Hunnenweg VII_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Hunnenweg VII
(april 2021) bestemmingsplan Plannr. 1562
Hunnenweg VII
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 7
Hoofdstuk 3
9
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
16 16 16 18 24 26 26
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
34 34 34 36 39 40 40 41 41 42 42 43 44 44 45 45
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
48 48 48 48 52 54 54
Hoofdstuk 7
55
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen 8.5 Coördinatieregeling
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
2
Impressie natuurwoning
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
56 56 56 56 57 57
Hunnenweg VII
Bijlage 2
Ecologisch onderzoek
Bijlage 3
Bijlage bij ecologisch onderzoek
Bijlage 4
Errata bij ecologisch onderzoek
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek
Bijlage 6
Besluit GS herbegrenzing GNN
Bijlage 7
Besluit ontheffing herplantplicht
Bijlage 8
Vergunning Wnb (gebiedsbescherming)
Bijlage 9
Ontheffing Wnb (soortenbescherming)
Bijlage 10
Nota zienswijzen
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
3
Hunnenweg VII
4
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Hunnenweg 65 (en omgeving) in Voorthuizen is een verzoek ingediend om een zelfvoorzienende natuurwoning aan de bosrand met zicht op de heide te realiseren en aanwezige landbouwgronden naar natuur om te vormen. Het is de bedoeling dat deze ontwikkeling op een gedeelte van het voormalige landgoed "De Pauwenhof" mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast wordt ook de realisatie van een tweede natuurwoning planologisch mogelijk gemaakt (hiervoor wordt de bestaande woning aan de Hunnenweg 65 gesloopt). Ook een terrein ten zuidwesten van Hunnenweg 65 maakt onderdeel uit van het plangebied. Verder wordt de recreatiewoning aan Hunnenweg 45 gesloopt én dat gebied wordt eveneens omgevormd naar natuur. Totaal betreft het plangebied een oppervlakte van 46,7 ha. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is voorliggende herziening van de bestemmingsplannen opgesteld.
Afbeelding: ligging plangebied in omgeving Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
5
Hunnenweg VII
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Hunnenweg in het buitengebied van de gemeente Barneveld (tussen Voorthuizen, Garderen en Veenhuizerveld). Het plangebied is in totaal 46,7 ha groot. Het wordt aan de noordzijde begrensd door de Traa en bos (gemeente Putten). Aan de oostzijde vormt natuur en bebouwing aan de Traa 1, 3, 5 en 9 (voormalig landgoed "De Pauwenhof") de grens van het plangebied. De grens aan de zuid- en westzijde wordt gevormd door de Hunnenweg, agrarische gronden, natuur en een recreatieterrein aan de Zevenbergjesweg. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding: ligging plangebied (luchtfoto)
6
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
2.2
Geldende bestemmingen
Het grootste gedeelte van het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden die gelegen zijn in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" hebben de bestemmingen 'Agrarisch', 'Horeca', 'Natuur' en 'Wonen'. Hier geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde'. Ook kent deze locatie de gebiedsaanduidingen 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied V'. Realisatie van een natuurwoning is binnen de bestemming 'Natuur' alleen mogelijk met een bestemmingsplanherziening. Ook het omvormen van agrarische gronden naar de bestemming 'Natuur' is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Voor alleen de locatie Hunnenweg 45 geldt het bestemmingsplan "Oud Vellerseweg/Hunnenweg". Die locatie heeft de bestemmingen 'Recreatie - recreatiewoning' en 'Natuur'. Daarnaast geldt ook hier de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde'.
De locatie Hunnenweg 45 kent eveneens de gebiedsaanduidingen 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' en 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied V'. Voor de locatie Hunnenweg 45 gelden verder de "Parapluherziening functieveranderingsbesluit 2016 en woninginhoud" en de "Parapluherziening Parkeernormen". Voor de omzetting van de bestemming 'Recreatie - recreatiewoning' naar de bestemming 'Natuur' is eveneens een herziening van het bestemmingsplan nodig.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
7
Hunnenweg VII
Afbeelding: uitsnede verbeelding "Buitengebied 2012" en "Oud Vellerseweg/Hunnenweg" In de vigerende bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van de vigerende bestemmingsplannen noodzakelijk.
8
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Huidige situatie Het grootste gedeelte van het plangebied is gelegen ten noorden van de Hunnenweg en bestaat uit bos, heide, landbouw en een boerderijwoning met reeds geamoveerde opstallen aan de Hunnenweg 65. Het plangebied bestaat grotendeels uit naaldbos, voornamelijk douglas, fijnspar en verschillende dennensoorten die als productiehout zijn aangeplant. Aan de zuidoostkant van het plangebied is een ouder loofbosperceel aanwezig met voornamelijk beuken en zomereiken, waaronder enkele oude en forse exemplaren. Door het plangebied lopen veel paden die veelal worden begeleid door lanen van beuken, Amerikaanse eiken en zomereiken. Naast bos is er ook een goed ontwikkeld heideterrein aanwezig van circa 5,5 ha. Aan de westzijde van het plangebied is aan de Hunnenweg 45 nu een recreatiewoning gelegen. Ook ligt op het terrein een oude (geasfalteerde) toegangsweg van het (voormalige) landgoed "De Pauwenhof". Verder is er een tijdelijke onderhoudsgebouw aan de oostzijde van het plangebied (aan de asfaltweg) gelegen. Verder was er tot voor kort een voormalige vuilstortplaats aanwezig op het terrein. Deze is inmiddels gesaneerd. Verder is een klein gedeelte van het plangebied gelegen ten zuiden van de Hunnenweg. Dat bestaat uit een voormalige kerstbomenkwekerij met drie grafheuvels. Ook in ten noorden van het plangebied bevinden zich enkele grafheuvels.
Het voormalige gebruik van de opstallen van Hunnenweg 65 was een teckelkennel met zo'n 100 á 150 honden. Met grote groepen honden is dagelijks gewandeld over de heide en door de bossen van het terrein. Nieuwe situatie Om ruimte te maken voor de ecologische verbindingszone zal de recreatiewoning op Hunnenweg 45 worden gesloopt en komt er op de overgang tussen heide en bos een kleine, gecamoufleerde, zelfvoorzienende natuurwoning die opgaat in het landschap. Om de natuurwoning binnen de bestemming 'Natuur' te kunnen realiseren, zijn diverse opstallen op het terrein verwijderd en verdwijnt de asfaltweg (van circa 1 km). De toegangsweg naar de natuurwoning zal wel via die voormalige asfaltweg gaan lopen. De asfaltweg wordt vanaf de Hunnenweg tot aan de afslag naar de natuurwoning aan de bosrand vervangen door halfverharding, achterhoeks-padvast. Door de gele kleurzetting doet het overkomen alsof het zandpad is. Verder worden er agrarische gronden omgevormd naar natuur. De natuurwoning is zo vormgegeven dat de heide doorloopt over het dak. Het huis is onderdeel van de natuur. Op het zuiden is een overstek die de zon reguleert en 's avonds het licht binnenhoudt. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de zon gemaakt. Het hoogste punt van deze natuurwoning is 7 meter.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
9
Hunnenweg VII
Afbeelding: natuurwoning vanaf boven gezien
Afbeelding: bouwplan natuurwoning In bijgevoegde Bijlage 1 bij de toelichting zijn meer tekeningen van dit plan opgenomen (als impressie). Verder wordt aanwezige landbouwgrond (met een agrarische bestemming) naar natuur omgevormd. De nu nog agrarische gronden hebben een oppervlakte van 3,6 ha. Deze gronden zijn sinds december 2019 Gelders natuurnetwerk (GNN) geworden, en deze gronden behoorden tot de herbegrenzing van 17 december 2019 nog tot de Groene Ontwikkelingszone (GO). Hier wordt dus 3,6 hectare aan agrarische bestemming zodanig omgevormd naar natuur dat het als een uitbreiding van het GNN kan worden gerekend. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de twee woningen binnen het plangebied (met een rode cirkel) weergegeven.
10
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Afbeelding: ligging woningen (rode cirkels) Beoordeling plan Er zijn in de nieuwe situatie twee woningen planologisch toegestaan, het gaat hierbij om twee relatief kleine en compacte natuurwoningen. In de huidige situatie is het bestemmingsvlak voor wonen 3.300 m2. In de nieuwe situatie bedragen de twee bouwvlakken gezamenlijk 1.700 m2. Dat is bijna een halvering. Zo krijgt één natuurwoning (nu nog gelegen binnen de huidige bestemming 'Natuur') een bouwvlak van 1.100 m2. De andere woning -aan de Hunnenweg (binnen de huidige bestemmingen 'Agrarisch' en 'Wonen')- heeft in de nieuwe situatie een bouwvlak van 600 m2. Daarmee is er in de nieuwe situatie 1.700 m2 (afgerond 0,2 ha) voor de functie wonen toegestaan. Het andere gedeelte krijgt de bestemming 'Natuur' (46,5 ha in totaal). Er is sprake van een toename van 3,4 ha aan Gelders Natuurnetwerk (hierna: GNN). De kleinste woning, aan de Hunnenweg zelf (met het bestemmingsvlak van 600 m2), is ter vervanging van de bestaande woning Hunnenweg 65 en sloop van diverse opstallen. Het landgoed groeit naar 46,5 ha GNN en 0,2 ha Groene Ontwikkelingszone (hierna: GO). De globale ligging van de nieuwe natuurwoningen is op bovenstaande afbeelding met rode cirkels aangeduid. Sloop bebouwing Uit nameting van de bebouwing op de locatie Hunnenweg 65 d.d. 16 september 2015 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen schuren 428 m2 bedraagt.
Hier moet de mogelijkheid om een bijgebouw van 80 m2 te realiseren van afgehaald worden. Dit betekent dat er daarmee 348 m² van deze bebouwing inzetbaar is in het kader van de planherziening. Op onderstaande afbeelding staat de reeds geamoveerde bebouwing (oranje) aan de Hunnenweg 65 weergegeven. Het hoofgebouw zelf is nu nog niet gesloopt. "Hunnenweg VII" (vastgesteld)
11
Hunnenweg VII
Afbeelding: reeds geamoveerde opstallen Hunnenweg 65 Aan de Hunnenweg 45 wordt de recreatiewoning gesloopt en dat gebied wordt ook opnieuw ingericht (gelegen aan de westzijde in het plangebied). Dit gebied wordt daarmee ook onderdeel van de ecologische verbindingszone Veenhuizerveld.
Afbeelding: recreatiewoning Hunnenweg 45 12
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
De oppervlakte van de woning aan de Hunnenweg 65 bedraagt 112 m2. De inhoud van de woning bedraagt 432 m3 (inclusief de begane grondvloer). In de nieuwe situatie is al deze aanwezige bebouwing (met uitzondering van de woning) aan de Hunnenweg 65 (binnen bouwvlak 'Wonen') gesloopt, en komt er een nieuwe natuurwoning aan de bosrand met zicht op de heide. Er zijn in totaal 348 m² aan inzetbare sloopmeters aanwezig. Vanwege de ligging in het extensiveringsgebied tellen deze mee voor 125% en zijn er in totaal daarmee 435 m² inzetbare sloopmeters (het verzoek is ingediend vóór januari 2017 en ook het moment waarop het college onder voorwaarden medewerking toezegde dateert van voor die datum, zodat het oude functieveranderingsbeleid van toepassing is). Omgerekend naar m³ (gedeeld door 2) betekent dit dat met de sloop van die inzetbare 435 m² er 218 m³ aan toe te voegen woninginhoud beschikbaar is. Dit geïnspireerd in het licht van het functieveranderingsbeleid. Planologisch was het op het moment dat het college onder voorwaarden medewerking toezegde om het plan te realiseren mogelijk om aan de Hunnenweg een woning van 600 m³ te realiseren. Door sloop van de bebouwing komt dit dan neer op totaal een woninginhoud van 818 m³ (600 m³ + 218 m³). Aan de Hunnenweg 45 wordt een recreatiewoning gesloopt. Door het saneren van die woning komt er nog 236 m3 bij.
Totaal is er dan 1.054 m3, dat verdeeld kan worden over de twee locaties. Dit komt dan neer op één woning van 350 m³ én één woning van 700 m³. Qua bijgebouwen mag er bij recht 80 m² zijn bij een woning. In de nieuwe situatie mag er, vanwege het feit dat we op de locatie van de bestaande woning voornemens zijn daar één woning te bestemmen van 350 m³ een bijgebouw van 40 m² zijn. Er blijft van het totaal van 80 m² dan nog (vanwege de maatwerkconstructie) 40 m² voor een bijgebouw over bij de nieuw te realiseren natuurwoning aan de rand van bos en heide. Locatie woning en verbetering natuurlijke samenhang De locatie van de woning in het bos wordt verdiend door de natuurontwikkeling die plaatsvindt. Het gaat hier om een bijzondere plek, vanwege de prestaties die geleverd worden zijn we bereid de rechten van een woning hier te lokaliseren. Het gaat hier om een verzoek waar maatwerk wordt toegepast. Het realiseren van een natuurwoning binnen de bestemming 'Natuur' is enkel aanvaardbaar vanwege de tegenprestaties die geleverd worden binnen het plangebied zelf. Het natuurgebied is op tal van punten kwalitatief hersteld en wordt deels openbaar toegankelijk. Een eigen asfaltweg en grondvervuilingen zijn weggehaald en verruild voor vennen en een sprengloop, rasters worden beperkt en vormen straks geen belemmering meer voor groot wild.
De ambitie is het vergroten van de samenhang, kwaliteit en oppervlakte van de natuur door een halfopen, natuurlijk bos- en heidelandschap aan te leggen. De gevraagde tegenprestatie voor al deze verbeteringen is dus hiervoor een natuurwoning te mogen ontwikkelen midden op het landgoed (aan de rand van de heide).
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
13
Hunnenweg VII
Afbeelding: inrichting plangebied (omvorming agrarische grond naar natuur) Stedenbouwkundig en landschappelijk gezien kan gesproken van ruimtelijke kwaliteitswinst. Met het verwijderen van de asfaltweg en diverse verouderde opstallen alsmede het voorgestelde natuurontwikkelingsplan wordt hier aan voldaan. Het betreft de realisatie van twee kleine en compacte natuurwoningen. De kleinste daarvan met een bestemmingsvlak van 600 m2 is ter vervanging van de bestaande woning Hunnenweg 65 en sloop van diverse opstallen. Hier wordt tevens een 3,6 hectare agrarische bestemming, die nu tot de groene ontwikkelingszone (GO) behoort, zodanig omgevormd naar natuur dat het als een uitbreiding van het Gelders natuurnetwerk (GGN) kan worden gerekend. Het landgoed groeit zo naar 46,5 ha GGN en 0,2 ha GO. Stedenbouwkundig gezien kan op dit moment overigens alleen de natuurwoning aan de bosrand met zicht op de heide worden beoordeeld. Het geschetste beeld laat een gebouw zien dat min of meer in het 14
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII landschap wordt opgenomen of hier juist uit verrijst, afhankelijk van welke zijde het benaderd wordt. Het onverwachte opdoemen van de woning geeft een nieuwe dimensie aan de beleefbaarheid van het natuurgebied. Aandachtspunt is het beperken van lichtoverlast naar de omgeving om de aanwezige flora en fauna niet aan te tasten. Van invloed op omwonenden is geen sprake. In relatie tot bovenstaande is er stedenbouwkundige instemming met de voorgenomen ontwikkeling. Vanuit landschappelijk oogpunt is dit een positieve ontwikkeling met een behoorlijke natuurwinst tot gevolg. Een aantal niet meer passende elementen (asfaltweg en bebouwing) worden verwijderd, en daarnaast worden er een aantal natuurmaatregelen (waaronder het omvormen van locaties met Amerikaanse eiken naar heide en inheems bos, het aanbrengen meer vloeiende lijnen / overgang bos naar heide) uitgevoerd ter verhoging van de natuur- en landschapswaarden. Hierbij wordt er 3,6 hectare landbouwgrond omgezet naar natuur. Er is een inrichtingsplan "De Nieuwe Veluwe" opgesteld. Deze is als Bijlage 2 bij de regels opgenomen, met een voorwaardelijke verplichting. Het definitieve schetsontwerp zelf (Bijlage 3 van de regels) is ook als afzonderlijke bijlage bij de regels opgenomen (samen met een errata, zie Bijlage 4 van de regels).
Dit om te bewerkstelligen dat het terrein zo wordt ingericht als in het inrichtingsplan (met tekeningen) is weergegeven. Er is ook voor de inrichting van de locatie aan de overzijde van de Hunnenweg ('zeven bergjes') een eigen inrichtingstekening (zie pagina 15 van het inrichtingsplan). Dit geldt eveneens voor de inrichting van de westrand (waar de recreatiewoning Hunnenweg 45 gesloopt wordt, zie pagina 14 van het inrichtingsplan). Het betreft een uitzonderlijke vraag van een natuurliefhebber die zijn landgoed wil herstellen, vergroten en verbeteren. Daartoe zijn diverse ontwikkelingen al in gang gezet en is ter ondersteuning een uitgebreid natuuronderzoek aangereikt. Resumerend kan gesteld worden dat een dergelijk verzoek niet tot een ongewenst precedent zal leiden, er sprake is van een win-win situatie voor de natuur en dat met deze landgoedontwikkeling een bijzonder woonconcept wordt geleverd.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
15
Hunnenweg VII
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor
behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) 16
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is sprake van één van deze 13 nationale belangen, te weten nationaal belang 11. Doordat door dit plan de ecologische samenhang wordt verbeterd, vormt de SVIR derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. Hiervoor verwijzen wij naar paragraaf 5.3. Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) er tot borging van een beperkt aantal nationale belangen. In artikel 2.10.2, lid 1 van de Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden worden aangewezen die de EHS (nu GNN/GO) vormen. De begrenzing van de EHS (GNN/GO) is daarmee een provinciaal belang geworden. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want er is geen sprake van een plan genoemd in Bijlage I van de Crisis- en herstelwet.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
17
Hunnenweg VII
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale Staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.
De Natura-2000 gebieden en de bijzonder natuurgebieden zijn aangegeven op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid (dit zijn drie kaarten: kaart 4: Regels natuur, kaart 5: Regels Landschap en kaart 10: Natura 2000-gebieden (toelichtend)).
18
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Afbeelding: uitsnede kaart 5: Themakaart Natuur- en landschapsbeleid (combinatie van eerder genoemde kaarten 4, 5 en 10) Doorwerking in plangebied Het plangebied is gelegen binnen GO en de GNN. Zie voor de doorwerking paragrafen 4.3.1.2 en 5.3.1.1. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 4: Regels Natuur Kaart 5: Regels Landschap Kaart 6: Regels Water en Milieu Kaart 10: Natura 2000-gebieden (toelichtend) Doorwerking plangebied De kaarten 2, 3 en 6 zijn niet van toepassing omdat het voorliggende plan geen betrekking heeft op de uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak, het mogelijk maken van glastuinbouw of op de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas.
Voor de regels met betrekking tot Natuur, Landschap en Natura 2000-gebieden (toelichtend) is het bepaalde in paragraaf 2.6.1 en 2.6.2 (Gelders Natuurnetwerk), paragraaf 2.6.4 (Voorwaarden toegestane activiteiten GNN) en paragraaf 2.6.5 (Instructieregels bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) van de Verordening van toepassing.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
19
Hunnenweg VII
Afbeelding: Kaart Regels Natuur (d.d. 25 november 2019)
Afbeelding: Kaart Regels Natura 2000-gebieden (toelichtend)
20
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Afbeelding: Nieuwe situatie na herbegrenzing GNN/GO in 2019 Op grond van de Provinciale Omgevingsverordening Gelderland kunnen Gedeputeerde Staten de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (GO wijzigen voor een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het GNN en de GO en voor de toepassing van paragraaf 2.6.1, voor zover: a. de kenmerken van het Gelders natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone behouden blijven; b. de oppervlakte van het Gelders natuurnetwerk ten minste gelijk blijft; c. er op 17 oktober 2014 sprake was van een onherroepelijk bestemmingsplan met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. In dit geval wordt er agrarische grond omgevormd naar natuur. Door de ontwikkeling en uitvoering van onderhavige plan neemt de oppervlakte aan GNN toe en de kenmerken van GNN / GO blijven behouden en worden zelfs versterkt. Op 17 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten een besluit over de herbegrenzing GNN en GO genomen. De provincie heeft nadrukkelijk aangegeven dat in 2017 voor dit plan al 2,2 ha GO is omgezet naar GNN en dat met deze herbegrenzing van december 2019 nogmaals netto 1,2 ha GO wordt omgezet naar GNN. Als Bijlage 6 bij deze toelichting is het besluit van GS met de kaart van de wijzigingen GNN en GO toegevoegd.
Na dit herbegrenzingsbesluit is bij de behandeling van de aanvraag Wnb vergunning (gebiedsbescherming) geconstateerd dat GO (waar de nieuwe natuurwoning aan de bosrand met zicht op heide is gesitueerd) te dicht bij het habitattype 'Droge heide' is gelegen. Er moet een werkzone gelden. De provincie wijzigt dit ambtshalve door het vlak GO een aantal meter oostelijk op te schuiven. Binnen de GO komen de twee woonvlakken te liggen. Het overige gedeelte van het plangebied (46,5 ha) ligt hiermee binnen het GNN. Door de herbegrenzing is er sprake van een toename van 3,4 ha GNN. Het toevoegen van een woning aan de rand van bos en heide kan gezien worden als kleinschalige ontwikkeling (gelegen binnen GO). Er is onderzoek gedaan naar de kernkwaliteiten van het totale plangebied. Het plangebied ligt binnen het deelgebied Huineveld-Boeschoten waarvoor verschillende kernkwaliteiten "Hunnenweg VII" (vastgesteld)
21
Hunnenweg VII zijn opgesteld. Er zijn in het plangebied de volgende beheertypen vastgesteld: Droge heiden, Bossen met productiefunctie, Droge bossen én Functieverandering van landbouw naar nieuwe natuur. Er zijn geen gronden in het plangebied of de directe omgeving aangewezen waar ambities zijn vastgelegd. Uitgangspunt is dat geen nettoverlies aan waarden voor wat betreft areaal, kwaliteit en samenhang mag plaatsvinden. Op basis van deze drie aspecten is in het natuuronderzoek een beschrijving gegeven van de huidige waarde van het plangebied en het effect van de ontwikkeling op deze waarde. Het natuuronderzoek dat is uitgevoerd door Eelerwoude (projectnummer P8849, d.d. 7-1-2019) is als bijlage toegevoegd bij de toelichting, evenals de bijlage (soortenkaart) en het errata. Zie Bijlage 2 Ecologisch onderzoek, Bijlage 3 Bijlage bij ecologisch onderzoek en Bijlage 4 Errata bij ecologisch onderzoek voor de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de herbegrenzing. De werkzaamheden die invloed hebben op het areaal zijn de bouw van de woning en het saneren van de asfaltweg en het omvormen van landbouwgrond naar natuur (droge heide). De overige werkzaamheden hebben geen invloed op het areaal. De bouw van de woning wordt gerealiseerd ter hoogte van het heideveld waar reeds een natuurlijke open plek is bij de te saneren asfaltweg.
De bomen die hier staan worden allemaal ingepast, waardoor er hier geen bomen gekapt hoeven te worden. Het areaal GNN neemt toe met 3,4 hectare, van een afname van areaal is dan ook geen sprake. Verlies van areaal is niet aan de orde. Wat betreft de effecten op waarde is in het natuuronderzoek geconcludeerd dat een groot deel van de voorgestelde (reeds uitgevoerde) werkzaamheden (omvormen landbouwgrond naar droge heide, creëren geleidelijke overgang bestaand bos, verwijderen asfaltweg, verwijderen puin en afval, bestrijden Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop) leiden tot een verhoging van de natuurwaarde. Onderstaand overzicht laat het verschil zien in oppervlaktes GNN huidige en toekomstige situatie:
Afbeelding: verschil oppervlaktes GNN (huidig en toekomstige situatie) Ook heeft de geplande ontwikkeling geen negatieve invloed op de kwalitatieve waarde van het gebied. Er vinden geen activiteiten plaats die de wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied negatief aantasten. De waarden en kenmerken van het gebied worden eerder positief beïnvloed. Met de beoogde 22
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII werkzaamheden wordt de kwaliteit van het gebied aanzienlijk verbeterd. Ook ten aanzien van verstoring is de ontwikkeling positief. Voorheen waren er 40/50 auto's per dag en nu zal er slechts één auto zijn. De toevoeging van de natuurwoning in een gebied van 46,7 ha wordt doordat deze als zeer natuurlijkvriendelijk en duurzaam gerealiseerd gaat worden als zodanig beschouwd dat dit geen significante aantasting van de natuur bewerkstelligt. Het voormalige gebruik van de opstallen van Hunnenweg 65 was een teckelkennel met zo'n 100/150 honden. Met grote groepen honden is dagelijks gewandeld over de heide en door de bossen van het terrein. Ook past een klimaatneutrale en zelfvoorzienende woning goed bij de kwaliteiten van het gebied. Tijdens de aanlegfase kan de rust en donkerte door machines (tijdelijk) worden verstoord. Dit heeft met name een (licht)verstorend effect op zoogdieren als edelhert, das, ree, boommarter etc. Vanwege het feit dat er nu ook al verkeersgeluid aanwezig is door de aanwezige weg langs de Hunnenweg (toegangsweg naar Traa/Pauwenhof en het tijdelijke onderhoudsgebouw) en de huidige activiteiten, zijn de dieren hieraan gewend. Daarnaast gaat het om een groot terrein en blijven er voldoende rustige plekken over op het terrein. De werkzaamheden worden bovendien overdag uitgevoerd.
In het natuuronderzoek wordt aangegeven dat de wezenlijke waarden, zoals beschreven in de catalogus gebiedskenmerken en het Natuurbeheerplan van de provincie Gelderland niet significant worden aangetast door verstoring of versnippering, aangezien de ontwikkeling slechts zeer gering is en langs de randen en in het gebied reeds sprake is van menselijke invloed. De ontwikkelingen zijn een aanzienlijke positief voor de natuur. De natuur kan door het nieuwe gebruik tot rust komen. Wel dient het verlichten van de directe omgeving te worden voorkomen door gebruik te maken van gericht licht en strooilicht beperkende armaturen. In ieder geval dienen werkzaamheden overdag plaats te vinden, zodat geluid en licht 's avonds en 's nachts niet voor extra verstoring zorgen. Tevens dienen geen permanente extra lichtbronnen geplaatst te worden, zodat donkerte van het omliggende terrein gegarandeerd kan blijven. Wat betreft samenhang is in het natuuronderzoek aangegeven dat er geen werkzaamheden plaatsvinden die een significante invloed hebben op de waarden van het omliggende gebied. Het vergroten van het areaal heide zal leiden tot betere uitwisselingsmogelijkheden voor planten en dieren in verbindingszones en tussen de verschillende leefgebieden in delen van het GNN. Ook zal dit de kwantiteit en kwaliteit van het leefgebied van kritische heidesoorten hierdoor verbeteren.
De samenhang blijft in stand en zal worden verbeterd. De samenhang wordt versterkt door de uitbreiding van het heideareaal en het saneren van de recreatiewoning. Geconcludeerd wordt in het rapport dat de wezenlijke waarden, zoals beschreven in de catalogus gebiedskenmerken en het Natuurbeheerplan van de provincie Gelderland, niet significant worden aangetast door verstoring of versnippering, aangezien de ontwikkeling slechts zeer gering is en langs de randen van het gebied reeds sprake is van menselijke invloed. De genoemde samenhang blijft in stand en wordt verbeterd door het vergroten van het areaal en het salderen van de recreatiewoning. Daarnaast heeft de geplande ontwikkeling geen negatieve invloed op de kwalitatieve waarde van het gebied, deze wordt juist aanzienlijk verbeterd. De voorgenomen werkzaamheden zijn overwegend positief, ook voor de aangewezen doelsoorten. Er vindt toename plaats van kwaliteit, samenhang en areaal. Wel dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden en dient verlichting van omliggende omgeving voorkomen te worden door het gebruik van strooilicht beperkende en gerichte armaturen. Hiermee is aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt.
Nu de inrichting van het terrein planologisch is verankerd (met een voorwaardelijke verplichting, zie artikel 12.1.1 van de regels van dit bestemmingsplan) is deze ontwikkeling niet strijdig met de omgevingsverordening. Doorwerking in plangebied Gelet op het bovenstaande is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met de Verordening (en daarmee ook de visie).
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
23
Hunnenweg VII
4.4
Regio
4.4.1
Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten
De Regionale beleidsinvulling voor functieverandering en nevenactiviteiten geldt voor de gemeenten Ede, Wageningen, Nijkerk, Scherpenzeel, Barneveld en Putten. De nota is in 2006 vastgesteld en een verfijning van dit beleid is in 2008 vastgesteld. Het betreft een eigen beleidsinvulling voor functieverandering, nevenfuncties op agrarische bedrijven en uitbreiding van niet-agrarische bedrijven. De verdere toepassing van dit beleid is terug te vinden in de toelichting op het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Alleen wat van toepassing is op deze herziening wordt beknopt weergegeven. Voor de regio gemeenten zijn de volgende doelen van belang voor functieverandering: Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit vindt, naast sloop van bebouwing, tevens plaats door middel van verbetering van publieke functies, zoals ontwikkeling van landschap en natuur door versterking van de kenmerken van het oorspronkelijke landschap, bijdragen aan recreatieve routes, bijdragen aan waterberging en dergelijke, op plaatsen waar dit wenselijk is.
Functieverandering is geen doel op zich, maar moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied; Versterking van de economische en sociale vitaliteit van het buitengebied door, onder voorwaarden, niet aan het buitengebied gebonden functies toe te staan als nieuwe economische dragers en, onder voorwaarden, ruimte te bieden voor uitbreiding van deze functies. Daarnaast nemen de regio gemeenten nog de volgende criteria mee bij de beoordeling van mogelijkheden voor functieverandering: De functieverandering wordt ingepast in het omringende landschap, bijvoorbeeld door de aanleg (en zo nodig bestemmen) van natuur- en landschapselementen. Daarbij moet aansluiting worden gezocht bij bestaande plannen voor natuur en landschap, zoals het reconstructieplan en landschapsontwikkelingsplannen.
De initiatiefnemer moet daartoe een erfinrichtingsplan overleggen; De functieverandering moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke en economische vitaliteit, door middel van sloop van bebouwing, al dan niet in combinatie met verbetering van publieke functies, zoals natuurontwikkeling, bijdragen aan recreatieve routes of waterberging en dergelijke, op plaatsen waar dit wenselijk is; In geval van sloop van bestaande legale bebouwing, geldt als peildatum voor het aanwezig zijn van bestaande voormalige bedrijfsgebouwen: 2 jaar voor de datum dat de aanvraag voor functieveranderingen wordt ingediend; Opslag van goederen buiten gebouwen wordt niet toegestaan; Detailhandel wordt niet toegestaan, tenzij het detailhandel in ter plaatse of in de regio geproduceerde producten betreft; De functieverandering mag niet leiden tot milieuhinder voor de omgeving; In geval van vrijgekomen gebouwen van een stoppend agrarisch bedrijf, dient de milieuvergunning te zijn ingetrokken; Indien sprake is van vervangende nieuwbouw en verbouw, zal de gemeentelijke Welstandsnota als toetsingskader gelden. De nota geeft een beleidsinvulling voor de volgende typen functieverandering: functieverandering naar wonen; functieverandering naar (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies, met eventueel een bedrijfswoning.
In het geldende functieveranderingsbeleid wordt voor de mogelijkheden nog onderscheid gemaakt in de verschillende zones uit de reconstructieplannen. Enerzijds geldt dit voor de mogelijke functies waarvoor kan worden gekozen. Functieverandering naar werken is overal mogelijk. Anderzijds is de sloopeis in het extensiveringsgebied minder zwaar. Dit is opgenomen omdat een extra stimulans voor kwaliteitsverbetering in deze gebieden gewenst is.
24
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
4.4.2
Nadere invulling Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten
Vanuit de ervaringen en de actualiteit is er behoefte ontstaan aan een nadere invulling van het functieveranderingsbeleid. Het doel van de nadere invulling is om de regiovisie beter en soepeler uit te kunnen voeren met een uitbreiding van de mogelijkheden. Redenen hiervoor zijn de toename van het aantal m2 aan vrijkomende agrarische opstallen, minder vraag naar woningen in het segment van functieveranderingswoningen en de moeilijk verdedigbare beperkingen inzake uitbreiding van niet-agrarische bedrijven. Het betreft dus geen herijking van het functieveranderingsbeleid, maar een nadere invulling van het eerder vastgestelde beleid. De nadere invulling is door de betrokken gemeenten opgesteld. Op 20 juni 2012 heeft de regio Foodvalley ingestemd met de nadere invulling. De provincie Gelderland heeft laten weten in te stemmen met deze verfijning van het functieveranderingsbeleid. De doelstelling van de nadere invulling is en blijft om de verrommeling van het landelijke gebied tegen te gaan door het bieden van voldoende planologische ruimte aan sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Daarbij staat het behalen van ruimtelijke kwaliteitswinst centraal. De functieverandering is regionaal mogelijk. Sloopmeters kunnen over de gemeentegrenzen heen worden ingezet, mits het gaat om het gebied waar de regionale beleidsinvulling wordt gehanteerd.
Met de nadere invulling wordt de sloop van overtollige stallen gestimuleerd, door het mogelijk te maken om sloopmeters van één locatie in 'porties' te verkopen. Hiertoe voorziet de nadere invulling in een aanvullende rekenmethode. De nadere invulling omvat ook het adequaat faciliteren van de flexibilisering, door het in gebruik nemen van een sloopregistratie. In de nadere invulling zijn de ontwikkelingsmogelijkheden, in ruil voor het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, vergroot. De verbrede mogelijkheden betreffen: een grotere woninginhoud dan regulier is toegestaan; een grotere oppervlakte aan bijgebouwen dan regulier is toegestaan; vergroting van bestaande niet-agrarische bedrijven; voorwaarden voor uitzonderingen. De bredere mogelijkheden zijn zoveel mogelijk opgenomen als flexibiliteitsbepalingen in het voorliggende bestemmingsplan. Hierdoor wordt de toepassing van de sloopregeling bevorderd, wat ten goede komt aan het voortvarend tegengaan van verrommeling van het buitengebied door leegstaande stallen. Doorwerking in het plangebied Het betreft maatwerk. Het realiseren van een natuurwoning binnen de bestemming 'Natuur' is aanvaardbaar vanwege de tegenprestaties die geleverd worden binnen het plangebied zelf. Daarnaast zijn er sloopmeters aangeleverd waarbij de inhoud van de nieuw te realiseren woningen specifiek op de verbeelding wordt aangeduid. 4.4.3
Beeldkwaliteitsplan functieverandering
De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtingsplan ingediend, waaruit volgt welke ruimtelijke kwaliteitswinst er is. Het inrichtingsplan is akkoord bevonden. Zie hiervoor hetgeen in paragraaf 5.12 van de toelichting is vermeld.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
25
Hunnenweg VII
4.4.4
Landschapsontwikkelingsplan
In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied Gezien de inzet van sloopbebouwing en de natuurwinst door de omzetting van agrarische gronden naar natuur en de zorgvuldige terreininrichting en landschappelijke inpassing van het plan, is het plan ruimtelijk aanvaardbaar. Voor de verdere motivering wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de toelichting en paragraaf 5.12 van de toelichting.
4.5
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten.
Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De 26
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven.
Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen.
Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
27
Hunnenweg VII
28
"Hunnenweg VII" (vastgesteld)
Hunnenweg VII
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda
Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied. 4.6.1.1
Veluws natuurgebied met agrarische enclaves
Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen. De gemeente streeft naar een goede balans met de economische ontwikkeling van dit gebied. Karakteristiek Dit gebied bestaat uit diverse bosmilieus, heidevelden en (deels voormalige) agrarische enclaves rond de dorpen Kootwijk en Garderen. De enclaves zijn te karakteriseren als es- en brinkdorpen landschap. Dit deelgebied is van grote betekenis voor recreatie en toerisme met dag- en verblijfsrecreatie. In de agrarische enclave Garderen is de kalverhouderij van belang. In de enclaves zijn ook een boomkwekerij (Garderen) en een paardenhouderij (Kootwijk) opvallend. Gebruik Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen, landbouw is daaraan ondergeschikt. Ook Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Deze defensieterreinen hebben voor een groot deel ook een hoge natuurwaarde. "Hunnenweg VII" (vastgesteld)
29
Hunnenweg VII
De gemeente streeft naar het open houden van waardevolle open essen en ondersteunen het behoud en de ontwikkeling van de natuur. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk wel de balans zoeken met een duurzame economische ontwikkeling. Voor de landbouw rondom Garderen worden mogelijkheden geboden voor bedrijfsontwikkeling, zoals beschreven in het uitwerkingsplan van het Reconstructieplan Veluwe. Die uitwerking streeft ook naar reductie van de uitstoot van ammoniak, onder meer door verplaatsing van een aantal bedrijven naar een betere plek en via technische maatregelen. Gebleken is dat verplaatsen niet eenvoudig is, maar de gemeente ondersteunt verplaatsingsinitiatieven. Verder wordt gewerkt aan kavelruil, erfbeplantingen en aan natuurstroken langs de beken. Daardoor verbetert de kwaliteit van het water. De verblijfsrecreatieterreinen op de Veluwe vallen onder het Groei- & Krimpbeleid van de provincie Gelderland. Groei van deze verblijfsrecreatieterreinen kan uitsluitend plaatsvinden in de groeiclusters Garderen en Kootwijk (Streekplanuitwerking Groei- & Krimpbeleid). De gemeente ondersteunt die groei onder de voorwaarden zoals beschreven in de clustervisies voor Garderen en Kootwijk. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Barneveld mogen geen significant negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden.
Daarbij gaat het in de gemeente met name om ontwikkelingen in de veehouderij en de recreatiesector. De gemeente zal initiatieven van individuele bedrijven op Natura 2000 toetsen in de vergunningprocedure, in overeenstemming met het Gelderse convenant stikstof en Natura 2000. Daarnaast is het gebied gelegen in de zgn. 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'. Doorwerking De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op het Natura 2000-gebied. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 5.3.1 en paragraaf 4.3.1.2 van de toelichting. Het plan is daarmee niet strijdig met de structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking.
Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen.