CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

De Lanen-Oost_Toelichting (incl. toevoeging par. 5.14)

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan De Lanen-Oost, Barneveld26.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als in het bouwplan voor de woning rekening is gehouden met de suggesties in het rapport en het geluidscherm is geplaatst, dan zijn er verder geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan gelet op het aspect milieuzonering. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Bij rundveehouderijen is het aspect geur van "De Lanen-Oost" (vastgesteld)

43

De Lanen-Oost belang. Bij de veehouderijen in de omgeving van het plangebied is voor het aspect geur getoetst aan de wettelijke bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Uit paragraaf 5.6 blijkt dat de toekomstige situatie voldoet aan de geurnormen uit het gemeentelijke geurbeleid. De veehouderijen vormen geen belemmering voor de verwezenlijking van de woonwijk. Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Het plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen onoverkomelijke belemmeringen voor het plan.

5.12

Natuur en landschap

In het plangebied "De Lanen-Oost" is een aantal bestaande groenstructuren aanwezig, dat in het verleden deel uitmaakte van de karakteristieke erfbegrenzing, door middel van houtsingels, zoals we die kennen vanuit het kampenlandschap. Er is gekozen om de bestaande restanten van deze houtopstanden niet in te zetten in het nieuwe plan. Wel is ervoor gekozen om de groen-blauwe lijnen vanuit dit landschap in te zetten in een nieuwe vorm, die passend is bij het toekomstige gebruik. Dit zien we terug in de groen-blauwe drager van west naar oost, die het gehele gebied doorkruist en door de groen-blauw lijn van noord naar zuid. Wadi's met groepjes opgaand groen in combinaties met speelvoorzieningen domineren hier het beeld. Tevens worden de randen aangezet met een duidelijke opgaande, meer ritmische groenstructuur, die meer aansluiting vindt met de verkeerstructuur. Tussen de parkeervoorziening in de woonstraten worden bomen geplaatst om het straatbeeld te verfraaien. De toe te passen beplanting bestaat voornamelijk uit inheems sortiment aangevuld met bomen, sierheesters, kruiden en bloembollen die bijdragen aan de biodiversiteit. Hierdoor ontstaat er een cultuurlijk-natuurlijke nieuwe groenstructuur.

5.13

Ontplofbare oorlogsresten

Gemeente Barneveld heeft voor haar gehele grondgebied een historisch vooronderzoek uit laten voeren naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens dit vooronderzoek van Expload met kenmerk RN-14037-2.0 van 27 oktober 2015, blijkt dat het noord-oostelijk deel van de planlocatie verdacht is van Ontplofbare Oorlogsresten, zijnde afwerpmunitie. De onderstaande afbeelding is een kaartuitsnede van de OO-belastingkaart van gemeente Barneveld, waarop het plangebied "De Lanen-Oost" is te zien. Om risico's te voorkomen zal vooraf door een gecertificeerd opsporingsbedrijf het verdachte gedeelte vrijgegeven worden van Ontplofbare Oorlogsresten. Nader onderzoek heeft vóór 2023 nog niet kunnen plaatsvinden in verband met de beschikbaarheid en toegangelijkheid van verdachte perceeldelen binnen en nabij het plangebied. De verwachting is dat het onderzoek wordt afgerond in februari 2023 met de oplevering van een rapportage.

44

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost

Afbeelding 15 Uitsnede OO-belastingkaart

5.14

Veiligheid en gezondheid

Veiligheid Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en "De Lanen-Oost" (vastgesteld)

45

De Lanen-Oost subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie veiligheid In haar reactie d.d. 1 augustus 2022 op het voorontwerp van het voorliggende bestemmingsplan heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) opgemerkt dat zich een LPG-tankstation bevindt aan de westzijde van het plangebied op een afstand van ongeveer 900 meter en dat de nieuwe woningen dus komen buiten het effectgebied van dit station. Wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen over de autosnelweg A30 meldt VGGM dat het plangebied is gelegen binnen het effectgebied van het scenario 'toxische wolk'. Gezien de verwachte populatie van de wijk is het aannemelijk dat men zich tijdens een calamiteit binnenshuis in veiligheid kan brengen. De door VGGM voorgestelde, tweede ontsluitingsweg is opgenomen in het plan. Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

Gezondheid De aanwezigheid van een intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebleken dat longontsteking vaker voorkomt bij mensen die in veedicht gebied wonen. Een deel van de longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De oorzaak is niet duidelijk. Met andere woorden: er is wetenschappelijk geen causaal verband aangetoond tussen een hogere incidentie van longontstekingen en geitenhouderijen in de omgeving. Bij de bespreking van jurisprudentie komen wij terug op de VGO-onderzoeken en het oordeel van de hoogste bestuursrechter. Eind oktober 2020 kwam de GGD met de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid'. De richtlijn gebruikt de GGD bij de advisering over ruimtelijke plannen. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen. Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen.

De GGD-richtlijn betreft een niet-dwingende aanbeveling en deze bevat geen harde normen. De richtlijn heeft geen bindende status. De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. In de voorbereidingsprocedure van bestemmingsplan "De Lanen-Oost" is dit advies uitgebleven. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Nu het causale verband tussen longontstekingen en geitenhouderijen niet is aangetoond, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen. Doorwerking Het plangebied "De Lanen-Oost" bevindt zich in de invloedssfeer van veehouderijen. Ten zuiden van het plangebied en buiten de grenzen van gemeente Barneveld zijn er drie geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer. De exacte afstanden van deze geitenhouderijen in Lunteren tot de dichtstbijzijnde nieuwe woning in het plangebied zijn respectievelijk 1.009, 1.084 en 1.575 meter. De nieuwe woningen komen dus niet in het hoogste risicogebied. Ondanks het licht verhoogde risico op longontsteking is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd in de nieuwe woonwijk.

Uit jurisprudentie blijkt dat het gemeentebestuur in de afweging van belangen het zwaarwegende, maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte mag laten prevaleren. Het is zeer belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd. In gemeente Barneveld is de agrarische sector groot. Het is nu eenmaal een veedicht gebied. Het is dan ook onmogelijk om bij woningbouw overal de strengste voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Anders zou de woningbouwproductie sterk afnemen. Naar ons oordeel is het verantwoord en aanvaardbaar om de voltooiing van woonwijk De Burgt te continueren nu de geitenhouderijen zich bevinden op een grotere afstand dan 1 kilometer. 46

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost

Bespreking van jurisprudentie Conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) zijn aspecten van volksgezondheid, zoals de mogelijke besmetting van dierziekten vanwege nabijgelegen agrarische bedrijven, een belang dat de raad moet meewegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de AbRS van 19 oktober 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT8561) en 10 september 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3335). Uit de jurisprudentie volgt verder dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een gezondheidsrisico, primair een bestuurlijke taak is. In de uitspraak d.d. 14 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2442) overwoog de AbRS: 'Vanwege (onzekere) risico's kan uit voorzorg al dan niet worden besloten om maatregelen te nemen. Het beoordelen van een voor de maatschappij al dan niet aanvaardbaar risico in dit verband is echter primair een bestuurlijke taak.' Relevant is ook de uitspraak d.d. 3 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3149) van de voorzieningenrechter van de AbRS. De eigenaresse van een geitenhouderij meende dat de voorziene woningbouw in gemeente Bernheze belemmerend werkte op haar bedrijfsvoering. Verder stelde zij dat de gemeente de gezondheidsrisico's voor de nieuwe bewoners bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende had betrokken in de belangenafweging.

De voorzieningenrechter overwoog als volgt: 'De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zodanige risico's voor de volksgezondheid meebrengt dat, gelet daarop, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat onvoldoende is gewaarborgd. De raad heeft de mogelijke gezondheidsrisico's voor de nieuwe bewoners vanwege de geitenhouderij van [verzoekster] in zijn belangenafweging betrokken. Hierbij heeft hij betrokken dat nog steeds geen causaal verband is gevonden tussen longontsteking en geitenhouderijen in de omgeving. De raad ziet in de door [verzoekster] aangehaalde studies onvoldoende aanleiding om de bouw van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km rondom de geitenhouderij volledig uit te sluiten. Voorts heeft de raad in zijn belangenafweging betrokken dat tussen de woningen waarin het plan voorziet en het bedrijf van [verzoekster] andere burgerwoningen liggen die vanuit milieuhygiënisch oogpunt bepalend zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden van [verzoekster]. In de belangafweging heeft de raad verder betrokken dat de uitbreiding met de nieuwe woonwijk een zwaarwegend maatschappelijk belang dient, aangezien deze woonwijk noodzakelijk is om te kunnen voorzien in de bestaande en urgente woonbehoefte.

Indien binnen een straal van 2 km tot de geitenhouderij geen nieuwe woning meer zouden mogen worden gebouwd, heeft dat volgens de raad tot gevolg dat geen enkele uitbreiding van de kern Vorstenbosch meer mogelijk is, terwijl uitbreiding van het aantal woningen noodzakelijk is met het oog op de leefbaarheid in Vorstenbosch. Andere locaties zijn niet geschikt omdat hiermee niet kan worden voorzien in de gehele woonbehoefte.' In de bodemuitspraak d.d. 7 oktober 2020 oordeelde de bodemrechter van de AbRS vervolgens, in lijn met voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter, dat de raad van gemeente Bernheze het volksgezondheidsbelang voldoende had betrokken in zijn afweging om nieuwe woningbouwlocatie toe te staan op ongeveer 750 meter van een geitenhouderij. In de eerdergenoemde VGO-onderzoeken is geen duidelijke causaliteit gevonden tussen longontsteking en geitenhouderijen in de omgeving. Volgens de AbRS moeten verdere vervolgonderzoeken meer duidelijkheid verschaffen. In dit verband is relevant het op 30 september 2021 gepubliceerde rapport 'Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Noord-Brabant en Limburg, actualisering 2017-2019' (VGO III). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een brief van 24 november 2021 aan de Eerste Kamer laten weten dat de resultaten van dit rapport in lijn liggen met eerdere VGO-onderzoeksresultaten.

Zo merkt de minister in haar Kamerbrief op dat op basis van het rapport geconcludeerd kan worden dat er een associatie is tussen het wonen nabij een geitenhouderij (tot 500 meter) en een verhoogde kans op longontsteking. Volgens de minister is over de onderzochte jaren echter geen associatie gevonden tussen het wonen binnen een straal van 1.000 of 2.000 meter afstand van een geitenhouderij en een verhoogde kans op longontsteking. De resultaten van nader onderzoek worden naar verwachting niet bekend voor eind 2024.

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

47

De Lanen-Oost

5.15

Verkeer

Ontsluiting Het plangebied 'De Lanen-Oost' wordt voor gemotoriseerd verkeer op 2 manieren ontsloten. De belangrijkste ontsluiting is aan de noordzijde en komt uit op de Burg. Van Diepeningenlaan. De Burg. Van Diepeningenlaan vormt samen met de Burg. Labreelaan en de Burg. Aschofflaan de hoofdontsluitingsstructuur van de wijk De Burgt. Een 2e ontsluitingsmogelijkheid voor het plangebied ligt aan de oostzijde van het plangebied, waar een doorsteek wordt gerealiseerd naar het toekomstig te realiseren woongebied. Op de hoofdontsluitingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Alle andere wegen, waaronder die in het plangebied worden ingericht met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Voor fiets- en voetgangersverkeer is het uitgangspunt om deze via meerdere doorsteken te ontsluiten op de omgeving. Fietsverkeer kan over de Burg. Van Diepeningenlaan fietsen waar fietsstroken worden aangebracht, maar ook in de wijk wordt de mogelijkheid geboden om via korte autoluwe routes bij (o.a.) de nieuwe rotondes aan de noordoost- en noordwestzijde van het plangebied te komen. Door deze rotondes kan veilig (en in de voorrang) de Burg. Van Diepeningenlaan overgestoken worden. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een tweerichtingenfietspad gerealiseerd, als onderdeel van het hoofdfietsnetwerk van gemeente. Deze fietsverbinding verbindt in de toekomst de N802/Scherpenseelseweg met o.a.

het centrum. De hoofdstructuur van de toekomstige verkeerssituatie is te zien op de onderstaande afbeelding. Deze afbeelding komt uit het geactualiseerde stedenbouwkundige plan voor De Burgt d.d. 28 mei 2021. De uiteindelijke uitwerking op wijkniveau kan iets afwijken.

Afbeelding 16 Verkeerssituatie Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van het te ontwikkelen plan te bepalen, is gebruik gemaakt van de CROW 48

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost publicatie Toekomstbestendig Parkeren uit 2018. In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van het plan voor de verschillende type woningen opgenomen.

Type Woning

CROW-categorie

Sociale huur app.

131Sociale huur rij

Gemiddelde norm

Bewegingen per etmaal

Huur, appartement, 32 midden/goedkoop (incl. sociale huur)

4,1

131,2

Huur, huis, sociale huur 8

5,6

44,8

Beneden-Boven-woning Huur, appartement, 12 midden/goedkoop (incl. sociale huur)

4,1

49,2

Rug-aan-Rug

Koop, huis, sociale koop

16

7,4

118,4

Sociale koop rij

Koop, huis, tussen

22

7,4

162,8

Middelduur rij

Koop, huis, tussen

49

7,4

362,6

Vrije sector bungalow

Koop, huis, Tussen/hoek

10

7,4

74,0

Vrije sector hoek (+garage)

Koop, huis, hoek

39

7,4

288,6

Vrije sector 2-onder-1 kap

Koop, huis, 2-onder-1 kap

30

7,8

234,0

Vrije sector vrijstaand

Koop, huis, vrijstaand

8

8,2

65,6

Totaal

Aantal Woningen

226

1.531,2

Met de voorgenomen ontwikkeling is er dus sprake van een toename van 1.531 verkeersbewegingen als gevolg van realisatie van de woningen in het plangebied. Doordat het plangebied op meerdere punten ontsloten wordt en er ook een nieuwe ontsluitingsweg wordt aangelegd, wordt de verkeersdruk door de nieuwe ontwikkeling op het bestaande verkeersnetwerk verspreid. Tevens hebben de bestaande wegen genoeg capaciteit om de verkeersbewegingen te verwerken. Gezien deze aspecten zorgt de voorgenomen ontwikkeling niet voor een verslechtering van de verkeerssituatie. Parkeren De aard en de omvang van de activiteiten waarin het bestemmingsplan voorziet, bepaalt het aantal benodigde parkeerplaatsen. Om de parkeerbehoefte vast te stellen, is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen uit 2020 van de gemeente Barneveld. In het parkeerbeleid is vastgelegd dat het plangebied zich in de 'rest bebouwde kom' in een 'matig stedelijk' gebied bevindt. In de parkeerbalans, die is opgenomen als bijlage bij § 3.4 van het uitgewerkte stedenbouwkundige plan (bijlage 35), zijn per type woning de parkeernorm en de parkeerbehoefte weergegeven. De totale parkeerbehoefte is 375 parkeerplaatsen. Er komen 238 parkeerplaatsen in openbaar gebied en 152 parkeerplaatsen op eigen terrein. Er komen dus voldoende parkeerplaatsen in het plangebied. De woonblokken zijn te zien op de kaart in bijlage 31.

In totaliteit is voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de Nota Parkeernormen. De balans per deelgebied verschilt, maar er is overloop mogelijk tussen de deelgebieden. De conclusie is dat de voorgenomen parkeercapaciteit voorziet in de totale netto parkeerbehoefte. Bijlage 48 betreft de actuele parkeerbalans uit 2023.

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

49

De Lanen-Oost

5.16

Water

Op 5 augustus 2021 heeft Waterschap Vallei en Veluwe de primaire watertoets uitgevoerd (bijlage 47). In opdracht van bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. heeft civieltechnisch adviesbureau Drong Omgeving & Techniek uit Barneveld vervolgens een waterhuishoudingsplan opgesteld voor plangebied "De Lanen-Oost" (bijlage 44). Dit rapport adviseert aan de hand van het waterhuishoudingsplan en riooltechnische gebiedsanalyse en vigerende ontwerpuitgangspunten over de inpassing van de water- en rioolopgave binnen de planontwikkeling. Met als doel het verkrijgen van een klimaatbestendig, waterbewust en onderhoudsvriendelijke woonwijk. Dit plan beschrijft voor de bestaande situatie de aspecten hoogteligging, bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater en riolering en geeft aan hoe de waterhuishouding en riolering in het plangebied geregeld kunnen worden. Dit wordt hieronder samengevat weergegeven. Dit rapport wordt ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan verder uitgewerkt in een definitief waterhuishoudingsplan. Gebiedsinventarisatie Op basis van de Algemene Hoogtekaart Nederland is het maaiveldverloop inzichtelijk gemaakt. In het zuiden van het plangebied ligt het maaiveld het laagst op 4,45 m NAP. Het overige deel varieert in hoogte van 4,85 m NAP tot 5,35 m NAP. Op basis van boringen is vastgesteld dat er een gemiddelde variatie in de bodemopbouw aanwezig is.

Het terrein bestaat vrijwel geheel uit matig fijn, zwak tot matig siltig zand. Bij enkele boringen is een zwak grindige zandlaag of kleilaag aangetroffen. Op basis van 4 bestaande peilbuizen is in de periode van 2003-2011 informatie beschikbaar. De GHG ligt ca. 0,25 m onder het bestaande maaiveld, conform het masterplan van de Burgt. Bestaande peilbuisgegevens in de nabijheid van het plangebied varieert de GLG tussen de 8.15+ en 8.30+ (Scherpenzeelseweg en de Woudse Erven). De onlangs gemeten nieuwe peilbuizen geven een variatie van de GLG tussen de 7.93+ en de 7.64+ N.A.P. Aangezien deze lager zijn dan de historische gegevens, zullen deze als uitgangspunt dienen. Volgens de kwelkaart van de klimaateffect-atlas treedt er in het plangebied enige kwel op (0,5 tot 1 mm/dag). Deze kwel beïnvloedt in samenhang met de neerslagsituaties de grondwaterstanden. Vanuit het bodemonderzoek dat heeft plaatsgevonden is het de verwachting dat de bodem beschikt over een matige tot redelijk waterdoorlatendheid. Hier zal nog aanvullend onderzoek voor worden uitgevoerd, om dit met zekerheid vast te stellen. Aan de noordzijde ligt een singel langs de Burgemeester Labreelaan: A-water WL109106 deze heeft een stuwpeil van NAP+7,99 m en voert in westelijke richting af. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de bestaande watergang langs de Scherpenzeelseweg.

Deze heeft een bodemhoogte van NAP +7.59 m. De gemeten waterlijn ter hoogte van de kruising Scherpenzeelseweg/Nederwoudseweg NAP +7,70 m (augustus 2022) en NAP +7.76 m (sept. 2014). De duiker onder de Scherpenzeelseweg, aansluitend op de Modderbeek ligt op +7.16 m NAP. Aan de randen en door het midden van het plangebied lopen een aantal greppels, deze landbouwgreppels voeren grotendeels af op de bovengenoemde watergang langs de Scherpenzeelseweg. Hemelwater De planontwikkeling mag volgens de Keur van het Waterschap Vallei en Veluwe niet leiden tot meer afvoer van hemelwater dan in de huidige situatie (de zogenaamde landelijke afvoer). Dit betekent dat er waterberging in het plangebied nodig is met een gedoseerde afvoer naar het watersysteem buiten het plangebied. Het ontwerp van de waterbergingszones is erop gericht dat de maatgevende bui van het Waterschap Vallei 50

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost en Veluwe (statische bui 60 mm) wordt vastgehouden. Er dient in totaal 60 mm berging gerealiseerd te worden, gerekend over het totale verhard oppervlak van de woonwijk, dit bedraagt 43.363 m2. Voor de rondweg wordt gerekend met de toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie, hierbij gaat het om 10.269 m2 verhard oppervlak. Bergingsopgave De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van wadi's, opstuwen van watergangen en een singel en het toepassen van infiltratie kratten op de percelen. Met de wadi's wordt totaal 1.044 m3 berging gerealiseerd, watergang en singel 3.041 m3 en op de percelen 224 m3. Wadi's In de woonwijk worden 13 wadi's en 2 zaksloten gerealiseerd goed voor totaal 1.044 m3 berging. Per niveau hebben de wadi's dezelfde bodemhoogte. De wadi's worden zoveel mogelijk door oppervlakkig afwatering gevuld. De wadi's van hetzelfde niveau staan in verbinding met elkaar om een geheel te vormen. Overtollig hemelwater voert via de overstort naar DT-stelsel die onder de wadi's komen. De DT-stelsels stromen af naar de zuidelijke watergang waar voldoende berging capaciteit aanwezig is. Diameter van DT-stelsel wordt nog via een berekening bepaald. Watergang en De Singel De zuidelijke watergang wordt verbreed om ruimte te creëren voor waterberging. Hier wordt een stuw met geknepen doorlaat toegepast.

De watergang krijgt een beheerpeil van 8,10m +NAP. Met behulp van de stuw loopt het peil op tot een maximum van 8,60m +NAP. Het overtollige water stroomt via de bestaande watergangen af naar de B-watergang aan de westzijde van de Burgemeester Aschofflaan. De totale toename in waterberging in de zuidelijke watergang, de greppels langs de Burgemeester Aschofflaan en de overloopgebieden bedraagt 1.939 m3. Aan de noordzijde, ten noorden van de rondweg word een singel gerealiseerd. Hier wordt het aangrenzende deel van rondweg en gedeelte van de woonwijk op afgewaterd. De singel krijgt een waterpeil van 8,50 m +NAP en krijgt een stuwhoogte van 0,50 m om berging te realiseren. Hiermee bedraagt het maximale waterpeil 9,00 m +NAP. De drempel/stuw zit voor/in de duiker daar waar de A-watergang de Labreelaan kruist. De totaal beschikbare berging in de singel bedraagt 1.102 m3. Infiltratiekratten percelen Elke grondgebonden woningen wordt voorzien van 1,2 m3 aan infiltratiekratten per woning. Totaal zijn dit 187 woningen, wat neerkomt op een beschikbare berging van 224 m3 waterberging. Het hemelwater en de overstort van de infiltratiekratten van de particuliere percelen dienen aan de perceelgrens aan de voorzijde bovengronds aangeboden te worden. De openbare wegen voeren het hemelwater van alle openbare verhardingen en het water van de particuliere percelen bovengronds af naar de wadi's.

Er is een hoogteplan op hoofdlijnen (woningen, wegen) opgesteld dat laat zien dat bovengrondse afvoer grotendeels mogelijk is. Het vloerpeil van de woningen ligt altijd hoger dan de openbare ruimte. Bij bovengrondse afwatering is water op straat acceptabel zo lang het geen schade veroorzaakt en de situatie beperkt blijft tot stroming over de rijbaan. Door grotendeels bovengrondse hemelwater af te voer blijft het water zichtbaar en draagt het bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem. Het hemelwater in de achterpaden moet door afschot richting de openbare weg plaatsvinden. Open verharding Alle openbare parkeervoorzieningen, opritten en een deel van de wandelpaden in het gebied worden voorzien van waterpasserende bestrating of halfverharding. Deze oppervlakte wordt niet toegerekend aan de benodigde waterberging. Grondwater De grondwaterstanden worden mede bepaald door de ligging en diepte van watergangen in en rondom het plangebied. Door de bestaande watergangen zoveel mogelijk te behouden en de wadi-zones van een drainageafvoer te voorzien is het risico op vernatting minder. De drainage onder de wadi's zorgt naast lediging ook voor grondwaterbeheersing. Grondwateroverlast wordt ook voorkomen door het plangebied op te hogen. Hierbij wordt rekening "De Lanen-Oost" (vastgesteld)

51

De Lanen-Oost gehouden met de beoogde ontwateringsdiepten (verschil in hoogte tussen maaiveld en Gemiddeld Hoogste Grondwaterstanden) voor woningen, straten, groen en wadi's zoals genoemd in de Standaard Ontwerp- en Materiaaleisen van de gemeente Barneveld. Ten opzichte van het huidige maaiveldniveau wordt het gebied opgehoogd. De wegpeilen in de wijk worden opgehoogd tot een niveau tussen 9,20 m +NAP en 10,40 m +NAP. De vloerpeilen van de woningen komen ca. 0,30 m hoger te liggen dan het wegpeil. Deze varieert hiermee tussen 9,60 m +NAP en 10,60 m +NAP. Met de ontwateringseisen die gehaald dienen te worden en de GHG die op slecht 0,25 m -mv ligt dient het gebied gemiddeld 0,45 m opgehoogd te worden. Huishoudelijk afvalwater Voor het toekomstige DWA-stelsel wordt een hoofdstreng onder vrijverval ten noorden van De Lanen-Oost gelegd. Deze streng wordt onder een afschot van 2‰ zo diep mogelijk gelegd ten behoeve van latere aansluiting van toekomstige ontwikkelingen van De Burgt III. Deze hoofdstreng loopt af richting De Lanen West, waar het aansluit op de Willemarslaan met een b.o.b. van 5.01 m +NAP. De DWA-strengen in de Lanen-Oost sluiten op dit DWA-stelsel aan. Rioolstreng vanaf Woudse Erven I naar de inspectieput in de Willemarslaan, krijgt een diameter van 400 mm. Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woonwijk wordt onder vrij verval ingezameld.

De verwachting is dat circa 738 wooneenheden het vuilwater afvoeren naar het hoofdriool in De Lanen-Oost. Duurzaamheid aandachtpunten In het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en het vergroten van het klimaatbewustzijn onder bewoners worden de volgende aanvullende maatregelen genomen: Het toepassen van een regenton per perceel; Het toepassen van waterpasserende verharding in de parkeerplaatsen van de parkeerkoffers; Eis van tenminste 1 m3 waterberging op eigen terrein toe te passen; Het zoveel mogelijk bovengronds afvoeren van hemelwater. In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen in principe geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien vanwege zwaarwegende argumenten toch uitlogende materialen worden voorgesteld, is de voorwaarde dat ze jaarlijks gecoat worden om diffuse waterverontreinigingen te voorkomen. Watervergunning Voor de realisatie van de woonwijk is een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe nodig. De watervergunning is minimaal noodzakelijk voor de toename aan verhard oppervlak, het herinrichten van watergangen en voorzieningen voor de waterberging.

De bijlagen 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, en 47 van de toelichting bij het bestemmingsplan liggen ten grondslag aan van deze waterparagraaf en vormen samen de onderbouwing.

52

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.

6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel. Als bijvoorbeeld wordt aangegeven onder de bestemming 'Wonen - 1': 'de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m2, [...].' wordt bedoeld dat de maximum oppervlakte die is aangegeven op de verbonden vlakken als één maximum voor beide vlakken geldt en niet voor beiden afzonderlijk.

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

53

De Lanen-Oost

6.1.1.2

Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.

6.1.2 6.1.2.1

Bestemmingsregels Bestemming 'Groen'

Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden wijkparken, grotere groenelementen op buurt- of blokniveau, groen om wegen en waterlopen en wadi's verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. In de omschrijving van de bestemming 'Groen' staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (et cetera) 'met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen'. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer sprake is van landschappelijke waarden wordt aan de hand van de geldende bestemming en de eigendomssituatie bepaald welke bestemming wordt toegekend.

Bij gemeentelijk eigendom kan het hierbij gaan om diverse bestemmingen, zoals 'Groen' en 'Verkeer' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap'. Bij particulier eigendom kan het gaan om de bestemming 'Tuin', met de aanduiding 'groen'. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels voor de aanleg van in- en uitritten. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen.

6.1.2.2

Bestemming 'Tuin'

De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. Buiten het bouwvlak is tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn geen bebouwing toegestaan. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak is ondergeschikt. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'groen' is aangegeven, is de grond alleen bestemd voor groen. Bouwwerken en verharding zijn niet toegestaan. De aanduidingen 'geluidscherm' en 'groen' komen niet voor op de verbeelding van het bestemmingsplan 'de Lanen-Oost' bij gronden waaraan de bestemming 'Tuin' is toegekend. Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan; deze bouwwerken dienen ruimtelijk ondergeschikt 54

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost te zijn aan het hoofdgebouw. De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Deze hiërarchie vertaalt zich ruimtelijk enerzijds in de massa van de gebouwen, het hoofdgebouw, het woonhuis is groter dan het bijbehorende bouwwerk. Anderzijds is dit terug te zien in de positionering van de massa's, de bijbehorende bouwwerken staan achter het hoofdgebouw. De regel is dat het bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het woonhuis staat. Indien dit niet wordt nageleefd is het bijgebouw te dominant aanwezig en verstoord het de hierboven omschreven hiërarchische opbouw van de bouwmassa's. Naast een heldere hiërarchische opbouw moet verrommeling van het straatbeeld zoveel mogelijk worden voorkomen. Als in het bestemmingsplan er bewust voor is gekozen om geen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel toe te staan dan dient hieraan vastgehouden te worden. Latere toevoegingen van bijbehorende bouwwerken, die voor de voorgevel van het woonhuis staan, geven een rommelig beeld en leveren daarmee een negatieve uitstraling op het totale straatbeeld. Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten.

Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat. Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en ruimte uit de straat ontnomen. Vanuit bovenstaande argumenten moet een bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staan, waarbij carports ook onder de noemer bijbehorende bouwwerk vallen en erkers zijn uitgezonderd.

6.1.2.3

Bestemming 'Verkeer'

De bestemming 'Verkeer' wordt opgenomen voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden. Daarnaast zijn parkeer-, groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Evenals waterhuishoudkundige doeleinden en bermen. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat dan op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'pad' is aangegeven, is de grond alleen voor pad bestemd. Hiermee wordt voorkomen dat auto's gebruik kunnen maken van het pad. Dit is van belang als het fiets- of voetpad twee wijken verbindt.

6.1.2.4

Bestemming 'Water'

Alleen wanneer het water een belangrijk element vormt in zijn omgeving dan wel van groot belang is voor de waterhuishouding, wordt de bestemming 'Water' toegekend. Ook kan de bestemming 'Waterstaat-waterlopen' toegepast worden indien het bijvoorbeeld gaat om een waterloop welke ondergronds of via een overkluisd gedeelte loopt. In de andere gevallen valt water onder de bestemming 'Groen'.

6.1.2.5

Bestemming 'Wonen-1'

De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150m2. In uitzonderingsgevallen is er een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding weergegeven. "De Lanen-Oost" (vastgesteld)

55

De Lanen-Oost

Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden. Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden. Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing.

In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is het mogelijk af te wijken van de gebruiksregels voor een bed & breakfast. Ter voorkoming van het ontstaan van een zelfstandige wooneenheid wordt geen keukenblok toegestaan in een bed & breakfast. Een keukenblok wordt niet noodzakelijk geacht voor een bed & breakfast, omdat de verzorging van bed & breakfast zich beperkt tot logies en ontbijt. Tevens wordt hiermee de kans op permanente bewoning tegengegaan.

6.1.2.6

Bestemming 'Wonen-2'

De bestemming 'Wonen-2' wordt opgenomen wanneer sprake is van gestapelde woningen. Bij de bestemming 'Wonen-2' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn.

6.1.3 6.1.3.1

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

56

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost

6.1.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 10.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven.

6.1.3.3

Algemene gebruiksregels

Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.

6.1.3.4

Algemene aanduidingsregels

De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. Bij wijzigingen en herzieningen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In dit geval is de voorwaardelijke verplichting gericht op de instandhouding van parkeerplaatsen.

6.1.3.5

Algemene afwijkingsregels

Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.

De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.

6.1.3.6

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein.

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

57

De Lanen-Oost

6.1.3.7

Algemene procedureregels

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.

6.1.4 6.1.4.1

Overgangs- en slotregels Overgangsregels

Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

6.1.4.2

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.2

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: 58

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

59

De Lanen-Oost

Hoofdstuk 7 7.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Kostenverhaal en zekerstellingen

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het plan de bouw van 226 woningen (artikel 6.2.1 Bro) mogelijk maakt, is dit aan de orde. Doordat (i) het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden hierdoor anderszins verzekerd is, (ii) het bepalen van een tijdvak of fasering en (iii) het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een bepaling opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst (artikel 2.14.6).

60

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De Lanen-Oost

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 23 december 2021 in het Gemeenteblad (nr. 469125) en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1

Participatie

De voorbereiding van bestemmingsplan "De Lanen-Oost" is gestart in december 2021. Dit is vóór de vaststelling van het participatiebeleid. Op 20 april 2022 heeft de raad het “Participatiebeleid Gemeente Barneveld” vastgesteld. Vanzelfsprekend is in dit geval het toentertijd nog niet tot stand gekomen beleid dan ook niet toegepast. Er is al wel gehandeld in de geest van het nieuwe beleid. In een vroegtijdig stadium van de voorbereiding van het bestemmingsplan is aan een ieder gevraagd om een inspraakreactie over het voorontwerp in te dienen en op die manier te adviseren over de planvorming. Zo is de opzet van de woonwijk voorgelegd aan de omgeving. In de volgende fase van de voorbereiding van het bestemmingsplan is de omgeving opnieuw betrokken door de gelegenheid te geven om een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp-bestemmingsplan. Op 19 april 2023 hebben vertegenwoordigers van de gemeente in samenwerking met de externe projectontwikkelaar een informatiebijeenkomst verzorgd ten behoeve van omwonenden aan het begin van de inzageperiode. Een ieder kreeg ruim voldoende gelegenheid om kennis te nemen van het plan onder meer via de informatiebijeenkomst. Er is publicitaire aandacht voor het plan via de projectwebsite, de digitale nieuwsbrief, een audiovisuele presentatie, social media en aankondigingen in de Barneveldse Krant.

Het streven was om transparant te zijn over de delen van het plan die wel of juist niet ter discussie kunnen worden gesteld. Zaken die vaststaan (zoals de verdeling in woningbouwcategorieën) werden als zodanig benoemd.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader hiervan wordt het bestemmingsplan voor overleg aan onderstaande instanties toegezonden: KPN Liander N.V. Natuur en Milieu Gelderland N.V. Nederlandse Gasunie Provincie Gelderland Tennet Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Vitens N.V. Waterschap Vallei en Veluwe Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. "De Lanen-Oost" (vastgesteld)

61

De Lanen-Oost

Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Gelet op de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft geen vooroverleg plaatsgevonden, aangezien de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) geen adviserende en coördinerende rol meer heeft met betrekking tot de advisering over een voorontwerp betreffende gemeentelijke ruimtelijke plannen. Nu er sprake is van een gemeentelijk ruimtelijk plan, waarbij er geen nationale rijksbelangen aan de orde zijn en de betrokken rijksdiensten niet als direct belanghebbende zijn aan te merken, behoeft het plan niet voor vooroverleg naar de ILT opgestuurd te worden.

8.3

Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 2 tot en met 15 september 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een reactie over het plan naar voren te brengen. Tijdens deze twee weken is één reactie ingediend. Deze reacties hebben niet geleid tot aanpassing van het plan. In bijlage 27 bij deze toelichting van het bestemmingsplan is het inspraakverslag bijgevoegd.

8.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft - tezamen met de overige stukken - van 7 april tot en met 18 mei 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken is één zienswijze naar voren gebracht. Deze reacties hebben geleid tot aanpassing van het plan. In bijlage 28 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is de Nota Zienswijzen bijgevoegd.

62

"De Lanen-Oost" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e018926b-839d-4f74-9b5b-d43d04bbd2fe