is van gezaagd vurenhout geconstrueerd. De onderlinge delen zijn door middel van draadnagels met elkaar verbonden. Een deel van de constructie is geborgen Voorgesteld wordt de eikenhouten balk en de houtconstructie voor de grondkerende constructie op nadere bewerkings- en gebruikssporen en overige kenmerken te analyseren en te dateren. Ten behoeve van de analyse en documentatie dienen foto’s en technische tekeningen gemaakt te worden. Een technische (re)constructietekening van de waterputconstructie wordt noodzakelijk geacht als onderdeel van de analyse en een juiste presentatie van de resultaten. Na grondige documentatie wordt voorgesteld al het hout van deze waterputconstructie te deselecteren voor behoud voor de toekomst. Het bevoegd gezag heeft in haar besluit het voorstel overgenomen. 6.5 6.5.1

Monsters Monstername

Het archeologische onderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de biografie van de nederzetting, het gebruik en/of de levenscyclus van gebouwde structuren en als belangrijkste doel, de duiding van specifieke activiteiten binnen het nederzettingsterrein voor zover binnen de plangebiedsgrenzen De studie naar de aangetroffen artefacten geeft slechts inzicht bij een deel van deze onderzoeksdoelen. Het grootse inzicht wordt verworven door andere sporen van menselijke activiteit: chemische en organische nalatenschap die in de bodem en in de artefacten verborgen ligt. Om inzicht in de chemische en organische sporen van menselijke activiteit te krijgen is onder leiding van specialisten bij het onderzoek intensief bemonsterd. De monstername is zo intensief verricht om de onderzoeksvragen (1, 7, 9 - 11, 15, 20 en 21) zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden (figuur 34). Met behulp van de analyse van de monsters kan onder meer inzicht verkregen worden in de functie en het gebruik van sporen en structuren en is het mogelijk een begrenzing van het nederzettingsareaal te geven, die op basis van de sporenspreiding niet eenduidig te bepalen is.

Ook kunnen reconstructies gemaakt worden van de lokale en regionale begroeiing, gewasteelt en landgebruik en kan informatie gegenereerd worden betreffende artisanale of (semi) industriële vervaardiging van producten of halffabricaten en dientengevolge handelsstromen en sociale contacten. Daarnaast kunnen met behulp van de monsters de hygiënische omstandigheden beredeneerd inzichtelijk gemaakt worden. Het totaalpakket monsters betreft een 20-tal specifiek voor daterende doeleinden genomen (AMS-14C datering), 31 geochemische monsters voor activiteitenduiding en 14 monsters voor onderzoek naar

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 29 van 34

organische micro- en macroresten en 31 multi-inzetbare monsters (zie tabel II). Deze laatste groep monsters kan ingezet worden voor een breed spectrum aan gedetailleerde onderzoeken. Te denken valt aan onderzoeken naar micro- en macroresten, parasieten(eieren) en mijten, microbiomorfen, fytolieten, pollen en non palynomorfe pollen (NPP), lipiden en geochemisch onderzoek. Voorgesteld wordt de monsters te onderwerpen aan een analyse en uitwerking daar waar ondanks studie naar de sporenconstellatie, de artefacten en hun onderlinge samenhang geen sluitende antwoorden verkregen wordt. Voorafgaand aan de analyse zullen de monsters gewaardeerd worden op de aanwezigheid van bruikbaar materiaal voor analyse. Op besluit van het bevoegd gezag zal niet in alle gevallen uitvoer gegeven worden aan de voorgestelde analyses van de grondmonsters. Voor onderhavig onderzoek worden de meest basale vragen, zoals aard, datering van belang geacht. De site wordt als Laat-Romeins gedacht, een voor de Gelderse Vallei bijzondere periode waarvan niet veel bekend is en waarop de initiële set onderzoeksvragen niet ingestoken was. Gedetailleerd onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Verzoek is wel op basis van het nu voorliggende onderzoek een strategie uit te zetten om dergelijk gedetailleerd onderzoek in de toekomst wel mogelijk te maken.

Het merendeel van de genomen monsters zal hierdoor niet op kosten van dit project geanalyseerd worden. 6.5.1.1

Dateringsonderzoeken

De voor daterende onderzoeken (onderzoeksvragen 1, 4 5, 9, 10, 13, 14en 21) in te zetten monsters omvatten een aantal van in totaal 20 AMS 14C-monsters.14 De 20 monsters bestaan uit verzamelde delen houtskool of houtskoolrijke grondmassa’s uit sporen van diverse aard. Het daadwerkelijke aantal gebouwde of gegraven structuren dat gereconstrueerd kan worden uit de sporenmassa en de mate waarin deze gedateerd kunnen worden op basis van het in de sporen aanwezige vondstmateriaal, dient nog nadere vastgesteld te worden. Geschat wordt dat in de sporen circa 30 structuren (hoofd- en bijgebouwen en perceel- en erfgreppels) verborgen zitten. Verwacht wordt dat de helft tot twee derde van deze structuren (15 á 20 stuks) geen of onvoldoende artefacten of stratigrafische oversnijdingen bevatten op basis waarvan deze gedateerd kunnen worden. Deze structuren kunnen door middel van AMS 14C gedateerd worden. Ook kan deze natuurwetenschappelijke methode ter controle van op basis van artefacten gedateerde structuren ingezet worden. Voorgesteld wordt de 20 AMS 14C monsters nader uit te werken en te gebruiken bij de datering van de structuren die op basis van andere methoden niet gedateerd kunnen worden of ter controle van de op basis van stilistische kenmerken gebaseerde datering. Op besluit van het bevoegd gezag15 20 AMS 14C-monsters worden ingezet. 6.5.1.2

Anorganisch chemisch onderzoek (geochemie)

Binnen het gebied heeft gedurende lange tijd een veelheid aan activiteiten plaatsgevonden. Onderzoek naar sporenconstellaties en vondstverspreiding is een deel van het onderzoek naar de bepaling van de aard van de activiteiten. Op basis van de tot nu toe uitgevoerde sporen- en vondstenanalyse kon nog geen duidelijke activiteitenduiding inzichtelijk gemaakt worden al lijkt een extensief gebruik (offsite) van een deel van het gebied voor de hand liggend. Geochemisch onderzoek geeft inzicht in de op het oog onzichtbare resten van onder meer de ambachtelijke activiteiten die op een locatie hebben plaatsgevonden.

14 15

Er is voorzien in analyse van 1 dendrochronologie monster van de houten pompbalk uit de bakstenen waterput. (Zie 6.4,1.7) Dd. 24-06-2020.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 30 van 34

Activiteiten die op enigerlei wijze chemische sporenelementen hebben achtergelaten, kunnen worden opgespoord met inzet van de juist gekozen methode. Met name bewerking van metalen, koken of bakken van voedselproducten of het verwerken of looien van leer, kunnen opgespoord worden. Het zijn met name de gehaltes aan chemische elementen en oxiden zoals CaO, Co, Cu, Fe2O3, K2O, MgO, MnO, Mo, Na2O3, S, Sr en Zn, afgezet tegen de referentiewaarde, waarlangs verschillende activiteiten gedetecteerd kunnen worden.16 Naast een vijftal grondmonsters ten behoeve van een referentietabel, zijn uit grondsporen en -lagen verspreid over het plangebied zijn 26 grondmonsters genomen voor geochemisch onderzoek door middel van een laboratorium XRF-scan. Voorgesteld is om de monsters uit de meest geschikt geachte grondsporen een selectie monsters (op spooraard), geochemisch te analyseren door middel van een laboratorium-XRF-scan en zo met behulp van de sporenelementen de locaties van onder meer ambachtelijke activiteiten te kunnen detecteren (onderzoeksvragen 7, 8, 11 en 20). Op besluit van het bevoegd gezag wordt geen anorganisch chemische analyse van de monsters uitgevoerd. De adviseur van het bevoegd gezag is van mening dat vanwege de ligging op een zandige ondergrond geen resultaten verwacht mogen worden. 17

6.5.1.3

Microresten (pollen, non pollen palynomorfen (NPP) en overige microbiomorfen)

Het gebruik van organische materialen in nagenoeg alle activiteiten ter plaatse heeft haar resten nagelaten. Doorgaans zijn deze resten niet waarneembaar met het blote oog, maar nog steeds alom vertegenwoordigd in de leef- en cultuurlagen en grondsporen. Om de in de nederzetting door de tijd heen ontplooide activiteiten inzichtelijk te krijgen zijn grondmonsters met diverse analysetoepassingen uit de grondsporen genomen. 18 De analysetoepassingen spitsen zich toe op analyse op pollen, non pollen palynomorfen (NPP) en overige microbiomorfen. Analyse van deze groepen leveren essentiële gegevens op over de ecologische levensomstandigheden, de kwaliteit van voedsel en water, maar ook over toegepaste bouwmaterialen en activiteiten die op de site worden uitgevoerd. Gegevens die met geen van de andere onderzoeksmethoden verkregen kunnen worden. De individuele analysesoorten geven ieder een beeld, maar juist in de combinatie van analysegegevens wordt een versterkte zeggingskracht gevonden. Pollen en Non pollen palynomorfen (NPP) Het onderzoek naar pollen is achterwege gelaten. Dit is ingegeven door het feit dat in de directe nabijheid van het onderhavige plangebied in juli 2019 in een verlandde waterpartij een onderzoek is uitgevoerd, specifiek gericht op het doen van uitspraken rondom de vegetatieontwikkeling in de ruimere omgeving van de nederzetting.

16

Zie voor voorbeelden van de toepassing van de geochemische analyses in Nederland bijvoorbeeld: Oonk et al., 2009: Geochemisch en mineralogisch onderzoek van binnenlandse archeologische bodemkenmerken op de locatie Tiel-Passewaaij, Nederland; Oonk et al., 2009: Effecten van lithografie van locaties op geochemische handtekeningen van menselijke bewoning in archeologische huisplannen in Nederland; de algemene informatie over de methode is te vinden in: Ozersky A., 2019: Fundamentals of Environmental Geochemistry; De algemene informatie over monsteropname is te vinden in: Protocol 4001 PvE SIKB, Versie 4.0, 2016). 17 De mening wordt gerespecteerd al wijzen onderzoeken elders op zandige bodems anders uit. (zie bovenstaande noot en literatuurlijst) 18 Naast deze monsters uit de grondsporen zijn grondmonsters uit grondlagen genomen (zie 5.5.3)

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 31 van 34

Dit maakt uitgebreid onderzoek naar pollen in het onderhavige plangebied overbodig. Beantwoording van de onderzoeksvragen uit het PvE omtrent de ruimere vegetatieontwikkeling zal op basis van de resultaten van het onderzoek in de verlandde waterpartij geschieden. Voor onderzoek naar NPP zijn twee monsters genomen uit de waterput/-kuil vullingen (zie 5.2.1). Analyse op NPP omvat naast parasieten, insecteneieren en mijten een ruim palet aan indicatoren die tijdens microscopisch onderzoek geïdentificeerd kunnen worden. Indicatoren die inzicht geven in het leefmilieu, waterkwaliteit en in de nederzetting ontplooide activiteiten (onderzoeksvragen 10, 11 en 15). Voorgesteld is de twee monsters op NPP te analyseren om op deze wijze de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Op besluit van het bevoegd gezag wordt specialistisch onderzoek voor deze opgraving een te ver gaand onderzoek geacht. Microbiomorfen Voor onderzoek naar andere microbiomorfen (fytolieten, detritus, diatomeeën enz.) die eveneens tijdens microscopisch onderzoek geïdentificeerd kunnen worden, maar waarbij andersoortige preparatie en extractiemethoden toegepast dienen te worden, zijn 12 locaties in het onderzoeksgebied bemonsterd.19 De reeds in de eerste helft van de 19e eeuw ontwikkelde methode is zeer effectief gebleken en kent een toepassing bij diverse archeologische onderzoeken wereldwijd.

20 In Nederland kent de toepassing om onbekende redenen een geringere mate van toepassing. Al is ook hier de methode met succes toegepast.21 De middels deze methode verkregen informatie verschilt van die van het palynologische onderzoek in het detailniveau van de informatie. Daar waar onderzoek naar pollen een algemeen inzicht geeft in de plantengroei in de (ruimere) regio rond de nederzetting, biedt onderzoek naar microbiomorfen inzicht in de plantensoorten die zijn opgeslagen, geteeld, gegeten en gebruikt op het terrein zelf (onderzoeksvragen 9, 10 en 15). Deze informatie aangaande plantaardige toepassing en gebruik als voedsel, brandstof of andersoortige bron is ingebed in de leef- en cultuurlaag en grondsporen. Dit betreft met name de locaties waar afval is begraven (afvalkuilen), maar zeer sterk ook de paalkuilen. Met name in de microbiomorfe constellatie, zoals het in onderlinge samenhang voorkomen van onder andere fytolieten en detritus, kan een antwoord gevonden worden op nog een essentiële vraag van het PvE: welke soorten organische bouwmaterialen zijn gebruikt voor constructies op de nederzetting (onderzoekvraag 10). Indien daadwerkelijke houtresten afwezig zijn is een uitspraak omtrent deze vraag anders niet te geven.

De monsters voor deze microresten zijn verzameld uit de grondsporen die worden geïnterpreteerd als afvalkuilen, paalsporen, greppels en de waterputten (onderzoeksvragen 5 - 8). Voor het opzetten van een site specifieke referentiestandaard is een monsterreeks verzameld uit het profiel (5 monsters). Naast het opzetten van een referentiestandaard geeft analyse van deze inzicht in

19

Informatie over monstername zie: Protocol 4001 PvE SIKB, Versie 4.0, 2016 Zie voor overzichten o.a. Zurro & Hodson, 2018 21 McMichael 2019 20

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 32 van 34

de verschillende fasen van antropogeen gebruik van het gebied, de periode van dit gebruik en aard ervan (onderzoeksvraag 5). Voorgesteld is de 12 monsters te analyseren op microbiomorfen om op deze wijze de onderzoeksvragen in voldoende mate te kunnen beantwoorden. Op besluit van het bevoegd gezag wordt dit specialistisch onderzoek voor deze opgraving een te ver gaand geacht. Derhalve wordt geen analyse op microbiomorfen uitgevoerd. 6.5.1.4

Macroresten

In de vullingen van de structuren voor de watervoorziening bevindt zich potentieel een veelheid aan macroresten Tijdens het veldwerk zijn reeds gave en goed geconserveerde resten waargenomen. Uit de meest organische vullingen van de waterkuilen en -putten zijn 2 monsters genomen ten behoeve van de bestudering van macroresten. Verwacht wordt dat door het onderzoek naar macroresten meer informatie verkrijgen wordt over het microklimaat binnen de nederzetting, de geteelde en gebruikte gewassen en plantengroei rondom de nederzetting en gebruik van de nederzetting in zijn geheel of van structuren of arbeidsprocessen in het bijzonder (onderzoeksvragen 10 en 15). Voorgesteld wordt de beide monsters te analyseren om op deze wijze de onderzoeksvragen zo volledig mogelijk te kunnen beantwoorden. Op besluit van het bevoegd gezag zal uitvoering gegeven worden aan de analyse van de monsters. 6.5.1.5

Monsterresten

Inzake de binnen dit project niet onderzochte monsters, of restanten van geanalyseerde monsters, is het beleid van de provincie dat deze niet ingenomen worden. De monsters of monsterrestanten zullen daarom worden gedeselecteerd en niet ter deponering aangeboden worden. 6.6

Conservering en restauratie

Bij het onderzoek zijn geen grote aantallen fragmenten van voorwerpen aangetroffen. Buiten de in de bovenstaande paragrafen vermelde posten voor conservering en het beperkte doel van het onderzoek komen de fulguriet-tunnels en twee keramieken objecten in aanmerking voor restaureren en presenteren. Dit betreft een stabilisering en bijeenbrengen van in totaal twee in stukken uiteengevallen keramische objecten, de stabilisering en conservering van drie metalen objecten en de conservering en visualisering van de delen van de geborgen fulguriet-tunnels. Op besluit van het bevoegd gezag wordt hieraan uitvoer gegeven.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 33 van 34

7

BRONNEN

Berghe, K.J. van den, 2020. Evaluatierapport Proefsleuven en Opgraving Kromme Akker Zuid te Voorthuizen, gemeente Barneveld. Econsultancy rapport 7241.003. Econsultancy bv, Zwolle. Boer, A. de, 2018. Wikselaarseweg, Voorthuizen, gemeente Barneveld: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Bureau voor Archeologie Rapport 644. Bureau voor archeologie, Utrecht. Louwe, E. 26-06-2018. Programma van Eisen archeologische proefsleuven Wikselaarseweg te Voorthuizen in de gemeente Barneveld. PvE nr. 7928.003. Econsultancy bv, Zwolle. McMichael et al., 2019: Phytolith analysis of soil archives: phytoliths in soils of the Netherlands. Nales, T., 2018: Voorthuizen, Wikselaarseweg 1 Gemeente Barneveld (GD); Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase), Nieuwegein (Transect-rapport 1299). Oonk et al., 2009: Geochemical and mineralogical investigation of domestic archaeological soil features at the Tiel-Passewaaij site, The Netherlands. Oonk et al., 2009: Effects of site lithology on geochemical signatures of human occupation in archaeological house plans in the Netherlands. Ozersky A., 2019: Fundamentals of Environmental Geochemistry Peters M., & M.C. Kenemans, 2019. Evaluatierapport Opgraving Wikselaarse Eng, Voorthuizen. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Roode, F. de & F. van Oosterhout, 2008.

Archeologische monumentenzorg in de gemeente Barneveld. RAAP-rapport 1682. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Williams-Kodde, S.W. & S. Zandboer 2013. Een middeleeuws erf aan de recreatieplas Zeumeren. ADC Rapport 3332. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

Pagina 34 van 34

Bijlage 1

Gespecificeerd overzicht uitwerkingskosten 7928.003 Voorthuizen, Kromme akker zuid - Uitwerking - gespecificeerd kostenoverzicht

6.3

productomschrijving sporen en structuren

subomschrijving analyse grondsporen

6.4.1.1 aardewerk

determineren (geoffreerd) determineren (meerwerk) randprofieltekening objectfoto restauratie

6.4.1.2 glas (niet Romeins)

determineren fotograferen

6.4.1.3 bouwmateriaal

determineren objectfoto aardewerk, glas, bouwmat. deelrapport

7.2.1.4 metaal

metaal (niet Romeins)

determineren objectfoto conserveren objecten determineren fotograferen metaal deelrapport

6.4.1.5 bot-dierlijk

determineren incl. diersoortbepaling bot -dierlijk deelrapport

6.4.1.6 natuursteen algemeen

determineren incl steensoortbepaling objectfoto

Tefriet

determineren objectfoto

Fulguriet

blokberging conservering visualisatie natuursteen deelrapport

6.4.1.7 constructiehout (waterput)

determineren incl. houtsoortbepaling bewerkings/gebruikssporen analyse dendrochronologisch onderzoek structuur(reconstructie)tekening structuurfoto hout deelrapportage

6.5.1.1 dateringsonderzoeken

AMS 14C dateringsondezoeken deelrapport

6.5.1.4 macroresten

macroresten preparatie en waardering macroresten analyse macroresten deelrapport Totaal BTW 21% totaal

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

15-7-2020

prijs per prijs prijs categoaantal stuk prijs groep rie 500 12,5 6.250,00 6.250,00 6.250,00 50 0 0,00 600 3,5 2.100,00 10 55 550,00 5 55 275,00 2 300 600,00 3.525,00 25 3,5 87,50 1 55 55,00 142,50 8 3,5 28,00 1 55 55,00 83,00 1 2520 2.520,00 2.520,00 6.270,50 3 3,5 10,50 3 55 165,00 3 120 360,00 535,50 25 2 50,00 1 55 55,00 105,00 1 680 680,00 680,00 1.320,50 4 5,5 22,00 1 680 680,00 702,00 702,00 20 30 600,00 1 55 55,00 655,00 7 3,5 24,50 1 55 55,00 79,50 1 1960 1.960,00 1 1250 1.250,00 1 3750 3.750,00 6.960,00 1 680 680,00 680,00 8.374,50 10 22,5 225,00 10 15 150,00 1 350 350,00 1 260 260,00 1 110 110,00 1.095,00 1 2520 2.520,00 2.520,00 3.615,00 20 265 5.300,00 1 100 100,00 5.400,00 2 175 350,00 2 425 850,00 1 1687,5 1.687,50 2.887,50 8.287,50 34.820,00 7.312,20 42.132,20

Akkoord evaluatierapport en kosten uitwerking

………………………….……………….... plaats

………………………………….……….... datum

…………………………….…………….... naam en voorletters opdrachtgever

……………………………….………….... handtekening opdrachtgever*

Door ondertekening verklaart ondergetekende bevoegd te zijn deze overeenkomst aan te gaan, alsmede akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Econsultancy. (De algemene voorwaarden zijn bij de offerte ter hand gesteld) * In geval van een tussenpersoon dient de uiteindelijke opdrachtgever te ondertekenen Betalingsconditie Bij opdrachtverlening zal 50% van het volledige bedrag worden gefactureerd. Bij oplevering van het conceptrapport wordt tot 90% gefactureerd. Bij oplevering van het eindrapport wordt de laatste 10% gefactureerd.

EVALUATIEVERSLAG 7928.003 versie D1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=aab0ac7a-3149-46e7-a948-9a05773f0b86