Jan van der Heydenstraat I_Toelichting_Bijlage 5 Quickscan
Tekst van het document
Hiervoor gold vanaf 1 juli 2015 het systeem van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hiermee hoopte het Rijk de hoeveelheid stikstof in de Natura 2000 gebieden te kunnen verminderen, zonder alle ontwikkelingen te blokkeren. De PAS bracht daartoe alle bronnen in beeld. Met behulp van een rekentool (Aerius Calculator) is de stikstofbijdrage van een (nieuw) plan op beschermde habitats te berekenen. De basisgedachte was dat economische ontwikkelingen verantwoord mogelijk blijven (ontwikkelruimte), mits de totale hoeveelheid stikstof in het gebied omlaag gaat. Uitspraak Raad van State (PAS) De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000gebieden. De beslissing van de Raad van State heeft vergaande consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.
Hierdoor is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die effecten hebben voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden (118 gevoelige gebieden). Nu het ecologisch onderzoek (“de passende beoordeling”) van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen, dat hun project of plan (zoals een bestemmingsplan) op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Pas daarna kan toestemming worden verleend. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds de uitspraak van 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt.
Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningsplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is een beoordeling nodig om te bepalen of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Is dat het geval, dan is ook een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) noodzakelijk. Gevolgen woningbouw Wordt in de voortoets op basis van objectieve gegevens geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied, dan is te volstaan met een voortoets en kan de gemeenteraad (voor wat betreft de stikstoftoets) het bestemmingsplan vaststellen. Dit is het geval als bijvoorbeeld geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie. Als een bestaande, legale en/of vergunde activiteit wordt gestaakt (bijv.
agrarisch bedrijf), dan mag in beginsel de daarmee samenhangende vermindering van de stikstof-depositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van het nieuwe project (bijv. woningbouw). Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van die agrarische functie). Een passende beoordeling is dan niet nodig. Per 1 juli 2021 is een nieuwe Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering en ook het bijbehorende Besluit van kracht geworden. De Wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de Wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. Hiertegen lopen echter diverse rechtszaken. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit hield in dat er voor de aanlegfase geen apart onderzoek meer nodig was omdat de milieubelasting tijdens de bouw altijd tijdelijk is, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State heeft in een uitspraak van 2 november 2022 echter aangegeven dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Daardoor mag de bouwvrijstelling niet meer gebruikt worden bij bouwprojecten. Er moet nu weer per project worden onderzocht of er mogelijk negatieve gevolgen zijn op de natuur, vanwege de uitstoot van stikstof in de aanlegfase.
Beleidsregels intern en extern salderen De provincies hebben regels vastgesteld voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Activiteiten waarbij niks verandert, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De nieuwe beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen:
Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan. De activiteiten moeten neerslag verminderen of tenminste niet meer worden. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning kan gebruikt worden. Extern salderen: Bedrijf maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde capaciteit mag gebruikt worden.
Deze beleidsregels gelden alleen voor het verlenen van vergunningen door gedeputeerde staten, niet voor het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenteraden. Op 20 januari 2021 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan in het stikstofdossier. In de uitspraak over de Logtsebaan1 geeft de Raad van State aan dat intern salderen2 sinds de wetswijziging van 1 januari 20203 vergunningsvrij is. Als sprake is van intern salderen en er daarmee geen toename is van de stikstofdepositie zal de provincie op een ingediende aanvraag een zogenaamde positieve weigering afgeven. Het vastleggen van de bestaande situatie (bestaande situatie op referentiedatum en nieuwe situatie zijn gelijk) valt ook onder de definitie van het intern salderen. Er moet een Aerius-verschilberekening gemaakt worden, waar in dit geval situatie 1 (referentie) en situatie 2 (beoogd) gelijk zijn. Voor intern salderen is er op dit moment geen vergunningplicht meer. Sommige bedrijven vragen een positieve weigering aan, om toch een document te hebben als er bijv. een nieuwe stal gebouwd moet worden, voor bijv. de bank. Als er niets verandert in het bedrijf is dat eigenlijk niet nodig. Maar dat is een eigen keuze. Wanneer er wijzigingen komen is opnieuw toetsing op eventuele vergunningplicht nodig.
1
ECLI:NL:RVS:2021:69 Bij intern salderen gaat het erom dat het aangevraagde project (of de wijziging daarvan) niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. 3 Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden 2
Overige beschermde natuurgebieden Naast de Natura 2000 gebieden dient de provincie conform art. 1.12 ook gebieden aan te wijzen en in stand te houden, welke onderdeel zijn van een samenhangend netwerk van natuurgebieden (Natuurnetwerk Nederland). Tot slot kunnen Gedeputeerde staten ook gebieden aanwijzen buiten het natuurnetwerk Nederland, welke van belang zijn vanwege hun natuur-, landschappelijke of cultuurhistorische waarden.
Houtopstanden Ook de Boswet is opgenomen in de Wet natuurbescherming (H4 Wnb). In de Boswet was er sprake van een meldplicht en een herplantplicht. Dat blijft ook zo. Opstanden binnen de bebouwde kom, fruitbomen, bos voor biomassa, wegbeplanting e.d. vallen hier buiten (zie art. 4.1 Wnb). Bij het vellen van (een deel van) een houtopstand, moet dit vooraf worden gemeld. Ook is er de verplichting tot het herbeplanten van minimaal hetzelfde areaal binnen drie jaar na het vellen. De herplantplicht geldt niet voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. Provincies kunnen bij verordening aangeven, welke gegevens moeten worden aangeleverd en/of er een toeslag geldt op het te herbeplanten areaal. Bronnen: - www.wetten.nl - www.rijksoverheid.nl - www.natuurbeheer.nu - www.natura2000.nl - www.infomil.nl - www.rvo.nl - http://www.nederlandsesoorten.nl/ - www.Bij12.nl
Vrijstellingen beschermde soorten Gelderland Landelijk (art. 3.1 Besluit natuurbescherming) Als vogels en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet worden aangewezen: Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii); houtduif (Columba palumbus); kauw (Corvus monedula); konijn (Oryctolagus cuniculus); vos (Vulpes vulpes), en zwarte kraai (Corvus corone corone).
Algemene vrijstelling soorten Gelderland Soort
Soort
Aardmuis
Meerkikker
Bosmuis Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn
Middelste groene kikker Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Vogels met jaarrond beschermde nesten (m.u.v. Limburg en Overijssel) Categorieën jaarrond beschermde nesten 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Bescherming
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Categorie 1
steenuil
Athene noctua
Categorie 2
gierzwaluw
Apus apus
huismus
Passer domesticus
grote gele kwikstaart kerkuil oehoe
Bubo bubo
boomvalk
Categorie 3
Categorie 4
Categorie 5
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
roek
Corvus frugilegus
Motacilla cinerea
ooievaar
Ciconia ciconia
Tyto alba
slechtvalk
Falco peregrinus
Falco subbuteo
sperwer
Accipiter nisus
buizerd
Buteo buteo
wespendief
Pernis apivorus
havik
Accipiter gentilis
zwarte wouw
Milvus migrans
ransuil
Asio otus
blauwe reiger
Ardea cinerea
ijsvogel
Alcedo atthis
boerenzwaluw
Hirundo rustica
kleine bonte specht
Dendrocopos minor
bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
kleine vliegenvanger
Ficedula parva
boomklever
Sitta europaea
koolmees
Parus major
boomkruiper
Certhia brachydactyla
kortsnavelboomkruiper
Certhia familiaris macrodactyla
bosuil
Strix aluco
oeverzwaluw
Riparia riparia
brilduiker
Bucephala clangula
pimpelmees
Parus caeruleus
draaihals
Jynx torquilla
raaf
Corvus corax
eidereend
Somateria mollissima
ruigpootuil
Aegolius funereus
ekster
Pica pica
spreeuw
Sturnus vulgaris
gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
tapuit
glanskop
Parus palustris
torenvalk
Muscicapa striata
zeearend
Picus viridis
zwarte kraai
Corvus corone
grote bonte specht
Dendrocopos major
zwarte mees
Periparus ater
hop
Upupa epops
zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros
huiszwaluw
Delichon urbicum
zwarte specht
Dryocopus martius
grauwe vliegenvanger groene specht
Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus Haliaeetus albicilla
Bijlage 4 Voorbeeld Maatregelen Huismus (verplicht indien nesten verdwijnen)
Mussenflat
Mussenpot
Gierzwaluwen
Nestkasten
Neststeen
Gierzwaluwen eten veel muggen. Ze zijn zeer honkvast. Als ze eenmaal ergens gebroed hebben komen ze jaren na elkaar op dezelfde plek. Voor gierzwaluwen zijn ook nestpannen beschikbaar. Bij warme zomers kunnen die soms te heet worden waardoor de overlevingskans van de jongen daalt. Er is daardoor een voorkeur voor de hierboven getoonde oplossingen.
Voorbeelden verblijfplaatsen (bron: soortenstandaard dwergvleermuis) Voorbeeld van gevelbetimmering welke geschikt is als verblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen (bron www.vleermuizenindestad.nl).
Verblijfplaatsen realiseren achter boeiboorden of sierlijsten Ook achter boeiboorden of sierlijsten kunnen gewone dwergvleermuizen verblijfplaatsen hebben. De hierboven omschreven criteria zijn hiervoor eveneens van belang. Het heeft een grote meerwaarde wanneer de ruimte achter de boeiboorden van verschillende gevels met elkaar in verbinding staan, zodat vleermuizen overdag, afhankelijk van de temperatuur, van locatie kunnen wisselen. Verblijfplaatsen bij dakconstructies Een eenvoudige manier is om bij dakconstructies gebruik te maken van boeiboorden met een ruimte van 1 centimeter die toegang geven tot het dak. Ook kunnen speciale dakpannen e.d. worden toegepast. Verblijfplaatsen in muren door middel van inmetselkasten In Nederland zijn nog weinig positieve resultaten bekend van het gebruik van inmetselkasten door de gewone dwergvleermuis. Voorbeelden van inmetselkasten (bron: http://www.schwegler-natur.de).
www.checklistgroenbouwen.nl
IB VL 04 Inbouwsteen Vleermuizen (Vivara Pro)
Voorzijde sleuf maatvoering standaard waalformaat Daarboven 2 lagen steenstrips Voorzijde inbouwsteen (met de sleuf) gelijk met voorzijde gevel Isolatie in spouw laten doorlopen (geen koudebrug) Wegsnijden isolatie rond kast nodig, dan opvullen met harde isolatie. Bodem is schuin aflopend – uitwerpselen rollen naar buiten – geen onderhoud nodig.
Geschakelde toepassing mogelijk. Hiervoor het houten deel links of rechts wegnemen. Bij voorkeur per twee of drie geschakeld toepassen. Er is dan meer ruimte en dat maakt het geheel veel aantrekkelijker voor vleermuizen
Plaatsing minimaal 3m hoog Opening is bij voorkeur gericht op zuid / zuidwest of noord Aanvliegroute vrij van obstakels als takken, bomen, zonwering e.d. Geen lichtbron vlakbij Opening niet via bijvoorbeeld een afdakje bereikbaar voor katten e.d.
Bijlage 5 Aeriusberekening
Gebruiksfase 0.00 mol/ha/jr
Aanlegfase: 0.00 mol/ha/jr
Gebruiksfase + Aanlegfase: 0.00 mol/ha/jr
Aerius: Uitgangspunten stikstofberekening Locatie
: Jan vd Heydenstraat ongn. Kootwijkerbroek
Datum
: 12 oktober (en 6 november) 2023
Bestaand / referentie Opslagloods o 200 m2 BVO o CROW 381: 3.9-5.7 bew/etm/100 m 2 Gebruiksfase Drie nieuwe rijwoningen o Gasloos o 7.0-7.8 bewegingen/etmaal o Totaal: max. 23.4 bew./etm kg NOx per jaar. Verder gaat de gemeente uit van 0.02 bewegingen per etmaal voor vrachtverkeer. Dat geeft voor 3 woningen 0.06 bewegingen/etmaal. In de invoerinstructie Aerius 2022 is aangegeven dat voor woningen niet meer gerekend hoeft te worden met een emissie van NH3 voor mens en dier. De gegevens zijn ingevoerd in Aerius 2023 Aanlegfase: Sloop van de opslagloods (asbest dak handmatig/stroom) Hoogwerker voor asbestverwijderaar 4 uur op stroom Hydraulische kraan 4 uur voor wegslopen hout/steen Verwijderen bomen en groen Hydraulische kraan ca 3 uur Materieel bij bouwfase (ca. 9 maanden); Uitgraafwerkzaamheden door hydraulische kraan ca. 4 uur Storten fundering door betonpomp, gelost vanaf openbare weg; ca 2 uur Aanvoer materiaal tijdens bouwfase met wagenlaadkraan (bouwmaterialenhandel) gelost vanaf de openbare weg Metselspeciemolen Beamix (op stroom) Bouwkraan en bouwlift op stroom BG-vloer en verdiepingvloer gelegd door mobiele kraan 80 tm; ca 2 x 3 uur.
Stucmortelpomp 16 uur en plafonds spuitpomp 8 uur op stroom De hoofdbouw wordt uitgevoerd door de opdrachtgever die op 900 meter afstand woont. Met een busje komen 4-6 medewerkers mee. Een gemiddeld aantal auto’s van 1.5 per dag gedurende alle werkdagen geeft daarmee een reëel beeld. Voor de zekerheid is uitgegaan van 2 voertuigen per dag. Inzet mobiele werktuigen volgens opgave en conform de methode van TNO (TNO 2021) voor een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen op basis van Adblue verbruik, uren en brandstofverbruik (zie volgende pagina).
Overzicht gegevens t.b.v. AERIUS berekening Project: Opdrachtgever: Projectnummer: Datum: Datum gewijzigd:
Sloop loods en nieuwbouw 3 rijwoningen Jan vd Heydenstraat Kootwijkerbroek H. van de Krol 2023-123 2-10-2023 …
1. Aanlegfase Inzet mobiele voertuigen voor sloop, bouw en constructie Onderdeel werkzaamheden (bv Beschrijving mobiel bouwrijp maken, sloop, bouw, werktuig etc.) 1 Asbestsanering 2 Sloop opslagloods en groen 3 Fundering / bouwrijp 4 Opleggen platen e.d. 5 Bouw 6 Grondwerk / tuin 7 Bouw 8 Bouw 9 10 TOTAAL
Handmatig /stroom Hydraulische kraan Hydraulische kraan Verreiker Truckmixer Graafmachine Stucmortelpomp Bouwkraan/lift
Bouwjaar Stageklasse werktuig
>2019 >2019 >2019 >2019 >2019 stroom stroom
LV
Richting NW Richting ZO Algemeen Doorlooptijd (mnd) Werkbare dagen Busje aannemer (gem.)
Stationair Lichte voertuigen Middelzwaar stationair Zwaar stationair
120 120 130 180 110
ja ja ja ja ja
8 10 15 3 8 114
14,29 14,29 15,40 21,17 13,00
5 6 9 3 4 0 0
114 143 231 64 104 0 0
656 Vrachten / leveringen
Afvoer puin, zand, hout e.d. Aanvoer zand Dakpannen Dakisolatie Isolatie wanden Kanalplaatvloeren Beton Kozijnen Glas Hout Installaties Stenen Algemene leveringen Algemene leveringen Aannemer
V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger V of hoger
vermogen SCRDraaiuren Brandstof Add blue BrandstofkW systeem (u/j) (L/u) (L) verbruik (ja/nee?) (l/j)
12 1 2 2 2 2 4 2 2 2 4 3 10 9 360
Bewegingen MV
ZV 24 2 4 4 4 4 8 4 4 4 8 6 20
18 720 720
18
96
vrijwel alles vrijwel niets
720
18
96
9 180 2
maand dagen per dag
Lostijd (min.)
10 20
Draaitijd stationair % uur/jr 0,0 50% 1,5 50% 16,0
Bouwjaar >2021 >2021 >2021
Emissiefactor NH3 g/u Nox g/u 0,2316 4,524 0,6124 83,4328 0,9108 95,094
Emissie stationair NH3 kg/j Nox Kg/j 0 0 0,000919 0,125149 0,014573 1,521504
Bedrijven verhuur/verkoop elektrisch materieel – niet limitatief en zonder waardeoordeel: https://www.staad-groep.nl/machines/elektrisch/?gclid=EAIaIQobChMI5tv3jeuM_AIVl_Z3Ch1nXAZ6EAAYASAAEgKCz_D_BwE https://www.postrentaltrading.nl/grondverzetmachines/elektrische-graafmachines/ https://huurstuur.nl/zero-emissie https://www.nemaco.nl/verhuur/bouwliften-en-bouwkranen
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: