Kootwijkerbroek-Stroe_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Kootwijkerbroek-Stroe
(april 2021) bestemmingsplan Plannr. 1494
Kootwijkerbroek-Stroe
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ontstaansgeschiedenis 2.4 Ruimtelijke structuur
6 6 8 10 12
Hoofdstuk 3
14
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Waterschap 4.4 Gemeente
17 17 18 19 20
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
27 27 27 30 33 37 37 38 38 38 38 40 41 41 41 42
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
43 43 54
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
56 56
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
57 57 57 58 58
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Ruimtelijke visie Kootwijkerbroek
Bijlage 2
Ruimtelijke analyse Kootwijkerbroek
Bijlage 3
Zoneringen Kootwijkerbroek
Bijlage 4
Kansenkaart Kootwijkerbroek
2
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Bijlage 5
Ruimtelijke visie Stroe
Bijlage 6
Ruimtelijke analyse Stroe
Bijlage 7
Zoneringen Stroe
Bijlage 8
Kansenkaart Stroe
Bijlage 9
Nota inspraak en overleg
Bijlage 10
Nota zienswijzen
Bijlage 11
Nota zienswijzen AANVULLING
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
3
Kootwijkerbroek-Stroe
4
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voorliggend bestemmingsplan omvat de kernen Kootwijkerbroek en Stroe. Met dit bestemmingsplan wordt een aanzienlijk aantal bestemmingsplannen herzien. Het bestemmingsplan is voor een groot deel beheersgericht. Dat wil zeggen dat de in het geldende bestemmingsplan toegekende bestemmingen worden overgenomen. Dit houdt echter niet in dat de bestaande ruimtelijke situatie voor het plangebied van dit bestemmingsplan voor de komende tien jaar wordt bevroren. De planning is dat in 2022 de Omgevingswet in werking treedt. Vooruitlopend op die nieuwe wet zijn in dit bestemmingsplan alvast kleine aanpassingen gemaakt. Die aanpassingen gaan niet zo ver dat al sprake is van een 'Omgevingsplan', waarin ook regels zijn opgenomen uit gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving. Een voorbeeld van een aanpassing is de aanduiding van monumenten op de verbeelding van het bestemmingsplan. Verder is per kern een stedenbouwkundige visie voor het plangebied opgesteld (zie de bijlagen bij de toelichting voor de visie per kern, inclusief de bijlagen bij de visie). De visies voor Kootwijkerbroek en Stroe zijn bedoeld om oplossingsrichtingen en randvoorwaarden te kunnen formuleren als zich ontwikkelingen voordoen die niet passen in dit bestemmingsplan. Zo kan het bestuur gemakkelijker en vlotter meedenken met een initiatiefnemer.
Dit bestemmingsplan is vanwege de actualisering (op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening) een goede bouwsteen voor een toekomstig omgevingsplan.
Afbeelding: ligging plangebieden Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
5
Kootwijkerbroek-Stroe
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
De gemeente Barneveld maakt, samen met de andere gemeenten uit de Gelderse Vallei, deel uit van de schil van de oprukkende Randstad. Aan de oostzijde van de gemeente ligt een deel van het grondgebied in het Veluwemassief. De gemeente wordt doorkruist door twee autosnelwegen, de rijksweg A1 als oost-west verbinding en de rijksweg A30 als noord-zuid verbinding. In de nabijheid van het knooppunt van deze twee wegen ligt het gebied Barneveld-Harselaar-Voorthuizen. Veruit de meeste mensen van de gemeente Barneveld wonen en werken in dit gebied. Harselaar is het grootste bedrijventerrein van de gemeente. Barneveld en Voorthuizen zijn de grootste kernen van de gemeente. Het plangebied betreft de kernen Kootwijkerbroek en Stroe.
Kootwijkerbroek Het plangebied voor Kootwijkerbroek wordt aan de noordzijde begrensd door de Wesselseweg en de Veluweweg tot en met nummer 160. Aan de westzijde loopt de plangrens langs De Spil. Daarna loopt de grens langs de Nachtegaalweg naar de Puurveenseweg. De zuidelijke grens loopt vanaf de Nachtegaalweg langs de Puurveenseweg naar de kruising met de Essenerweg. Vanaf die kruising loopt de grens achter de bedrijven aan de Essenerweg tot en met Essenerweg 82a. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Kerkweg, en daarna loopt de grens achter de school aan de Schoonbeekhof en achter de huizen van de Bersebastraat tot de woningen aan de Veluweweg. Achter de woningen van de Veluweweg loopt de grens tot de Kootwijkerdijk. Het buurtschap Garderbroekerweg is gelegen ten noordoosten van Kootwijkerbroek. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied voor Kootwijkerbroek weergegeven.
6
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: begrenzing plangebied Kootwijkerbroek
Stroe Het plangebied voor Stroe beslaat de hele kern Stroe. Aan de noordzijde loopt de grens lang de rijksweg A1. Aan de oostzijde loopt de grens lang de Wolweg tot het spoor Amersfoort-Apeldoorn. Daarna loopt de grens parallel aan de spoorlijn tot voorbij de bebouwing aan de Houtbeekweg. De rest van de oostelijke grens wordt bepaald door de Houtbeekweg en de Anastatiusweg tot de bebouwing aan de Wolweg. De grens loopt om die bebouwing en een agrarisch perceel heen naar de Stroeërweg. De grens volgt de Stroeërweg tot de achterzijde van de woningen aan de Blauwgras. Aan de zuidzijde wordt de grens bepaald door de achtertuinen van de woningen aan de Blauwgras tot aan de Wulpenweg. De grens volgt de Wulpenweg tot voorbij het tennisveld om via de achtertuinen van de woningen van de wijk Zonnedauw tot de Ericaweg te komen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Ericaweg, het perceel Stroeërschoolweg 1 en de achtertuinen van de Tolnegenweg tot de rijksweg A1. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied voor Stroe weergegeven.
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
7
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: begrenzing plangebied Stroe
2.2
Geldende bestemmingen
Het voorliggende bestemmingsplan is een actualisering van alle bestemmingsplannen binnen de hiervoor beschreven plangrens. Dit houdt in dat de volgende bestemmingsplannen worden herzien bij Kootwijkerbroek. Nr.
Bestemmingsplan
Vastgesteld
1010
Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk
14 november 2012
1056
Buitengebied 2012
28 mei 2013
1128
De Bonkelaar I
23 oktober 2012
1134
Essenerweg VIII
22 januari 2013
1141
Essenerweg IX
12 november 2013
1180
Nachtegaalweg-Appelseweg
27 januari 2016
1186
Puurveen (2e fase)
28 januari 2014
1189
Garderbroekerweg-Kerkweg
4 maart 2015
1193
Veluweweg XIV
23 april 2013
1225
Garderbroekerweg/Veluweweg
4 maart 2015
1238
Essenerweg X
6 mei 2014
1240
Wesselseweg IX
6 oktober 2014
1248
Parapluherziening De Puurveense Molen
30 september 2014
1258
Essenerweg XI
31 januari 2018
1308
Wesselseweg X
2 maart 2016
1319
Kosterijweg I
5 juli 2017
1422
Parapluherziening Parkeernormen
16 november 2017
8
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
1423
Essenerweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
30 januari 2019
1431
Nachtegaalweg III
31 januari 2018
1435
De Spil I
8 november 2017
1451
Drieënhuizerweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
4 juli 2018
1463
Veluweweg XV
30 januari 2019
1491
Wesselseweg XIII
22 mei 2019
1496
Nachtegaalweg-De Spil, partiële herziening 22 mei 2019 Buitengebied 2012
1533
Drieënhuizerweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
9 oktober 2019
1566
Veluweweg-Topperbinnenweg
8 juli 2020
Op onderstaande afbeelding is weergegeven waar de bestemmingsplanherzieningen gelden.
Afbeelding: contouren van bestemmingsplannen kern Kootwijkerbroek Bij Stroe gaat het om de volgende bestemmingsplannen:
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
9
Kootwijkerbroek-Stroe
Nr.
Bestemmingsplan
Vastgesteld
1010
Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk
14 november 2012
1056
Buitengebied 2012
28 mei 2013
1133
Stroe V
9 juli 2013
1250
Stroe VI
4 maart 2015
1257
Houtbeekweg I
8 juli 2015
1422
Parapluherziening Parkeernormen 16 november 2017
1424
Wolweg II
13 december 2017
Op onderstaande afbeelding is weergegeven waar de bestemmingsplanherzieningen gelden.
Afbeelding: contouren van bestemmingsplannen kern Stroe
2.3
Ontstaansgeschiedenis
Kootwijkerbroek Tot 1900 was er rond Kootwijkerbroek nog veel niet-ontgonnen land, bestaande uit heide en veenplassen. Nog tot 1950 werd hier turf gestoken. Het vestigingspatroon wordt voornamelijk gevormd door de (nu) Wesselseweg en de Essenerweg. Rond het kruispunt met de Nachtegaalweg was een concentratie van bebouwing. Het zwaartepunt is met de vestiging van een kerk (1889) en een zuivelfabriek naar het oosten verschoven richting de Kootwijkerdijk, dat deel heet nu Veluweweg. Op het kruispunt van de Essenerweg en een aantal wegen uit het zuiden heeft de (oude) Puurveense molen gestaan. Deze korenmolen komt al in 1586 in de archieven voor en heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het dorp. Omstreeks 1955 is de Kosterijweg, tot die tijd een zandweg met fietspad, een verharde weg geworden. De vereniging Plaatselijk Belang heeft toen een houten gebouw geplaatst op de plek van het oude dorpshuis, dat vanaf toen het middelpunt werd van de dorpsgemeenschap. Ook in die tijd werd de kerk van de Gereformeerde Gemeente aan de Kosterijweg gebouwd. In de jaren daarna is in de driehoek Essenerweg, Veluweweg, Kosterijweg de eerste planmatige nieuwbouwwijk gebouwd. In de jaren '70 is men aan de andere kant van de Kosterijweg doorgegaan met het bouwen van nieuwe woningen. In het afgelopen decennium werd Kootwijkerbroek-West ontwikkeld.
Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 1. 10
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: ontstaansgeschiedenis Kootwijkerbroek Stroe De plek waar Stroe is ontstaan ligt ongeveer 500 meter zuidelijker dan het huidige centrum in Stroe. De ontstaansplek lag nabij de kruising van de Kootwijkerbroekerweg met de Ravenweg en de oude karweg Harderwijk-Arnhem, deze heet tegenwoordig Wulpenweg. Daar lag ooit de eeuwenoude herberg “De Raaf”. Hier staat nu nog de gelijknamige boerderij. In 1876 werd de Oosterspoorweg geopend en kreeg Stroe een passagiershalte langs het spoor, waardoor het betrekkelijke isolement van Stroe werd doorbroken. Rond deze halte heeft Stroe zich met name in de tweede helft van de vorige eeuw uiteindelijk ontwikkeld. Vanaf 1899 werd deze halte gebruikt voor de aanen afvoer van militairen van Infanterie Schietkamp Harskamp en werd het dorp een vestigingsplaats voor een deel van het personeel daarvan. Omdat er naast een passagiershalte ook een goederenperron aanwezig was, hebben zich langs de spoorlijn een aantal bedrijven gevestigd. Tegenwoordig stopt nog slechts bij bijzondere gelegenheden een trein in Stroe. Rond 1970 werd de rijksweg A1 gerealiseerd en tevens werd, ter ontlasting van de Wolweg, de provinciale weg N310 aangelegd. Voor meer informatie wordt verwezen naar Bijlage 5.
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
11
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: ontstaansgeschiedenis Stroe
2.4
Ruimtelijke structuur
Kootwijkerbroek De structuur van het dorp Kootwijkerbroek wordt bepaald door de Wesselseweg-Veluweweg en de Essenerweg. Dit zijn de belangrijkste uitvalswegen. Kenmerkend voor Kootwijkerbroek is dat het zich voornamelijk ten zuiden van de Wesselseweg-Veluweweg heeft ontwikkeld. Het open landschap ten noorden van deze Wesselseweg-Veluweweg is bijzonder en moet zoveel mogelijk behouden blijven. De Wesselseweg-Veluweweg vormt een duidelijke grens. De Kosterijweg, die al op oude kaarten is te zien, dient als een tweede ruggengraat. Een echt centrum heeft het dorp niet. Wel zijn er een aantal punten die als sociaal en ruimtelijk knooppunt gezien kunnen worden. Dit is vooral het punt waar de Essenerweg op de Veluweweg aankomt. Het profiel verwijdt zich hier en er bevinden zich ook enkele voorzieningen. Een historisch knooppunt is de kruising van de Walhuisweg met de Essenerweg en de Puurveenseweg, waar vroeger de molen heeft gestaan. Het dorp heeft geen duidelijke entrees. Dit beeld wordt nog versterkt door het feit dat Kootwijkerbroek in de richting van Stroe (Veluweweg) nog een buitenwijkje heeft. Deze is ontstaan waar vroeger een school stond, op de kruising van de Garderbroekerweg en de Kootwijkerbroekerweg.
12
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: ruimtelijke structuur Kootwijkerbroek Stroe De ruimtelijke karakteristiek wordt gekenmerkt door de Wolweg en de Stroeërweg. Langs deze wegen bevindt zich gevarieerde lintbebouwing. Aan de oostkant van het dorp werd in de jaren zestig een buurtje gebouwd in de stijl van die tijd. Recent is een buurt aan de westkant ontwikkeld. Ook overeenkomstig het gangbare tijdsbeeld. De gelijkvloerse spoorwegovergang is een knoop- en herkenningspunt. Ook ten noorden van het spoor staat lintbebouwing langs de wegen Wolweg en Tolnegenweg. Aan de zuidoost zijde van de spoorwegovergang ligt een bedrijvenzone. Duidelijke grenzen zijn de snelweg en de natuurlijke rand ten oosten van de kern. Vooral naar het oosten is hierdoor een aantal mooie zichtlijnen aanwezig. In zuidelijke richting kent het dorp een meer amorfe overgang naar het landschap.
Afbeelding: ruimtelijke structuur Stroe
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
13
Kootwijkerbroek-Stroe
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" is voornamelijk beheersgericht. De geldende bestemmingen worden voor het overgrote deel in dit bestemmingsplan overgenomen. In de voorbereiding van bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" is aan het licht gekomen dat in het plangebied op sommige plekken de feitelijke situatie (illegale bouw en/of gebruik) niet in overeenstemming is met de vigerende plannen. Ingeval geen concreet zicht op legalisatie bestaat (door middel van een afzonderlijke planologische procedure), is ook de geldende bestemming overgenomen. Er zijn twee locaties buiten het plan gelaten. Voor de volgende locaties vindt een ontwikkeling plaats waarvoor aparte planologische procedures worden gevoerd. Deze procedures zijn nog niet afgerond, waardoor de ontwikkelingen nog niet meegenomen kunnen worden in het bestemmingsplan Kootwijkerbroek-Stroe. Het gaat om de volgende locaties: uitbreiding woongebied Oostbroek; bedrijventerrein Tolnegenweg-Wolweg in Stroe.
Afbeelding: bedrijventerrein Tolnegenweg-Wolweg De uitzonderingen op het conserverende karakter van het actualiseringsplan zijn hieronder beschreven. Bedrijf In het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk" is de bestemming 'Bedrijf' toegepast. Deze bestemming is in het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" gesplitst in enerzijds de bestemming 'Bedrijf-1' en anderzijds de bestemming 'Bedrijf-2'. Verwezen wordt naar paragraaf 6.1.2.2. Monumenten Voor monumenten is in het nieuwe plan de dubbelbestemming 'Waarde - Cultureel erfgoed' opgenomen. Standplaatsen en markt Binnen het plangebied zijn de plaatsen waar standplaatsen aanwezig zijn toegevoegd. Ook is er een aanduiding opgenomen voor de markt aan het plein bij de Essenburcht in Kootwijkerbroek. Wonen Bij de bestemming 'Centrum' is in het nu geldende bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk" aangegeven dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'aantal woningen' is weergegeven. Doordat één of meerdere vergunningen zijn verleend na de vaststelling van het nu geldende plan, heeft dit er toe geleid dat hierin aanpassingen zijn doorgevoerd in het nieuwe plan.
14
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Kamerverhuur is met toepassing van een afwijkingsbevoegdheid mogelijk. Ontbrekende / herstel aanduidingen In het nu vigerende bestemmingsplan zijn op perceelsniveau een aantal aanduidingen niet correct weergegeven, waaronder maatvoeringsaanduidingen (maximale goot- en bouwhoogte) en functieaanduidingen (detailhandel volumineus, vulpunt lpg) en een gebiedsaanduiding (veiligheidszone lpg). Dat geldt ook voor een paar locaties waar de bestemming niet correspondeert met het gebruik c.q. een verleende vergunning. Zo is een kleine woning bestemd als 'Wonen-1' (met een bouwvlak) en is een locatie waar geen detailhandel meer plaatsvindt gewijzigd naar de vergunde situatie. Dit is hersteld in het onderhavige plan. Voor de locatie Wesselseweg 125, Kootwijkerbroek is bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan gebleken dat ten tijde dat het perceel in het buitengebied viel er geen bedrijfswoning was toegestaan. Er is recent een bedrijfswoning vergund. De locatie wordt op de verbeelding aangepast aan de geldende systematiek voor de kernen. Verder zijn een aantal locaties die voorheen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gelegen waren, aan de kern toegevoegd, zodat hierop nu de regels van de kern van toepassing zijn.
Gevelzitplaatsen Om in de toekomst een beperkte overlap van horeca en detailhandel mogelijk te kunnen maken, worden gevelzitplaatsen toegestaan binnen de bestemmingen 'Verkeer', 'Centrum' en 'Dienstverlening' mits dit voldoet aan hetgeen is aangegeven in Bijlage B van de Uitvoeringsbepalingen APV Barneveld. Wij verwijzen naar paragraaf 6.1.2.4. Terrassen en terrasoverkappingen Er zijn voor terrassen en terrasoverkappingen in het nieuwe plan regels opgenomen. Wij verwijzen naar paragraaf 6.1.2.12. Evenemententerreinen In het nu geldende plan zijn geen evenemententerreinen aangeduid. In het te actualiseren plan zullen ook evenementenlocaties opgenomen gaan worden. Hierbij is het aantal evenementen expliciet in de regels opgenomen. Per evenemententerrein zijn er verder regels opgenomen over tijdstippen en opbouw- en opruimwerkzaamheden. Dit is in lijn met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeente Barneveld wil zich profileren als een gemeente die in beweging is. In de gemeente Barneveld vinden jaarlijks dan ook diverse evenementen plaats. Vanuit dit perspectief bezien wordt ruimte gegeven voor de organisatie van evenementen binnen de grenzen van de gemeente. Daarentegen kan plezier en entertainment voor de één een bron van ergernis en overlast vormen en voor de ander een bron van vermaak.
Er is sprake van een spanningsveld tussen de verschillende belangen die betrokken zijn bij evenementen in de open lucht. Dit betekent dat bij de verlening van een evenementenvergunning een afweging van alle belangen dient plaats te vinden. Evenementen worden geclassificeerd in het evenementenbeleid op basis van de risico's (en mate van te verwachten overlast) en de daaraan gerelateerde mogelijke gevolgen die kunnen optreden bij een evenement. In Kootwijkerbroek betreft het deze evenemententerreinen: Parkeerterrein aan de Wesselseweg 156 (is aan te merken als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer); Terrein op de hoek Puurveenseweg/Walhuisweg (molen, waarbij het terrein van de molen een inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer). In Stroe gaat het om deze evenemententerreinen: Zonnedauw (achter dorpshuis De Hofstee); Centrum Stroe: gedeelte aan de Stroeërweg (tussen Ericaweg en Zonnedauw), Callunaweg en Ericaweg; Parkeerterrein De Hofstee (dit is aan te merken ook als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer). Onduidelijkheid over gehanteerde geluidsnormen bij evenementen in de open lucht kan leiden tot klachten, gezondheidsschade, het niet of niet voldoende kunnen optreden tegen geluidsoverlast of het aanspannen "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
15
Kootwijkerbroek-Stroe van bestuursrechtelijke procedures. We nemen in het plan een basisnorm voor geluid op. Deze basisnorm is 70 dB(A) en 80 dB(C) ter hoogte van de gevel van de meest nabij gelegen woning (in de dagperiode wordt dit gemeten op 1,5 meter, in de avondperiode 5 meter en in de nachtperiode eveneens 5 meter). Indien de gevel van deze woning verder weg is gelegen dan 50 meter, dan geldt deze afstand. Wij verwijzen voor een verdere toelichting naar paragraaf 6.1.3.4 (alsmede ook de regels/voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn leidend, waaronder de meethoogten). Kunstwerken Ook kunstwerken zijn aangeduid als zijnde 'specifieke vorm van kunst en cultuur - kunstwerk'. Indien de hoogte hoger is dan 2 meter is hiervoor eveneens een maximum bouwhoogte opgenomen. Bijbehorende bouwwerken De bouwregels voor aan- en uitbouwen en overige bijgebouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen - 1' zijn aangepast ten opzichte van de voorheen geldende bestemmingsplannen. De terminologie is veranderd. Er is aansluiting gezocht bij het Besluit omgevingsrecht. De termen 'aan- en uitbouwen en overige bijgebouwen' zijn vervangen door de term 'bijbehorende bouwwerken'. Verder zijn de bouwregels vereenvoudigd met als uitgangspunt dat de bouwmogelijkheden zoveel mogelijk gelijk blijven.
De totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag in beginsel niet meer bedragen dan 20% van het bouwperceel - met een maximum van 150 m2. Uitzonderingen op deze bouwregel zijn met de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' weergegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. Zoals hierboven is aangegeven, is dit bestemmingsplan voornamelijk beheersgericht. De stedenbouwkundige visie en de bijbehorende kaart zijn voor Kootwijkerbroek terug te vinden in Bijlage 1 en Bijlage 4 en voor Stroe in Bijlage 5 en Bijlage 8 bij de toelichting van het bestemmingsplan, deze zijn juist gericht op de toekomst. De visie geeft inzicht in bijzondere aandachtspunten in het plangebied en geeft de aanzet voor oplossingsrichtingen en randvoorwaarden voor verbeteringen en nieuwe ontwikkelingen.
16
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Ruimte. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR vervangt verschillende nota's, waaronder ook de Nota Ruimte en geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. De SVIR geeft invulling aan het streven van het kabinet naar deregulering en decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Het Rijk heeft gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd.
Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem
te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
17
Kootwijkerbroek-Stroe
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het bestemmingsplan voorziet niet in een ruimtelijk, infrastructureel project dat in de Crisis- en herstelwet is bedoeld.
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.
18
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Het plangebied is gelegen binnen twee themakaarten, te weten het ruimtelijk beleid (windenergie aandachtsgebied en grote zonneparken mogelijk (gedeeltelijk)) en het waterbeleid (intrekgebieden en grondwaterfluctuatiezone (gedeeltelijk)).
De visie vormt geen belemmering voor het onderhavige actualiseringsplan. 4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw (gedeeltelijk) Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu (intrekgebied) Kaart 7: Regels Erfgoed (molenbiotoop in Kootwijkerbroek) Er wordt geen expliciete sturing gegeven vanuit de Omgevingsverordening. Kaart 7 is hier van toepassing door de Puurveense Molen aan de Walhuisweg 2 in Kootwijkerbroek. De regeling die in het bestemmingsplan staat is in overeenstemming met de Omgevingsverordening. Doorwerking in plangebied Dit bestemmingsplan is voornamelijk beheersgericht. De geldende bestemmingen worden voor het overgrote deel in dit bestemmingsplan overgenomen.
Er worden dan ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in dit plan. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
4.3
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
19
Kootwijkerbroek-Stroe de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.
Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4
Gemeente
4.4.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Barneveld heeft in juni 2009 de Strategische Visie vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu. Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving.
Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Het plangebied ligt in het deelgebied 'stedelijke zone'. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat een aantal percelen die opgenomen zijn in het onderhavige actualiseringsplan gelegen zijn binnen de Structuurvisie Buitengebied Barneveld.
Het gaat dan om woonlocaties die in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn opgenomen dan wel locaties waarvoor afzonderlijke functieveranderingsverzoeken zijn geweest. Bij Kootwijkerbroek en Stroe gaat het dan om 20
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe locaties die in de Structuurvisie Buitengebied Barneveld gelegen zijn binnen het deelgebied 'Agrarisch bedrijvenlandschap'. Daarnaast is een klein gedeelte ten oosten van Stroe (bij de Houtbeekweg) gelegen in de overgangszone landschap, landbouw en recreatie. Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Structuurvisie Buitengebied Barneveld voor de locaties Kootwijkerbroek en Stroe.
Afbeelding: uitsnede Structuurvisie Buitengebied Barneveld Agrarisch bedrijvenlandschap Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomst gerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Overgangszone landschap, landbouw en recreatie Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijk aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk. Voor het deel van deze zone ten zuiden van de A1 gaat het in hoofdzaak om een toename van klein landschapselementen zodat meer variatie ontstaat. In de gehele zone blijft ruimte voor de aanwezige agrarische bedrijven binnen de kaders van het reconstructieplan. Doorwerking Het plan is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.4.2
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hier binnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie voor Kootwijkerbroek grotendeels in bestaand bebouwd gebied ligt. Alleen aan de randen van het plangebied geldt de structuurvisie niet, daar is de Structuurvisie Buitengebied Barneveld van toepassing. "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
21
Kootwijkerbroek-Stroe
Afbeelding: uitsnede Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Kootwijkerbroek Verder blijkt uit de onderstaande kaart behorende bij de structuurvisie dat de planlocatie Stroe in bestaand bebouwd gebied is gelegen. Alleen ten oosten nabij Houtbeekweg is niet gelegen in bestaand bebouwd gebied.
Afbeelding: uitsnede Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Stroe Doorwerking plangebied Het plan is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.4.3
Dorpsplannen en -visies
In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of -visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en -initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan - indien nodig - hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang. 22
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Dorpsvisie 2015-2025 Kootwijkerbroek In oktober 2014 is door de dorpswerkgroep (DWG) met ondersteuning van de vereniging voor kleine kernen (VKK) de dorpsvisie voor Kootwijkerbroek tot 2025 opgesteld. De dorpsvisie geeft inzicht welke wensen en plannen er bij jong en oud in Kootwijkerbroek leven, hoe zij het dorp bij voorkeur zien ontwikkelen en welke randvoorwaarden daar bij horen volgens alle inwoners. In de dorpsvisie zijn diverse onderwerpen gerangschikt naar overkoepelende thema's. Deze thema's zijn: wonen, werken, welzijn en wegen. Dorpsplan Stroe 2010-2030 In 2010 is door de DorpsWerkGroep in samenwerking met de vereniging voor kleine kernen het dorpsplan voor de kern Stroe opgesteld. De historische ontwikkeling van Stroe heeft geleid tot een duidelijke vermenging van wonen, bedrijvigheid en andere functies. Een aantal onderwerpen en thema's uit deze dorpsplannen zijn nog actueel, maar een aantal ook niet meer. Het actualiseringsplan voorziet niet in (nieuwe) ontwikkelingen, met uitzondering van de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden die in de regels zijn opgenomen. Het actualiseringsplan vormt geen strijdigheid met de dorpsplannen en -visies. De wensen in de dorpsplannen / -visies gaan verder dan waar dit actualiseringsbestemmingsplan in voorziet.
Bij toekomstige ontwikkelingen en verzoeken is het mogelijk deze te toetsen aan de opgestelde visies om te beoordelen of de ontwikkelingen wenselijk zijn. Verwezen wordt ook naar hoofdstuk 1 en 3 van deze toelichting waarin ingegaan is op de opgestelde stedenbouwkundige visies voor Kootwijkerbroek en Stroe. De visies voor de kernen Kootwijkerbroek en Stroe zijn als bijlagen bij deze toelichting opgenomen. 4.4.4 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middendure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000.
In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gemiddeld betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.
Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
23
Kootwijkerbroek-Stroe koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. 4.4.5
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het een hoofdzakelijk conserverend actualiseringsplan betreft. 4.4.6
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wet Voortgang EnergieTransitie (VET) voor aardgasvrij bouwen Per 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen en andere gebouwen met een kleinverbruikaansluiting geen aardgasaansluiting meer. Dit staat in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). De Wet VET is een stap in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Het gebruik van aardgas in de gebouwde
24
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe omgeving wordt uitgefaseerd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden.
Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken.
Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Het bestemmingsplan is voornamelijk conserverend. Een toets aan bovengenoemde blijft nu achterwege, maar zal plaatvinden bij nieuwe ontwikkelingen. 4.4.7
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet "Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
25
Kootwijkerbroek-Stroe op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.4.8
Evenementenbeleid Gemeente Barneveld 2020-2025
Op 1 november 2016 is het Evenementenbeleid Gemeente Barneveld 2016-2020 in werking getreden. Dit beleid is in 2020 geëvalueerd en dat heeft geleid tot een herziening van het huidige beleid. In het nieuwe Evenementenbeleid worden de aanbevelingen uit het evaluatierapport meegenomen. Op 16 juni 2020 heeft het college het nieuwe Evenementenbeleid Gemeente Barneveld 2020-2025 vastgesteld en deze is op 1 juli 2020 in werking getreden. Bij het opstellen van dit beleid zijn onder meer organisatoren, evenementencoördinatoren, plaatselijk belang, omwonenden, politie, brandweer en geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (ghor) betrokken. Het evenementenbeleid geeft aan op welke locaties in de gemeente evenementen kunnen plaatsvinden. Evenementen worden geclassificeerd op basis van de risico's (en de mate van te verwachten overlast) en de daaraan gerelateerde mogelijke gevolgen die kunnen optreden bij een evenement. Voor Kootwijkerbroek en Stroe zijn in dit nieuwe evenementenbeleid locaties opgenomen waar evenementen plaatsvinden. Doorwerking in plangebied Evenemententerreinen zijn opgenomen op de verbeelding en in de regels. Per evenemententerrein gelden er specifieke regels.
26
"Kootwijkerbroek-Stroe" (vastgesteld)
Kootwijkerbroek-Stroe
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. Dit bestemmingsplan is beheersgericht. Het voorziet niet in specifieke nieuwe ontwikkelingen. Er is geen aanleiding om de bouw- en/of gebruiksmogelijkheden van bepaalde gronden in dit bestemmingsplan te beperken ten opzichte van het geldende planologische regime. Een eventuele gebruiksbeperking is pas aan de orde als zich een nieuwe ontwikkeling voordoet en het nadere onderzoek is uitgevoerd.
Bij nieuwe ontwikkelingen, waarvoor een afzonderlijke planologische procedure gevoerd en/of een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden om een (bouw)plan mogelijk te maken, zal overigens kunnen blijken dat er een afzonderlijk bodemonderzoek (verkennend bodemonderzoek) nodig is. Bij een afzonderlijk bouwplan zal te zijner tijd bekeken worden of een bodemonderzoek noodzakelijk is. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
De gemeente heeft in 2015 een historisch vooronderzoek voor haar gehele grondgebied uit laten voeren met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE) uit WOII. Een zone tot 110 meter uit de spoorlijn Amersfoort - Apeldoorn is verdacht gebied. In deze zone zal verder onderzoek nodig zijn naar de aanwezigheid van NGE. Ook buiten deze spoorzone kunnen verdachte deelgebieden aanwezig zijn. Doordat het voorliggende plan voornamelijk beheersgericht is, speelt NGE nu geen rol. Bij een concreet initiatief zal een initiatiefnemer bij de gemeente informatie moeten vragen betreffende NGE.