CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koperweg I_Toelichting

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Koperweg I (Zwartebroek)24.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Koperweg I

(mei 2024) bestemmingsplan Plannr. 1783

Koperweg I

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

11 11 11 12 14 17 18

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

26 26 27 30 32 33 34 34 35 35 35 37 38 40 41 43 43

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

45 45 45 46 51 53 53

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstelling

54 54

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

55 55 55 56 56

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 2

Beeldkwaliteitsplan Groot Grevengoed "Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Bijlage 2

Landschapsecologische systeemanalyse

Bijlage 3

Landschapsontwerp Groot Grevengoed

Bijlage 4

Nee-tenzij en GO-toets ihkv Omg.verord. Gld

Bijlage 5

Aanvullende notitie GO-toets

Bijlage 6

Historisch bodemvooronderzoek, Koperweg 4

Bijlage 7

Historisch bodemvooronderzoek, Koperweg 5

Bijlage 8

Historisch bodemvooronderzoek, Koperweg 6-8

Bijlage 9

Asbest in bodemonderzoek, Koperweg 6-8

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek, Koperweg 4, 5 en 6-8

Bijlage 11

Ecologisch onderzoek, Koperweg 4, 5 en 6-8

Bijlage 12

Nader ecologisch onderzoek, Koperweg 4, 5 en 6-8

Bijlage 13

Rapportage beoordeling stikstofeffecten

Bijlage 14

AERIUS-berekening aanlegfase

Bijlage 15

AERIUS-berekening gebruiksfase

Bijlage 16

Bomen Effect Analyse, Koperweg 5

"Koperweg I" (vastgesteld)

3

Koperweg I

4

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor de percelen aan de Koperweg 4, 5 en 6-8 in Zwartebroek is een verzoek ingediend om deze percelen te herontwikkelen. Gevraagd is om het op nr. 4 bestemde woongebouw van maximaal 4.000 m3 en twee wooneenheden om te zetten naar drie vrijstaande woningen, de op nr. 5 aanwezige woning te vervangen (dit heeft inmiddels plaatsgevonden) en het op nr. 6-8 gevestigde agrarische bedrijf door middel van functieverandering om te zetten naar twee extra woningen naast de voormalige agrarische bedrijfswoning. Daarnaast wordt de bestaande en bestemde natuur opgewaardeerd en nieuwe natuur aangelegd. Per saldo wordt het aantal woningen vergroot van vier bestemde woningen naar zeven woningen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2012' en 'Grenscorrecties'. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Onderstaande afbeelding geeft de met de rode cirkel de ligging van de plangebied weer.

Afbeelding: Ligging plangebied Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Koperweg I" (vastgesteld)

5

Koperweg I

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Koperweg ten noordoosten van de kern Zwartebroek. Het plangebied wordt omgeven door agrarische gronden en gronden die zijn ingericht als natuur. Aan de oostzijde langs de Koperweg liggen verschillende woonbestemmingen. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: Begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt grotendeels in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemmingen 'Agrarisch', 'Natuur' en 'Wonen'. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat - Waterhuishouding' van toepassing. Verder gelden de aanduidingen 'bouwvlak', 'intensieve veehouderij', 'overige zone ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied GV'. Alleen het perceel Koperweg 4 ligt in het bestemmingsplan 'Grenscorrecties'. Dit perceel heeft de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Openheid en Reliëf'. Daarnaast zijn de aanduidingen 'bouwvlak', 'specifieke bouwaanduiding woongebouw', 'maximum goothoogte' van 4 meter, 'maximum bouwhoogte, maximum goothoogte' van respectievelijk 15 en 10 meter, 'maximum oppervlakte' van 250 m2, 'maximum volume' van 4.000 m3 en 'minimum volume' van 2.500 m3, 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' van toepassing. Onderstaande afbeelding geeft de bestemmingen in en om het plangebied weer.

6

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Afbeelding: Geldende bestemmingen De gehele herontwikkeling is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. In de bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.

"Koperweg I" (vastgesteld)

7

Koperweg I

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie Op 9 februari 2010 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Landgoed Groot Grevengoed' vastgesteld voor het perceel Koperweg 4 (voorheen bekend als nr. 2) en omliggende gronden. Met dit bestemmingsplan is natuurontwikkeling, een woongebouw van 2.500 m3 tot 4.000 m3 voor maximaal twee wooneenheden, 400 m2 aan bijgebouwen en een onderhoudsgebouw ten behoeve van het landgoed van 100 m2 mogelijk gemaakt. De natuurontwikkeling is de afgelopen jaren gerealiseerd, maar de bebouwing niet. Op het perceel Koperweg 5 is een woonbestemming met 115 m2 aan bijgebouwen bestemd en op het perceel Koperweg 6-8 is een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning en circa 2.073 m2 aan bebouwing bestemd. Na aftrek van het standaardrecht aan bijgebouwen en de afroming zijn dit 1.745 m2 inzetbare sloopmeters.

Beoogde situatie Op het perceel Koperweg 4 wordt één grote en twee kleinere woningen gerealiseerd met per woning een oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m2. Op het perceel Koperweg 5 wordt de bestaande woning vervangen en de oppervlakte aan bijgebouwen vergroot. Ook wordt op dit perceel het onderhoudsgebouw ten behoeve van het landgoed gerealiseerd. Op het perceel Koperweg 6-8 wordt het agrarisch bedrijf in het kader van functieverandering omgezet naar twee woningen. De voormalige bedrijfswoning op dit perceel wordt vervangen door een nieuwe woning. Per woning geldt een oppervlakte van 80 m2 aan bijgebouwen. Per saldo wordt het aantal woningen vergroot van vier bestemde woningen naar zeven woningen. De compensatie hiervoor vindt plaats door: de sloop van de agrarische bebouwing op nr. 6-8; het gedeeltelijk verplaatsen van bestemde woninginhoud van nr. 4 naar de andere twee percelen; de realisatie van circa 1,3 hectare nieuwe (natte) natuur op agrarisch bestemde grond, waarmee een nu nog ontbrekende natuurverbinding ontstaat; de opwaardering van circa 2 hectare bestaande natuur in de natuurbestemming. Door initiatiefnemer is een beeldkwaliteitsplan, een landschapsecologische systeemanalyse en een landschapsontwerp opgesteld. Deze documenten zijn respectievelijk als bijlage 1, 2 en 3 van de toelichting opgenomen.

Hieruit blijkt dat bij de herontwikkeling rekening is gehouden met de kwaliteiten van het gebied. De documenten zijn akkoord bevonden door de dorpsbouwmeester, de stedenbouwkundige en de gemeentelijke landschapsadviseur. Onderstaand wordt per perceel de herontwikkeling die daar plaatsvindt beschreven.

Herontwikkeling en sloopmeterberekening Koperweg 4 Op het perceel Koperweg 4 wordt één woning van 1.089 m3 gerealiseerd en twee woningen van ieder 580 m3 met per woning een oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m2. Ten opzichte van de bestemde situatie betekent dit de toevoeging van één woning op dit perceel. De vooralsnog resterende 1.001 m3 van de 3.250 m3 woninginhoud en 240 m2 van de 400 m2 oppervlakte aan bijgebouwen kunnen elders binnen het plangebied worden ingezet. Het verschil van 1.500 m3 tussen de oorspronkelijke minimum en maximum woninginhoud van 2.500 m3 en 4.000 m3 is voor de helft afgeroomd. Dit als deel van de compensatie voor de herontwikkeling. Dit betekent dat 750 m3 woninghoud, wat gelijk staat aan 1.125 m2 sloopmeters, niet meer ingezet kan worden voor de herontwikkeling. Vandaar dat uitgegaan en gerekend wordt met 3.250 m3 en niet met 4.000 m3. Conform het functieveranderingsbeleid is geen compensatie nodig voor het bijgebouw van 80 m2 bij de nieuwe woning. Dit is dan ook buiten de berekening gehouden. Het onderhoudsgebouw van het landgoed wordt verplaatst naar het perceel Koperweg 5. Voor het woonrecht van de extra woning moeten 300 m2 sloopmeters aangeleverd worden. Voor de herontwikkeling van dit perceel zijn nog 300 m2 sloopmeters nodig.

8

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Herontwikkeling en sloopmeterberekening Koperweg 5 Op het perceel Koperweg 5 is de woning inmiddels vervangen door een nieuwe woning. Hiervoor is in 2021 een separate omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Tegelijkertijd is met deze procedure de woninginhoud van 660 m3 vergroot naar 996 m3. Conform het functieveranderingsbeleid is voor elke 1 m3 woninginhoud 1,5 m2 sloopmeter nodig, waardoor 504 sloopmeters als sloopcompensatie zijn aangeleverd. Hiervan zijn 494 m2 van elders aangekocht. Aangezien deze procedure is afgerond, wordt met voorliggend bestemmingsplan deze vergunde woninginhoud op de verbeelding vastgelegd. Verder wordt met dit bestemmingsplan de oppervlakte aan bijgebouwen vergroot van 115 m2 naar 400 m2. Hiervoor wordt 240 m2 vanaf het perceel Koperweg 4 ingezet. De resterende 45 m2 moet gecompenseerd worden met 2 m2 sloopmeters per 1 m2 nieuw bijgebouw, waardoor 90 m2 sloopmeters aangeleverd moeten worden. Op dit perceel wordt verder het onderhoudsgebouw van 100 m2 van het landgoed gerealiseerd. Voor de herontwikkeling van dit perceel zijn nog 90 m2 sloopmeters nodig.

Herontwikkeling en sloopmeterberekening Koperweg 6-8 Op het perceel Koperweg 6-8 wordt de bestaande woning vervangen waarbij de inhoud van 661 m3 wordt. Daarnaast worden twee woningen gerealiseerd van 639 m3 en 625 m3. Voor de benodigde 1.265 m3 woninginhoud (= 1 + 639 + 625) wordt 1.001 m3 ingezet vanaf het perceel Koperweg 4. De resterende 264 m3 moet gecompenseerd worden met 1,5 m2 sloopmeter per 1 m3 woninginhoud, dus 396 m2 sloopmeters. Ook moeten 600 sloopmeters aangeleverd worden voor twee keer het woonrecht van 300 m2. Voor de herontwikkeling van dit perceel zijn nog 996 m2 sloopmeters nodig.

Sloopmeters van Koperweg 6-8 Op het perceel Koperweg 6-8 staat, naast de voormalige agrarische bedrijfswoning, 2.073 m2 aan bebouwing. Na aftrek van het standaardrecht aan bijgebouwen van 80 m2 en de afroming van 248 m2, zijn er 1.745 m2 inzetbare sloopmeters zodra de bebouwing gesloopt, de bestemming gewijzigd en de sloop aangetoond is. Aangezien dit perceel onderdeel uitmaakt van het plangebied kunnen de sloopmeters gebruikt worden in de sloopcompensatie voor de herontwikkeling. Wanneer de benodigde sloopmeters voor de hierboven beschreven ontwikkelingen op de drie percelen worden opgeteld, dan zijn er (300 + 90 + 996 =) 1.386 m2 inzetbare sloopmeters nodig. Hiervan worden de 1.745 m2 sloopmeters afgetrokken waardoor een overschot ontstaat van 359 m2 sloopmeters.

Natuurcompensatie Naast het realiseren van bebouwing wordt de natuur in het plangebied versterkt en uitgebreid. Uit de tekening 'Berekening natuurbouw', d.d. 12 februari 2020 van Haver Droeze blijkt dat 2 hectare bestaande natuur versterkt en 1,3 hectare nieuwe natuur gerealiseerd wordt. Er bestaat een mogelijkheid om aan te leveren sloopmeters, al dan niet gedeeltelijk, te compenseren met natuurontwikkeling. Dit is onder andere afhankelijk van de ligging, de invulling en de wenselijkheid van de natuurontwikkeling. Ook is het maatwerk. Op te waarderen natuur die al een natuurbestemming heeft komt niet in aanmerking omdat het al als zodanig bestemd is. Op basis van de beoogde herontwikkeling komt 1,3 hectare in aanmerking als natuurcompensatie voor sloopmeters. Daarbij gaat het alleen om grond die als natuur bestemd wordt en niet om grond in bijvoorbeeld een woonbestemming. Ook de benodigde landschappelijke inpassing van de woonpercelen telt hierin niet mee. Het vertrekpunt is dat 1 hectare natuurontwikkeling een waarde vertegenwoordigt van ongeveer 500 m2 sloopmeters, wat in dit geval (1,3 x 500 =) 650 m2 sloopmeters zijn.

Berekening resterende sloopmeters Uit bovenstaande blijkt dat de herontwikkeling en natuurontwikkeling van het plangebied leidt tot een

"Koperweg I" (vastgesteld)

9

Koperweg I overschot van (359 + 650 =) 1.009 m2 sloopmeters. Zoals beschreven heeft de initiatiefnemer voor de uitbreiding van de woning op het perceel Koperweg 5, vooruitlopend op dit bestemmingsplan, 494 m2 sloopmeters van elders aangekocht. Dit omdat de sloopmeters vanuit het plangebied pas te gebruiken zijn bij het doorlopen van voorliggende bestemmingsplanprocedure. Om de kwaliteit van het plangebied te versterken is met de initiatiefnemer afgesproken dat deze 494 m2 verrekend worden met het overschot van 1.009 m2. Hierdoor verminderd dit overschot naar 515 m2. De 494 m2 sloopmeters kunnen hierdoor als inzetbare sloopmeters buiten het plangebied ingezet worden. De resterende 515 m2 sloopmeters kunnen alleen binnen het plangebied ingezet worden om de woninginhoud of de oppervlakte aan bijgebouwen te vergroten. Deze uitkomst heeft een positieve invloed op het plangebied omdat er geen sloopmeters van elders in het plangebied komen en het overschot binnen het plangebied kleiner wordt.

10

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking in plangebied De herontwikkeling van het landgoed, waarbij drie woningen worden gerealiseerd, functieverandering van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, bestaande natuur opgewaardeerd en nieuwe natuur aangelegd wordt, is een kleinschalige ontwikkeling op gemeentelijk niveau. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder met 1 (klimaatadaptie) en 4 (toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied). De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

"Koperweg I" (vastgesteld)

11

Koperweg I

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Chw via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Chw niet van toepassing, want het plan voorziet in minder dan 11 woningen.

Ook hangt de natuurontwikkeling niet samen met de bovenbedoelde projecten.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat 12

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied Het beoogde plan ziet op de herontwikkeling van het landgoed, waarbij drie woningen worden gerealiseerd, functieverandering van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, bestaande natuur opgewaardeerd en nieuwe natuur aangelegd wordt. Er wordt onder andere rekening gehouden met klimaatadaptatie, biodiversiteit en het woon- en leefklimaat. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken.

Kaarten In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Regels Landbouw Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 3: Regels Natuur - kaart 1 Kaart 9: Regels Water en Milieu Op kaart 1 ligt het plangebied grotendeels in het 'ammoniakbuffergebied'. Voorliggend bestemmingsplan ziet echter niet op de nieuw- of hervestiging van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of een niet-grondgebonden veehouderijtak. Het aanwezige agrarische bedrijf wordt juist met functieverandering omgezet naar meerdere woonbestemmingen. Op kaart 2 ligt het plangebied in het 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied'. Voorliggend plan maakt geen uitbreiding mogelijk voor glastuinbouw. Zoals bovenstaand beschreven verdwijnd juist het aanwezige agrarische bedrijf. Op kaart 3 en 6 ligt het deel van het plangebied buiten de beoogde woonbestemmingen in het Gelders Natuurnetwerk (hierna: GNN). Vanuit kaart 3 geldt ter plaatse van de woonbestemmingen de Groene Ontwikkelingszone (hierna: GO) en de 'beschermzone natte landnatuur'. Het bepaalde in paragraaf 2.6.1 Gelders Natuurnetwerk en paragraaf 2.6.5 Groene ontwikkelingszone is van toepassing. Op kaart 9 ligt het plangebied in een 'intrekgebied'. Dit bestemmingsplan maakt echter geen winning van fossiele energie mogelijk.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Door initiatiefnemer is een landschapsecologische systeemanalyse en een landschapsontwerp opgesteld. Deze documenten zijn respectievelijk als bijlage 2 en 3 van de toelichting opgenomen. Hieruit blijkt dat bij de herontwikkeling rekening is gehouden met de kwaliteiten van het gebied. Beide documenten zijn akkoord bevonden door de gemeentelijke landschapsadviseur. Daarnaast heeft ecologisch adviesbureau Ecosolver een 'Nee-tenzij en GO-toets' in het kader van de Omgevingsverordening (versienr. 02) van 8 maart 2023 uitgevoerd. Hiermee is beoordeeld of en in welke mate de beoogde herontwikkeling leidt tot (significant) negatieve effecten op de aanwezige wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN of de GO. Als aanvulling hierop heeft het adviesbureau Eelerwoude een notitie (nr. 202512) van 15 april 2024 geschreven ten aanzien van de GO-toetsing en de Beschermingszone Natte Landnatuur. Het onderzoek en de notitie zijn respectievelijk als bijlage 4 en 5 bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de herontwikkeling mogelijk leidt tot tijdelijke negatieve effecten als gevolg van verstoring en graafwerkzaamheden tijdens de aanlegfase. Echter, mede door deze werkzaamheden kan het gebied zich uiteindelijk ontwikkelen tot zeer waardevolle natuur.

Dit blijkt ook uit de berekening voor de versterking van de GO, die als bijlage 1 bij het onderzoek is opgenomen. Deze versterking bestaat uit het "Koperweg I" (vastgesteld)

13

Koperweg I aanleggen/-planten van een dynamisch moeras, een hoogstamboomgaard, nat schraalland/vochtig hooiland, een rij knotwilgen, nestkasten en een takkenril/houtstapel. Dit levert voor de versterkingsopgave een positieve balans op. Uit de notitie blijk dat de herontwikkeling geen negatieve invloed op de waterhuishouding heeft. Er vindt geen bemaling plaats of ingrepen waardoor verdroging plaats zal vinden. Verder wordt kruiden- en faunarijk grasland omgevormd naar een dynamisch moeras. Dat betekent dat er juist natte landnatuur bijkomt en er geen negatieve effecten zijn op de al aanwezige kwaliteit van de natte landnatuur. Ook wordt een vochtig hooiland of nat schraalland gerealiseerd van 0,55 hectare. Dit is ook een bijdrage aan de natte landnatuur. Daarbij komt dat wordt gestopt met de agrarische activiteiten op de percelen van Koperweg 6 en 8. Hierdoor is beregening in de droge periode van de agrarische percelen en bemesting niet meer nodig. Dit komt alleen maar ten goede aan de kwaliteit van de bodem en hydrologie van deze percelen en de omgeving. De ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve impact op de beschermingszone natte landnatuur. Geconcludeerd wordt dan ook dat geen sprake is van (significant) negatieve effecten op het GNN of de GO. Naast bovengenoemde documenten zijn een ecologisch onderzoek en een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd.

Deze onderzoeken zijn als bijlage 11 en 12 van de toelichting opgenomen. Een beschrijving van deze onderzoeken en de conclusies die daaruit te trekken zijn zijn bescherven in paragraaf 5.3.

Klimaataaptatie Artikel 2.65b van de Omgevingsverordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Het beoogde plan ziet op de herontwikkeling van het landgoed, waarbij drie woningen worden gerealiseerd, functieverandering van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, bestaande natuur opgewaardeerd en nieuwe natuur aangelegd wordt. De sloop van bebouwing, het verwijderen van bestrating, de opwaardering en aanplant van nieuwe natuur en landschappelijke inpassing heeft een positief effect. Zo wordt meer ruimte gemaakt voor water waar het in de bodem kan intrekken of juist opgevangen kan worden. Ook geeft de extra natuur verkoeling op de omgeving. Doorwerking in plangebied Gelet op bovenstaande conclusies vormen de regels geen belemmering voor dit plan. Daarmee is het plan in overeenstemming met de Omgevingsvisie en -verordening.

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. 14

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid. Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'.

Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is.

Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in het plangebied Dit bestemmingsplan is gebasseerd op het beschreven beleid, zoals in hoofdstuk 3 van de toelichting is beschreven.

"Koperweg I" (vastgesteld)

15

Koperweg I

4.4.2

Beeldkwaliteitsplan functieverandering

De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een beeldkwaliteitsplan en een landschapsontwerp opgesteld. Deze documenten zijn respectievelijk als bijlage 1 en 3 van de toelichting opgenomen. Hieruit blijkt dat bij de herontwikkeling rekening is gehouden met de kwaliteiten van het gebied. Beide documenten zijn akkoord bevonden door de dorpsbouwmeester en gemeentelijke landschapsadviseur.

4.4.3

Landschapsontwikkelingsplan

In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een beeldkwaliteitsplan, een landschapsecologische systeemanalyse en een landschapsontwerp opgesteld. Deze documenten zijn respectievelijk als bijlage 1, 2 en 3 van de toelichting opgenomen. Hieruit blijkt dat bij de herontwikkeling rekening is gehouden met de kwaliteiten van het gebied. De documenten zijn akkoord bevonden door de dorpsbouwmeester en gemeentelijke landschapsadviseur.

4.4.4

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling 16

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het aspect water zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.5.2

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

"Koperweg I" (vastgesteld)

17

Koperweg I

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De Structuurvisie Buitengebied Barneveld (hierna: SBB) is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De SBB bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De SBB voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de SBB wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. 18

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap; Agrarisch bekenlandschap; Agrarisch slagenlandschap; Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

"Koperweg I" (vastgesteld)

19

Koperweg I

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Agrarisch slagenlandschap'.

4.6.1.1

Agrarisch slagenlandschap

In het gebied is de functie landbouw richtinggevend naast het versterken van recreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen/niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek De rationele verkaveling rond Zwartebroek is gekoppeld aan een relatief kleinschalige ruimtelijke opzet, doordat veel lijnen worden begeleid door beplanting (lanen, houtsingels et cetera). Er ontstaan daardoor landschappelijke coulissen, dan wel kamers. Grote delen van het gebied zijn relatief gave relicten van het cultuurhistorische slagenlandschap. Het duidelijk nattere karakter is goed herkenbaar in de beplantingen. Gebruik In het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de natuurkerngebieden van de Ecologische Hoofdstructuur is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. In het gemeentelijk ruimtelijk beleid wil de gemeente rekening houden met passende schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven kunnen groeien en anderzijds bedrijven hun agrarische activiteiten zullen beëindigen.

Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. De gemeente streeft in het agrarisch slagenlandschap naar een goede dagrecreatieve structuur. Voor versterking van die toeristisch-recreatieve functie van het gebied wordt aandacht besteed aan mogelijkheden voor het realiseren en verbeteren van wandel- en fietspaden. De gemeente is terughoudend ten aanzien van verblijfsrecreatie, uitgezonderd het stimuleren van recreatief medegebruik van agrarische gronden, als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering. Doorwerking in plangebied Het beoogde plan ziet op de herontwikkeling van het landgoed, waarbij drie woningen worden gerealiseerd, functieverandering van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, bestaande natuur opgewaardeerd en nieuwe natuur aangelegd wordt. Deze ontwikkelingen passen binnen de SBB.

4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.067,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken. Provincie Gelderland 20

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.067,- in 2022). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen, goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen.

Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. 4.6.3

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). "Koperweg I" (vastgesteld)

21

Koperweg I

4.6.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen en -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energie- en warmteopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw.

Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.16).

Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. 22

"Koperweg I" (vastgesteld)

Koperweg I

Doorwerking in plangebied De initiatiefnemer vindt duurzaamheid en energiebesparing zeer belangrijk. Het treffen van de bouwfysische en technische duurzaamheidmaatregelen zijn binnen het huidige plan zeer goed mogelijk. De balans tussen comfort en techniek in het bouwkundig ontwerp, energiezuinigheid en duurzaamheid zijn de uitgangspunten. De door de initiatiefnemer betrokken installateur adviseert om onder andere warmtepompen, zonnecollectoren en ventilatiesystemen in en bij de woningen toe te passen.

4.6.5

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities

Ruimte voor Mantelzorg In de notitie Ruimte voor mantelzorg (uit 2011) is het beleidskader voor woonruimte voor mantelzorg in het buitengebied nader uitgewerkt. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: 1. Bij een directe behoefte aan mantelzorg die naar redelijke verwachting niet zeer langdurig zal zijn, denkt de gemeente mee in een voor de concrete situatie geëigende oplossing. Dit gebeurt doorgaans op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. 2. De mogelijkheid van inwoning – in zuivere zin, dus in de vorm van onzelfstandige woonruimte – past binnen de regelgeving en is en blijft daarmee dus een optie. 3. Een tweede wooneenheid binnen de bouwmassa van een woning in het buitengebied wordt mogelijk gemaakt: a. indien deze aantoonbaar een functie zal hebben voor (toekomstige) mantelzorg; b. binnen de toegelaten inhoudsmaat van de woning, eventueel in samenhang met het vergroten van die inhoud van die woning volgens mogelijkheden die beleid en regelgeving daarvoor bieden of gaan bieden; c. indien deze een ondergeschikt karakter heeft (een vloeroppervlak van maximaal 35% van dat van de woning, maar niet meer dan 65 m2); d. mits daarvoor een oppervlakte van 300 m2 aan overtollig geworden opstallen wordt gesloopt die voldoet aan de criteria voor sloopmeters volgens het functieveranderingsbeleid.

Voor het bestemmingsplan betekent dit dat ruimte moet worden geboden voor onderdeel 3. In het voorliggende bestemmingsplan is, gezien de bescheiden ruimtelijke effecten, onderdeel 3 mogelijk gemaakt door middel van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.

4.6.5.1

Saldering

Salderen van bouwvlakgroei, nieuwvestiging en omschakeling In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. Saldering van het aantal agrarische bedrijven Op basis van het reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht-Oost kunnen wij als gemeente de nieuwvestiging van veehouderijen mogelijk maken in Landbouw Ontwikkelingsgebieden (verder kortweg LOG). Gezien de specifieke kenmerken van ons buitengebied is er in het vastgestelde bestemmingsplan voor gekozen om nieuwvestiging op nog onbebouwde locaties niet mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=dcac6cb3-aa6f-4084-8557-94203298d18c