CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlage 3 Passende boordeling Wnb.PDF

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Hulstweg III, partiele herziening Buitengebied 201219.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Passende beoordeling Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

23 maart 2023

Struikhoeve Advies B.V. Struikweg 8 6732 DE Harskamp

Craeft Advies B.V. J.C. Vijfhuizen Middelerf 14-b 3851 SP Ermelo 06-25472688 jvijfhuizen@craeftadvies.nl www.craeftadvies.nl Rapportnummer: 23.00302-2_R

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

2

Inhoud 1.

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1.

Gegevens opdrachtgever ................................................................................................... 4

1.2.

Doel en afbakening beoordeling......................................................................................... 4

1.3.

Juridisch kader beoordeling ............................................................................................... 5

2.

Beoordeling planologische ontwikkeling ..................................................................................... 7

3.

Aanlegfase .................................................................................................................................. 8 3.1.

Onderdelen van de aanlegfase ........................................................................................... 8

3.2.

Machines in de aanlegfase ................................................................................................. 8

3.3.

Verkeersbewegingen ......................................................................................................... 9

3.4.

Tussenconclusie aanlegfase ............................................................................................. 10

3.5.

Ecologische effectbeoordeling aanlegfase ........................................................................ 10

3.6.

Externe saldering in planspoor tijdens aanlegfase ............................................................ 11

3.7.

Eindconclusie aanlegfase ................................................................................................. 12

4.

Gebruiksfase ............................................................................................................................. 13 4.1.

Onderdelen van de gebruiksfase ...................................................................................... 13

4.2.

CROW-normering gebruiksfase ........................................................................................ 13

4.3.

Barbecues en houtkachels................................................................................................ 13

4.4.

Conclusies gebruiksfase ................................................................................................... 14

5.

Eindconclusie ............................................................................................................................ 15

Bijlagen: ........................................................................................................................................... 16 1.

Overzicht verkeer en machines aanlegfase ....................................................................... 16

2.

Aerius-berekening aanlegfase zonder lease / saldering .................................................... 16

3.

Ecologische gebiedsspecifieke effectbeoordeling ............................................................. 16

4.

Vergunde situatie saldogever ........................................................................................... 16

5.

Gecombineerde opgave 2022 saldogever......................................................................... 16

6.

Lease-overeenkomst ........................................................................................................ 16

7.

Aerius-berekening aanlegfase met lease / saldering ......................................................... 16

8.

Aerius-berekening gebruiksfase ....................................................................................... 16

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

3

1. Inleiding 1.1.

Gegevens opdrachtgever

De opdrachtgever van het voorliggende project is: Naam: Adres planlocatie: Postcode / plaats: Kadastrale gemeente: Sectie: Perceelnummers: Gezamenlijk groot

Struikhoeve Advies B.V. in opdracht van fam. Van de Haar & Bronkhorst Hulstweg ong. nabij nr. 48 3774 TM Kootwijkerbroek Garderen F 2439 00.42.35 ha

Als adviseur treedt op: Craeft Advies B.V. dhr. J.C. Vijfhuizen Middelerf 14-b 3851 SP Ermelo

1.2.

Doel en afbakening beoordeling

De initiatiefnemer wil het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ ter plaatse van bovengenoemde planlocatie herzien middels een partiële herziening en heeft daartoe op 14 juli 2022 een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd. Het plan heeft tot doel de realisatie van een woongebouw met twee wooneenheden (twee onder een kapwoning) en het mogelijk maken van twee bijgebouwen. Voormelde herziening dient onder meer te voldoen aan de vereisten uit de Wet natuurbescherming. Kortgezegd valt deze wetgeving voor dergelijke projecten uiteen in twee elementen, te weten ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’. Het aspect soortenbescherming is beoordeeld door ‘Blom Ecologie’, rapportnummer 2022-1125. Deze, voorliggende, rapportage dient ter beoordeling van het aspect ‘gebiedsbescherming’. In het kader van de gebiedsbescherming dient de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te worden getoetst, waarvan het gebied Veluwe het meest dichtbij is gelegen. Op grond van artikel 2.7 eerste lid Wet natuurbescherming dient het bevoegd gezag, in casu de gemeenteraad van Barneveld, zich te verzekeren van het feit dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden bij de vaststelling van een bestemmingsplan.

Binnen het voorgestelde project zal het bevoegd gezag na vaststelling van het bestemmingsplan een Omgevingsvergunning dienen te verlenen voor de realisatie van een woongebouw met twee wooneenheden (twee onder een kapwoning). Op grond van artikel 2.7 tweede lid Wet natuurbescherming kan de initiatiefnemer het project uitvoeren indien geen sprake is van significante effecten, of voor zover daar wel sprake van zou zijn, kan in combinatie met artikel 2.1 sub i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een zogenaamde VVGB worden aangevraagd. Indien er wel sprake is van significante effecten dient een ecologische/passende beoordeling te worden opgesteld en een Natuurvergunning te worden aangevraagd. Deze beoordeling vormt een passende beoordeling voor zowel het plan- als projectspoor. De beoordeling staat stil bij de verschillende planelementen. Er wordt getoetst of de beoogde activiteiten niet leiden tot significante effecten. Omdat er in de aanlegfase sprake is van een zeer beperkte mate van stikstofdepositie, vormt een ecologische effectbeoordeling van ‘Tuitert natuuronderzoek en Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

4

fotografie’ i.s.m. Natuurbank Overijssel’ onderdeel van deze beoordeling. De uitkomsten van deze ecologische effectbeoordeling vormen op zichzelf al reden om het plan en project te zien als passend beoordeeld. Omdat de initiatiefnemer iedere vorm van welk mogelijk effect dan ook wil uitsluiten, kiest hij naast deze ecologische beoordeling nog eens extra voor het leasen van ‘stikstofruimte’. Dit betekent dat deze passende beoordeling is opgezet op basis van de ecologische effectbeoordeling en het leasen van stikstofruimte als tweede spoor moet worden beschouwd indien en voor zover een andere ecoloog anders aankijkt tegen de beoordeling van habitattypen.

1.3.

Juridisch kader beoordeling

Zoals in voorgaande paragraaf reeds is behandeld, dient de beoordeling in het kader van een planologische procedure te geschieden op basis van artikel 2.7 en 2.8 Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 2.9a Wnb jo. artikel 2.5 Bnb gold tot 2 november 2022 een vrijstelling voor bouw- en aanlegactiviteiten. Deze is door de Afdeling bestuursrechtspraak d.d. 2 november 2022 onverbindend verklaard, waardoor deze beoordeling plaatsvindt tussen de periode waarin het ontwerpbestemmingsplan ter inzage was gelegd en het definitieve bestemmingsplan wordt vastgesteld. De omvang activiteiten die het plan mogelijk maakt veranderd daarmee niet en dienovereenkomstig hoeft er geen nieuw ontwerp ter inzage te worden gelegd maar kan tot vaststelling worden overgegaan. Er bestaat een grote hoeveelheid aan jurisprudentie ten aanzien van ruimtelijke plannen en de Wet natuurbescherming, waarvan de volgende uitspraken specifiek onderdeel vormen van deze beoordeling: -

-

6 juli 2022, Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, ECLI:NL:RVS:2022:1894: Onder referentiesituatie wordt de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan. Conform de uitspraak van 1 september 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1960, zijn hierop enkele uitzonderingen, waarbij reeds beëindigde activiteiten toch betrokken kunnen worden bij interne saldering en de dienovereenkomstige referentiesituatie. De eerste voorwaarde is dat onomstotelijk vaststaat dat de activiteit uitsluitend is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Dat betekent dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. De tweede voorwaarde houdt in dat uitgesloten moet zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de peildatum. Als derde voorwaarde geldt dat in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel.

Het is in overeenstemming met de Wnb om een al beëindigde activiteit die aan deze strikte voorwaarden voldoet, mee te nemen in de referentiesituatie. 20 juli 2022, Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, ECLI:NL:RVS:2022:2073: Onder referentiesituatie wordt de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan. Voor interne saldering in het kader van de plantoets is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak vereist dat gesaldeerd wordt met één en dezelfde ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de plantoets dient de stikstofdepositiebeoordeling plaats te vinden voor ieder afzonderlijk in het plan vervatte ruimtelijke ontwikkeling. Als de stikstofdepositietoename van één ruimtelijke ontwikkeling wordt weggestreept tegen de stikstofdepositieafname van een andere ruimtelijke ontwikkeling in hetzelfde plangebied, is geen sprake van interne saldering.

Een passende beoordeling is in beginsel vormvrij, maar er zijn wel een aantal standaard aspecten in de jurisprudentie ontwikkeld die beoordeeld moeten worden. Dit zijn:

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

5

-

-

-

Instandhoudingsmaatregelen, passende maatregelen en beschermingsmaatregelen kunnen in een Passende Beoordeling worden betrokken als de verwachte voordelen daarvan ten tijde van die beoordeling vaststaan. Dat is in casu niet aan de orde. Wel wordt er middels het verleasen van stikstof een mitigerende maatregel genomen. Een mitigerende maatregel is een maatregel waarmee wordt beoogd de eventuele schadelijke gevolgen van een activiteit te voorkomen of te verminderen (artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn). Daarvoor is het niet nodig dat de maatregel leidt tot of bijdraagt aan de verbetering of het herstel van een Natura 2000-gebied. Een mitigerende maatregel moet worden onderscheiden van instandhoudingsen passende maatregelen (artikel 6 lid 1 en 2 Habitatrichtlijn). Instandhoudings- en passende maatregelen zijn maatregelen die de overheid moet treffen om, kort gezegd, de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden te behouden en zo nodig te verbeteren of herstellen. Deze zijn in casu niet aan de orde. De rechtstreekse gevolgen van het te beoordelen project (zowel de positieve als de negatieve) dienen in het kader van mitigatie per areaal van een habitattype onderzocht te worden. Dit is in casu enerzijds gedaan door de Aerius-berekeningen uit te voeren maar anderzijds ook door de ecologische effectbeoordeling waarin per areaal en habittatypen onderzoek is verricht.

Daarnaast moet worden aangegeven welke maatregelen in een Passende Beoordeling betrokken worden. Mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen in een Passende Beoordeling, compenserende maatregelen horen expliciet in de ADC-toets. In casu is alleen sprake van verleasing van vergunde stikstofruimte, hetgeen een mitigerende maatregel is (zie ook hierboven).

In de beoordeling wordt, zoals te doen gebruikelijk, onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanlegfase is sprake van een aantal te verrichten werkzaamheden, welke nader worden behandeld in hoofdstuk 3. Hierbij wordt uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die de partiële herziening van het bestemmingsplan zal bieden. De gebruiksfase heeft betrekking op de verkeersbewegingen van twee nieuw op te richten woningen.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

6

2. Beoordeling planologische ontwikkeling Het plan heeft tot doel de realisatie van een woongebouw met twee wooneenheden (twee onder een kapwoning) en twee bijgebouwen mogelijk te maken. De planlocatie betreft thans agrarische grond (grasland). In het nieuwe, voorliggende bestemmingsplan worden de volgende planologische ontwikkelingen mogelijk gemaakt: -

Een woongebouw voor twee wooneenheden met een gezamenlijke, totale inhoud van 800 m3. Twee bijgebouwen a 80 m2 Realisatie nieuwe aanplant, erfinrichting op een totaal perceel van. 1540 m2

Een en ander is als volgt weergegeven in een inrichtingsplan, welke als zodanig gekoppeld is aan de planregels (voorwaardelijke verplichting):

Bovenstaande planologische mogelijkheden leiden tot de volgende feitelijk beoogde werkzaamheden in de aanlegfase: 1. Bouwen woningen en bijgebouwen; 2. Aanleggen van erf en tuin. Bovenstaande planologische mogelijkheden leiden tot de volgende beoogde activiteiten in de gebruiksfase: 1. Het bewonen van woningen; 2. Verkeersbewegingen; 3. Overige vuurhaarden zoals barbecues en/of houtkachels

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

7

3. Aanlegfase 3.1.

Onderdelen van de aanlegfase

Zoals eerder behandeld bestaat de aanlegfase uit de volgende elementen: 1. Bouwen woningen en bijgebouwen; 2. Aanleggen van erf en tuin. Deze activiteiten zullen navolgend beoordeeld worden, waarbij uit wordt gegaan van een bouwperiode van maximaal een jaar.

3.2.

Machines in de aanlegfase

De inzet van machines is afgestemd op de hoeveelheid bebouwing en is vastgesteld op basis van ervaringen in andere, vergelijkbare projecten. Het terrein is grotendeels goed bereikbaar, er hoeft niet gesloopt te worden, het betreft relatief snel te bewerken bouwgrond en het plangebied ligt op hoogte waardoor er geen grote hoeveelheid grondwerk nodig is. Het bouwend personeel zal tevens worden opgedragen om de machines zoveel mogelijk uit laten als deze niet gebruikt wordt. Dit voorkomt onnodig stationair draaien alsmede beperkt dit overlast in de buurt. De inzet van machines is daarmee relatief beperkt. De ligging van de planlocatie brengt met zich mee dat de bouwplaats vanaf de Hulstweg benaderd zal worden. Voor de aanlegfase is gewerkt met een vlakbron t in het plangebied voor de beoordeling van de emissie van mobiele werktuigen ten behoeve van de bouw. Het percentage draailast is overgenomen uit de defaultwaarden van Aerius. Wel zijn de machines specifiek ingevoerd. Overig materieel zal elektrisch worden ingezet. De totale inzet van machines komt neer op de volgende tabel en zijn in het rekenprogramma Aerius ingevoerd om te beoordelen of er sprake is van significante effecten: Hijskraan Hijsen vloerdelen

verdiepingen

Betonstorter Fundering storten Graaf-land combi Afvoeren grond, bouw/woonrijp

2

draai-uren uren totaal 20 40 40 uur p.j., ca. 4l/u verbruik 160l/jr

1

24

24 24 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 48l/jr

1

80

80 80 uur p.j., ca. 3l/u verbruik 240l/jr

Bulldozer 1

40

40 40 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 80l/jr

Aggregaat

1

80

80 80 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 160l/jr

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

8

3.3.

Verkeersbewegingen

De voertuigbewegingen in de aanlegfase zijn verdeeld in ‘lichte voertuigen’: de personenauto’s en bestelbusjes van bouwend personeel. De vrachtwagenbewegingen zijn verdeeld in ‘middelzware vrachtwagens’ en ‘zware vrachtwagens’. De Provincie Gelderland en de Omgevingsdienst De Vallei hebben stelregels opgesteld voor de lengte van de verkeerslijnbronnen als volgt:

-

Binnen de bebouwde kom: 50 meter voor personenauto’s en 150 m voor vrachtverkeer; Buiten de bebouwde kom: 80 meter voor personenauto’s en 250 m voor vrachtverkeer.

Uitzonderingen:

-

Als het verkeer binnen de bovengenoemde afstand een kruising of splitsing bereikt, dan geldt die kortere afstand tot die splitsing. Als een weg (vrijwel) uitsluitend gebruikt wordt door één bedrijf (bijvoorbeeld een toegangsweg van een steenfabriek in de uiterwaarden), dan wordt de hele toegangsweg meegenomen plus de afstand die hierboven is genoemd

In casu kan worden aangenomen dat het gebied, ondanks enige bebouwingsdichtheid, in dit kader moet worden gezien als liggende buiten de bebouwde kom. Derhalve wordt met deze regels gewerkt. Deze stelregels sluiten aan op het heersende verkeersbeeldcriterium (zie onder andere de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1969 en ECLI:NL:RVS:2021:1971). In de aanlegfase zijn twee lijnbronnen opgenomen voor het betreffende verkeer, ter lengte van 250m. Het verkeer is gelijkelijk verdeeld over deze lijnbronnen, omdat vanuit verschillende locaties bouwend personeel de locatie zal aandoen. De noordoostelijke lijnbron loopt naar het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied toe en betreft daarmee een worst-case scenario. De totale verdeling van verkeer ziet er als volgt uit: Zwaar vrachtverkeer silo mortels gevelstenen (15000 st á 18000/auto) begane grondvloer 1e verdiepingsvloer dakbedekking Kalkzandsteen

Middelzwaar vrachtverkeer Beton á 13 m3/auto isolatie bouwplaats inrichting plaatsen en verwijderen kozijnen vloerverwarming trappen glas staal

2 2 2 2 2 2 12 enkele reis

2 1 1 2 1 1 1 1 10 enkele reis

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

9

busjes aantal weken

10 busjes bouwbedrijf 1 busjes W-installateur 1 busje E-installateur gibo stucadoor spuiter schilder nuts 1 busje tegelwerk

dag per week

20 4 4

totaal dagen

5 5 5

1000 20 20 10 10 10 10 1 4 1085 enkele reis

auto's aantal weken uitvoerder bouwbedrijf uitvoerder E uitvoerder W uitvoerder gibo uitvoerder schilder

hoeveelheid per weektotaal dagen 20 4 4 2 1

2 2 2 1 2

40 8 8 2 2 60 enkele reis

Totaal

1145 enkele reis

De totale invoer aan verkeersbewegingen van de aanlegfase in het rekenprogramma Aerius dient te geschieden in een benadering waarbij de bewegingen ook ‘retour’ gaan. De enkele reis wordt derhalve maal twee ingevoerd, zijn ingevoerd op de tijdseenheid ‘per jaar’ en ziet er daarmee als volgt uit: -

Lichte voertuigen: 1145 x 2 = 2290 per jaar (verdeeld over twee lijnbronnen is 1145 per bron) Middelzwaar vrachtverkeer: 10 x 2 = 20 per jaar (verdeeld over twee lijnbronnen is 10 per bron) Zwaar vrachtverkeer: 12 x 2 = 24 per jaar (verdeeld over twee lijnbronnen is 12 per bron)

3.4.

Tussenconclusie aanlegfase

Deze beoordeling is opgebouwd middels een interne saldering. Uit de bijgevoegde Aerius-berekening blijkt dat er sprake is van een 0,01 mol/ha/jr depositie op het Natura 2000-gebied plaatsvinden. In beginsel is er sprake van significant negatieve effecten indien er meer dan 0,00 mol/ha/jr depositie plaatsvindt, tenzij uit een nadere onderbouwing blijkt dat dit op habitat- en hexagonniveau gelet op de tijdelijke duur van de belasting en de KDW-overbelaste situatie niet significant is.

3.5.

Ecologische effectbeoordeling aanlegfase

Om te beoordelen of dit het geval is, is er op basis van de belaste habitattypen een ecologische effectbeoordeling opgesteld, welke is aangehecht als bijlage bij dit rapport. De conclusie die uit dit rapport luidt als volgt: “Uit voorliggende gebiedsspecifieke ecologische beoordeling blijkt dat het voorgenomen plan niet leidt tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Veluwe. Er is geen sprake van een permanente stikstoftoename tijdens de gebruiksfase. Alleen tijdens de aanlegfase is sprake van een zeer beperkte Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

10

tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op een beperkt deel van de Natura 2000-gebied Veluwe. Uit de ecologische beoordeling blijkt dat bij een zodanig kleine tijdelijke toename op een heel klein deel van het Natura 2000-gebied geen sprake is van een merkbare verandering van de kwaliteit van de betreffende habitattypen/leefgebieden van soorten. Geconcludeerd wordt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, ook in combinatie met eventuele andere reeds vergunde maar nog niet gerealiseerde projecten (cumulatie). Het voorgenomen plan staat niet aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Veluwe in de weg.” Op basis hiervan staat vast dat er in de aanlegfase geen sprake is van significant negatieve effecten en hoeft geen Natuurvergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

3.6.

Externe saldering in planspoor tijdens aanlegfase

Zoals voorgaand behandeld kan op basis van de slechts zeer beperkte toename van 0,01 mol/ha/jr in combinatie met de gebiedsspecifieke ecologische effectbeoordeling worden vastgesteld dat geen sprake is van significant negatieve effecten. Daarmee kan de passende beoordeling van de aanlegfase worden beëindigd en het plan worden vastgesteld. De initiatiefnemer wil echter aanvullende maatregelen nemen als extra zekerheid in het kader van het voorzorgbeginsel. Hiertoe wordt tijdelijk, gedurende de aanlegfase, vergunde emissie van een nabijgelegen veehouderij ingezet door ‘leasen’ van ‘stikstofruimte’. Dit is normaliter vergunningplichtig in het projectspoor ex. art. 2.7 lid 2 Wnb. Echter, omdat dit slechts tot extra zekerheid strekt en niet noodzakelijk is om deze passende beoordeling te dragen, wordt gekozen om deze saldering op alternatieve wijze in het planspoor ex. artikel 2.7 lid 1 Wnb te borgen. Om deze tijdelijke externe saldering te gebruiken moet vaststaan dat er sprake is van vergunde rechten die aanwezig waren ten tijde van de aanwijsdata Natura 2000 gebieden, of een latere en lagere vergunde situatie. Om te salderen moet de stalruimte aanwezig zijn en moet er zonder nadere vergunningverlening dieren kunnen worden gehouden.

Ook moet er sprake zijn van een directe samenhang tussen de saldo-gevende activiteit en saldo-ontvangende activiteit, moet er een schriftelijk stuk zijn en moet er voorkomen worden dat vergunde rechten dubbel worden gebruikt. Tevens wordt er, hoewel geen vergunning wordt aangevraagd en de externe saldering in het planspoor plaatsvindt, naar analogie van vergunde saldering 30% afgeroomd. Deze criteria zullen hierna worden uitgewerkt: -

-

Vergunde rechten: Er is sprake van een toestemming onder het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet d.d. 20 juli 1992, welke van rechtswege is overgegaan in een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De toestemming is afgegeven voor de relevante aanwijsdata Natura 2000 gebieden. Binnen deze toestemming zijn 42 melkkoeien A1.100, 42 jongvee A3.100, 4 koeien A6.100 en 39 kalveren A4.100 toegestaan. Van deze vergunde rechten worden bruto 10 melkkoeien A1.100 gebruikt voor het salderen. Stalruimte moet aanwezig zijn en zonder belemmeringen in gebruik te nemen zijn: Dat is het geval, blijkens onderstaande foto’s.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

11

-

-

Ook uit een recente mailcontrole (bijlage) blijkt dat het bedrijf geheel voldoet en de dieren aanwezig zijn of zonder moeite weer gehouden kunnen worden. Ook uit de gecombineerde opgave van 2022 (bijlage) blijkt dat voldoende dieren gehouden zijn om te spreken van een ononderbroken activiteit om te salderen. Directe samenhang, schriftelijkheidsvereiste, voorkomen dubbel gebruik: Er is een leaseovereenkomst opgesteld (bijlage) welke invulling geeft aan het schriftelijkheidsvereiste. Omdat deze saldering op de toegelichte wijze plaatsvindt in het planspoor dient wel geborgd te worden dat vergunde ruimte niet dubbel benut worden. Derhalve dient de volgende voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen te worden: “De aanleg van het landschapsinrichtingsplan en de bouw van de woningen zoals weergegeven in bijlage X bij de toelichting van dit plan mag niet eerder vergund worden dan nadat door de toezichthouder van de gemeente Barneveld is vastgesteld en schriftelijk bevestigd dat de stallen ten minste 10 melkkoeien A1.100 minder bevatten dan vergund.” Er moet 30% worden afgeroomd. Met bovenstaande gegevens is een Aeriusverschilberekening opgesteld, waarbij de vergunde stallen als emissiepunt zijn genomen en 30% afroming is toegepast.

Wanneer bovenvermelde saldering, ten overvloede, wordt toegepast in het planspoor, blijkt dat de aanlegfase niet leidt tot significant negatieve effecten, omdat uit de verschilberekening een uitkomst van 0,00 mol/ha/jr komt.

3.7.

Eindconclusie aanlegfase

De eindconclusie is dat er door de aanlegfase geen sprake is van significant negatieve effecten. Voor zover effecten op grond van een enkelvoudige Aerius-berekening van de aanlegfase al aangenomen dienen te worden, zijn deze blijkens de gebiedsspecifieke ecologische beoordeling niet significant. Uit hoofde van het voorzorgbeginsel zijn de berekende effecten middels externe saldering in het planspoor tevens gemitigeerd. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van significant negatieve effecten.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

12

4. Gebruiksfase 4.1.

Onderdelen van de gebruiksfase

De gebruiksfase bestaat uit de volgende elementen: 1. Het bewonen van woningen; 2. Verkeersbewegingen; 3. Overige vuurhaarden zoals barbecues en/of houtkachels Ten aanzien van de gebruiksfase worden de verkeersbewegingen beoordeeld die betrekking hebben op de woningen. De nieuwe woningen worden overigens gasloos gebouwd en het is algemeen bekend dat deze daarmee als emissieloos beschouwd mogen worden – en dat feitelijk ook zijn.

4.2.

CROW-normering gebruiksfase

Een veel gebruikte methode is om de verkeersbewegingen af te stemmen op de parkeernormentabel of de CROW-normering. In casu is een gemiddelde van de CROW-normeringen gebruikt. Kootwijkerbroek ligt in een ‘weinig stedelijk gebied’ en het betreft hier de categorie ‘rest bebouwde kom’. De volgende kerncijfers worden hierbij door het CROW gehanteerd: -

Rijwoningen/hoekwoningen: 2^1 kapwoningen: Vrijstaande woningen:

7,0 – 7,8 7,4 – 8,2 7,8 – 8,6

Zoals te zien is, formuleert het CROW een bandbreedte. In de beoordeling is uitgegaan van het gemiddelde van deze bandbreedte voor een twee-onder-een-kapwoning van 8,0 verkeersbewegingen per etmaal. Een beoordeling op de ondergrens zou kunnen leiden tot een extra onderbouwing waarom dat in casu toelaatbaar zou zijn, een beoordeling op de hoogste norm levert een worst-case benadering op, maar dat is in casu niet noodzakelijk. Naast de verkeersbewegingen met auto’s (licht verkeer) van de toekomstige bewoners, kan ook vrachtverkeer de twee woningen aandoen. Dit zal in alle gevallen bestemmingsverkeer zijn gelet op de schaalgrootte van dit plan. In de CROW uitgave (2018), ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, staan opmerkingen bij tabel A6, waarin per type omgeving een percentage zwaar verkeer is opgenomen. De volgende voetnoten kunnen van toepassing worden geacht: “Het vrachtverkeer van en naar woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdag-etmaal (licht + zwaar).” Hieruit volgt dat in de opgenomen lijnbronnen met bovenvermelde vervoerswegingen reeds rekening is gehouden met vrachtverkeer. Dit hoeft daarom niet apart berekend te worden.

Desalniettemin wil het bevoegd gezag graag apart inzicht in de middelzware- en zware vrachtbewegingen verkrijgen. Op basis van de tabel bedragen deze: 2 woningen * 0,02 = 0,04 vrachtwagens (licht + zwaar). Dit is dermate verwaarloosbaar dat dit niet is berekend.

4.3.

Barbecues en houtkachels

Voor een eventuele individuele barbecue of houtkachel zijn geen gegevens bekend. Het “Handboek Aerius” formuleert hiertoe evenmin defaultwaarden. Om hier wel een bepaalde emissie aan toe te rekenen is er een algemene generieke bron van 0,5 kg NOx en 0,5 kg Nh3 berekend. Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

13

4.4.

Conclusies gebruiksfase

Uit de bijgevoegde Aerius-berekening blijkt dat er geen depositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Er is daarmee geen sprake van significante effecten ten aanzien van de gebruiksfase. Het bestemmingsplan kan op dit onderdeel worden vastgesteld en een Omgevingsvergunning kan worden verleend. Omdat significante effecten ontbreken hoeft geen Natuurvergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

14

5. Eindconclusie In deze rapportage zijn de gevolgen van de partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012’ beoordeeld. Binnen het planspoor zijn de planologische activiteiten beoordeeld welke kunnen leiden tot activiteiten in een zogenoemde aanlegfase als ook in de gebruiksfase. De beoordeling leidt tot de volgende conclusies: Aanlegfase Voor de activiteiten in de aanlegfase geldt het volgende: -

Er is sprake van 0,01 mol/ha/jr depositie gedurende de bouwperiode van een jaar. Deze depositie is middels een ecologische gebiedsspecifieke effectbeoordeling nader onderzocht. Hieruit volt dat deze depositie niet leidt tot daadwerkelijk significant negatieve effecten. Bovenop deze beoordeling wordt zekerheidshalve ook nog gewerkt met een situatie waarin vergunde rechten in de vorm van “stikstofruimte” verleast wordt. Deze situatie wordt in het planspoor geregeld middels een voorwaardelijke verplichting, waardoor vaststaat dat er geen depositie plaatsvindt.

De conclusie is dan ook dat de aanlegfase primair niet leidt tot significante effecten en subsidiair er een extra zekerheid is ingebouwd middels lease van stikstofruimte welke planologisch bindend is vastgelegd. In het planspoor wordt niet toegekomen aan een uitvoerbaarheidstoets in het projectspoor, waardoor het aan het bevoegd gezag is om ten tijde van de vergunningverlening dit nader te toetsen. De instandhoudingsdoelstellingen worden met dit plan niet negatief beïnvloed. Gebruiksfase Voor de activiteiten in de gebruiksfase geldt het volgende: -

Op basis van de stelregels van de Provincie Gelderland en de Omgevingsdienst De Vallei zijn lijnbronnen ten behoeve van verkeer van toekomstige bewoners ingevoerd. Er is een generieke bron voor barbecues en houtkachels opgenomen. De emissie in de gebruiksfase leidt niet tot stikstofdepositie.

De conclusie is dat in de gebruiksfase geen sprake is van significant negatieve effecten. Significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Op basis van bovenstaande conclusies kan het bevoegd gezag medewerking verlenen aan het vaststellen van het bestemmingsplan en/of de afgifte van de Omgevingsvergunning. Omdat sprake is van een passende beoordeling dient op grond van artikel 7.2a lid 1 Wm in beginsel een PlanMER te worden uitgevoerd. Gelet op de omvang van het plan kan op grond van artikel 3 lid 1 van het Besluit milieueffectrapportage jo. artikel 7.2a lid 2 Wm worden volstaan met een plan-mer-beoordeling in de toelichting op het bestemmingsplan. De instandhoudingsdoelstellingen worden met dit plan niet negatief beïnvloed.

J.C. Vijfhuizen Craeft Advies B.V.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

15

Bijlagen: 1. Overzicht verkeer en machines aanlegfase 2. Aerius-berekening aanlegfase zonder lease / saldering 3. Ecologische gebiedsspecifieke effectbeoordeling 4. Vergunde situatie saldogever 5. Gecombineerde opgave 2022 saldogever 6. Lease-overeenkomst 7. Aerius-berekening aanlegfase met lease / saldering 8. Aerius-berekening gebruiksfase

© Niets uit deze rapportage mag zonder voorafgaande toestemming van de auteur worden overgenomen of gebruikt.

Passende Beoordeling Wnb – Hulstweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

16

Bijlage 1

Invoergegevens Aerius - bouw twee wningen Kootwijkerbroek, bouwperiode ca. 1 jaar

Hijskraan Hijsen vloerdelen

verdiepingen 2

draai-uren uren totaal 20 40 40 uur p.j., ca. 4l/u verbruik 160l/jr

Betonstorter Fundering storten

1

24

24

Graaf-land combi Afvoeren grond, bouw/woonrijp

1

80

80

24 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 48l/jr 80 uur p.j., ca. 3l/u verbruik 240l/jr

Bulldozer 1

40

40 40 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 80l/jr

Aggregaat

1

80

80 80 uur p.j., ca. 2l/u verbruik 160l/jr

Zwaar vrachtverkeer silo mortels gevelstenen (15000 st á 18000/auto) begane grondvloer 1e verdiepingsvloer dakbedekking Kalkzandsteen

Middelzwaar vrachtverkeer Beton á 13 m3/auto isolatie bouwplaats inrichting plaatsen en verwijderen kozijnen vloerverwarming trappen glas staal

busjes 2 2 2 2 2 2 12 enkele reis

2 1 1 2 1 1 1 1 10 enkele reis

aantal weken

10 busjes bouwbedrijf 1 busjes W-installateur 1 busje E-installateur gibo stucadoor spuiter schilder nuts 1 busje tegelwerk

dag per week

20 4 4

totaal dagen

5 5 5

1000 20 20 10 10 10 10 1 4 1085 enkele reis

auto's aantal weken uitvoerder bouwbedrijf uitvoerder E uitvoerder W uitvoerder gibo uitvoerder schilder

hoeveelheid per weektotaal dagen 20 4 4 2 1

2 2 2 1 2

40 8 8 2 2 60 enkele reis

Totaal

1145 enkele reis

Bijlage 2

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Aanlegfase - Beoogd

Resultaten

Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Struikhoeve Advies B.V. Hulstweg, 3774 TM Kootwijkerbroek Part. herziening Hulstweg III Berekening aanlegfase S1KdnSh8ahp8 10 maart 2023, 05:21 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023

0,01 mol/ha/j 100,00 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

0,2 kg/j

4743893

21,0 kg/j Veluwe

2/9

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1  Verkeersnetwerk

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 10,2 g/j

20,8 kg/j 0,2 kg/j

3/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

4/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

100,00

Per gebied

Berekend (ha gekarteerd)

Veluwe (57)

100,00

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

3.004,21

3.004,21

100,00

100,00

0,01

0,01

0,00

0,00

0,00

0,00

5/9

Projectberekening

Per eigen rekenpunt Naam

1 3 4 2 5 6 7 36 8 9 11 14 16 20 21 22 25 27 28 30 53 10 12 13 17 23 24 26 29 31 32 33 34 43 44 45 46 47 41 42 37 38 39 40 48 49 50 51 52 15 18

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Veluwe & Veluwe Lg13 (1 km) Veluwe H4010A (1 km) Veluwe L4030 (1 km) Veluwe ZGL4030 (1 km) Veluwe H3160 (1 km) Veluwe H2310 (2 km) Veluwe ZGLg09 (2 km) Veluwe ZGH5130 (22 km) Veluwe Lg09 (2 km) Veluwe H4030 (3 km) Veluwe ZGLg13 (3 km) Veluwe H6230dka (4 km) Veluwe ZGLg14 (5 km) Veluwe H5130 (5 km) Veluwe H9120 (6 km) Veluwe ZGH9120 (8 km) Veluwe ZGH9190 (10 km) Veluwe H91E0C (11 km) Veluwe H3130 (11 km) Veluwe ZGH6230dka (12 km) Rijntakken H6510A (24 km) Veluwe H9190 (3 km) Veluwe H2330 (3 km) Veluwe H2320 (3 km) Veluwe Lg14 (5 km) Veluwe H7150 (9 km) Veluwe H7110B (9 km) Veluwe ZGLg01 (11 km) Veluwe H91D0 (11 km) Veluwe ZGH4030 (13 km) Veluwe H6230vka (14 km) Veluwe H6410 (14 km) Veluwe Lg01 (14 km) Rijntakken & Rijntakken ZGLg11 (19 km) Rijntakken Lg08 (19 km) Rijntakken Lg11 (20 km) Rijntakken Lg07 (20 km) Rijntakken ZGLg08 (20 km) Arkemheen (17 km) Veluwerandmeren (17 km) Binnenveld (17 km) Binnenveld H7140A (17 km) Binnenveld H6410 (17 km) Binnenveld H7140B (17 km) Rijntakken Lg02 (23 km) Rijntakken H3150baz (23 km) Rijntakken H91F0 (23 km) Rijntakken H91E0B (23 km) Rijntakken H6120 (24 km) Veluwe ZGH2330 (4 km) Veluwe ZGH2310 (5 km)

Coördinaat

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

X:177421 Y:463495 0,01 X:177319 Y:463773 0,01 X:177283 Y:463806 0,01 X:177943 Y:463045 0,01 X:177355 Y:463800 0,01 X:177444 Y:463844 0,01 X:178175 Y:463150 0,01 X:198336 Y:456794 X:178600 Y:463150 X:179540 Y:462156 X:179809 Y:461840 X:180606 Y:462425 X:181066 Y:460638 X:182138 Y:460871 X:176061 Y:456683 X:178618 Y:454802 X:186739 Y:462079 X:177959 Y:451469 X:177972 Y:451440 X:182555 Y:452066 X:159721 Y:444884 X:177930 Y:465058 X:177641 Y:465598 X:177715 Y:465702 X:180152 Y:465459 X:182916 Y:468851 X:182928 Y:468842 X:180350 Y:472530 X:180609 Y:473008 X:177569 Y:475377 X:178609 Y:476174 X:178535 Y:476212 X:178891 Y:476350 X:179841 Y:442979 X:179725 Y:442956 X:179380 Y:442800 X:178860 Y:442667 X:179525 Y:442627 X:164689 Y:474876 X:164609 Y:475094 X:169324 Y:446929 X:167907 Y:447635 X:167875 Y:447595 X:168137 Y:447092 X:170307 Y:440608 X:171709 Y:439920 X:160912 Y:445400 X:171066 Y:439536 X:170605 Y:439427 X:175809 Y:457821 X:174528 Y:457738 -

6/9

Projectberekening

Per eigen rekenpunt Naam

19 35

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Veluwe ZGH3130 (5 km) Veluwe ZGH4010A (20 km)

Coördinaat

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

X:174352 Y:457595 X:178888 Y:482217 -

7/9

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Bron 1 X:176620,05 Y:462340,61 0,19 ha

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Hijskraan

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 160 l/j ja

40 u/j

Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, SCR: ja 80 l/j

40 u/j

Bulldozer

20,8 kg/j 0,2 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

2 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

1 l/j

NOₓ NH₃

Graafmachine Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 240 l/j ja

80 u/j

Betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

24 u/j

Aggregaat

48 l/j

Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, SCR: ja 160 l/j

2 l/j

NOₓ NH₃

1 l/j

NOₓ NH₃

80 u/j

1 l/j

NOₓ NH₃

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 2 X:176606 Y:462438,58 251,87 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

4,6 kg/j 38,4 g/j 2,4 kg/j 19,2 g/j 7,4 kg/j 57,6 g/j 1,2 kg/j 11,5 g/j 5,2 kg/j 38,4 g/j

Links Rechts NOₓ 85,5 g/j Type scherm - NO₂ 19,5 g/j Hoogte - NH₃ 5,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1145 p/jaar 10 p/jaar 12 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

8/9

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 3 X:176752,65 Y:462276,39 250,07 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 84,9 g/j Type scherm - NO₂ 19,4 g/j Hoogte - NH₃ 5,1 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

1145 p/jaar 10 p/jaar 12 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S1KdnSh8ahp8 (10 maart 2023)

9/9

Bijlage 3

Ecologische beoordeling stikstofdepositie ruimtelijke ontwikkeling Hulstweg Kootwijkerbroek Toetsing van mogelijke effecten door stikstofdepositie tijdens de aanlegfase op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door: Tuitert Natuuronderzoek

Opdrachtgever: Craeft Advies B.V. Contactpersoon: J.C. Vijfhuizen

Projectnummer en versie: VT/2023/20.03 Versie D1 Auteur: D. Tuitert

Status: Definitief Rapportdatum: 20-03-2023

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding........................................................................................................ 3 1.2 Plangebied ...................................................................................................... 3 1.3 Doel ................................................................................................................. 3 2 Wettelijk kader........................................................................................................ 4 2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .............................................................. 4 3 Afbakening Natura 2000-gebieden ........................................................................ 5 3.1 Natura 2000-gebieden .............................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4 Natura 2000-gebied Veluwe ................................................................................... 5 4.1 Gebiedsbeschrijving......................................................................................... 5 4.2 Begrenzing en oppervlakte .............................................................................. 5 4.3 Instandhoudingsdoelen ....................................................................................

6 5 Effecten en toetsing ............................................................................................... 9 5.1 Afbakening ...................................................................................................... 9 5.2 Effectbeoordeling ............................................................................................. 9 5.2.1 Lg13 Bos van arme zandgronden................................................................. 9 5.2.2 L4030/ZGL4030 Droge heiden ................................................................... 10 5.2.3 H3160 Zure vennen ................................................................................... 11 5.2.4 H2310 Stuifzandheiden met struikhei ......................................................... 11 5.2.5 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) ........................................ 12 5.2.6 ZGLg09 Droog struisgrasland .................................................................... 12 5.3 Cumulatie ...................................................................................................... 13 6 Conclusie.............................................................................................................. 14

2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor een locatie aan de Hulstweg in Kootwijkerbroek bestaan herontwikkelingsplannen, waarbij is voorzien in de realisatie van een woongebouw met twee wooneenheden (twee onder een kapwoning) en twee bijgebouwen. De planlocatie betreft thans agrarische grond (grasland). Voor het betreffende plan zijn stikstofberekeningen uitgevoerd, waaruit blijkt dat tijdens de aanlegfase sprake is van een tijdelijk toename aan stikstofdepositie op het Natura-gebied Veluwe. Gevraagd is om een ecologische beoordeling te maken om te kunnen bepalen of het voorgenomen plan significante gevolgen kan hebben voor het Natura 2000-gebied Veluwe. Voorliggende rapportage bevat de (uitkomsten van) deze gebiedsspecifieke ecologische beoordeling. 1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan de Hulstweg in Kootwijkerbroek en is op onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 1.2: Inrichtingsplan planlocatie. 1.3 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen plan door het bevoegd gezag worden vastgesteld op grond van artikel 2.7, eerste lid, Wet natuurbescherming.

3

2

Wettelijk kader

2.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden staan in artikel 2.7, eerste en tweede lid, Wet natuurbescherming: Artikel 2.7 1.

Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid.

2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.

4

3

Relevante Natura 2000-gebieden

3.1 Afbakening Uit de uitgevoerde Aerius berekening blijkt dat er alleen op het Natura 2000-gebied Veluwe sprake is van een toename aan stikstofdepositie als gevolg van het voorgenomen plan. Significante gevolgen voor andere Natura 2000-gebieden kunnen daarom op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Andere Natura 2000-gebieden dan Veluwe blijven daarom verder in deze toets buiten beschouwing. 3.2

Natura 2000-gebied Veluwe

Gebiedsbeschrijving De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog enkele honderden hectare actief stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, trilvenen (Wisselse veen) en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Leuvenumse Beek en op de westelijke flanken worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Begrenzing en oppervlakte De begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe is aangegeven op onderstaande figuur 4.2. Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van circa 88.370 ha. Het Natura 2000-gebied Veluwe omvat globaal gezegd de bos- en natuurterreinen op de Veluwe.

De buitengrens ervan wordt in beginsel gevormd door de overgang van het aaneengesloten bos- en natuurgebied naar de cultuurgronden en bebouwde kommen van de omringende plaatsen. Het gebied wordt globaal begrensd door de plaatsen Hattem, Wapenveld, Heerde, Epe, Vaassen, Apeldoorn, Beekbergen, Loenen, Eerbeek, Dieren, Rheden, Velp, Rozendaal, Arnhem, Wageningen, Ede, Lunteren, Wekerom, Otterlo, Harskamp, Stroe, Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, ’t Harde en Wezep. Ook enkele beken tussen Epe en Vaassen en bij Ugchelen maken deel uit van het aangewezen gebied.

5

Figuur 3.2: Begrenzing Natura 2000-gebied Veluwe (groene kleur).

Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Veluwe is aangewezen op grond van zowel de Habitatrichtlijn als de Vogelrichtlijn. Voor het gebied zijn daarom instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten. In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Veluwe weergegeven.

6

Tabel 3.2-1: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen en habitatsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

7

Tabel 3.2-2: Instandhoudingsdoelstellingen habitatsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

Tabel 3.2-3: Instandhoudingsdoelstellingen vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

8

4

Effecten en toetsing

4.1 Afbakening Door Craeft Advies B.V. is een stikstofberekening uitgevoerd met het rekenprogramma Aerius Calculator 2022. Daarbij is zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het voorgenomen plan doorgerekend. Uit de stikstofberekening blijkt dat alleen tijdens de aanlegfase van het voorgenomen plan sprake is van een tijdelijke toename aan stikstofdepositie Op het Natura 2000-gebied Veluwe. In de gebruiksfase is geen sprake van een toename aan stikstofdepositie op Natura 2000. Tabel 4.1: Berekende stikstofdepositie van het voorgenomen plan in de aanlegfase

Voor de in tabel 4.1 weergegeven habitattypen/leefgebieden van soorten wordt in onderstaande paragrafen een gebiedspecifieke ecologische beoordeling gemaakt op basis van informatie uit de PAS-gebiedsanalyse en het Natura 2000 Beheerplan voor het betreffende Natura 2000-gebied. 4.2

Effectbeoordeling

4.2.1 Lg13 Bos van arme zandgronden Voor de aanlegfase is een beperkte tijdelijke toename aan stikstof berekend van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op ca. 88 ha aan Lg13 Bos van arme zandgronden. Lg13 vormt leefgebied voor de stikstofgevoelige kwalificerende broedvogelsoorten zwarte specht en draaihals. Voor de zwarte specht geldt dat de trend positief of stabiel is, maar het aantal ligt naar alle waarschijnlijkheid beneden het instandhoudingsdoel. Het instandhoudingsdoel voor de zwarte specht betreft: Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 400 paren. Het aantal broedpaar van de draaihals op de Veluwe ligt op of boven het instandhoudingsdoel. Belangrijke broedgebieden zijn Kootwijkerzand, Harskampse Zand, Planken Wambuis en de ZuidoostVeluwe. Recent zijn broedterritoria bekend van de Hoge Veluwe en het Mosselsche Zand. Een groot deel van gebied Veluwe is aangemerkt als geschikt leefgebied, een klein deel daarvan is ook daadwerkelijk actueel bezet geweest. Het plangebied ligt aan de

9

rand van potentieel leefgebied voor de soort, maar niet binnen geschikte broedlocaties. Het instandhoudingsdoel voor de draaihals betreft: Uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor (her)vestiging. Het N-gevoelige deel van het leefgebied van de zwarte specht en draaihals bestaat uit een tweetal N-gevoelige habitattypen, namelijk H9190 en H9120, aangevuld met twee Ngevoelige leefgebiedtypen Lg13 en Lg14. De N-gevoeligheid van deze onderdelen is relevant voor het leefgebied van beide soorten vanwege een afname van de prooibeschikbaarheid (vermindering aantal bosmieren door vergrassing). De omvang van het stikstofgevoelige leefgebied Lg13 Bos van arme zandgronden bedraagt ca. 24.660 ha binnen het Natura 2000-gebied Veluwe. Dit leefgebied vormt samen met Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden ca. 85% van het totale leefgebied van de zwarte specht en de draaihals in het Natura 2000-gebied Veluwe. Als gevolg van het voorgenomen plan vindt tijdelijk gedurende de aanlegfase een toename aan stikstofdepositie plaats van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op slechts ca. 88 ha Lg13 Bos van arme zandgrond. Het betreft een randzone van een groter bosgebied langs de N310 (Harderwijkerweg). De omvang van het beïnvloedingsgebied is beperkt ten opzichte van het totaal aan geschikt leefgebied voor de zwarte specht en draaihals op de Veluwe.

Binnen deze omvang kan potentieel leefgebied voor maximaal 1 broedpaar van beide soorten aanwezig zijn. Er vindt alleen een beperkte stikstofdepositie plaats tijdens de aanlegfase van het plan. Een dergelijke kortdurende toename aan stikstofdepositie zal er niet toe leiden dat een zodanige extra vergrassing van de bodem optreedt, dat daardoor de voedselbeschikbaarheid van de zwarte specht en draaihals in dit gebied in het geding komt. Er is bij een zodanig kleine en tijdelijke toename aan stikstofdepositie geen sprake van een merkbare verandering van de bosbodemstructuur dat daardoor beïnvloeding van aanwezigheid van bosmieren kan optreden. Het voorgenomen plan heeft geen invloed op het kunnen halen van de instandhoudingsdoelstellingen van de zwarte specht en de draaihals. Een significante verslechtering van het leefgebied voor de draaihals is niet aan de orde. Geconcludeerd wordt dat een tijdelijke, verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie (0,01 mol N/ha/jr) op een heel klein deel van het totaal aan oppervlakte van Lg13 als leefgebied voor zwarte specht en draaihals in het Natura 2000-gebied Veluwe met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen voor de betreffende vogelsoorten. 4.2.2 L4030/ZGL4030 Droge heiden Voor de aanlegfase is een beperkte tijdelijke toename aan stikstof berekend van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op ca. 1,5 ha aan L4030 en ca.

5 ha aan zoekgebied L4030 Droge heiden. L4030 vormt leefgebied voor de stikstofgevoelige kwalificerende broedvogelsoorten boomleeuwerik, draaihals, tapuit en wespendief. Alleen voor de draaihals en de tapuit geldt een uitbreidingsopgave voor de omvang van het leefgebied, waarvoor zoekgebieden relevant zijn. Uit de PAS-gebiedsanalyse blijkt dat een overmaat aan stikstofdepositie kan leiden tot een koeler en vochtiger microklimaat en een afname van de prooibeschikbaarheid door vergrassing en verruiging. Als gevolg van het voorgenomen plan is alleen tijdelijk gedurende de aanlegfase sprake van een zeer beperkte toename aan stikstofdepositie op slechts 1,5 ha aan bestaand leefgebied L4030 en op 5 ha zoekgebied voor uitbreiding van L4030 Droge heiden. Een dergelijke tijdelijke en beperkte toename aan stikstofdepositie (0,01 mol N/ha/jr) leidt op zichzelf niet tot een merkbare verandering van de kwaliteit van het leefgebied van de boomleeuwerik, draaihals, tapuit en wespendief. Er vindt geen zodanige vergrassing of verruiging plaats dat dit van invloed kan zijn op het microklimaat van het leefgebied of op de voedselbeschikbaarheid. Voor L4030 geldt dat in de praktijk in het veld al diverse maatregelen worden uitgevoerd, die samenhangen met het reguliere beheer en de PAS-maatregelen die al plaatsvinden in de habitattypen die daarmee in

10

verband staan (H6230 resp. H4030). Uit de PAS-gebiedsanalyse blijkt dat er geen aanvullende maatregelen zoals meer hectares, andere plekken, frequentie opvoeren om overmaat N af te voeren, etc. niet nodig zijn. Ten aanzien van zoekgebied voor uitbreiding van leefgebied voor draaihals en tapuit geldt dat in het overgrote deel van het zoekgebied voor uitbreiding geen stikstoftoename plaats en kan de geformuleerde uitbreidingsopgave in het Natura 2000-gebied Veluwe ondanks het voorgenomen plan worden gehaald. Geconcludeerd wordt dat een tijdelijke, verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie (0,01 mol N/ha/jr) op een heel klein deel van het totaal aan oppervlakte van L4030/ZGL4030 in het Natura 2000-gebied Veluwe met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen voor de boomleeuwerik, draaihals, tapuit en wespendief. 4.2.3 H3160 Zure vennen Voor de aanlegfase is een beperkte tijdelijke toename aan stikstof berekend van maximaal 0,01 mol N/ha/jr op 3,5 ha aan H3160 Zure vennen. Het instandhoudingsdoel voor het habitattype H3160 Zure vennen in het Natura 2000-gebied Veluwe is behoud van de omvang en verbetering van de kwaliteit. De kwaliteit is in een deel van de vennen matig, vooral als gevolg van verdroging. Verdroging is het belangrijkste knelpunt voor dit habitattype. In vennen waar de hydrologie goed is, is de kwaliteit overwegen ook goed.

Stikstofdepositie kan in zure vennen leiden tot vermesting van bodem en water en dominantie van snelgroeiende soorten. Volgens de PAS-gebiedsanalyse is sprake van een gelijkblijvende trend in oppervlak en in kwaliteit. Het is in verband met behoud en verbetering wel noodzakelijk om passende maatregelen te treffen voor dit habitattype. Periodiek biomassa verwijderen en afvoeren is daarbij de sleutelmaatregel om de effecten van stikstofdepositie, vermesting door andere bronnen en door stikstof versnelde successie te verminderen. Het periodiek regulier beheer is hier al op gericht. Als gevolg van het voorgenomen plan is alleen tijdelijk gedurende de aanlegfase sprake van een zeer beperkte toename aan stikstofdepositie op slechts 3,5 ha aan H3160. Een dergelijke tijdelijke en beperkte toename aan stikstofdepositie (0,01 mol N/ha/jr) leidt op zichzelf niet tot een merkbare verandering van de kwaliteit van het habitattype. Er vindt bij een dergelijke tijdelijke en kleine stikstoftoename geen zodanige verzuring op dat dit van invloed kan zijn op de kwaliteit van het habitattype. Het voorgenomen plan staat er ook niet aan in de weg dat kwaliteitsverbetering kan worden gerealiseerd door uitvoering van de in de PAS-gebiedsanalyse aangegeven herstelmaatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8fdcc0de-b5eb-4a17-9338-c45988d73e85