Eerste Tussenrapportage 2023.pdf
Tekst van het document
Aan de raad Barneveld, 31 mei 2023 Aanbieding
Eerste Tussenrapportage 2023 Hierbij bieden wij u de eerste Tussenrapportage 2023 aan, met peildatum 1 april. Deze sluit aan op de uitgangspunten van de lopende Programmabegroting 2023. Aan de hand daarvan geven we (verwachte) afwijkingen op financiën en beleid weer. Tegelijkertijd staat de Tussenrapportage ook in relatie met de Kadernota 2024-2027. Een aantal zaken dat via de Tussenrapportage wordt voorgesteld, werkt door op het opstellen van de Kadernota. Uiteindelijk worden deze dan ook betrokken bij de Programmabegroting 2024, die in het najaar wordt vastgesteld.
Ontwikkelingen die tot bijstelling leiden Verderop in deze rapportage geven wij per specifieke begrotingsprogramma de voortgang weer en de benodigde bijstellingen, op inhoud en financiën. De belangrijkste ontwikkeling die leidt tot het doen van aanpassingen in de vier afzonderlijke begrotingsprogramma’s zijn de sinds 2022 zeer ingrijpend veranderde (markt)omstandigheden. Dit mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne. We vertellen u daarmee geen nieuws. Er is sprake van een sterk gestegen ongekend hoge inflatie, schaarste aan grondstoffen en gebrek aan arbeidscapaciteit. Wat bij de deze eerste Tussenrapportage wel opvalt, is het feit dat nu voor het eerst de gevolgen van deze gewijzigde omstandigheden zichtbaar en merkbaar worden in de Programmabegroting 2023. Deze zorgen er grotendeels voor dat op basis van het huidige beeld over 2023 het resultaat negatiever uitkomt dan eerder verwacht. In plaats van een verwacht resultaat van € 549.000 (nadelig), moeten we naar aanleiding van deze eerste Tussenrapportage het beeld bijstellen naar € 2.4 miljoen (nadelig). Veel daarvan heeft te maken met het aanpassen van kostenniveaus aan gestegen prijzen en loonkosten als gevolg van fors gestegen CAO-afspraken bij gemeenten en verbonden partijen.
Marktontwikkeling (stijgende rente, schaarste) en complexe regelgeving zorgen ook voor bijstellingen bij de uitvoering van ruimtelijke plannen en woningbouw. Deze lopen weliswaar door, maar hebben wel te maken met vertraging en het noodzakelijkerwijs moeten doorschuiven van activiteiten. Tegelijkertijd zien we ook lichtpunten. De voortdurende aandacht voor preventie en anders werken in de specialistische Jeugdhulp en het aangepaste woonplaatsbeginsel zorgen ervoor dat de kosten aanzienlijk zijn gereduceerd zonder dat de hulpverlening daarmee in het gedrang is gekomen. Het tegendeel is het geval. Er wordt in een eerder stadium passende zorg verleend. Ook is er veel dynamiek gaande binnen de Barneveldse samenleving. Inwoners, verenigingen en instellingen op terrein van sport, cultuur en onderwijs slaan de handen ineen en nemen met steun van de gemeente hun verantwoordelijkheid. Via diverse akkoorden met betrekking tot sport en bewegen , leefstijl en gezondheid, stimuleren van cultuur en bestrijden van onderwijsachterstanden wordt concreet actie ondernomen. Om samen te werken aan meer welzijn binnen de gemeente waarin iedereen naar vermogen mee kan doen. Tot slot merken we op dat het welzijn niet ophoudt bij onze gemeentegrenzen en dat wij ook de verantwoordelijkheid voelen om bij te dragen aan het oplossen van de crisis in de opvang van vluchtelingen.
We hebben daarom de komst van een AZC binnen de gemeente in voorbereiding genomen. Vaststelling De eerste Tussenrapportage 2023 bieden wij u hierbij aan. Wij stellen u voor: 1. De gewijzigde budgetten per programma, zoals aangegeven in tabel 1, te autoriseren voor het begrotingsjaar 2023; 2. in te stemmen met de technische verwerking van de cao-stijging (verdeling naar taakvelden) Burgemeester en wethouders van Barneveld, W. Wieringa Secretaris
J. van der Tak Burgemeester
1
Uitgangspunten We rapporteren over verwachte afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting, gebaseerd op de eindejaarverwachting. Volgens de financiële verordening geeft de raad autorisatie op programmaniveau. Er worden geen beleidsdoelstellingen voorgesteld in deze tussenrapportage. Op dit moment zitten we in een overgangsperiode, waarbij er gekeken wordt hoe de toelichtingen kunnen aansluiten op het autorisatieniveau. Aangezien hier nog geen duidelijkheid over is, zijn de afwijkingen in de eerste tussenrapportage 2023 op beleidsproductniveau toegelicht. Wanneer er op het budget van een beleidsproduct financiële afwijkingen zijn die groter zijn dan € 50.000 en meer dan 2% van het budget, worden deze toegelicht. De peildatum van de eerste tussenrapportage 2023 is 1 april 2023. Leeswijzer
Algemeen beeld in hoofdlijnen Het algemeen beeld is een korte analyse van de belangrijkste ontwikkelingen. Het vormt de rode draad van de tussenrapportage en is gebaseerd op de toelichtingen per begrotingsprogramma.
Rapportage per begrotingsprogramma De rapportage per begrotingsprogramma bestaat uit drie onderdelen, namelijk: 1. de rapportage over de voortgang van de speerpunten 2. de financiële toelichtingen 3. de overige ontwikkelingen. Bij de rapportage over de (beleidsmatige) voortgang van de speerpunten hanteren wij een aantal symbolen. Zo ontstaat er een overzicht in één oogopslag. De symbolen zien er als volgt uit:
Afwijkingen (niet-groen) zijn toegelicht in deze rapportage. Volledig "groene" speerpunten zijn niet opgenomen in deze rapportage. Bij de financiële toelichting op beleidsproducten gebruiken we tabellen, die als volgt zijn opgebouwd: Primaire begroting: de begroting 2023 die in november 2022 is vastgesteld door de raad. Actuele begroting: de primaire begroting 2023, bijgesteld met besluiten met financiële consequenties die zijn genomen vóór de peildatum van de eerste tussenrapportage 2023. Mutaties eerste tussenrapportage: de mutaties die bij deze tussenrapportage worden voorgesteld, gebaseerd op de eindejaarsprognose 2023. Begroting 2023 t/m 1e tussenrapportage: de bijgestelde begroting inclusief de voorgestelde mutaties bij deze tussenrapportage.
2
Daarnaast zijn er de volgende afkortingen: I/S: deze afkortingen staan voor incidentele afwijking (I) en structurele afwijking (S). Beide afkortingen kunnen tegelijkertijd gebruikt worden in een tabel (IS). In dit geval is er sprake van een incidenteel en structureel deel in de gerapporteerde afwijking. V/N: deze afkortingen staan voor voordeel (V) en nadeel (N) Cijfers in de tabellen zijn x € 1.000 Afsluitend is er per programma ruimte voor een tekstuele toelichting op overige ontwikkelingen. Dit gaat om ontwikkelingen die niet onder de eerder beschreven speerpunten vallen.
3
Algemeen beeld in hoofdlijnen
Financiële hoofdlijnen
In de actuele begroting was de verwachting dat het resultaat op € 549.000 (nadelig) zou uitkomen. Met de eerste tussenrapportage wordt dit beeld bijgesteld naar €2.4 miljoen (nadelig). Als gevolg hiervan wordt een bedrag van €2.0 miljoen aan budgetbijstellingen voorgesteld. Van deze bijstellingen is circa €1.9 miljoen structureel. Meerjarig loopt de bijstelling op naar €2.6 miljoen (nadelig). Een aanzienlijk deel van de voorgestelde bijstellingen van de budgetten heeft te maken met indexaties (€1.4 miljoen) en het nieuwe cao-akkoord (€3.4 miljoen). De voordelen vanuit onder andere het woonplaatsbeginsel, het armoede impuls beleid en de inzet van stelposten leiden tot de uiteindelijke bijstelling van €2.0 miljoen. Beleidsdoelstellingen worden niet bijgesteld in deze rapportage, waardoor de raad alleen gevraagd wordt om budgetbijstellingen te autoriseren. We zien dat het verwachte negatieve resultaat van de eerste tussenrapportage 2023 ten opzichte van het positieve jaarrekeningresultaat in 2022 een ander beeld laat zien. Zoals hiervoor benoemd wordt het resultaat voor een redelijk deel door autonome ontwikkelingen veroorzaakt en ook door bijstellingen die mogelijk nog beïnvloedbaar zijn. Tevens merken we ook op dat er in de tussenrapportage, vanuit voorzichtigheid, vooral aandacht wordt besteed aan de mogelijke tegenvallers en nog in mindere mate aan de voordelen.
Vanuit het werken aan een financieel solide beleid zetten we daarom verder in op het vorig jaar gestarte traject van het steeds meer realistisch begroten. Bij voorkeur zouden we daarom, net als in het bedrijfsleven, de 1e tussenrapportage nog willen zien als een “rolling forecast”, een eerste verwachting waar we nog op gaan bijsturen en waarmee we nieuwe budgetten nog niet gelijk formaliseren. Tegelijkertijd hebben we als gemeente te maken met rechtmatigheid, immers alle extra uitgaven die we doen moeten zijn bekrachtigd door de raad. Gegeven het karakter van de wijzigingen in deze rapportage stellen we dit nu ook voor. In de komende tijd gaan we wel verder met het voeren van de goede gesprekken met de budgethouders om het inzicht te vergroten en hierop bij te sturen waar we kunnen.
4
De afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting worden hieronder beknopt toegelicht. De uitgebreide toelichting is terug te vinden in de financiële toelichting per programma.
Tabel 1
bedragen x € 1.000 Huidige begroting
Programma Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening
Begroting 2023 Primitief - 120.096 - 49.304 - 4.374 - 34.179 - 32.239
Voorstel begroting
Mutaties Begroting 2023 1e Actueel tussenrapportage - 129.336 599 V - 52.183 950 V - 5.863 - 406 N - 37.331 - 1.428 N - 33.960 1.483 V
Algemene dekkingsmiddelen
113.893
116.317
- 2.641 N
Saldo van baten en lasten
- 6.204
- 13.019
- 2.043 N
3.652
12.470
204 V
- 2.551
- 549
- 1.839
Mutatie reserves Begrotingsresultaat
Afwijking
1,8% V -6,9% N -3,8% N 4,4% V
IS IS IS IS
Begroting 2023 t/m 1e tussenrapportage - 128.738 - 51.233 - 6.269 - 38.759 - 32.477
IS
113.676
I/S
- 15.062 1,6% V
S
12.673 - 2.389
Naar verwachting houdt programma 1 €950.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting over. Dit wordt veroorzaakt door het saldo van meerkosten op het thema Sociale en vitale samenleving en lagere kosten op het thema Gemeentelijke vangnet. Het nadeel bestaat met name uit een hogere bijdrage aan de VGGM en Veilig Thuis (€251.000). Het voordeel (€1.2 miljoen) is grotendeels te verklaren door lagere lasten m.b.t. impuls armoedebeleid en hogere baten BUIGuitkering. Op basis van de huidige inzichten lijkt programma 2 €406.000 te overschrijden ten opzichte van de bijgestelde begroting. De oorzaken hiervan zijn onder andere voorbereidingskosten met betrekking tot de Oostelijke Rondweg (€247.000) en studiekosten in verband met het Gemeentelijke Verkeers-en Vervoersplan (€90.000). De geprognosticeerde overschrijding van programma 3 is circa €1.4 miljoen ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit wordt met name veroorzaakt op de thema's Aantrekkelijke leefomgeving en Adequate voorzieningen. De overschrijding binnen het thema Aantrekkelijke leefomgeving heeft met name te maken met enerzijds hogere lasten als gevolg van indexatie, marktwerking en onvoorziene uitgaven en anderzijds lagere baten als gevolg van o.a. lagere leges inkomsten, opbrengsten oud-papier en teruggaven vanuit verbonden partijen.
Programma 4 heeft naar verwachting een onderschrijding (€1.4 miljoen) ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door de vrijval van een stelpost ter dekking van de Cao-stijging. Daarnaast is er sprake van meerkosten veroorzaakt door onder andere het afboeken van een perceel, lagere erfpachtopbrengsten en indexaties. Binnen de algemene dekkingsmiddelen is er sprake van structurele hogere lasten van €2.6 miljoen. Dit is het resultaat van het akkoord tussen werkgevers en vakbonden voor een nieuwe Cao gemeenten. Deze lasten waren nog niet verwerkt in de primaire of bijgestelde begroting 2023. Door de inzet van de beschikbare stelpost loonstijging, zoals geraamd bij de Kadernota, wordt de impact van de cao-stijging verlaagd. In de tabel op de volgende pagina wordt alleen inzicht gegeven in het meerjarige financiële effect van de mutaties voorgesteld in deze eerste tussenrapportage. We tonen hier niet het meerjarige begrotingsresultaat. Het meerjarenperspectief, inclusief de meerjarige effecten van de eerste tussenrapportage op het begrotingsresultaat, wordt bijgewerkt in de Kadernota 2024. Tevens wordt het meerjarenperspectief daar aangevuld met overige ontwikkelingen die vanaf 2024 kunnen gaan spelen. Hiermee creëren we een integraal beeld.
In de aanloop naar de programmabegroting 2024 wordt onderzocht of nog kan worden bijgestuurd op de structurele effecten die zijn opgenomen in de eerste tussenrapportage. Het zou dus kunnen dat bij de begroting de doorwerking van deze rapportage wijzigt.
5
Tabel 2
Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Bestuur en interne dienstverlening
Mutaties 2023 599 V 950 V - 406 N - 1.428 N 1.483 V
bedragen x € 1.000 Meerjarig effect Mutaties Mutaties Mutaties 2024 2025 2026 - 80 N 49 V 49 V - 626 N - 497 N - 497 N - 25 N - 25 N - 25 N - 807 N - 807 N - 807 N 1.377 V 1.377 V 1.377 V
Algemene dekkingsmiddelen
- 2.641 N
- 2.683 N
- 2.686 N
- 2.692 N
Saldo van baten en lasten
- 2.043 N
- 2.763 N
- 2.638 N
- 2.643 N
Programma
Het gemiddeld meerjarig effect is €2.6 miljoen. In de jaren 2024-2026 is het verwachte effect van de mutaties op de begroting hoger t.o.v. het jaar 2023. Dit wordt veroorzaakt door de verwerking van incidentele meevallers in 2023. Er is weinig zicht op mogelijke (incidentele) meevallers in de periode 2024-2026, waardoor het nadelige effect in deze periode hoger uitvalt.
6
Belangrijke ontwikkelingen
De vier begrotingsprogramma’s overziend, dan constateren wij aantal ontwikkelingen. Ontwikkelingen die opvallen of die van invloed zijn op het noodzakelijkerwijs moeten bijstellen van voorgenomen doelen en afgesproken budgetten. Hieronder vatten we deze kort samen. Bij de rapportage over afzonderlijke begrotingsprogramma’s leest u dan een verdere toelichting. Onveranderd uitdagende (markt)omstandigheden: inflatie en schaarste We leven momenteel onveranderd in periode van en ongekend hoge inflatie. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden in Europa zijn de prijzen van grondstoffen en energie enorm gestegen en vooral ook heel wisselend. Mede veroorzaakt door haperende aanvoer, onderbroken productieketens en schaarste. Ook schaarste aan arbeidscapaciteit, met name in sectoren van de maakindustrie. De marktomstandigheden zijn in een kort tijdsbestek 180 graden gedraaid. Er is sprake van een rap stijgende rente. Dit alles was natuurlijk al in 2022 ingezet en is ook niet verrassend. Wel zien we nu voor het eerst bij deze eerste Tussenrapportage de gevolgen ervan in volle omvang in de gemeentebegroting terugkomen. Voor wat betreft benodigd extra budget en voor wat betreft de noodzakelijke bijstelling van bepaalde planningen. Zo is er fors meer geld nodig dan begroot om te kunnen voldoen aan recent afgesproken loonsverhogingen.
Dat leidt tot aanpassing van budgetten bij deze Tussenrapportage. Niet alleen voor de gemeentelijke loonkosten, maar ook die van onze verbonden partijen,. Die dit vervolgens doorberekenen. Daarnaast is er over de gehele linie meer indexatie nodig voor materiele kosten. De verslechterde marktontwikkeling en gebrek aan capaciteit (intern en bij marktpartijen) zorgt er ook voor dat het aantal te bouwen woningen voor dit jaar naar beneden moet worden bijgesteld. Er zijn weliswaar voldoende woningen gepland voor 2023 maar de verwachting is dat het aantal opleveringen dit jaar tussen de 450- 500 uit zal komen. De grondexploitaties staan onder toenemende druk. Evenzo geldt dat voor een groot aantal huishoudens alsook voor diverse verenigingen en ondernemers in Barneveld. Minder hulpvragen bij schuldregelingen dan verwacht We zien dat een groot aantal huishoudens vanwege onverwacht grote inflatie en sterk toegenomen woonlasten veel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. En we verstrekken daarvoor ook de energietoeslagen en geven vanuit het armoedebeleid ook extra individuele tegemoetkomingen. Kortom, het gemeentelijk vangnet bij het bieden van bestaanszekerheid staat klaar en functioneert goed. Tegelijkertijd blijft het aantal hulpvragen bij schuldenproblematiek vooralsnog beperkt.
Dat kan mogelijk komen door het feit dat er extra landelijke ondersteuningsmaatregelen en zijn getroffen zoals energietoeslag , energieplafond en het landelijk noodfonds energie. Het kan ook zijn dat er door inwoners gewacht wordt tot er echt crisis is. Een en ander wordt goed in de gaten gehouden. Ook worden de regelingen extra onder de aandacht gebracht. Kostendaling specialistische jeugdhulp Afgelopen jaren is veel in het werk gesteld om grip te krijgen op de alsmaar oplopende kosten van de specialistische jeugdhulp. Daar kwam bij dat de gemeente Barneveld ook via het Gemeentefonds onvoldoende werd gecompenseerd voor regionale, ja zelfs landelijk georiënteerde jeugdhulp. De gemeente heeft veel geïnvesteerd op preventie via samenwerking, voorlichting en vroegsignalering. En ook op het regelen van meer ambulante hulp aan de voorkant. Daarnaast is na veel overleg en druk het woonplaatsbeginsel door het Kabinet aangepast, dat gunstig uitpakt voor de gemeente Barneveld. 90% van de kostendaling is het gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel. We zien bij dat in 2023 de uitgaven voor Jeugdhulp in verhouding staan tot de beschikbare middelen en dat er via preventie verdere reductie is bereikt zonder dat dit ten koste gaat van de benodigde zorg.
Zelf - samen – gemeente vol op stoom Inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties en gemeente zijn buitengewoon actief en nadrukkelijk met elkaar in gesprek. Ze wachten niet af maar nemen eigen initiatieven. Over het ondernemen van activiteiten die bijdragen aan een stevige sociale samenhang en betrokkenheid op elkaar. De afgelopen tijd zijn er diverse akkoorden met elkaar afgesloten. Denk aan: - het sport- en beweegakkoord, - het gezonde leefstijlakkoord en integraal plan middelengebruik, - de lokale ontwikkel- en werkagenda met scholen, - het opzetten van een plan om de verschillende culturele organisaties en verenigingen te
7
ondersteunen. Het zwaartepunt ligt bij de samenleving Organisaties en inwoners nemen actief zelf de verantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn. De gemeente is meer in de rol van verbinder en ondersteuner is gekomen. Onveranderde extra inzet t.b.v. opvang statushouders en vluchtelingen De taakstelling voor het aantal op te vangen statushouders is verhoogd en de verwachting is dat die verder zal worden verhoogd dit jaar. Dit legt druk op het bieden van de benodigde inburgering. Vooralsnog lukt dit nog. Ook worden er voorbereiding gedaan voor de de mogelijke komst van een AZC om zo als gemeente Barneveld een bijdrage te leveren aan het oplossen van de landelijke crisis met betrekking tot de opvang. Langere doorlooptijden ruimtelijke plannen als gevolg van schaarste en toegenomen complexiteit Er is sprake van een veelheid aan regels. Met name op het terrein van milieu, duurzaamheid, water, stikstof. Regels die op elkaar inwerken en soms ook niet goed uitvoerbaar zijn. Dit maakt de uitvoering van ruimtelijke plannen steeds complexer. Vergunningverlening gaat daardoor minder snel. Daar komt bij dat de schaarste de plannen ook parten speelt. Denk bijvoorbeeld aan het niet tijdig beschikbaar zijn van de netwerkvoorzieningen, dan wel van personele capaciteit en van grondstoffen.
Onzekerheid uitvoering infrastructurele projecten A1-A30 Belangrijk om te melden is het voornemen van minister Harbers om vanwege gebrek aan beschikbare stikstofruimte over de hele linie voorgenomen aanlegprojecten voorlopig in de ijskast te zetten en de daarvoor gereserveerde stikstofruimte in te zetten voor het doen van onderhoud. Dit raakt mogelijk ook de voorgenomen projecten en opgaven op de A1-corridor, knooppunt Hoevelaken en knooppunt A1-A30. In samenwerking met Regio Food Valley is een actief lobbytraject opgezet om, ook in samenwerking met Regio Amersfoort en de Provincie, de gemaakte afspraken met het Rijk rondom bijvoorbeeld knoppunt A1-A30, gestand te doen. Dit is van groot belang voor de al langer bestaande problematiek omtrent de bereikbaarheid en verkeersveiligheid en de op handen zijnde uitvoer van de woondeal. De minister wil opnieuw in gesprek over de eerder afgesproken projecten. Voor de gemeente Barneveld en de regio zijn deze projecten juist van groot belang en trekken samen met de regio(‘s) op om ervoor te zorgen dat de projecten topprioriteit blijven voor het Rijk en dat eventuele vertraging zo veel mogelijk wordt beperkt.
Haalbare aanpak (verkeer, ruimte en economie) voor het centrumgebied Voorthuizen van start Onder het motto realistisch en stap voor stap is er gekozen om de Centrumvisie Voorthuizen (verkeer, ruimte en economie) uit te werken via een haalbaar plan in plaats van een Masterplan. De basis voor dit haalbare plan zijn de realistische “laag-hangend-fruit”projecten. Die worden in Q2 en Q3 concreet gemaakt en daarna uitgevoerd. Organisatie in verandering De gemeentelijke organisatie is in verandering. Van een meer vakmatig en sectoraal ingerichte organisatie naar organisatie die beter is ingericht om de complexe maatschappelijke opgaven slagvaardig aan te kunnen pakken. Opgaven met betrekking tot woningbouw, transitie landelijk gebied, verduurzaming en energietransitie, en het bieden van voldoende zorg en bestaanszekerheid. Het merendeel van de (basis)activiteiten voeren we uit via de reguliere teams. Voor wat betreft de complexe maatschappelijke opgaven doen we dat meer vanuit vanuit tijdelijk ingerichte programmateams. De aanzetten daartoe zijn gegeven en volop in ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat we slagvaardig en wendbaar kunnen zijn , zaken in samenhang bezien en kunnen prioriteren. Om zo tijdig en goed in te kunnen spelen op de maatschappelijke behoeften van onze inwoners.
8
Programma's
Groeien naar Zelfstandigheid Nadat de afgelopen jaren vooral is ingezet op de transformatie van de specialistische jeugdhulp wil de gemeente Barneveld de komende jaren het preventieve veld versterken zodat jeugdigen en gezinnen beter ondersteund worden bij het voorkomen of verergeren van problemen. Dit doen we door preventieve partners een grotere rol te geven bij ondersteuningsvragen. Hierdoor kunnen preventieve partners meer ondersteuningsvragen zelf oppakken en kwalitatief betere ondersteuning bieden. Op basis van onderzoek is inzichtelijk geworden wat de gemeente Barneveld kan doen om het preventieve veld te versterken. De gemeente Barneveld wil vooral investeren in een beter samenwerking binnen het preventieve veld en meer ondersteuningsvormen toegankelijk te maken waarvoor nu (te vaak) een indicatie nodig is. Daarnaast willen we een preventief monitorsysteem ontwikkelen zodat we kunnen meten of we resultaat bereiken en de effecten van ons beleid constant kunnen evalueren. Door gerichter nadruk te leggen op preventie worden jeugdigen en gezinnen versterkt vóór problemen optreden of verergeren. Hierdoor kunnen grotere problemen worden voorkomen en is de aanname dat kosten en inzet van geïndiceerde hulpvormen moet dalen. De doelgroep betreft jeugdigen en gezinnen uit Barneveld.
Meedoen naar Vermogen Door inflatie en stijgende woonlasten staat de bestaanszekerheid meer onder druk. Het is belangrijk dat schulden zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en hulp wordt verleend. Dit geldt ook voor laaggeletterdheid. 11% van de inwoners heeft moeite met lezen, schrijven, rekenen of computervaardigheden. Er is krapte op de arbeidsmarkt. Ook binnen het bijstandsbestand zien we deze ontwikkeling. Het aantal huishoudens dat een bijstandsuitkering ontvangt is relatief stabiel. Mensen die arbeidspotentieel hebben, stromen relatief snel en makkelijk uit richting een baan. Een groot deel van de uitkeringsgerechtigden is een langere tijd afhankelijk van ondersteuning, omdat zij een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Deze tijd wordt gebruikt om betaald werk of een andere vorm van meedoen te vinden en behouden. We werken als gemeente aan een goede relatie tussen overheid en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Iedereen telt mee, hoort erbij en moet mee kunnen doen. Ook nieuwkomers in de Barneveldse samenleving en mensen met een beperking. Belangrijk is dat bevolkingsgroepen niet tegenover elkaar komen te staan en criminaliteit zo weinig mogelijk kans krijgt. Samenredzaamheid is een groot goed in de gemeente Barneveld. Voorzieningen voor onderwijs, cultuur en sport dragen hieraan bij.
Tegelijkertijd bevorderen we door middel van maatschappelijk werk en bemoeizorg de zelfredzaamheid van mensen die dit nodig hebben.
Samen Oud Worden Het aantal huishoudens met 75-plussers zal de komende twintig jaar ruim verdubbelen. Gelukkig blijven mensen over het algemeen langer vitaal. Toch zal het aantal kwetsbare ouderen in absolute zin toenemen. Ook deze inwoners willen over het algemeen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. De vraag is in hoeverre de gemeentelijke uitgaven voor ondersteunende voorzieningen mee kunnen blijven groeien. Daarnaast zien we ook in Barneveld personeelstekorten ontstaan in de zorg en ondersteuning. Meer en efficiëntere samenwerking blijft nodig en wordt verbreed. Mantelzorg en andere vormen van omzien naar elkaar en onderlinge zorgzaamheid worden nog belangrijker. De gemeente blijft dit ondersteunen. Ook omdat een toename van eenzaamheid in de samenleving een risico is. Onder de noemer 'Aandacht voor elkaar' blijft Welzijn Barneveld hier aandacht aan besteden. Opvang en ondersteuning Oekraïense vluchtelingen We verwachten dat we het komende jaar opvang moeten blijven organiseren voor Oekraïense vluchtelingen. Dit gaat gepaard met alle overige ondersteuning die daarbij hoort. Het Rijk geeft aan dat dit voor gemeenten budgetneutraal moet gebeuren. Deze werkzaamheden behoren normaal niet tot onze basistaken. Het bieden van ondersteuning vraagt veel van onze organisatie.
We hebben voor de opvanglocaties een locatiemanager aangenomen en hij blijft zolang als dat nodig is. Gezien de langdurige ondersteuning en inzet die dit vraagt van gemeenten, proberen we in 2023 de ondersteuningstaken zoveel mogelijk te integreren in ons reguliere werk.
9
Overzicht speerpunten Programma 1
113 Maatschappelijke zorg
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
1. Participatie & Ondersteuning 113 Maatschappelijke zorg Iedereen kan meedoen
Inclusieagenda Het beleidskader inclusie 'Meedoen is vanzelfsprekend' wordt in mei aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden. De drie doelen die in het kader genoemd worden zijn: verbeteren van fysieke toegankelijkheid, het voorkomen en oplossen van sociale uitsluiting en het stimuleren van bewustwording over inclusie. Volgend op het beleidskader komt er jaarlijks een lokale inclusie agenda die door het college wordt vastgesteld. In de lokale inclusie agenda worden voor een bepaald jaar de uit te voeren acties weergegeven en de going concern taken. In 2023 zal de lokale inclusie agenda in het tweede jaarhelft worden vastgesteld. Energietoeslag In 2022 hebben we de richtlijnen van het Rijk gevolgd bij het verstrekken van een energietoeslag. Iets meer dan 1.860 huishoudens met een inkomen tot en met 120% hebben een energietoeslag van € 1.300,- ontvangen in 2022. In het eerste kwartaal van 2023 is gestart met het uitkeren van een extra bedrag van € 500 energietoeslag aan de bij ons bekende huishoudens. Het via de decembercirculaire toegekende budget is niet voldoende - aanvullend wordt ongeveer € 20.000 budget gebruikt uit de via de meicirculaire te ontvangen middelen voor de energietoeslag 2023. Impuls armoedebeleid We vinden het belangrijk dat ook inwoners met een kleine beurs kunnen meedoen. Volgens schatting leven meer Nederlanders op of onder de armoedegrens.
Dit leidt tot op heden niet tot een toename aan hulpvragen bij schuldenproblematiek. Sterker nog, de signalen vanuit vroegsignalering van schulden nemen af. Mogelijke verklaringen daarvoor zijn de extra landelijke ondersteuningsmaatregelen zoals energietoeslag, energieplafond en het landelijk noodfonds energie. Daarnaast is de wetgeving rondom schuldregelingen in ontwikkeling, wat betekent dat schuldregelingen een kortere looptijd gaan krijgen. Het beeld is dat mensen daar mogelijk op wachten en daarom, tenzij er echt crisis is, geen hulp zoeken totdat de nieuwe wetgeving van kracht is. Tegelijkertijd zien we dat bij het treffen van betalingsregelingen de afloscapaciteit van inwoners beperkt is. We zien dat er in Q1 van 2023 relatief veel gesprekken in het kader van het Bbz zijn gevoerd, maar dat dit niet leidt tot het inzetten van ondersteuning. In het najaar van 2022 is er een lokale impuls armoedebeleid geweest. In deze impuls zijn de inkomensgrenzen van de energietoeslag tijdelijk verruimd naar 150%. De afhandeling van alle ingediende aanvragen zijn in het eerste kwartaal van 2023 afgerond en uitbetaald. Iets meer dan 770 huishoudens met een inkomen tot en met 150% hebben een energietoeslag van € 1.000,ontvangen. Via diverse communicatiemiddelen hebben we geprobeerd zoveel mogelijk inwoners te bereiken.
Verder hebben inwoners met een laag inkomen een extra financiële tegemoetkoming gekregen in de schoolkosten. Ook hebben inwoners waarvan het inkomen gedurende drie jaar of langer lager dan 110% van de bijstandsnorm is geweest, een extra onbelaste toeslag ontvangen. In totaal is € 990.000 van het beschikbaar gestelde budget
10
ingezet. Het resterende bedrag van € 1,1 miljoen wordt teruggegeven aan de algemene middelen. We gaan aan de slag met een programma Bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid is een abstract begrip, maar wordt in de praktijk concreet beleefd door inwoners die geen zekerheid van bestaan ervaren. Het dagelijks bestaan draait om (een gebrek aan) geld en daarmee overleven. Bijvoorbeeld door zorgen over het betalen van de huur of hypotheek of het hebben van passende woonruimte. Beperkte financiële middelen staan een gezonde levensstijl in de weg en het ontbreken van bestaanszekerheid kan gezondheidsproblemen vergroten. Inwoners met een laag inkomen ervaren jarenlang een minder goede gezondheid en leven gemiddeld 4,5 jaar korter. Een gebrek aan bestaanszekerheid bij de ouders heeft ook invloed op de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die opgroeien in armoede hebben twee keer zo veel kans om later ook zelf in armoede te leven. Daarnaast loopt de helft van de mensen die moeite heeft met lezen en schrijven risico op het ontstaan van problematische schulden. Het is daarom van belang dat inwoners hun basisvaardigheden kunnen vergroten. Binnen de aanpak laaggeletterdheid zetten we hier op in. Onder andere door het hebben van aandacht voor het herkennen en signaleren van laaggeletterdheid.
De zekerheid van betaalbaar wonen, betaalbare zorg, voldoende en voorspelbaar inkomen en mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen dragen bij aan rust en ruimte bij inwoners om zich te ontwikkelen en mee te doen. We pakken dit thema integraal op en geven dit verder vorm in een programma. In de decembercirculaire 2022 zijn incidentele middelen ontvangen om in te zetten op vroegsignalering van schulden en bijzondere bijstand. Deze gelden zetten we in om de pilots ‘Speaking Minds’ en ‘De Hub’ in het tweede deel van 2023 te starten. Speaking Minds is gericht op het vergroten van jongerenparticipatie, door jongeren op een praktische manier bij beleidsontwikkeling te betrekken. De Hub is erop gericht op mensen die al lang een beschermingsbewindvoerder hebben die wordt bekostigd uit bijzondere bijstand. Met een coachingstraject in samenwerking met de bewindvoerder, ondersteunen we hen in het ontwikkelen van (meer) financiële vaardigheden en het maken van verantwoorde keuzes om hen zo zelfredzamer te maken.
Participatiewet We zien dat de uitgaven binnen de Participatiewet blijven stijgen en de toegekende budgetten vanuit het Rijk (met name BUIG) niet toereikend zijn om de kosten van te betalen. Daardoor doen we nu meerjarig een beroep op de vangnetregeling om een deel van het tekort binnen de BUIGfinanciering vergoed te krijgen. Het is van vele factoren afhankelijk, waar we niet allemaal even veel invloed op hebben. We hebben Bureau Berenschot gevraagd onderzoek te doen naar de verdeling van het BUIG-budget en hoe dit zich verhoudt tot onze uitgaven. Inburgering Statushouders worden in de gemeente gehuisvest op basis van een door het Rijk vastgestelde taakstelling. De afgelopen jaren lag de taakstelling gemiddeld rond de 80 te huisvesten statushouders per jaar. Voor de eerste helft van 2023 is deze verhoogd naar 73 te huisvesten statushouders en de verwachting is dat de taakstelling voor de tweede helft van 2023 even hoog, dan wel niet hoger, zal zijn. Deze verhoogde taakstelling heeft o.a. gevolgen voor het aantal te begeleiden statushouders in het kader van de inburgering. Door de krapte op de arbeidsmarkt is het moeilijk om voldoende docenten te vinden voor het bieden van taalonderwijs. Hier wordt door de aanbieders aan gewerkt en ook het Rijk heeft de voorwaarden voor inburgeringsonderwijs verruimd.
Hierdoor kunnen meer taaltrajecten gestart worden, voor alsnog ook binnen afzienbare tijd. Wij monitoren de voortgang.
11
123 Volksgezondheid en preventie
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
1. Participatie & Ondersteuning 123 Volksgezondheid en preventie Veilig en gezond opgroeien en samenleven
Gezonde Leefstijlakkoord en integraal plan middelengebruik Eind 2022 werd door circa 70 lokale partners het Gezonde Leefstijlakkoord Barneveld ondertekend. Begin 2023 is gestart met de uitvoering hiervan en is er een coördinator aangesteld. Diverse activiteiten zijn al uitgevoerd en gepland. Een voorbeeld is een lokale netwerkbijeenkomst met circa 60 lokale professionals uit de geboortezorg en het sociaal domein. Hierbij werden deelnemers onder andere geïnspireerd over een gezonde leefstijl en zwangerschap. In aanvulling op het Gezonde Leefstijlakkoord is een voorstel uitgewerkt voor deelname van de gemeente Barneveld aan het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO), ter preventie van middelengebruik onder jongeren. GGD/Jeugdgezondheidszorg/Bevolkingszorg Via de decembercirculaire van 2022 heeft de gemeente middelen ontvangen voor de jeugdgezondheidszorg aan Oekraïense vluchtelingen. Deze middelen stelt de gemeente in 2023 ter beschikking aan de GGD. Ten gevolge van een hoger dan verwachte loon- en prijsstijging zijn de kosten van de GGD/jeugdgezondheidszorg en bevolkingszorg in 2023 hoger dan begroot.
Brede SPUK-Regeling voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis De gemeente Barneveld heeft een aanvraag gedaan voor de Brede SPUK-Regeling voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis in 2023. In september 2023 dient de gemeente een integrale aanvraag in tot en met 2026. De financiële gevolgen van deze aanvraag worden verwerkt in de tweede tussenrapportage 2023. Lokale ontwikkel- en werkagenda met scholen De samenwerking met scholen en maatschappelijke partners is in 2023 gestart vanuit het gezamenlijke Platform Jeugd Barneveld. In deze brede alliantie wordt gewerkt aan de uitdagingen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het doel is om deze samenwerking in 2023 verder uit te breiden en te komen tot een bredere ontwikkel- en werkagenda op het gebied van jeugd en onderwijs. Jeugdhulp In 2023 is uitvoering gegeven aan transformatieprojecten binnen de specialistische jeugdhulp. Het kostenniveau is fors lager in vergelijking met vorig jaar. De kostendaling bestaat uit een afname van jeugdhulpverbruik binnen diverse zorgvormen. Deze kostendaling is voor 90% het gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Daarmee zijn de doelen uit het huidige werkprogramma Jeugd behaald: Het aandeel jeugdhulp in gemeente Barneveld neemt niet toe.
Het aandeel jeugdigen in verblijf ligt onder het landelijk gemiddelde, uitgaande van de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel. De uitgaven van de gemeente Barneveld voor Jeugdhulp staan in verhouding tot de beschikbare middelen voor de jeugdhulptaken (kostenreductie). Daarnaast loopt een herijking van diverse onderdelen van de jeugdhulp om zo keuzes uit het verleden weer opnieuw te waarderen. Er heeft een evaluatieonderzoek plaatsgevonden met betrekking tot: reikwijdte en effectiviteit van het ondersteuningsaanbod; inrichting van het preventief veld; toegang, regievoering en toewijzingsvariant. Op basis van de uitkomsten wordt een herijkt werkprogramma voor 2023 en de jaren daarna opgesteld.
12
Proeftuin Jeugdbescherming Halverwege 2022 is de proeftuin Jeugdbescherming gestart om gezinnen in onveiligheid beter te ondersteunen. Dit vraagt om extra inzet van de gespreksvoerders jeugd en extra inzet van de expertise van de jeugdbescherming. Deze kosten worden gedekt uit het jeugdhulpbudget. De overheveling van dit budget is zichtbaar in deze tussenrapportage.
13
Financieel Overzicht Programma 1 Tabel 3 Begroting 2023 Primitief
1. Participatie en ondersteuning 1.1 Zelfredzame inwoners
bedragen x € 1.000 Mutaties Begroting 2023 Begroting 2023 1e I/S t/m 1e Actueel tussenrapportage tussenrapportage 1.515 7.224 V IS 8.739 - 10.002 - 7.191 N IS - 17.193 - 8.487 33 V IS - 8.454
Baten Lasten Saldo
1.515 - 12.592 - 11.076
Saldo Saldo Saldo
- 2.990 - 1.675 - 6.411
- 3.146 - 1.683 - 3.659
- 26 N 65 V -6N
IS S IS
- 3.172 - 1.618 - 3.665
Baten Lasten Saldo
33 - 7.173 - 7.141
33 - 7.535 - 7.503
60 V - 364 N - 304 N
IS IS IS
93 - 7.899 - 7.807
Saldo Saldo Saldo
- 134 - 1.640 - 5.366
- 134 - 1.810 - 5.558
2V - 306 N
I S IS
- 134 - 1.808 - 5.864
Baten Lasten Saldo
9.204 - 40.291 - 31.087
9.210 - 45.404 - 36.193
436 V 786 V 1.222 V
I IS IS
9.646 - 44.618 - 34.972
Saldo Saldo
- 3.776 - 27.311
- 5.641 - 30.552
881 V 341 V
I IS
- 4.760 - 30.212
Totaal baten Programma 1 Totaal lasten Programma 1
Baten Lasten
10.752 - 60.056
10.758 - 62.941
7.720 V - 6.769 N
IS IS
18.478 - 69.711
Saldo van baten en lasten Programma 1
Saldo
- 49.304
- 52.183
950 V
IS
- 51.233
Mutaties bij: 111 Lokaal onderwijsbeleid 112 Reïntegratie 113 Maatschappelijke zorg 1.2 Sociale en vitale samenleving
Mutaties bij: 121 Sportstimulering 122 Sociaal-cultureel werk 123 Volksgezondheid en preventie 1.3 Gemeentelijk vangnet
Mutaties bij: 131 Inkomensvoorziening 132 Voorzieningen inwoners met beperking
Financiële toelichting
Op basis van de huidige verwachting komt programma 1 per saldo tot een voordeel van € 950.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit saldo ontstaat door € 7.720.000 aan hogere baten en € 6.769.000 aan hogere lasten ten opzichte van de bijgestelde begroting. De afwijkingen worden hieronder toegelicht per beleidsproduct. 111 Lokaal onderwijsbeleid (€ 26.000 N) Een neutrale mutatie, waar de lasten gedekt worden door de baten van € 1.497.000. Hiervan is € 846.000 incidenteel en betreft vijf ontvangen specifieke uitkeringen (SPUK's). De SPUK's waarmee de grootste bedragen gemoeid zijn betreft Inhalen COVID Onderwijsvertraging, Onderwijsachterstandenbeleid en Wet Inburgering 2021. Een aantal overige afwijkingen leiden tot een structureel nadeel van € 26.000. Dit betreft met name hogere lasten voor handhaving kinderopvang (€ 20.000). 112 Re-integratie (€ 65.000 V) Het aantal verstrekkingen is gedaald, waardoor minder uitgegeven wordt dan begroot. 113 Maatschappelijke zorg (€ 6.000 N) Een neutrale mutatie, waar de lasten gedekt worden door de baten van € 5.500.000 (incidenteel). Dit betreft een ontvangen specifieke uitkering van het Rijk in het kader van de opvang en ondersteuning van vluchtelingen uit Oekraïne. De kosten zien met name toe op huisvesting en leefgeld voor vluchtelingen uit Oekraïne.
Een neutrale mutatie, waar de lasten gedekt worden door de baten van € 150.000 (incidenteel). De lasten zijn ter voorbereiding op het asielzoekerscentrum (AZC). Het college heeft hiervoor € 150.000 ter beschikking gesteld eind 2022. Naar verwachting kunnen deze kosten in rekening worden gebracht bij het COA. Een aantal overige afwijkingen leiden tot een structureel nadeel van € 6.000. Dit betreft onder andere hogere lasten in het kader van bevolkingszorg.
14
123 Volksgezondheid en preventie (€ 306.000 N) Als gevolg van de inflatie is de bijdrage aan de VGGM voor jeugd en volksgezondheid hoger uitgevallen dan verwacht (€ 169.000 structureel). Hogere kosten (€ 57.000 incidenteel) voor de jeugdgezondheidszorg aan Oekraïense vluchtelingen. Ook dit wordt uitgevoerd door de VGGM. Hier zijn middelen voor ontvangen via de decembercirculaire 2022. Een aantal overige afwijkingen leiden tot een nadeel van € 80.000. Hiervan is € 22.000 structureel. Dit heeft met name betrekking op hogere lasten voor Veilig Thuis (€ 25.000 structureel) en hogere lasten voor Kansrijke Start (€ 28.000 incidenteel). Hier zijn middelen voor ontvangen via de decembercirculaire 2022. 131 Inkomensvoorziening (€ 881.000 V) Lagere lasten van € 1.480.000 (incidenteel) m.b.t. impuls armoedebeleid. Dit valt uiteen in 2 onderdelen: 1. Conform het raadsbesluit Budgetoverheveling was € 1.865.000 overgezet naar 2023, maar de werkelijke onderbesteding in 2022 was uiteindelijk € 1.490.000 waardoor er € 375.000 minder daadwerkelijk wordt overgeheveld naar 2023. 2. De lasten als gevolg van de impuls armoedebeleid vallen lager uit dan begroot. De lasten zijn lager uitgevallen doordat er minder inwoners uit de doelgroep 120 tot en met 150% de energietoeslag hebben aangevraagd en ontvangen dan van te voren ingeschat.
Er zijn diverse communicatiemiddelen ingezet om inwoners te bereiken. Iets meer dan 770 huishoudens hebben de energietoeslag (€ 1000,-) ontvangen waarbij er een eerdere inschatting was dat er zo’n 2000 huishoudens in aanmerking zouden komen. De verwachte kosten zullen in 2023 rond € 375.000 uitkomen, waardoor sprake is van een voordeel van € 1.105.000 (incidenteel). Het resterende bedrag kan cf. besluit bestemmingsreserve vrij vallen en toegevoegd worden aan de algemene reserve. Vanwege het uitkeren van een extra bedrag aan energietoeslag van € 500 aan de bekende huishoudens, worden meer kosten gemaakt dan eerder begroot ( € 975.000 incidenteel). Hiervoor is bij de decembercirculaire 2022 een bedrag van € 930.000 ontvangen. Het resterende benodigde budget van € 45.000 komt via de meicirculaire 2023 te ontvangen middelen voor de energietoeslag 2023. Hogere baten van € 436.000 (incidenteel) omdat de te ontvangen BUIG-uitkering voor 2023 hoger is dan begroot. Hogere lasten van € 60.000 (incidenteel) voor vroegsignalering en bijzondere bijstand. Hiervoor zijn bij de decembercirculaire 2022 middelen ontvangen. Binnen het (in ontwikkeling zijnde) programma bestaanszekerheid worden deze middelen gebruikt voor de inzet van één of meer projecten.
132 Voorzieningen inwoners met beperking (€ 341.000 V) Als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel en minder gebruik van Jeugd vangnetvoorzieningen wordt naar verwachting € 500.000 (incidenteel) minder uitgegeven. Structureel hogere lasten (€ 216.000) m.b.t. loonkosten sociale werkvoorziening. Er is sprake van uitstroom van WSW-medewerkers (gemiddeld 4% per jaar). Tegelijkertijd zijn er hogere salarislasten wegens de verwachte nieuwe CAO (conform de gemeente-CAO 9% stijging), waardoor de lasten per saldo zullen stijgen. In de begroting is rekening gehouden met een aantal innovatieprojecten in 2023. Een deel van deze projecten wordt in 2024 uitgevoerd, waardoor in 2023 €182.000 (incidenteel) minder wordt uitgegeven dan begroot. Vanwege inflatie en indexatie is sprake van hogere lasten van € 100.000 (structureel) met betrekking tot. WRV-voorzieningen. Het opnemen van een budget voor een innovatiefonds leidt tot een structureel nadeel van € 25.000.
Overige ontwikkelingen Programma 1
De instroom in de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning zette zich door (groei van 814 naar 838 clienten in het eerste kwartaal). Door werving van nieuw personeel door de aanbieders kon de wachtlijst worden weggewerkt. Aangekondigd is dat halverwege het jaar 2023 besluitvorming zal plaatsvinden over de te nemen beheersmaatregelen voor de Valleihopper (Wmo-vervoersvoorziening). De besluitvorming hiervan is uitgesteld (tweede helft 2023). Redenen hiervan zijn dat de financiële noodzaak minder is geworden (over 2022 hielden we € 96.000 over) en er eerst een nader onderzoek plaatsvindt naar het niet-gebruik van de voorziening door pashouders. Door schaarste kent de verstrekking van sommige hulpmiddelen een lange doorlooptijd.
15
Overzicht speerpunten Programma 2
222 Grondexploitatie bedrijventerreinen
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen Bedrijventerreinen
Stroe: Planning is inmiddels afhankelijk van de verwerving van een aantal grondposities. Verder moeten we rekening houden met een vertraging in de energievoorziening van minstens een half jaar. Vooralsnog stond in het pva de vaststelling van het BP in Q1 2024 en de realisatie/uitgifte in Q2 van 2024. Daar komt minimaal een half jaar bij.. Woonwerklandschap Voorthuizen (Verbindingsweg): het stedenbouwkundig (schets)ontwerp voor het gemeentelijke eigendom is in voorbereiding. Met aangrenzende eigenaren zijn we in overleg over afstemming van hun plannen. Dit zal per partij moeten uitmonden in anterieure overeenkomsten. Vervolgens zal één bestemmings- (c.q. omgevings)plan worden opgesteld. Planning is vooralsnog dat vaststelling op zijn vroegst in Q4 2023/Q1 2024 kan plaatsvinden. Harselaar Zuid 1B: Vanwege stikstofproblematiek kon het plan niet verder opgepakt worden, maar inmiddels is er een oplossing in beeld door extern te salderen door middel van stikstofruimte van Vink. De planvorming is hierdoor weer opgestart en het ontwerp wordt geactualiseerd en onderzoeken uitgevoerd. De verwachting is dat het bestemmingsplan niet eerder dan december 2023 ter inzage wordt gelegd. Vaststelling van het bestemmingsplan medio 2024. Opgemerkt wordt dat de stikstofproblematiek weerbarstig is en afhankelijk van landelijke en provinciale ontwikkelingen en gerechtelijke uitspraken.
Dit kan er helaas ook voor zorgen dat één en ander plotseling in een ander daglicht komt te staan. Actuele ontwikkelingen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Dit geldt ook voor het onderwerp netcongestie.
231 Verkeer
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
2. Bedrijvigheid & Bereikbaarheid 231 Verkeer Externe bereikbaarheid
16
Knooppunt Hoevelaken en A1-A30 Minister Harbers heeft onlangs de Tweede Kamer een brief gestuurd. Daarin geeft hij aan dat grote aanlegprojecten vanuit het Rijk vertraging oplopen. Dat komt omdat er nog onvoldoende stikstofruimte is opgekocht om de stikstofgevolgen vanuit de projecten te kunnen compenseren. De minister heeft zich voorgenomen om de gereserveerde kapitaalslasten de komende jaren niet naar achteren te schuiven maar te besteden aan onderhoud van het bestaande areaal. Daarmee hoopt de minister een leegloop bij RWS en het omvallen van aannemers vanwege te weinig werk te voorkomen. Tegelijk ziet de minister de noodzaak om het onderhoud te intensiveren. De minister wil met de provincies in overleg over de projecten waarover Rijk en Regio afspraken hebben gemaakt. Wij zijn ons momenteel aan het beraden over de wijze waarop wij invloed kunnen uitoefenen met als doel om de projecten Knooppunt Hoevelaken en A1-A30 bovenaan het prioriteitenlijstje van het Rijk te houden én geen verdere vertraging te laten oplopen. Snelwegaansluiting Barneveld-Noord Regio Foodvalley is aangewezen als grootschalige woningbouwgebied (GWG). Met de aanwijzing tot GWG kon de regio aanspraak doen op gelden uit het Mobiliteitsfonds om de infrastructurele ontsluiting van nieuwe woongebieden deels te financieren.
Wij hebben Barneveld-Noord (Bloemendal) ingediend als GWG-locatie met als bijbehorende maatregelen het opwaarderen van de infrastructuur tussen Bloemendal en de A30 en het realiseren van een goede fietsverbinding tussen Bloemendal en station Barneveld-Noord. Het Rijk heeft € 17,5 miljoen toegekend als bijdrage voor deze infrastructurele maatregelen. Op dit moment werken Rijk en regio aan een nadere uitwerking en formalisering van deze toezegging. Cofinanciering vanuit de betreffende gemeenten is hierbij een belangrijke voorwaarde. Oostelijke rondweg Barneveld In de Omgevingsvisie Barneveld 2040 wordt de keuze voor de Oostelijke Rondweg definitief gemaakt. We volgen hierbij het advies op van de commissie m.e.r. om de keuze te laten aansluiten en te motiveren op basis van de visie voor Barneveld op (langere termijn). Eind 2023 ligt er een ontwerp-omgevingsvisie. Na een periode van inspraak begin 2024 wordt de omgevingsvisie medio 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Als in de ontwerpomgevingsvisie definitief besloten wordt voor een rondweg, zal de gemeente de zogeheten tracékeuzenotitie opstellen. In deze notitie wordt een afweging en keuze gemaakt tussen de onderzochte routes. Daarbij worden kosten, effecten en belangen van de gemeente Barneveld en Ede meegewogen. En de effecten op het landschap, natuurwaarden en water.
Barnevelders krijgen de gelegenheid om (schriftelijk) te reageren op deze tracékeuzenotitie. Alle reacties worden verwerkt in een nota en samen met de concept-tracénotitie aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. De tracénotitie is naar verwachting halverwege 2024 gereed. De realisatie van de rondweg staat nu gepland in 2028/2029.
17
Financieel overzicht Programma 2 Tabel 4 Begroting 2023 Primitief
2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 2.1 Aantrekkelijk ondernemingsklimaat
bedragen x € 1.000 Mutaties Begroting 2023 Begroting 2023 1e I/S t/m 1e Actueel tussenrapportage tussenrapportage - 2.436 2V I - 2.435 - 2.436 2V I - 2.435
Baten Lasten Saldo
- 1.608 - 1.608
Saldo
- 1.608
- 2.436
2V
I
- 2.435
2.2 Uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden Baten Lasten Saldo Mutaties bij: 221 Economisch structuurbeleid Saldo 222 Grondexploitatie bedrijventerreinen Saldo
40 - 87 - 47
40 - 334 - 294
- 20 N - 20 N
S S
40 - 354 - 314
- 47 -
- 294 -
- 20 N -
S
- 314 -
Baten Lasten Saldo
884 - 3.603 - 2.720
893 - 4.026 - 3.133
-8N - 379 N - 388 N
IS IS IS
885 - 4.405 - 3.521
Saldo Saldo
- 3.055 336
- 3.468 336
- 361 N - 27 N
IS IS
- 3.829 308
Totaal baten Programma 2 Totaal lasten Programma 2
Baten Lasten
924 - 5.298
933 - 6.796
-8N - 398 N
IS IS
925 - 7.194
Saldo van baten en lasten Programma 2
Saldo
- 4.374
- 5.863
- 406 N
IS
- 6.269
Mutaties bij: 211 Promotie economie
2.3 Bereikbaarheid
Mutaties bij: 231 Verkeer 232 Parkeren
Op basis van de huidige verwachting gaat programma 2 per saldo €406.000 meer uitgeven dan opgenomen in de bijgestelde begroting. Dit bedrag bestaat uit lagere baten van €8.000 en hogere lasten van €398.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting.De meerkosten zijn voornamelijk ontstaan op het product Verkeer en worden hieronder toegelicht. 231 Verkeer (€ 361.000 N) Voor de studie- en voorbereidingskosten van het GVVP 2023 is € 90.000 benodigd. Deze kosten worden, cf. het collegevoorstel van januari 2023, gedekt vanuit de reserve verkeersmaatregelen. De onttrekking uit de reserve is verwerkt in programma 4, per saldo is deze afwijking dus neutraal. In 2019 is er een voorbereidingskrediet van € 850.000 beschikbaar gesteld voor de Oostelijke rondweg. De dekking is in de Kadernota 2022 komen te vervallen. Het krediet is abusievelijk niet verwerkt in de begroting, waardoor de uitgaven in 2023 (€247.000) ten laste worden gebracht van de algemene reserve. Deze werkwijze is ook in 2022 gehanteerd. De uitgave volgt logischerwijze uit het besluit voor het instellen van het voorbereidingskrediet. Aangezien de dekking niet meegenomen is in de begroting wordt het gepresenteerd als overschrijding.
Een aantal diverse kleine afwijkingen, waaronder; - een toegezegd onderzoek als vervolg op de Centrumvisie Voorthuizen ten behoeve van parkeren en verkeerscirculaties; - de exploitatiekosten voor openbare toiletten - de versnelde afschrijving van parkeerapparatuur die in 2023 vervangen wordt; - de meerkosten als gevolg van gestegen uitgaven voor onderhoud en schoonmaak van de gemeentelijke objecten.
Grondexploitatie
Voor de laatste update van de grondexploitaties verwijzen we naar de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG), dat de onderlegger voor de cijfers in de Jaarrekening is.
18
Overzicht speerpunten Programma 3
311 Volkshuisvesting
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 311 Volkshuisvesting Visie op en groei van Barneveld
3.1. Omgevingswet en Omgevingsvisie De invoering van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld, maar de nieuwe invoeringsdatum 1 januari 2024 is nu wel definitief. Dat betekent dat we pas in de loop van dit jaar de voorbereiding op de invoering voltooien. Naast oefenen, zal de nadruk daarin liggen op het samenstelling van een opleidingspakket en het vervolgens uitvoeren daarvan. Voor het overige blijven de speerpunten voor dit jaar ongewijzigd. De financiële gevolgen van het hernieuwde uitstel kunnen binnen het bestaande budget voor de invoering van de Omgevingswet worden opgevangen. Het eerste instrument dat wordt ontwikkeld is de Omgevingsvisie. Dat proces loopt al enige tijd. In het najaar van 2022 zijn twee toekomstscenario's vastgesteld. Vervolgens is een 2e participatieronde gestart, waarin beide toekomstscenario's aan de samenleving zijn voorgelegd. Ook is opdracht gegeven tot het opstellen van een omgevingseffectrapportage (OER). Met behulp van de uitkomsten van de participatie en het OER, wordt in het voorjaar van 2023 een voorkeursscenario opgesteld. Dat voorkeursscenario wordt vervolgens uitgewerkt tot een volledige ontwerp omgevingsvisie. De verwachting is nog altijd dat dit ontwerp rond de jaarwisseling van 2023-2024 gereed is.
Een risico voor deze planning betreft de beschikbaarheid van voldoende capaciteit en denkkracht voor het ontwikkelen van de omgevingsvisie, vooral rond de opgave over het landelijk gebied. 3.2 . Uitvoeringsprogramma Woonvisie Met het sluiten van de regionale Woondeals is ingezet op de bouw van 5.380 woningen inde periode 2022 tot en met 2030. Dit betekent (gezien aantal opleveringen in 2022) een meerjarig gemiddelde van ruim 600 woningen. Voor 2023 waren er voldoende woningen gepland, maar de verwachting is dat het aantal opleveringen in 2023 tussen de 450 en 500 uit zal komen. Ontwikkelingen in de markt (waaronder rentestijging) hebben invloed op de verkoop van woningen. Daarnaast speelt capaciteit (intern en bij marktpartijen) een rol. De projecten die niet in 2023 worden opgeleverd schuiven door naar 2024. Het opstellen van een (geactualiseerde) woonzorgvisie 'Een thuis voor iedereen' heeft vanuit BZK niet meer de gewenste deadline van 2023 gekregen. Wel heeft het de voorkeur om hier toch mee te starten, vooral ten aanzien van onderwerpen huisvesting ouderen en arbeidsmigranten. We
19
zullen in Barneveld een actuele woonzorgvisie gaan opstellen (in samenspraak met stakeholders), dit traject loopt mede vanwege andere werkzaamheden en beschikbare capaciteit door tot in de eerste helft van 2024. Dit zal zich in 2024 ook in regionale woonzorgvisie (op hoofdlijnen) moeten vertalen, in samenspraak met provincie Gelderland. De actualisering van de Huisvestingsverordening (in afstemming met regio Foodvalley) heeft een wat andere opzet gekregen omdat door BZK een aantal wetsvoorstellen nog niet zijn bekrachtigd (zoals voorrangsregeling goedkope koop). Derhalve zal de verordening in juli 2023 weliswaar op onderdelen geactualiseerd (verplicht vanwege 4 jaars termijn) worden vastgesteld maar zal er komend jaar nog een tweede ronde aan actualiseringen volgen.
326 Milieu & ruimtelijke ordening
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 326 Milieu & ruimtelijke ordening Klimaat en energietransitie
1. CO2- en energieneutraliteit in 2050 Op het gebied van dit thema pakken we een aanvullende beleidsontwikkeling op: 'Zonneladder voor particulieren'. Als particulieren zonnepanelen op land willen plaatsen, is dat nu beperkt mogelijk. Inwoners worden uitgenodigd om mee te denken bij de start van de ontwikkeling van een Barneveldse zonneladder voor particulieren. Een zonneladder geeft inzicht in de verschillende mogelijkheden, voorkeuren en eisen voor het plaatsen van zonnepanelen. Verder zijn we aan de slag met het uitwerken van een CO2 reductieplan voor de gehele gemeente. Dit plan vervangt de energievisie. Het is een complex plan en daardoor lopen we uit in de planning. De verwachte planning is nu eind 2023.
Afwijkingen financiën In de meicirculaire gemeentefonds 2022 zijn uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid beschikbaar gekomen. Wij hebben een bedrag van € 373.000,- ontvangen. Deze middelen zijn via het jaarrekeningresultaat toegevoegd aan de algemene reserve. €100.000 van dit budget wordt ingezet voor het uitvoeren van onderzoek voor het verder verduurzamen van ons eigen vastgoed volgens de vastgesteld aanpak verduurzaming vastgoedportefeuille van 26 januari 2022. Vanaf 2023 is er rijksbudget beschikbaar voor inzet van extra capaciteit voor het uitvoeren van het energie- en klimaatbeleid (CDOKE). De aanvraag is ingediend en toegekend. Voor ons is voor de jaren 2023 t/m 2025 jaarlijks 1 mln. beschikbaar. Deze middelen worden toegevoegd aan het budget voor uitvoering van het energie- en klimaatbeleid.
2. Klimaatbestendig en waterrobuust Geen afwijkingen ten opzichte van de programmabegroting. 3. Biodiversiteit Vanwege aantal maanden met beperkte ambtelijke capaciteit, werken we op dit moment aan prioritering van activiteiten uit uitvoeringsplan biodiversiteit. Dat kan er toe leiden dat de beoogde planning niet gehaald wordt.
20
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 326 Milieu & ruimtelijke ordening Toekomst van het buitengebied
De in de programmabegroting beschreven inhoud en planning verlopen conform. Voor de meeste onderdelen geldt dat ook voor de financiën. Conform de programmabegroting is het programma Waardevol Landelijk Gebied in oprichting. In de programmabegroting is gemeld dat de omvang van ambtelijke capaciteit en budget hiervoor nog niet duidelijk was. Daar beginnen we nu zicht op te krijgen. Dit zal in de tweede tussenrapportage over 2023 worden meegenomen. Dan hebben we ook meer zicht op de gevolgen van de Uitvoering van de Aanpak Piekbelasters voor de ambtelijke capaciteit. Beide ontwikkelingen worden ook benoemd in de Kadernota 2024-2027 met het oog op de programmabegroting voor die periode. Voor de dekking van deze extra kosten zoeken wij naar financiering vanuit het Rijk en via de provincie.
336 Overige accommodaties
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
3. Woon- en Leefomgeving 336 Overige accommodaties Leefbare dorpen en Wijken
Huisvesting onderwijs Het masterplan onderwijshuisvesting is niet in het voorjaar klaar maar na de zomer van 2023. Flying Bikes Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het ontwerpbestemmingsplan. De onderzoeken zijn afgerond. Uit het aanvullende natuuronderzoek blijkt dat het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Hiervoor moet nog een mitigatie- en compensatieplan opgesteld worden en door Provincie Gelderland beoordeeld worden. Volgende fase betreft op basis van de definitieve ontwerpen een nieuwe directieraming en bestekcalculatie te maken om inzicht te krijgen in de eerder opgestelde financiële verkenning conform raadsbesluit juli 2021. SDVB De besluitvorming voor het bestemmingsplan moet nog plaatsvinden. Gebiedsgerichte en programmatische aanpak (verkeer, ruimte en economie) van het centrumgebied van de kern Voorthuizen. Voor 2023 zijn de volgende vervolgactiviteiten voorzien: - Er is gekozen om de Centrumvisie Voorthuizen uit te werken in een haalbaar plan in plaats van een Masterplan. Hiervoor wordt nauw samengewerkt (participatie) met inwoners en ondernemers. Vooralsnog zijn de kosten voor de uitvoering niet in het MIP 2023 opgenomen. Het haalbare plan wordt uitgewerkt in realistische fasen inclusief een bijbehorende begroting. Na vaststelling wordt deze gefaseerde uitwerking opgenomen in latere jaren van de MIP.
- De uitvoering van zogenaamd "laag-hangend-fruit" projecten, worden in Q2 en Q3 2023 uitgewerkt in concrete voorstellen; - Een procesregisseur is aangetrokken om de verdere participatie verder vorm te geven.