CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Heetkamperweg II_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Heetkamperweg II.19.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Heetkamperweg II

(juni 2021) bestemmingsplan Plannr. 1600

Heetkamperweg II

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Beeldkwaliteit

7 9

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

14 14 14 16 17 17

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

22 22 23 25 27 28 29 30 30 30 30 32 32 34 34 34

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

36 36 36 37 40 41 42

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie

43 43

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

44 44 44 44 45

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

2

Verkennend archeologisch onderzoek 2010

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 5

Aanvullend grondwateronderzoek

Bijlage 6

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 7

Nader onderzoek huismus

Bijlage 8

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 9

Referentiebeelden beeldkwaliteit

Bijlage 10

Geurberekening

Bijlage 11

Nota zienswijzen

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

3

Heetkamperweg II

4

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Heetkamperweg 21 in Stroe is een verzoek ingediend om het verblijfsrecreatieterrein te transformeren naar zes woningen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding: ligging locatie Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

5

Heetkamperweg II

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Heetkamperweg ten zuidoosten van de kern Stroe. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door andere woningen aan de Heetkamperweg. Aan de oostzijde vormt de Heetkamperweg de grens van het plangebied. De grens aan de zuid- en westzijde wordt gevormd door agrarisch gebied en verspreid liggende bebouwing. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding: begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied omvat het hele plangebied van bestemmingsplan "Heetkamperweg I". Voorliggend bestemmingsplan vervangt dan ook in z'n geheel dit bestemmingsplan. De gronden hebben de bestemmingen 'Verblijfsrecreatie' (met de aanduiding 'recreatief verblijf in mobiele kampeermiddelen en stacaravans') en 'Bos met meervoudige doelstelling' alsmede de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Realisatie van vijf extra woningen (los van de bestaande bedrijfswoning) is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

6

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Aan de Heetkamperweg 21 in Stroe was tot eind 2019 een camping gevestigd. Op het terrein zijn 126 stacaravans toegestaan, 60 plaatsen voor toeristisch kamperen en 6 camperplaatsen. De minimale afmetingen van staplaatsen bedroeg 225 m² en de maximale afmeting van stacaravans bedroeg 25 m². Het voorliggende plan betreft het transformeren van het terrein naar vijf nieuwe vrijstaande woningen (met een wisselende inhoudsmaat) . De nieuwe woningen zijn voorzien van maximaal 80 m² aan bijgebouwen. De voormalige bedrijfswoning blijft daarnaast behouden en heeft een maximale inhoud van 350 m³. Bij de voormalige bedrijfswoning is 250 m² aan bijgebouwen toegestaan. De gemeente Barneveld kent, via de in 2015 vastgestelde Visie Verblijfsrecreatie beperkt beleid voor de transformatie van recreatieterreinen naar wonen. In de visie is transformatie van recreatieparken naar wonen benoemd als mogelijkheid, naar analogie van het functieveranderingsbeleid voor sanering van agrarische bedrijfsgebouwen naar wonen of andere functies. In de praktijk zijn inmiddels meerdere vragen van recreatieparken over transformatie naar wonen naar voren gekomen. Per park leidt dit tot een maatwerkoplossing waarbij wel mee speelt dat de maatwerkafwegingen in balans moeten zijn met de andere transformatieparken.

Bij het bepalen van het aantal compensatiewoningen is gekeken naar de aanwezige bebouwing, de oppervlakte en ligging van het recreatieterrein alsmede de planologische mogelijkheden van het terrein (kamperen, stacaravans en/of recreatiewoningen). Hieruit is naar voren gekomen dat op de locatie van De Bokkesprong een aantal van in totaal zes woningen (1 bestaande bedrijfswoning en vijf nieuwe vrijstaande woningen een passende is. Stedebouwkundige opzet Bij functieverandering in het algemeen is het uitgangspunt dat er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en dat de nieuwe woningen geclusterd worden gesitueerd. Er is een uitgebreide analyse van dit deel van het landschap, waarop deze transformatie is gebaseerd. Het bestaande kampenlandschap wordt weer deels in de oorspronkelijke structuur hersteld. De open ruimtes van de kamers liggen aan elkaar geschakeld, zodat er ook vanuit landschappelijk oogpunt lange verbindingslijnen worden gevormd.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

7

Heetkamperweg II

Afbeelding: stedebouwkundige opzet Ter plaatse is sprake van twee kamers. In de zuidelijke kamer is ruimte voor drie nieuwe woningen welke omzoomd worden door een groenstructuur. De ontsluiting wordt nader bepaald in overleg met de kopers van een kavel maar verloopt via de aangrenzende agrarische gronden. In de noordelijke kamer blijft de bestaande bedrijfswoning gehandhaafd. Ten westen van de bestaande kantine wordt een nieuwe woning gerealiseerd en wordt een nieuwe woning gerealiseerd op de locatie van de voormalige kantine (Breveenseweg 10), ten zuiden van de bedrijfswoning. Tot slot wordt in het uiterste noordwesten een kapschuur gerealiseerd. Al met al wordt op het terrein van de voormalige camping weggehaald en ontstaan er twee nieuwe woonclusters met drie woningen, in combinatie met veel open gebieden. Op deze manier wordt de transformatie passend in het landschap gesitueerd. Het realiseren van het voorliggende initiatief geeft dan ook geen aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het initiatief is passend op deze locatie. Ruimtelijk gezien is het ingediende verzoek dan ook akkoord. Landschap en landschappelijke inpassing Het voorliggende plan gaat uit van het behoud van de bestaande waardevolle landschappelijke 8

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II groenstructuren (houtwallen en -singels) op de kavelgrenzen. Het plan omvat daarnaast nieuwe groenstructuren waarbij (niet inheems) groen wordt weggehaald. Dit op basis van de historische kaarten en de kadastrale perceelsindeling en ondergrond alsmede de naar de nieuwbouwlocatie toe leidende ontsluitingsweg. De bestaande landschappelijke structuren blijven goed behouden, worden hersteld en aangevuld en daarnaast wordt landschappelijke winst behaald door natuurontwikkeling (wildakker en bloemrijk grasland) en realisatie van nieuwe groenstructuren en beplantingen op de (nieuw)bouwlocaties. Hiermee speelt de ontwikkeling goed in op het (oorspronkelijke) landschap en worden de nieuwe woningen daarin goed ingepast.

3.1

Beeldkwaliteit

Voor dit project is geen separaat beeldkwaliteitsplan toegevoegd als bijlage aan de planherziening van het bestemmingsplan. Deze beeldkwaliteitsparagraaf komt daarvoor in de plaats. Deze paragraaf dient als leidraad voor het bereiken van de gewenste landschappelijke inpassing en de bouwkundige samenhang van de erven. Uitgangspunt is dat voorkomen moet worden dat erven en bebouwing als een stedelijke invulling worden ervaren. De bebouwing dient zich in het landelijke karakter van het kleinschalige Kampenlandschap te voegen en is daaraan ondergeschikt. De bebouwing kenmerkt zich door aspecten als duurzaamheid, energie neutraal, gasloos, eigentijds, hoge kwaliteit en uitdagend door vorm en toepassing van materialen. De erven en tuinen hebben een sterke groene uitstraling en zijn in samenhang met de bebouwing ontworpen. Deze beeldkwaliteitsparagraaf beperkt zich tot die bouwkundige en ruimtelijke elementen en aspecten die het beeld van het plangebied, inclusief de verschijningsvorm van de bebouwing en de randvoorwaarden voor de inrichting van de percelen bepalen. Op deze manier wordt, passend bij de uitzonderlijk gave landschapsstructuur, een hoge ruimtelijke kwaliteit van bebouwing en groene leefomgeving gewaarborgd. Toekomstige bewoners worden daardoor uitgedaagd een bijzondere, aantrekkelijke en aangename woonsfeer te realiseren, die de woonkwaliteit onderling versterkt.

Het te ontwikkelen woongebied ligt in het kleinschalige Kampenlandschap aan de oostzijde van het Veluwse dorp Stroe op de rand van de enk. De woonomgeving vormt de overgang van het agrarische landschap met verspreid liggende buurtschapjes en boerderijen naar het natuurgebied van het Kootwijksche Veld. Hoofdopzet is een verankering van de bebouwing en passende (groene) terreininrichting die op ingetogen wijze aansluit bij het cultuurhistorische karakter van de met houtwallen omzoomde landschapskamers, die de natuurlijke omgeving een eigen identiteit en sterke landschappelijke kwaliteit geeft. In Bijlage 9 zijn referentiebeelden opgenomen met betrekking tot de gewenste beeldkwaliteit. In onderhavige situatie betreft het twee karakteristieke te ontwikkelen woonclusters: Wooncluster Noord (Breveenseweg/Heetkamperweg) Wooncluster Zuid Voor de woonclusters gelden deels aparte karakteristieken maar deels ook niet. Deze komen aan bod na de specifieke karakteristieken Wooncluster Noord In dit gebied worden naast de bestaande bedrijfswoning een vrijstaande woning gerealiseerd en een woning toegevoegd binnen de bestaande bebouwing van de kantine. Deze woningen hebben een eigen en divers karakter in stijl en omvang. Daardoor sluiten ze goed aan bij de bestaande woning, waardoor het geheel een klein samenhangend buurtschapje vormt.

Voor de machines en gereedschap ten behoeve van het landschapsonderhoud is opslag en bergruimte nodig. Een kapschuur wordt aan de noordzijde van de Breveenseweg, terzijde de houtsingel gebouwd. Oprit(ten), parkeren en semi-openbaar gebied De nieuwe woning wordt direct ontsloten vanaf de openbare Breveenseweg. De voormalige bedrijfswoning en de nieuwe woning binnen de bestaande bebouwing zijn eveneens, gezien de ligging op de hoek van de Breveense-/Heetkamperweg te ontsluiten vanaf de Heetkamperweg. "Heetkamperweg II" (vastgesteld)

9

Heetkamperweg II

Beide wegen hebben een asfalt afdekking. De oprit naar de percelen kan worden uitgevoerd in een eenvoudige paarsbruinzwarte straatbaksteen verharding, bijvoorbeeld in dik- of lingeformaat. De erven kunnen in een halfverharding worden uitgevoerd. Hemelwater infiltreert dan op eenvoudige wijze in de ondergrond. Parkeren vindt in alle situaties plaats op de eigen kavel. Hierbij is rekening gehouden met minimaal drie parkeerplaatsen per woning. Situering en oriëntatie bebouwing Op de kavels mag binnen het gegeven bouwvlak één woning worden gebouwd. Voor de situering van de woningen is de nokrichting bepalend voor de lengterichting van het hoofdgebouw. Het bijgebouw kan hier een onderdeel vanuit maken. Een los bijgebouw wordt met de woning mee ontworpen en heeft altijd een zadeldak, met dezelfde oriëntatie als de woning. De bestaande bebouwing staat min of meer parallel aan de Heetkamperweg en haaks op de Breveenseweg. De nokrichting loopt in de lengte van het hoofdgebouw en is georiënteerd op de Breveenseweg. De erven sluiten als in de bestaande situatie ook aan op de Breveenseweg. De nieuw te bouwen woning staat met de nokrichting haaks op de Breveenseweg. De hoofdentree ligt aan de voorzijde of, afhankelijk van de plaatsing van de bijgebouwen, aan de zijkant. Bebouwingstypologie De uitdaging voor deze wooncluster ligt in de verscheidenheid van de bebouwing.

Twee te verbouwen woningen en een nieuw te bouwen woning. Omdat duurzaamheid, energieneutraal en gasloze woningen in de gemeente Barneveld een belangrijk onderwerp is, is het van belang om daarop bij de verbouwing in te spelen. De bestaande bedrijfswoning bestaat uit een eenvoudig bouwvolume, te weten één bouwlaag en een flauw hellend dak met een bitumendakbedekking. De bedrijfsbebouwing heeft een flauwe dakhelling met golfplaten. De woning mag een maximale inhoud hebben van 350 m³ met een bijgebouw van 250 m². De woning en het bijgebouw moeten als één bouwvolume worden beschouwd. Bij nieuwbouw dien het geheel voorzien te worden van een duidelijk zadeldak. Een alternatief is de bestaande dakvorm te behouden en deze te voorzien van een dakbegroeiing. De bedrijfsbebouwing aan de Breveenseweg 10, bestaat uit één bouwlaag en heeft een zadeldak, bedekt met rode pannen. Het aangebouwde deel, bestaande uit één bouwlaag heeft een flauw hellend dak met een bitumendakbedekking. Deze bebouwing mag worden verbouwd tot een woning met een inhoudsmaat van 660 m³ en een bijgebouw van 80 m². Ook op deze locatie is het uitgangspunt 'eenheid in volume', al dan niet voorzien van een dakbegroeiing. De te bouwen woning bestaat uit één bouwlaag en daarboven een kap. De woning heeft een zadeldak dat het bouwvolume als een paraplu overdekt.

De hoofdvorm van het dak heeft een duidelijk oriëntatie die haaks staat op de Breveenseweg. Het bijgebouw kan onderdeel uitmaken van de hoofdmassa, waardoor een eenduidig en kloek bouwvolume ontstaat. Erfafscheidingen, voortuinen/erven en groenvoorzieningen Essentieel is de overgang van privé naar het openbare domein. Het gaat hierbij vooral om de erfafscheiding en mate van erfverharding. Als uitgangspunt geldt het gebruik van levende groene erfafscheidingen in de vorm van in het landschap passende beukenhagen. Anders dan groene afscheidingen zijn niet toegestaan. Verharde opritten hebben vaak een schrale en naargeestige uitstraling, indien deze zijn uitgevoerd in armoedig betonmateriaal. Straatbakstenen hebben de voorkeur in een donkere paarsbruinzwarte aardtint. Een lichte of zwarte betonsteen en/of asfalt is niet passend. Grasbetonstenen, gecombineerd met hafverhardingen, zoals puin, gebroken grind en/of natuursteensplit zijn wel toepasbaar. Eigenaren dragen gezamenlijk de zorg voor het onderhoud en de instandhouding van de groenvoorzieningen en de belendende houtsingels en/of houtwallen die hun perceel begrenzen. De tuinen aan het erf dienen een groene invulling te krijgen. Op de erfgrens tussen de voortuinen en de berm van de Breveenseweg en Heetkamperweg wordt met een in het landschap passende haag ingeplant.

Tussen de voormalige bedrijfsbebouwing en de woningen wordt een houtsingel ingeplant. De hagen worden langs de Breveenseweg niet hoger dan ca. 1.00 m. Hierdoor wordt een doorzicht naar

10

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II het kamerlandschap behouden. Wooncluster Zuid Op deze locatie worden drie nieuwe woningen ontwikkeld. Ruimtelijk wordt deze cluster bebouwing omzoomd door de fraaie bestaande houtwallenstructuur van het Kampenlandschap. Binnen dit landschappelijke kader ligt de cluster woningen met een eigentijdse uitstraling en eigen karakter. De woningen vormen een samenhangende eenheid die op zichzelf staat, doordat deze vrijwel onzichtbaar verscholen liggen achter de houtwallen en houtsingels en daardoor nauwelijks zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De woningen zijn familie van elkaar en worden onderdeel van de natuurbeleving van het authentieke en kleinschalige kamerlandschap. Daarom krijgen deze woningen een landelijke uitstraling met een robuuste, heldere en eenduidige vorm. De bouwmaterialen zijn duurzaam en sluiten aan op het natuurlijke karakter van de cultuurhistorisch waardevolle landelijke omgeving. Oprit(ten), parkeren en semi-openbaar gebied De woningen van deze cluster komen te liggen aan het eind van een landelijke 'dreef', die ontsloten wordt vanaf de Bosberger-, Breeveense- of Heetkamperweg. De oprit krijgt het karakter van een karrenspoor met een totale breedte van circa 4.50 m. De verharding is een halfverharding: een puinfundering en gebroken grind, of een natuursteen splitverharding. Deze sluit aan op de halfverharde woonerven.

De overige ruimtes worden tot een breedte van maximaal 3.50 m uitgevoerd in een gestabiliseerd grasbeton halfverharding. Hemelwater infiltreert daardoor naar de ondergrond. De oprit dient te allen tijde bereik- en berijdbaar te zijn voor de verschillende hulpdiensten, zoals de brandweer. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. In de planopzet is ruimte gereserveerd voor drie à vier parkeerplaatsen per kavel. Eigenaren dragen gezamenlijk de zorg voor het onderhoud en de instandhouding van de oprit. Situering en oriëntatie bebouwing Op de kavels mag binnen het gegeven bouwvlak één woning worden gebouwd. Voor de situering van de woningen is de nokrichting bepalend voor de lengterichting van het hoofdgebouw. Het bijgebouw kan hier een onderdeel vanuit maken. Een los bijgebouw wordt met de woning mee ontworpen en heeft altijd een zadeldak, met dezelfde oriëntatie als de woning. De nokrichting is in de lengterichting van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak. Het bijgebouw kan hier onderdeel vanuit maken. Het bouwvlak biedt daar ruimte voor. De woningen verspringen onderling waardoor er een ruimtelijk spanningsveld ontstaat. De kappen blijven zichtbaar op de percelen. Bebouwingstypologie Bij landelijk gelegen woningen is de kap een belangrijke blikvanger. De kap vormt in hoge mate het aanzien van de bebouwing, is daarom vrij dominant en bepaalt de hoofdvorm van de woning.

De vorm van de kap heeft een eenduidig karakter en is duidelijk herkenbaar als zadeldak. De wanden van de woning, bestaande uit één bouwlaag, dragen het dak en hebben een veelzijdige uitstraling. Het zadeldak heeft een duidelijke hoofdoriëntatie. De kap van de hoofdwoning en het bijgebouw hebben dezelfde oriëntatie, waardoor een duidelijke eenheid ontstaat. Voor het dakvlak van de woningen is een tweetal mogelijkheden. Een kap kan worden vormgegeven met een lage goot en ruime overstek, of met een kap die doorloopt tot over de gevel. Daarbij is een overstek niet relevant. Voor de kopgevels is een overstek van minimaal 600 mm een must om het karakter van het zadeldak als visuele drager te ondersteunen. Erfafscheidingen, voortuinen/erven en groenvoorzieningen Essentieel is de overgang van privé naar het openbare domein. Het gaat hierbij vooral om de erfafscheiding en mate van erfverharding. Als uitgangspunt geldt het gebruik van levende groene erfafscheidingen in de vorm van in het landschap passende beukenhagen. Anders dan groene afscheidingen zijn niet toegestaan. Verharde opritten hebben vaak een schrale en naargeestige uitstraling, indien deze zijn uitgevoerd in armoedig betonmateriaal. Straatbakstenen hebben de voorkeur in een donkere paarsbruinzwarte aardtint. Een lichte of zwarte betonsteen en/of asfalt is niet passend.

Grasbetonstenen, gecombineerd met hafverhardingen, zoals puin, gebroken grind en/of natuursteensplit zijn wel toepasbaar. Eigenaren dragen gezamenlijk de zorg voor het onderhoud en de instandhouding van de groenvoorzieningen en de belendende houtsingels en/of houtwallen die hun perceel begrenzen. "Heetkamperweg II" (vastgesteld)

11

Heetkamperweg II

Bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de erven is de overgang van het semi-openbaar gebied en de privékavels. De aanplant van houtsingels en hagen op de erfgrens van de percelen dragen bij die kwaliteit. Het wooncluster ligt in een groene kamer van het typische Kampenlandschap, de overige groenvoorzieningen op het perceel sluiten daar op aan. Bij het bepalen van de hoogte van de groeihoogte van de hagen en andere beplantingen moet rekening worden gehouden met de fraaie doorzichten richting het open landschap. Ook ten aanzien van de erfverharding geldt dat natuurlijke verhardingsmateriaal, zoals straatbakstenen een ingetogen en chique uitstraling toevoegen aan de woonkwaliteit en goed aansluiten bij de kwaliteit van de halfverharde dreef. Een grasveld en bloemweide of natuurlijke plantborders sluiten aan op de hoge woonkwaliteit en de te ontwikkelen biodiversiteit in het plangebied. Algemene karakteristieken Detaillering, duurzaamheid, materiaal- en kleurgebruik Door het gebruik van een eenvoudig zadeldakvolume, bestaat de ruimte om bepaalde onderdelen van de bouwmassa op speelse en architectonische wijze te verbijzonderen. De uitdaging en een dosis creatieve lef voor samenhangend materiaalgebruik wordt gewaardeerd. Leidraad voor de detaillering is de samenhang van de woning en de onderdelen te behouden.

Door het gebruik van duurzame en natuurlijke materialen die een relatie hebben met de landelijke omgeving zorgen voor ‘de luxe van eenvoud’. Daken worden uitgevoerd in materialen die mooi oud worden doordat zij na verloop van tijd een natuurlijk patina krijgen. De materialen hebben bovendien een kleur die past in de landelijke omgeving. Hierbij kan gedacht worden aan riet, hout (behandeld) leien of donker antracietkleurige matte keramische dakpannen. Kunststof dakbedekkingen zoals kunstriet, zijn uit oogpunt van duurzaamheid niet toegestaan. Het gebruik van metaal als verbijzondering van delen van het dak zoals dakvensterranden of een dakkapel is toegestaan. De afvoer van hemelwater maakt ook onderdeel uit van de architectuur door op zorgvuldige wijze in het gevelontwerp op te nemen. Bij gebruik van goten heeft een verscholen goot de voorkeur. Kunststof afvoerpijpen en goten zijn niet passend in het tegenwoordige duurzaamheidslabel. Een gevel die bestaat uit natuurlijke tinten die passen in de omgeving, door het gebruik van vergrijzend eik of behandelt hout (in donkere gedekte kleuren), natuurlijk ogende baksteen of natuursteen in een beperkt kleurenpallet (donkergrijsbruin tot donker paarsbruinzwart). Het toepassen van grote glasoppervlakten vormt de uitdaging, evenals bijzondere ingrepen in het bouwvolume.

Te denken valt aan de entree van de woningen die als bijzonder element wordt ontworpen, inclusief brievenbus, deurbel/intercom, naambordje, huisnummering, verlichting overkapping, en dergelijke. Kozijnen zijn van hout, staal of aluminium. Hierbij verdienen de detaillering van aansluitingen op de gevel en profilering bijzondere aandacht. Het kleurgebruik is ingetogen door toepassing van donkere tinten. Felle schilderkleuren en kunststofgebruik als kozijn of plaat materiaal zijn nadrukkelijk niet toegestaan. Dakdoorvoeren en schoorstenen worden in het ontwerp geïntegreerd. Een verzameling van losse pijpen en andere dakobstakels doen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Dat geldt ook voor de plaatsing van de buitenunits van de warmtepomp en airco installaties. Door hiermee vroegtijdig in het ontwerpproces rekening te houden kunnen ontwerpfouten of gemakzuchtige oplossingen worden voorkomen. De toepassing van all-black zonnepanelen worden in het ontwerp meegenomen en harmonieus in het dakvlak geïntegreerd. Opvang hemel en oppervlak tewater Bij beide woonclusters dient hemelwater en oppervlaktewater op eigen terrein te worden opgevangen, zodat het kan infiltreren in de bodem. Hemel- en oppervlaktewater kunnen worden opgevangen in zogenaamde drainage-elementen of infiltratiekratten, of worden geloosd op een wadi en de bestaande greppels.

Hemelwater kan rechtstreeks van het dak of middels een goot en hemelwaterafvoer plaatsvinden. Indien een hemelwaterafvoer wordt toegepast, dient deze in het ontwerp van de woning te zijn geïntegreerd. De hemelwaterafvoer kan ondergronds worden aangesloten op het waterafvoer systeem, maar ook in de vorm van een lage waterspuwer op maaiveldhoogte in het ontwerp worden opgenomen. 12

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

Worden geen goten toegepast en stroomt het regenwater rechtstreeks van het dak op het maaiveld, dan dient het lekwater zodanig te worden opgevangen dat dit niet kan leiden tot ongewenste vervuiling van de gevelmaterialen.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

13

Heetkamperweg II

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4

4.1

BELEIDSKADER

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.

Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor

behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) 14

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerk ing in plangebied In dit geval is geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. 4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; a. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing aangezien het plan onder geen van de genoemde projecten valt.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

15

Heetkamperweg II

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied De ontwikkeling betreft de transformatie van een terrein voor verblijfsrecreatie naar wonen. Deze ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie aangezien zij de aanwezige natuurwaarden behoud en versterkt. Daarnaast past de woningbouw binnen de Regionale Woonagenda. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Het bepaalde in paragraaf 2.4 (Glastuinbouw) alsmede de artikelen 2.5.3.2 (Plussenbeleid), 2.5.3.3 (Ammoniakbuffergebied), 2.36 en 3.33 (beiden Intrekgebied) is van toepassing. Doorwerk ing in plangebied De kaarten 2 en 3 zijn niet van toepassing omdat het voorliggende plan geen betrekking heeft op 'landbouw' of 'glastuinbouw'. Kaart 6 en daarmee het bepaalde in de artikelen 2.36 en 3.33 (intrekgebied) is 16

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II van toepassing maar levert geen beperkingen op aangezien beide artikelen alleen van belang zijn indien er sprake is van de winning van fossiele energie. Gelet op voorgaande is het plan in overeenstemming met de Omgevingsvisie en -verordening.

4.4

Waterschap

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten.

Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

17

Heetkamperweg II

De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen.

Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Agrarisch bedrijvenlandschap' en is ook aangewezen als 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'. Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd.

De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied. Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren. Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het "Heetkamperweg II" (vastgesteld)

19

Heetkamperweg II landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw. Doorwerk ing in plangebied In de overgangszone wordt gestreefd naar behoud en versterking van de recreatieve structuur. De transformatie van een camping naar wonen behoort weliswaar niet direct tot deze versterking, maar leidt wel tot de gewenste toename aan kleine landschapselementen zoals houtsingels. De transformatie heeft geen gevolgen voor de aanwezige agrarische bedrijven aangezien die geen beperkingen ondervinden van de transformatie.

4.5.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrije in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken.

Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.000,- in 2021). 20

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. 4.5.3

Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.5.4

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Doorwerk ing in plangebied Aangezien er sprake is van individueel ontwikkelde woningen, is op dit moment nog niet duidelijk hoe de individuele woningen worden verwarmd. Gelet op de huidige eisen zal dit in ieder geval aardgasloos zijn. Het toepassen van verdere duurzaamheidsaspecten, waaronder zonnepanelen en toe te passen materialen, is aan de toekomstige kopers.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

21

Heetkamperweg II

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis van de duur van het historische gebruik als verblijfsrecreatieterrein is het terrein verdacht voor mogelijke bodemverontreinigingen. Om hier meer zicht op te krijgen is een verkennend bodemonderzoek conforme NEN 5740 uitgevoerd. Dat onderzoek is gecombineerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707/NEN 5897 waarbij ook eventuele druppelszones zijn onderzocht. Het volledige onderzoek (Econsultancy, Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Heetkamperweg 21 te Stroe, rapportnummer 12782.003 en gedateerd 21 juli 2020, zie Bijlage 4). Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de plaatselijk zwak baksteenhoudende bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PCB en PAK zijn gemeten.

In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater is naast de licht verhoogde concentraties aan barium, zink, nikkel en minerale olie plaatselijk een sterk verhoogde concentratie aan cadmium gemeten. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In het samengestelde mengmonster van de grond ter plaatse van de voormalige 'druppelzones' is asbest aangetroffen in gehaltes ruim onder de interventiewaarde. De onderzoeksresultaten geven, afgezien van het grondwater, geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodem-/asbestonderzoek of -sanering en zijn voldoende voor het beoogde plan. De bodem is dus geschikt voor het beoogde gebruik. Voor wat betreft de plaatselijk verhoogde concentratie aan cadmium in het grondwater heeft nader onderzoek plaatsgevonden (Econsultancy, Resultaten aanvullend grondwateronderzoek Heetkamperweg 21 te Stroe, rapportnummer 12782.007, definitief, versie D1, gedateerd 30 september 2020, zie Bijlage 5). Conclusie is dat er sprake is van een matig verhoogde concentratie aan cadmium is gemeten in het grondwater uit één peilbuis. De interventiewaarde wordt niet overschreden waardoor de sterk verhoogde concentratie niet is bevestigd.

Aangezien in het grondwater geen sterk verhoogd concentratie is gemeten, en in achtneming van de resultaten van de overige resultaten van het grondwater uit de overige peilbuizen op het terrein (cadmium niet verhoogd aangetoond) is het niet de verwachting dat hier sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het grondwater. Ter plaatse van de betreffende peilbuis zijn geen woningen gepland zodat de matig verhoogde concentratie aan cadmium de ontwikkeling niet in de weg staat. 5.1.2

Niet gesprongen explosieven

Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

22

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het bestemmingsplan komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen. 5.2.1

Archeologie

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat voor een groot deel van het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. Aangezien de omvang van de ingrepen in dit gebied onder de grens (van 10.000 m²) voor nader onderzoek blijkt, is daar geen nader onderzoek noodzakelijk. Voor het zuidelijke cluster heeft in het kader van de uitbreiding van de camping omstreeks 2010 archeologisch onderzoek plaatsgevonden, zie Bijlage 1. Vervolgens is voor de niet-onderzochte delen door Bureau voor Archeologie een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). Hieruit komt naar voren dat het onderzochte gebied op te splitsen is in een viertaal deelgebieden, zie de afbeelding hieronder.

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

23

Heetkamperweg II

Afbeelding: Archeologische deelgebieden en advies Voor de deelgebieden A en het westelijke deel van C gelden op basis van het bureau- en inventariserend veldonderzoek geen archeologische beperkingen, voor deelgebied B is een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. (Mede) naar aanleiding hiervan heeft er een bijstelling plaatsgevonden van de terreinindeling. De voorgestelde waterpartij in dit gebied wordt niet aangelegd waardoor er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. Wel krijgt dit gebied (waar sprake is van een intacte bodem, waardoor eventuele archeologische waarden aanwezig kunnen zijn) in het bestemmingsplan de archeologische dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' met vrijstellingsgrenzen van 30 cm -Mv en 250 m2. Op deelgebied C wordt hieronder nader ingegaan. Voor deelgebied D werd vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Dit onderzoek heeft medio oktober 2020 plaatsgevonden. Door de planaanpassing maakt die deelgebied echter geen deel meer uit van het voorliggende bestemmingsplan. Het betreffende onderzoek maakt dus ook geen onderdeel meer uit van dit bestemmingsplan. Wel krijgt het gehele zuidelijke cluster (deelgebied C en het deel ten noorden daarvan, op basis van het onderzoek uit 2010, de archeologische dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' met vrijstellingsgrenzen van 30 cm -Mv en 250 m2 per bouwperceel.

Daarbij geldt wel dat er contact met de afdeling archeologie van de gemeente moet worden opgenomen wanneer de werkzaamheden van start gaan, zodat de gemeentelijk archeoloog een blik kan werpen op de bodemopbouw ter plaatse. Daarnaast geldt de reguliere meldingsplicht: Indien bij de werkzaamheden vondsten (aardewerk, vuursteen, oude funderingen, opvallende donkere verkleuringen in het gele zand etc.) worden gedaan waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (art. 5.10 Erfgoedwet).

24

"Heetkamperweg II" (vastgesteld)

Heetkamperweg II

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). 5.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f5c35dd5-d79a-40b4-bcb3-8fba9c5d8940