Espeterweg I_Toelichting
Tekst van het document
Espeterweg I
(juli 2024) bestemmingsplan Plannr. 1786
Espeterweg I
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3
8
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
13 13 13 14 16 18 19
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
28 28 29 31 33 34 34 35 35 35 36 39 40 40 41 42 43
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
45 45 45 45 46 47 47
Hoofdstuk 7
49
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
2
Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen
"Espeterweg I" (vastgesteld)
50 50 51 51 51
Espeterweg I
Bijlage 2
Tekening nieuwe situatie
Bijlage 3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 4
Geluid/milieuzoneringsonderzoek
"Espeterweg I" (vastgesteld)
3
Espeterweg I
4
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor de locatie aan de Espeterweg 8 en 10 in Barneveld is een verzoek ingediend om functieverandering van agrarisch (met bouwvlak) naar wonen én een niet-agrarisch bedrijf mogelijk te maken. De bestaande (voormalige agrarische) bedrijfswoning aan de Espeterweg 8 wordt omgezet naar een woning. De kleine woning aan de Espeterweg 10 wordt de bedrijfswoning bij het niet-agrarische bedrijf (op nummer 10). Daarnaast vindt er in één gebouw kamerbewoning plaats. Dit zal specifiek bestemd en aangeduid gaan worden als een zelfstandige woning. Nu is bouwwerk nog een bijgebouw. Tot slot zullen er langs de Espeterweg, ten noordwesten van de bestaande bebouwing aan de Espeterweg 8 en 10, twee nieuwe functieveranderingswoningen mogelijk worden gemaakt.
Afbeelding ligging locatie De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en van de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
5
Espeterweg I
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Espeterweg 8 en 10 nabij de kern Barneveld. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Kleine Barneveldse Beek en twee niet-agrarische bedrijven en een agrarisch bedrijf. Aan de zuid- en oostzijde vormen agrarische gronden de grens van het plangebied. De grens aan de westzijde wordt gevormd door de Espeterweg en volkstuinen. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding ligging locatie plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad (zie verder Bijlage 1). De gronden hebben de bestemmingen 'Agrarisch' (met een bouwvlak) en 'Natuur'. Er gelden de volgende aanduidingen: 'specifieke bouwaanduiding - kleine woning', 'overige zone - kernrandzone' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV'. Het bestemmingsplan laat binnen de bestemming 'Agrarisch' en 'Natuur' het voorgestelde plan niet toe. Er is een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig om mee te kunnen werken aan dit verzoek. Tevens geldt voor het plangebied het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het plangebied heeft hierin de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Hiermee zijn de dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" komen te vervallen.
6
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Afbeelding uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied 2012" In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.1
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor dit plan.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
7
Espeterweg I
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het plan betreft een functieveranderingsverzoek. Verzocht is om de bestemming 'Agrarisch' met grotendeels een agrarisch bouwvlak en deels de bestemming 'Natuur' te herzien naar de bestemmingen 'Wonen' en 'Bedrijf - Niet agrarisch' aan de Espeterweg 8 en 10 in Barneveld. Er is een bedrijfspand voor opslag gewenst aan de Espeterweg 10 (nummer 5 op onderstaande afbeelding). Dit bestaande pand heeft een oppervlakte van 470 m2. De locatie Espeterweg 10 (nummers 3, 4 en 5 op onderstaande afbeelding) zal in de nieuwe situatie de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' (met een bedrijfswoning (met een inhoudsmaat van 450 m2, nu als een kleine woning bestemd in het huidige bestemmingsplan) en bijgebouw) krijgen. De huidige kleine woning Espeterweg 10 wordt bestemd als de bedrijfswoning bij het niet-agrarische bedrijf. Daarmee zal ook de aanduiding 'kleine woning' bij Espeterweg 10 verwijderd worden van de verbeelding. De totale oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning Espeterweg 10 bedraagt 40 m2. Het bedrijfspand (nummer 5 op onderstaande afbeelding) staat ten noordoosten van de bedrijfswoning (nummer 3 op onderstaande afbeelding). Het bedrijfspand zal enkel gebruikt gaan worden ten behoeve van opslag. De (voormalige) bedrijfswoning bij Espeterweg 8 (nummer 1 op onderstaande afbeelding) krijgt in de nieuwe situatie de bestemming 'Wonen' met een inhoudsmaat van 750 m3.
Hier komt een nieuw bijgebouw bij (nummer 8 op onderstaande afbeelding). De totale oppervlakte aan bijgebouwen bij Espeterweg 8 bedraagt 200 m2, waarvan 120 m2 een inpandig bijgebouw betreft. Daarnaast is er een gebouw op het perceel aanwezig (ten zuidwesten van de (voormalige bedrijfs)woning Espeterweg 8) waar nu kamerverhuur (vijf studentenwoningen) plaatsvindt. Onderdeel van het verzoek is om dit gebruik te legaliseren. Voor dit gebouw is aangegeven dat iedere kamer een eigen keuken heeft, waarbij de douche en wc worden gedeeld. In het plan worden verder twee nieuwe vrijstaande woningen ten noordwesten van de bestaande bebouwing mogelijk gemaakt. De inhoud van deze woningen zal 350 m3 respectievelijk 400 m3 gaan bedragen. Beide woningen krijgen een bijgebouw van elk 80 m2. De ontsluiting van deze woningen zal via de Espeterweg gaan verlopen. Op het perceel is ook een schaapskooi gelegen. Dit is echter geen monument. Dit is een bijgebouw bij het gebouw waar kamerverhuur plaatsvindt. Onderstaande afbeelding geeft een weergave van de gewenste nieuwe situatie. Deze afbeelding is toegevoegd als bijlage 2 bij de toelichting.
8
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Afbeelding gewenste nieuwe situatie Duidelijk is dat er sloopmeters moeten worden aangeleverd om het plan te kunnen realiseren. Op eigen terrein worden er drie gebouwen gesloopt (in totaal 121 m2). De overige sloopmeters moeten van elders gaan komen. Onder het kopje 'Sloopmeters' in dit hoofdstuk is aangegeven waar de sloopmeters vandaan komen. De bebouwing die op onderstaande afbeelding is weergegeven wordt gesloopt op de eigen locatie aan de Espeterweg (drie bouwwerken).
"Espeterweg I" (vastgesteld)
9
Espeterweg I
Afbeelding te slopen bebouwing (in rood weergegeven, nummers 7, 9 en 10) Planatelier buitengebied Het verzoek is een aantal keren besproken in het Planatelier Buitengebied, voor het laatst op 27 oktober 2021. In oktober 2021 is aangegeven dat de situering van de twee nieuwe, vrijstaande woningen, losgekoppeld van het bedrijfsperceel Espeterweg 8 en 10, aanvaardbaar is. Daardoor sluiten de woningen aan op de woonwijk. Wel zijn de aspecten verkeersontsluiting én milieuzonering meegegeven om verder te bekijken. Qua landschap is tijdens het planatelier onder meer aangegeven dat de bomen rondom de twee nieuwe, vrijstaande woningen zoveel mogelijk behouden moeten blijven. Bebouwing mag niet in de kroonprojectie gesitueerd worden en er moet zo min mogelijk verharding bij de woningen worden aangebracht. Landschappelijke inpassing Er is nadat het plan in het planatelier buitengebied aan de orde is geweest een inrichtingstekening ingediend. Deze is akkoord bevonden door de gemeentelijke landschapsdeskundige. Zie bijlage 1 van de regels voor de landschappelijke inpassing. In het plangebied is waardevol groen aanwezig. Niet voor niets geldt de bestemming 'Natuur'. Er zijn op dit moment nog open plekken rond de schaapskooi. Deze open plekken worden in de nieuwe situatie opgevuld met aanplant van nieuw groen.
Lagere, inheemse struiken (zoals bijvoorbeeld lijsterbes, kardinaalsmuts, Gelderse roos, meidoorn) zijn hier wat betreft de landschapsdeskundige een goede optie om op die plek meer een overgang van de bomen naar het grasland te realiseren. Op de inrichtingstekening is te zien dat ter plaatse van dat gebied (A) nieuw struweel/bosplantsoen wordt aangeplant. De soortkeuze is akkoord. Verder wordt ten oosten van Espeterweg 8 en 10 een boomgaard aangeplant. Ook is op de inrichtingstekening te zien dat er mantelvegetatie wordt aangeplant in de bestemming 'Natuur' langs de bomenrij. Dit is een mooie toevoeging en dit extra groen is akkoord. Bij de nieuwe woningen worden hagen en bomen aangeplant. Ter plaatse van de nieuwe woningen worden vier nieuwe gewone lijsterbessen tussen de woningen geplant. Deze soort is toegepast zodat er in de (verre) toekomst geen problemen ontstaan qua groeiplaatse en dus toekomstbestendig zijn. Daarnaast wordt er aan de zuidzijde van de beek (ten noordwesten van de huidige bestemming 'Natuur' en ten noordoosten van de twee nieuwe woningen in het plangebied) een groene beekzone gecreërd. Er komt hier een buffer tussen de percelen ten zuiden van de beek en percelen ten noorden van de beek, ter hoogte van waar nu nog een kwekerij zit (noordwestzijde in het plangebied).
Deze buffer bestaat uit een groenzone van ongeveer 45 meter lang en gemiddeld 7 meter breed (vanwege de meanderende beek). Hiervoor is door Laneco het 'Aanleg- en beheerplan, groene beekzone Espeterweg te Barneveld' d.d. 13 april 2024 opgesteld. Dit aanleg- en beheerplan is als bijlage 2 bij de regels gevoegd en hieraan is ook een voorwaardelijke verplichting gekoppeld (zie artikel 8.1.1 van de regels). Deze strook krijgt de bestemming 'Natuur'. Ook dit aanleg- en beheerplan is vanuit landschappelijk oogpunt akkoord. Ook vanuit ecologie is er een positieve beoordeling op dit aanleg- en beheerplan. Maatwerk kamerverhuur Eén van de aspecten uit dit plan zorgt ervoor dat hier sprake is van een maatwerksituatie: de kamergewijze verhuur in één gebouw. Het splitsen van een woning in kamerverhuur voldoet niet aan de Huisvestingsverordening omdat splitsing en kamerverhuur in het buitengebied niet wordt toegestaan. Via maatwerk kan er medewerking verleend worden. Gelet op de ligging nabij en op loop- en fietsafstand van de kern is kamerverhuur aan de Espeterweg 8-10 een geschikte locatie voor kamerverhuur. In de kern is kamerverhuur (onder voorwaarden) mogelijk. Bovendien zijn er voorzieningen aanwezig (en is de locatie dichtbij de schoollocatie Aeres gelegen).
In deze situatie vindt het gebruik al vele jaren plaats en is de locatie aan te merken als een goede plek voor het verhuren van kamers aan studenten. Ook de ontsluiting via de Espeterweg is hier aanvaardbaar. Ruimtelijk gezien is kamerverhuur hier aanvaardbaar. In het huidige functieveranderingsbeleid is het principe van kamerverhuur niet opgenomen als mogelijkheid van functieverandering en is er daarom ook geen specifieke sloopmeterberekening voor kamerverhuur. Er is daarom maatwerk nodig op het gebied van de sloopmeterberekening in het kader van functieverandering. Hierbij is gekozen voor de volgende constructie. 10
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
De regeling voor een 'kleine woning' (inhoud van 350 m3) is analoog toegepast op de situatie 'kamerverhuur'. Het gebouw ten behoeve van kamerverhuur zal in het bestemmingsplan als woning met een specifieke aanduiding voor kamerbewoning bestemd gaan worden. Het perceel krijgt een eigen woonbestemming, een inhoudsmaat van 350 m3. De daarbij behorende sloopcompensatie, die bestaat uit het woningrecht en de woninginhoud, is (300 + 350 x 1,5 =) 825 m2. Deze sloopmeters moeten dus worden aangeleverd voor specifiek het gebouw ten behoeve van kamerverhuur. Dit voorgaande is vanuit beleidsmatig oogpunt een goede vertaling om hier kamergewijze verhuur (wonen) in het buitengebied planologisch mogelijk te maken. De door de initiatiefnemer opgegeven huurprijzen van de studentenkamers zijn akkoord en voldoen aan de Doelgroepenverordening (Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld). De doelgroepenverordening zal hier (wegens kamerbewoning) van toepassing worden verklaard. De huurprijzen moeten onder de kwaliteitskortingsgrens zijn. Hiervoor is een verklaring opgesteld (met voorwaarden en boetebeding). Verkeer, parkeren Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein opgelost moet worden waarbij de parkeereis wordt bepaald op basis van de Nota Parkeernormen.
Op het terrein rond de studentenwoningen lijkt voldoende ruimte hiervoor, uitgaande van zelfstandige kamerverhuur met een norm van 0,7 parkeerplaatsen per kamer. Voor de twee vrijstaande woningen moet op eigen terrein ruimte zijn voor (minimaal) 3 voertuigen die goed bruikbaar zijn (drie goed en onafhankelijk van elkaar bereikbare parkeerplaatsen per woning). Verwezen wordt naar paragraaf 5.15 van de toelichting voor een verdere toelichting wat betreft verkeer (parkeren en ontsluiting). Sloopmeters Voor de berekening van de aanwezige bebouwing op de locatie Espeterweg 8 en 10 is het 'Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016' van toepassing. Uit nameting van de bebouwing op 20 september 2018 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing 1.049 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning en 40 m2 per 'kleine woning' afgetrokken, waardoor de inzetbare sloopmeters 929 m2 bedragen wanneer de bebouwing gesloopt is. Dit is geregistreerd in het regionale sloopmeterregistratiesysteem. Bij deze berekening zijn de oppervlakten van de bestaande (bedrijfs-)woningen buiten beschouwing gelaten. Hieronder is nader toegelicht hoe het zit met de aan te leveren sloopmeters om de plannen aan de Espeterweg 8 en 10 te kunnen realiseren.
Oppervlakte bijgebouwen Espeterweg 8: het standaardrecht aan bijgebouwen bij een reguliere (bedrijfs-)woning is 80 m2. In dit geval is er in de nieuwe situatie een oppervlakte van (120 + 80 =) 200 m2 aan bijgebouwen gewenst. Dit betekent dat 120 m2 van de sloopmeters vanaf het perceel hiervoor gebruikt moeten worden. Wijzigen status kleine woning Espeterweg 10: de inhoudsmaat van de woning is 450 m3. Geconstateerd is dat de kleine woning ten tijde van de totstandkoming van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" positief bestemd is en dat er toendertijd sprake al was van een woning met een inhoudsmaat van 367 m³. Hetgeen nu op de tekening is weergegeven, is 83 m3 groter dan deze 367 m3. Dit betekent dat hiervoor (83 x 1,5 =) 125 m2 aangeleverd moet worden. Er vindt hier geen vergroting van de oppervlakte aan bijgebouwen plaats. Het blijft hier 40 m2 en wordt als zodanig vastgelegd. Schaapskooi: de schaapskooi met een oppervlakte van 63 m2 blijft behouden. De schaapskooi is bijgebouw bij de kamerbewoning. Dat betekent dat de oppervlakte aan bijgebouwen bij de kamerverhuur dan 60 m2 + 63 m2 wordt. Er geldt hier het standaardrecht aan bijgebouwen van 80 m2. Er moet, om dit zo te realiseren, dan 86 m2 aan inzetbare sloopmeters aangeleverd moeten worden. Op het gebouw 6c op bovenstaande tekening wordt aangemerkt als bijgebouw bij de kamerbewoning.
Aangezien dit gebouw 107 m2 is, moet een gelijke oppervlakte worden aangeleverd. Het gebouw krijgt dan de woonbestemming en ligt binnen het bestemmingsvlak van de kamerverhuur. In totaal is in de nieuwe situatie 230 m2 (60 + 63 + 107) aan bijgebouwen bij de kamerverhuur aanwezig. Sloopmeters kamerverhuur: het gebouw ten behoeve van kamerverhuur wordt als woning met een "Espeterweg I" (vastgesteld)
11
Espeterweg I specifieke aanduiding voor kamerbewoning bestemd. Het perceel krijgt een eigen woonbestemming, een inhoudsmaat van 350 m3 en het oppervlakte aan bijgebouwen komt uit op 230 m2 (hierboven al genoemd). De daarbij behorende sloopcompensatie voor de kamerverhuur zelf, die bestaat uit het woningrecht en de -inhoud, is (300 + 350 x 1,5 =) 825 m2. Deze sloopmeters moeten worden aangeleverd. Sloopmeters twee nieuwe woningen: één van de woningen krijgt een inhoudsmaat van 400 m3 en de ander krijgt een inhoudsmaat van 350 m3. Beiden krijgen het standaardrecht aan bijgebouwen van 80 m2. Dit betekent dat hiervoor (300 + 350 x 1,5 =) 825 m2 inzetbare sloopmeters voor één woning én (300 + 400 x 1,5 =) 900 m2 voor de andere woning moet worden aangeleverd, in totaal 1.725 m2. Sloopmeters niet-agrarisch bedrijf: de vloeroppervlakte van het niet-agrarische bedrijf bedraagt 470 m2 en komt overeen met gebouw 5 op de tekening. De te bestemmen oppervlakte aan niet-agrarisch bedrijf wordt 470 m2. De daarbij behorende sloopcompensatie, die bestaat uit het bedrijfsrecht en de vloeroppervlakte, is (100 + 470 x 2 =) 1.040 m2. Aantal benodigde sloopmeters: Voor de ontwikkelingen zijn (120 + 125 + 86 + 107 + 825 + 1.725 + 1.040 =) 4.028 m2 inzetbare sloopmeters nodig.
Vanaf het eigen perceel worden 929 m2 sloopmeters ingezet waardoor nog 3.099 m2 sloopmeters van elders aangeleverd moeten worden. De volgende sloopmeters zijn aangeleverd: - locatie Heideweg 14 in Stroe: 1.852 m2; - locatie Harderwijkerweg 45 in Harskamp: 1.206 m2; - locatie Joostweg 8 in Kootwijkerbroek: 41 m2. In totaal zijn dit dan 3.099 m2 aan sloopmeters die zijn aangeleverd. Op moment van vaststelling van het bestemmingsplan moeten dit ook inzetbare sloopmeters zijn.
Bestemde situatie (links, Buitengebied 2012) en na de partiële herziening (rechts) - Espeterweg
Op bovenstaande uitsneden is de huidige bestemmingsplansituatie te zien en de toekomstige. Concluderend Concluderend kan hier - gelet op het voorgaande alsmede hetgeen in hoofdstuk 4 t/m 8 van de toelichting is aangegeven - gesteld worden dat het ruimtelijk aanvaardbaar is om functieverandering naar een niet-agrarisch bedrijf en wonen aan de Espeterweg 8 en 10 in Barneveld toe te passen.
12
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is een kleinschalig plan dat voorziet in functieverandering naar een niet-agrarisch bedrijf en woningbouw aan de rand van de kern Barneveld. Het is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. "Espeterweg I" (vastgesteld)
13
Espeterweg I
Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het plan voorziet in minder dan 11 woningen.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied Dit plan voorziet in functieverandering naar een niet-agrarisch bedrijf en kleinschalige woningbouw. Er wordt landschappelijk ingepast. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
14
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu (intrekgebied) Eerst wat betreft glastuinbouw: het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan.
Wonen In de verordening is een instructieregel opgenomen over de doorwerking regionale woonagenda. Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door gedeputeerde staten vastgestelde woonagenda. Onderhavig plan past hierbinnen. In paragraaf 4.6.2 van de toelichting is dit nader uiteengezet. Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Veranderende klimaatomstandigheden dwingen ons ertoe maatschappelijk aandacht te besteden aan de gevolgen ervan. Door tijdig maatregelen te nemen kunnen wateroverlast, overlast van hitte en aantasting van natuur wellicht in redelijke mate worden voorkomen. In het kader van klimaatadaptatie worden de volgende maatregelen getroffen: toepassen van infiltratiekratten voor hemelwaterafvoer op het terrein, dit heeft een positieve uitwerking op de klimaat adaptieve effecten 'droogte' en 'wateroverlast'. beperken van verharding, dit heeft een positieve uitwerking op de klimaatadaptieve effecten 'droogte' en 'hitte'. toepassen van kwalitatief groen/natuur, dit heeft een positieve uitwerking op het klimaat adaptieve effect 'hitte'. Doorwerking in plangebied De regels inzake Glastuinbouw en Water en Milieu vormen geen belemmering voor dit plan. Ook wordt voldaan aan de instructieregels. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
"Espeterweg I" (vastgesteld)
15
Espeterweg I
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.
Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf.
Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen 16
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in het plangebied Deze partiële herziening is gebaseerd op het beschreven beleid inzake functieverandering. Enkel wat betreft de kamerverhuur is er in dit plan sprake van maatwerk. In hoofdstuk 3 van de toelichting is gemotiveerd waarom we in dit geval het aanvaardbaar vinden om kamerverhuur toe te staan en op welke wijze hier maatwerk is toegepast. 4.4.2
Beeldkwaliteitsplan functieverandering
De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtingsplan ingediend dat is besproken in het overleg voor verzoeken in het buitengebied. Het inrichtingsplan is akkoord bevonden door de lanschapsdeskundige, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de toelichting. Er is voor de twee nieuwe woningen nog geen bouwplan beschikbaar zodat over de architectuur hiervan verder nog niets kan worden aangegeven. 4.4.3
Landschapsontwikkelingsplan
In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt: de erfinrichting en kleine landschapselementen; de spelregels voor nieuwe landgoederen; de inrichting van de beken; het soortenbeleid. Doorwerking in plangebied In dit geval is er een inrichtingsplan/beplantingsplan ingediend, waarbij het groen op het eigen terrein versterkt gaat worden. Het inrichtingsplan is akkoord bevonden door de lanschapsdeskundige, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de toelichting. Ook is er een aanleg- en beheerplan voor een groene beekzone. Ook hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van de toelichting. 4.4.4
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de "Espeterweg I" (vastgesteld)
17
Espeterweg I gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio. Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het RAP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht 18
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.
Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.
Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. "Espeterweg I" (vastgesteld)
19
Espeterweg I
De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
20
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt op de grens van het deelgebied 'agrarisch bedrijvenlandschap' alsmede 'stedelijke zone'. Agrarisch bedrijvenlandschap Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd.
De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied. Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op "Espeterweg I" (vastgesteld)
21
Espeterweg I herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren. Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw.
Stedelijke zone Het concentratiebeleid voor woningbouw, ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen in het gebied Barneveld Harselaar Voorthuizen blijft onverkort uitgangspunt. Doorwerking Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met de structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. In deze visie is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden.
Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.080,- (prijspeil 2023) en koop van € 320.000 tot € 390.000 (prijspeil jan. 2024) en tot de actuele NHG grens van € 435.000,-, prijspeil 2024) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 8.000 woningen tot 2040 betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor.
Door middel van de voortgangsrapportage woningbouw wordt halfjaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een 22
"Espeterweg I" (vastgesteld)
Espeterweg I beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 740 woningen per jaar voorzien. Dit is ruim 120% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke en het gegeven dat in 2022 minder dan 300 woningen zijn opgeleverd, wordt deze 120% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middendure huurwoningen. In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs.
Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Op verschillende locaties in de kern Barneveld worden de komende jaren woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. In dit geval betreft het de bouw van twee nieuwe functieveranderingswoningen alsmede ook wordt een gebouw specifiek bestemd voor kamerverhuur. Voor de kamerverhuur is de Doelgroepenverordening van toepassing. Zie ook hetgeen in hoofdstuk 3 is aangegeven wat betreft kamerverhuur. Het plan is vanuit volkshuisvestelijk oogpunt aanvaardbaar. 4.6.3
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
"Espeterweg I" (vastgesteld)
23
Espeterweg I
4.6.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).
Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen en -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energie- en warmteopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw.
Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de 24