Kallenbroekerweg-Bielderweg_Toelichting
Tekst van het document
Kallenbroekerweg-Bielderweg,partiële herziening Buitengebied 2012
(augustus 2024) bestemmingsplan Plannr. 1784
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
7 7 7
Hoofdstuk 3
10
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
13 13 13 14 18 21 21
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
30 30 31 34 37 38 38 40 40 40 42 44 44 44 45 45 46
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
47 47 47 48 48 49 49
Hoofdstuk 7
51
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
2
Lijst planwijzigingen
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
52 52 52 53 53
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Ecologisch onderzoek
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek uilen
Bijlage 5
Ecologische en landschappelijke maatregelen Kallenbroekerweg
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
3
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor de locaties Bielderweg 3 en Kallenbroekerweg 151-153 in Barneveld is een verzoek ingediend om een aantal ontwikkelingen mogelijk te maken. Er wordt - naast de (te herbouwen) woning Bielderweg 3 - een extra woning (met inhoud van 450 m3) binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' aan de woonlocatie Bielderweg 3 toegevoegd. Daarnaast wordt een van de twee woningen van de locatie Kallenbroekerweg 151-153 (met inhoud van 660 m3) verplaatst naar de locatie ten westen van de woonlocatie Bielderweg 3. De twee bestemmingsvlakken 'Wonen' aan de Kallenbroekerweg 151 en 153 worden tot één samengevoegd, waardoor hier planologisch nog maar één woning is toegestaan; de woning nr. 151 is al gesloopt. Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten van het regionale functieveranderingsbeleid, maar deels wordt maatwerk toegepast. De locatie Bielderweg 3 maakt onderdeel uit van landgoed Erica. Landgoed Erica is recent overgegaan naar een andere eigenaar en vormt nu samen met landgoed Het Paradijs één beheerseenheid. Ter verbetering van landgoed Erica is een plan ingediend om de natuur te verbeteren en extra natuur aan te leggen. Tevens wordt met het plan om het woonrecht van de locatie Kallenbroekerweg 151-153 te verplaatsen naar de locatie ten westen van het woonperceel Bielderweg 3, een extra economische impuls gegeneerd.
Ter compensatie wordt, naast de gebruikelijke landschappelijke inrichting van de twee locaties, het volgende ingezet/gerealiseerd: de inzet van sloop van het resterende deel van de voormalige agrarische (bedrijfs)bebouwing (met een oppervlakte van 595 m2) op de locatie Bielderweg 3; de erf(beplanting) en de karakteristieke bebouwing op het perceel Bielderweg 3 wordt hersteld; voor het tekort aan sloopmeters (van 380 m2) wordt in het kader van maatwerk ter compensatiemaatregel de aanleg van 0,7 hectare nieuwe natuur aangelegd; ingezet wordt op het ecologisch en landschappelijk versterken van de locatie Kallenbroekerweg 151-153 en de daaromheen liggende (bos)randen/gronden en herstel van ten zuiden gelegen de houtwal (in het kader van de verplaatsing van het woonrecht van Kallenbroekerweg 151 naar de Bielderweg 3 ten behoeve van ruimtelijke kwaliteitswinst op deze locatie). De natuurontwikkeling en daarmee de inrichting van deze gronden gebeurt deels ter versterking van de Groene Ontwikkelingszone (GO) (inzet op versterking van de kernkwaliteiten die voor het betreffende gebied gelden) en Landgoed Erica. Dit komt bovenop de compensatie van het tekort aan sloopmeters in het kader van maatwerk. Voor deze specifieke versterking kan geen aanspraak gemaakt worden op (provinciale) subsidiemogelijkheden en het gaat alleen om gronden waar nog geen bestemming 'Natuur' geldt.
De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
5
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: ligging plangebied aan de Bielderweg 3 en Kallenbroekerweg 151-153 te Barneveld [bron onderliggende kaart: www.gemeentenatlas.nl] Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit deze partiële herziening.
6
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten westen van de kern Barneveld. Het plandeel aan de Bielderweg 3 wordt aan alle zijden begrensd door agrarische gronden/weilanden en/of natuur. Ten oosten van dit plandeel ligt zorgboerderij 't Paradijs. Het plandeel aan de Kallenbroekerweg 151-153 wordt aan de oost- en noordzijde begrensd door agrarische gronden. Ten zuiden hebben de gronden de bestemming 'Groen' en ten zuiden daarvan liggen agrarische gronden (met paardrijbak). Aan de westzijde ligt het woonperceel aan de Kallenbroekerweg 155 in Barneveld. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied met de twee plandelen weer.
Afbeelding: luchtfoto plangrens van de planlocaties Bielderweg 3 en Kallenbroekerweg in Barneveld.
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad (zie verder Bijlage 1). De gronden ter plaatse van het plandeel aan de Kallenbroekerweg 151-153 in Barneveld hebben de bestemming 'Wonen' (met twee bestemmingsvlakken). De gronden ter plaatse van de Bielderweg 3 hebben de bestemmingen 'Agrarisch', 'Natuur' en 'Wonen'. Ook gelden onder andere de gebiedsaanduidingen 'overige zone - ecologische verbindingszone' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied GV' en dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterhuishouding'.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
7
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012 plandeel Bielderweg 3
8
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012 plandeel Kallenbroekerweg 151-153 Tevens geldt voor het plangebied het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het plandeel aan de Kallenbroekerweg 151-153 heeft hierin de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en voor een klein deel 'Waarde - Archeologie 1'. Het plandeel aan de Bielderweg heeft ter plaatse van het bestaande bestemmingsvlak 'Wonen' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en rondom 'Waarde - Archeologie 1'. Hiermee zijn de dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" vervangen. Daarnaast is recent het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Cultuurlandschap" onherroepelijk geworden. Deze parapluherziening heeft de (tot voor kort binnen het plangebied geldende) dubbelbestemmingen 'Waarde - Beplanting en Verkaveling' en 'Waarde - Openheid en Reliëf' laten vervallen. Op basis van de parapluherziening heeft het gehele plangebied nu de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurlandschap' gekregen. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend totaalplan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning.
Een extra woning binnen de bestemming 'Wonen' en het verplaatsen van een woning naar een locatie met de bestemming 'Agrarisch' is niet mogelijk. Om de beoogde plannen planologisch mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden herzien (ex artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro)). 2.2.1
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit "Hyperscale datacenters" van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
9
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Landgoed Erica is recent overgegaan naar een andere eigenaar en vormt nu samen met landgoed Het Paradijs één beheerseenheid. Ter verbetering van landgoed Erica is een plan ingediend om de natuur te verbeteren en extra natuur aan te leggen. Tevens wordt met het plan om verplaatsing van het woonrecht van het perceel Kallenbroekerweg 151 naar de locatie ten westen van het woonperceel Bielderweg 3 gelegen binnen landgoed Erica - én het realiseren van een extra functieveranderingswoning, een economische impuls gegeven. De woning aan de Kallenbroekerweg 151 is al gesloopt. De twee bestemmingsvlakken 'Wonen' aan de Kallenbroekerweg 151 en 153 worden tot één samengevoegd, waardoor hier planologisch nog slechts één woning is toegestaan. Met toepassing van functieverandering wordt dus een extra woning (een veldschuurwoning met inhoudsmaat van 450 m3) met karakteristiek bijgebouw op het woonperceel Bielderweg 3 gerealiseerd. De bestaande, voormalige boerderijwoning de Hoeve en een deel van de bijgebouwen op de locatie aan de Bielderweg 3 is gesloopt. De boerderijwoning wordt herbouwd (met inhoud van 693 m3 en inpandig bijgebouw van 80 m2). Daarbij is nog een (recent herbouwd) bijgebouw annex bakhuis van 62 m2 op de locatie aanwezig wat blijft staan.
Ter compensatie wordt, naast de gebruikelijke landschappelijke inrichting van de twee locaties, het volgende ingezet/gerealiseerd: de sloop van de voormalige agrarische (bedrijfs)bebouwing op het perceel Bielderweg 3 levert per saldo 595 m2 (inzetbare) sloopmeters op; de erf(beplanting) en de karakteristieke bebouwing op het perceel Bielderweg 3 wordt hersteld; voor het tekort aan sloopmeters (van 380 m2) wordt in het kader van maatwerk ter compensatie 0,7 hectare nieuwe natuur aangelegd; ingezet wordt op het ecologisch en landschappelijk versterken van de locatie Kallenbroekerweg 151-153 en de daaromheen liggende (bos)randen/gronden en herstel van ten zuiden gelegen de houtwal (in het kader van de verplaatsing van het woonrecht van Kallenbroekerweg 151 naar de Bielderweg 3 ten behoeve van ruimtelijke kwaliteitswinst op deze locatie).
10
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Afbeelding: uitsnede inrichtings- en beplantingsplan plandeel Bielderweg 3 Voor het verzoek zijn de kaders van het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016, dat de raad op 22 maart 2017 heeft vastgesteld, relevant. Er moet sprake zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij bepaalde eisen gelden. Op de locatie is in totaal 737 m2 aan (voormalige agrarische) bebouwing aanwezig. Daarbij is de bestaande woning buiten beschouwing gelaten. De in te zetten sloopmeters worden daarmee 657 m2 (= totale bebouwing 737 (exclusief bestaande woning) - 80 (standaardrecht bijgebouw)). Voor deze woning geldt dat voor bijgebouwen boven de 80 en tot 250 m2 geen extra sloopmeters hoeven te worden ingezet, maar er worden wel 80 m² (of een grotere oppervlak) afgetrokken van de inzetbare sloopmeters. De totale toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij de oorspronkelijke woning Bielderweg 3 komt uit op 142 m2, onderverdeeld in een extra bijgebouw annex bakhuis, wat recentelijk is herbouwd en vergund als bijgebouw van 62 m2 en een inpandig bijgebouw van 80 m2. Er worden daarom nog 62 m2 van de in te zetten sloopmeters afgehaald. Voor de extra woning is voor het woonrecht 300 m2 aan sloopmeters nodig en voor een inhoud van 450 m3 nog eens 975 m2 (=1,5 x 450).
Daarmee is er een tekort van 380 m2 (=975-450) aan sloopmeters. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het een positieve ontwikkeling voor de locatie en omgeving, omdat de verouderde agrarische bebouwing wordt gesloopt. Het als boerenerf in te richten erf aan de Bielderweg 3 krijgt een groene uitstraling wat positief is. De locatie wordt verder voorzien van een goede landschappelijke inpassing (een van de voorwaarden). De landschappelijke inpassing is uitgewerkt in het erfinrichtings-/beplantingsplan, welke als Bijlage 1 bij de planregels is opgenomen. Ter uitvoering en instandhouding is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Er wordt ingezet op het ecologisch en landschappelijk versterken van de locatie Kallenbroekerweg 151-153 en de daaromheen liggende (bos)randen/gronden en herstel van ten zuiden gelegen de houtwal. Een van de maatregelen is de aanleg van een waterpoel. Een overzicht van de ecologische en landschappelijke maatregelen voor de Kallenbroekerweg is opgenomen in Bijlage 5. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is de voorgestelde bebouwing acceptabel. De bebouwing is compact van opzet, wat mede wordt versterkt door twee woningen te voorzien van een inpandig bijgebouw. Bij de opzet van de toekomstige bebouwing is ook gekeken naar de projectie van de gevels van verschillende woningen en wat in principe als voorgevel c.q.
voorkant van de woning wordt aangehouden (zie afbeelding hieronder). Daarmee wordt ook aangegeven wat volgens het bestemmingsplan mogelijk is qua bijgebouwen. In het geldende bestemmingsplan is verder ook nog een binnenplanse afwijking opgenomen waarmee het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning onder bepaalde voorwaarden kan toestaan dat bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd en/of buiten een bouwvlak worden gebouwd. Ook wordt met het aanwijzen van de voorkant van de woning richting gegeven aan het bepalen van het achtererfgebied in het kader van vergunningsvrij bouwen. Daarbij kan worden gesteld dat de onderstaande opzet acceptabel is en als uitgangspunt kan worden aangehouden bij het realiseren van de toekomstige bebouwing en mogelijke vergunningsvrije bouwwerken. Bij de meest oostelijk gelegen woning is reeds met toepassing van functieverandering een 142 m2 aan bijgebouwen toegestaan (een bakhuis van 62 m2 en een inpandig bijgebouw van 80 m2). Het is de bedoeling de voormalige Hoeve tot op zekere hoogte te herbouwen en daarbij de oorspronkelijk opzet met het voorhuis binnen de zuidzijde (met zicht naar het zuiden) en de deel (deel woonruimte en deel inpandig bijgebouw) binnen de noordzijde van het woongebouw te realiseren. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit acceptabel.
Ook is het acceptabel nog een bijgebouw aan de noordzijde van de kavel te realiseren. Op basis van de grootte van het kavel en uitgaande van het realiseren van een inpandig bijgebouw van 80 m2 en het bestaande bakhuis van 62 m2, is er nog een 8 m2 aan vergunningsvrije bouwwerken toegestaan (gezamenlijk dus in totaal 150 m2 (inclusief bouwwerken op basis van het bestemmingsplan)). Het beoogde woongebouw is zodanig geprojecteerd dat het achtererfgebied wel te bepalen valt, maar om te voorkomen dat dit anders wordt geïnterpreteerd wordt vanwege de opzet van de bebouwing met bijgebouwen zowel voor als achter het woongebouw de waarde van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' 150 in plaats van 142 m2. Voor de overige twee woningen is duidelijk wat de voorgevel/voorkant van de woning en daarmee het achtererfgebied is. Hier is in paragraaf 6.2 ook op ingegaan.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
11
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: uitsnede inrichtingsplan met gevellijnen en beoogde voorkant woning plandeel Bielderweg 3 Het verzoek wijkt echter af van 'reguliere' verzoeken om functieverandering, omdat de nieuwe ontwikkelingen niet volledig gecompenseerd worden met de inzet van sloopmeters. Een deel wordt gecompenseerd met de inzet van 'groene' maatregelen. Deze maatregelen dragen significant bij aan de versterking van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Met dit totaalplan krijgt het landgoed tevens een (financiële) impuls, omdat de (erfpacht)opbrengsten van de woningen terugvloeien naar het landgoed en zo bijdragen aan de duurzame instandhouding daarvan. Het geheel van ontwikkelingen en maatregelen beschouwend, is er duidelijk sprake van een ruimtelijke meerwaarde voor dit gebied. Vanwege de ligging binnen de ecologische verbindingszone is de landbouwfunctie niet richtinggevend. In die gebieden wordt gestreefd naar duurzame landbouw binnen de natuurdoelstellingen. Hiermee is realiseren van extra natuur een acceptabele compensatie. Vanwege de ligging van beide locaties in de provinciale Groene Ontwikkelingszone (GO) wordt ook ingezet op de versterking van de kernkwaliteiten die voor het betreffende gebied gelden. Dit komt bovenop de compensatie van het tekort aan sloopmeters c.q.
welke compensatie vanuit de gemeente wordt geëist en geldt ter compensatie voor het bouwen in de GO. Voor deze specifieke versterking kan geen aanspraak gemaakt worden op (provinciale) subsidiemogelijkheden en het gaat alleen om gronden waar nog geen bestemming 'Natuur' geldt. Al met al wordt er met het totaalplan ruimtelijke kwaliteitswinst behaald die toekomstbestendig is met daarbij herstel van het landgoed. Dit onder andere door een gedeelte met de inzet van sloopmeters c.q. verwijderen van (voormalige agrarische bedrijfs)bebouwing in het buitengebied. Uitgangspunt daarbij is het toe te voegen woonperceel ten westen van Bielderweg 3 zo veel mogelijk onbebouwd te laten. De openheid van deze locatie wordt dan ook zo veel mogelijk gerespecteerd. Daarvoor is dan ook de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - openheid' opgenomen. Ook moet de bebouwing op de verschillende woonpercelen ter plaatse van de Bielderweg 3 zo compact mogelijk worden gehouden. Dit is bereikt door de bestemmingsvlakken zo compact mogelijk te houden en waar nodig een bouwvlak op te nemen.
12
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. "Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
13
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het plan voorziet in minder dan 11 woningen.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Natuur- en landschapsbeleid De Natura-2000 gebieden en de bijzondere natuurgebieden zijn aangegeven op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid. De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de 14
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.
Afbeelding: uitsnede kaart 5 Omgevingsvisie: Themakaart Natuur- en landschapsbeleid. Doorwerking in plangebied Beide plandelen (op de afbeelding hiervoor globaal aangegeven) zijn geheel gelegen in de GO. Volgens de hoofdregel geldt dat een mogelijke aantasting van de (potentiële) kernkwaliteiten of samenhang op dezelfde locatie gemitigeerd moet worden en dat eventueel oppervlakteverlies gecompenseerd moet worden. Een ruimtelijk initiatief kan dus plaatsvinden als er op de locatie van het initiatief per saldo sprake is van neutrale en waar mogelijk positieve gevolgen. Zie voor de doorwerking en verdere uitwerking paragrafen 4.3.1.1 en 5.3.1.3. Verder voorziet dit plan in functieverandering naar kleinschalige woningbouw. Er wordt daarbij standaard landschappelijk ingepast en er wordt rekening gehouden met de versterking van de kernkwaliteiten van het gebied in kader van landschap en natuur. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Regels Landbouw (ammoniakbuffergebied) Kaart 2: Regels Glastuinbouw (glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied) Kaart 3: Regels Natuur - kaart 1 (Groene ontwikkelingszone en beschermingszone natte landnatuur) Kaart 9: Regels Water en Milieu (intrekgebied en functies van water) Beide deellocaties liggen binnen het gebied dat op kaart 1 is aangewezen als 'ammoniakbuffergebied'. Daarbinnen is nieuw- en hervestiging van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak niet mogelijk. Uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak is alleen mogelijk als "Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
15
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 de emissie van ammoniak niet toeneemt. Dit verzoek gaat niet over een veehouderij en is niet relevant voor het voorliggend plan. Ook kaart 2 is niet relevant voor het plangebied, omdat er geen sprake is van glastuinbouw en ook na de planherziening is dit niet aan de orde. Dit geldt ook voor kaart 9. Daarop is te zien dat beide plandelen vallen binnen het gebied aangewezen als 'intrekgebied'. Alleen het plandeel Kallenbroekerweg 151-153 valt binnen het gebied aangewezen als 'functies van water'. In artikel 2.38 is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt; dat is ook niet aan de orde binnen voorliggend plan. Op kaart 3 is het plandeel Kallenbroekerweg 151-153 in het kader van 'functies van water' aangewezen als 'beschermingszone natte landnatuur'. Dit is een gebied in een zone rondom natte natuur in het Gelders natuurnetwerk waar de kwantitatieve grondwatersituatie directe invloed heeft op de instandhouding van de natte landnatuur. Natte landnatuur is natuur die direct afhankelijk is van de grondwatersituatie ter plaatse.
In artikel 2.61 is aangegeven dat in een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een hydrologische beschermingszone, geen functies worden toegestaan die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Nieuwe functies binnen hydrologische beschermingszone dienen te worden getoetst op hun eventuele negatieve effecten op de grondwatersituatie voor de natte landnatuur. Bij nieuwe functies moet met name gedacht worden aan bebouwing en andere vormen van verharding. In dit geval is er juist bebouwing gesloopt en verharding verwijderd, waardoor juist kan worden gesteld dat dit een positief effect heeft op de natte landnatuur. Ook de nabij de locatie te nemen groene maatregelen en realisatie van een poel (in overleg met het Waterschap) dragen hierbij aan. Op kaart 3 zijn beide plandelen aangewezen als Groene ontwikkelingszone (GO). Voor de regels met betrekking tot Natuur en Landschap is het bepaalde in paragraaf 2.6.5 (Instructieregels bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing.
Groene Ontwikkelingszone (GO) Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de GO laat het bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in de bijlage 'Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone', per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat (artikel 2.52, lid 1). Voor voorliggend plan is relevant dat in artikel 2.53 is aangegeven dat in afwijking hiervan een bestemmingsplan een uitbreiding van een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 kan toelaten als deze landschappelijk wordt ingepast, zodat de kernkwaliteiten niet significant worden aangetast. Het plangebied maakt dan ook onderdeel uit van landgoed Het Paradijs dat een NSW-status (status op basis van de Natuurschoonwet 1928) heeft, waarmee artikel 2.53 van toepassing is. Een landgoed past naar zijn aard in de GO omdat het beheer en onderhoud van het landschap deel uitmaken van hun bedrijfsvoering. Een landgoed draagt direct bij aan de instandhouding van het landschap en daarmee aan de kernkwaliteiten van de GO en het GNN. Daarom geldt – in afwijking van artikel 2.52 – de voorwaarde dat bij uitbreiding de kernkwaliteiten niet significant mogen worden aangetast.
Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied en daarmee alle plandelen liggen in het deelgebied Erica - het Paradijs (deelgebied no. 83). De kernkwaliteiten voor wat betreft natuur en landschap betreffen: kleinschalig kampen- en heideontginningslandschap met veel hoogwaardige natuur schakel in de verbinding tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug verbindingen langs de Barneveldse Beek voor o.a. das, amfibieën en reptielen, vissen Parel Erica/Kleine Barneveldse Beek: natte heide, natuurlijke beek met beekbegeleidend bos plaatselijk natte elementen en kwel cultuurhistorische waarden van o.m. oude ontginningen en boerderijen; bijzonder verkavelingspatroon bij Kallenbroek abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir plaatselijk nog rust, ruimte, duisternis. De daarbij behorende ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap binnen het GNN (omvorming, natuurontwikkeling) zijn: ontwikkeling landgoedbossen, beekbegeleidende bossen, natte heiden en beekdalgrasland ontwikkeling ecologische verbinding Esvelder Beek - Barneveldse Beek: singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap vermindering barrièrewerking A1en A30 en N802 16
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën ontwikkeling cultuurhistorische patronen (o.a. landgoedelementen) en beheersvormen De daarbij behorende ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap binnen de GO zijn: ontwikkeling ecologische verbinding Esvelder Beek - Barneveldse Beek: singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap vermindering barrièrewerking A1en A30 en N802 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën ontwikkeling cultuurhistorische patronen (o.a. landgoedelementen) en beheersvormen ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden. Een deel van de ontwikkelingen binnen dit plan valt dus binnen de planologische reikwijdte van het huidige bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Immers is er sprake van een woonperceel en de daarbij vigerende en toe te passen binnenplanse afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Op grond hiervan kan aan de woonlocatie met toepassing van het functieveranderingsbeleid een woning worden toegevoegd.
Echter passen niet alle onderdelen van het plan binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan en er wordt in dit geval ook maatwerk (voor een deel natuurmaatregelen in plaats van sloopmeters) geboden. Daarom kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheden en is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De ontwikkeling voor wat betreft beide plandelen vindt plaats binnen GO. Op basis van de inrichtingstekening worden verschillende natuurmaatregelen gerealiseerd. Deze gronden liggen binnen GO en hebben een agrarische- of woonbestemming. De kenmerken van GNN/GO blijven behouden en worden met de inrichtingsmaatregelen versterkt. Voor deze natuurmaatregelen is geen inrichtings- en functieveranderingssubsidie is verkregen. Daarmee kunnen de maatregelen gelden als versterkingsmaatregel voor een andere ontwikkeling in GO. Met het plan wordt de bebouwing zodanig opgericht dat het erfensemble voor wat betreft de Bielderweg 3 verder wordt hersteld. De locatie voor de nieuwe woning op het meest westelijk gelegen nieuwe bestemmingsvlak ligt binnen GO. Conform het geldende bestemmingsplan zijn de bestaande bestemmingsvlakken Wonen ook geheel binnen GO. Er is voor gekozen de toekomstige bestemmingsvlakken 'Wonen' zo compact mogelijk te houden.
Na de bestemmingsplanherziening hebben de bestemmingsvlakken 'Wonen' aan de Bielderweg 3 samen een oppervlakte van circa 2.400 m2 (=0,27 hectare), wat een vergelijkbare oppervlakte heeft als het huidige bestemmingsvlak 'Wonen'. Zoals hiervoor reeds toegelicht bestaan de kernkwaliteiten in dit deel van het GNN (Erica – het Paradijs) uit het kleinschalige kampen- en heideontginningslandschap met veel hoogwaardige natuur die een schakel vormt tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Daarbinnen vormen het landgoed Erica en de Kleine Barneveldse Beek met beekbegeleidend bos een natuurparel. Onderhoud en beheer van het landgoed draagt bij aan het herstellen van de natuur. Om het landgoed Erica een verdere impuls te geven en het herstel van cultuurhistorische waarden te kunnen bekostigen, wordt één extra woning toegevoegd. Een en ander gaan daarmee dus verder dan het provinciale beleid waarbij op grond van het bepaalde in artikel 2.53 onder b Omgevingsverordening bij ontwikkelingen op landgoedereng alleen hoeft te worden aangetoond dat geen sprake is van aantasting van kernkwaliteiten. Daarbij is ook in het onderzoek flora en fauna - welke rapportage als Bijlage 3 bij de toelichting van dit plan is opgenomen - geconcludeerd dat de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de GO niet worden aangetast.
De inrichting van het erf gaat gepaard met landschappelijke inpassingsmaatregelen en landschapsherstel. Er vindt landschappelijke inpassing plaats van het voormalige agrarisch bedrijfserf, wat wordt omgevormd tot een boerenerf met de functie wonen. Het erf wordt dus landschappelijk ingepast (zie ook 5.12 Natuur en landschap). Binnen dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die er voor zorgdraagt dat de inrichting binnen 1 jaar - na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan - wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Doorwerking in plangebied Gelet op het bovenstaande is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met de Verordening (en de Omgevingsvisie). Nu de inrichting van het erf met omliggend terrein en de natuurontwikkeling planologisch is verankerd (met een voorwaardelijke verplichting) wordt ook aan de andere voorwaarden uit "Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
17
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 de Omgevingsverordening voldaan. De regels inzake GO vormen geen belemmering voor dit plan. Het plan is in overeenstemming met de verordening. Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
In dit plan is op onderdelen aandacht besteed aan bovenstaande aspecten. Er is bij de inrichting van het erf en de tuin gekozen voor verschillende bloeiende en besdragende soorten die aantrekkelijk zijn voor vlinders, bijen en vogels. De bestaande bomen blijven behouden. Ook in de rest van het landgoed is veel aandacht voor biodiversiteit. Exoten, zoals Japanse Duizendknoop, worden daarom actief bestreden en een-soortige bospercelen worden omgevormd tot loofbos met meer variëteit en inlandse soorten. Het hemelwater van alle daken is afgekoppeld van de riolering en wordt ter plaatse geïnfiltreerd in de bodem. Tevens wordt een poel aangelegd nabij de locatie Kallenbroekerweg 151-153. Verharding is over het hele erf tot een minimum beperkt en/of uitgevoerd in waterdoorlatende half-verharding wat bijdraagt aan hittebestrijding op het perceel en naar de directe omgeving. Doorwerking in plangebied Het plan is ook op dit punt in overeenstemming met de Omgevingsvisie/-verordening.
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of 18
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012 verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'. Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies.
De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in het plangebied Deze partiële herziening is gebaseerd op het beschreven beleid inzake functieverandering.
Wat betreft het onderdeel van de inzet van sloopmeters is er sprake van maatwerk. Dit door het nemen van de groene maatregelen en natuurontwikkeling in plaats van aanleveren van een deel van de benodigde sloopmeters. In hoofdstuk 3 van de toelichting is gemotiveerd waarom in dit geval het aanvaardbaar is om een deel van de sloopmeters te compenseren en op welke wijze hier maatwerk is toegepast. 4.4.2
Beeldkwaliteitsplan functieverandering
De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtingsplan ingediend dat is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. Het inrichtingsplan is akkoord bevonden door de landschapsdeskundige, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de toelichting. Er is voor de nieuwe woningen nog geen definitief bouwplan beschikbaar zodat over de architectuur hiervan verder nog niets kan worden aangegeven. Het is wel de bedoeling in te zetten op het realiseren van karakteristieke bebouwing die in dit landschap past. Zo wordt de voormalige (afgebrande eb al gesloopte) boerderijwoning met deel, de Hoeve, herbouwd en zoveel mogelijk wordt daarbij aangesloten bij de oorspronkelijke vorm en architectuur daarvan. Verder wordt de nieuwe woning in het meest westelijke bestemmingsvlak als veldschuur met inpandig bijgebouw op de locatie Bielderweg 3 gebouwd. Bij de architectuur van de bebouwing wordt rekening gehouden met het landschap en wordt het oorspronkelijk boerenerf als uitgangspunt genomen.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
19
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4.4.3
Landschapsontwikkelingsplan
In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied In dit geval is er een erfinrichtings-/beplantingsplan en een overzicht van de te nemen natuurmaatregel voor landgoed Erica ten behoeve van dit plan ingediend. Dit is akkoord bevonden door de landschapsdeskundige. 4.4.4
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilig en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het RAP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
20
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu.
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
21
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie.
Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen.
Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
22
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
"Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
23
Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied: Agrarisch berkenlandschap. 4.6.1.1
Agrarisch bekenlandschap
De functie landbouw in het gebied is richtinggevend naast het versterken van dagrecreatief medegebruik. Functieverandering naar wonen / niet-agrarische bedrijvigheid wordt vormgegeven in overeenstemming met de regionale beleidsinvulling voor functiewijziging. Karakteristiek Het agrarisch bekenlandschap wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van hogere ruggen met dichtere beplanting (onder andere lanen) en bebouwing en lagere open delen waar de beken lopen. Langs de beken is sprake van langere doorzichten. Delen van het gebied zijn zeer kleinschalig door kleinschalige landschapselementen en bosjes. In dit deelgebied zijn een aantal relatief gave relicten van het kampenlandschap. Gebruik In een groot deel van het gebied is de functie landbouw richtinggevend, ingepast in het streven naar behoud en versterking van de structuurbepalende natuur en landschapselementen in het gebied. In de 24