CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Eerste Tussenrapportage 2026

Commissie Bestuur 25 juni 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: 1e Tussenrapportage 202613.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eerste Tussenrapportage 2026

Inhoudsopgave

1. Aanbieding en inleiding

1

2. Uitgangspunten en leeswijzer

2

3. Algemeen beeld

3

4. Programma’s

6

Programma 1 – Participatie & Ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en Leefomgeving Programma 4 – Samenwerken, dienstverlenen en besturen

5. Voortgang taakstellingen

19

6. Stand van zaken investeringen

21

Bijlage Meerjarenbegroting 2026-2029

25

Raadsbesluit Raadsbesluit

Aan de raad Barneveld, juni 2026 Aanbieding Eerste Tussenrapportage 2026 Wij bieden u de Eerste Tussenrapportage 2026 aan waarin we rapporteren over de eindejaarsprognose van 2026. Gedurende het lopende jaar zetten we ons actief in voor een uitvoering van het beleid en het bereiken van de afgesproken doelen binnen de budgetten zoals vastgesteld in de actuele Programmabegroting 2026. De actuele Programmabegroting 2026 heeft als peildatum 1 april 2026. In deze rapportage rapporteren we over beleidsmatige afwijkingen in de voortgang van de speerpunten. Dit betreffen afwijkingen in de voortgang van de speerpunten, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. Eventuele beleidsmatige afwijkingen, die geen relatie hebben met een speerpunt, lichten we toe als een overige ontwikkeling van een programma. Daarnaast stellen wij, indien nodig, aanpassingen voor van budgetten. Dit zijn financiële afwijkingen. De ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen, lichten we toe per beleidsproduct. We lichten zo duidelijk mogelijk toe welke financiële mutaties een effect op het resultaat hebben en welke mutaties budgetneutraal van aard zijn, zoals bijvoorbeeld een verschuiving tussen twee of meerdere beleidsproducten. De Eerste Tussenrapportage 2026 heeft betrekking op het lopende jaar, de Kaderbrief 2027-2030 op de komende jaren en de Jaarverslaggeving 2025 op het afgelopen jaar.

Deze P&C producten zijn in de raad tegelijkertijd geagendeerd in juli 2026 zodat ze in samenhang kunnen worden behandeld. Via de Jaarverslaggeving 2025 kijken we kritisch terug naar 2025. De verschillenanalyse in de jaarverslaggeving kan zo input zijn voor het bijstellen van de begroting via deze tussenrapportage. Vooralsnog zitten we voor (het grootste gedeelte van) onze speerpunten goed op koers en zijn er geen beleidsmatige afwijkingen. Het uitgangspunt is dat we doelen, plannen en/of budgetten alleen bijstellen als er omstandigheden zijn die we niet in de hand hebben of krijgen. In 2026 behouden we een focus op realistisch begroten en het verminderen van planningsoptimisme. Daaraan zijn verbonden: realistische doelen en actuele uitvoeringsplannen. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang en sturen we actief en adequaat bij waar nodig. We hebben daarbij de komende tijd in het bijzonder extra aandacht voor de investeringen. We geven via de Eerste Tussenrapportage 2026 inzicht in het onderhanden werk van de investeringen in het hoofdstuk stand van zaken investeringen. We merken daarnaast op dat in 2026 naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen een wissel van raad en bestuur plaats vind. Een nieuw coaliteakkoord en collegeprogramma wordt opgesteld en nieuwe prioriteiten zullen worden verwerkt via de Programmabegroting 2027.

Daarnaast zijn in de Programmabegroting 2026 taakstellingen opgenomen voor: grip op arbeidskosten, verlengen afschrijvingstermijnen, kostendekkendheid leges en contractmanagement. Ook werd vanuit het Aanvullend pakket een taakstelling opgenomen voor het ombuigen van gemeentelijke uitgaven, het verhogen van de gemeentelijke inkomsten en de Hervomingsagenda Jeugd. Over de voortgang rapporteren we in het hoofdstuk voortgang in de taakstellingen. Bijgesteld verwacht resultaat In de primitieve begroting (Programmabegroting 2026) werd voor 2026 een resultaat verwacht van € 798.000 euro nadelig. In de actuele begroting (met peildatum 1 april 2026) hebben we dit eerder bijgesteld naar een resultaat van € 94.000 euro voordelig. Het verwachte resultaat voor 2026 wordt door de huidige mutaties (€ 373.000 euro nadelig) in de Eerste Tussenrapportage 2026 nu bijgesteld naar: € 279.000 euro nadelig.Dit beeld zien we terugkomen sinds een aantal jaar. Redenen hiervoor zijn dat er in de Eerste Tussenrapportage meer nadelen dan voordelen worden genoemd vanuit voorzichtigheid en dat regelmatig via de circulaires hogere rijksinkomsten bekend worden later in het jaar. Effect is dat de Eerste Tussenrapportage meestal een negatiever jaarresultaat laat zien dan de Tweede Tussenrapportage.

Vaststelling Wij bieden u de Eerste Tussenrapportage 2026 aan en stellen voor om: 1. de aangepaste budgetten voor 2026 tot en met 2029 per programma te autoriseren, zoals vermeld in de Eerste Tussenrapportage 2026. 2. de mutaties in de stortingen en onttrekkingen in 2026 in reserves te autoriseren, zoals vermeld in de Eerste Tussenrapportage 2026. 3. de investeringskredieten die als onderhanden werk zijn opgenomen per saldo bij te stellen met een bedrag van € 702.000 (aanvullend) zoals opgenomen in de stand van zaken investeringen. Burgemeester en wethouders van Barneveld, W. Wieringa

J. van der Tak

1

Uitgangspunten De uitgangspunten voor de Eerste Tussenrapportage 2026 zijn: Peildatum: We rapporteren over verwachte afwijkingen in 2026 ten opzichte van de actuele Programmabegroting 2026. De actuele Programmabegroting 2026 heeft als peildatum 1 april 2026. Dat betekent dat alle raadsbesluiten tot en met 1 april 2026 in de actuele begroting zijn verwerkt. Beleidsmatige afwijkingen: In de tussenrapportage worden geen (nieuwe) beleidsdoelstellingen voorgesteld. We rapporteren over beleidsmatige afwijkingen door per programma te kijken naar de voortgang van de speerpunten zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. Afwijkingen in de voortgang van een speerpunt op het gebied van inhoud, financiën, planning of risico's zijn toegelicht. Als er geen afwijking is in de voortgang van een speerpunt (volledig "groene" speerpunten) is er geen toelichting. We gebruiken een "stoplichtenmodel" met de volgende kleuren: Geen afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Mogelijk een afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Er is een nieuwe ontwikkeling waarvan de gevolgen nog niet (volledig) duidelijk zijn. Er is een negatieve afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Mogelijk is er heroverweging van college of raad nodig.

Er is een positieve afwijking in de voortgang van het speerpunt op de inhoud, financiën, planning of risico's. Als er significante beleidsmatige afwijkingen zijn voor een programma, die geen relatie hebben met een speerpunt, worden deze toegelicht in het onderdeel "overige ontwikkelingen". Financiële bijstellingen: Conform de financiële verordening ligt de autorisatie voor het aanpassen van budgetten op het niveau van het programma voor de raad. We rapporteren over financiële afwijkingen in 2026 op het niveau van het beleidsproduct. Afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan lasten of baten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct in de primitieve begroting worden toegelicht. Op deze manier geven we invulling aan het aangenomen amendement 12 bij de Programmabegroting 2024. De afwijkingen met een financieel resultaat (voordeel of nadeel) worden per beleidsproduct als eerste toegelicht. Daarna volgen de budgetneutrale mutaties. Dit betreft het verhogen van baten én lasten, het verlagen van baten én lasten en/of een budgetneutrale verschuiving tussen programma's of beleidsproducten. Ook worden mutaties in reserves en voorzieningen toegelicht. De bedragen in de financiële tabellen zijn x €1.000 euro. De "S" staat voor structureel en de "I" staat voor incidenteel.

In de Eerste Tussenrapportage 2026 worden aanpassingen van budgetten alleen in 2026 tot en met 2029 verwerkt. De "V" staat voor voordeel en de "N" staat voor nadeel. Opbouw financiële tabellen Begroting 2026 primitief: de Programmabegroting 2026 zoals vastgesteld in de raad in november 2025. Dit wordt ook wel de primaire begroting genoemd. Begroting 2026 actueel: de primitieve begroting 2026 inclusief alle aanpassingen tot en met 1 april 2026. Mutaties 1e tussenrapportage: de aanpassingen in de begroting die in deze rapportage worden voorgesteld voor 2026 op basis van de eindejaarsprognose van 2026. Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage: de begroting 2026 actueel inclusief de aanpassingen (mutaties) uit de Eerste Tussenrapportage 2026. Leeswijzer De opzet van de Eerste Tussenrapportage 2026 is als volgt: Algemeen beeld: een korte analyse van de belangrijkste ontwikkelingen. Een rode draad in de beleidsmatige en financiële afwijkingen op de programma's. Rapportage per programma bestaat uit: 1. Voortgang speerpunten in lopende jaar (beleidsmatige afwijkingen) 2. Financiële afwijkingen per beleidsproduct 3. Overige ontwikkelingen Voortgang taakstellingen: rapportage over de realisatie en de prognose van de taakstellingen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

Stand van zaken investeringen: inzicht in de besteding van alle openstaande kredieten, ook wel het onderhanden werk. Bijlage Meerjarenbegroting 2026-2029: overzicht van de saldo's per programma van de mutaties en de aangepaste Meerjarenbegroting 2026-2029.

2

Algemeen beeld in hoofdlijnen

In onderstaande infographic zijn de inkomsten en de uitgaven (inclusief reservemutaties) van de gemeente Barneveld voor 2026 (het lopende jaar) weergegeven. De actuele begroting is de raming inclusief alle raadsbesluiten tot en met 1 april 2026. De mutaties zijn de wijzigingen die worden voorgesteld in deze Eerste Tussenrapportage 2026.

3

Financiële hoofdlijnen

Gedurende het jaar monitoren we de voortgang en sturen we actief en adequaat bij waar nodig. Het uitgangspunt is dat we plannen en/of budgetten alleen bijstellen als er omstandigheden zijn die we niet in de hand hebben of krijgen. Een actuele begroting en actuele uitvoeringsplannen zijn gedurende het lopende jaar zo onze basis. We hebben daarbij in het bijzonder ook aandacht voor het melden van voordelen en niet alleen nadelen. Daarnaast keken we via de Jaarverslaggeving 2025 ook kritisch terug naar 2025. De verschillenanalyse in de jaarverslaggeving geeft op die manier input voor het bijstellen van de begroting via deze tussenrapportage. In 2026 behouden we een focus op realistisch begroten en het verminderen van planningsoptimisme. Daaraan zijn verbonden realistische doelen en actuele uitvoeringsplannen. Dit is in het bijzonder aan de orde bij de investeringen. De komende tijd zetten we opgebouwde inzichten in om meer grip te krijgen en (waar aanwezig) het planningsoptimisme rondom de investeringen te verminderen als de realisatie achter blijft op begroot. Een kritische blik op onze planning is ook nodig om de financierbaarheid en uitvoerbaarheid van de investeringen te blijven waarborgen. Resultaat In de primitieve begroting 2026 (Programmabegroting 2026) werd voor 2026 een resultaat verwacht van € 798.000 euro nadelig.

In de actuele begroting (met peildatum 1 april 2026) is dit bijgesteld naar een resultaat van € 94.000 euro voordelig. Het verwachte resultaat voor 2026 wordt door de huidige mutaties (€ 373.000 euro nadelig) in de Eerste Tussenrapportage 2026 nu bijgesteld naar: € 279.000 euro nadelig. In de Eerste Tussenrapportage 2026 verwerken we ook meerjarige mutaties met een effect op 2027 t/m 2029. We verwerken in de tussenrapportage veel mutaties die geen effect hebben op het resultaat. Dit zijn (per saldo) budgetneutrale mutaties, die we verwerken om de begroting actueel te houden. Dit zijn vaak verschuivingen van budgetten tussen verschillende beleidsproducten. Of het tegelijkertijd verhogen (of verlagen) van baten en lasten wat per saldo een budgetneutrale mutatie is die geen effect heeft op het resultaat. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de verwerking van een (nieuwe) specifieke uitkering vanuit het Rijk, waarbij we invulling geven aan een (extra) taak met bijbehorende inkomsten. De belangrijkste mutaties in 2026 met een effect op het resultaat zijn: Een structureel nadeel van € 987.000 door hogere lasten voor voorzieningen voor inwoners met een beperking.

Dit komt met name door hogere lasten voor huishoudelijke ondersteuning (€ 350.000), hogere lasten voor Wmo materiële voorzieningen (trapliften, hulpmiddelen en vervoersvergoedingen) (€ 305.000) en hogere kosten voor woningaanpassingen gehandicapten (€ 220.000, waarvan € 80.000 structureel van aard is). Daarnaast een nadeel van € 112.000 door hogere kosten voor maatschappelijke opvang. Overige structurele nadelen die we verwerken zijn bijvoorbeeld het gevolg van indexatie en omvanggroei van de raadsvergoedingen (€ 90.000) en hogere lasten als uitkomst van de aanbesteding voor de nieuwe accountant (€ 60.000). Daarnaast ontvangen we volgens de Decembercirculaire 2025 minder verwacht van het Rijk (€ 99.000). We verwerken daarnaast enkele incidentele nadelen, bijvoorbeeld doordat brandstofprijzen zijn gestegen door de oorlog in het Midden-Oosten (€ 187.000), gladheidsbestrijding (€ 120.000) en door onderhoud aan het dak de Hofstee (€ 50.000). Door het actualiseren van de kapitaallasten verwerken we in 2026 per saldo een voordeel van € 1,56 miljoen. Een gedeelte van deze mutatie is het effect van het verlengen van afschrijvingstermijnen (circa € 600.000), daarmee geven we invulling aan de taakstelling. Het resterende gedeelte van de mutatie is het effect van het later afronden van investeringen dan gepland en het bijstellen van de kredieten.

Daarnaast verwerken we een technische wijziging door het vervallen van de werkwijze om alle te maken uren voor investeringen toe te schrijven aan beleidsproduct 231 Verkeer. Inmiddels zijn kredieten die beschikbaar zijn voor het maken van uren voor investeringen gekoppeld aan het relevante beleidsproduct. Lagere rentelasten door een lagere financieringsbehoefte (voordeel € 1 miljoen). Voortgang Taakstellingen Voor de taakstellingen die gekoppeld zijn aan het verlengen van de afschrijvingstermijnen en het verhogen van de gemeentelijke belastingen zitten we op koers voor 2026. Voor het overige gedeelte van de taakstellingen zijn verdere stappen benodigd om deze te realiseren in 2026. We sturen daarop bij en rapporteren weer over het effect hiervan en voortgang in de Tweede Tussenrapportage 2026. In het hoofdstuk Voortgang taakstellingen wordt de voortgang op dit moment per taakstelling toegelicht. Stand van zaken investeringen In de afgelopen tijd is gebouwd aan meer inzicht in de stand van zaken van investeringen. De komende tijd zetten we deze inzichten in om meer grip te krijgen en (waar aanwezig) het planningsoptimisme rondom de investeringen te verminderen. Een kritische blik op onze planning is ook nodig om de financierbaarheid en uitvoerbaarheid van de investeringen te blijven waarborgen.

Door het verlengen van de afschrijvingstermijnen (waarmee we invulling geven aan de taakstelling) worden de jaarlijkse kapitaallasten lager. Daarnaast zijn reguliere wijzigingen in de kapitaallasten meegenomen in de actualisatie, dit zijn de effecten van investeringen die later worden afgerond dan gepland of investeringen die met een over- of onderschrijding zijn afgerond. Voor 2026 verwerken we per saldo een voordeel van € 1,56 miljoen. Daarnaast verwerken we een technische wijziging van administratieve aard. De oude werkwijze (tot en met 2022) waarbij we kredieten gerelateerd aan het maken van uren voor investeringen volledig aan beleidsproduct 231 Verkeer koppelen is komen te vervallen. Kredieten en afschrijvingen zijn inmiddels gekoppeld aan het relevante beleidsproduct. Dat betekent dat we als opschoonactie eenmalig de afschrijvingstermijnen verkorten van deze "oude" kredieten waardoor de lasten voor afschrijvingen eerder vallen. We verwerken daarom een nadeel op de kapitaallasten op beleidsproduct 231 Verkeer. Een meer uitgebreide toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. We stellen voor om de lopende kredieten per saldo bij te stellen met € 702.000 euro aanvullend. In het hoofdstuk Stand van zaken investeringen gaan we hier nader op in. Financieel meerjarenperspectief v.a.

2027 De structurele doorwerking van bovenstaande ontwikkelingen en mutaties worden betrokken in het financieel meerjarenperspectief dat wordt gepresenteerd in de Kaderbrief 2027-2030. Meerjarige effecten van autonome ontwikkelingen die starten in 2027 worden gepresenteerd in de Kaderbrief 2027-2030.

4

bedragen x € 1.000 Huidige begroting Programma

Voorstel begroting

Begroting 2026 Primitief

Begroting 2026 Actueel

Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen

- 143.278 - 60.619 - 4.470 - 45.857 - 32.331

- 148.546 - 60.948 - 4.489 - 49.160 - 33.949

Algemene dekkingsmiddelen

141.997

145.731

Saldo van baten en lasten

- 1.280

- 2.815

482

2.908

Mutatie reserves Resultaat

Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage

Mutaties 1e tussenrapportage Incidenteel - 1.099 N - 202 N - 87 N - 755 N - 56 N

Structureel - 513 N - 754 N - 1.728 N 2.064 V - 95 N

- 150.158 - 61.904 - 6.304 - 47.851 - 34.100

901 V

136 V

146.768

- 198 N

- 377 N

- 3.390

203 V

-

3.111

- 377 N

- 798

94

4V

Waarvan incidenteel

- 2.789

- 2.909

4V

Structureel resultaat

1.991

3.003

- 279 - 2.905

- 377 N

2.625

Mutaties Eerste Tussenrapportage 2026 De belangrijkste aanpassingen van de begroting per programma zijn: Programma 1 Participatie en ondersteuning (€ 956.000 N) Een structureel nadeel van € 987.000 door hogere lasten voor voorzieningen voor inwoners met een beperking. Dit komt met name door hogere lasten voor huishoudelijke ondersteuning (€ 350.000), hogere lasten voor Wmo materiële voorzieningen (trapliften, hulpmiddelen en vervoersvergoedingen) (€ 305.000) en hogere kosten voor woningaanpassingen gehandicapten (€ 220.000, waarvan € 80.000 structureel van aard is). Daarnaast een nadeel van € 112.000 door hogere kosten voor maatschappelijke opvang. . Programma 2 Bedrijvigheid en bereikbaarheid (€ 1.815.000 N) Door een eenmalige opschoonactie (technische wijziging) verwerken we per saldo voor programma 2 een structureel nadeel van € 1,47 miljoen door het actualiseren van de kapitaallasten. Dit als gevolg van het verkorten van afschrijvingstermijnen van "oude" kredieten gekoppeld aan beleidsproduct 231 Verkeer. Een meer uitgebreide toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Programma 3 Woon- en leefomgeving (€ 1.309.000 V) Per saldo voor programma 3 een structureel voordeel van € 2,9 miljoen door het actualiseren van de kapitaallasten.

Daarnaast per saldo een incidenteel nadeel van € 187.000 verspreid over diverse beleidsproducten door de hogere brandstofprijzen in verband met de oorlog in het Midden-Oosten en een incidenteel nadeel van € 120.000 door gladheidsbestrijding. Programma 4 Samenwerken, dienstverlenen en besturen - exclusief Algemene dekkingsmiddelen (€ 151.000 N) Per saldo voor programma 4 een structureel voordeel van € 635.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Daarnaast verwerken we enkele nadelen, bijvoorbeeld als gevolg van indexatie en omvanggroei van de raadsvergoedingen (€ 90.000) en hogere lasten als uitkomst van de aanbesteding voor de nieuwe accountant (€ 60.000). Algemene dekkingsmiddelen (€ 1.037.000 V) Een incidenteel voordeel van € 1.000.000 door lagere rentelasten doordat we minder leningen opnemen dan begroot. Daarnaast ontvangen we volgens de Decembercirculaire 2025 minder verwacht van het Rijk (€ 99.000).

Mutaties reserves Onttrekking reserve sociaal domein (€ 203.000) Conform collegebesluit (ingekomen stukken 26-61) wordt € 150.000 onttrokken voor de doorontwikkeling uitvoering sociaal domein. Daarnaast wordt conform collegebesluit € 53.000 onttrokken om de kosten voor de provinciale verhuiscoach te dekken. Deze reserve wordt (zoals eerder besloten) per 31 december 2026 opgeheven. Mutaties voorzieningen Minder storting voorziening pensioenen wethouders (€ 100.000) Door aanpassing van regelgeving is de begrootte jaarlijkse storting vanaf 2026 in deze voorziening niet meer nodig. Storting egalisatievoorziening afvalverwerking (€ 45.000) Een structureel voordeel van € 147.000 door het actualiseren van de kapitaallasten en een incidenteel nadeel van € 95.000 door hogere brandstofprijzen. Het saldo á € 45.000 wordt gestort in de egalisatievoorziening afval. Storting egalisatie riolering (€ 664.000) Een structureel voordeel van € 732.000 door het actualiseren van de kapitaallasten. Hogere kosten voor het reinigen van watergangen € 50.000 en een klein incidenteel nadeel van € 9.000. Het geheel resulteert per saldo in een storting in de egalisatievoorziening van € 664.000.

Belangrijke ontwikkelingen

Er zijn geen overige belangrijke ontwikkelingen.

5

Programma's Overzicht speerpunten Programma 1

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

1. Participatie & Ondersteuning 1.1 Zelfredzame inwoners Speerpunt Iedereen kan meedoen

Door diverse ontwikkelingen op het gebied van re-integratie is sprake van structureel hogere kosten. Een deel hiervan wordt indirect gedekt doordat we extra middelen ontvangen via het gemeentefonds. Het gaat om de volgende twee ontwikkelingen: • Subsidieregeling interne jobcoaching en werkbegeleiding Er is een regeling vastgesteld waarmee de subsidiekaders voor interne jobcoaching en werkbegeleiding (artikelen 14 en 15 van de Participatieverordening) nader uitgewerkt zijn. Subsidiëring van deze activiteiten ondersteunt de ontwikkeling van plekken waar inwoners met een ondersteuningsvraag kunnen toewerken naar zelfstandige participatie op de arbeidsmarkt. Op basis van de tot nu toe ontvangen aanvragen wordt het benodigde bedrag voor uitvoering van deze subsidieregeling geraamd op circa € 40.000 per jaar. Deze inzet is in lijn met de Rijksbijdrage sociale infrastructuur en kan hier volledig uit gedekt worden. • Indexatie van re-integratie-instrumenten De tarieven voor jobcoaching, werkervaringsplaatsen en taalstages zijn geïndexeerd. Dit leidt tot een structurele meeruitgave van circa € 25.000 per jaar. Inburgering en integratie Er zijn op dit moment geen beleidsmatige afwijkingen die vragen om een toelichting in de tussenrapportage.

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

1. Participatie & Ondersteuning 1.2 Sociale en vitale samenleving Speerpunt Cultuur- en sportstimulering

Omschrijving 1. Participatie & Ondersteuning 1.2 Sociale en vitale samenleving Speerpunt Veilig en gezond opgroeien en samenleven

Geïndiceerde jeugdhulp Binnen de proeftuin Kind- en Gezinsbescherming werd gewerkt met een Regionaal Veiligheidsteam. Deze organisatorische samenwerking is vorig jaar vanwege verschillende redenen beëindigd. In het tweede kwartaal van 2026 wordt opnieuw gestart met een Regionaal Veiligheidsteam. Deze herstart brengt echter onzekerheden met zich mee, onder andere door aanhoudende personeelstekorten binnen de jeugdbescherming. Daarnaast vraagt de opzet van het Regionaal Veiligheidsteam in eerste instantie om een investering van de betrokken partijen. De verwachting is dat deze samenwerking op termijn leidt tot een effectievere en efficiëntere aanpak. Ook bij deze doorontwikkeling blijven de gespreksvoerders jeugd, de jeugdbeschermingsorganisaties, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken.

6

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

1. Participatie & Ondersteuning 1.3 Gemeentelijk vangnet Speerpunt Samen oud worden

Toelichting ontwikkelingen binnen de Wmo Binnen het gemeentelijk vangnet Wmo is sprake van een nadelige financiële afwijking. Deze afwijking wordt vooral veroorzaakt door hogere kosten als gevolg van loon‑ en prijsstijgingen en een toenemend gebruik van Wmo‑voorzieningen. Voor het lopende jaar zijn drie nieuwe raamwerkovereenkomsten afgesloten, waarbij de tarieven zijn aangepast aan het actuele prijsniveau. Deze tariefsaanpassingen zijn noodzakelijk om de continuïteit en kwaliteit van de ondersteuning te borgen, maar leiden wel tot hogere uitgaven. Daarnaast neemt het beroep op Wmo‑ondersteuning structureel toe. Inwoners blijven langer zelfstandig thuis wonen en worden vanuit landelijk beleid, waaronder Langer Actief Thuis, ondersteund om zo lang mogelijk buiten een intramurale setting te blijven. Hierdoor worden zwaardere indicaties vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) minder snel afgegeven en blijft de ondersteuningsvraag langer binnen het gemeentelijk domein. Dit leidt tot een hogere en langdurigere inzet van Wmo‑voorzieningen, waarbij de sterkste kostenstijging zichtbaar is bij woningaanpassingen, huishoudelijke ondersteuning en vervoersvoorzieningen. Deze voorzieningen worden intensiever ingezet om inwoners in staat te stellen veilig thuis te blijven wonen en maatschappelijk te blijven participeren.

Het huidige vaste abonnementstarief verlaagt de financiële drempel voor inwoners en werkt instroombevorderend. De herinvoering van de inkomens‑ en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, die een remmend effect zou hebben op het gebruik van Wmo‑voorzieningen, is uitgesteld tot ten minste 1 januari 2028. Hierdoor blijft de beoogde demping van de uitgaven voorlopig uit. Daarnaast heeft het kabinet in het coalitieakkoord het voornemen uitgesproken om huishoudelijke ondersteuning als Wmo‑maatwerkvoorziening per 1 januari 2029 te schrappen. Het uitgangspunt daarbij is dat inwoners die de ondersteuning zelf kunnen bekostigen deze particulier organiseren, terwijl gemeenten verantwoordelijk blijven voor inwoners die dit niet kunnen. Totdat hierover definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, blijft huishoudelijke ondersteuning onderdeel van het gemeentelijk vangnet Wmo, met bijbehorende financiële gevolgen voor gemeenten.

Financieel Overzicht Programma 1 bedragen x € 1.000 Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage

Begroting 2026 Primitief

Begroting 2026 Actueel

Mutaties 1e tussenrapportage

Mutaties 1e tussenrapportage

Baten Lasten Saldo

2.871 - 11.390 - 8.520

2.871 - 11.390 - 8.520

Incidenteel 6.910 V - 6.925 N - 15 N

Structureel 422 V - 809 N - 387 N

10.202 - 19.124 - 8.922

Saldo Saldo Saldo

- 2.859 - 1.722 - 3.939

- 2.859 - 1.722 - 3.939

- 15 N

58 V - 65 N - 380 N

- 2.801 - 1.787 - 4.334

Baten Lasten Saldo

781 - 9.741 - 8.960

781 - 9.741 - 8.960

527 V - 474 N 53 V

283 V 283 V

1.309 - 9.933 - 8.624

Saldo Saldo Saldo

182 - 1.805 - 7.337

182 - 1.805 - 7.337

- 434 N 186 V 301 V

5V 267 V 10 V

- 246 - 1.352 - 7.026

Baten Lasten Saldo

12.849 - 55.988 - 43.139

13.675 - 57.143 - 43.468

- 240 N - 240 N

1.120 V - 1.770 N - 650 N

14.795 - 59.153 - 44.358

Saldo Saldo

- 3.118 - 40.021

- 3.192 - 40.276

- 100 N - 140 N

- 650 N

- 3.292 - 41.066

Totaal baten Programma 1 Totaal lasten Programma 1

Baten Lasten

16.501 - 77.120

17.327 - 78.275

7.437 V - 7.639 N

1.542 V - 2.296 N

26.306 - 88.210

Saldo van baten en lasten Programma 1

Saldo

- 60.619

- 60.948

- 202 N

- 754 N

- 61.904

1. Participatie en ondersteuning

1.1 Zelfredzame inwoners

Mutaties bij: 111 Lokaal onderwijsbeleid 112 Reïntegratie 113 Maatschappelijke zorg 1.2 Sociale en vitale samenleving

Mutaties bij: 121 Sportstimulering 122 Sociaal-cultureel werk 123 Volksgezondheid en preventie 1.3 Gemeentelijk vangnet

Mutaties bij: 131 Inkomensvoorziening 132 Voorzieningen inwoners met beperking

Financiële toelichting

Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een nadeel van € 956.000 binnen programma 1. Dit saldo bestaat uit € 8.979.000 aan hogere baten en € 9.935.000 aan hogere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht.

111 Lokaal onderwijsbeleid (€ 58.000 V) Een structureel voordeel van € 55.000 komt doordat sprake is van een hogere uitkering voor voortijdig schoolverlaten. Er is sprake van hogere baten en lasten m.b.t. de specifieke uitkeringen D8 Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en G10 Wet Inburgering 2021 van respectievelijk € 132.000 en € 294.000. Daarnaast is sprake van lagere baten en lasten van € 59.000 wegens het stoppen van de specifieke uitkering C92 Informatiepunten Digitale Overheid. Dit zijn per saldo budgetneutrale mutaties. Een structureel voordeel van € 3.000 komt door diverse kleine mutaties.

7

112 Re-integratie (€ 65.000 N) Een structureel nadeel van € 40.000 heeft betrekking op de subsidieregeling jobcoaching en werkbegeleiding. Hiervoor wordt via de decentralisatie-uitkering Participatie een bijdrage voor de sociale infrastructuur ontvangen. Doordat de dekking komt vanuit het beleidsproduct 433 Algemene uitkering, is per saldo sprake van een budgetneutrale mutatie. De tweede ontwikkeling betreft de indexatie van de tarieven voor jobcoaching, werkervaringsplaatsen en taalstages. Dit leidt tot een structureel nadeel van € 25.000. 113 Maatschappelijke zorg (€ 395.000 N) Een incidenteel nadeel van € 210.000 komt door de doorontwikkeling uitvoering Sociaal Domein zoals opgenomen in de bestuursopdracht en vastgesteld door collegebesluit (ingekomen stukken 26-61). Hiervan wordt € 150.000 gedekt uit het de reserve Sociaal Domein (ook wel innovatiebudget sociaal domein). Per saldo een incidenteel nadeel van € 55.000 heeft betrekking op de specifieke uitkering Gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagaffaire. Dit betreft € 130.000 aan lagere baten en € 75.000 aan minder lasten. Doordat minder ondersteuning nodig is, ontvangen we een lagere vergoeding. Per saldo een incidenteel voordeel van € 180.000 komt door opvang Oekraïners. Dit bestaat uit € 6.970.000 aan hogere baten en € 6.790.000 aan hogere lasten.

Dit is gebaseerd op het vastgestelde normbedrag van € 44 per dag per beschikbare opvangplek. Dit betreft een specifieke uitkering waarvan vorig jaar nog niet zeker was dat deze in 2026 zou doorlopen. Een budgetneutrale verschuiving van lasten van € 63.000 (structureel) vanuit dit beleidsproduct (voordeel) naar beleidsproduct 123 Volksgezondheid en preventie (nadeel) in het kader van de Wet verplichte ggz. Een budgetneutrale verschuiving van baten van € 70.000 (incidenteel) naar dit beleidsproduct (voordeel) vanuit beleidsproduct 121 Sportstimulering (nadeel) voor de Brede specifieke uitkering. Een structureel nadeel van € 443.000 komt door het grotendeels budgetneutraal verschuiven van lasten naar de beleidsproducten 122 en 123. Afhankelijk van de hulpvragen, kan de verdeling van de subsidie over deze beleidsterreinen net anders uitpakken dan oorspronkelijk begroot. 121 Sportstimulering (€ 429.000 N) Een grotendeels budgetneutrale verschuiving van baten van € 434.000 (incidenteel) vanuit dit beleidsproduct (nadeel) naar de beleidsproducten 113 Maatschappelijke zorg, 122 Sociaal-cultureel werk, 123 Volksgezondheid en preventie en 334 Kunst en cultuur voor de Brede specifieke uitkering. Per saldo (over alle beleidsproducten) is er een voordeel van € 220.000 aan hogere baten.

Hogere baten en lasten van € 100.000 doordat de Brede SPUK en IZA worden ingezet voor dekking van loonkosten voor beleid. Dit is per saldo daarom een budgetneutrale mutatie. Een structureel voordeel van € 5.000 door een kleine mutatie. 122 Sociaal-cultureel werk (€ 453.000 V) Een incidenteel nadeel van € 274.000 door een hogere subsidie aan St. Connect. De dekking hiervan is grotendeels afkomstig uit de Brede specifieke uitkering. Een grotendeels budgetneutrale verschuiving van baten van € 460.000 naar dit beleidsproduct (voordeel) vanuit de Brede specifieke uitkering. Zie ook de toelichting bij beleidsproduct 121 Sportstimulering. Een structureel voordeel van € 250.000 komt door het grotendeels budgetneutraal verschuiven van lasten tussen de beleidsproducten 113, 122 en 123. Afhankelijk van de hulpvragen, kan de verdeling van de subsidie over deze beleidsterreinen net anders uitpakken dan oorspronkelijk begroot. Een structureel voordeel van € 17.000 komt door diverse kleine afwijkingen. 123 Volksgezondheid en preventie (€ 311.000 V) Een structureel nadeel van € 95.000 komt door hogere kosten voor de aanpak huiselijk geweld. Dit komt met name door de gestegen kosten voor Veilig Thuis.

Een incidenteel voordeel van € 185.000 komt door een hogere ontvangen specifieke uitkering Integraal Zorg Akkoord (IZA), (€ 100.000) wordt ingezet voor dekking van uren van een beleidsmedewerker die werkzaamheden verricht voor de SPUK IZA. Een structureel voordeel van € 130.000 komt door het verwerken van de ombuiging m.b.t..de subsidie mantelzorgwaardering. Een structureel voordeel van € 63.000 komt door het grotendeels budgetneutraal verschuiven van subsidies naar Beleidsproduct 113 Maatschappelijke Zorg. Afhankelijk van de hulpvragen, kan de verdeling van de subsidie over deze beleidsterreinen net anders uitpakken dan oorspronkelijk begroot. Een incidenteel voordeel van € 116.000 komt door de budgetneutrale verschuiving van een deel van de baten van de Brede specifieke uitkering naar dit beleidsproduct. Zie ook Beleidsproduct 121 Sportstimulering. Een budgetneutrale verschuiving van lasten van € 63.000 (structureel) naar dit beleidsproduct (nadeel) vanuit beleidsproduct 113 Maatschappelijke zorg (voordeel) in het kader van de Wet verplichte ggz. Een structureel nadeel van € 25.000 door een kleine mutatie. 131 Inkomensvoorziening (€ 100.000 N) Een incidenteel nadeel van € 70.000 komt door de implementatie van de P-wet in balans. Een klein incidenteel nadeel in 2026 en 2027 van € 30.000.

132 Voorzieningen inwoners met beperking (€ 790.000 N) Een structureel nadeel van € 350.000 door hogere lasten voor huishoudelijke ondersteuning. Dit komt enerzijds door stijgende uurtarieven en anderzijds door de vergrijzing, waardoor het totale cliëntenbestand stijgt. Een structureel nadeel van € 305.000 door hogere lasten voor Wmo materiële voorzieningen. Dit betreft trapliften, hulpmiddelen en vervoersvergoedingen. Een nadeel van € 220.000 komt door hogere kosten voor woningaanpassingen gehandicapten. Enkele grote aanpassingen leiden tot een incidenteel nadeel van € 140.000, de overige € 80.000 is structureel van aard. Een structureel voordeel van € 130.000 door een hoger bedrag aan te ontvangen eigen bijdragen voor vangnetvoorzieningen. Een structureel nadeel van € 112.000 door hogere kosten voor maatschappelijke opvang. Deze kosten worden regionaal door Ede betaald en zij ontvangen hiervoor een decentralisatie-uitkering. De prijscompensatie op deze uitkering komt echter bij de regiogemeenten terecht en door de hogere kosten is het noodzakelijk deze prijscompensatie aan Ede te betalen. Een structureel voordeel van € 67.000 door het overzetten van de kosten van de programmamanager Bestaanszekerheid naar het beleidsproduct 422 Ondersteuning organisatie. Er is sprake van structureel hogere baten en lasten van € 90.000 door de jaarlijkse bijdrage t.b.v.

Sociaal Ontwikkelbedrijf (SOB), dit is per saldo daardoor budgetneutraal. Er is sprake van structureel hogere baten en lasten van € 900.000 doordat meer gebruik wordt gemaakt van Beschermd Thuis en Beschermd Wonen. Al deze kosten worden vergoed door de gemeente Ede

8

omdat zij hier de (regionale) dekking voor ontvangen.

Overige ontwikkelingen

Veilig Thuis Veilig Thuis ontvangt meer adviesvragen en meldingen. De stijging die zich heeft ingezet vanaf de zomer 2024 heeft zich in heel 2025 voortgezet. Daarnaast worden bijna alle Veilig Thuis diensten (bijvoorbeeld het doen van onderzoek) vaker ingezet. Voor 2026 heeft Veilig Thuis het aantal diensten opgenomen die passend zijn bij dit beeld en deze stijging. Door de stijging is er meer personele inzet noodzakelijk. Dat er sprake is van een stijging wil niet zonder meer zeggen dat er meer huiselijk geweld/ kindermishandeling voorkomt. Verbanden zijn lastig vast te stellen. Een stijging kan namelijk ook komen door meer aandacht, meer meldingsbereidheid en bijvoorbeeld de samenwerking van het team Medische Expertise van Veilig Thuis met professionals in onder andere het ziekenhuis, huisartsenposten en verloskundigen die hebben geleid tot een toename van meldingen vanuit medici.

9

Overzicht speerpunten Programma 2

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat Speerpunt Dorpspromotie (en evenementenstimulering)

Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat Speerpunt Innovatiebevordering en human capital

Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat Speerpunt Recreatie en toerisme

Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.2 Uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden Speerpunt Bedrijventerreinen

Omschrijving 2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.2 Uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden Speerpunt Werklocaties

10

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.3 Een goede bereikbaarheid Speerpunt Interne bereikbaarheid

Het is nog onzeker wanneer er gestart kan worden met het opstellen van een Omgevingsprogramma Bereikbaarheid. Momenteel wordt middels een 'roadmap' in beeld gebracht welke beleidsprogramma's en gebiedsprogramma's (nog meer) opgesteld moeten worden en welke prioriteit welk beleidsprogramma heeft gelet op criteria zoals de mate van wettelijke verplichting, risico voor gezondheid, veiligheid en leefomgeving en de mate van robuustheid van bestaand beleid. Het is wel zeker dat het Omgevingsprogramma Bereikbaarheid niet in 2026 kan worden vastgesteld. In februari werd bekend dat er mogelijk een aansluitstop komt in delen van Gelderland wat ook effect kan hebben op de hoeveelheid nieuwe publieke laadpunten dat binnen de gemeente gerealiseerd kan worden. Netcongestie was al als mogelijk risico genoemd, maar dat dit mogelijk ook gevolgen zou hebben voor nieuwe publieke laadpunten, was bij het opstellen van de programmabegroting 2026 nog niet duidelijk.

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 2.3 Een goede bereikbaarheid Speerpunt Externe bereikbaarheid

Financieel overzicht Programma 2 bedragen x € 1.000 Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage

Begroting 2026 Primitief

Begroting 2026 Actueel

Mutaties 1e tussenrapportage

Mutaties 1e tussenrapportage

Baten Lasten Saldo

- 1.516 - 1.516

- 1.460 - 1.460

Incidenteel - 40 N - 40 N

Structureel - 190 N - 190 N

- 1.690 - 1.690

Saldo

- 1.516

- 1.460

- 40 N

- 190 N

- 1.690

Baten Lasten Saldo

60 - 109 - 48

60 - 109 - 48

- 47 N - 47 N

1V 1V

60 - 155 - 95

Saldo Saldo

- 48 -

- 48 -

- 47 N

1V -

- 48 - 47

Baten Lasten Saldo

1.219 - 4.125 - 2.906

1.219 - 4.200 - 2.981

-

- 1.538 N - 1.538 N

1.219 - 5.738 - 4.519

Saldo Saldo

- 3.623 717

- 3.698 717

-

- 1.540 N 2V

- 5.238 719

Totaal baten Programma 2 Totaal lasten Programma 2

Baten Lasten

1.279 - 5.749

1.279 - 5.768

- 87 N

- 1.728 N

1.279 - 7.582

Saldo van baten en lasten Programma 2

Saldo

- 4.470

- 4.489

- 87 N

- 1.728 N

- 6.304

2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid

2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat

Mutaties bij: 211 Promotie economie 2.2 Uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden

Mutaties bij: 221 Economisch structuurbeleid 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen 2.3 Bereikbaarheid

Mutaties bij: 231 Verkeer 232 Parkeren

Financiële toelichting

Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een nadeel van € 1.815.000 binnen programma 2. Dit saldo bestaat uit €1.815.000 aan hogere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht. 211 Promotie economische bedrijvigheid (€ 230.000 N) Een incidenteel nadeel van € 40.000 voor de doorontwikkeling van hetBMV centrumplan. Een structureel voordeel van € 70.000 in 2026 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een structureel nadeel van € 250.000 door voorschot reclamebelasting Harselaar. De gemeente betaalt een voorschot aan het ondernemersfonds die op het einde van het jaar wordt verrekend door het innen van reclamebelasting. Deze mutatie is dus per saldo budgetneutraal omdat er in beleidsproduct 432 Belastingen ontvangsten tegenover staan. Een budgetneutrale verschuiving van € 10.000 vanuit andere beleidsproducten voor het evenementenfonds conform collegebesluit 26-19. 221 Economisch structuurbeleid (€ 776.000 V) Een structureel voordeel van € 776.000 in 2026 en een nadeel van € 311.000 in 2027 en verder, door het

11

actualiseren van de kapitaallasten. Een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen (€ 47.000 N) Een incidenteel nadeel van € 47.000 door bijkomende onderzoekskosten voor archeologische opgravingen. De grondexploitatie waar deze onderzoekskosten betrekking op hebben, is inmiddels afgesloten. 231 Verkeer (€ 1.540.000 N) Een structureel nadeel van € 1.540.000 in 2026, en structurele voordelen van € 681.000 in 2027, € 1.146.000 in 2028 en €1.117.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten. Per saldo is het actualiseren van de kapitaallasten een voordeel, maar op dit beleidsproduct verwerken we een nadeel. Dit komt door het verkorten van enkele afschrijvingstermijnen van kredieten die aan beleidsproduct 231 Verkeer zijn gekoppeld. Deze kredieten hebben betrekking op het maken van uren voor investeringen die niet aan dit beleidsproduct zijn gerelateerd. In het verleden (tot en met 2022) werden alle kredieten die beschikbaar zijn voor het maken van uren voor investeringen gekoppeld aan beleidsproduct 231 Verkeer. Deze werkwijze is komen te vervallen. De kosten van uren worden nu direct opgenomen op de investeringen waar deze betrekking op hebben en worden vanaf nu dus aan het betreffende beleidsproduct toegerekend.

Door het verkorten van de afschrijvingstermijnen van deze kredieten vallen de lasten voor afschrijvingen eerder. Het betreft een technische wijziging van administratieve aard. Een meer uitgebreide toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen.

Overige ontwikkelingen

Er zijn geen overige ontwikkelingen voor programma 2.

12

Overzicht speerpunten Programma 3

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

3. Woon- en Leefomgeving 3.1 Woningen (kwantitatief en kwalitatief) Speerpunt Visie op en groei van Barneveld

Omschrijving 3. Woon- en Leefomgeving 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving Speerpunt Klimaat en energietransitie

Omschrijving 3. Woon- en Leefomgeving 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving Speerpunt Toekomst van het buitengebied

Omschrijving 3. Woon- en Leefomgeving 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving Speerpunt Erfgoed

Omschrijving 3. Woon- en Leefomgeving 3.3 Adequate voorzieningen Speerpunt Leefbare dorpen en wijken

13

Financieel overzicht Programma 3 bedragen x € 1.000 Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage

Begroting 2026 Primitief

Begroting 2026 Actueel

Mutaties 1e tussenrapportage

Mutaties 1e tussenrapportage

Baten Lasten Saldo

20 - 2.356 - 2.336

20 - 2.953 - 2.933

Incidenteel - 297 N - 297 N

Structureel -9N -9N

20 - 3.258 - 3.238

Saldo Saldo

- 2.303 - 32

- 2.901 - 32

- 297 N -

- 41 N 32 V

- 3.238 -

Baten Lasten Saldo

21.554 - 45.468 - 23.914

21.529 - 47.396 - 25.867

46 V - 450 N - 404 N

- 347 N 950 V 603 V

21.227 - 46.896 - 25.669

Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo

- 7.341 - 5.755 - 273 2.604 1.802 - 6.998 - 7.045 - 908

- 7.356 - 5.755 - 273 2.484 1.802 - 8.816 - 7.045 - 908

- 142 N -3N - 95 N -9N - 140 N - 15 N

12 V 121 V 135 V 101 V 18 V 216 V -0N

- 7.486 - 5.634 - 142 2.490 1.811 - 8.816 - 6.969 - 923

Baten Lasten Saldo

5.709 - 25.317 - 19.607

5.709 - 26.069 - 20.360

58 V - 112 N - 54 N

1.470 V 1.470 V

5.767 - 24.710 - 18.944

Mutaties bij: 331 Publiekszaken 332 Huisvesting onderwijs 333 Bibliotheek 334 Kunst en cultuur 335 Sportaccommodaties 336 Overige accomodaties 337 Speelvoorzieningen

Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo

- 492 - 7.936 - 1.344 - 3.229 - 5.458 - 668 - 480

- 467 - 7.936 - 1.497 - 3.304 - 6.008 - 668 - 480

35 V - 39 N - 50 N -

1V 1.012 V 7V 24 V 178 V 51 V 197 V

- 466 - 6.923 - 1.490 - 3.244 - 5.869 - 667 - 284

Totaal baten Programma 3 Totaal lasten Programma 3

Baten Lasten

27.283 - 73.141

27.258 - 76.418

104 V - 858 N

- 347 N 2.412 V

27.014 - 74.865

Saldo van baten en lasten Programma 3

Saldo

- 45.857

- 49.160

- 755 N

2.064 V

- 47.851

3. Woon- en leefomgeving

3.1 Woningen (kwantitatief en kwalitatief)

Mutaties bij: 311 Volkshuisvesting 312 Grondexploitatie woningen 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving

Mutaties bij: 321 Veiligheid 322 Groen 323 Begraven 324 Afvalinzameling en -verwerking 325 Riolering & water 326 Milieu & ruimtelijke ordening 327 Wegen 328 Reiniging en vuilbeheersing 3.3 Adequate voorzieningen

Financiële toelichting

Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een voordeel van € 1.309.000 binnen programma 3. Dit saldo bestaat uit € 243.000 aan lagere baten en € 1.554.000 aan lagere lasten ten opzichte van de actuele begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan baten of lasten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht. 311 Volkshuisvesting (€ 338.000 N) In de Decembercirculaire 2025 is voor de Wet versterking regie Volkshuisvesting € 186.000 toegevoegd aan de algemene uitkering. Door middel van deze mutatie wordt dit bedrag toegevoegd aan het budget van Volkshuisvesting in 2026. Ten behoeve van het opstellen van de gebiedsprogramma in Stroe en De Glind is € 58.000 benodigd conform collegebesluit 26-68 en collegebesluit 26-69. Voor de kosten van de Provinciale Verhuiscoach is € 52.500 aanvullend budget benodigd conform collegebesluit. Deze kosten worden gedekt vanuit de Reserve sociaal domein (ook wel innovatiebudget sociaal domein). Een structureel nadeel van € 41.000 zodat het bestaande programma Vitale Vakantie Parken kan worden doorgezet. 312 Grondexploitatie woningen (€ 32.000 V) Een structureel voordeel van € 32.000 in 2026 en € 30.000 in 2027 en verder door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen.

321 Veiligheid (€ 130.000 N) Een incidenteel nadeel van € 90.000 voor kosten van blusvoorzieningen. Hiervoor is in 2025 budget ontvangen van het rijk, maar toen was het nog niet mogelijk om de blusvoorzieningen te realiseren. Een incidenteel nadeel van € 40.000 wegens de nieuwe invulling van de jaarwisseling conform collegebesluit (ingekomen stukken 26-129) in aansluiting op de Wet Veilige Jaarwisseling. Een structureel voordeel van € 28.000 in 2026 en € 34.000 in 2027 en € 37.000 voor 2028 en 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een structureel nadeel van € 16.000 en incidenteel nadeel van € 12.000 door kleine mutaties. 322 Groen (€ 121.000 V) Een structureel voordeel van € 121.000 in 2026, € 92.000 in 2027, € 266.000 in 2028 en € 368.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. 323 Begraven (€ 131.000 V) Een structureel voordeel van € 135.000 in 2026, € 85.000 in 2027, € 61.000 in 2028 en € 59.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een incidenteel nadeel van € 3.000 door een kleine mutatie.

324 Afvalinzameling en verwerking (€ 95.000 N) Een structureel voordeel van € 147.000 in 2026, € 146.000 in 2027, € 113.000 in 2028 en € 73.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder

14

de stand van zaken investeringen. Een incidenteel nadeel van € 95.000 op dit beleidsproduct. Door oorlog in het Midden-Oosten en daardoor hogere brandstofprijzen zijn de brandstofbudgetten aangepast. In totaal gaat het om een nadeel van € 187.000 verspreid over diverse beleidsproducten met brandstofbudgetten. Het saldo á € 45.000 wordt gestort in de egalisatievoorziening afval. 325 Riolering en water (€ 59.000 N) Een structureel voordeel van € 732.000 in 2026, € 777.000 in 2027, € 715.000 in 2028 en € 700.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Het reinigen van watergangen, conform bestek, is qua kosten bij het opstellen van de begroting te laag ingeschat, daardoor is nu een mutatie nodig van € 50.000. Een incidenteel nadeel van € 9.000 door een kleine mutatie. Het geheel resulteert per saldo in een storting in de egalisatievoorziening van € 664.000. 326 Milieu & ruimtelijke ordening (€ 0) Hogere baten en lasten van € 46.000 (incidenteel) op dit beleidsproduct door verwerking van de Decembercirculaire 2025. Dit is per saldo daarom een budgetneutrale wijziging.

327 Wegen (€ 76.000 V) Een structureel voordeel van € 216.000 in 2026, € 11.000 in 2027, € 9.000 in 2028 en € 14.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Incidenteel nadeel door intensieve gladheidbestrijding en de daarbij behorende kosten voor de aanschaf van strooizout á €120.000. 332 Huisvesting onderwijs (€ 1.012.000 V) Een structureel voordeel van € 1.012.000 in 2026, € 1.006.000 in 2027, € 1.357.000 in 2028 en € 1.212.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. 334 Kunst en cultuur (€ 59.000 V) Een structureel voordeel van € 42.000 in 2026 en € 43.000 voor 2027 en verder door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een incidenteel voordeel van € 50.000 door de doorbelasting van kosten voor archeologie aan buurgemeenten. Een structureel voordeel van € 18.000 en incidenteel nadeel van € 15.000 door kleinere mutaties. 335 Sportaccommodaties (€ 139.000 V) Een structureel voordeel van € 178.000 in 2026, € 457.000 in 2027, € 349.000 in 2028 en € 315.000 in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen.

Een incidenteel nadeel van € 39.000 door een kleine mutatie. 336 Overige accommodaties (€ 1.000 V) Een structureel voordeel van € 51.000 in 2026 en € 28.000 in 2027 en verder in 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Incidenteel nadeel van € 50.000 voor onderhoud dak de Hofstee. 337 Speelvoorzieningen (€ 197.000 V) Een structureel voordeel van € 197.000 in 2026, € 178.000 in 2027 en € 182.000 in 2028 en verder door het actualiseren van kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen.

Overige ontwikkelingen

Er zijn geen overige ontwikkelingen voor programma 3.

15

Overzicht speerpunten Programma 4

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 4.1 Bestuur Speerpunt Samenwerken in netwerken

Participatie Ten aanzien van participatie het volgende: voor spoor 3 initiatieven blijkt dat er naar aanleiding van de 'pilot inwonersinitiatieven' meer geld nodig is voor menskracht en het financieren van kleinschalige initiatieven. We gaan ervan uit dat we hiervoor voor dit jaar een subsidie van de provincie kunnen krijgen.Dat is incidenteel, voor volgend jaar is dit nader te bezien.

Omschrijving

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Inhoud

Financiën Planning Risico's

4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 4.1 Bestuur Speerpunt Versterken positie gemeente Barneveld binnen en buiten de de regio

Omschrijving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 4.1 Bestuur Speerpunt Dienstverlening en communicatie

Omschrijving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen 4.2 Interne dienstverlening Speerpunt Blijven(d) bouwen aan een toekomstgerichte organisatie

16

Financieel overzicht Programma 4 bedragen x € 1.000 Begroting 2026 t/m 1e tussenrapportage

Begroting 2026 Primitief

Begroting 2026 Actueel

Mutaties 1e tussenrapportage

Mutaties 1e tussenrapportage

Baten Lasten Saldo

282 - 3.923 - 3.641

282 - 3.923 - 3.641

Incidenteel -

Structureel 87 V 87 V

282 - 3.836 - 3.554

Saldo Saldo Saldo

- 1.676 - 1.249 - 716

- 1.676 - 1.249 - 716

-

- 170 N 257 V -

- 1.846 - 992 - 716

Baten Lasten Saldo

1.368 - 30.058 - 28.690

1.368 - 31.675 - 30.307

- 56 N - 56 N

- 23 N - 160 N - 182 N

1.345 - 31.891 - 30.546

Saldo Saldo

- 557 - 28.133

- 607 - 29.701

- 50 N -6N

92 V - 274 N

- 565 - 29.981

Baten Lasten Saldo

145.317 - 3.319 141.997

148.289 - 2.558 145.731

- 99 N 1.000 V 901 V

150 V - 14 N 136 V

148.340 - 1.572 146.768

Mutaties bij: 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo

269 20.884 119.214 814 817

269 20.884 122.186 1.575 817

1.000 V - 99 N -

- 606 N 215 V 40 V 488 V -

662 21.099 122.127 2.063 817

Totaal baten Programma 4 Totaal lasten Programma 4

Baten Lasten

146.966 - 37.300

149.938 - 38.156

- 99 N 944 V

128 V - 87 N

149.967 - 37.299

Saldo van baten en lasten Programma 4

Saldo

109.666

111.782

845 V

41 V

112.668

4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen

4.1 Bestuur

Mutaties bij: 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking 4.2 Interne dienstverlening

Mutaties bij: 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie 4.3 Algemene dekkingsmiddelen

Financiële toelichting

Op basis van de huidige verwachting is er sprake van een voordeel van € 886.000 binnen programma 4. Dit saldo ontstaat door € 29.000 aan hogere baten en € 857.000 aan lagere lasten ten opzichte van de bijgestelde begroting. De financiële afwijkingen met een minimum van € 50.000 aan lasten of baten én meer dan 2% van het budget op het beleidsproduct worden hieronder toegelicht. 411 Bestuur (€ 170.000 N) Een structureel nadeel van € 20.000 heeft betrekking op indexatie en omvanggroei van de presentiegelden. Een structureel nadeel van € 90.000 heeft betrekking op indexatie en omvanggroei van de raadsvergoedingen. Een structureel nadeel van € 60.000 heeft betrekking op de uitkomsten van de aanbesteding voor de nieuwe accountant. 412 B&W (€ 257.000 V) Een structureel voordeel van € 257.000 heeft betrekking op de voorziening wethouders pensioenen die in 2025 door aanpassing van regelgeving extra gevormd moest worden. Hierdoor is de begrootte jaarlijkse vanaf 2026 toevoeging niet meer nodig. 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden (€ 42.000 V) Een structureel nadeel van € 50.000 door noodzakelijke uitbreiding van de werklocatie 'villa Bloemendal'. Door de uitbreiding van het team zijn aanpassingen op deze locatie vereist om te blijven voldoen aan de geldende ARBO-voorwaarden.

Een structureel voordeel van € 142.000 in 2026, € 154.000 in 2027 en € 200.000 in 2028 en 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een incidenteel nadeel van € 50.000. in de eerste tussenrapportage van 2025 is €50.000 onderzoeksbudget aangevraagd om de volledigheid van de vastgoedobjecten te onderzoeken. Dit naar aanleiding van bevindingen van de VIC (verbijzonderde interne controle). Dit budget is echter niet besteed in 2025, en per abuis niet overgeheveld naar 2026, waardoor dit budget opnieuw wordt aangevraagd. 422 Ondersteuning organisatie (€ 280.000 N) Een structureel nadeel van € 90.000 doordat we eigen risicodrager Wet Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten zijn. Een structureel nadeel van € 22.500 doordat we een lagere vergoeding krijgen om de administratie te doen voor GBO. Een structureel nadeel van € 50.000 doordat er voor beveiliging en porti afgelopen jaren niet is geïndexeerd. Een budgetneutrale verschuiving van lasten van € 67.000 (structureel) vanuit beleidsproduct 132 Voorzieningen inwoners (voordeel) met beperking naar beleidsproduct 422 ondersteuning organisatie (nadeel). Dit betreft het overzetten van de kosten van de programmamanager Bestaanszekerheid.

Een structureel voordeel van € 493.000 in 2026, € 662.000 in 2027 en € 427.000 in 2028 en 2029 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een budgetneutrale verschuiving van lasten van € 537.500 (structureel) vanuit beleidsproduct 422 Ondersteuning organisatie (nadeel) naar beleidsproduct 434 Overige baten en lasten (voordeel). Dit betreft het invulling geven aan de taakstelling grip op arbeidskosten. Een klein incidenteel nadeel van 6.000 euro. 431 Treasury (€ 394.000 V) Een structureel nadeel van € 100.000 doordat Alliander gebruik maakt van het omzetten van een lening in aandelen en daarnaast een dividendplafond heeft ingesteld.

17

Een structureel nadeel van € 506.000 in 2026 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen. Een incidenteel voordeel van € 1.000.000 door lagere rentelasten doordat we minder leningen opnemen dan begroot. 432 Belastingen (€ 215.000 V) Een structureel voordeel van € 250.000 door het ophalen van reclamebelasting Harselaar. In het beleidsproduct 211 Promotie Economie staan de kosten hiervoor opgenomen, per saldo is dit een budgetneutrale mutatie. Een structureel nadeel van € 35.000 door print en afhandelingskosten, dit komt met name door indexatie en volumegroei. 433 Algemene uitkering (€ 59.000 N) We ontvangen via de Decembercirculaire 2025 minder dan verwacht (€ 99.000 euro). Het effect op 2027 en verder wordt toegelicht via de Kaderbrief 2027-2030. Via de decentralisatie-uitkering Participatie wordt een bijdrage voor de sociale infrastructuur ontvangen. Dit budget wordt nu overgeheveld naar het beleidsproduct 112 Re-integratie voor een subsidieregeling jobcoaching en werkbegeleiding. 434 Overige baten en lasten (€ 488.000 V) Een structureel nadeel van € 50.000 door het actualiseren van de kapitaallasten, een toelichting op deze mutatie is opgenomen onder de stand van zaken investeringen.

Een budgetneutrale verschuiving van lasten van € 537.500 (structureel) vanuit beleidsproduct 422 Ondersteuning organisatie (nadeel) naar beleidsproduct 434 Overige baten en lasten (voordeel). Dit betreft het invulling geven aan de taakstelling grip op arbeidskosten.

Overige ontwikkelingen

Er zijn geen overige ontwikkelingen voor programma 4.

18

Voortgang Taakstellingen

In de Kadernota 2025-2028 werden drie maatregelenpakketten aangekondigd: Basispakket, Basispakket plus laaghangend fruit en Aanvullend pakket. Het eerste maatregelenpakket (Basispakket) werd reeds ingevuld in de Programmabegroting 2025. Voor het Basispakket plus - laaghangend fruit zijn in de Programmabegroting 2026 taakstellingen opgenomen voor: grip op arbeidskosten, verlengen afschrijvingstermijnen, kostendekkendheid leges en contractmanagement. Daarnaast werd vanuit het Aanvullend pakket een taakstelling opgenomen voor het ombuigen van gemeentelijke uitgaven, het verhogen van de gemeentelijke inkomsten en de Hervomingsagenda Jeugd. In dit hoofdstuk rapporteren we over de voortgang die tot nu toe is gemaakt op deze taakstellingen. Op koers voor realisatie in 2026 Afschrijvingstermijnen verlengen Verhogen gemeentelijke belastingen Realisatie in 2026 onzeker; er moeten aanvullende stappen worden gezet voor realisatie in 2026 Grip op arbeidskosten Kostendekkendheid leges Contractmanagement Ombuigingen Hervormingsagenda Jeugd

Basispakket Plus

A. Grip op arbeidskosten Voor 2026 en verder is een structurele taakstelling van € 1.000.000 opgenomen voor Grip op arbeidskosten. In de jaarverslaggeving 2025 is aangegeven dat de invulling van deze taakstelling nog onvoldoende concreet was uitgewerkt en dat maatregelen nog niet het gewenste effect hadden om de arbeidskosten te verlagen. Daarbij is ook benoemd dat de ruimte hiervoor beperkt is, gezien de krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende complexiteit van de opgaven. Realisatie en prognose 2026 Inmiddels zien we mogelijkheden om de taakstelling gedeeltelijk te realiseren. Binnen de verschillende aandachtsgebieden worden de inhuur- en organisatiebudgetten verlaagd, wat gezamenlijk leidt tot een invulling van zo’n € 540.000. Daarnaast wordt gerichter bekeken waar gestuurd kan worden op bestaande formatie. De komende tijd blijven we daarmee actief aansturen op het realiseren van het openstaande gedeelte van de taakstelling. In de volgende tussenrapportage rapporteren we over de voortgang hierin. Structurele doorwerking Overige informatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d5dba9d3-6869-4f44-a506-264a0e2e4ca9