Jaarverslaggeving 2025 definitief
Tekst van het document
Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Bovenwijkse Investeringen De aanpassingen in de hoofdinfrastructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten en andere kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). Reserve Bovenwijkse investeringen De bijdragen aan de bovenwijkse investeringen vanuit de gemeentelijke en private ontwikkellocaties worden gestort in een door de Raad ingestelde bestemmingsreserve. De reserve bevat zowel de bijdragen voor de bovenwijkse voorzieningen, als de bijdragen voor kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving. Na activering van de investeringen (en start kapitaallasten) wordt de bijdrage aan de reserve onttrokken en gestort in de reserve kapitaallasten ter dekking van de afschrijving. Verplaatsing van NBI naar de grondexploitaties Een investering met een bovenwijks karakter kan ook worden gerealiseerd via een grondexploitatie.
Het gaat dan om investeringen die volledig of grotendeels binnen de exploitatiegrenzen van een grondexploitatie vallen én waarvan de kosten in belangrijke mate worden toegerekend aan de grondexploitatie of aan private ontwikkelaars. In deze situatie spreken we over een binnenplanse investering met een bovenwijks karakter. Een goed voorbeeld betreft een buurtontsluitingsweg die nodig is om alleen, de in een plangebied gelegen nieuwbouwwoningen te ontsluiten, of bijvoorbeeld gemeentelijke plankosten om een specifiek bestemmingsplan in procedure te brengen. Deze binnenplanse kosten worden per gebiedsontwikkeling begroot en daar worden ze altijd volledig in rekening gebracht. Een binnenplanse investering maakt integraal onderdeel uit van de grondexploitatie. Ook de bijdragen van derden (kostenverhaal) worden via de grondexploitatie verantwoord en worden – bij voorkeur - privaatrechtelijk vastgelegd. De besluitvorming over de binnenplanse investering maakt integraal onderdeel uit van het raadsbesluit over de te openen grondexploitatie. In de Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2025 staan vijf projecten die vallen onder de definitie van een binnenplanse investering. Dit zijn de projecten: Thorbeckelaan Noord, Voorthuizen-Zuid, Bloemendal
56
(Barneveld-Noord), Verbindingsweg en Oostbroek. Deze projecten met de bijbehorende investeringen en exploitatiebijdragen zijn verplaatst naar de grondexploitaties en maken onderdeel uit van het MPG 2025. Voornoemde verplaatsing van deze binnenplanse investeringen betekent een correctie van o.a de boekwaarden in enkele grondexploitaties en het saldo van de reserve bovenwijks. In de jaarrekening onder het kopje 'Balans en toelichting - Fundamentele fout' is dit nader toegelicht. Een bovenwijkse investering is een investering in het openbaar gebied waarvan alle gebiedsontwikkelingen in Barneveld mede de oorzaak zijn en profiteren. Juist omdat dit kosten betreft die noodzakelijk zijn vanwege alle Barneveldse gebiedsontwikkelingen tezamen, willen we borgen dat ook alle Barneveldse gebiedsontwikkelingen op eenduidige en transparante wijze bijdragen aan de kosten. De NBI 2026 beschrijft daarvoor de aanpak. De kosten van de bovenwijkse voorzieningen op het schaalniveau van de stad worden nooit volledig in rekening gebracht bij gebiedsontwikkelingen. De wet schrijft namelijk voor dat het profijt ook toegerekend moet worden aan de bestaande stad. Alleen het Harselaar-project – waaronder ook de Rondweg Oost – is ook al opgenomen in de NBI 2025 als een bovenwijkse investering conform bovenstaande definitie en blijft staan in het NBI 2026.
Naast voornoemde bovenwijkse investering maken ook de bijdragen voor kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving onderdeel uit van het NBI 2026. Een nadere uitwerking van de vastgestelde Omgevingsvisie en het Landschapsplan - later dit jaar - zal mogelijk input geven om de inhoudelijke onderbouwing van de bijdrage voor kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving te heroverwegen en te actualiseren in het MPG 2026. In het MPG 2025 is de bijdrage voor kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving per woning of per hectare bedrijventerrein alleen geïndexeerd. Faciliterende ontwikkelingen (AOK’s) Faciliterende ontwikkelingen zijn ruimtelijke initiatieven van particuliere ontwikkelaars/grondeigenaren waarbij de gemeente in een toetsende en publiekrechtelijke rol zit met name gericht om de beoogde bestemmingsmutatie inhoud te geven. In anterieure overeenkomsten (AOK’s) worden o.a. afspraken vastgelegd over het kostenverhaal van de gemeentelijke kosten via een bijdrage van de private partij aan de gemeente. De gemeente Barneveld is momenteel volop bezig om de totstandkoming van de AOK's (en de daaruit voortkomende contractafspraken) beter te structureren en de verantwoordelijkheid voor het opstellen en de financieel administratieve vastlegging en naleving van de contracten beter te beleggen. Ook willen we een beter inzicht en grip op de gemeentelijke kosten en opbrengsten in deze trajecten.
De gemeente Barneveld streeft daarmee een zo optimaal mogelijk kostenverhaal na binnen de mogelijkheden die de wet ons biedt. Daarvoor zijn we het proces aan het vernieuwen, zodat dit past bij de stappen die gezet worden bij een particuliere ontwikkeling. Zodra dit proces is vastgesteld zullen we hierover meer vertellen. Een nadere toelichting en onderbouwing is te vinden in de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) 2025. Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, vindt u het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG 2025 vindt u een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten. In de jaarverslaggeving worden tevens de mutaties verwerkt vanuit het MPG 2025, zoals de resultaatneming bij het afsluiten van complexen, de resultaten van de tussentijdse resultaatnemingen en het bijstellen van verliesvoorzieningen. Het MPG 2025 wordt als basis genomen voor deze mutaties. Op deze wijze sluiten de jaarverslaggeving en het MPG naadloos op elkaar aan. Kaderstelling / beslispunten Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid.
Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een geactualiseerde Nota Grondbeleid welke voor de zomer van 2026 aan de gemeenteraad ter vaststelling zal worden aangeboden. De gemeente voert een actief maar behoedzaam grondbeleid. Op basis van de Nota Grondbeleid is het college van burgemeester en wethouders gemachtigd tot de volgende uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten (Kaders Procesgang grondexploitaties 2016). Het college is door de raad gemandateerd (besluit Programmabegroting 2025/2026) om in het verslagjaar 2025 (en in 2026) voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen (nota Grondbeleid 2016). Het college is door de raad gemachtigd (besluit Programmabegroting 2025/2026) om in het verslagjaar 2025 (en in 2026) grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen. Aanvullend heeft de raad recent besloten om voor 2026 dit budget te verhogen tot een bedrag van maximaal € 10 miljoen (raadsbesluit 8.12 d.d. 12 maart 2026).
5.3 Financiële aspecten Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld. Resultaten actualisatie In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven. Ten opzichte van 2024 zijn er twee nieuwe grondexploitaties bijgekomen: AZC en Puurveense Veld, deze zijn gedurende het jaar 2025 door de raad vastgesteld. Er worden in 2025 geen projecten afgesloten.
Resultaat op eindwaarde Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West Woningbouw Holzenbosch I
bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum
Resultaat op eindwaarde
Richting
-2.543 3.632 -1.336 8.125 2.225
Negatief Positief Negatief Positief Positief
31-12-2028 31-12-2034 31-12-2032 31-12-2035 31-12-2030
236
Positief
31-12-2026
57
Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht AZC Puurveense Veld Totaal
-261 3.856 -2.800 874 -598 405 947 12.763
Negatief Positief Negatief Positief Negatief Positief Positief
31-12-2030 31-12-2035 31-12-2030 31-12-2031 31-12-2030 31-12-2027 31-12-2030
In de tabel worden de resultaten op verschillende einddata gesaldeerd. Dit is waarderingstechnisch niet geheel correct, maar het geeft wel een indicatie van de toekomstige (nog te verantwoorden) resultaatontwikkeling van de grondexploitaties. Het geprognosticeerd resultaat van alle projecten gesaldeerd bedraagt € 12,8 miljoen positief. Zoals eerder aangegeven is voor de grondexploitaties met een negatief resultaat een verliesvoorziening getroffen. Rekenparameters Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de gehanteerde parameters op basis van marktontwikkelingen herzien waarbij als belangrijke bron de ‘Outlook grondexploitaties 2026’ van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling is gebruikt. In deze jaarlijkse publicatie worden op basis van onderzoek en diverse bronnen gefundeerde inschattingen gemaakt van de parameters voor grondexploitaties. De aanpassingen zijn nader toegelicht in de memo ‘Rekenparameters grondexploitaties (MPG 31-12-2025)’ zoals vastgesteld door het College van B&W op 24 februari 2026. Het uitgangspunt blijft te allen tijde dat de gronden marktconform worden verkocht. Onderstaande parameters genereren een licht positief effect ten opzichte van eerder vastgestelde rekenparameters. Parameter
2027 2029 2028 e.v. 1,50% 1,50% 1,50% 4,00% 3,00% 2,00% 2026
Rente (boekwaarde en prognose) Kostenstijging Opbrengsten-stijging: Commerciële woningbouw 4,50% Sociale woningbouw 0,00% Bedrijventerreinen, kantoorlocaties en 0,50% detailhandel Maatschappelijke functies 0,00% Interne leveringen 0,00% Disconteringsvoet 2,00%
3,25% 2,00% 0,00% 0,00% 0,50% 2,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 2,00% 2,00%
Resultaten jaarrekening 2025 in vergelijking met jaarrekening 2024 In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze jaarrekening (2025) vergeleken met de resultaten uit vorige jaarrekening (2024). De eindwaarden van de projecten (op verschillende eindwaardedata) zijn bij elkaar opgeteld. Om de resultaten vergelijkbaar te maken met de vorige jaarrekening is de in 2025 genomen (tussentijdse) winst bij het resultaat op eindwaarde opgeteld. Ten opzichte van het geprognosticeerd resultaat van alle projecten bij de vorige jaarrekening (2024) is het geprognosticeerd resultaat afgenomen met € 10,1 miljoen (exclusief de winstneming in 2025). Inclusief de winstneming van 2025 is het geprognosticeerd resultaat op eindwaarde per eind 2025 ten opzichte van eind 2024 afgenomen met € 12,3 miljoen. Zie onderstaand overzicht.
bedragen x € 1.000 Verschil resultaat op eindwaarde
Resultaat op eindwaarde jaarrekening 2024
Resultaat op eindwaardeVerschil (nieuw jaarrekening minus oud) 2025
Winstneming 2025
Verschil gecorr. met winstneming 2025
Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West
-2.423 715 -206 10.918 971
-2.543 3.632 -1.336 8.125 2.225
-120 2.917 -1.130 -2.792 1.254
2.191 -
-120 5.108 -1.130 -2.792 1.254
Woningbouw Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht AZC Puurveense Veld Totaal
1.105 2.979 13.045 -3.150 1.255 -182 25.026
236 -261 3.856 -2.800 874 -598 405 947 12.763
-869 -3.239 -9.189 349 -381 -415 405 947 - 12.264
1.596 -1.541 -31 2.214
727 -3.239 -10.730 349 -412 -415 405 947 - 10.049
Op hoofdlijnen zijn de verschillen per project na winstneming (of correctie winstneming) - met een effect van meer dan € 0,1 miljoen (verschil tussen resultaat op eindwaarde van de jaarrekening 2025 minus de jaarrekening 2024) - ontstaan door: Bedrijventerrein: 1. Thorbeckelaan-Zuid (afname € 0,1 miljoen): De afname van het resultaat wordt veroorzaakt doordat de raming van het totaalbudget aan plankosten is verhoogd op basis van de nieuwe inzichten (gerealiseerde uitgaven 2025 en nieuwe raming voor de resterende periode va het project). 2. Harselaar-Zuid Fase 1A (toename € 2,9 miljoen): De toename van het resultaat komt voornamelijk door enerzijds het vervallen van een kostenpost: de terugbetaling van een bedrag o.b.v. een herziene afrekening van het exploitatieplan. Tevens zijn de afdrachten aan bovenwijkse investeringen verlaagd o.b.v. een actualisatie van de cijfers van de Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI 2026).
58
3. Thorbeckelaan Noord (afname € 1,1 miljoen): De afname van het resultaat komt met name doordat de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken en de binnenplanse ontsluiting voor het gehele plangebied zijn meegerekend in deze grondexploitatie. In het MPG 2024 werden alleen de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken voor het gemeentelijk eigendom meegerekend. De exploitatiebijdragen en de hogere uitgifteprijs voor bedrijventerreingronden compenseren deze extra kosten gedeeltelijk maar niet volledig. De reeds gemaakte kosten op dit project zijn mede de oorzaak van een verdere verslechtering van het resultaat. In 2026 wordt verkend of een regierol van de gemeente bij dit project te prefereren is ten opzichte van volledig kostenverhaal in combinatie met de verkoop van gemeentelijk grond. 4. Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 (afname € 2,8 miljoen): De afname van het resultaat komt met name doordat de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken en de binnenplanse ontsluiting voor het gehele plangebied[1] zijn meegerekend in deze grondexploitatie. De ruimgebruikskaart en de daarbij behorende planafhankelijke (hogere) kosten om het terrein bouw- en woonrijp te maken zijn – na intensieve afstemming met het ingenieursbureau – geactualiseerd als basis voor deze grondexploitatie. In het MPG 2024 werden alleen de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken voor het gemeentelijk eigendom meegerekend.
De exploitatiebijdragen en de hogere uitgifteprijs voor bedrijventerreingronden compenseren deze extra kosten gedeeltelijk maar niet volledig. Het is van belang dat de anterieure contractering met de particuliere grondeigenaren binnen het plangebied bekrachtigd wordt om het kostenverhaal van de exploitatiebijdragen te verzekeren. 5. Tolnegenweg-West (toename € 1,3 miljoen): De toename binnen dit project wordt veroorzaakt door het toevoegen van enkele exploitatiebijdragen ter vergoeding van o.a. plankosten en kosten voor aanleg ontsluitingswegen en hoofdstructuren. Ook is er sprake van een hogere uitgifteprijs gebaseerd op het advies van een onafhankelijk deskundige. Woningbouw: 6. Holzenbosch I (afname € 0,9 miljoen): De afname van het resultaat komt per saldo door de tussentijdse winst die is genomen in 2025. Deze wordt als een kostenpost in de grondexploitatie verwerkt, en heeft een negatief effect, omdat je een deel van de winst al uit het project haalt. Zie hiervoor ook de regels over tussentijdse winstneming. Per saldo is de grondexploitatie verbeterd. Er zijn meer opbrengsten gerealiseerd dan verwacht dat tot een hogere winstneming heeft geleidt ondanks dat er aanvullende kosten voor het woonrijpmaken zijn toegevoegd. 7.
Holzenbosch II (afname € 3,2 miljoen): De afname van het resultaat voor Holzenbosch II is toe te rekenen aan de verwerking van de binnenplanse investeringen van bovenwijks naar de grondexploitatie en het voorzichtiger ramen van de opbrengsten van het te realiseren programma binnen deze grondexploitatie. Met als aanleiding de mogelijke opdracht van het rijk om meer betaalbare woningbouw te realiseren en omdat de planvorming niet concreet is om deze gedetailleerd op te nemen. Dit zal het komende jaar verder worden uitgewerkt. 8. Bloemendal (afname € 9,2 miljoen): In het MPG 2024 en de bijbehorende paragraaf Grondbeleid bij de jaarrekening is rekening gehouden met de mogelijke opdracht vanuit het Rijk om 67% betaalbare woningbouw te realiseren in de lopende woningbouwprojecten. Deze programmamutatie naar 67% betaalbaar heeft direct financiële consequenties voor met name de grote woningbouwprojecten (lees Bloemendal). Met de toevoeging van een aparte risicopost is vorig jaar al geanticipeerd op de mogelijk consequenties van deze nieuwe regelgeving van het rijk. Deze programma aanpassing is vorig jaar niet in de lopende grondexploitatie Bloemendal verwerkt, maar meegenomen in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. De voorliggende grondexploitatie Bloemendal komt uit op 65% betaalbaar en komt daarmee voor een belangrijk deel tegemoet aan voornoemd programma-criterium.
Het plangebied van Bloemendal is vergroot waarmee we rekenen op de bouw van in totaal circa 2030 woningen. De kosten voor bouw- en woonrijpmaken en voor de binnenplanse ontsluiting zijn meer toegenomen dan het opbrengend vermogen bij het programma wat nagenoeg voldoet aan het betaalbaarheids-criterium. Het aandeel sociale huur voldoet nog niet aan de opgaaf van 30% per vast te stellen (deel)plan. In 2026 zal verdere programma-verfijning plaatsvinden om ook te voldoen aan de sociale huuropgaaf. 9. Verbindingsweg (toename € 0,3 miljoen): De kosten voor een bijdrage aan bovenwijks zijn vervallen en er zijn exploitatiebijdragen bijgekomen t.o.v. van vorig jaar. Daarnaast zijn er kosten voor het bouw- en woonrijpmaken voor het zuidelijk deel van het plangebied en de binnenplanse ontsluiting meegerekend in deze grondexploitatie. In het MPG 2024 werden alleen de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken voor het gemeentelijk eigendom meegerekend. De kosten zijn derhalve ten opzichte van het MPG 2024 toegenomen maar worden gecompenseerd door de exploitatiebijdragen. Eind 2025 is het TAM IMRO in procedure gebracht voor dit plan. De financiële bouwstenen van eind december 2025 zijn verwerkt in deze grondexploitatie, echter zonder dat deze zijn vastgelegd in contracten zodat het kostenverhaal verzekerd is. Op dit moment wordt gewerkt aan de anterieure contractering.
Per saldo is het eindresultaat minder negatief geworden. 10. Oostbroek (afname € 0,4 miljoen): De afname van de grondexploitatie komt door meerdere factoren. De kosten voor het bouw- en woonrijpmaken en voorbereiding en toezicht van de binnenplanse ontsluiting zijn meegerekend in deze grondexploitatie. Deze kosten (raming en realisatie) zijn verschoven van de NBI 2025 naar de grondexploitatie. De kosten zijn derhalve ten opzichte van het MPG 2024 toegenomen, maar worden gecompenseerd door de exploitatiebijdragen. Tevens zijn de geraamde grondopbrengsten licht gestegen vanwege de actualisatie van de grondprijzen (conform de vastgestelde Notitie Grondprijzen 2026). 11. De Eendracht (afname € 0,4 miljoen): Bij de actualisatie zijn de mutaties die waren voorzien, vanwege de Raad van State procedure, verwerkt. Dit betekent een aangepast programma met bijbehorende opbrengsten en kosten voor bouw- en woonrijpmaken. Tijdens de tweede tussenrapportage was het de verwachting dat dit een hogere negatief effect zou hebben dan nu bij de daadwerkelijke actualisatie. 12. AZC (afname € 0,3 miljoen t.o.v.
openingsgrondexploitatie februari 2025): Het resultaat van de grondexploitatie die de gemeenteraad in 2025 heeft vastgesteld is afgenomen met € 0,3 miljoen door hogere plan- en begeleidingskosten dan voorzien in combinatie met een extra niet geraamde kosten (inspectieput en verlichting fietspad). 13. Puurveense Veld (afname € 0,3 miljoen t.o.v. de openingsgrondexploitatie oktober 2025): Het resultaat van de grondexploitatie die de gemeenteraad in 2025 heeft vastgesteld is afgenomen met € 0,3 miljoen door hogere plan- en begeleidingskosten o.b.v. prijspeil 2026. Dit wordt deels gecompenseerd door een lichte stijging van de verwachte grondopbrengsten vanwege de actualisatie van de grondprijzen (conform de vastgestelde Notitie Grondprijzen 2026).
59
[1] Dit is een deel van de bovenwijkse investering zoals opgenomen in NBI 2026 valt binnen het plangebied van Harselaar 1B en 2 en is te kenmerken als een binnenplanse ontsluiting. Dit deel is uit de NBI gehaald en overgeheveld naar de grondexploitatie Harselaar 1B en 2.
Boekwaarde ontwikkeling In 2025 is geïnvesteerd in verschillende projecten. Veelal lopen de lasten vooruit op de baten, waarmee de stand van de boekwaarde na verloop van tijd zou moeten verbeteren. Richting het einde van het project wordt vaak nog geïnvesteerd in het woonrijp maken en de afronding van het project, waardoor tegen het einde van looptijd van een project in sommige gevallen de boekwaarde wat negatiever kan worden. In onderstaande tabel zijn per project de boekwaarden per 31-12-2024 opgenomen en de boekwaardemutatie die plaats heeft gevonden in 2025. Ook is de huidige stand per project van de boekwaarde op 31-12-2025 opgenomen. De totale boekwaarde per 31-12-2024 is van circa € 59,2 miljoen afgenomen met circa € 1,0 miljoen naar een boekwaarde per 31-122025 van afgerond € 58,1 miljoen.
bedragen x € 1.000 Boekwaarde stand per 31-12-2024
Mutatie boekwaarde 2025
Boekwaarde stand per 31-12-2025
Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West
4.690 -3.572 1.375 7.101 1.679
149 -9.061 619 372 403
4.839 -12.633 1.994 7.473 2.082
Woningbouw Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht AZC Puurveense Veld Totaal
1.680 2.130 30.082 6.345 -808 8.456 59.157
-2.374 1.382 2.102 2.217 392 318 1.252 1.184 - 1.044
-694 3.512 32.184 8.562 -416 8.774 1.252 1.184 58.113
Boekwaarde
Tussentijdse winstneming grondexploitaties Voor projecten met een positief saldo op eindwaarde geldt dat er mogelijk sprake is van een tussentijdse winstneming. De tussentijdse winstneming vindt jaarlijks plaats en de hoogte ervan wordt berekend na de actualisatie van de grondexploitatie. De tussentijdse winstneming is al in de boekwaarde ontwikkeling meegenomen. De berekeningsmethode voor de tussentijdse winst is door de Commissie BBV omschreven. De methode staat bekend als de ‘percentage of completion’ (POC)-methode. Het voortgangspercentage is derhalve maatgevend voor de hoogte van de tussentijdse winst. De tussentijdse winst wordt berekend door: gerealiseerde kosten / totale kosten te vermenigvuldigen met gerealiseerde opbrengsten / totale opbrengsten en deze fractie (%) te vermenigvuldigen met de geprognosticeerde eindwaarde (resultaat). De methodiek is enkel van toepassing op winstgevende projecten. Volgens de BBV voldoet deze methode aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat als de prognose van het eindresultaat van het project alsnog weer verslechtert er mogelijk winst gecorrigeerd en teruggeboekt dient te worden en dit ten laste van het jaarrekeningresultaat wordt gebracht. Dit jaar is de tussentijdse winstneming per saldo positief (€ 2,2 miljoen). Dit bedrag komt ten gunste van het gemeentelijke resultaat 2025.
In de onderstaande tabel is de winstneming per project opgenomen.
bedragen x € 1.000 Winstneming stand per 31-12-2025
Winstneming stand per 31-12-2024
Winstneming 2025
Richting
Bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1A
9.450
2.191
Winstneming
11.641
Woningbouw Holzenbosch I
7.531
1.596
1.795
-1.541
Oostbroek fase 1 en 2
1.229
-31
Winstneming Correctie winstneming Correctie winstneming
9.127
Bloemendal
20.006
2.214
Winstneming
Totaal
255 1.198 22.221
Tot en met 31 december 2024 was op de openstaande grondexploitaties totaal € 20,9 miljoen aan winst genomen. Door een correctie van €0,9 miljoen bij Harselaar-Zuid Fase 1A door de herrekening van de winstneming per 31-12-2024 als gevolg van foutherstel is het beginsaldo bij de jaarrekening 2025 aangepast in € 20,0 miljoen. Met de tussentijdse winstneming van 2025 (per saldo € 2,2 miljoen) bedraagt de totaal genomen winst per 31 december 2025 € 22,2 miljoen. Actualisatie verliesvoorziening Bij de jaarrekening 2024 is een verliesvoorziening vastgesteld van afgerond € 6,0 miljoen. De verliesvoorziening dient ter afdekking van de grondexploitaties met een negatief resultaat. De verliesvoorziening is opgenomen op eindwaarde. De grondexploitaties zijn geactualiseerd waardoor de resultaten gewijzigd zijn. In de onderstaande tabel zijn de verlieslatende grondexploitaties opgenomen per 31 december 2025.
bedragen x € 1.000
60
Resultaat op eindwaarde
Eindwaarde datum
Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Thorbeckelaan Noord
-2.543 -1.336
31-12-2028 31-12-2032
Woningbouw Holzenbosch II Verbindingsweg De Eendracht Totaal
-261 -2.800 -598 - 7.538
31-12-2030 31-12-2030 31-12-2030
Verlieslatende projecten
Op basis van de bijgestelde resultaten is de verliesvoorziening bijgesteld, waardoor deze verhoogd moet worden met afgerond € 1,6 miljoen. In de volgende tabel is de ontwikkeling van de benodigde verliesvoorziening bij de jaarrekening 2025 per project opgenomen.
Ontwikkeling verliesvoorziening
Stand 31-12-2024
bedragen x € 1.000 Mutatie Stand 2025 31-12-2025
Verliesvoorziening o.b.v. resultaat grondexploitaties Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Thorbeckelaan Noord
2.423 206
120 1.130
2.543 1.336
Woningbouw Holzenbosch II Verbindingsweg De Eendracht Subtotaal verliesvoorziening o.b.v. mutatie resultaat grondexploitaties
3.150 182 5.961
261 -349 415 1.577
261 2.800 598 7.538
Afsluiten projecten Bij de jaarrekening 2025 worden geen verlieslatende projecten afgesloten Verliesvoorziening jaarrekening 2025
7.538
De benodigde verliesvoorziening per 31-12-2025 bedraagt circa € 7,5 miljoen. De toename van de verliesvoorziening wordt vooral veroorzaakt door een verslechtering van de resultaten op eindwaarde van de projecten Thorbeckelaan-Noord, Holzenbosch II en De Eendracht. Daarentegen is het resultaat van het project Verbindingsweg minder negatief geworden, waardoor de voorziening voor dit project naar beneden bijgesteld kon worden. Een toelichting op de mutaties in de resultaten van deze projecten is eerder in deze paragraaf terug te lezen.
Resultaat grondexploitaties In de onderstaande tabel is een totaalsaldo van de resultaten in 2025 van de grondexploitaties opgenomen. Het resultaat van de grondexploitaties in de jaarrekening 2025 bedraagt afgerond € 0,6 miljoen positief.
bedragen x € 1.000 Resultaat grondexploitaties A. Resultaat afgesloten projecten B. Tijdelijk afgesloten projecten C. Tussentijdse winstneming D. Mutatie verliesvoorziening Totaal
Resultaat 2025 n.v.t. n.v.t. 2.214 -1.577 638
5.4 Risicomanagement Risicomanagement
Risico’s en beheersmaatregelen In de loop der jaren heeft de gemeente door het ingezette grondbeleid een grondportefeuille van substantiële omvang verkregen. De risico’s die gepaard gaan met het bezit van gronden en de ontwikkeling daarvan worden door de gemeente onderkend. Risico’s De belangrijkste risico’s, in algemene zin, die kunnen worden onderscheiden zijn: Renteschommelingen (het risico is: stijgingen) op de leenportefeuille; Afname marktbehoefte. Dit komt tot uitdrukking door kostenverhogingen verband houdend met plan- en programma aanpassingen, lagere opbrengsten en/of verlate opbrengsten. Toename kosten door tegenvallende resultaten bij de uitvoering van werken en werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op een aanbesteding en/of de omvang van een bodemsanering (grond, grondwater, asbest). Aanwezigheid van belemmerende milieucirkels en/of richtlijnen door bestaande en/of veranderende weten regelgeving. Het ontwikkelpotentieel komt hiermee onder druk te staan (deelgebied zit op slot) De aanwezigheid van derden die niet geïnteresseerd zijn in de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit kan resulteren in oplopende (rente)kosten op de gemeentelijke grondpositie en verlate opbrengsten. Door de verschuiving van een actieve naar een faciliterende grondpolitiek wordt dit risico belangrijker.
Niet komen tot een privaatrechtelijke overeenkomst om kostenverhaal en daarmee de betalingsverplichting vast te leggen. Als het niet lukt om tot een privaatrechtelijke overeenkomst te komen met een particuliere partij is het mogelijk om in het publiekrechtelijk spoor het kostenverhaal te regelen maar dit vraagt – aanvullend op de tijd om te komen tot privaatrechtelijke contractering – extra tijd en inzet. In zijn algemeenheid geldt dat indien de kans van optreden van een projectrisico groter of gelijk is aan 50%, deze in zijn geheel meegenomen is in de grondexploitatie (bijv. een kostenpost is verhoogd of toegevoegd of de einddatum is opgeschoven). Beheersmaatregelen Om genoemde risico’s te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen: De gemeente Barneveld kiest afhankelijk van de situatie en context de meest passende vorm van
61
grondbeleid en bijbehorend instrumentaria om optimaal te kunnen sturen op de ruimtelijke doelen en ambities. Concreet betekent dit actief waar het moet en faciliterend waar het kan. In de praktijk betekent dit per project of locatie bekeken wordt of actief wordt ingezet op verwerving van gronden of dat er juist ontwikkelafspraken met grondeigenaren gemaakt kunnen worden. Dat laatste komt vaker voor dan voorheen het geval was met als inzet om te komen tot overeenkomsten met deze grondeigenaren. De behoedzame houding komt tot uitdrukking in de boekwaarden van de grondportefeuille. Deze neemt al sinds 2009 substantieel af. Het totaal van de opbrengsten (voornamelijk verkopen) overstijgt het totaal van de kosten(waaronder de kosten voor grondverwerving). De blootstelling van de gemeente aan de risico’s die kleven aan grondbezit nemen hierdoor ook af. De gemeente volgt de rente ontwikkelingen op de voet teneinde voor de gehele leenportefeuille een aantrekkelijke meerjarige rente te realiseren. Rondom het ontwikkelen van de gemeentelijke grondposities is een projectorganisatie ingericht. Hiermee kan effectief en efficiënt gehandeld worden. Grondeigenaren worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Marktpartijen worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling.
Specialisten van de gemeente houden zich bezig met het monitoren van de behoefte voor woningbouw en bedrijventerreinen. Specialisten van de gemeente onderzoeken omgevingsaspecten (geluid, geur, verkeer, archeologie, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc.) in relatie tot de beoogde planologische regeling. Ondanks de geïmplementeerde beheersmaatregelen is dit geen garantie dat de genoemde risico’s niet optreden. Om de financiële gevolgen hiervan af te dekken maakt de gemeente gebruik van verliesvoorzieningen en vrije reserves. Deze houden verband met voorzienbare respectievelijk onvoorziene risico’s. Deze worden hieronder nader toegelicht. Voorzienbare risico’s De voorzienbare risico’s zijn meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de fasering hiervan in de tijd. De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. De omvang van de voorzienbare risico’s worden in overleg met de projectleider en de overige betrokken interne vakdisciplines bepaald en verwerkt in de grondexploitatie. Het saldo op eindwaarde van een specifiek project kan hierdoor positief of negatief wijzigen. Een verdienlocatie kan overgaan in een verlieslocatie (of andersom).
Voor zover sprake is van een verlieslocatie (en een bijbehorend voorzienbaar tekort) wordt, conform de systematiek uit het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV), een verliesvoorziening getroffen. Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, met de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten. Onvoorziene risico’s Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s (onbenoemde en onbekende risico’s). Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden. Om de onvoorziene risico’s af te dekken maakt de gemeente gebruik van haar reserves, hetgeen onderdeel is van het beleid. De onvoorziene risico’s van de (gehele) grondportefeuille zijn geïntegreerd bij het bepalen van het risicoprofiel voor het totaal van activiteiten van de gemeente. Hiervoor wordt tweemaal per jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd. Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald en afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Bij het bepalen van het beschikbare weerstandsvermogen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen om financiële tegenvallers, die niet zijn begroot, op te vangen. Deze werkwijze is inmiddels enige jaren operationeel.
Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd in de programmabegroting en jaarverslaggeving. Geschetst beleid is vastgelegd in de ‘Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2024’ (collegebesluit B-4.23, d.d. 15 september 2020). Ten behoeve van de risicoparagraaf in de jaarrekening 2024 is de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen voor het afdekken van de onvoorziene risico’s die gemoeid zijn met de grondportefeuille via de IFLO methode geactualiseerd. Bij deze actualisatie wordt rekening gehouden met de balanswaarde en nog te maken kosten van alle grondexploitaties (10% wordt meegenomen voor het benodigde weerstandsvermogen.
5.5 Toekomstresultaat In de loop van 2026 kunnen naar verwachting de volgende projecten worden afgesloten: Holzenbosch I In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de in 2026 geprognosticeerde af te sluiten grondexploitaties op eindwaarde 31 december 2026 opgenomen.
Resultaat op eindwaarde
Richting
Woningbouw Holzenbosch I
236
Positief
Totaal
236
Prognose in 2026 af te sluiten grondexploitaties
bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum 31-12-2026
Deze grondexploitatie zal zoals nu verwacht bij de jaarrekening van 2026 worden afgesloten. Door aanpassingen op het project en mee- of tegenvallers kan het resultaat van de grondexploitatie anders uitvallen dan nu berekend.
62
Paragraaf 6 Verbonden partijen
6.1 Inleiding De paragraaf Verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente met derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. De functie van de paragraaf Verbonden partijen is dat inzicht te bieden. Definities Als er sprake is van financiële risico’s, dan worden deze in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als de financiële relatie uitsluitend bestaat uit inkomensen/of vermogensoverdrachten (subsidies), is geen sprake van een financieel belang. Deze relaties worden niet in deze paragraaf beschreven.
Als daartoe vanuit de kaderstellende rol aanleiding is, worden deze relaties direct bij de programma’s beschreven. Er zijn twee soorten verbonden partijen: 1. Publiekrechtelijk: de gemeenschappelijke regeling. Afhankelijk van de aard van samenwerking kan wel of geen rechtspersoon worden gecreëerd. Wordt er geen rechtspersoon gecreëerd dan bestaat de samenwerking vooral uit overleg. Wordt er wel een rechtspersoon in het leven geroepen, dan is er sprake van verlengd lokaal bestuur; 2. Privaatrechtelijk: rechtspersoon, zoals een vennootschap (BV, NV of CV), stichting en vereniging.
6.2 Beleid De gemeente wil de beoogde doelen, zoals geformuleerd in de Kadernota en de Programmabegroting, optimaal realiseren. In de meeste gevallen betekent dit dat de gemeente zelfstandig taken en resultaten kan realiseren. In een aantal gevallen is samenwerking met derden zinvol. De gemeente kan een relatie met een verbonden partij aangaan, indien de voordelen van de samenwerking opwegen tegen de nadelen. De visie en kaders van verbonden partijen moeten geen harnas zijn, maar een werkbaar en helder instrument. De afweging van voor- en nadelen is tenslotte slechts beperkt in cijfers uit te drukken. De beoordeling en weging van factoren is iets dat bij elke verbonden partij opnieuw zorgvuldig dient te gebeuren. Voor het aangaan van een verbonden partij zijn kaders in de nota ‘Verbonden Partijen’ geformuleerd.
6.3 Verbonden partijen
Financiële gegevens verbonden partijen bedragen x € 1.000 Financiële gegevens verbonden partijen
Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) Valleihopper Leisurelands* Regio de Vallei Omgevingsdienst de Vallei (OddV) Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe GR Jeugdhulpregio FoodValley Regio FoodValley Totaal gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties Coöperatie Parkeerservice UA* Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV) Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) PPS De Burgt Muziektheater Barneveld BNG Bank Alliander Totaal vennootschappen en coöperaties Stichtingen en verenigingen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten* Totaal stichtingen en verenigingen
Eigen vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Vreemd vermogen
01-01-2025
31-12-2025
01-01-2025
31-12-2025
2025
14.331 g.n.b. 117 g.n.b. 5.678 20.126
13.506 g.n.b. 125 g.n.b. 6.436 20.067
47.664 g.n.b. 35 g.n.b. 23.240 70.939
65.018 g.n.b. 42 g.n.b. 21.444 86.504
1.152 g.n.b. 15 g.n.b. 318 1.485
g.n.b. g.n.b. g.n.b. g.n.b. g.n.b. g.n.b. 2.591 - 177 - 308 4.572 159 170 4.863.000 123.164.000 110.701.000 6.203.000 6.908.000 7.960.000 11.073.163 130.071.982 118.660.862
g.n.b. g.n.b. - 131 - 94 172.000 289.000 460.775
g.n.b. g.n.b. 2.679 4.666 4.777.000 6.038.000 10.822.345
g.n.b. -
Verwacht resultaat
g.n.b. -
g.n.b. -
g.n.b. -
g.n.b. -
-
-
-
-
11.093.230 130.142.921 118.747.366
462.260
Overige verbonden partijen Totaal Overige verbonden partijen Totaal verbonden partijen
10.842.471
63
Gemeenschappelijke regelingen
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)
Openbaar belang
De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) voert voor de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar wettelijke taken uit rond brandweerzorg, publieke gezondheid, rampen en crisis. VGGM levert een bijdrage aan het behalen van gemeentelijke doelstellingen op programma 1 voor gezondheidszorg en programma 3 voor brandweerzorg.
Financieel belang
Barneveld heeft in 2025 ongeveer € 7.500.000 als inwonersbijdrage betaald (8,8% van de inbreng van gemeenten).
Bestuurlijk belang
In het Algemeen Bestuur van VGGM wordt de gemeente Barneveld vertegenwoordigd door burgemeester van der Tak. Burgemeester van der Tak neemt deel aan de bestuurscommissie veiligheid en wethouder de Heer neemt deel aan de bestuurscommissie gezondheid. De besluiten in het Algemeen Bestuur worden genomen met gewone meerderheid van stemmen (één stem per gemeente). Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Besluiten betreffende de begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij de gemeente Barneveld (op basis van het inwoneraantal) 3 stemmen heeft.
Risico's
De risico's zijn beperkt en liggen voor een belangrijk deel op het terrein van bedrijfsvoering. Daar waar ook de komende jaren in geïnvesteerd gaat worden bij VGGM. We signaleren geen risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van Barneveld.
Valleihopper
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
De Valleihopper verzorgt het geïndiceerd Wmo-vervoer voor de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Het vervoer wordt verzorgd in opdracht van de deelnemende gemeenten. De organisatie is ondergebracht in de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Valleihopper. Voor de drie Utrechtse gemeenten wordt in opdracht van de Provincie Utrecht nog het aanvullend openbaar vervoer verzorgd. De bijdrage voor 2025 bedroeg ongeveer € 440.000. Eventuele voor- en nadelen worden verrekend met de aangesloten gemeenten. Vertegenwoordiging vanuit alle colleges in het bestuur van BVO Valleihopper. Geen.
Leisurelands
Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang Risico's
Leisurelands beheert 19 recreatiegebieden in Gelderland (en één in Limburg), waaronder Zeumeren. De inzet van Leisurelands is gericht op het verbeteren en exploiteren van de verschillende terreinen. De recreatiebranche is de afgelopen jaren in beweging. De consument wordt veeleisender en investeringen in de sector staan onder druk. Recreatieterrein Zeumeren is de komende jaren een proeftuin voor Leisurelands als het gaat om de toepassing van alternatieve energie (zonnepanelen en biovergassingsinstallatie) op recreatieterreinen. Tevens zet Leisurelands in op een kwalitatieve verbetering van het recreatiegebied. De gemeente Barneveld is samen met nog 22 andere gemeenten aandeelhouder van Leisurelands. De gemeente Barneveld heeft op basis van haar inwoneraantal 4,6% van de aandelen in bezit. De gemeente Barneveld verstrekt aan Leisurelands geen subsidie en Leisurelands keert geen dividend uit over de aandelen. Portefeuillehouder toerisme (economie) is gemandateerd om in de aandeelhoudersvergaderingen namens de gemeente Barneveld het woord te voeren en stemrecht uit te brengen op de door de gemeente Barneveld gehouden aandelen in het kapitaal van Leisurelands. Niet van toepassing.
Regio de Vallei
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Regio De Vallei is een samenwerkingsverband op regionaal niveau dat bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Binnen deze regio worden twee hoofdactiviteiten uitgevoerd: het beheren van het contract voor de inzameling van huishoudelijk afval en het gezamenlijk coördineren van beleid en inkoop op het gebied van GFT, PMD en huishoudelijk afval. De bijdrage van de gemeente Barnveld in 2025 bedraagt circa € 10.608. De portefeuillehouder Groen en Openbare Ruimte vertegenwoordigt de gemeente in het bestuur van Regio De Vallei. Het wijzigen of stopzetten van de GR kan juridische en/of financiële consequenties hebben.
Risico's
In de GR is voorzien in de mogelijkheid van uittreding. Daartoe moet het college een uittredingsplan opstellen en de regio moet worden gecompenseerd voor het nadeel dat de andere deelnemende gemeente lijden door het uittreden van een lid. De raad moet het uittredingsplan goedkeuren.
Omgevingsdienst de Vallei (OddV)
64
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
De Omgevingsdienst de Vallei is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk, Wageningen en de provincie Gelderland. De gemeenschappelijke regeling voert voor de deelnemers de taken Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op grond van de Omgevingswet uit met als doel een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De deelnemersbijdrage van Barneveld voor 2025 is € 5.397.019. Wethouder Oosterwijk is lid van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. De taak vergunningverlening valt in de portefeuille van wethouder Wijnne (RO) en het toezicht en de handhaving in de portefeuille van wethouder Oosterwijk. Het weerstandsvermogen op 31 december 2024 bedroeg € 440.000 en was onvoldoende om de risico's op te vangen. Het bestuur van de OddV heeft op 17 juli 2025 besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen tot € 500.000, waardoor de risico's gedekt zijn.
Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe
Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe De Centrumregeling Meten en Monitoren legt de samenwerking vast tussen de gemeente Barneveld, diverse andere gemeenten in de regio en het Waterschap Vallei en Veluwe voor het verzamelen en valideren van data over de afvalwaterketen, het stedelijk oppervlaktewatersysteem en het grondwater. Een uitvoeringsteam (UVT) voert de taken uit.
Openbaar belang
De gemeente is verplicht om het functioneren van ons rioolstelsel, oppervlaktewater en grondwater te monitoren. Data, inzicht en advies zijn belangrijk voor een goed inzicht in de systemen en om onderbouwde keuzen te maken voor maatregelenpakketten en strategieën. Ook als de omstandigheden wijzigen door bijvoorbeeld klimaatverandering. De gemeenschappelijke regeling staat garant voor kwaliteit, continuïteit, duurzaamheid en innovatie van de informatievoorziening tegen lage kosten. In opdracht wordt ook aanvullend advies door het UVT uitgebracht. De Centrumregeling levert een bijdrage aan het behalen van de gemeenschappelijke doelen in programma 3 Woon- en Leefomgeving, 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving.
Financieel belang
Bestuurlijk belang
Risico's
Het Waterschap draagt een derde van de kosten. De gemeenten dragen twee derde van het totaal waarbij elke gemeente een vast bedrag van € 2.000 bijdraagt vermeerderd met een percentage van de resterende som naar rato van haar inwoneraantal. De Barneveldse bijdrage voor 2025 bedroeg ca. € 60.000 (nr 6060) en bestond uit de vaste bijdrage en de kosten van specifieke (aanvullende) verzoeken voor de gemeente Barneveld. De deelnemende gemeenten en het waterschap behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden (Art 2 lid 6 van de Centrumregeling). Wethouder Treep – van Hoeckel van de gemeente Soest is voorzitter van het bestuurlijk overleg. Wethouder Wijnne is lid van dat overleg, dat ten minste tweemaal per jaar plaatsvindt. De financiële gevolgen en risico’s zijn beperkt. De gemeente Barneveld levert vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een bijdrage aan deze centrumregeling.
GR Jeugdhulpregio FoodValley
Openbaar belang
De regeling GR Jeugdhulpregio FoodValley (oprichtingsdatum 1 november 2025) is getroffen voor gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers (Ede, Barneveld, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal) in het kader van de uitvoering van hun bedrijfsvoeringstaken over het regionaal contracteren of subsidiëren van de jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Financieel belang
Feitelijk start de GR Jeugdhulpregio FoodValley financieel per 1 januari 2026. De verdeling van de totale kosten zal plaats vinden op basis van het aantal inwoners. Dit komt voor Barneveld neer op ongeveer 18% van het totaal van de deelnemende gemeenten.
Bestuurlijk belang
Namens de gemeente Barneveld is wethouder de Heer lid van het bestuur. Besluitvorming vindt plaats op basis van tweederde meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en tegenstemmen, tenzij in de GR-regeling anders is bepaald. Elk bestuurslid heeft 1 stem (op het totaal van 7 bestuursleden).
Risico's
Geen.
Regio FoodValley
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
Regio Foodvalley is een samenwerkingsverband van meerdere gemeenten dat zich richt op regionale samenwerking en het realiseren van gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen. Deze samenwerking omvat diverse programma's en projecten die bijdragen aan de strategische agenda van de regio. De bijdrage van Barneveld aan Regio Foodvalley in 2025 bedraagt 416.355 (bijdrage regiokantoor). voor het mobiliteitsfonds 67.285 en voor de programma's 295.149. Totaal €778.789. Daarnaast was er een SPUK-bijdrage van €56.488. De vertegenwoordiging in het bestuur van Regio Foodvalley wordt verzorgd door de portefeuillehouder Regionale samenwerking Foodvalley. De ondersteuning door de gemeente Ede aan Regio Foodvalley wordt intensiever door de toenemende complexiteit van werkveld, regelgeving en processen.
65
Vennootschappen en coöperaties
Coöperatie Parkeerservice UA Ondersteuning bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van parkeerbeleid, zonder winstoogmerk. De deelnemende gemeenten (leden) zorgen samen voor inkoopkracht, schaalvoordeel en bundeling van kennis. Openbaar belang
Coöperatie Parkeerservice UA ondersteunt de gemeente Barneveld in de uitvoering van het parkeerbeheer. Op projectbasis wordt gewerkt aan het realiseren van activiteiten en maatregelen uit het Parkeerplan. De gemeente Enkhuizen is in 2026 toegetreden tot de coöperatie Parkeerservice. Tevens is het uitbreiden van het pakket aan diensten bij bestaande leden een belangrijk speerpunt.
Financieel belang
De bijdrage voor het afsluiten van het raamcontract (beheer en onderhoud ‘straatparkeerapparatuur’, één Slagboomterrein, één Cameraparkeerterrein en nacalculatie geleverde diensten zoals beheer parkeervergunningen) is conform opdracht gefactureerd.
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder verkeer vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene Leden Vergadering (ALV).
Risico's
Uitgangspunt van Coöperatie Parkeerservice UA is om kostendekkend te opereren. Er wordt gewerkt met een overeenkomst die jaarlijks wordt vastgesteld. Het lidmaatschap wordt daarmee jaarlijks verlengd. Voor opzegging geldt een opzegtermijn van één kalenderjaar.
Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV)
Openbaar belang
Financieel belang
Soms lopen lokale ontwikkelingen vast door complexe eigendomssituaties en/of problemen met de financiering. Als de markt het niet oplost en voor gemeenten het publiekrechtelijke spoor doodloopt, kan stevig ingrijpen nodig zijn. De elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland, verenigd in het programma Vitale Vakantieparken, hebben daarvoor gezamenlijk de besloten vennootschap (bv) OMVV opgericht. In overleg met de betrokken gemeente kan de OMVV een rol spelen bij het aankopen en/of (tijdelijk) beheren van parken. € 2.959 aan aandelen. Dat is 6,58% van de aandelen.
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder financiën is gemandateerd om de gemeente in de aandeelhoudersvergadering te vertegenwoordigen.
Risico's
De risico's zijn beperkt, omdat het aandeel van de gemeente Barneveld relatief klein is.
Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang Risico's
Het participeren in ontwikkelingen in de regio en met name de woonwijk De Burgt. De gemeente heeft een geldlening uitstaan op GBO BV. Deze is grotendeels afgelost. Er staat nog voor € 0,4 miljoen uit. Daarnaast heeft de gemeente kosten voorgeschoten middels een rekeningcourantverhouding met GBO BV. Deze vordering op GBO BV is momenteel € 2,1 miljoen. Over beide bedragen wordt een rente in rekening gebracht aan GBO BV. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 90.756; hiervan is € 18.151 geplaatst en volgestort. De Gemeente Barneveld is aandeeelhouder en bestuurder. Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) is 100% 'dochter' van de gemeente en dient slechts als hulpstructuur tot participatie. Voor de financiële risico's heeft de gemeente een voorziening getroffen die jaarlijks muteert op basis van de resultaten van GBO BV. Zodoende zijn de risico's nihil.
PPS De Burgt Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
Het ontwikkelen van nieuwbouwwijk de Burgt. De gemeente heeft geen direct financieel belang. Het financiële belang (deelnemingen en verstrekte leningen) loopt via GBO BV. De financiële resultaten vertalen zich jaarlijks in de jaarrekening van GBO BV. De Gemeente Barneveld is aandeelhouder en bestuurder van de beherende vennoten. De risico’s worden beperkt ingeschat als gevolg van afspraken rondom De Burgt die door de raad bekrachtigd zijn.
Muziektheater Barneveld Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Het beschikbaar stellen van vastgoed om openbaar toegankelijke culturele voorstellingen en evenementen mogelijk te maken. Deelneming in geplaatst maatschappelijk kapitaal van € 6,1 miljoen. Het aandeel van de gemeente is 78,25%. De exploitatie van het Muziektheater is in handen van MTB BV. College van B&W is samen met Stichting Fonds 1845 eigenaar van het theatergebouw. Beide maken deel uit van de Algemene vergadering van aandeelhouders MTB BV. Wethouder Pluimers vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene vergadering van aandeelhouders.
66
Risico's
MTB BV heeft één huurder, te weten Schaffelaartheater BV. De mate waarin de huurder zijn huur kan betalen is een risico. Aankomende jaren zal er meer onderhoud van het vastgoed nodig zijn. De bijdrage in de VVE zal hoger worden.
BNG Bank Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
Lage tarieven, laagdrempelige toegang tot de geld- en kapitaalmarkt, dividend en overige bancaire faciliteiten. 24.570 aandelen van totaal 55.690.720 aandelen, in casu 0,04%. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandeelbezit vervreemd kunnen worden. BNG Bank voldoet aan de Europese minimumeis ten aanzien van de zogenoemde leverage ratio van 3%. Deze ratio is in half 2025 10%
Alliander Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
Zorgen voor een betrouwbaar en bestendig netwerk ten behoeve van transport energie. 557.962 aandelen in bezit van de in totaal 136.795.000. College treedt namens raad op bij onder andere aandeelhoudersvergaderingen. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Solvabiliteit is goed.
Stichtingen en verenigingen
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN)
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
Zorgen voor de verbetering van de kwaliteit van de volkshuisvesting en de gebouwde omgeving in brede zin. Doelstelling wordt nagestreefd door het verstrekken van leningen. De gemeente heeft via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) lopen: - garantstelling Woningstichting Barneveld; - VROM-starterslening; - duurzaamheidslening / stimuleringsregeling toekomstbestendig wonen. Het saldo van de uitstaande leningen (uitgaven minus inkomsten) was per 31 december 2025 € 7,992 miljoen voor 357 startersleningen, 160 duurzaamheidsleningen en 335 toekomst bestendig wonen leningen (TBWL). Lidmaatschap van gemeente Op 31 december 2024 bedroeg het eigen vermogen € 71 miljoen. Een deel daarvan reserveert SVn sinds 2014 voor het 10% eigen risico op verliezen bij NHG-hypotheken voor Startersleningen. SVn neemt dit risico over van gemeenten, provincies en samenwerkingspartners en belast deze bij eventuele verliesdeclaraties niet door. We continueren het overnemen van het 10% eigen risico vooralsnog tot en met 2025. De niet door NHG gegarandeerde verliesdeclaraties op de Combinatielening (die samen met de Starterslening wordt verstrekt) bekostigt SVn tijdens deze periode eveneens uit het eigen vermogen.
De eerste honderd Verzilverleningen (€ 1,4 miljoen) financierden we uit het eigen vermogen, de SVn Plusleningen die we uit het vermogen financierden zijn in 2024 volledig afgelost.
67
Paragraaf 7 Bedrijfsvoering
7.1. Inleiding De afgelopen jaren is stevig ingezet op het versterken van de bedrijfsvoering van de organisatie. In 2025 zijn de opbrengsten van Barneveld Groeit! grotendeels geborgd in de staande organisatie. Hieronder wordt per thema toegelicht welke resultaten zijn behaald en hoe de voortgang is gerealiseerd.
7.2. Organisatie-ontwikkeling Versterken strategisch vermogen en regie In 2025 heeft het nieuw gevormde team concernstrategie een duidelijke positie gekregen. Het team heeft de strategievorming, netwerkgericht werken, lobby en public affairs verder uitgewerkt. Ook wordt er nu al invulling gegeven aan o.a. lobby en public affairs. Programmamanagement structureel binnen dit team gepositioneerd, met als doel programma’s binnen één geharmoniseerde werkwijze worden aan te sturen. Dit heeft geleid tot meer samenhang, tijdige besluitvorming en een betere aansluiting op bestuurlijke prioriteiten. Sturingsmodel Het in 2024 vastgestelde sturingsmodel is in 2025 deels verder ingevoerd. Functies en rollen zijn herijkt en afgestemd op het nieuwe model. Het model wordt toegepast als leidraad voor besluitvorming, samenwerking en sturing. In 2025 heeft dit geleid tot meer rolhelderheid, duidelijkere verantwoordelijkheden en een efficiëntere interne governance. Implementatie portfolio- en capaciteitsmanagement In 2024 is gestart met het breder implementeren van projectmatig werken en portfoliomanagement. Hierin zijn de nodig stappen gezet, bijvoorbeeld met het verder uitwerken van de wijze van projectmatig werken, het organiseren van ‘portfoliotafels’ en het implementeren van een portfolio-tool.
De daadwerkelijke realisatie van deze methodieken en werkwijzen is echter een punt van aandacht en zal in 2026 herijkt worden opgepakt. Facilitaire zaken Het nieuwe team Facilitaire Zaken is eind 2024 gevormd en heeft in 2025 stappen gezet in professionalisering. Er is gewerkt aan: het opstellen van facilitair beleid, het in kaart brengen van verouderde voorzieningen, de ontwikkeling van een meerjarige vervangings- en investeringsagenda, aansluiting op de nieuwe huisvestingsvisie. Dit zorgt voor voorspelbaarheid en betere budgettering van facilitaire uitgaven. Contractbeheer en -management Het versterken van contractbeheer heeft in 2025 geleid tot meer grip op tijdige verlenging en betere afspraken met leveranciers. Ook is er door gebruikmaking van data en dashboards meer inzicht. Het meer centraal of onder regie structureel werken aan beheer en management van contracten is opgepakt maar nog niet afgerond. Personeel In 2025 zijn voor alle teams strategische personeelsplannen opgesteld. Deze bieden inzicht in de gewenste ontwikkeling van teams, zowel kwantitatief als kwalitatief. Op basis van de SPP’s zijn in 2025 reeds acties uitgewerkt en verbonden aan HR-instrumenten zoals leren & ontwikkelen, werving & selectie en strategische loopbaanontwikkeling.
Er is een start gemaakt met de verbetering en verbreding van het onboardingsproces en optimalisering van het proces van werving en inhuur. Beide worden in 2026 geïmplementeerd. Hiermee wordt structureel gebouwd aan een toekomstbestendige organisatie die meegroeit met de opgaven van Barneveld. Specifiek is een analyse gemaakt in het kader van de ‘wet DBA’ en is er gestuurd het risico voor de organisatie hierbij te beheersen.
7.3 Digitalisering & informatievoorziening In 2025 zijn weer stappen gezet in de doorontwikkeling van de informatievoorziening: I-Governance en I-portfoliomanagement De in 2024 vastgestelde CIO-visie is verder uitgewerkt in concrete kaders en processen. Het I-portfoliomanagement functioneert in 2025 als structureel proces dat inzicht biedt in alle lopende en voorgenomen digitaliseringsprojecten en de beschikbare capaciteit en middelen. Datagedreven werken Het datagedreven werken heeft in 2025 verdere vorm gekregen. Er zijn nieuwe dashboards opgeleverd voor verschillende domeinen, en bestaande informatieproducten zijn doorontwikkeld. Management en adviseurs maken steeds vaker gebruik van data als startpunt voor analyse, gesprekken en besluitvorming, waardoor de kwaliteit van sturing toeneemt. Informatiebeveiliging (BIO, AVG, ENSIA) In 2025 is verder uitvoering gegeven aan het informatiebeveiligingsbeleid, waarbij de BIO en de 10 bestuurlijke principes leidend zijn. Security by design wordt steeds meer toegepast bij nieuwe projecten. De ENSIA-verantwoording laat zien dat de grootste risico’s onder controle zijn gebracht en dat verbetermaatregelen worden opgepakt