CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 34 Quickscan natuurtoets (2022) (1)

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan De Lanen-Oost, Barneveld12.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QuickScan Natuurwetgeving De Burgt III R. van de Mheen BV 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Contactpersoon JASPER OSTERTHUN Specialist

M +31 6 2706 0600 E jasper.osterthun@arcadis.co,

2

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Leeswijzer

5

Projectgebied en ingreep

6

2.1

Huidige situatie

6

2.2

Voorgenomen ingreep

7

Wet natuurbescherming; soortenbescherming

9

3.1

Methodiek

9

3.2

Resultaten

9

3.3

Effectenbeschrijving

19

3.4

Toetsing

21

3.4.1.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

21

3.4.1.2

Overtreding verbodsbepalingen

22

3.5

Vervolgstappen

23

3.5.1

Mitigerende maatregelen

23

3.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

23

3.5.3

Volledigheid actuele onderzoeksgegevens

25

3.5.4

Conclusie soortgericht onderzoek

26

3.5.5

Ontheffing Wnb

26

Wet natuurbescherming; gebiedsbescherming

28

4.1

Methode

28

4.2

Ligging

28

4.3

Effecten

29

4.4

Conclusie

29

Gelders Natuurnetwerk

30

5.1

30

Methode

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

6

7

5.2

Ligging

30

5.3

Effecten

31

5.4

Conclusie

31

Conclusie en vervolgstappen

32

6.1

Wet natuurbescherming; soortenbescherming

32

6.2

Wet natuurbescherming; gebiedsbescherming

33

6.3

Gelders Natuurnetwerk

33

Bronnen

34

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Wet natuurbescherming

35

Bijlage B Wettelijke kader Gelders Natuurnetwerk

39

Bijlage C Foto-impressie projectgebied

41

Colofon

45

4

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. heeft het voornemen om in het zuiden van Barneveld (provincie Gelderland) een woonwijk te realiseren, genaamd de Burgt III. Bij dergelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met vigerende natuurwetgeving betreffende beschermde soorten en gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn soorten en gebieden (Natura 2000-gebieden) beschermd. In de omgevingsverordening van de provincie Gelderland is het Gelders Natuurnetwerk (GNN) opgenomen dat bescherming geniet. In 2020 en 2021 heeft het adviesbureau Buro Ontwerp & Omgeving diverse onderzoeken uitgevoerd. Door nieuwe ontwikkelingen binnen het projectgebied is het mogelijk dat de getroffen onderzoeksinspanning onvoldoende is, met als gevolg dat er opnieuw aanvullend onderzoek verricht moet worden. Arcadis is gevraagd om opnieuw een QuickScan uit te voeren waarbij alle mogelijke ecologische risico’s in beeld gebracht worden. Daarbij is ook bepaald of de bestaande actuele onderzoeksgegevens voor de onderbouwing gebruikt kunnen worden. Voorliggende rapportage betreft de QuickScan natuurwetgeving waarbij alle (mogelijke) ecologische risico’s en eventuele vervolgstappen, in het kader van de Wnb, in beeld gebracht zijn.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt het projectgebied en de ingreep. Hoofdstuk 3 gaat in op de soortenbescherming van de Wnb. Hoofdstuk 4 gaat in op de gebiedsbescherming van de Wnb. Hoofdstuk 5 behandelt het Gelder Natuurnetwerk. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en de volgstappen opgenomen. In hoofdstuk 7 zijn de bronnen terug te vinden. Bijlage A behandelt het wettelijk kader van de Wnb. In Bijlage B behandelt het wettelijk kader van de GNN. In bijlage B is de foto-impressie van het projectgebied en de directe omgeving opgenomen.

5

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

2

Projectgebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied is gelegen in het buitengebied ten zuiden van het stedelijk gebied van Barneveld (provincie Gelderland) en is omsloten door (percelen aan) de Nederwoudseweg, Burgemeester Aschofflaan en Scherpenzeelseweg, zie Figuur 1. Dit projectgebied bestaat uit agrarische erven, akkerland, grasland, houtsingels en bosschages. In het zuidwesten is het projectgebied reeds in ontwikkeling. Hier is een bedrijventerrein in ontwikkeling. Het opgaand groen ter hoogte van de Burgemeester Aschofflaan 1 is mogelijk door deze ontwikkeling deel verwijderd. De omgeving van het projectgebied bestaat uit het stedelijke gebied van Barneveld, gelegen ten westen, noorden en oosten. Het zuiden van het projectgebied bestaat voornamelijk uit agrarisch buitengebied. In bijlage B is een foto-impressie van het projectgebied opgenomen.

Figuur 1 Luchtfoto met het projectgebied rood omkaderd. Het erf van Nederwoudseweg 25 (geel omkaderd) is buiten beschouwing gelaten. Opgaand groen wat reeds verwijderd is (paarse belijning)

6

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

2.2

Voorgenomen ingreep

Binnen het projectgebied wordt een woonwijk gerealiseerd, zie Figuur 2. Dit zal hoofdzakelijk uit woningen bestaan. De werkzaamheden starten met het bouwrijp maken van het projectgebied. De ontwikkelingen zien er als volgt uit: • • • •

Het erf van Nederwoudseweg 68 en 86 zal geruimd worden. Het erf van Nederwoudseweg 25 zal herontwikkeld worden. In overleg met de opdrachtgever is besloten om dit erf niet mee te nemen in voorliggende QuickScan. Aanwezig akkerland en groen (zoals grasland, ruigte, struweel en bomen) zal verwijderd worden. Een aantal groenstructuren blijven behouden, zie Figuur 3.

Het erf van Nederwoudseweg 70 valt buiten het projectgebied, hier vinden geen werkzaamheden plaats. De werkzaamheden starten naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023. Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond is onbekend.

Figuur 2 Ontwerp met het stedenbouwkundig ontwerp van de Burgt III in Barneveld

7

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Figuur 3 Luchtfoto met projectgebied de Burgt (rood omkaderd) met opgaand groen dat behouden blijft (groen omkaderd)

8

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

3

Wet natuurbescherming; soortenbescherming

3.1

Methodiek

Er zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. In 2021 is door Buro en Ontwerp onderzoek verricht naar beschermde soorten door middel van een QuickScan en aanvullend soortgericht onderzoek (Buro en ontwerp, 2021). Deze documenten zijn gecontroleerd op kwaliteit en de onderzoekinspanning die conform Wnb noodzakelijk is om gedegen uitspraken te kunnen doen over aanwezigheid van beschermde soorten. Voor het bepalen van de noodzakelijke inspanning is gebruik gemaakt van expert judgement en vigerende protocollen/kennisdocumenten. Waarnemingen van beschermde soorten door Buro Ontwerp & Omgeving zijn in voorliggende QuickScan meegenomen met het bureauonderzoek. Voor actuele waarnemingen van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (februari 2017 – februari 2022). In een kilometerhok rondom het projectgebied is onderzocht welke soorten zijn waargenomen. Aanvullend is door middel van www.verspreidingsatlas.nl onderzocht of het projectgebied binnen het verspreidingsgebied van beschermde soorten ligt. De bevindingen van het bureauonderzoek zijn input voor het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 13 januari 2022 door Jasper Osterthun, ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden waren als volgt: 6°C, bewolkt en een windkracht van 2/3 Bft.

Het veldbezoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het projectgebied een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is gelet of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast. Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden aan de orde zijn. Indien negatieve effecten uitgesloten zijn, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien mogelijk wel sprake is van een negatief effect is getoetst of en zo ja, welke verbodsbepaling van de Wnb mogelijk overtreden worden. Hieruit volgt beschrijving van de vervolgstappen die getroffen moeten worden om overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen.

3.2

Resultaten

In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven of en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk voorkomen binnen het projectgebied, op basis van zowel het bureauonderzoek als veldbezoek. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het projectgebied per relevante soortgroep Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Conclusie Flora Bureauonderzoek Beschermde planten Binnen het projectgebied en de omgeving zijn geen waarnemingen bekend komen niet voor. van beschermde plantensoorten (NDFF). Het projectgebied grenst aan het verspreidingsgebied van glad biggenkruid (verspreidingsatlas.nl). Op basis van het bureauonderzoek zijn andere beschermde plantensoorten uitgesloten. Veldbezoek Het projectgebied bestaat voornamelijk uit gras- en akkerlanden. Gelet op de dichtheid van de grasmat van het grasland en het agrarisch gebruik, is hier sprake is van een voedselrijk bodem. Glad biggenkruid is een soort van voedselarme omstandigheden. Binnen het projectgebied zijn dan ook geen waarnemingen bekend van glad biggenkruid (NDFF). Op basis van deze bevindingen is aanwezigheid van glad biggenkruid uitgesloten.

9

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Bureauonderzoek Binnen het projectgebied en/of de omgeving zijn waarnemingen bekend van broedvogels zoals pimpelmees, heggenmus, grote zilverreiger, krakeend en Turkse tortel (NDFF). Ter hoogte van Nederwoudseweg 86 zijn twee nesten van boerenzwaluw vastgesteld (Buro Ontwerp & Omgeving 2020). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels waargenomen zoals zwarte kraai, houtduif, vink en heggenmus. (Potentiële) nestplaatsen In de opgaande begroeiing zijn nesten aangetroffen, vermoedelijk van zwarte kraai en ekster, zie Figuur 4 t/m Figuur 6. De opgaande begroeiing binnen het projectgebied vormt een potentiële nestplaats van broedvogels zoals zwarte kraai, houtduif, ekster en winterkoning. In de gebouwen/schuren kan gebroed worden door broedvogels zoals spreeuw, koolmees en boerenzwaluw. Binnen het grasland en het akkerland is geen dekking aanwezig. Hier kan gebroed worden door weidevogels (bijvoorbeeld kievit). De opgaande begroeiing vormt echter een uitkijkpost voor predatoren zoals buizerd. Het projectgebied vormt daarom een weinig geschikte nestplaats voor weidevogels.

Foerageergebied De erven, bosschages, gras- en akkerlanden binnen het projectgebied vormt functioneel foerageergebied van broedvogels zoals hierboven genoemd.

Figuur 4 Luchtfoto projectgebied (rood omkaderd) met locatie van aangetroffen nesten. Nest vermoedelijke zwarte kraai: rood kruis. Nest ekster: geel kruis

10

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Conclusie Ruigte, struiken en bomen vormen een potentiële nestplaats van broedvogels zoals zwarte kraai, houtduif, ekster en winterkonink. Het gebouwen vormen een (potentiële) nestplaats van broedvogels zoals boerzwaluw en huiszwaluw. Het hele projectgebied is functioneel als foerageergebied.

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 5 Eén van de aangetroffen nesten (rood omcirkeld) aan de rand van het projectgebied, ten westen van Scherpenzeelseweg 10. Vermoedelijk van zwarte kraai

Figuur 6 Eén van de aangetroffen nesten (rood omcirkeld) aan de rand van het projectgebied, ter hoogte van Nederwoudseweg 68. Vermoedelijk van zwarte kraai Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

11

Bureauonderzoek Binnen het projectgebied en/of de omgeving zijn waarnemingen bekend van broedvogels zoals buizerd, sperwer, roek, ooievaar, huismus en gierzwaluw (NDFF). Ter hoogte van Nederwoudseweg 66 zijn 7 nestplaatsen van huismus vastgesteld (Buro Ontwerp en Omgeving, 2020). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten.

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Binnen het projectgebied zijn potentieel jaarrond beschermde nesten aanwezig. Naast nesten kan het projectgebied ook essentieel zijn als foerageergebied. Het gaat om broedvogels zoals buizerd, sperwer, havik, boomvalk,

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Veldbezoek Tijdens veldbezoek is één overvliegende buizerd waargenomen ter hoogte van de Burgemeester Aschofflaan en enkele roepende huismussen ter hoogte van de Nederwoudseweg 84. Volgens omwonende zijn steenuilen actief ter hoogte van Nederwoudseweg 51 en 70. (Potentiële) nestenplaatsen: • In de opgaande begroeiing ten zuidoosten van het projectgebied zijn twee nesten aangetroffen en in het westen is één nest aangetroffen. Deze nesten zijn vermoedelijk van zwarte kraai, zie Figuur 4 t/m Figuur 6. Het is echter niet uitgesloten dat hier (navolgend) gebroed kan worden door broedvogels zoals buizerd, sperwer, boomvalk en/of ransuil. • Binnen het projectgebied zijn erven aanwezig met voor broedvogels, zoals kerkuil en steenuil, toegankelijke schuren (Nederwoudseweg 68 en 86), zie Figuur 7 en Figuur 8. Hier zijn geen sporen, zoals braakballen en veren, van gebouwbewonende broedvogels aangetroffen . Deze schuren zijn echter niet volledig te inspecteren waardoor aanwezigheid van nesten rustplaatsen van kerkuil en steenuil niet volledig uitgesloten is. • De gebouwen (Nederwoudseweg 68 en 86) binnen het projectgebied hebben openingen ter hoogte van de dakrand en/of eerste rij dakpannen/regengoot, zie Figuur 8 en Figuur 9. Hierop gelet is aanwezigheid van nestplaatsen van huismus niet uitgesloten.

• De gierzwaluw is een soort van de stedelijke omgeving en leeft in kolonies. Het projectgebied is gelegen in het buitengebied. Voor een kolonie zijn de enkele nestmogelijkheden onvoldoende; aanwezigheid van gierzwaluw is uitgesloten. • Er zijn geen nesten van roek en ooievaar vastgesteld en aanwezigheid is daarmee uitgesloten. Foerageergebied Gelet op de potentiële nestplaatsen binnen het projectgebied en de omgeving, is het niet uitgesloten dat hier sprake is van essentieel foerageergebied voor broedvogels zoals buizerd, sperwer, boomvalk, ransuil, kerkuil, steenuil en huismus. De steenuil en huismus zijn gebonden aan de directe omgeving van de nestplaats waar voedsel en dekking aanwezig moet zijn. De erven binnen het projectgebied zijn hiervoor functioneel, zie Figuur 10. Buizerd, sperwer, havik, boomvalk, ransuil en kerkuil hebben een relatief groot territorium en zijn niet of minder gebonden aan de directe omgeving en kunnen ook buiten het projectgebied foerageren. Roek en ooievaar kunnen binnen het projectgebied foerageren maar aangezien nesten binnen het plangebied en omgeving ontbreken gaat het hier om niet essentieel foerageergebied.

12

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Conclusie ransuil, kerkuil, steenuil en huismus.

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Figuur 7 Openingen in schuur ter hoogte van Nederwoudseweg 68 waardoor gebouw mogelijk functioneert als nest- en/of rustplaats van steenuil en/of kerkuil

Figuur 8 Schuur ter hoogte van Nederwoudseweg 86 met potentiële nestplaatsen in de constructie en klimop (rood omcirkeld en rode pijl)

13

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 9 Woning aan de Nederwoudseweg 68 waar mogelijk gebroed kan worden door huismus ter hoogte van de eerste rij dakpannen/dakgoot en dakkapel

Figuur 10 Luchtfoto projectgebied (rood omkaderd) met mogelijk essentieel leefgebied (nestplaats en/of foerageergebied) van steenuil , kerkuil en huismus (geel omkaderd) Grondgebonden zoogdieren

14

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van egel, konijn, haas, bosmuis, bunzing, ree, huisspitsmuis, wezel, boommarter, eekhoorn en ree (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van vos, hermelijn, das en algemeen voorkomende muisachtigen zoals veldmuis, huismuis en rosse woelmuis (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Bevindingen: • Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden zoogdieren noch sporen waargenomen.

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Het projectgebied vormt functioneel leefgebied van verschillende grondgebonden zoogdieren. Essentieel leefgebied van relatief kleine grondgebonden zoogdieren (marterachtigen, egel, eekhoorn, haas en

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat • Het veldbezoek geeft voldoende inzicht in het voorkomen van verblijfplaatsen van vos, konijn en das; afwezigheid is vastgesteld. Door deze soorten kan hier wel gefoerageerd worden. Gelet op het ontbreken van verblijfplaatsen en de omgeving bestaande uit infrastructuur en het stedelijk gebied (verstoring), is het uitgesloten dat het hier gaat om essentieel foerageergebied. • Binnen het projectgebied zijn dekkingsmogelijkheden aanwezig zoals houtsingels, ruigtestroken en erven met rommelhoekjes. Aanwezigheid van verblijfplaatsen egel, wezel, hermelijn, bunzing, boommarter, steenmarter en muisachtigen is niet uitgesloten. De lijnvormige structuren zoals ruigtestroken en houtsingels kunnen naast foerageergebied ook functioneren als verbinding tussen leefgebieden. • De haas komt voor in het agrarisch buitengebied en wordt binnen het projectgebied verwacht. De haas verblijft in onder andere ruigte stroken en maakt geen gebruik van verblijfplaatsen zoals holen. • De eekhoorn is gebonden aan bossen. Er zijn enkele houtsingels en bosschages aanwezig. Deze bosschage liggen geïsoleerd ten opzichte van bossen in de omgeving. Er zijn geen potentiële verblijfplaatsen aangetroffen. Aanwezigheid wordt niet verwacht maar kan op basis van het veldbezoek niet volledig uitgesloten worden.

• De ree is gebonden aan dekkingsmogelijkheden waar rust gevonden kan worden. De opgaande begroeiing is gelegen aan de rand van het stedelijk gebied. Er zijn daarom weinig tot geen rustplaatsen aanwezig. Essentieel leefgebied van ree is daarom uitgesloten.

Conclusie algemeen voorkomende muisachtigen) is niet uitgesloten. Andere grondgebonden (bijvoorbeeld ree en vos) kunnen mogelijk wel voorkomen, het projectgebied vormt echter geen essentieel foerageergebied.

Vleermuizen

Bureauonderzoek Uit actueel vleermuizenonderzoek (Buro Ontwerp & Omgeving, 2020) is het volgende gebleken: • Binnen het projectgebied en/of de omgeving komen vleermuissoorten voor zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. • De houtsingel en bosschage ter hoogte van de Nederwoudseweg 68 functioneren als vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. • De woning van Nederwoudseweg 68 functioneert als paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. • Rosse vleermuis en gewone grootvleermuis is een enkele keer overvliegend waargenomen. Van deze vleermuissoorten zijn geen essentiële functie vastgesteld. In de omgeving van het projectgebied zijn, naast de waargenomen vleermuissoorten (Buro Ontwerp & Omgeving, 2021), waarnemingen bekend van ruige dwergvleermuis (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van watervleermuis, meervleermuis en franjestaart (verspreidingsatlas.nl). Franjestaart is een typische soort van een bosrijke omgeving en wordt daarom niet verwacht. Ter hoogte van Nederwoudseweg 68 zijn echter wel bosschages aanwezig en daarom kan aanwezigheid franjestaart niet uitgesloten worden. Meervleermuis is gebonden aan plassen, vaarten en andere relatief grote oppervlaktewateren. Om circa 1 kilometer ligt de Veenderplas en daarom kan aanwezigheid van meervleermuis niet op voorhand uitgesloten worden.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn vleermuizen noch sporen waargenomen, maar wel potentiële verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden.

Binnen het projectgebied zijn gebouwen aanwezig die (mogelijk) in gebruik zijn verblijfplaats. Er is één boomhole aanwezig waar ook door vleermuizen verblijft kan worden. Opgaand groen vormt mogelijk een essentieel onderdeel van een foerageergebied of vliegroute. Het gaat om vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en franjestaart.

Verblijfplaatsen - gebouwen: • Ter hoogte van Nederwoudseweg 68 zijn een woning en verschillende schuren aanwezig. Bij deze gebouwen zijn diverse openingen bij de dakrand en/of gevel aangetroffen, zie Figuur 11 t/m Figuur 13. Het is daarom niet uitgesloten dat hier vleermuizen in de constructie verblijven. • Ter hoogte van Nederwoudseweg 84 is een schuur aanwezig. Bij de dakrand zijn diverse openingen aanwezig (zie Figuur 11 en Figuur 14) waardoor gebouwbewonende vleermuizen hier mogelijk in de constructie 15

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat kunnen verblijven. Ook zijn open delen aanwezig die gebruikt kunnen worden als hangplek van gewone grootoorvleermuis. • Gebouwbewonende vleermuissoorten die conform bureauonderzoek en op basis van expert judgement niet uitgesloten kunnen worden: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis franjestaart en meervleermuis. Verblijfplaatsen - bomen: • In één houtsingel is een spechtengat in een zwarte els aangetroffen. Deze houtsingel staat niet in verbinding met andere groenstructuren waardoor boombewonende vleermuissoorten niet worden verwacht. Aanwezigheid kan echter niet op basis van deze QuickScan worden uitgesloten. • Het is niet uitgesloten dat in de bosschage, ter hoogte van het Nederwoudseweg 68, boomholtes aanwezig zijn. Watervleermuis en rosse vleermuis zijn typische boombewonende soorten. Binnen het projectgebied zijn geen aaneengesloten bossen aanwezig. Wel zijn ter hoogte van Nederwoudse 68 houtsingels en bosschages aanwezig. Gelet op de geïsoleerde ligging van deze bosschages ten opzichte van bossen in de omgeving wordt aanwezigheid van verblijfplaatsen van rosse vleermuis en watervleermuis niet verwacht. Op basis van de QuickScan is het echter niet volledig uitgesloten.

Vliegroutes De opgaande structuren (voornamelijk bosschages en houtsingels) binnen het projectgebied vormen een verbinding tussen (potentiële) verblijfplaatsen in de gebouwen en functioneel foerageergebied (opgaand groen), zie Figuur 11. Foerageergebied De relevante vleermuissoorten kunnen binnen het gehele projectgebied foerageren. Ter hoogte van opgaand groen (zie Figuur 11) is dekking aanwezig waardoor dit, in vergelijking tot het relatief kale agrarisch cultuurland en de “drukke” stedelijke omgeving, essentieel foerageergebied kan vormen.

Figuur 11 Luchtfoto met plangebied van de Burgt rood omkaderd. Eén of enkele gebouwen/schuren met potentiële verblijfplaats van vleermuizen (Nederwoudseweg 68; oranje kruis. Nederwoudseweg 86; geel kruis). Boom met holte; potentiële verblijfplaats vleermuizen niet uitgesloten (blauw kruis). Opgaand groen vormt een (potentiële) vliegroute en foerageergebied van vleermuizen (groene belijning). Opgaand groen wat reeds verwijderd is (paarse belijning)

16

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Conclusie

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Figuur 12 Woning van Nederwoudseweg 68 met open stootvoegen in de gevel (zie rode pijl); potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten

Figuur 13 Schuur ter hoogte van Nederwoudseweg 68 met opening bij de dakrand (zie rode pijl); potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten

17

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Conclusie

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 14 Schuur ter hoogte van Nederwoudseweg 86 met openingen ter hoogte van de dakrand (zie rode pijl); potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten Reptielen

Amfibieën

Vissen

18

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van ringslang en hazelworm (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van levendbarende hagedis (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn reptielen noch sporen waargenomen. Het projectgebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden en is omsloten door de stedelijke omgeving van Barneveld en het agrarische buitengebied en is omsloten door verschillende wegen. In de directe omgeving is geen natuurlijk oppervlaktewater, bos, heideterrein of ander potentieel leefgebied van reptielen aanwezig. Gelet op het agrarische en stedelijk karakter van het projectgebied en de directe omgeving de en geïsoleerde ligging ten opzichte van potentieel leefgebied in de omgeving, is aanwezigheid van reptielen uitgesloten. Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van bastaardkikker, poelkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van heikikker en rugstreeppad (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn amfibieën noch sporen waargenomen. Het projectgebied heeft een agrarisch karakter en ligt omsloten door stedelijk gebied en agrarisch buitengebied. Oppervlaktewater waar amfibieën mogelijk kunnen voortplanten ontbreekt.

Gelet op de bevindingen is aanwezigheid van essentieel leefgebied van amfibieën uitgesloten. Algemeen voorkomende amfibieën zoals gewone pad en bruine kikker kunnen relatief grote afstanden afleggen tussen land- en waterbiotoop (enkele kilometers) en incidenteel voorkomen is daarom niet uitgesloten. Bureauonderzoek Binnen het projectgebied is geen jaarrond waterhoudend oppervlaktewater aanwezig. Hierop gelet is aanwezigheid van vissen uitgesloten. Veldbezoek Zie bureauonderzoek.

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Reptielen komen niet voor.

Essentieel leefgebied van amfibieën ontbreekt. Incidenteel voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën zoals gewone pad en bruine kikker is niet uitgesloten.

Vissen komen niet voor.

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep Ongewervelden

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied is één waarneming bekend van teunisbloempijlstaart (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van gevlekte witsnuitlibel (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Het projectgebied bestaat voornamelijk uit agrarisch buitengebied en wordt intensief beheerd. De gevlekte witsnuitlibel is gebonden aan laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. Het projectgebied heeft een agrarisch karakter waar het leefgebied van gevlekte witsnuitlibel ontbreekt; aanwezigheid is uitgesloten.

Conclusie Aanwezigheid van gevlekte witsnuitlibel is uitgesloten. Geschikt leefgebied van teunisbloempijlstaart wordt niet verwacht maar kan niet volledig worden uitgesloten.

De teunisbloempijlstaart is gebonden aan open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Gelet op het agrarisch karakter van het projectgebied is dit leefgebied niet of nauwelijks aanwezig. Waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Dit zijn geen plantensoorten van het agrarisch buitengebied. Indien aanwezig zal dit sporadisch zijn. Geschikt leefgebied van teunisbloempijlstaart wordt daarom niet verwacht.

3.3

Effectenbeschrijving

In de onderstaande tabel is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep Mogelijke effecten Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

19

Nesten Het verwijderen van ruigte, struweel en bomen (o.a. potentiële nestplaats zwarte kraai, ekster en winterkonink) gedurende de broedperiode leidt mogelijk tot directe aantasting en verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel. Indien opgaand groen buiten de broedperiode verwijderd wordt zal dit mogelijk leiden tot een afname van nestmogelijkheden. Binnen het projectgebied blijft het opgaand groen, zoals ter hoogte van Nederwoudseweg 68, grotendeels behouden. Ook in omliggende erven, zoals Nederwoudseweg 80 en 84, is opgaand groen aanwezig waar nestmogelijkheden te vinden zijn. Voor broedvogels die in opgaand groen broeden, zoals zwarte kraai en ekster, zijn daarom voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving. Een afname van nestmogelijkheden, als gevolg van de ontwikkeling, is daarom te verwaarlozen. Broedvogels zoals boerenzwaluw en huiszwaluw zijn voor hun nestplaats gebonden aan gebouwen/schuren. Van de boerenzwaluw zijn nest bekend ter hoogte van Nederwoudseweg 86 (Buro Omgeving & Ontwerp, 2020). Door het verwijderen van de gebouwen/schuren binnen het projectgebied is het niet uitgesloten dat (het aanbod aan) essentiële nestplaatsen verdwijnen. Dit kan tot gevolg hebben dat een deelpopulatie van boerenzwaluw en/of huiszwaluw op de locatie verdwijnt.

Foerageergebied Het bouwrijp maken van erven en/of agrarische gronden leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied. Bij een gebrek van foerageergebied in de omgeving van een nestplaats kan dit tot gevolgen hebben dat deze verlaten wordt. Gelet op het behouden groen en de erven binnen het projectgebied en de omgeving zijn er verschillende foerageermogelijkheden aanwezig. Negatieve effecten op het aanbod aan foerageergebied, als gevolg van de ontwikkeling, is daarom te verwaarlozen. Nesten Het verwijderen van bomen en gebouwen met potentiële nestplaats van roofvogels (buizerd, sperwer, havik en boomvalk) en/of uilen (steenuil, kerkuil en ransuil) gedurende broedperiode (maart t/m augustus, maar kan de verandering van weersomstandigheden en/of andere factoren verschuiven) leidt mogelijk tot directe aantasting en verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel.

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Toetsing vereist? Ja

Ja

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Indien in de directe omgeving van een nestplaats een ruimtelijke verandering plaatsvindt kan dit leiden tot een verandering van de directe omgeving van een nestplaats waardoor deze ook verlaten kan worden. Dit is van toepassing op de potentiële jaarrond beschermde soorten Het verwijderen van bomen en gebouwen met een potentiële nestplaats van relevante broedvogels (zie hierboven) leidt mogelijk tot een afname van het aantal nestmogelijkheden. Deze broedvogels zijn gevoelig voor veranderingen waardoor verdwijning van een deelpopulatie niet uitgesloten is.

Grondgebonden zoogdieren

Foerageergebied Het bouwrijp maken van erven en/of agrarische gronden leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van relevante broedvogels. Bij een gebrek aan foerageergebied in de omgeving van een nestplaats kan dit tot gevolgen hebben dat deze verlaten wordt. Deze broedvogels zijn gevoelig voor veranderingen waardoor verdwijning van een deelpopulatie niet uitgesloten is. Verblijfplaatsen Het verwijderen van ruigte, struweel, bomen, rommelhoekjes en/of gebouwen met potentiële verblijfsmogelijkheden van marterachtigen, egel, haas en algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, leidt mogelijk tot verstoring en aantasting van verblijfplaatsen. Wezel, hermelijn, egel en muisachtigen leven o.a. in holen en/of rommelhoekjes en bij grondwerkzaamheden kunnen individuen verwond en/of gedood worden. Bij verstoring zullen hazen vluchten. Alleen jonge hazen zijn kwetsbaar en kunnen door de werkzaamheden verwond en/of gedood worden.

Ja

Binnen het projectgebied zijn geen bomen met een potentiële verblijfplaats van eekhoorn aangetroffen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van eekhoorn zijn uitgesloten. Foerageergebied Het bouwrijp maken van erven en/of agrarische gronden leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van relevante grondgebonden zoogdieren. Bij een gebrek aan foerageergebied in de omgeving van een verblijfplaats kan dit tot gevolgen hebben dat deze verlaten wordt. Grondgebonden zoogdieren zijn gevoelig voor veranderingen waardoor verdwijning van een deelpopulatie niet uitgesloten is. Een relatief groot deel van de opgaande begroeiing blijft behouden, zie Figuur 14. Aangezien dit potentieel foerageergebied van eekhoorn behouden blijft zijn negatieve effecten op het aanbod foerageergebied uitgesloten.

Vleermuizen

Verbinding Het projectgebied bestaat voornamelijk uit agrarische grond. Een eekhoorn is in dit relatief open terrein gevoelig voor predatie en heeft dekking nodig door bomen en struiken. Door het gebrek aan opgaande begroeiing tussen het opgaand groen binnen het projectgebied en de directe omgeving, is het uitgesloten dat het projectgebied een verbinding vorm tussen leefgebieden van de eekhoorn. De andere relevante grondgebonden zoogdieren gebruiken ook dekkingsmogelijkheden zoals ruigtestroken. Voor deze soorten kan het projectgebied wel een verbinding tussen leefgebieden vormen. Verblijfplaatsen Het verwijderen van de gebouwen/schuren (Nederwoudseweg 68 en 86) en boom (ter hoogte van Burgemeester Aschofflaan) met potentiële verblijfplaats van vleermuizen leidt naast aantasting en verstoring van een verblijfplaats mogelijk tot verwonden en/of doden van individuen. Het bouwrijp maken van erven en agrarische grond leidt ook tot aantasting van de directe omgeving van een verblijfplaats waardoor deze ook verlaten kan worden. In de gebruiksfase zal een toename van bebouwing naar verwachting ertoe leiden dat er meer verblijfsmogelijkheden ontstaat voor typische stedelijk vleermuissoorten (bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger). Vliegroute Alleen opgaand groen in noordoosten van het projectgebied wordt verwijderd.

Dit groen sluit aan op relatief groene tuinen en vormt geen verbinding tussen opgaande structuren/potentiële leefgebieden. Hierop gelet vormt dit opgaand groen geen essentiële verbinding. Alleen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 zijn bomenrijen aanwezig tussen (potentiële) verblijfplaats in de gebouwen en foerageergebieden in de omgeving. Van laatvlieger en gewone dwergvleermuis is hier ook een vliegroute vastgesteld (Buro Ontwerp & Omgeving, 2021). De aanwezige bomenrij blijft behouden. Wel is het mogelijk dat door uitstraling van kunstlicht

20

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Ja

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

verstoring plaatsvindt waardoor de vliegroute wordt aangetast. Dit kan tot gevolg hebben dat deelpopulatie minder efficiënt zich kunnen bewegen tussen verblijfplaats en foerageergebied waardoor mogelijk de gebieden verlaten wordt. Foerageergebied Vleermuizen kunnen in principe overal foerageren. De voorkeur gaat echter uit naar opgaand groen waar luwe plekken aanwezig zijn (ook oppervlaktewater is interessant maar niet aanwezig binnen het projectgebied). Het merendeel van het opgaand groen blijft behouden waardoor potentiële foerageergebieden met luwe plekken intact blijven. Alleen in het noordoosten gaat opgaand groen verloren. In de directe omgeving zijn echter verschillende groene tuinen aanwezig (Nederwoudseweg 84 en Lunterseweg 83, zie Figuur 14). Naast directe aantasting dient ook rekening gehouden te worden met uitstraling van effecten door bijvoorbeeld het gebruik van kunstlicht gedurende de actieve periode; half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst. Hierdoor kunnen foerageergebieden ongeschikt raken waardoor uitgeweken moet worden naar de omgeving.

Amfibieën

3.4

In de gebruiksfase zal naast bebouwing ook opgaand groen gerealiseerd worden waar luwe plekken ontstaan waar naar verwachting typische stedelijke vleermuissoorten (bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis) van profiteren. Het projectgebied vormt geen essentieel leefgebied van amfibieën. Aanwezigheid is echter niet uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling leidt mogelijk tot verstoring, verwonden en//of doden van individuen. Bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen dient te allen tijde rekening gehouden te worden met kolonisatie door rugstreeppad. Deze pioniersoort kan zich vestigen in braakliggende terreinen waar mul zand en een plasdras situatie aanwezig is.

Ja

Toetsing

Op basis van de effectbeschrijving is geconcludeerd dat negatieve effecten op broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode), vleermuizen en grondgebonden zoogdieren niet uitgesloten zijn. Daarom gaat de toetsing verder in op deze soortgroepen.

3.4.1.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In onderstaande tabel is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie Soort/ soortgroep Vogelrichtlijnsoorten Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): O.a. zwarte kraai, ekster winterkonink, houtduif, boerenzwaluw en huiszwaluw. Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Huismus, buizerd, sperwer, havik, boomvalk, ransuil, kerkuil en steenuil. Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart) Anders soorten (niet vrijgesteld) Steenmarter, boommarter, bunzing, wezel, hermelijn Anders soorten (vrijgesteld) Haas, konijn, egel, muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander

Er geldt binnen de provincie Gelderland een vrijstelling voor de binnen het projectgebied algemeen voorkomende zoals haas, konijn, egel en muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander, zie Bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in paragraaf 3.5.1.

21

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

3.4.1.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soort(groep)en van de Vogelrichtlijn Soort(groep) Lid 1 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Als gevolg van Broedvogels (nest beschermd gedurende X X X Verwijderen en van ruigte, struweel, broedperiode) zoals zwarte kraai, ekster en bomen en gebouwen gedurende winterkonink broedperiode (maart-augustus, kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven). Broedvogels (nest jaarrond beschermd) X X X Verwijderen van gebouwen met Buizerd, sperwer, havik, boomvalk, ransuil, potentiële nestplaats en kerkuil en steenuil alle ontwikkelingen gericht op de omgeving van potentiële nestplaatsen.

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. *Art. 3.1 lid 4 Is niet van toepassing omdat de werkzaamheden mogelijk van invloed zijn op een enkel broedgeval. Broedvogels zoals zwarte kraai, ekster en winterkonink komen algemeen voor in Nederland. Negatieve effecten van verstoring op een enkel broedgeval heeft derhalve geen invloed om de gunstige staat van instandhouding.

Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soort(groep)en van de Habitatrichtlijn Soort(groep) Lid 1|5 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Als gevolg van Vleermuizen X X X Lid 1, lid 2 en lid 4: Slopen/verwijderen (gewone dwergvleermuis, ruige van gebouwen/schuren en boom met dwergvleermuis, laatvlieger, rosse potentiële verblijfplaats(en). Van vleermuis, watervleermuis, gewone toepassing op Nederwoudseweg 68, 86 grootoorvleermuis en franjestaart) en boom ter hoogte van Burgemeester Aschofflaan (zie Figuur 11) Lid 2: Gebruik van kunstlicht gedurende de gebruiks- en realisatiefase ter hoogte van opgaand groen; (potentiële) vliegroutes en foerageergebieden. Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 6 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van andere soorten Soort a b c Als gevolg van Grondgebonden X X Verwijderen van ruigte, struweel, bomen, rommelhoekjes en zoogdieren schuren. Steenmarter, boommarter, bunzing, wezel en hermelijn Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

22

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

3.5

Vervolgstappen

3.5.1

Mitigerende maatregelen

In het kader van de Wnb dient rekening gehouden te worden met (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de zorgplicht, die ook van toepassing is op niet-beschermde soorten. Op voorhand dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om (mogelijk) negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen: •

•

•

•

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): - Voer werkzaamheden uit buiten de broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en andere factoren verschuiven). - Indien binnen broedperiode gewerkt wordt: o Verwijder potentiële nestplaatsen voor aanvang van de broedperiode door opgaand groen en gebouwen te verwijderen. o Broedvogelinspectie: Voor aanvang van de werkzaamheden wordt door een deskundig ecoloog gecontroleerd of nestplaatsen aanwezig en in gebruik zijn. Indien aanwezig kunnen werkzaamheden ter hoogte van de nestplaats pas starten na de broedperiode. Exacte maatregelen worden nader bepaald. - Van april t/m september dienen zandhopen met een talud van 1:1 of steiler voorkomen te worden (potentiële nestplaats oeverzwaluw). Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht): - Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de openbare weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. - Indien een soort wordt aangetroffen en niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de noodzakelijk vervolgstappen bepaald.

Vleermuizen: - Voorkom gedurende realisatiefase het gebruik van kunstverlichting bij de bomenrijen en bosschages ter hoogte van Nederwoudseweg 68 en ten westen van Scherpenzeelseweg 10. - Gedurende de gebruiksfase dient voorkomen te worden dat straatverlichting de boomkronen beschijnt. - Voor de sloop van Nederwoudseweg 68 (ontheffingsplichtig) kunnen al vleermuiskasten opgehangen worden. Doorgaans worden vier vleermuiskasten per verloren verblijfplaats aangehouden. Verwacht wordt dat in de directe omgeving geen gebouwen gebruikt kunnen worden voor het plaatsen van de kasten. Een alternatieve optie zijn de bomenrijen die ook functioneren als vliegroute van gewone dwergvleermuis. Bomen zijn in vergelijking tot gebouwen minder geschikt waardoor geadviseerd wordt om de mitigatietaakstelling te verhogen tot ten minste acht vleermuiskasten. - Indien aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd dient te worden is het mogelijk dat er nog meer verblijfplaaten worden vastgesteld. Het is raadzaam om op basis van en worst-case scenario extra vleermuiskasten te plaatsen. Zo wordt op voorhand rekening gehouden met aanwezigheid van meer verblijfplaatsen waardoor na de verlening van de ontheffing niet nog eens rekening gehouden hoeft te worden met een gewenningsperiode van 3 tot 6 maanden (alleen van toepassing op de actieve periode van vleermuizen (april t/m oktober).

Rugstreeppad - Voorkom braakliggend terrein met mul zand. - Voorkom binnen het gehele projectgebied plasvorming gedurende de voortplantingsperiode rugstreeppad (april t/m juli).

3.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

Mitigerende maatregelen zijn onvoldoende toereikend om mogelijke negatieve effecten op een aantal beschermde te voorkomen. Aanvullend soortgericht onderzoek dient uit wijzen of van deze beschermde soorten essentiële functies aanwezig zijn. In Tabel 7 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. Indien op basis van dit soortgericht onderzoek aanwezigheid is vastgesteld dient beoordeeld te worden of negatieve effecten, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, plaatsvinden en of dit in conflict met de verbodsbepalingen van de Wnb is.

23

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Tabel 7 Specificatie van het aanvullend soortgericht onderzoek Soortgroep Soort Onderzoek uitvoeren conform Broedvogels Huismus Kennisdocument (nest jaarrond Huismus (BIJ12, beschermd) 2017)

Onderzoeksgebied(en)

Onderzoeksinspanning

Twee onderzoekslocaties: • Nederwoudseweg 68 (en opstallen) • Nederwoudseweg 86

•

• Kerkuil

•

Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, 2017)

•

•

• Steenuil

•

Kennisdocument Steenuil (BIJ12, 2017)

•

•

• Buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil

Broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd)

Boerenzwaluw en huiszwaluw

Grondgebonden zoogdieren

Boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel (marterachtigen)

Kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017) (van andere broedvogels is geen kennisdocument of onderzoeksprotocol) Geen kennisdocument of onderzoeksprotocol; bepalen op basis van expert judgement. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie NoordBrabant, 2017)

Drie onderzoekslocaties: • Nederwoudseweg 68 (en opstallen) • Nederwoudseweg 86 • Ten oosten van Scherpenzeelseweg 20 Twee onderzoekslocaties: • Nederwoudseweg 68 (en opstallen) • Nederwoudseweg 86

•

• •

• Drie onderzoekslocaties: • Nederwoudseweg 68 (en opstallen) • Nederwoudseweg 86 • Ten oosten Scherpenzeelseweg 20

•

•

• Vleermuizen

24

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart

Vleermuisprotocol 2021 (NGB, 2021)

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

Twee onderzoekslocaties: • Nederwoudseweg 68 (en opstallen) • Nederwoudseweg 86

•

•

Twee veldbezoeken gericht op aanwezigheid; 1 april tot en met 15 mei met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Eén onderzoeker Drie veldbezoeken gericht op aanwezigheid; februari tot en met half oktober. Eén veldbezoek; jaarrond uitvoerbare inspectie gericht op potentiële verblijfplaatsen. Eén onderzoeker Contact uilenwerkgroep Drie veldbezoeken gericht op aanwezigheid; februari tot en met half oktober. Eén veldbezoek; jaarrond uitvoerbare inspectie gericht op potentiële verblijfplaatsen (in combinatie kerkuil) Eén onderzoeker Contact uilenwerkgroep Vier veldbezoeken; maart tot half mei met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Eén onderzoeker

Eén veldbezoek; jaarrond uitvoerbare inspectie aanwezigheid nestplaatsen (in combinatie kerkuil). Eén onderzoeker. Drie veldbezoeken; maart t/m augustus, gericht op het plaatsen in controleren onderzoeksmaterialen. Onderzoeksmaterialen (combinatie van wildcamera en spoorbuizen), zie Figuur 15. Naar verwachting 12 spoorbuizen en 3 wildcamera´s Eén onderzoeker. Zes veldbezoeken per locatie; half april t/m september gericht op zomer-, kraam-, paarverblijfplaatsen en vliegroutes. Onderzoekslocatie Nederwoudseweg 68; drie onderzoekers.

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform

Onderzoeksgebied(en)

Onderzoeksinspanning

•

Onderzoekslocatie Nederwoudseweg 86; twee onderzoekers.

Figuur 15 Luchtfoto projectgebied met onderzoeksgebieden van marteronderzoek (geel omcirkeld) en een eerst inschatting van de locatie en het minimale aantal te plaatsen onderzoeksmaterialen: Wildcamera (oranje ster) en spoorbuis (blauwe ster)

3.5.3

Volledigheid actuele onderzoeksgegevens

In 2020 heeft soortgericht onderzoek plaatsgevonden (Buro Ontwerp en Omgeving, 2020) naar: • • • • 25

Huismus. Marterachtigen. Vleermuizen. Boerenzwaluw en huiszwaluw. Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

In Tabel 8 is weergegeven of dit soortgericht onderzoek conform de noodzakelijke onderzoeksinspanning, zoals getoond in Tabel 7, is uitgevoerd. Tabel 8 Oordeel over of de actuele onderzoeksgegevens (Buro Ontwerp en Omgeving, 2020) bruikbaar zijn conform onderzoekinspanning, zie Tabel 7 Soortgroep Soort Conform noodzakelijke onderzoeksinspanning Wnb uitgevoerd (zie tabel 7)? Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Huismus

Mogelijk (deels). → Onderzoek is uitgevoerd conform Kennisdocument Huismus. Uit de rapportage is niet af te lezen of beide onderzoekslocaties zijn onderzocht. Het is daarom niet mogelijk om te bepalen welke gebouwen wel/niet deels/volledig zijn onderzocht.

Kerkuil

Nee. → Nestplaatsen van de kerkuil zijn op basis van QuickScan uitgesloten; er heeft geen soortgericht onderzoek plaatsgevonden.

Steenuil

Nee. → Er is uitgegaan van een compensatieplan voor de steenuil waarvoor en ontheffing is verkregen. De geldigheid van deze ontheffing is verstreken.

Buizerd, sperwer, havik, boomvalk en ransuil

Nee. → Op basis van de QuickScan is geconcludeerd dat er geen nestplaatsen aanwezig zijn.

Broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd) Grondgebonden zoogdieren

Boerenzwaluw en huiszwaluw

Mogelijk (deels). → Het onderzoek lijkt voldoende geweest te zijn. Het is alleen onbekend welke gebouwen onderzocht zijn.

Boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel (marterachtigen)

Nee. → Voor het onderzoek naar steenmarter is één wildcamera geplaatst. Voor het onderzoek naar kleine marterachtigen is één marterbox geplaatst. Dit zijn onvoldoende onderzoeksmaterialen. Boommarter wordt niet in de onderzoeken genoemd.

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart

Mogelijk (deels). → Onderzoek is uitgevoerd conform Vleermuisprotocol 2021. Uit de rapportage is niet af te lezen of alle onderzoekslocaties zijn onderzocht. Het is daarom niet mogelijk om te bepalen welke gebouwen wel/niet volledig zijn onderzocht.

3.5.4

Conclusie soortgericht onderzoek

Op basis van Tabel 8 is geconcludeerd dat de actuele onderzoeksgegevens (Buro Ontwerp en Omgeving, 2021) mogelijk (deels) te gebruiken zijn. Indien het gewenst is om de onderzoeksgegevens te gebruiken is het noodzakelijk om aanvullende informatie over de methodiek van het onderzoek van betreffende partij te ontvangen. Indien deze informatie niet beschikbaar komt, is het niet mogelijk om aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Dit houdt in dat de relevante soorten alsnog conform Wnb (zie Tabel 7) onderzocht moeten worden.

3.5.5

Ontheffing Wnb

Actuele onderzoeksgegeven laten zien dat de woning en/of de opstallen aan de Nederwoudseweg 68 functioneren als paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis en nestplaats van huismus. Mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten niet volledig voorkomen aangezien de sloop leidt tot verstoring en aantasting van de verblijfplaats waarbij mogelijk aanwezige gewone dwergvleermuizen verwond en/of gedood worden; er is sprake van een conflict met art. 3.5 lid 1, lid 2 en lid 4 van de Wnb. Voor deze verbodsbepalingen dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland.

26

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

In paragraaf 3.5.4 is geconcludeerd dat de actuele onderzoeksgegevens onvoldoende inzicht geven in de aanwezigheid van beschermde soorten. Aanvullend soortgericht onderzoek dient uitgevoerd te worden. Op basis van dit aanvullende soortgericht onderzoek kunnen mogelijk nog meer beschermde functies worden vastgesteld waarvoor een ontheffing aangevraagd dient te worden. Een ontheffingsprocedure duurt 13 weken en kan door het bevoegd gezag met 7 weken worden verlengt. De ervaring leert dat door een gebrek aan capaciteit bij de provincie ontheffingsprocedures uit kunnen lopen.

27

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

4

Wet natuurbescherming; gebiedsbescherming

4.1

Methode

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is geraadpleegd (www.natura2000.nl). Op basis van deze kaart is de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden in de omgeving bepaald. Op basis van deze bevindingen en de eigenschappen van de werkzaamheden is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Wnb te voorkomen.

4.2

Ligging

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en is gelegen op ruim 4 kilometer afstand van het projectgebied, zie Figuur 16.

Arkemheen

Veluwe N

Figuur 16 Ligging projectgebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebied (groen) 28

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

4.3

Effecten

Gelet op de afstand van ruim 4 kilometer tussen het projectgebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen uitgesloten. Wel dient rekening gehouden te worden met externe werkingen als gevolg van een toename van stikstof. Gedurende de realisatiefase zullen machines alsmede de verkeersbeweging voor de aanvoer van materialen stikstof emitteren. Gedurende de gebruiksfase zullen de nieuwe gebruikers door het verwarmen van woningen en het gebruik van voertuigen stikstof emitteren. De ontwikkeling leidt daarom tot zowel een tijdelijke als een permanente toename van stikstof. Een toename van stikstof kan leiden tot vermesting/verrijking van habitats van een Natura 2000-gebied waardoor de biodiversiteit kan afnemen en (beschermde) soorten kunnen verdwijnen.

4.4

Conclusie

Directe negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen zijn op voorhand uitgesloten. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van een toename van stikstof, zijn echter niet op voorhand uitgesloten. Een Aerius-berekening van de gebruiksfase geeft uitsluitsel over of er wel of geen permanente negatieve effecten op Natura 2000-gebieden plaatsvinden1.

1 De bouwfase is vrijgesteld van de natuurvergunning via de Partiële vrijstelling als onderdeel van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (in

werking sinds 1 juli 2021). De verplichting van een vergunning blijft wel gelden voor de gebruiksfase en andere mogelijke significante gevolgen van een bouwproject voor een Natura 2000-gebied. Voor het onderdeel stikstof is voor de bouwfase dus geen AERIUS-berekening verplicht.

29

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

5

Gelders Natuurnetwerk

5.1

Methode

Dit onderzoek bestaat normaliter uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van de provincie Gelderland wordt geraadpleegd (www.gelderland.nl). De site van de provincie is echter onbereikbaar. Daarom is de kaart van Buro Ontwerp & Omgeving (2020) gebruikt om inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van GNN. Op basis van deze bevindingen en de eigenschappen van de werkzaamheden is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conform de regels van de provinciale verordening te werken.

5.2

Ligging

Het projectgebied ligt op een afstand van minder dan 1 km van gebieden die onder het Gelders Natuurnetwerk (GNN) vallen. De gebieden liggen op respectievelijk 290 meter ten oosten en 710 meter ten zuiden van het projectgebied. De dichtstbijzijnde gebieden die onder de Groene Ontwikkelingszone vallen liggen op een afstand van 380 ten oosten en 780 meter ten zuiden van het projectgebied, zie Figuur 17 (Buro Ontwerp & Omgeving, 2020).

Figuur 17 Ligging projectgebied ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone (Buro Ontwerp & Omgeving, 2020)

30

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

5.3

Effecten

Gelet op de afstand van 290 meter tussen het projectgebied en het dichtstbijzijnde GNN-gebied zijn negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag uitgesloten. Gelet op de tussenliggende infrastructuur en bebouwing (ook van toepassing op andere GNN-gebieden) zijn directe effecten als gevolg van verstoring door licht, geluid en trillingen ook uitgesloten. Binnen de provincie Gelderland worden externe werkingen niet getoetst.

5.4

Conclusie

Negatieve effecten op GNN, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Verdere vervolgstappen zijn niet aan de orde.

31

Onze referentie: D10046876:56 - Datum: 25 april 2022

QUICKSCAN NATUURWETGEVING

6

Conclusie en vervolgstappen

Voorliggende rapportage betreft een QuickScan natuurwetgeving voor de realisatie van nieuwbouwwijk ten zuiden van Barneveld, genaamd de Burgt III. De QuickScan natuurwetgeving gaat in op beschermde soorten en gebieden. De resultaten en conclusies zijn in de navolgende paragrafen samengevat.

6.1

Wet natuurbescherming; soortenbescherming

Op basis van de QuickScan is geconcludeerd dat binnen het projectgebied (mogelijk) beschermde soort(groep)en voorkomen: • • • •

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): Onder andere boerenzwaluw, huiszwaluw, zwarte kraai, ekster en houtduif. Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Huismus, buizerd, sperwer, havik, boomvalk, ransuil, kerkuil en steenuil. Grondgebonden zoogdieren: Steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel. Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en franjestaart.

Naast beschermde soorten dient ook te allen tijde rekening gehouden te worden met algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën die zijn vrijgesteld van bescherming. Voor deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing. In paragraaf 3.5.1 zijn de mitigerende maatregelen opgenomen die getroffen kunnen worden om negatieve effecten, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, zo goed als mogelijk voorkomen. Voor het merendeel van de soorten geldt echter dat aanvullende soortgericht onderzoek uitgevoerd dient te worden voor het aantonen dan wel uitsluiten van aanwezigheid, zie paragraaf 3.5.2. Bij aangetoonde aanwezigheid kunnen passende maatregelen bepaald worden. De actuele onderzoeksgegevens van Buro Ontwerp & Omgeving van 2020 en 2021 geven onvoldoende inzicht in het wel of niet voorkomen van beschermde soorten. Wel is op basis van de onderzoeksresultaten geconcludeerd dat ter hoogte van Nederwoudseweg 68 beschermde functies van huismus en gewone dwergvleermuis aanwezig zijn waarvoor een ontheffing Wnb aangevraagd dient te worden. Voor de aanvraag Wnb zal door de omgevingsdienst van de provincie Gelderland onder andere beoordeeld worden of de aanvullende soortgerichte onderzoeken conform onderzoeksprotocollen zijn uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f5e8368d-0c93-4060-87d3-f4b6770b81e3