Espeterweg I_Toelichting
Tekst van het document
De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen) en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. De GGD-richtlijn betreft een niet-bindende aanbeveling en deze bevat geen harde normen. De richtlijn heeft geen bindende status. De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Omdat we niet weten waardoor de longontstekingen rondom geitenhouderijen wordt veroorzaakt, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen. Conclusie Het plangebied bevindt zich in de invloedssfeer van twee geitenhouderijen, te weten de geitenhouderij aan de Barnseweg 140 in Barneveld en een geitenhouderij aan de Zeggelaarsweg 38 in Lunteren. De afstand bedraagt circa 940 meter ten opzichte van Barnseweg 140 en circa 1,4 kilometer ten opzichte van de Zeggelaarsweg 38.
De nieuwe woningen komen dus niet in het hoogste risicogebied. Wel ligt het plangebied in het gebied waarvoor een licht verhoogde risico op longontsteking geldt. Desondanks is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd in het plangebied. Uit jurisprudentie blijkt dat het gemeentebestuur in de afweging van belangen het zwaarwegende, maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte mag laten prevaleren. Het is zeer belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd. Door onderhavige verzoek inzake functieverandering zal er sloop van agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied plaatsvinden en voorkomt het verloedering van het landschap en buitengebied. In gemeente Barneveld is de agrarische sector groot. Het is nu eenmaal een veedicht gebied. Het is dan ook onmogelijk om bij woningbouw overal de strengste voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Anders zou de woningbouwproductie sterk afnemen. Naar ons oordeel is het verantwoord en aanvaardbaar om de realisatie van onderhavige plan met woningbouw (inclusief kamerverhuur) mogelijk te maken nu de geitenhouderijen zich bevinden op een grotere afstand dan 500 meter.
5.15
Verkeer
Op de inrichtingstekening zijn per woning drie goed en onafhankelijk van elkaar bereikbare parkeerplaatsen per woning weergegeven. Ontsluiting en verkeersveiligheid De nieuwe en te legaliseren woonbestemmingen worden ontsloten via de Espeterweg. De 42
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I verkeersgeneratie neemt als gevolg van deze ontwikkeling toe. Vanwege de smalle breedte van de Espeterweg en veelvuldig gebruik door fietsers en wandelaars heeft deze toename een negatief effect op de verkeersveiligheid en bruikbaarheid van de weg. Op de Espeterweg is in de huidige situatie een geslotenverklaring voor gemotoriseerd verkeer ingesteld, met uitzondering van bestemmingsverkeer. Door de ligging van een aantal bestemmingen aan de Espeterweg, waaronder de Espeterhoeve (aan de Espeterweg 5, een detailhandelsbedrijf), is er sprake van relatief veel (gemotoriseerd) bestemmingsverkeer. In het GVVP-maatregelenpakket 2022 is (daarom) opgenomen om onderzoek te doen naar maatregelen om de weg autoluw(er) te maken. Uitgangspunt van de verdere uitwerking van deze maatregel is dat er enkel gemotoriseerd verkeer gebruik maakt van de weg dat niet op een andere wijze kan ontsluiten. Naar verwachting zal de uitwerking van deze maatregel een positief effect hebben op de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer op de Espeterweg. Hoewel er bij de nu beoogde ontwikkeling sprake is van een geringe toename van verkeersbewegingen op de Espeterweg, zal er geen ernstige ontwrichting van de verkeersontsluiting op de Espeterweg op gaan treden indien het voorliggende plan doorgang zal vinden.
Het gaat om een geringe toename van verkeersbewegingen, waarbij van ongewenste precedentwerking geen sprake zal zijn. Espeterweg 8-10 is nu namelijk het enige agrarische bouwvlak (in het buitengebied) dat direct ontsluit op de Espeterweg (waarbij de nieuwe woonfunctie niet op een andere wijze kan ontsluiten). Naar verwachting zal met deze ontwikkeling per saldo de verkeersveiligheid en bruikbaarheid van de weg niet afnemen. Wel bestaat de mogelijkheid dat de nieuwe woningen (en het perceel zelf ook) in de toekomst (als uitkomst van de uitwerking van het GVVP-maatregelenpakket 2022) beperkt worden in hun bereikbaarheid, bijvoorbeeld door een maatregel waardoor ontsluiting enkel richting de Barnseweg kan plaatsvinden. Ook de ontsluiting van de nieuwe woningen in het plangebied is akkoord. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande uitrit. De twee nieuwe woningen maken gebruik van een gecombineerde oprit die aansluit op de bestaande uitrit voordat deze uitkomt op de Espeterweg. Conclusie Het aspect verkeer vormt derhalve geen belemmering.
5.16
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Huidige situatie Het projectgebied is gelegen aan de Espeterweg te Barneveld en ziet op een agrarisch perceel met een bedrijfswoning en meerdere bijgebouwen en schuren. Het perceel is aangesloten op drukriolering. Langs het perceel is ook een A-watergang (ook wel de Kleine Barneveldse Beek) en een C-watergang gelegen. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden enkele (bij)gebouwen gesloopt en worden een aantal woningen (met bijgebouwen) gerealiseerd. Voor de toename in verharding moet het verhard oppervlak gecompenseerd worden met een minimum van 30 mm per vierkante meter verharding.
De overstort kan zowel bovengronds als in de beek plaats vinden. Voor de nieuwe woningen moet een vuilwater aansluiting gemaakt worden. Dit kan richting het persriool wat in de Espeterweg ligt. Belangrijk is dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van aanwezige voorzieningen. Naast de percelen liggen enkele watergangen. Werkzaamheden met betrekking tot deze watergangen moeten gecheckt worden of dit vergunnings-/meldingsplichtig is en/of er moet een gesprek plaatsvinden met het waterschap. "Espeterweg I" (vastgesteld)
43
Espeterweg I
De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap.
44
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Deze regels zijn opgesteld op basis van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP). Dit is een landelijke norm die onderdeel uitmaakt van de 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is.
Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. Met deze partiële herziening wordt het begrip 'kamerverhuur' toegevoegd aan de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Het is noodzakelijk dat dit begrip wordt toegevoegd in artikel 1 van de regels. Onder kamerverhuur wordt het volgende verstaan: onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, sub d van de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden als volgt gewijzigd: Aan de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" wordt bij de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' in artikel 6.2.2, onder d het volgende toegevoegd aan de tabel:
Daarmee mag er op de locatie Espeterweg 10 de vloeroppervlakte van het niet-agrarische bedrijf 470 m2 bedragen. Daarnaast wordt aan de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" in artikel 20.1 (bestemmingsomschrijving) bij de bestemming 'Wonen' toegevoegd (onder vernummering van de overige bepalingen in dat artikel) dat ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' ook kamerverhuur is toegestaan.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
45
Espeterweg I Hierbij wordt ook aan de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 in artikel 20.5.1 (Gebruik overeenkomstig de bestemming) een nieuw lid toevoegen (achter lid 5) waarmee ter plaatse van de aanduiding 'aantal kamerverhuur' het aantal onzelfstandige woonruimten niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is weergegeven. In dit geval gaat het om vijf kamers en is het getal 5 aangegeven bij 'aantal kamerverhuur'. Kamerverhuur is enkel toegestaan op locaties waar dit met een aanduiding specifiek is geregeld op de verbeelding én ook de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld is hierbij van toepassing. Ook gelden er twee voorwaardelijke verplichtingen, zie paragraaf 6.4 van de toelichting. Voor het overige worden de regels van Hoofdstuk 2 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Op de verbeelding wordt het volgende aangepast: Het gehele agrarische bouwvlak vervalt bij Espeterweg 8 en 10 en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kleine woning' vervalt. Vier bestemmingsvlakken 'Wonen' worden toegevoegd, en bij één van deze bestemmingsvlakken worden de aanduidingen 'kamerverhuur' en 'aantal kamerverhuur' (met het getal 5) toegevoegd, met ook nog een figuur 'relatie'.
Dit op de plek waar de kamerverhuur plaatsvindt, komen de aanduidingen 'kamerverhuur' en 'aantal kamerverhuur'. Daarnaast krijgen de vier bestemmingsvlakken 'Wonen' allemaal een maatvoeringsaanduiding voor de maximum inhoud van de woning (aanduiding 'maximum volume (m3)'). Twee van de vier bestemmingsvlakken 'Wonen' krijgen de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' voor het maximum aantal vierkante meters aan bijgebouwen. Twee van de vier bestemmingsvlakken 'Wonen' (de twee meest westelijk gelegen bestemmingsvlakken 'Wonen') krijgen ook een bouwvlak. Verder wordt één bestemmingsvlak 'Bedrijf - Niet agrarisch' toegevoegd met twee maatvoeringsaanduidingen 'maximum oppervlakte (m2)', 'maximum volume (m3) en een bouwvlak. De omliggende gronden krijgen en/of behouden de bestemming 'Agrarisch' (zonder bouwvlak) en/of de bestemming 'Natuur'. Er komen twee gebiedsaanduidingen 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' en 'overige zone voorwaardelijke verplichting 2' op het hele plangebied te liggen (op de verbeelding).
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen. 6.4.1
Schakelbepaling
In Artikel 6 van de regels bij deze partiële herziening is een schakelbepaling opgenomen, waarin nader is aangegeven wat er in de regels en op de verbeelding verandert. Dit is ook in Hoofdstuk 6 (bestemmingsregels) van de toelichting van dit plan toegelicht. 6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting'.
46
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In deze partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de landschappelijke inpassing alsmede ook een voorwaardelijke verplichting die ziet op de sloop van bebouwing op de locatie Espeterweg 8 en 10. In dit geval ziet de voorwaardelijke verplichting (inrichtingsmaatregelen / erfinrichting) op het aanleggen van een fruitboomgaard, het aanleggen van groen en aan te leggen parkeerplaatsen alsmede geldt de verplichting dat in de loods op de locatie Espeterweg 10 geen geurgevoelige objecten mogen komen zolang er een agrarisch bouwvlak is gelegen aan de Espeterweg 12. De voorwaardelijke verplichting inzake sloop betreft de sloop van drie bouwwerken die op een tekening nader zijn aangeduid. Die tekening is als een bijlage bij de regels gevoegd.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
47
Espeterweg I
In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
48
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Hoofdstuk 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu deze partiële herziening de bouw van een hoofdgebouw mogelijk maakt, is dit aan de orde. Doordat er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Bro, behoeft er op grond van artikel 6.2.1a, onder b Bro in dit geval geen exploitatieplan vastgesteld te worden. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
49
Espeterweg I
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 16 november 2023 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende partiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: 1. Participatie bij ruimtelijke initiatieven; 2. Participatie bij initiatieven van de overheid; 3. Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024). In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.
Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie
In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede 2 van de participatieladder. Bij spoor 1 is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Zolang spoor 1 niet in werking is getreden, stimuleren we als gemeente participatie en veel initiatiefnemers passen participatie ook toe. Dat is in dit geval wel van toepassing. In dit geval is trede 2 gebruikt en de initiatiefnemer heeft aangegeven dat er overleg is geweest met omwonenden. Er is geen participatieverslag toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. Hieronder is een korte weergave van de participatie vermeld. De initiatiefnemer heeft vooruitlopend op de inwerkingtreding van spoor 1 (1 januari 2024) aangegeven dat hij gesproken heeft met vijf belanghebbenden (omwonenden/bedrijf in de directe omgeving), te weten: Espeterweg 7, 7a, 9 en 12 alsmede het bedrijf aan de Barnseweg 92. Eén van de omwonende heeft aangegeven dat deze hoopt dat de bedrijfsbestemming geen geluidsoverlast gaat veroorzaken wanneer de omwonende buiten zit. Reactie: er zullen alleen bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 toegestaan worden. Andere omwonenden hebben aangegeven geen bezwaren te hebben, mits de begroeiing tussen het perceel van deze omwonenden en het perceel met de twee nieuwe woningen dicht zit/blijft, zoals nu het geval.
Reactie: deze twee woningen zullen de uitrit krijgen op de Espeterweg en ook wordt hier geen groen verwijderd dat nu aanwezig is (behoudens dan dat de kwekerij wel verdwijnt). De andere omwonenden hebben geen bezwaren tegen het plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft, zoals gebruikelijk, van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 50
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I ter inzage gelegen, zie paragraaf 8.4. Dit komt overeen met trede 2 (meedenken/raadplegen) uit de participatieladder. Dit heeft geleid tot één reactie, maar vervolgens is deze reactie later schriftelijk ingetrokken. We verwijzen naar paragraaf 8.4 van de toelichting.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar grotendeels ook aan. Geconcludeerd kan worden dat er hier geen provinciale belangen in het geding zijn die om vooroverleg vragen. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval.
Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een plan van lokaal belang. Vooroverleg is niet noodzakelijk en wordt dan ook niet gevoerd.
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken is één reactie ingediend. De zienswijze is vervolgens ingetrokken. Dit omdat tussen de iniatiefnemer en de omwonende een aantal keren overleg heeft plaatsgevonden. Er komt een groenstrook langs de beek en dit wordt in het vast te stellen plan bestemd als 'Natuur'.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
51