CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koningsweg VII_Toelichting_Bijlage 5 Programma van Eisen.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan “Koningsweg VII”, Garderen16.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De opdrachtnemer wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. Zo nodig informeert de depothouder (/eigenaar) tevens de depotbeheerder. Binnen twee dagen vanaf het moment van aantoonbaar melden/persoonlijk contact met/bij de depothouder dient een reactie ten aanzien van het wel/niet meenemen van het materiaal door de depothouder te zijn gegeven. Bij het uitblijven van een reactie binnen de afgesproken termijn mogen de overige partijen beslissen of zij het materiaal wel/niet uit het veld meenemen. 8 Dit is een indicatieve prijs waaraan geen rechten ontleend kunnen worden.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 15 van 26

• Uitzondering op het bovenstaande vormt de materiaalcategorie ‘bouwmateriaal, onversierd’; dit kan meteen in het veld door de uitvoerende archeologen representatief worden geselecteerd. 6.7 •

• • •

• 6.8 •

• • • • 6.9

Organische artefacten Archeologisch relevante artefacten die worden aangetroffen, worden verzameld. Indien mogelijk worden verschillende lagen van elkaar gescheiden. Spoorvondsten worden per spoor verzameld. Stortvondsten worden onder één nummer per proefsleuf verzameld. Kwetsbare vondsten moeten door middel van speciale zorg en behandeling behouden (c.q. geconserveerd) worden conform KNA versie 4.1. De organische artefacten dienen in het veld op zodanige wijze te worden verzameld zodat ze na determinatie en uitwerking een antwoord geven op de gestelde onderzoeksvragen. Bij de vondst van bijzondere organische artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de uitwerking en conservering ter hand genomen wordt. Voor conservering dient de opdrachtgever rekening te houden met een stelpost van € 1.500,-.9 Archeozoölogische en -botanische resten Uit relevante, kansrijke contexten (bijvoorbeeld sporen of vondststrooingen met veel verkoold materiaal en andere paleo-ecologische resten) dienen monsters genomen te worden ten behoeve van analyse door specialisten (archeobotanisch onderzoek). Monstername ten behoeve van absolute dateringsmethoden gebeurt uitsluitend indien de aangetroffen archeologische sporen en materialen niet op andere wijze te dateren zijn. De monsters worden nog niet gezeefd.

In overleg met de bevoegde overheid en de opdrachtgever zal worden bepaald of analyse van de monsters noodzakelijk is. Analyse dient zich primair te richten op het verkrijgen van antwoorden op de boven verwoorde onderzoeksvragen. Deze werkzaamheden dienen als verrekenbare post te worden opgenomen. Overige resten

Ter beantwoording van de onderzoeksvragen dienen monsters genomen te worden voor onder meer micromorfologisch, botanisch, diatomeeën, mijten, insecten onderzoek, pollen en nonpalynomorfe pollen (NPP) analyse en geochemisch, onderzoek. Deze monsternames dienen te geschieden op basis van interpretatie door de Senior KNA archeoloog indien noodzakelijk in samenspraak met de daartoe ter zakekundige specialist. 6.10 Dateringstechieken Belangrijke sporen, die niet met behulp van vondsten kunnen worden gedateerd, kunnen, indien zij organisch materiaal bevatten, met behulp van een 14C-datering worden gedateerd. Daartoe dienen monsters van kansrijke lagen of materialen te worden genomen. Een andere mogelijkheid om de ouderdom vast te stellen, is door middel van Optical Stimulated Luminescence (OSL-datering).

9 Dit is een indicatieve prijs waaraan geen rechten ontleend kunnen worden.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 16 van 26

6.11 Bouwstenen Een bouwsteen is gedefinieerd als een logische of logistieke informatie-eenheid van de documentatie van een gravend onderzoek. Deze bouwstenen definiëren de wijze van documenteren van de basisgegevens van een specifiek (waarnemings)proces of een specifieke activiteit binnen een archeologisch onderzoek, te weten administratieve (bijvoorbeeld: project en OM-nr) en ruimtelijk-geografische (de positie en ruimtelijke begrenzing). Een bouwsteen, of een combinatie van bouwstenen, kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een analoge (papieren) lijst of veldtekening, maar ook van een digitale databasetabel of een kaartlaag in een CAD- of GIS-toepassing. Van de werkzaamheden in het veld dienen dag- en weekrapporten te worden bijgehouden. Tevens dienen sporen op spoorformulieren, vondsten op vondstformulieren, monsters op monsterformulieren, tekeningen op tekeningformulieren en foto’ s op fotoformulieren te worden geregistreerd. 6.12 Complexiteit De complexiteit van het archeologisch onderzoek is standaard. De mogelijkheid van het voorkomen van meerdere perioden is het enige dat het onderzoek gecompliceerd kan maken. 6.13 Beperkingen Vanwege het inventariserende karakter van het proefsleuvenonderzoek mogen grotere structuren (bijvoorbeeld beschoeiingen, muurresten en putten) niet verwijderd worden.

Door deze beperking kan mogelijk niet op alle onderzoeksvragen een duidelijk antwoord gegeven worden. Het nader uitwerken van materiaalgroepen en het conserveren van artefacten gebeurt nadat er een selectie- en waarderingsrapport is geschreven waarin de voorgenomen uitwerkingen worden verwoord en beargumenteerd. Uiteindelijke uitwerking en conservering wordt in overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever en de bevoegde overheid gedaan.

7 7.1

UITWERKING EN CONSERVERING Structuren, grondsporen en vondstspreidingen

• De structuren en grondsporen worden zodanig uitgewerkt dat de vraagstelling en de onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. • De analyse van de sporen is gericht op het herkennen van structuren, het toekennen van een betekenis aan de individuele sporen en/of structuren, het vinden van patronen in de materiële cultuur en het dateren van de betreffende sporen. • Beschrijving structuren en grondsporen: - verspreiding en diepteligging; - beschrijving aard, fysieke kwaliteit en ouderdom (zo mogelijk). • De aangetroffen lagen, grondsporen en structuren dienen per periode te worden beschreven. De mate van uitwerking dient te zijn afgestemd op de onderzoeksvragen. Tevens dienen de lagen, grondsporen en structuren te worden meegenomen in de interpretatie en in de conclusie(s). • Alle sporen en structuren worden afgebeeld op een allesporenkaart voorzien van het landelijke coördinatengrid en topografie. Daarnaast wordt per periode een overzichtskaart gemaakt van alle sporen en structuren.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 17 van 26

7.2

Analyse aardewetenschappelijke gegevens

Aardwetenschappelijke analyse vindt plaats in het veld op basis van het bestudeerde profiel. Deze analyse zal in de regel worden uitgevoerd door de KNA-archeoloog. Bij ingewikkelde profielen dient een fysisch geograaf de profielopnames te maken. De veldgegevens van het vlak en de profielen moeten uitgewerkt worden in tekeningen met een overzichtelijke codering conform KNA versie 4.1. De bodemlagen moeten duidelijk worden aangegeven in de profielen met daaraan gekoppeld een (globale) datering. 7.3

Anorganische artefacten

• De primaire vondstverwerking bestaat uit het wassen van vondsten, het administreren van de vondsten per vondstnummer en het scheiden in verschillende materiaalcategorieën. • De anorganische artefacten dienen te worden uitgewerkt tot op het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. • Aardewerk: determinatie per periode, eventueel op type. • Natuursteen: determinaties op gesteentesoort en op werktuig/gebruikstype. • Metaal: op metaalsoort, zo mogelijk op artefacttype en periode. • Vondsten uit de bouwvoor en losse vondsten van de stort of het vlak worden oppervlakkig bekeken en slechts bij bijzondere vondsten nader beschreven en geanalyseerd. • Bij bijzondere artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de bevoegde overheid voordat de verdere uitwerking ter hand genomen wordt. • Vondsten worden beschreven conform het Archeologisch Basis Register (ABR). De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd. • Bijzondere vondsten worden door een specialist bekeken. • Niet te determineren metaalklompen of klompen van metaaloxide die in een archeologische context worden gevonden, worden geröntgend ten behoeve van de determinatie, selectie (i.v.m. mogelijke conservering) en screening van de inhoud. • De vondsten worden tijdelijk dusdanig opgeslagen dat de kwaliteit van het materiaal niet achteruit gaat.

7.4 •

•

• • •

Organische artefacten Organische artefacten worden door specialisten geanalyseerd tot op het niveau dat noodzakelijk is om de vraagstelling uit het PvE te beantwoorden. • Bewerkt hout (artefacten en constructiehout): determinatie op houtsoort, artefacttype, beschrijving van bewerkingssporen, eventueel datering. • Bot: determinatie op diersoort, botelement, artefacttype, eventueel datering. Bij bijzondere artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de verdere uitwerking ter hand genomen wordt. Vondsten worden beschreven conform het ABR. Vondsten worden beschreven en gewaardeerd. De vondsten worden tijdelijk dusdanig opgeslagen dat de kwaliteit van het materiaal niet achteruit gaat.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 18 van 26

7.5 •

• •

• • •

7.6

Archeozoölogische en -botanische resten Voor de specifieke eisen die aan de uitwerking archeozoölogische en botanische resten worden gesteld, wordt verwezen naar de KNA versie 4.1. In aanvulling daarop, wanneer het voor het onderzoek relevant is, worden van dateerbare (grond)sporen met mogelijk goed geconserveerd archeologisch materiaal en van relevante vondstlagen (bijvoorbeeld uit beerputten) monsters genomen voor botanisch, 14C, dendrochronologisch en paleo-ecologisch onderzoek. Van de kwalitatief goede grondmonsters zal een specialist samen met de KNA Archeoloog de monsters scannen op potentie in relatie tot de beantwoording van de vraagstelling. Na afloop van het veldwerk zal in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid worden vastgesteld welke monsters dienen te worden geanalyseerd. Analyse dient zich primair te richten op het verkrijgen van antwoorden op de boven verwoorde onderzoeksvragen. Het specialistenrapport dient (integraal) in de eindrapportage te worden opgenomen. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van botanische resten en/of archeozoölogische resten uit de aangetroffen perioden. Het specialistenrapport dient (integraal) in de standaardrapportage te worden opgenomen en geintegreerd te worden in beantwoording van onderzoeksvragen en synthese van het onderzoek.

Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.)

De beeldrapportage van de uitwerking bestaat (minimaal) uit de volgende afbeeldingen: • Uitsnede topografische kaart met het onderzoeksgebied. • Kaarten met de ligging van het plangebied en de belangrijkste structuren en grondsporen. • Allesporenkaart (ASK), weergegeven per periode. • Eventueel coupetekeningen en/of foto’s. • Tekeningen en/of foto’s van de belangrijkste vondsten (na overleg met en goedkeuring van de bevoegde overheid). • Toevoegen indien relevant: Een afbeelding van het plangebied met daarop weergegeven de zones die in aanmerking komen voor behoud in situ/vervolgonderzoek en/of vrijgave.

8 8.1

RAPPORTAGE Uitvoeringsperiode uitwerking; opleveringstermijn (concept)eind-/evaluatierapport

• Direct aansluitend aan het veldwerk dient met de uitwerking van de veldgegevens te worden begonnen. • Indien archeologische waarden zijn aangetroffen dient er een evaluatierapport te worden opgesteld, met kosten van eventueel meerwerk. Dit plan dient voorgelegd te worden aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid ter goedkeuring. • Binnen 16 weken na einde van het veldwerk of de goedkeuring van het uitwerkingsplan dient een conceptrapport te worden opgeleverd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Van deze planning kan in overleg worden afgeweken, in het bijzonder wanneer analyse van vondstmateriaal meer tijd vraagt. 8.2

Procedure toetsing standaard-/conceptrapport door de bevoegde overheid

Opdrachtgever en bevoegde overheid ontvangen ieder een digitaal exemplaar (pdf) van het conceptrapport ter keuring. De op- en aanmerkingen van beide partijen dienen verwerkt te worden en leiden tot de definitieve versie van het rapport.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 19 van 26

8.3

Inhoud standaard-/evaluatierapport

Het rapport dient minimaal de volgende onderdelen te bevatten. • Een korte samenvatting van de resultaten van het voorgaand onderzoek. • Een paragraaf waarin staat vermeld wat voor soort plan het betreft, welke ontwikkelingen er gaan plaatsvinden en tot welke diepte verstoring gaat plaatsvinden en in welke fase van de planprocedure het plan zich bevindt. • Een overzichtskaart - met landelijke coördinaten - met de begrenzingen van het plangebied (minimaal 1:25.000). • Een gedetailleerde (overzichts)kaart - met landelijke coördinaten - met de ligging van de proefsleuven (en de eventuele opgraving), waarop de hoofdstructuren van de archeologische sites herkenbaar staan aangegeven. • Een kaart van het plangebied waarop: o het areaal van de archeologische sites staat aangegeven (indien van toepassing) o het areaal van verstoorde bodemprofielen in het plangebied staat aangegeven (indien van toepassing) • Een paragraaf met (verantwoording) methode en technieken. • Een paragraaf met de vraagstelling en de doelstelling van het archeologisch onderzoek. • Een paragraaf over eerder gedane archeologische vondsten in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied. • Een paragraaf over de fysische-geografie van het plangebied.

• De resultaten van het onderzoek dienen te worden geleverd in de vorm van een standaardrapport inclusief vlaktekeningen (zie hieronder) en indien noodzakelijk profieltekeningen, vondstenlijsten (zie hieronder), sporenlijsten (zie hieronder) en monsterlijsten. • De vlaktekeningen van de proefsleuven - met landelijke coördinaten - waarop de grondsporen (uitgesplitst naar periode) herkenbaar staan afgebeeld inclusief hun nummer. • Relevante coupetekeningen en/of foto’s. • De vondstenlijst waarin per archeologisch artefact (AF) staat aangegeven: 1. het spoor waarin het AF is aangetroffen, 2. de conserveringstoestand van het AF (verbrand, vorst schade, geërodeerd, etc.), 3. de determinatie, 4. de datering van het AF en 5. een beschrijving van het AF (l. x b. x h., baksel/materiaal, versiering, bewerkingssporen, etc.). • De sporenlijst waarin staat aangegeven: 1. het soort spoor, 2. de (conserverings-)toestand van het spoor, 3. de datering van spoor en 4. welke vondstnummers er in aanwezig zijn. • Een paragraaf van vindplaatsbeschrijvingen met daarin in ieder geval de volgende thema’s: de omvang en ligging, de datering, de vondstomstandigheden, de aard van de vondsten, de conservering en de diepteligging. • Tekeningen en/of foto’s van de belangrijkste vondsten. • De eventuele beperkingen van de toegepaste methode.

• Een paragraaf met de antwoorden op de onderzoeksvragen • Een waardering van de nieuwe sites volgens de KNA versie 4.1. • Een paragraaf met conclusies en aanbevelingen ten aanzien van mogelijk vervolgonderzoek.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 20 van 26

8.4

Kwaliteit

• De auteurs zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de rapportage. • Het archeologische onderzoek vindt plaats op basis van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en maatschappelijk integer handelen. • Aanbevelingen en waardeoordelen van de auteurs zijn onafhankelijk ten opzichte van alle partijen en niet onderhevig aan goedkeuring van de opdrachtgever en/of de bevoegde overheid. • De opdrachtgever kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de inhoud, de conclusies en de aanbevelingen. • De bevoegde overheid kan alleen verbeteringen eisen bij aantoonbare tekortkomingen in de wetenschappelijke kwaliteit van de verslaglegging. Wanneer toetsende overheid en auteur tot verschillende conclusies komen, worden beide met wetenschappelijke argumentatie in het eindrapport weergegeven. 8.5

Verschijning en oplage standaardrapport en/of specialistisch deelrapport

• Het rapport wordt uitgegeven door de uitvoerende instantie en in de huisstijl van deze instantie. • Van het conceptrapport wordt een digitaal exemplaar (pdf) aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid geleverd. De opdrachtgever wordt in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren op de rapportage. De bevoegde overheid zal het rapport toetsen aan het PvE en de KNA 4.1. • Na verwerking van eventuele op- of aanmerkingen wordt het definitieve rapport aan de opdrachtgever opgeleverd. • De rapportage wordt uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van opmerkingen door de bevoegde overheid definitief opgeleverd. Van deze planning kan in overleg worden afgeweken. • Na het verwerken van opmerkingen zal het standaardrapport digitaal worden verstuurd aan de opdrachtgever, de gemeente Barneveld (mevrouw P. Kloosterman) en het provinciaal depot voor bodemvondsten te Nijmegen. • Digitaal dient het eindrapport verstrekt te worden aan het ARCHIS meldpunt.

9

(DE)SELECTIE EN CONSERVERING

9.1

Selectie materiaal voor uitwerking

De selectie van vondsten en monsters wordt gedaan in het licht van de vraagstelling, onder verantwoording van de Senior KNA Archeoloog. De gemaakte selectie wordt in het evaluatierapport beschreven. 9.2

Selectie materiaal voor deponering en verwijdering

•

Alle organische en anorganische artefacten die hiervoor in aanmerking komen, zoals houten en leren objecten en metalen voorwerpen, dienen te worden geconserveerd. Hiervan kan alleen worden afgeweken met instemming van de eigenaar van de vondsten, de provincie. De Senior KNA Archeoloog kan een voorstel tot de selectie maken, waarin hij op onderbouwde wijze aangeeft, waarom bepaalde voorwerpen niet hoeven te worden gedeponeerd. Als het depot daarmee instemt kunnen deze voorwerpen verwijderd worden. Voorwerpen die niet gedeponeerd worden hoeven niet geconserveerd te worden. • Tijdelijke opslag van geselecteerde vondsten dient zo te geschieden dat de kwaliteit ervan niet achteruit gaat.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 21 van 26

•

9.3

(Eerste) selectie vindt plaats door de uitvoerende instantie (Senior KNA Archeoloog, dan wel materiaalspecialist). Selectie materiaal voor conservering

• In overleg met de bevoegde overheid wordt bepaald welke voorwerpen voor conservering in aanmerking komen. • Voor de conservering gelden bovendien de aanleveringseisen van het Archeologisch Depot van de provincie Gelderland.

10

DEPONERING

10.1 Eisen betreffende depot •

Alle vondsten zijn vanaf het moment van vinden eigendom van de provincie (Erfgoedwet Artikel 5.7. Eigendom van archeologische vondsten), tenzij zij gedaan zijn in een gemeente met een eigen erkend depot (zie ook Erfgoedwet Artikel 5.7. Eigendom van archeologische vondsten) dan wel van de Staat indien zij buiten het grondgebied van enige gemeente zijn gevonden. In deze gevallen valt het eigendom toe aan respectievelijk gemeente of Staat. De projectleider kan na de uitwerking het depot voorstellen een deel van de vondsten te selecteren voor definitieve verwijdering uit de collectie, mits wetenschappelijk verantwoord en op advies van een deskundige specialist. De selectie dient representatief te zijn voor het geheel van het verzameld materiaal binnen de aangetroffen materiaalcategorie. Het is wenselijk om van het materiaal dat wordt verwijderd bepaalde basisinformatie te registreren (zoals aantal, gewicht etc.), alvorens het te deselecteren. Deze representatieve selectie maakt deel uit van het evaluatierapport en dient altijd ter goedkeuring voorgelegd worden aan depothouder (/eigenaar). Het is aan de beheerder van het depot om over de definitieve verwijdering te beslissen. Uitzondering op het bovenstaande vormt de materiaalcategorie ‘bouwmateriaal, onversierd’; dit kan meteen in het veld door de uitvoerend archeologen representatief worden geselecteerd.

• Opgegraven vondstcomplexen (onderzoeksdocumentatie en vondsten) worden zo compleet mogelijk aangeleverd. • De vondsten, monsters en documentatie dienen binnen een periode van 2 jaar na afronding van het veldwerk te worden overgedragen aan het Archeologisch Depot van de Provincie Gelderland, conform de deponeringseisen van het depot en de desbetreffende specificaties van de KNA versie 4.1. • De (eind)resultaten van het onderzoek worden verwerkt in ARCHIS. 10.2 Te leveren product Standaard-/conceptrapport is een rapport volgens de vigerende versie van de KNA-specificatie volgens onderstaande bepalingen in dit hoofdstuk van dit PvE. Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. 10.3 E-depot Conform KNA 4.1 wordt ook een digitale versie van het rapport aangeleverd aan en opgenomen in het zogenaamde E-depot onder vermelding van het onderzoeksmeldingsnummer.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 22 van 26

11

RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN

11.1 Personele randvoorwaarden • Het onderzoek moet worden verricht door een daarvoor gecertificeerd bedrijf conform BRL 4000 en de protocollen 4003 en 4004, onder leiding van personeel dat in het beroepsregister is ingeschreven. • Het team dat het onderzoek uitvoert staat onder leiding van een Senior KNA Archeoloog als projectleider, met ervaring met onderzoeken in het Utrechts-Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio’s. In het veld worden de werkzaamheden uitgevoerd door minimaal een KNA Archeoloog, als dagelijks wetenschappelijk leider, met ervaring met onderzoeken in het Utrechts-Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio’s, en minimaal een veldtechnicus/archeoloog. De metaaldetector dient te worden gehanteerd door een medewerker met ervaring. • De door de archeologisch uitvoerder in te zetten functionarissen zoals Projectleider, KNA Archeoloog en specialisten dienen over aantoonbare kennis te beschikken over nederzettingen en vondstmateriaal van de aan te treffen archeologische periode(n). • De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring op de Utrechts-Gelderse zandgronden. Indien deze niet voorhanden is, dient de machinist te worden begeleid door een Senior KNA Archeoloog. • De veldploeg dient qua samenstelling te voldoen aan de KNA versie 4.1.

Dit is minimaal een KNA Archeoloog Ma en een KNA Archeoloog Ba, Senior veldtechnicus. • Een fysisch geograaf met een specialisatie in Utrechts-Gelderse zandgronden of een archeoloog met relevante fysisch-geografische ervaring wordt ingezet voor de interpretatie van ingewikkelde bodemprofielen. • De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van materiële cultuur, botanische en archeozoölogische resten uit de te verwachten perioden. • Zowel voor veldwerk als voor de uitwerking, conservering en rapportage is de aanwezigheid van een Senior KNA Archeoloog en een specialist met periode-/materiaal- of gebiedspecifieke kennis en/of ervaring vereist. • Uitwerking en rapportage dienen te geschieden door materiaal- en diachrone-specialisten (zoals fysisch-geograaf, fysisch-antropoloog, aardewerkdeskundige, archeozoöloog, archeobotanicus) met aantoonbare ervaring op het gebied van de door hen te onderzoeken materiaalgroep/categorie. 11.2 Overlegmomenten Indien tijdens het veldwerk sporen, structuren of vondsten worden aangetroffen waarvan de aard, omvang of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Er vindt dan op korte termijn een bijeenkomst plaats, waarop de archeologisch uitvoerder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid een vervolgstrategie bepalen.

11.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie • Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA versie 4.1 en dit PvE. In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA versie 4.1 van toepassing. • Het veldwerk wordt uitgevoerd onder leiding van een KNA Archeoloog. Er is een Senior KNA Archeoloog als eindverantwoordelijke betrokken bij het project.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 23 van 26

• Ten aanzien van de conditie, kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is. • Indien de resultaten van het veldwerk niet van dien aard zijn dat er reden is voor het opstellen van een evaluatierapport kan dit achterwege blijven. • Bij de evaluatiefase wordt in een evaluatierapport een voorstel gedaan voor de te deponeren en te verwijderen vondsten. De depothouder van de provincie Gelderland wordt het evaluatierapport tijdens de evaluatiefase ter goedkeuring voorgelegd. Pas na goedkeuring van het evaluatierapport door de depothouder kunnen vondsten en monsters op controleerbare wijze worden verwijderd. Indien na 15 werkdagen geen reactie is gekomen van de depotbeheerder kan het werk zonder goedkeuring voortgezet worden. • Na afloop van het veldwerk wordt een kort (telefonisch) overleg gehouden met de opdrachtgever en de bevoegde overheid over de resultaten. • Te deponeren vondsten en monsters worden ingekrompen tot een minimale hoeveelheid benodigd voor herinterpretatie en/of uitgebreider onderzoek, gebaseerd op wetenschappelijke criteria. 11.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen De externe communicatie rondom het archeologisch onderzoek ligt geheel in handen van de opdrachtgever.

Vanuit de archeologische uitvoerder zal alle medewerking worden verwacht voor het verschaffen van inhoudelijke informatie die voor de externe communicatie van belang kan zijn. Indien het wenselijk wordt geacht dat er een informatiemoment wordt georganiseerd en de inzet vanuit de archeologische uitvoerder hiervoor niet vanuit de verleende opdracht is te realiseren, dan worden hiervoor eerst aanvullende afspraken gemaakt.

12

WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE

12.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk • Indien tijdens het veldwerk bijzondere vondsten worden gedaan of (complexe) sporen of structuren worden aangetroffen die niet in het onderzoeksvoorstel zijn voorzien, wordt contact opgenomen met de bevoegde overheid en de opdrachtgever/initiatiefnemer. In overleg zal dan eventueel kunnen worden gekozen voor een andere aanpak. • Indien het gaat om belangrijke wijzigingen, zullen deze te allen tijde aantoonbaar voorgelegd worden aan de opdrachtgever, bevoegde overheid en de depothouder. Belangrijke wijzigingen zijn: o Significante afwijkingen van verwachte vondstmateriaal/vondsten (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). o Wijzigingen die (de)selectie en conservering vondsten beïnvloeden. • Wijzigingen op het PvE worden overlegd met de bevoegde overheid. Ook in geval van minderwerk of het eventueel uitvoeren van meerwerk, wordt eerst overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. • Mutaties op het PvE worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten. • Bij ingrijpende wijzigingen is altijd toestemming van de bevoegde overheid nodig.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 24 van 26

12.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid: • Afwijking van de archeologische verwachting, • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode, • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden, • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten. 12.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie 12.4 12.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering •

•

•

13

Na afloop van het veldwerk wordt contact opgenomen met de opdrachtgever en de bevoegde overheid om dit te melden en vindt er indien nodig een voorlopige evaluatie plaats van de behaalde resultaten en de mogelijk aangetroffen archeologische waarden. Tijdens dit overleg bepalen de Senior KNA Archeoloog en de bevoegde overheid samen de verdere strategie bij de uitwerking en stellen ze de noodzaak vast van de analyse van eventuele monsters en van mogelijke laboratoriumdateringen. Alle vondsten en uitgewerkte monsters moeten geconserveerd worden aangeleverd aan het archeologisch depot, tenzij schriftelijk en op grond van een evaluatierapport voor conservering anders is aangegeven door de desbetreffende depothouder. In een conserveringsrapport dient te worden vastgelegd welke vondsten op welke wijze en met welke middelen zijn geconserveerd. Ten aanzien van de conditie kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.

AANVULLENDE EISEN

13.1 Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk • De uitvoerdatum en uitvoeringstermijn van het veldwerk wordt in overleg met de opdrachtgever vastgesteld. • De archeologisch uitvoerder dient zorg te dragen voor het aanmelden van het onderzoek bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk. • De bevoegde overheid wordt tijdig door de archeologische aannemer geïnformeerd over de start van het onderzoek. In nauw overleg tussen de archeologische aannemer en de adviseur van de bevoegde overheid kan in het veld besloten worden om de onderzoeksstrategie te wijzigen. Dit ten einde om met het onderzoek de archeologische waarden zo goed mogelijk in beeld te brengen.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 25 van 26

13.2 Uitvoeringscondities veldwerk • Toegankelijkheid, vergunningen, betredingstoestemming en bereikbaarheid dienen door de opdrachtgever te worden geregeld. • Tevens draagt de opdrachtgever zorg voor gelegenheid tot het plaatsen van een schaftwagen, een container voor opslag van materiaal en een chemisch toilet. De opdrachtgever verzorgt de contacten met andere belanghebbenden. Tenzij door de opdrachtgever nadere bepalingen zijn gesteld, worden de proefsleuven tijdens of onmiddellijk na het onderzoek gedicht en aangereden volgens met de opdrachtgever gemaakte afspraken. • Additionele deelname van amateurarcheologen aangesloten bij een lokale of regionale/landelijke vereniging op het gebied van de archeologie is welkom, mits onder begeleiding van de archeologische uitvoerder en tijdens reguliere werkuren. Voorwaarde hieraan is dat ze een positieve bijdrage kunnen leveren aan het veldwerk en/of inhoud van het onderzoek. De aanwezigheid van amateurarcheologen wordt vastgelegd in de dag- en weekrapporten. • Het goedgekeurde PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn. • De archeologische uitvoerder zorgt dat grote/belangrijke archeologische sporen en resten aan het eind van de dag zijn veilig gesteld voor “schatgravers”. • De opdrachtgever informeert de archeologische uitvoerder over de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied.

• De gravende civieltechnische uitvoerder doet een graafmelding bij het KLIC indien de gegevens van kabels en leidingen niet voorhanden zijn bij de opdrachtgever. • De opdrachtgever verstrekt indien gewenst kopieën van de milieurapporten. • De uitvoerder neemt preventieve maatregelen tegen inbraak en vandalisme. • Opgravingdocumentatie en waardevolle vondsten mogen niet onbeheerd in de keten achterblijven. 13.3 Niet gesprongen explosieven (NGE) en veldgraven • Indien er NGE worden aangetroffen worden de veldwerkzaamheden direct gestaakt en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen genomen. • Het aangetroffen projectiel dient, indien het niet dezelfde dag geruimd wordt, weer afgedekt te worden met grond. • In een straal van minimaal 100 meter rond het aangetroffen projectiel dient het terrein te worden ontruimd. • De politie dient te worden ingelicht. Deze zal een proces verbaal opstellen en de vondst bij de explosieven opruimingsdienst defensie (EOD) melden. • Op basis van aangeven van de politie/EOD kunnen mogelijk in delen van het terrein de werkzaamheden hervat worden. • Bij het aantreffen van veldgraven zal het bergings- en identificatieteam van de landmacht worden ingeschakeld. Zij nemen het bergen van het veldgraf over.

o Telefoonnummer (tijdens kantooruren): (033) 466 24 41 o Telefoonnummer (buiten kantooruren): 06-53 41 52 07 o email: bidkl@mindef.nl o https://www.defensie.nl/onderwerpen/berging-en-identificatieoorlogsslachtoffers/de-bergings--en-identificatiedienst • Uw eigen veiligheid gaat boven alles.

PvE 12169.003 versie D1

Pagina 26 van 26

Figuur 1.

Situering van het plangebied binnen Nederland

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen Nederland (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 2.

Detailkaart van het plangebied

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Detailkaart van het plangebied (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 3.

Luchtfoto van het plangebied

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Luchtfoto van het plangebied (bron: gspot:LUFO_2016) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 4.

PVE 12169.003 VERSIE D1

Inrichtingsplan

PVE 12169.003 VERSIE D1

PVE 12169.003 VERSIE D1

1

2

3

4

5

6

Berm 1.00

Rijbaan 5.00

Trottoir 1.95

7

8

9

10

11

12

13

14

Wadi var.

r

15

eg w gs

17

18

19

20

21

22

23

24

k

nin

rb

Ko

r

7

A

16

A

5

1

Bo tr ss

Opsluitband 200x250mm in stelspecie met steunrug

t aa

wl

r

wl bk

Dr

43.75

.C.

43.80

Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug

k

.H

Opsluitband 100x200mm

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

Dr

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand

/0

25

.H

43.60

at tra ss Bo

10

OB

bk

G

25

1

.70 43

KF

x

.60 43

k

G

20 OB

30 23

30

.80 .70 43 .75 43 .80 43

8

D Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

wl

46.32

46.27

k

46.16

r

Stuw, hardhout, b.k. = 44.47 Overstorthoogte: 44.32

43.4

A 28

2

r

19

43.4

30x

Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh)

E

7

G

HWA IT PP Ø250mm b.o.b. 44.65

43.6

17

2

2 44.6 2 44.6

Doorsnede B-B (L)

R/B

KF

7

26

VWA PP Ø250mm b.o.b. 44.69

44.4

30

E

.15 44

Geleideband 50/200x200mm in stelspecie met steunrug

.15

43

k

.15

80mm molgoot BSS KF zwart 100mm stelspecie 200mm menggranulaat

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

44

100mm grasbetontegels, 400x600mm, grijs 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

46.20

.8 42

46.30

VP = 46.40

.88

G

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug 46.25

43 8

5

2.0

0 x3 30

Opsluitband 100x200mm

WONING

.8 43

5 1.9

Rijbaan 5.50 r

D

28

0 5.4

13

Parkeervak 5.00

. 70

10 OB

0 5.0

A

k

C

42

k

Trottoir 1.95

Stuw, hardhout, b.k. = 43.88 Overstorthoogte: 43.77

R/B

KF

5 GB

C

5 7.4

20 OB

Schaal 1:50

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

A

1:1

.60 43

43

Doorsnede A-A

B

.70 42

.70 OB20 43

k

VWA PP Ø250mm b.o.b. 42.59

1:1

1:1

1:1

10 OB

42.70 Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh)

G

25

3

B

KF

30 .60 5 30x .3 6 4

43 A

Infiltratieput Ø2000 mm, beton, met roosterdeksel, rondom straatmat BSS KF aanbrengen, hoogte instroom: 43.50+ N.A.P. tevens overstortleiding Ø200mm aansluiten op bestaand HWA riool

G

k

.C.

43.70

Schaal 1:50 44.7 0

44.8

0

0 44.8

30x3

24

0

0 44.9 5 44.9 0 45.0

G

F 22

Parkeervak 5.00

WONING

vp

5. =4

Nieuwe perceelsgrens Bestaande perceelsgrens Projectgrens

7.20

Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh) 0 45.4

=

vp

1:1

5 45.3

4

vp =

5 46.1

6.20

Molgoot, 5-streks, BSS KF R/B, in stelspecie R/B

KF

r

-9A

Schijngoot, 5-streks, BSS KF R/B Stuw, hardhout b.k. = 45.65 Overstorthoogte: 45.50

Uitstapstrook, 5-streks, betonstraatstenen 100x200 mm, zwart Materiaalgrens verharding Planten haag, h=0,80m, op particulier terrein, locatie sparingen t.p.v. tuinpad n.t.b.

G

9

vp =

2.01

1.95

6.25

4

Bestaande haag handhaven Verloopband GB5/20 > OB20

5.70

0

OB6

5.70 3.89

0

4

2.50

KF 3.50

GB5

G

t ids

Sm

30x30

GB5

46.48 46.55

OB10

t raa

46.60

OB10

OB10

ids Sm

inrit

5

GB5

GB

0 5.5

46.25 46.36

2.50

inrit

30x30

46.34

2.75

2.50

Uitstroomvoorziening taludbeschermer, kunststof

Bestaande boom met boomnummer en kroonprojectie

46.31 46.36 G

N

5.68

2.75

Nieuwe boom

OB10 46.60

inrit

0

vp = 46.70

vp = 46.70

G

5.70

5.10

5

7.5

10m

P

5.70

· · ·

10.00

30x30

A 3-5

2.5

OPMERKINGEN 5.10

5.10

5.70

3.89

3.89

5.70

M

Stuw, hardhout

G

B

at

5.70

5.10

5.10

5.10

Doorspuitput kunststof Ø315mm

O

46.50 46.55

GB5

tra

5.10

L

Inspectieput VWA beton 800x800 mm

46.46 46.51

5.50

R/B

GB5 30x30

46.60

vp = 46.70

r

P

Groenvak / gazon

5.50

KF

G

46.52 46.55

46.52 46.55

G

vp = 46.70

Lichtmast

G

OB6 OB6

46.51

KF

8.10 30x30

46.55

HWA

3.50

1.50

2.50

46.47

46.50 46.55

46.34

46.27

2.75

Inrit t.b.v. toegang particuliere garage

Infiltratieput met overstort, voorzien van roosterdeksel

1.50

var.

45.76

Betontegels, 300x300x60 mm, halfsteensverband, grijs

inrit

Inspectieput HWA beton 800x800 mm

46.52 46.47

0.53

HWA

46.32

var.

G

30x30

Molgoot aansluiten op bovenkant uitstroombak

Trottoirkolk bestaand

R/B

KF

46.39

Speelplaats n.t.b.

0 5.0

GB5

46.43 46.38

GB5 46.26

45.76

1:3

Betontegels, 300x300x45 mm, lintverband, grijs

Prefab uitstroombak, beton

R=0

4.47

1.50

1.50

G

R=10.50 .50

Breeklijn bovengrondse hemelwaterafvoer R=3.00

4 46.2 3 1: 6 45.7

B-B (LR)) B-B (

5.00

5 46.2

46.60

7 46.2 2 46.3

2.25

1:7.5

30x30

R=

HWA

46.35 2 46.0 7 45.9

6 45.9

6 45.7

0 46.3

Betontegels, 300x300x45 mm, halfsteensverband, grijs

.22

GB5

HWA

GB5

R=2.00

var.

G

5

9

46.0 4 46.0

KF

3

46.2

1.95

0 30x3 0 1 OB

Toekomstige doorgang n.t.b.

G

2.75

G

30x30

5.00

GB

.40

3.50

8.10

46

5.50

5 46.2 8 . 6 4 1

46 vp =

K

Overstortput voorzien van roosterdeksel

46.22

5.70

GB5

G

KF 0 46.2 5 2 0 . 46 46.2

5.20

OB10

Betonstraatstenen, keiformaat, elleboogverband, grijs

46.17

3.50

R=0.5 0

2

0 46.3

G

R/B

KF

5.50

0 30x3

46.2

1:2

5 46.2 2 46.2

G

5.10

r

OB10

OB10

5.10

M

0 46.3

5.70

r

4

46.0

Schijngoot (vlak straten)

6 46.0

0.53

inrit

5.10

1

KF

5.50

46.4

inrit

5.20

0

vp =

5.10

9 46.0

46.0

5.00

5.70

OB6 OB6

OB6 OB6

Betonstraatstenen, keiformaat, keperverband, grijs

Straatkolk 334x334 mm 4.47

G

0 30x3

G

5

5.0

5.70 r

45.80 45.80

0 30x3 R=

2.75

1.95

46.4

0 30x3

1.50

0

vp =

B

L

OB10 GB5

G

G

3.89

G

5 46.2 0 46.2

2.75

0

46.4

5 46.2

0

O 0 46.2

vp =

30x3

5 46.1

0

45.80

OB10 46.3

OB20

5.10

5.10

KF

2.50

g we

Betonstraatstenen, keiformaat, keperverband, rood/bruin

Grasbetonstegels, 600x400, grijs, inzaaien met gras

GB

gs

0

30x3

46.4

45.90

nin

5.40

R/B

46.14

Ko

G 6

2.05

0

vp =

5.10

10.00

n Ko

r

5.00

5.70 1.80 1.92

eg sw ing

1.95

KF

44.80

46.3

vp =

46.95 45.90

46.3

46.26

K

0

vp =

Inritblokken 800x500 mm, grijs (links-midden-rechts)

1:1

46.10 46.15

5

46.2

46.05 46.00 GB5

8

46.00

4 -8B

9.50

6.20

J

Hekwerk met hedera begroeiing, h=1,80m, op particulier terrein, locatie poorten n.t.b.

0

30x3

1:1

N

Opsluitband 60x200 mm, grijs

44.80

4

inrit

5 46.1 0 46.2

46.00 OB10 45.95 30x30 45.90

5

46.0

45.8

45.80 45.80

5

OB6

0 46.0

10

Opsluitband 100x200 mm, grijs

4%

45.7

H

Opsluitband 200x250 mm, grijs, in stelspecie incl. steunrug

OB10

7

45.4

11A 11-

5.50

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

OB6

0

vp =

1:1

G

16

44.48

GB5

45.6

Geleideband 50/200x200 mm, grijs, in stelspecie incl. steunrug

OB20 45.48

8

Doorsnede B-B (R) Schaal 1:50

Prefab keerwand GB5

OB20

VWA PP Ø250mm b.o.b. 44.86

r

J

G

Bestaande topografie met huisnummer

20

r

H

28

45.65 45.65

Ko

gs n i n

= vp

g we

0 45.4

Legenda bovengrondse inrichting

G

13A

25

45.20 45.25 45.30

VP = 46.70

46.50

44.10

46.60

46.55

46.46

46.38

Opsluitband 100x200mm

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug

7.20

G

46.43

100mm grasbetontegels, 400x600mm, grijs 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

Stuw, hardhout, b.k. = 45.04 Overstorthoogte: 44.89

43.99

Geleideband 50/200x200mm in stelspecie met steunrug

80mm molgoot BSS KF zwart 100mm stelspecie 200mm menggranulaat

45.10 45.10

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

44.99

13B

0

Trottoir 1.95

30x30

15

6.0

Rijbaan 5.50

10

F

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

Maatvoering in meters Hoogtes in meters t.o.v. N.A.P. Materialen in millimeters

46.70

9.50

1.92 1.80

Q

vp = 46.65

vp = 46.65

vp = 46.60

vp = 46.60

46.57

G 46.57

OB6

30x30

vp = 46.65

1.92

30x30

1.92

46.60

46.60

1.80

vp = 46.60

7

Q

vp = 46.65

6

G

46.65

vp = 46.65

OB6 46.62

ONDERWERP: 9

R

PROJECT: KLOEZEMAN GARDEREN ONDERDEEL: ONTWERP INRICHTING HOFJE - BOVENGRONDS Fase: Definitief ontwerp (DO) Versie: 2

r

OVERZICHT SCHAAL: 1:250

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

GETEKEND:

SCHAAL:

BESTEK:

ARCH.NR:

B. SMINK

1:250 / 1:50

-

DO-01a

DATUM:

FORMAAT:

STATUS:

BLAD:

28-10-2020

A0

DEFINITIEF

1/2

21

22

23

R

24

1

2

3

4

5

6

Berm 1.00

Rijbaan 5.00

Trottoir 1.95

7

8

9

10

11

12

13

14

Wadi var.

r

15

eg w gs

17

18

19

20

21

22

23

24

k

nin

rb

Ko

r

7

A

16

A

5

1

Bo tr ss

Opsluitband 200x250mm in stelspecie met steunrug

t aa

wl

r

wl

.50 42

bk

Dr

43.75

.C.

43.80

Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug

k

.H

Opsluitband 100x200mm

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

Dr

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand

/0

25

.H

43.60

.C.

.60 5 .6 43

43 A

25

3

42.70

bk k

VWA PP Ø250mm b.o.b. 42.59

B

.70 43

Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh)

1:1

1:1

1:1

B

Infiltratieput Ø2000 mm, beton, met roosterdeksel, rondom straatmat BSS KF aanbrengen, hoogte instroom: 43.50+ N.A.P. tevens overstortleiding Ø200mm aansluiten op bestaand HWA riool

k

at tra ss Bo

43.70

25

.70 42

1

.70 43

23

.80

Doorsnede A-A

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

A

1:1

43

.60 43 .60 43

k

.70 43 .75 43 .80 43

Schaal 1:50

C

Stuw, hardhout, b.k. = 43.88 Overstorthoogte: 43.77

C

42

k

. 70

PP

.8 42 8

.88

.8 43 m 8

A

k

43

m 50 Ø2

28

13

Rijbaan 5.50

Parkeervak 5.00

Trottoir 1.95

r

.15

43

D

5

6 42.

wl

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

46.32

46.27

k

46.16

46.20

.15 44

Geleideband 50/200x200mm in stelspecie met steunrug

.15

46.30

VP = 46.40

80mm molgoot BSS KF zwart 100mm stelspecie 200mm menggranulaat

44

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug 46.25

k

.65

Opsluitband 100x200mm

WONING

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

42

D

100mm grasbetontegels, 400x600mm, grijs 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

r

Stuw, hardhout, b.k. = 44.47 Overstorthoogte: 44.32

7

HWA IT PP Ø250mm b.o.b. 44.65

43.6

17

2

2 44.6 2 44.6 73 42.

Doorsnede B-B (L)

E

7

26

VWA PP Ø250mm b.o.b. 44.69

43.4

44.4

E

mm

Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh)

2

r

19

43.4

50 Ø2 PP

A 28

Schaal 1:50 42.73

44.7 0

0 44.8

44.8

24

0

0 44.9 5 44.9 0 45.0

F 22

WONING VP = 46.70 5 5.2

46.50

=4

vp 20

Nuts tracé 1,0x1,2m (bxh)

r

r

5.40 =4

1:1

Rijbaan 5.68

Doorsnede B-B (R)

45.48

4 5 45.3

Schaal 1:50 0

45.7

J

vp =

46.2

5 46.1

0

46.00 45.95 45.90

0

46.2

inrit

5 46.1

0

44.32

r

Stuw, hardhout b.k. = 45.65 Overstorthoogte: 45.50

43.47

Principedoorsnede stuw in wadi

44.80

5

46.0 45.5

-9A

J

Schaal 1:50

9

6.25

4

vp =

1:1

5

46.2

B

0

45.80 45.80

L

B

.40

4

46.0

0

vp =

0

46.3

6 45.9

6 45.7

1:7.5

5 46.2

45.76

1:3

9

.22

3

46.2

HWA

2 46.0 7 45.9 5 44.6

7 46.2 2 46.3

.95 44.80

Infiltratiesysteem (1m3) inclusief zandvangput met drijfvuilscherm op particulier terrein Inspectieput HWA beton 800x800 mm Overstortput voorzien van roosterdeksel

Inspectieput met roosterdeksel t.b.v. overstort wadi instroomhoogte: 45.92

HWA

Inspectieput VWA beton 800x800 mm

46.32

var.

46.47

Straatkolk 334x334 mm Trottoirkolk bestaand

HWA

Prefab uitstroombak, beton 46.36

46.34

46.31

Uitstroomvoorziening taludbeschermer, kunststof

46.36

N

Put HWA bestaand

var.

45.76

46.51 45.02

t ids

Sm

46.55

46.48 46.55

46.52 46.55

PP Ø250 mm

t raa ids Sm

B

at

0

vp = 46.70

vp = 46.70

vp = 46.70

Inrit t.b.v. toegang particuliere garage

inrit

tra

vp = 46.70

inrit

46.60

inrit

inrit

Lichtmast

44.73

46.60

46.60

46.60

46.50 46.55

46.52 46.55

Put VWA bestaand

44.73

1:2

2.5

5

7.5

10m

Huisaansluitingen VWA en HWA n.t.b.

Huisaansluitingen VWA en HWA n.t.b.

OPMERKINGEN

r

P

Doorspuitput kunststof Ø315mm

O 46.52 46.47

46.50 46.55

46.34

46.27

M

Infiltratieput beton Ø2000mm met overstort, voorzien van roosterdeksel

B-B (LR)) B-B (

46.43 46.38

Breeklijn bovengrondse hemelwaterafvoer

46.39

Speelplaats n.t.b. r

46

46.35

var.

4 46.2 3 1: 6 45.7

0 46.2 0 46.2

46.22

HWA

46.0 4 46.0

5 44.8

0 46.3

5 46.2

0m Ø25

46.26

.40

46 vp =

Schijngoot, 5-streks, BSS KF R/B 46.17

m

P IT P

2

5 46.2 8 . 6 4 1

Stuw, hardhout, constructie nader te detailleren Molgoot, 5-streks, BSS KF R/B, in stelspecie

25 PP Ø 46.2

46.26

M

VWA

L

Kolkaansluiting PP 160 mm

4

5 46.2 6.22 m 4 m 0

n

l

aans

Huis

gen uitin

WA en H

Kolkaansluiting PP 125 mm

44.6

46.46 46.51

r

Transportleiding VWA PP 250 mm

6.30

inrit

.t.b.

Infiltratieleiding HWA PP 250 mm

5

4

46.0

46.25

1

46.4

9 46.0

Molgoot aansluiten op bovenkant uitstroombak

Schijngoot (vlak straten)

6 46.0

r

inrit

44

T

O 0 46.2 46 vp =

Nuts tracé

PP

5 46.2 0 46.2

Projectgrens

46.14

5 46.1

a Huis

46.3

uit

ansl

0

46.4

5 46.2 vp =

nV inge

Bestaande perceelsgrens

46.10 46.15

e WA

eg

44.53

gs w

5 I

nin

44.5

A n. W H n

44 .9

Ko

3

t.b.

6

K

Nieuwe perceelsgrens

PP Ø250 mm

K

r

46.4

46.05 46.00

g we ngs oni

43.66

0

vp =

Bestaande topografie met huisnummer

0m45.80 m

vp

28

.30 = 46

Ø2 5

K

vp

Legenda ondergrondse inrichting

45.90

8-8

.30 = 46

46.95 45.90

0

46.2

46.00

1:1

N

H

44.47

44.47

1:1

45.8

0

46.0

45.65 45.65

5

11A 11-

10

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

7

45.4

45.80 45.80

vp =

PP Ø250 mm

16

1:1

Stuw in wadi

4%

H

vp

VWA PP Ø250mm b.o.b. 44.86

1:1

Ko

gs n i n

G

44.48

13A

= vp

g we

0 45.4

44.10

46.60

46.55

46.46

46.38

Opsluitband 100x200mm

45mm betontegels grijs 300mm cunetzand Geleideband 50/200x200mm, in stelspecie met steunrug

45.20 45.25 45.30

G

46.43

100mm grasbetontegels, 400x600mm, grijs 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

Stuw, hardhout, b.k. = 45.04 Overstorthoogte: 44.89

43.99

Geleideband 50/200x200mm in stelspecie met steunrug

80mm molgoot BSS KF zwart 100mm stelspecie 200mm menggranulaat

45.10 45.10 42.81

80mm BSS KF keperverband, rood/bruin 50mm straatlaag brekerzand 250mm menggranulaat 0/31.5

44.99

13B

m 250 m

Trottoir 1.95

43.50

Parkeervak 5.00

15

PP Ø

Rijbaan 5.50

10

F

Grasbetontegels toepassen in wadi om uitspoeling te voorkomen

P · · ·

A 3-5

Maatvoering in meters Hoogtes in meters t.o.v. N.A.P. Materialen in millimeters

46.70

Q

vp = 46.60

vp = 46.60

vp = 46.65

vp = 46.65

vp = 46.65

6

vp = 46.60

7

46.60

46.57

Q vp = 46.65

46.60

46.65

46.57

46.62

vp = 46.65

ONDERWERP: 9

R

PROJECT: KLOEZEMAN GARDEREN ONDERDEEL: ONTWERP INRICHTING HOFJE - ONDERGRONDS Fase: Definitief ontwerp (DO) Versie: 2

r

OVERZICHT SCHAAL: 1:250

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

GETEKEND:

SCHAAL:

BESTEK:

ARCH.NR:

B. SMINK

1:250 / 1:50

-

DO-01b

DATUM:

FORMAAT:

STATUS:

BLAD:

28-10-2020

A0

DEFINITIEF

2/2

21

22

23

R

24

Figuur 5.

Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 6.

Situering van het plangebied binnen het AHN

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 7.

Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 8.

Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN)

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 9.

Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Barneveld

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Barneveld Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 10.

Situering van het plangebied binnen de Caert van de Limitten van de hooge Heerlijckheid Het Loo (Leenen) uit 1748

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Caert van de Limitten van de hooge Heerlijckheid Het Loo (Leenen) uit 1748 Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 11.

Situering van het plangebied binnen de historische kaart uit 1807 (De Man)

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de historische kaart uit 1807 (De Man) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 12.

Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan)

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan) (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 13.

Situering van het plangebied Militaire topografische kaart uit 1872 (Bonneblad)

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1872 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 14.

Situering van het plangebied Militaire topografische kaart uit 1900 (Bonneblad)

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1900 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 15.

Situering van het plangebied Militaire topografische kaart uit 1931 (Bonneblad)

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1931 (Bonneblad) (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 16.

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1962

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1962 (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 17.

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1995

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1995 (bron:www.topotijdreis.nl) Legenda Plangebied

PVE 12169.003 VERSIE D1

Figuur 18.

Advieskaart aan te leggen proefsleuven

Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Advieskaart aan te leggen proefsleuven Legenda Plangebied Locaties aan te leggen proefsleuven

PVE 12169.003 VERSIE D1

Bijlage 1: Tabel met de verwachtte aantallen10 Onderzoek

Verwachting

Koningsweg 28 te Garderen

Bronstijd t/m Middeleeuwen

Omvang

Verwachte aantal m2

Circa 10.650 m²

1.000 m²

Vondstcategorie

Verwachte aantallen (N)

Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk

Monstername

Verwachte aantallen (N)

Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster

stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk

10 Aan deze aantallen kunnen geen rechten worden ontleend.

PVE 12169.003 VERSIE D1

100 35 10 5 0 5 15 5 0 0 15 15 0 0 0 3 0 0 25 2 4 0 0 0 0 3 0 2

Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen

Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”

nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee nee ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja

nee nee nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee nee nee

ja ja ja ja ja ja ja ja ja

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster

PVE 12169.003 VERSIE D1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=de61de67-c9ae-4ecf-acc7-a5ff68de4441